Inge op bezoek bij: de Crole Hoeve

Naast mijn blog werk ik gewoon fulltime. Bloggen doe ik dus echt in mijn vrije tijd. Zo heel af en toe komen er eens events voorbij die ik echt niet aan mijn neus voorbij wil laten gaan en ik dus een vrije dag voor opneem. Dit was er ene van. Op uitnodiging van Francine van Heerlijke Happen mocht ik op bezoek bij de Crole Hoeve in Sint Oedenrode. Bij de Crole Hoeve duurt de voorliefde voor runderen al vier generaties lang. De huidige generatie, met aan het hoofd boer Leon, werkt vol passie aan het houden van robuuste runderrassen in natuurgebieden. Dus geen hokjes waar alle koeien zij aan zij staan te grazen, maar een heel natuurgebied waar de runderen kunnen gaan en staan waar ze willen.

We werden ontvangen in het smaaklokaal van de Crole Hoeve. Een klein keukentje/barretje aan de boerderij vast waar we de dag begonnen met een lekkere kop thee (want het was echt superkoud!) en een zelfgemaakte kroket, echte filet americain en heerlijke worstenbroodjes. Deze ruimte wordt vaak gebruikt voor workshops, zoals een workshop ‘van kop tot staart’, waarbij je leert een rund uit te beenderen. Of een barbecue workshop, waarbij je leert een goed stuk vlees met respect te bereiden op de barbecue. Door de ramen van het smaaklokaal kijk je een binnenstal in, waar de Limousin koeien al vrolijk lopen te grazen (tijdelijk) en hun rug masseren aan de borstel. ‘Wat voor koeien?’, hoor ik je denken. Dit runderras komt van oorsprong uit Limousin, een provincie in midden-Frankrijk. Het is een groot ras koeien wat blondrood tot roodbruin van kleur is. De koeien die ons aanstaarden waren mooi roodbruin. Limousin is een echt vleesras en levert daarom goed en mals kwaliteitsvlees.

Na een introductiepraatje, waarbij we uiteraard ook even aan alle andere bloggers werden voorgesteld, konden we onze jassen weer aantrekken. Buiten stond namelijk een echte huifkar met traktor te wachten op ons. Boer Leon wil ons laten zien waarom zijn runderen speciaal zijn. Ze lopen namelijk los rond in prachtige natuurgebieden van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en andere terreinbeheerders. Dit heeft driedubbel voordeel. Allereerst lopen de runderen dus vrij rond in een groot gebied, wat natuurlijk blije koetjes levert. Blije koeien levert beter vlees, voordeel nummer twee. Als laatst zorgt de begrazing van de koeien voor het verarmen van de grond wat op den duur weer voor meer biodiversiteit zal zorgen. Niks geen kunstmest, geen antibiotica, maar puur natuur.

We vertrekken met z’n allen in de huifkar, voortgetrokken door de prachtige rode traktor van boer Leon. Oh, wat was het koud, maar gelukkig hadden we een fles rode en witte wijn op zak. Na een prachtige rit door de herfstige bossen komen we aan bij een hekwerk. Achter het hekje staan zo’n zes paar mooie bruin glanzende ogen ons al op te wachten. Met een weelderige bos bruine lokken komen ze op ons afstormen zodra we het hekwerk binnen wandelen. Ik heb het over Schotse Hooglanders. En nee, waarschijnlijk niet omdat ze mensen zo ontzettend leuk vinden, maar omdat boer Leon heuse koeienkoekjes bij zich had. Ook is het niet zo dat Leon precies wist waar deze koeien te vinden waren. Dat is vrijwel onmogelijk gezien ze vrij rondlopen op een gebied van zo’n 30 hectare groot. De schoonouders van Leon waren al vooruit gereden, op zoek naar de wollebolletjes.

Wat een prachtige beesten zijn dit, en ook echt wel schuw. Ze laten zich goed aaien en zijn heel nieuwsgierig. Het is wel oppassen geblazen want ze hebben uiteraard wel hoorns en snappen natuurlijk niet dat ze daar mensen mee pijn kunnen doen. Leon vertelt vol passie over zijn runderen. Verrast was ik om te horen dat het hem echt wel pijn doet als hij na zoveel jaren een koe moet afgeven voor de slacht. Natuurlijk begrijpt hij dat dit nou eenmaal ‘part of the job’ is, maar ik had verwacht dat hij dan ook enigszins ‘harteloos’ zou zijn over het slachten van koeien. Niets is minder waar dus, en dat laat maar weer zien dat je geen vegetariër hoeft te zijn om van dieren te houden.

We maken ons ritje weer terug naar de Crole Hoeve, waar inmiddels de barbecue al is aangeslingerd. Binnen treffen we slager Johan en chef Ralf. Allereerst laat slager Johan ons zien hoe je een rund uitbeent. Meer specifiek, ontleed hij een rugstuk in onder andere de ossenhaas. Die gebruikt chef Ralf vervolgens weer om een perfecte carpaccio en tartaar van te maken. Super interessant om een slager aan het werk te zien en hoe hij met alle precisie alle stukken vlees weet te vinden. Naast de op-je-tong-smeltende carpaccio en tartaar, die werd geserveerd met een eigengemaakt ‘eigeel’ van onder andere uitjes en augurk, wist chef Ralf ook een ontzettend smaakvolle pompoensoep te maken.

Als laatste kregen we twee stukken steak voorgeschoteld. Het ene stuk steak was vers van de pers, zojuist afgesneden door slager Johan en rechtstreeks op de barbecue gegaard. Het tweede stuk heeft eerst zo’n 12-14 weken in een rijpkast gehangen, alvorens het te grillen op de barbecue. Nou ben ik oprecht normaliter niet zo van steak, maar man, wat heb ik gesmuld. Mijn favoriet was de gerijpte steak. Die was qua smaak stukken heftiger, maar ik vond hem juist heel erg zoet en proefde tonen van vanille door het vlees. Heel cool dat dit door het natuurlijke rijping process ontstaat.

Om de dag af te sluiten laat boer Leon zijn Limousin koeien weer terug naar hun weiland vanuit de stal. Zodra het hek open gaat stormen de beestjes terug naar hun vertrouwde stekkie, letterlijk. Dat laat maar weer zien hoe ook deze schatjes, net als mensen, aan hun vrijheid en ruimte hechten, en benadrukt het belang van biologisch vlees

Wat een fantastische dag heb ik gehad hier op de Crole Hoeve. Onverwachts ben ik toch wel fan geworden van rundvlees. Ik eet eigenlijk niet vaak rundvlees, behalve in stoofpotjes of als gehakt. Rood vlees spreekt mij niet zo aan, waarschijnlijk omdat het nog teveel op een echt dier lijkt. Toch heb ik echt genoten van de rundgerechten die ik vandaag geproefd heb. En van het gezelschap, zowel van de bloggers als ook van de beestjes.

Uiteten met Inge: Café Louis in Maastricht

Afgelopen week mocht ik genieten van een 3-gangen diner bij Café Louis, de nieuwe Franse hotspot in Maastricht. Gelegen in een prachtig monumentaal pand aan de Boschstraat, het voormalige Refugié van Hocht, bevind zich sinds Juni deze gezellige Franse Bistro. En dat niet alleen, het gaat gepaard met een hotel, Hotel Monestère.

Het begint al met het terras voor aan de straat. Als wij aankomen is het nog redelijk leeg bij Café Louis, maar de typische gewoven stoeltjes met ronde tafeltjes wanen me gelijk in een Frans dorpje. We lopen verder naar binnen en ontdekken tal van verschillende ruimtes, elk met een eigen thema of aankleding. Ik hou ervan, in plaats van een grote ruimte, zijn er allemaal kleinere kamers. Omdat elke kamer anders is ingericht is er telkens iets opnieuws te ontdekken en dat houdt het spannend. Een hoge lange gang verbindt alle ruimtes met elkaar, als ook het hotel. Het kleurgebruik en de kunst aan de muur zorgt voor allure, maar niet over de top. Het is er sfeervol en biedt voor elk type bezoek een ander hoekje. Het meubilair vind ik fantastisch. Heel veel verschillende soorten stoelen en tafels zorgen voor een speels effect. Maar door gebruik van onder andere fluweel en intense kleuren zoals donkergroen en goud past het heel erg bij de uitstraling van het gebouw.

Wij zoeken ons een plekje uit bij het raam in het grootste restaurantgedeelte. Het is leeg en dat geeft mij lekker de ruimte ongegeneerd foto’s te gaan maken. Of we vooraf een cocktail lusten? Nou, zeg dat niet nog eens. Natuurlijk lust ik die, graag zelfs. We laten ons 2 cocktails aanraden, Pim nam een French75 en ik een cosmopolitan met champagne. Wauw, wat een heerlijke cocktails. Nu hou ik nou eenmaal van cocktails dus kun je niet heel snel iets fout doen, maar echt waar, deze waren heerlijk en ook nog eens prachtig geserveerd.

