Eieren in pittige saus (sambal goreng telor)

Sambal Goreng Telor, of ook wel eieren in pittige saus genoemd, is een Indonesisch gerecht wat ik zelf graag serveer bij een Indische rijsttafel. Omdat het vegetarisch is, is het geschikt voor (bijna) iedereen aan tafel en het is een leuke afwisseling van al het vlees en koolhydraten. Ik eet sowieso graag gekookte eieren, en al helemaal als er een lekkere saus bij zit. Dikke pluspunten voor je macro’s, die eieren (okee, de kokosmelk en olie maakt het geheel dan weer ietsje minder gezond).

Je kunt deze eieren dus als een onderdeel van je rijsttafel serveren, maar wat mij betreft kan het ook zo als avondmaaltijd. Serveer er bijvoorbeeld nasi kuning bij met sajoer boontjes en je hebt een volledige (vegetarische) maaltijd te pakken. Hoe dan ook, ik ben fan en ga het zeker vaker maken. Je kiest zelf hoe pittig je het maakt door meer of minder peper en of sambal toe te voegen. Heb je het extreem pittig gemaakt, dan is deze zoetzure komkommer er natuurlijk lekker bij om het geheel te blussen.

Bereidingstijd: ~30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ~3-6 personen:
  • 6 eieren
  • 3 sjalotjes
  • 3 tenen knoflook
  • 1 rode peper
  • 1 tl bruine basterdsuiker
  • 2 el sambal
  • 1 tl laoskruiden
  • 1 tl trassi (garnalenpasta)
  • 160 ml kokosmelk
  • 1 citroengras stengel
  • 1 laurier blad (of salam)
  • olie
  • zout

Stappenplan:

Kook de eieren in een pan met water in zo’n 12 minuten hard. Giet af en laat ze schrikken door met koud water te spoelen.

Pel de sjalot en de knoflook. Snij in grove stukken. Doe hetzelfde met de peper. Afhankelijk van je smaak kun je de zaadjes in de peper laten of eruit halen, hoe meer je erin laat zitten hoe pittiger het gerecht wordt.

Doe de sjalot, knoflook en peper in een keukenmachine en maal fijn. Heb je geen keukenmachine, dan kun je het ook met de hand fijnsnijden of bijvoorbeeld raspen of in de vijzel fijnstampen.

Zodra de eieren zijn afgekoeld pel je ze en dep je ze droog met keukenpapier.

Verhit een wok met een flinke scheut olie en bak hierin de eieren rondom lichtbruin. Laat uitlekken op keukenpapier.

Draai het vuur lager en laat de olie ietsje afkoelen.

Doe het sjalot/peper mengsel in de wok, alsook de trassi en de laos en ook een flinke snuf zout. Fruit dit enkele minuten aan op middellaag vuur.

Voeg de suiker toe en roer kort door. Voeg dan de kokosmelk en de sambal toe. Naar smaak kun je meer of minder toevoegen. Hoe meer, hoe pittiger uiteraard. Je kunt ook later nog wat extra sambal toevoegen.

Kneus intussen de citroengras met de achterkant van je mes. Kneuzen van citroengras zorgt ervoor dat de smaken vrij komen.

Doe de citroengras en laurier ook in de wok erbij en roer alles door elkaar. Laat zo’n 5 minuten sudderen.

Voeg dan de eieren toe en laat dit ook nog 10 minuten sudderen. Schep af en toe de eieren om en de saus over de eieren.

Hoe langer de eieren in pittige saus liggen, hoe sterker de smaak van de eieren wordt uiteraard. Proef of je nog extra sambal wilt toevoegen of niet.

Serveer de eieren warm of koud.

Smakelijk!

Zoete aardappel zuurkool soep

Deze zoete aardappel zuurkool soep had ik never nooit zelf verzonnen. Dat durf ik heel eerlijk toe te geven. Wie bedenkt zich nou om zuurkool in je soep te doen? En al helemaal samen met zoete aardappel en kerrie? Ik dus echt niet. Het idee van deze soep ontstond toen ik onlangs ging uiteten bij ‘Dinner in Motion‘. Een van de gangen die tijdens deze avond geserveerd werden was een zoete aardappel zuurkool soep met kerrie en chili. En die soep was toch zo verrassend lekker! Dat moest ik een keer zelf uitproberen.

Uiteraard had ik geen recept gekregen van de soep maar een echte foodblogger heeft dat natuurlijk niet perse nodig. Ik wist ongeveer welke ingrediënten in de soep zaten en de rest verzon ik zelf. Het is dus zeker niet een 100% kopie van de soep die ik in Eindhoven at, maar hij komt zeker dichtbij. Ik vind hem lekker en ook origineel! Perfect dus ook voor een etentje, dan hoef je niet weer pompoen-, tomaten- of champignonsoep op tafel te toveren.