Of we ook oesters wilden proberen? Pim en ik keken elkaar in de ogen aan. Durven we dit aan? Jah joh, laten we eens gek doen. Ik heb wel eerder oesters gehad, maar ben geen grote fan ervan. Dat komt voornamelijk omdat ik echt met mijn ogen eet, en laten we eerlijk zijn, oesters zijn niet de meest pretty dingen. We kregen twee joekels van oesters voorgeschoteld, puur, met een schaaltje saus. Zo kon je zelf bepalen of je de oesters puur of met saus at. Ik koos voor een beetje saus, namelijk rode wijnazijn met een sjalotje. Zo heb ik eerder oesters gehad en dat vond ik destijds ook wel het lekkerst. Goede keuze. Doordat ik maar een beetje saus nam overheerste het niet maar werd wel de zilte smaak van de oesters ietsje teruggedrongen. Mwoah, mijn oordeel blijft hetzelfde. Niet vies, maar echt een groot fan ben ik toch ook nog niet.

We kregen een bescheiden menukaart voor onze neus. Ik hou ervan, hoe minder keuze, hoe minder ruimte voor keuzestress. En zelfs met een kleine kaart blijf ik altijd nog keuzestress houden. Ander voordeel van een kleine kaart is vaak dat een restaurant tenminste uitblinkt in die paar gerechten op de kaart, in plaats van heel veel gerechten maar half goed serveren. Je hoort het, ik hou niet van restaurants met een grote kaart.

Café Louis werkt met een kaart die de hele dag gebruikt wordt, je kunt dus prima lunch als avondeten kiezen, of avondeten als ontbijt. Er staan enkele typische Franse gerechten op, maar ook enkele niet perse typische Franse gerechten. Vooraf kozen we de vissoep en de gamba’s. Vooral ook op aanraden van de ober, die overigens de hele tijd beleefd ‘u’ tegen ons zei. Joh, ik ben maar een gewoon mens, ‘je’ is helemaal prima hoor. Ik zag dat de ober in de war raakte van die opmerking, zijn repertoire leek te bestaan uit ‘u’ zinnen en de vertaling naar ‘je’ had ie volgens mij even niet zien aankomen. Van binnen moest ik gniffelen.

Er kwam brood op tafel. Met boter en een heerlijke olijfolie van Beluga. Eerst dacht ik ‘Hè, wat jammer dat ze er nu zo’n simpel wit stokbrood bij serveren’, maar al snel bedacht ik me dat dit juist brilliant was. We zitten namelijk in een Franse bistro, en wat is er nou Franser dan een heerlijk verse baguette?

Binnen no-time stond ons voorgerecht op tafel. Ik zelf at de vissoep. Het was eigenlijk meer een zalmsoep, want dat was de enige vissoort die ik zag zwemmen. Maar dat geeft niks, want de soep was wel bijzonder smaakvol. De zalmsmaak overheerste inderdaad, maar je proefde ook goed de tomaten die erin zaten, en de room maakte de soep helemaal rijk. Hij werd geserveerd met een rouille en homemade croutons, die overigens to-die-for waren. Heerlijk krokant en niet te vettig. De gamba’s van Pim waren ook lekker, als ik hem mag geloven. Ze waren namelijk op voordat ik met mijn ogen kon knipperen.

Als hoofdgerecht koos ik voor zeebrasem, een vissig dagje voor mij dus. Ook deze keer was de vis heerlijk gebakken. Goed op smaak en niet te ver doorgegaard. Hij werd vergezeld door een sauce vierge, een frisse saus op basis van tomaat en kruiden, als ook meerdere groentes zoals groene asperges. Pim koos voor steak tartare. Oh zo blij was ie, steak tartare zie je niet vaak op een menukaart staan. Het bord was superclean, in het midden de steak tartare met het eigeel bovenop en enkel een kleine salade aan de zijkant. Ik hou zelf niet van steak, dus dit gerecht heb ik niet kunnen oordelen. Maar Pim was minutenlang stil aan het genieten, en gezien hij nogal een praatgraag is zegt dat voldoende. Ons hoofdgerecht werd geserveerd met twisterfrietjes. Superlekker, don’t get me wrong. Hoewel ik het wel leuker had gevonden als je bijvoorbeeld pommes duchesse, pommes dauphine of aardappelgratin erbij zou krijgen. Iets wat echt frans is. Wellicht variëren ze met de bijgerechten en staat dit een andere dag wel op tafel. Daar kan ik niet over oordelen. En nogmaals, niks mis met twisterfrietjes hoor, alleen niet persé erg Frans. Hoe dan ook hebben we ook beiden van ons hoofdgerecht genoten.

Tijd voor het nagerecht dus. Ik zat inmiddels al goed vol (ik had zelfs een deel van de soep al aan Pim gegeven) dus ik moest even slim kiezen. Pim had zijn keuze al snel gemaakt en ik wist precies wat het ging worden. Als meneer crème brûlée op de kaart ziet staan, zal hij 9 van de 10 keer daarvoor gaan. Ik koos voor aardbeien met vanille-ijs en basilicum, voornamelijk omdat dit lekker licht is, maar ook omdat ik hou van hartige smaken in desserts. Ik was dus erg benieuwd op welke manier de basilicum in het dessert verwerkt zou zijn.

De crème brûlée was een flinke portie met een perfect krokant randje. Precies zoals ie hoort te zijn. Mijn aardbeien waren heerlijk gemarineerd maar de basilicum was helaas niet veel meer mee gedaan dan enkel wat kleine blaadjes erbij. Die had van mij nog wat beter gekund. Juist die drie happen dessert waar een blaadje basilicum bij zat, die happen waren het allerlekkerst. Hij had dus wat mij betreft iets prominenter aanwezig mogen zijn, maar dat is wellicht een kwestie van smaak.

Ondanks het gebrek aan basilicum heb ik flink genoten deze avond bij Café Louis. Wat een fijn plekje zo midden in Maastricht. Echt een verborgen parel als je het mij vraagt. Met smaakvolle, niet alledaagse gerechten op de kaart, prettige bediening en een heerlijk sfeervol plekje. Ik ben heel nieuwsgierig geworden naar het hotel, hoe gaaf zou het zijn als diezelfde sfeer is doorgetrokken in de hotelkamers? Mocht je dus een weekendje Maastricht op de planning hebben staan, overweeg dan zeker dit plekje. Centraal, hip en sjiek. Of moet ik ‘chique’ zeggen, op z’n Frans?

Culinair reisverslag: Argentinië & een stukje van Chili

Argentinië, wat een land! Het stond al een hele tijd op mijn wishlist om ernaartoe te gaan. Eigenlijk al sinds mijn broer er jaren geleden op reis ging en terugkwam met de meest spectaculaire foto’s. Je kent dat vast wel, je ziet meermaals per jaar foto’s van vakanties. Maar er zijn er maar enkelen die je echt bijblijven, dat was voor mij dus de foto’s van mijn broer. Eigenlijk zouden we afgelopen december/januari al deze reis maken, vooral ook omdat het in die maanden juist zomer is in Argentinië. Dit kon helaas door werkomstandigheden niet doorgaan dus we besloten de reis alsnog enkele maanden later te maken. Het was dus tegen die tijd wel einde herfst. Eerst zal ik kort de reis beschrijven, om je vervolgens mee te nemen in de culinaire wereld van dit land en andere opvallende aspecten.

Normaliter bereid ik mijn reizen best wel redelijk voor. Ik hou er niet zo van om tijdens de reis me nog druk te moeten maken met de vraag ‘Waar slaap ik morgen eigenlijk?’. Als zo goed als alles van tevoren is uitgestippeld en geboekt, dan hoef ik me alleen nog maar druk te maken over de belangrijke zaken op vakantie: ‘Waar eten we vandaag?’ en ‘Wat voor tofs gaan we vandaag weer doen en/of zien?’. Wegens tijdgebrek hebben we deze Argentinië reis eigenlijk amper voorbereid. We zochten 3 plekken uit die we wilden bezoeken, boekten de vlucht, inclusief ook de binnenlandse vluchten. En na elke vlucht boekten we minstens de eerste overnachting, en verder was er nog helemaal niets geregeld.

De reis begon in Buenos Aires. Niet mijn favoriete stad als ik eerlijk ben. Nu speelt het weer altijd wel een grote rol bij het bezoeken van een stad, en wij hadden in de 2,5 dag dat we daar waren zo ongeveer alle seizoenen wel gehad; zon, regen en wind. Buenos Aires heeft enkele leuke wijken, zoals Palermo Soho en San Termo. Maar dan houdt het daar ook wel een beetje mee op. Buenos Aires bezit niet zoveel ‘landmarks’ als andere grote steden dat doen. Er is geen Eifeltoren, geen vrijheidsbeeld, geen Colloseum of Sagrada Familia. Dat maakt dus dat je eigenlijk alleen wat door de straten kan slenteren en de wijkjes kan bekijken, maar veel meer dan dat kun je er ook niet doen. Er zijn wel enkele musea, maar die zijn zeker niet van niveau ‘Guggenheim’ of ‘Louvre’. Als de zon dan schijnt, dan kun je wel prima toeven in de botanische tuinen bijvoorbeeld. Maar zoals ik al zei, wij hadden de pech dat eigenlijk maar een halve dag de zon scheen, dus lekker picknicken onder het genot van een Malbec zat er niet in. Wat ons wel opviel is dat het een relatief rustige stad is. Althans, in sommige delen van de stad heb je 5-baans straten, waar dan maar 3 auto’s over rijden. Ook hoef je niet telkens slalommend over de stoep te lopen, want zoveel mensen lopen er niet. Ook hebben we heerlijk gegeten, daarover later meer.

De prachtige Perito Moreno gletsjer vanaf het uitkijkpunt

We vervolgden onze reis richting Patagonië. Patagonië is een immens groot gebied in het zuiden van het land, wat ook nog doorloopt tot in Chili. Door de ligging van het gebied en de aanwezigheid van het Andesgebergte, is het grootste deel van het gebied gevuld met prachtige, besneeuwde bergen, waarvan de voet en het platteland juist steppe-landschap bevat. Er zijn enkele fantastisch grote meren en gletsjers, waaronder de Perito Moreno gletsjer. Die moest en zou ik zien, want die had ik bij mijn broer ook op foto’s gezien. De Petiro Moreno gletsjer bevind zich op enkele uurtjes rijden van het stadje El Calafate, dus dit werd onze basis voor de tweede plek die we bezochten.

Hiken op de gletsjer was het gaafste wat we gedaan hebben

We boekten een minitrekking naar de gletsjer toe. Dit is echt het allergaafste wat we deze reis gedaan hebben. Met van die metalen spikes onder de schoenen gingen we zo’n 1,5u op de gletsjer wandelen. Ja, OP de gletsjer. Alsof ik me op een totaal andere planeet bevond, zo voelde dat. Een heuvellandschap van ijs, met hier en daar een sinkhole waar je duizelig van wordt, zo diep. En we hadden nog extra geluk, er was op het moment dat wij er waren een grot onder de gletsjer ontstaan waar we ook in mochten. Die grot was wel zo’n 50 meter diep en er stroomde zelfs een rivier in, allemaal gesmolten gletsjerwater. De gemiddelde gletsjer neemt in de loop der jaren af met de opwarming van de aarde. Deze gletsjer laat zich echter niet uit het veld slaan en is al jaren stabiel. Ik kan alleen maar WAUW zeggen.

Torres del Paine: Chili

Vanuit El Calafate gingen we met de bus naar Torres del Paine, een nationaal park dat net over de grens in Chili ligt. Op zo’n 2u rijden van het park ligt Puerto Natales, een klein stadje wat al jaren als gateway naar het park dient. Je kunt overigens ook in het park zelf slapen, in een hutje of op een camping. Dit lukte ons niet meer, omdat we het dus niet allemaal van tevoren geregeld hadden. Achteraf vond ik het niet erg, want gezien het seizoen was het s’nachts best wel fris. Dit had ons echter wel 4u rijden op een dag gescheeld. We besloten een auto te huren voor 2 dagen en op die manier het park te verkennen. Er zijn veel verschillende hiking routes, sommigen lang, sommigen kort en sommigen enkel te lopen met een gids. Van de ene kant van het park naar de andere kant rijden, daar doe je ook al wel zo’n 2u over. Zeker als je onderweg nog hier en daar wilt stoppen om van het uitzicht te genieten. We besloten dus beide dagen een relatief korte hike uit te zoeken, ongeveer 2u per dag. Zo waren we zo’n 8u per dag van huis. Dat was wel fijn zeker ook gezien het jaargetijde de avondschemer alweer vroeg viel. Op de derde dag dat we in Chili waren regende het en wisten we niet zo goed wat we nog wilden doen. De eigenaren van de bungalow waar we verbleven hoorden dat en nodigden ons uit om een echte Chileense lunch te komen eten bij hun. Nou, als foodie laat ik me dat geen twee keer zeggen natuurlijk! Het werd een Chileense kippensoep genaamd ‘cazuela de ave’. Heel traditioneel voor Chili, terwijl het eigenlijk een vrij simpele kippensoep was. Hij was uiteraard wel echt heerlijk en ik vond het fantastisch dat ik bij de mensen thuis mocht komen. Mocht je een slaapplek zoeken in Puerto Natales, dan is ‘Toore Patagonia’ je place to be!

De lieve Chilenen die onze lunch verzorgden
Cazuela de ave: Chileense kippensoep

Na de beauty van Torres del Paine dacht ik echt dat dit niet meer overtroffen kon worden. Ik had het bij het foute eind. We vertrokken naar El Chalten (weer in Argentinië) waar we de Fitz Roy hike gingen doen. Ok, het was zwaar pittig en ik heb meermaals bijna opgegeven en ook geroepen ‘dit doe ik nooit meer’. Maar wat een prachtige hike met een fantastisch mooi uitzicht. De hike duurde in totaal zo’n 9 a 10 uur, waarbij je een berg oploopt en weer terug. De eerste 3km van de hike zijn redelijk omhoog lopen dus die waren al wel pittig met mijn enigszins zwakke conditie (over met je neus op de feiten drukt worden gesproken..) maar de laatste kilometer omhoog van deze hike sloeg werkelijk alles. De laatste kilometer omhoog had een stijging van 400meter dus je kunt je voorstellen hoe stijl dit omhoog ging. Bovendien was er geen gebaand wandelpad maar waren het meer rotsen waar je tegenop klom/wandelde (afhankelijk van hoe lang je benen zijn ;)). Die laatste km heb ik meermaals willen opgeven (vooral omdat ik wist dat we dat hele end ook nog terug moesten) maar uiteindelijk, met behulp van Pim, toch doorgezet. Huilend kwam ik bovenop de top van de berg, emoties van uitputting en wanhoop, maar zeker ook van blijheid. We hebben over die laatste km zo’n 1,5u gedaan, kun je nagaan hoe heftig stijl het was. Maar wat een prachtig uitzicht hadden we daar, zowel op de Fitz Roy berg met een mooi meer eronder, als ook op het dal dat we inmiddels achter ons gelaten hadden. Het vervelende was alleen, toen moesten we nog dezelfde weg terug. Nu is omlaag gaan wel beter voor je adem, maar je spieren krijgen het toch wel zwaar te verduren. Het heeft ons daarna 3 dagen rust gekost doordat ons lichaam zo extreem op was en Pim zelfs een overbelaste enkel eraan over gehouden had. Toch ben ik achteraf blij dat ik het gedaan heb en vooral overwonnen heb. Maar het zou idealer zijn als de hike net 3 of 4 kilometer korter zou zijn.

Op de top van Fitz Roy, na 5u hiken

Na al dat natuurgeweld dat Patagonië ons bood vervolgden we onze weg naar Salta. Salta is een koloniale stad in het noorden van het land. Het stadje zelf is wel schattig om een dagje te bezoeken maar verder zeker niet net zo spannend als wat er verder te zien is in de provincie. We huurden een auto en reden naar het noorden. Met Tilcara als basis, wat overigens ook echt een mooi en schattig dorpje is, reden we 3 dagen lang door prachtige berggebieden die afwisselend droog met cactussen of vol met groene bebossing pronkten. Want ook dit gebied ligt in het Andesgebergte, met vooral het klimaat als grote verschil. Het tofste vond ik dat we zo’n 2u in bewolkt gebied reden, en vervolgens aan de andere kant van een berg uitkwamen waar de lucht ineens stralend blauw was. De bergtoppen zijn daar zo hoog dat de meeste bewolking er niet overheen kan klimmen. In dit gebied bezochten we de 14-kleurige berg, die zijn naam dankt aan de prachtige kleuren die vooral aan het einde van de middag goed zichtbaar zijn. Ook bezochten we de 7-kleurige berg, die stiekem een beetje zielig leek nadat we de 14-kleurige berg al gezien hadden. Onderweg stopten we in dorpjes als Humahuaca en Purmamarca, wat allemaal leuke kleine dorpjes zijn om even lekker te lunchen en wat souvenirs te scoren. In deze dorpjes vind je ook een aantal leuke kleine lokale marktjes, waar de locals hun eten shoppen. Op weg terug naar Salta besloten we een detour te nemen en langs de zoutvlakte te rijden die tegen de Chileense grens ligt. Heel gaaf om eens een zoutvlakte te bezoeken en dus een groot uitgestrekt wit gebied om je heen te zien. Het geluid van krakend zout onder je voeten is tegelijk gaaf maar ook wel spannend, want wat zit er onder het zout? Klein minpuntje van deze detour was dat we later op een zandweg vast kwamen te zitten, letterlijk terwijl we in the middle of nowhere stonden. Gelukkig kwam er binnen niet al te lange tijd toevallig een auto aan die ons heeft kunnen helpen. Dit was een geluk want we hadden al 2u lang geen auto’s gezien op deze weg.

De 14-kleurige berg

In vogelvlucht was dit onze reis. Maar hoe heb ik deze reis nou ervaren op culinair vlak? Een ding mag duidelijk zijn en ik denk dat iedereen dat wel weet: Argentinië is een vleesland, en dan vooral een rundvleesland. Ik denk dat we in die 3 weken geen enkel restaurant hebben bezocht waar er niet minstens 1 steak op het menu stond. De meeste restaurants hebben echter een hele menusectie vol steak. Allemaal verschillende soorten cuts vlees, die natuurlijk elk hun eigen smaak hebben. Zo heb je de Bife de lomo (tenderloin) en Bife de Chorizo (sirloin). Deze worden veelal bereid op de zogeheten parilla, wat de Argentijnse variant van de barbecue is. Ze noemen het ook wel asado. Het verschil is dat de asado het hele gebeuren is, dus echt de complete ‘barbecue’ (ik zet het even tussen quotes want veel Argentijnen zijn beledigd als je het een barbecue noemt). De parilla is enkel het gedeelte waar specifiek het vlees op gebakken wordt (tenminste, als ik het goed begrepen heb). Nu zou je denken dat er in principe weinig bijzonders is aan steak. Maar allereerst is hij daar ALTIJD perfect gebakken. Maar vooral, het zijn echt knoeperds die op je bord liggen. 600 gram biefstuk is daar heel normaal om door 1 persoon te verorberen. Niks geen sla of frietjes of iets anders erbij, gewoon een bord vol vlees. Uiteraard is het vrijwel overal wel mogelijk om een bijgerecht te bestellen, maar dan eet je dus eigenlijk nooit je bord leeg zoveel krijg je.

Uitstekende maaltijd bij restaurant Don Julio in Buenos Aires
Kijk meneer eens blij zijn met zijn steak van 600 gram
Straatkraampje met empanadas

Gelukkig wordt er ook gedacht aan de niet-bief-eter, zoals ik. Je kunt ook een prima kippetje van de parilla krijgen, maar ook kipschnitzels zijn erg populair. Ook daar moet je echter niet schrikken van de grootte. Ik heb me wel eens afgevraagd of ze een ander soort kip kennen in Argentinië, zo groot en dik was mijn schnitzel. Pasta is ook veelvuldig verkrijgbaar in Argentinië, omdat het land een Italiaanse achtergrond heeft. Verder krijg je op elke hoek van de straat uiteraard empanada’s met vullingen uiteenlopend van mais, vlees en caprese. Op elke andere hoek van de straat kun je dan choripan krijgen, een broodje met gebraden chorizoworst, wat ik persoonlijk zwaar lekker vond. Verder verbaasde ik me er toch wel over hoeveel bakkertjes je kunt vinden, vooral in Buenos Aires. Maar eigenlijk als je je bedenkt dat Dulce de Leche ook uit Argentinië komt is dat weer niet zo gek. Argentijnen houden zelfs zo erg van zoet dat ze ook, net als menig Italiaan, ontbijten met een zoet gebakje of stuk taart. In veel hotels bestond het ontbijtbuffet dus uit meer zoetigheden dan hartige hapjes. Uiteraard moest ik zelf ook zo af en toe, weer of geen weer, een heerlijk dulce de leche ijsje nuttigen of ontbijten met een plakje cake.

Kipschnitzel, van een of andere reuzekip gemaakt. Hij was ook echt 3cm dik ongeveer
Choripan, met heel veel koolhydraten erbij
Dulce de leche ijsje

Uiteraard moest ik als echte chipsliefhebber ook alle lokale smaakjes even proeven. Je vind er uiteraard de normale smaken als naturel chips of cheese tortilla chips. Maar ook een aantal specials. De jalapenos kaas smaak vond ik erg pittig, maar opzicht wel lekker. De choripan ‘chips’ vond ik vreselijk. Ik zet het even tussen haakjes want of het officieel chips was weet ik niet zeker, maar het zat in een klein plastic zakje en het was knapperig dus ik vind van wel. Mijn absolute favoriet was de gegratineerde aardappel met pancetta smaak. Juist, je leest het goed.

Lokale chipssmaken. Veelal in kleine zakjes te koop.

Verder vind je in elke streek ook regionale gerechten. Zo aten we in het noorden veel quinoa en stond er ook lamavlees op het menu. Lama is overigens bijzonder smaakvol. Het is licht zoet vlees en zit wat mij betreft een beetje tussen rund en varken in. Locro is ook zo’n regionaal gerecht wat op veel plekken op de kaart staat. Dit is een stoofpotje van o.a. mais en bonen. In Chili aten we guanaco vlees, dit is familie van de lama maar verrassend genoeg smaakte het heel anders. Ik vond de guanaco weer meer weg hebben van rund met een vleugje wild eroverheen. Ietsje minder mijn ding dan de lama als ik eerlijk ben.

Guanaco in Chili
Guanaco op mijn bord

In de omgeving van Salta zijn we trouwens ook op een heuse ranch gaan logeren tussen de gauchos. Hier reden we paard (ja, ik heb Pim zo gek gekregen om op een paard te klimmen) en hadden we een heuse asado, real Argentinian style. Dat vond ik gaaf zeg! Een lange tafel vol eten, allerlei salades en vers gebakken brood, maar ook aardappeltjes gegaard in een pizza-oven en veel, maar dan ook echt veel vlees. Ik denk dat ze wel 12 keer gevraagd hebben of we echt niet nog een stukje vlees wilden, terwijl we al ontploften van hetgeen we al naar binnen geschoven hadden. De rode wijn vloeide uiteraard ook rijkelijk tijdens de asado. Het leuke vond ik misschien nog wel dat de eigenaar van de ranch zelf echt alleen maar vlees at en wijn dronk. Geen salades, geen watertje voor ernaast. Dat is voor pussy’s, vond ie. Deze meneer, inmiddels gepensioneerd, leeft al jarenlang op enkel vlees en wijn en heeft tot nu toe nog niks geleden. Is dat niet verrassend? We logeerden in een best wel prima lodge, naast de paardenstal. Het zou uiteraard geen ranch zijn als er niet ook wat dieren in onze kamer kwamen kijken of we wel goed aan het slapen waren. Zo kropen er meerdere kikkers door de kamer (iehh!), of het was telkens dezelfde die van plek naar plek hopte, dat kan natuurlijk ook. s’Avonds aten we tamales, een lokaal gerecht van maïsmeel balletjes, gevuld met gehakt en ui, in een maïsblad gaar gesudderd. Erg smakelijk ziet dit er niet uit, maar ik vond het best wel lekker.

De asado tijdens onze lunch bij de gauchos
Met heel veel lekkere bijgerechten bij de asado
Tamales: de foto van de binnenkant was te onsmakelijk om te delen

Dat ze niet overal even goed kunnen koken in Argentinië hebben we ook aan de levende lijve ondervonden. We zochten vaak restaurants uit aan de hand van Google reviews. Nou, of wij hebben gewoon een hele andere smaak, of de smaak van een gemiddelde Argentijn is niet altijd om over naar huis te schrijven. Zo kreeg ik in Salta bijvoorbeeld onderstaand gerecht, wat een kip stroganoff moest zijn. Ik heb nog nooit zoiets gehad. Smakeloos, kip die te gaar was en rijst was ook niet lekker was. En het leek ook niet op stroganoff zoals ik hem ken. Zonde! Waar ze ook nog niet zo bijzonder goed in zijn is het maken van salades. Heel gek is dat wellicht niet, in een land dat vooral om vlees draait. In veel restaurants heb je een ‘doe het zelf’ salade. Je krijgt een lijst met ingrediënten en mag er zelf 2, 3, 4 of 5 uitkiezen die samen jou salade vormen. Nu zou je denken dat daar niks mis mee is. Nou, kijk dan maar eens naar de salade hieronder op de foto en oordeel zelf. Uiteraard valt dit allemaal in het niet bij al het prachtigs wat we gezien en gedaan hebben en gemiddeld genomen hebben we echt wel heerlijk gegeten in dit land.

Dit zou kip stroganoff moeten zijn
‘Salade’, met tonijn, tomaat, ui en kaas

Wat ons verder heel erg opviel in de provincie Salta en Juyuy waren de vele politiecontroles. Ik durf niet te zeggen of het werkverschaffing is of omdat er veel ‘wegcriminaliteit’ is in deze provincies, maar je moet je in elk geval voorstellen dat er ongeveer na elke 5-10 km een stuk of 4 politiemannen op de weg staan. Deze houden steekproefsgewijs mensen aan. Wij zijn een keer aangehouden maar toen ze in de gaten hadden dat we geen Spaans spraken mochten we snel doorrijden. Ook dat is iets wat ons echt heel erg opviel. Wat spreken er weinig mensen Engels in Argentinië! Zelfs in de grote stad, in Buenos Aires, was het hard zoeken naar Engels sprekenden op straat, toen we bijvoorbeeld op zoek waren naar de juiste bushalte. Je zou verwachten dat zeker de jongere mensen in Buenos Aires wel gewend zijn Engels te spreken, maar het tegendeel is waar. Uiteindelijk hebben we de bushalte wel op eigen houtje gevonden hoor, maar het was wel even zoeken. Op het gebrek aan Engels-sprekenden na is het verschil tussen platteland en de stad wel echt dag en nacht hoor. Waar de steden zoals Salta en Buenos Aires net zo goed elke andere grote stad zou kunnen zijn, want alle huizen zijn gewoon modern en je kunt er alles wat je in Europa ook kan. Daarentegen loopt het platteland echt ver achter, en doen de huizen op het platteland zeker niet onder voor de huizen die je in menig land in Azië ook vindt. Golfplaten daken, rieten daken, auto’s die je in Nederland niet eens meer op de schroothoop kunt vinden zo oud, en huisjes die amper een fatsoenlijke stoel bezitten. Alsof je 100 jaar terug in de tijd bent gegaan, want zo kom je ook regelmatig mannen te paard of zelfs met een bepakte ezel tegen. Ik vind dat persoonlijk prachtig om te zien, en dit is juist de reden dat ik van een land kan houden. Heerlijk om te zien hoe ze zich niet druk kunnen maken om de laatste mode en hipste mobieltjes, maar juist waar het allemaal echt om draait. Een fijn leven met familie en vrienden.

Een heel normaal zicht op het platteland van Salta

Naast de paarden en ezels kom je ook veel straathonden tegen. Vooral in Patagonië ontkom je er bijna niet aan. Nu zou je denken dat dit wellicht een beetje eng en gevaarlijk is, maar niets is (of leek) minder waar. De honden zijn allemaal heel erg lief. Ze lopen met je mee (uiteraard hopend op wat te eten) maar bedelen doen ze niet. Ga je ergens op een terras zitten, dan komen ze naast je liggen, maar bedelen doen ze niet, zelfs niet als je dus met een joekel van een biefstuk voor hun neus staat. Wij kregen het gevoel dat, ondanks dat het straathonden zijn, ze wel goed verzorgd worden door de bewoners van de dorpjes, want ze zagen er niet smerig uit en ook niet mager.

Zoals je hebt kunnen lezen hebben we een prachtige reis gemaakt, met heel veel verschillende gebieden. Als je van natuur houdt, is Argentinië absoluut een must-see. Of je nou voor het ‘wilde’, culturele en enigszins goedkopere noorden gaat, of het ruige, koude zuiden, er is echt voor ieder wat wils. Zowel op gebied van natuur, maar ook zeker eten. Maar wel allemaal ‘tranquillo tranquillo’ natuurlijk, alles op het dooie gemakkie. Haastige spoed is zelden goed. Als je dat motto kan omarmen, dan pas je perfect in de cultuur.

Ohja, nog een kleine tip van flip. Probeer zoveel mogelijk Argentijns geld al mee te nemen. Pinnen is overal echt belachelijk duur. Je kunt maar maximaal ongeveer 100 euro per keer pinnen, waar je vervolgens zo’n 10 euro transactiekosten over betaald. En je kunt (nog) niet overal met pin of creditcard betalen, dus cashgeld is zeker een must. Op plekken waar je wel met creditcard kunt betalen, aanvaarden ze niet altijd Mastercard. Visa en Amex dan weer wel.

De zoutvlakte van Salta

Uiteten met Inge: De Restauratie in Eindhoven

Vorige week is DE nieuwe ontmoetingsplek van Eindhoven geopend. Of, eigenlijk moet ik heropend zeggen. De stationshal van Eindhoven heeft de deuren tot de Restauratie opnieuw geopend. Het restaurant op de eerste verdieping aan de centrumzijde van het station. ‘Meet me under the clock’ is opnieuw van toepassing, gezien het restaurant zich precies onder de welbekende stationsklok van Eindhoven bevind. Vroeger werd dit al gebruikt als centrale ontmoetingsplek, toen we elkaar nog brieven schreven of met de vaste telefoon opbelden. Het restaurant is nieuw leven ingeblazen met een spectaculair interieur, dat luxe en klasse uitstraalt met mooie zwarte, gouden en marmeren accenten. Wat mij betreft perfect past bij de forensen onder ons. Heb je je trein gemist, of heb je om andere reden even wat tijd over? Dan kun je prima vertoeven in de restauratie en er zelf werk verrichten, er zitten door het hele pand stopcontacten. Het is van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat open.

Gezien ik zelf natuurlijk zo’n 12 jaar in Eindhoven gewoond heb, vond ik het dus fantastisch dat ik bij de opening aanwezig mocht zijn. Ofja, het was niet de officiële opening. Maar een lunch speciaal voor bloggers, een dag voor de officiële opening. Stiekem kwam ik veel te laat aan. Sinds ik niet meer in Eindhoven woon moet ik natuurlijk even rijden om er te komen. En laat nou net die dag de A2 afgesloten zijn. Uiteraard kwam ik daar pas in de auto achter en moest ik helemaal via Venlo omrijden. Gelukkig werd het eerste gerecht pas geserveerd toen ik aankwam. We kregen een 6 gangen lunch geserveerd met allerlei gerechten die op de kaart staan. Hun hele kaart maakt gebruik van ‘lokale helden’, zo noemen ze het zelf. Ze proberen lokale ondernemers een podium te geven om te shinen met hun producten. Zo vind je er de Brabantse worstenbroodjes van Houben en de biertjes van Stadsbrouwerij Eindhoven.

Ik moet eerlijk bekennen. Ik heb prima gegeten, de gerechten waren stuk voor stuk lekker, dus daar is niks op aan te merken. Maar stiekem vond ik de gerechten niet helemaal passen bij de klasse en luxe van de inrichting. Nu weet ik ook wel dat het geen sterrenrestaurant is en dat ik dus geen over de top gerechten moest verwachten. Maar het voelde toch een beetje vreemd om een tosti te gaan eten in zo’n mooi restaurant met marmeren tafels met gouden randjes. Maar aan de andere kant, zal dit precies zijn waar de ‘gewone’ mens en de forens op zit te wachten. Geen moeilijk eten, gewoon lekker en goed. Met een fijn zitplekje, met een leuk uitzicht. Zoek je dat? Dan zit je helemaal op je plekje bij de Restauratie.

Kijk vooral ook bij dit verslag van Adventurous Childs voor een nog betere indruk van de inrichting van restaurant (doordat ik wat laat was heb ik niet voldoende de tijd genomen om echt mooie foto’s te maken van het interieur helaas).

De website van De Restauratie, inclusief complete menukaart en openingstijden, vind je hier.

Liebster award: 17 vragen aan mij

Onlangs werd ik door wel 2 (!) collegabloggers genomineerd voor de Liebster Award. En nee, ik had er zelf ook nog nooit van gehoord. De Liebster Award is een virtuele award voor en door bloggers. Hij gaat al jaren rond in pixels, en het is bedoeld om de persoon achter de blog beter te leren kennen. Je kunt genomineerd worden als je voorganger jouw blog waardeert, inspirerend vindt of jouw blog om welke reden dan ook in het zonnetje wilt zetten. Diegene bedenkt 11 vragen die ik dan weer moet beantwoorden. Vervolgens aan mij de eer om ook enkele bloggers te nomineren. Dit hoeven natuurlijk geen foodbloggers te zijn, andere blogs doen net zo goed mee. 

Wat ontzettend lief dus dat zowel Liesbeth (van liesbethbooij.com) & Anouk (van Anouk’s kookboek) mij binnen 2 weken tijd nomineerden. Anouk heb ik inmiddels enkele keren in reallife ontmoet, en wat is het toch een fijne en gezellige meid! Liesbeth volg ik al een tijdje op social media maar heb ik nog niet in levende lijve ontmoet. Het verbaasde me wel dat zij me nomineerde, gezien haar blog over sportvasten & gezonde voeding gaat. Dat is voor mij een semi-ver van mn bed-show natuurlijk. Nu ben ik wel sinds een half jaar weer goed aan het sporten en gezondere voeding aan het eten, maar dat is niet het hoofddoel van mijn blog natuurlijk. Maar goed, hoe dan ook, echt ontzettend bedankt voor jullie nominatie, meiden!

De vragen:

Gezien ik dus 2 x 11 vragen kreeg, is mijn lijstje ietsje langer. Enkele vragen kwamen overeen dus die heb ik samengepakt. Zie mijn antwoorden hier beneden:

  1. Wie ben jij? Hoe zou je jezelf omschrijven? Ik ben Inge, 30 jaar en woonachtig in Geleen samen met Pim en mijn 2 britse kortharen Louis & George. Ik zou mezelf willen omschrijven als vrolijk, nuchter, zorgzaam, sociaal, redelijk creatief, meestal slim, pragmatisch & chipsverslaafd. Er zijn vast nog meer kenmerken, maar die zijn minder positief dus die laat ik voor het gemak maar even achterwege 😉
  2. Waarom dacht jij ik begin een blog? Wat wil je met je blog bereiken? Inmiddels zo’n 1,5 jaar geleden zat ik qua werk even in een dip. Ik zat niet op de juiste plek en had daar niet genoeg te doen om de tijd voorbij te krijgen. Na meermaals vragen kreeg ik ook niet meer te doen. Ik was ongelukkig en ging met tegenzin naar mijn werk. Zo ging ik op werk steeds vaker recepten uitzoeken en op tijd naar huis zodat ik een vervelende dag kon afsluiten met lekker eten. Omdat ik ook thuis merkte dat ik even niets meer had om te doen in mijn vrije tijd dacht ik, waarom ga ik die recepten die ik uitzoek (en vervolgens mijn eigen draai aan gaf) niet digitaal uitwerken? Het probleem dat ik namelijk heb dat ik recepten niet kan onthouden. Vervolgens was de stap naar een online blog natuurlijk snel gemaakt, want waarom zou ik mijn recepten niet delen en potentieel ook andere mensen blij maken? Echt een specifiek doel met mijn blog heb ik niet. Ik vind het leuk om te doen maar het kost ook veel tijd naast mijn toch al 40u durende werkweek (die inmiddels wel weer leuk is trouwens) en andere hobby’s die ik inmiddels heb opgepakt (waaronder zingen bijvoorbeeld). Uiteraard vind ik het tof om te groeien met mijn blog, maar om echt groot te worden zul je er meer tijd in moeten steken dan ik nu heb. Bovendien is er natuurlijk veel ‘concurrentie’ waardoor het sowieso niet makkelijk is om echt je werk van bloggen te maken. Toch zou ik het wel tof vinden om over enkele jaren mijn werk van koken te maken. Of dat perse via een blog is, dat weet ik niet zeker. Wellicht begin ik wel een kleine lunchzaak of iets dergelijks. Zolang ik maar met eten blijf werken, ben ik blij. 
  3. Welk recept komt maar steeds niet op je blog omdat er een ander recept steeds voor in de plaats komt? Ik heb een ‘backlog’ van bijna 100 gerechten die ik heb gemaakt of nog wil maken, en deze wordt nog met de week langer. Het gerecht wat als langste in de backlog staat zijn chocolade tartlets met gezouten karamel. Deze heb ik eerder gemaakt (voordat ik een blog had) en waren zo ontzettend lekker dat ik ze graag nog eens maak. Ik kom er maar niet aan toe.
  4. Waar mogen ze jou s’nachts voor wakker maken? Wat is jouw guilty pleasure? Nou, ik denk dat vraag 1 dat al wel enigszins verklapt had. Ik hou echt zo ontzettend van chips. De combinatie van het zout met een knapperige, dat doet iets met me. Een van de redenen dat ik ook enkele kilo’s te zwaar ben. Liefst eet ik elke dag een bakje chips, maar ik heb met mezelf de afspraak om het bij 1 bakje per week te houden. Pim helpt me hier gelukkig enorm bij want moeilijk is dat wel! Maar s’nachts wakker maken voor chips? Dat zou ik niet proberen.. ik hou van slapen!
  5. Ben je team Koffie of team Thee? Das een lastige, want ik ben het eigenlijk allebei niet. Ik drink op het werk 1 kopje cappuccino elke ochtend, en thee eigenlijk alleen als ik met een bepaald groepje vriendinnen afspreek. Dus of ik dan echt in een team val, dat zou ik niet durven zeggen. Dan ben ik eerder team Spa-Touch of Perzik, die is zo lekker!
  6. Welke gadget die jij hebt moeten wij ook absoluut hebben? Toen ik net mijn blog begon kreeg ik van vriendlief het ultieme foodie-kado: een keukenmachine van KitchenAid. Ik was helemaal in shock want die dingen zijn absoluut niet goedkoop. Maar ik ben er tot op de dag van vandaag nog steeds extreem blij mee. Zoek je een goedkoper gadget, dan zou ik voor de mandoline gaan. Zo fijn als je hele dunne plakjes nodig hebt, dat krijg ik met de hand echt niet gesneden hoor. 
  7. Wat vind je het leukste aan bloggen en wat het minst leuke? Het minst leuke heb ik snel beantwoord: de tijd en moeite die het kost om je blog bij te houden op social media. Ik hou van social media maar ik hou ook van een offline leven. Wat mij betreft mogen die twee heel goed in balans zijn. Het gebeurd dan ook regelmatig dat ik urenlang niet op mijn telefoon kijk, simpelweg omdat ik offline iets leuks aan het doen ben. Helaas kost het bijhouden van je social contacten veel tijd. Als je bijvoorbeeld op Instagram niet actief genoeg post en ook niet actief genoeg zelf andere mensen terugliked, dan gaan mensen je ontvolgen en zul je nooit groeien. Gelukkig zal je trouwe achterban en close foodie-friends je niet snel ontvolgen. Ik denk trouwens ook dat ik dat het leukste vindt, het contact hebben met andere foodies, elkaar inspireren, van elkaar leren, maar zeker ook het contact met de trouwe achterban. Ik word zo ontzettend blij als iemand foto’s stuurt van mijn recepten die hij/zij nagemaakt heeft. Dat geeft me een ontzettende boost.
  8. Wie is jouw proefpannel bij het bakken of koken? Dat is meestal Pim, de lucky bastard. Heel soms neem ik ook wel eens iets mee naar het werk als ik taart heb gebakken en soms kook ik wel eens voor vrienden of familie. Maar meestal voel ik me te erg opgelaten om foto’s te maken als ik vrienden of familie over de vloer heb, dus echt nieuwe recepten gaan meestal eerst langs Pim.
  9. Welke website check jij ’s ochtends als je wakker wordt als eerste? Waar haal jij je inspiratie voor je blogs vandaan? Ik wordwakker en ga naar bed met Instagram. Ik vind het heerlijk om urenlang te scrollen op zoek naar inspiratie. Op Instagram volg ik namelijk voornamelijk andere foodies. De inspiratie die ik daar opdoe is zowel voor nieuwe recepten, maar ook voor opmaak en styling van de foto. Nou hou ik het hier het liefst echt bij scrollen, elke (goede) foto liken doe ik niet (zie vraag 7). Ook kijk ik graag kook-programma’s waarvan Masterchef Australia mijn favoriet is. Of ik hier echt inspiratie vandaan haal, dat weet ik niet zo goed. Het gebeurd vaak heel spontaan dat ik iets bedenk, als ik bijvoorbeeld in de auto zit of onder de douche sta. Dan sla ik gelijk een concept bericht op zodat ik het niet vergeet (vandaar die backlog van 100 items).
  10. Ben jij de enige in de familie met het kook en bakvirus? Zover ik weet wel. De meesten vinden af en toe koken of bakken wel leuk, maar niet te vaak, niet te moeilijk en zeker niet te lang. 
  11. Welk gerecht op jouw website zou je graag in het zonnetje willen zetten? Oef, das een lastige. Ik heb veel recepten waar ik stiekem best trots op ben, die ik helemaal zelf verzonnen heb (dus geen ander basisrecept gebruikt) of die gewoon verdomd lekker zijn. Het gerecht dat mij misschien wel het meest dierbaar is, is deze advocaattaart, omdat ik het echt fantastisch vond dat ik dit samen met oma kon doen.
  12. Waar komt je passie voor het onderwerp van je blog vandaan? Ook dat vind ik een lastige vraag. Dat is er eigenlijk een beetje bij ingeslopen door de jaren heen. Ik was vroeger een lastige eter, in de trant van ‘wat de boer niet kent, dat vreet ie niet’. Toen ik op studentenkamers ging wonen, moest ik natuurlijk eten wat de pot schafte. Zodoende ging er een wereld voor me open en leerde ik steeds meer gerechten kennen die ik notabene lekker vond. Ik ging dus ook steeds vaker zelf experimenteren met nieuwe gerechten. Dat is gedurende de jaren alleen maar meer en meer geworden.
  13. Is bloggen je werk of doe je nog iets naast je blog? Ik werk dus fulltime in de ICT, als teamlead van een groep software testers. Daarnaast zing ik elke dinsdagavond in een popkoor en sport ik (sinds kort weer) regelmatig. Omdat ik jaren in Eindhoven heb gewoond heb ik daar nog vrienden wonen die ik regelmatig bezoek, naast natuurlijk familie en vrienden in het zuiden. Bloggen is dus voor mij echt iets wat ik in mijn vrije tijd doe, meestal plan ik 1 dag in het weekend voor mijn blog. Pim heeft dan een dagje voor zichzelf en ik ga lekker koken of bakken. Dat lukt niet elk weekend natuurlijk, afhankelijk van andere activiteiten.
  14. Hoe ziet de perfecte dag er voor jou uit? Haha nu ga ik door de mand vallen. Stiekem ben ik namelijk liever lui dan moe. Op mijn ideale dag slaap ik dus liefst urenlang uit. Ofja, meestal word ik wel vroeg wakker maar dan vind ik het heerlijk om nog lekker na te doezelen in bed. Dan vind ik het daarna leuk om even erop uit te gaan, even ergens de stad in ofzo. Dan ga ik een hapje eten met Pim en eindigen we lekker tegen elkaar op de bank onze favoriete series kijkend (met bakje chips of course).
  15. Wat is je levensmotto (als je er een hebt natuurlijk) Ik heb niet perse een levensmotto maar als ik dan toch iets moest noemen denk ik dat ‘doe geen dingen die je ongelukkig maken’ wellicht het belangrijkste is wat ik de afgelopen jaren geleerd heb.
  16. Waar wordt je echt blij van? Er is veel dat mij blij maakt, van hele kleine dingen tot grote dingen. Van een kusje en knuffel van Pim tot een mooie reis. 
  17. Wat is je grootste droom? Een culinaire (wereld)reis maken, waarin je dus in elk land echt op zoek gaat naar de culinaire gewoontes van dat land. Nu zit een wereldreis er niet in, dus ik maak er intussen maar losse tripjes van. Ik heb al redelijk wat landen afgestreept maar er zijn er nog zo veel te gaan! Dus die droom is voor een klein percentage al werkelijkheid geworden, en wordt met het jaar meer werkelijkheid. Next stop: Argentinië!

And the nominees are:

Ik mag dus nu ook enkele bloggers nomineren, die mij om welke reden dan ook inspireren. Hieronder mijn nominaties:

Andrea van AnniePannie: omdat ze als persoon net zo vrolijk en kleurrijk is als haar blog.

Wendy van W3ndelicious: omdat ze de prachtigste foodfoto’s maakt (en ook uit Geleen komt).

Danique van EliteLife: omdat ik het ontzettend stoer vind wat ze bereikt heeft op haar jonge leeftijd.

Luuk van Luukskitchen: omdat ik het gaaf vind hoe hij zich als foodblogger heeft weten te ontwikkelen in een korte tijd.

Rosemarijn van uit de keuken van Roos: omdat ze de prachtigste zoete creaties maakt.

Mijn vragen aan jullie:

  1. Wat ligt er standaard in je koelkast?
  2. Wat is je favoriete kookboek?
  3. Uit welke keuken kook je het liefst?
  4. Wat is je favoriete vakantiebestemming?
  5. Met welk gerecht win jij iemand’s hart?
  6. Wat is je favoriete seizoen qua eten/ingrediënten en waarom?
  7. Waar ben je het meest dankbaar voor?
  8. Van welke foodie zou jij graag eens een kookworkshop volgen?
  9. Als je een toverdrankje kon krijgen, die jou een nieuwe eigenschap/vaardigheid zou geven, wat zou je dan kiezen?
  10. Hoeveel tijd spendeer je in jou blog en wat doe je er nog naast?
  11. Welk eten zouden ze uit de supermarktschappen mogen halen volgens jou en waarom?

De spelregels:

  1. Bedank de persoon die jou heeft genomineerd
  2. Post een link naar zijn of haar blog
  3. Zet een foto van de award op je blog
  4. Beantwoord de vragen van de persoon die jou heeft genomineerd
  5. Nomineer 5 tot 11 blogs 
  6. Bedenk 11 nieuwe vragen voor de bloggers die je zelf nomineert
  7. Informeer de bloggers die je zelf hebt genomineerd en bezorg hen de link van je eigen blogpost
  8. Kopieer deze regels in je eigen blogpost

Norman Musa perslunch

Vorige maand werd ik door Kroon op het Werk & Marketing for Foodies uitgenodigd op de perslunch die Norman Musa gaf in de Markthal in Rotterdam. Voor mij was dit de eerste keer dat ik voor zo’n event werd uitgenodigd sinds ik blog dus ik heb deze kans met beiden handen gegrepen en vrij gevraagd van mijn werk. Norman Musa is een Brits Maleisische chefkok die al meerdere kookboeken op zijn naam heeft staan en ook al meermaals in TV programma’s verschenen is. Ik zeg ‘Brits Maleisisch’ maar eigenlijk is het gewoon een volbloed Maleisische man hoor. Hij woont en werkt echter al enkele jaren in de UK.

Als groentje had ik natuurlijk geen flauw idee wat ik me moest voorstellen bij een perslunch en ik was dus erg blij toen ik erachter kwam dat een aantal medefoodies, die ik laatst al ontmoette tijdens de foodieslunch georganiseerd door Debs Bakery & Kitchen, ook erheen gingen. Omdat ik natuurlijk niet wekelijks in Rotterdam kom, besloot ik ietsje eerder te gaan zodat ik nog even door de markthal kon slenteren, opzoek naar allerlei lekkers voor het avondeten. Rond 12u begon de perslunch in restaurant Wah Nam Hong, dat zich op de eerste verdieping van de aziatische supermarkt bevindt in de Markthal.

Bij aankomst bleek Norman al te zijn begonnen met zijn kookdemo, dus we sloten snel aan bij de rest van de aanwezigen om te zien hoe hij roti canai maakte. Roti canai is een Maleisisch platbrood dat vaak wordt geserveerd bij curries. Helaas was het deeg al klaar dus ik heb niet gezien hoe dit gemaakt werd (hoewel ik wel het recept gekregen heb, dus hij staat op mijn todo-lijstje). Maar het deeg uitrollen is al een ware kunst, zo blijkt uit de handelingen van Norman. Natuurlijk mochten we de roti proeven en jawel hoor, heerlijk ‘flaky’ brood zoals je verwacht van een roti. Ik hou ervan! Nadat Norman liet zien hoe je de roti canai maakt, ging hij verder met andere gerechtjes. Zo maakte hij ook o.a. chicken wings, broodje kip, noodles en spring rolls. Hoewel ik de Maleisische keuken niet goed genoeg ken om te oordelen of dit ook echt authentieke gerechten waren, moet ik zeggen dat ze me stuk voor stuk goed gesmaakt hebben.

Helaas was de middag lichtelijk chaotisch. Er was niet echt een vast programma, Norman ging van hot naar her (logisch ook, want iedereen wilde aandacht van hem), de hapjes kwamen van her en der (en je moest soms even sprinten om er een te bemachtigen) en er was ook niet echt een duidelijk einde aan de middag. Desalniettemin heb ik genoten die dag. Heerlijke hapjes gegeten, bijgekletst met de andere bloggers (Debbie, Andrea, Tessa & Hilde) en fijne nieuwe mensen ontmoet. Zo ontmoette ik ook de 2 heren van De Barossa, die ons enkele heerlijke wijnen lieten proeven (okee, ik dronk maar 1 glaasje want ik was met de auto). De wijnen die de heren schonken zijn speciaal uitgezocht voor het diner dat Norman Musa serveert in zijn Supper Club. De Supper Club is een pop-up restaurant dat een 5-gangen Maleisisch diner serveert (met winepairing dus!). De volgende Supper Club vindt op 2 & 3 maart aanstaande plaats in datzelfde restaurant in de Markthal. Wil je erbij zijn? Aanmelden kan via deze link. Geen zin of tijd voor een 5-gangen diner? Van 1-4 maart is er ook een pop-up tapas restaurant, waar Norman Maleisische tapas serveert. Meer informatie hierover vind je via dezelfde link. Kun je dat weekend niet? Niet getreurd, zoals je ziet via de link komen de nog meer weekenden waarin Norman Musa Nederland probeert te veroveren met zijn Maleisische gerechten.

Al met al dus toch een leuke middag gehad. Ben ik echt veel wijzer geworden van de Maleisische keuken? Mwoah, niet echt. Ben ik enthousiast geworden over de Maleisische keuken? Dat was ik al, en ben ik nog steeds. Ik wil absoluut graag meer leren van deze keuken. Is Norman Musa een fijne vent? Jazeker, de hele middag heeft hij met een glimlach staan koken en alle vragen lopen beantwoorden. Is zijn eten lekker? Jazeker, alle gerechten die ik geproefd heb smaakten me stuk voor stuk. Of het echt zoveel beter was dan dat ik zelf zou kunnen, dat weet ik nog niet helemaal. Maar misschien zegt dat dan weer iets over mijn kunnen natuurlijk (knipoog ;)).

 

Nostalgie en eten: Knoeien met Inge

Anne-Marie van de blog ‘My Happy Kitchen’ vroeg me onlangs een paar vragen te beantwoorden over ‘nostalgie en eten’. Wat vond ik dat ontzettend leuk om te doen. Iedereen heeft veel leuke herinneringen van vroeger, maar toch stond ik niet altijd stil bij hoeveel van die herinnering verbonden waren met eten. Van mijn lievelingseten van vroeger, tot de traktaties op school, er kwam vanalles bij me naar boven toen ik over nostalgie en eten ging nadenken. Interesse om mijn nostalgische food-memories te lezen? Het artikel van Anne-Marie vind je hier.

Mijn Eindhoven: 9 favoriete hotspots

Zoals sommigen van jullie wellicht al weten ben ik onlangs terug naar mijn Limburgse roots verhuist. Na bijna 12 jaar in Eindhoven te hebben gewoond laat ik deze mooie plek achter met alleen maar mooie herinneringen. Eindhoven, s’Nederlands lichtstad, ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Want nee, echt mooi is de stad niet. Dat heeft hij te danken aan de oorlog, waar alle mooie oude gebouwen platgebombardeerd zijn. Na de oorlog is de stad weer opnieuw gebouwd, maar helaas was de smaak in architectuur van die tijd niet echt je-van-het. Toch heb ik er bijna 1/3e van mijn leven met ontzettend veel plezier gewoond. Want een stad gaat niet alleen om het plaatje, maar vooral om het gevoel. En dat gevoel, dat zit wel goed. Overal wordt je met de Brabantse gezelligheid onthaald en wordt er tot in de late uurtjes, arm-in-arm, Guus Meeuwis gezongen. Natuurlijk woon ik niet aan de andere kant van de wereld en zal ik nog regelmatig terugkeren. Maar toch vond ik dat ik Eindhoven niet kon verlaten zonder mijn versie van ‘een ode aan Eindhoven’ aan jullie te presenteren. Hierbij deel ik dan ook graag mijn favoriete plekken in Eindhoven. Wat is jou fijnste plek in Eindhoven?

 

The Trafalgar pub

De Trafalgar pub is denk ik de eerste foodie hotspot die ik ontdekte toen ik 12 jaar geleden in Eindhoven kwam te wonen. Dit Britse restaurant is gelegen aan de Dommelstraat en is 7 dagen per week geopend. Ik denk dat ik er alle dagen van de week, op allerlei tijdstippen wel eens ben geweest, en alle keren was het hele restaurant zo goed als vol. Perfect voor een fijn avondje eten met vrienden, maar zeker ook voor een borrel want op vrijdag na werktijd staat de halve zaak vol met ‘vrijmibo-ers’. In de zomer hebben ze een kleine achtertuin waar je prima van vertoeven, maar ook binnen waan je je in gezellige sferen doordat het restaurant qua inrichting meer richting het bruin cafe gaat. Hun menukaart heeft in die 12 jaar tijd maar kleine veranderingen ondergaan, wat wat mij betreft betekent dat het menu gewoon goed is. De grootste winnaar van hun menu zijn de boontjes die ze bij vrijwel alle hoofdgerechten serveren. Ik heb het geheim nog niet kunnen ontdekken, maar nergens anders eet ik zulke lekkere boontjes. Qua hoofdgerechten is mijn favoriet absoluut de fish & chips, simpel maar doeltreffend. Verder vind je enkele britse ‘pies’ op hun menu, maar ook o.a. een prima beenhammetje & burger. Superculinair zijn de gerechten zeker niet, maar prijs/sfeer/kwaliteit verhouding is absoluut een van de betere want prijzen van de hoofdgerechten varieren van €8,75 tot €14,50

Foto van www.thetrafalgarpub.nl

De Burger

Een restaurantje in dezelfde prijsklasse als zijn voorganger is De Burger. Dit kleine, in de Kerkstraat gelegen, enigszins hipster plekje serveert… tatata.. burgers. Reserveren doen ze niet aan dus het is altijd maar de vraag of je plek hebt. Ik ben helaas al een aantal keren teleurstellend weer naar buiten gelopen omdat er nog 4 wachtenden voor me waren. Afhalen kan dan weer wel, dus als je geen zin hebt om te vechten voor een plekje, dan neem je je burgertje gewoon lekker mee naar huis. Ze hebben burgers in alle soorten en maten, van 60 gram tot 280 gram (echte dude-food) en ze hebben allerlei soorten burgers gemaakt van zalm, portobello, kip, beef, lam of kalf met allerlei mogelijke toppings die je maar kan verzinnen. Zo kan vrijwel ieders burgerwens vervult worden en voor mensen die op dieet zijn serveren ze zelfs je burger op een salade in plaats van een broodje. Als je echte honger hebt, kun je er nog frietjes bij bestellen. De prijzen van de burgers variëren van €7,50 tot €14,50 (excl. frietjes).

Foto van www.eindhoven-now.nl

Cooks

Schuin tegenover de Burger vind je eetcafe Cooks. Naast diverse tapas serveren ze ook a la carte gerechten en wisselende specials. Voor ieder wat wils, want ook bij de verschillende a la carte gerechten kun je kiezen uit 3 bijgerechten. Ik heb hier nu een aantal keer gegeten en telkens zeer verrast door smaakvolle gerechten. En dan bedoel ik niet, gewoon lekker, maar echt bomvol flavour. Voor de prijs die je ervoor betaald vind ik het dan ook zeker een favoriet die terecht in mijn lijstje hoort. Enige puntje van kritiek is dat ze relatief weinig personeel hebben, waardoor het soms wat langer kan duren eer je wijntje wordt bijgevuld als het druk is. Maar dat is natuurlijk te verhelpen door gewoon eerder je nieuwe drankje te bestellen. Nee, maar serieus, fijne sfeer, goed eten, prima prijsje. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €14,50 tot €19,50.

Foto van www.eetcafecooks.nl

Ons

Een paar deuren verder dan Eetcafé Cooks ligt Ons. Geen culinair hoogstandje, maar zeker wel smakelijk eten. Hier serveren ze het type eten dat ik zelf ook graag kook; gevarieerd maar normaal eten met een vleugje hipster. Oftewel; kipsaté met pruim-chilisaus in plaats van satesaus, een quinoa-burger met mint yoghurt en sjalot-truffelconfituur en kabeljauw met groene curry. Ook de vegeratiër komt hier ruim aan bod. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €10 tot €18 en wat mij betreft dus prima prijzen voor wat je ervoor krijgt.

Foto van www.ons.nu

Valenzia

Valenzia is het nieuwste eetplekje in dit rijtje. Dit ‘MediterrAsian’ restaurant heeft Spaanse & Aziatische invloeden en is het jongere zusje van Michelinster-houdend restaurant Zarzo. Het menu bestaat uit voor-, tussen-, hoofd- en nagerechten die zo bereid zijn dat je ze ook als tapas kunt eten. Oftewel; delen met je mede-eters. De tapasgerechten verschillen ontzettend van elk ander tapasrestaurant die ik tot nu toe geproefd heb in Eindhoven, waardoor dit restaurant zich zeker onderscheid. Zo krijg je bijvoorbeeld dim sums van rendang, krokant Indiaas brood met chorizo & gerookte aubergine, Iberico spareribs en flensjes met peking eend. De prijs is helaas aan de mindere kant, voor een fles wijn betaal je al gauw €30 en de hoofdgerechten kosten gemiddeld €20 terwijl de porties niet te absurd groot waren. Daarentegen was al ons eten wel echt ontzettend smaakvol bereid en ook zeker een unieke beleving in dit altijd volle restaurantje. De sfeer is prima en de ober benadrukte herhaaldelijk dat we vooral ‘tranquillo’ moesten doen. Wij gingen in elk geval voldaan naar huis. Het is dus zeker een aanrader, maar gezien de prijs beter geen wekelijks terugkerend event van maken. En mocht je nou zo rustig hebben gegeten dat je pas tegen een uur of 23 het restaurant uitrolt, kun je zo doorrollen de kroeg in want Valenzia bevind zich aan het einde van Stratumseind.

Foto van www.tripadvisor.nl

Gusto 040

Een stuk verderop richting het zuiden, net op de ring, ligt Gusto040. Per toeval kwam ik er een keer terecht, want ik kom ten eerste niet zo vaak aan die kant van Eindhoven, en zou ten tweede al niet zo snel op zoek gaan naar een restaurantje buiten de ring. Maar ik werd aangenaam verrast door de fijne, ietwat hipster sfeer dat de tent uitstraalt. Het plafond zit volgespijkerd met perzische tapijtjes en enkele tafels en stoelen komen zeker weten van de rommelmarkt. De fijne sfeer en de smaakvolle, niet alledaagse gerechten zorgen ervoor dat dit plekje dan ook een van mijn favorieten is. Op het menu vind je tapas gerechten, die tevens ook als voorgerecht gekozen kunnen worden, als ook 9 hoofdgerechten. Een lekker kleine kaart, daar hou ik van. Ik heb namelijk nogal eens last van keuzestress, dus hoe minder keuze, hoe beter. Bovendien kun je beter in enkele dingen uitblinken, dan overal maar een beetje goed in zijn. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €16 tot €22.

Foto van www.tripadvisor.nl

Afghani & Zo

Direct langs de dommel, precies op de rand van Eindhovens echte centrum, ligt Afghani & Zo. Eenmaal binnen begeef je je al snel in Oosterse sferen met fijn ingerichte ruimtes en enorm vriendelijk personeel. Deze gemoedelijke plek serveert Perzische fusion gerechten door middel van een duurzaam concept. Iedere week is er een nieuw weekmenu dat bereidt wordt met verse producten waarvan zo min mogelijk verspild wordt. Als gast krijg je de keuze tussen dit weekmenu of een ‘tafeltje vol’, waarbij ook altijd een vegetarisch gerecht mogelijk is. Tafeltje vol is simpelweg een schaal vol lekkers op tafel om te delen met iedereen, zoals heerlijk bereide pompoen, spinazie, en 2 vleesgerechten, begeleid door rijst, tzatziki en natuurlijk heerlijke naan. Uiteraard is er bij Tafeltje vol ook de mogelijkheid om het voor- en nagerecht van het weekmenu toe te voegen. De gerechten zijn absoluut smaakvol en vult meer dan voldoende, en is weer eens iets anders dan kipsaté met friet. Het leukste voor mij is dat dit restaurant is opgericht door een thuiskok/foodblogger, dus ik heb nog wat te dromen voor de toekomst. De prijzen variëren van €22,50 voor het weekmenu tot €25,00 voor een tafeltje vol.

Foto van www.afghani.nl

Van Moll

Niet om te dineren, maar wel om uitgebreid te borrelen. Van Moll ligt aan de Keizersgracht en was de eerste Eindhovense brouwerij dat in 2013 hun deuren opende. Ze noemen het zelf de ‘brewpub’; of ook wel brouwerij met proeflokaal. Beneden in de kelder, die je vanuit het voorste deel van de pub kunt aanschouwen door de schuine glazen wanden, wordt het bier gebrouwen. Boven wordt het rijkelijk geschonken. De menukaart is uitgebreid, voor elke smaak een biertje. Zelfs de niet-bierdrinkende mens zal hier zeker weten een biertje tussen vinden die hem toch wel kan bevallen. De pub oogt knus en modern, met een vleugje hipster door de oude schoolstoeltjes en de retro bank bij de ingang. Als het lekker weer is staan er voor de pub enkele bierbanken, waardoor je ook in het zonnetje kan genieten van een echt Eindhovens witbiertje. Wat mij betreft in Eindhoven de leukste plek voor een vrijmibo, een afzakkertje of gewoon een goede avond ‘ouwehoeren’ met je maten.

Foto van www.vanmolleindhoven.nl

Intelligentia ICE

In het steeds hipper wordende Strijp-S ligt Intelligentia ICE. Hier krijg je de allergekste maar zeker ook allerlekkerste smaken ijs. En ze zijn ook nog eens heel genereus met hun bollen. Ik kan het zelf nooit laten om maar 1 bolletje te nemen, dus ik kies er altijd twee maar mijn ogen zijn tot nu toe altijd groter gebleken want ik heb de ijsjes nog nooit opgekregen, zo groot zijn de bolletjes. De smaken lopen uiteen, zo heb je het nog nooit gezien. Van framboos-rozemarijn tot saffraan-pijnboompitijs, en van citroen-thaise basilicum tot ook ‘gewoon’ salty karamel. Ik hou ervan! En als je dan toch in Strijp-S bent, loop dan ook even rond op de leidingstraat en de straten eromheen. Daar liggen nog meer leuke kleine winkeltjes en hippe eettentjes die ik nu niet genoemd heb maar zeker een bezoekje waard zijn! Bezoek dan het liefst op een 3e zondag van de maand, want dan is er ook Feel Good festival op Strijp-S dus nog meer food en shopplezier.

Foto van www.culy.nl