Bereidingstijd: ~30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ~6-8 kommen:
  • 500 gram zuurkool
  • 2 zoete aardappels
  • 1 witte ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 rode peper
  • 3 tl kerriepoeder
  • 1,5 liter groentebouillon (van tablet)
  • 150 ml kookroom
  • 4 plakjes prosciutto
  • een handjevol peterselie
  • 2 sneetjes brood of een handvol croutons
  • peper en zout
  • olie
Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 175°C.

Pel en snipper de ui en knoflook. Schil ook de zoete aardappels en snij in grove blokjes. Ontdoe ook de rode peper van de zaadjes en snij grof.

Doe de prosciutto op een met bakpapier beklede bakplaat en beleg weer met bakpapier. Zet er iets zwaars op en zet het geheel in de oven. Zo blijft je prosciutto plat tijdens het bakken.

Bak de prosciutto in ongeveer 15 minuten krokant.

Verhit een grote soepketel met een scheutje olie en fruit hierin de ui en knoflook met een snuf zout.

Bak de kerrie en rode peper ongeveer 2 minuten mee en doe vervolgens de zoete aardappelblokjes erbij.

Na ongeveer een minuutje doe je de zuurkool en de bouillon erbij in de soepketel en breng je het geheel aan de kook.

Laat de soep zo’n 10-15 minuten koken, totdat de zoete aardappel zacht is.

Indien je zelf croutons maakt, snij dan sneetjes brood in kleine blokjes. Verhit een pan met olie en bak hierin de blokjes brood goudbruin. Laat uitlekken op keukenpapier en bestrooi vervolgens met zout.

Pureer de soep met een staafmixer tot hij helemaal glad is en voeg de room toe. Je kunt meer of minder room gebruiken, afhankelijk van hoe romig je je soep wilt natuurlijk. Hoe minder room, hoe gezonder uiteraard. Je kunt ervoor kiezen om de soep te zeven als je hem helemaal glad wilt hebben, maar dit hoeft niet perse.

Breng de soep, indien nodig, verder op smaak met peper en zout.

Serveer de zoete aardappel zuurkool soep met de croutons, krokante prosciutto en verse peterselie.

Smakelijk!

Val Dieu salade met Limburgse stroop vinaigrette

Man, wat ben ik toch een fan van warme kaas. Een gebakken camembert bijvoorbeeld bij een borrelplankje, daar kun je me bijna voor wakker maken (maar niet echt hoor, want dan doe ik je wat!). Uiteraard hoort er op menig pasta of mexicaans gerecht ook lekker veel kaas thuis. Maar ook in een salade kun je heerlijk een warm kaasje serveren. Een Val Dieu kaasje is hier perfect voor. Deze Val Dieu salade met Limburgse stroop vinaigrette is echt to-die-for als je het mij vraagt. Okee, niet perse de gezondste salade, maar wel echt heerlijk! De gegrilde peer maakt het lekker zoet en sappig, en de krokante prosciutto, verse groentjes en pijnboompitten maken het geheel knapperig.

Ik maakte er een Limburgse stroop vinaigrette bij, natuurlijk omdat dat gewoon lekker is. Een zoete dressing is een goede tegenhanger van de romige, zoutige kaas. Ik kan me niet anders herinneren dan dat stroop en kaas hand in hand gaan. Ik kreeg mijn boterham met kaas vroeger geserveerd met een laagje appelstroop in plaats van boter. Maar Limburgse appelstroop is natuurlijk een streekproduct waar wij Limburgers heel trots op zijn en die mag natuurlijk wat vaker een plekje krijgen op mijn blog. Voor wie interesse heeft in de geschiedenis van appelstroop, kan hier een leuk klein verhaaltje lezen. Ohja, de salade kun je natuurlijk met wat brood en kruidenboter serveren, als je dat lekker vindt.

Bereidingstijd: ~25 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:
  • 100 gram gemengde salade
  • 1 val dieu kaasje
  • 2 peren
  • 1 pakje prosciutto
  • 1 rode ui of sjalot, in dunne ringen
  • halve komkommer, in ringen
  • handjevol tomaatjes, in stukjes
  • handjevol pijnboompitjes
  • 1 el Limburgse appelstroop
  • 1 el appel azijn
  • 3 el olie
  • peper en zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 180°C.

Leg de prosciutto op een met bakpapier beklede bakplaat en bedek weer met bakpapier. Zet er iets zwaars op om de prosciutto recht te houden tijdens het bakken.

Bak de prosciutto in zo’n 15 minuten krokant in de oven.

Haal de Val Dieu kaas uit de verpakking en snij hem door midden. Leg de stukjes kaas op een stukje bakpapier in een ovenschaal en bak ook deze in ongeveer 10-15 minuten goudbruin en licht gesmolten.

Rooster de pijnboompitjes in een droge koekenpan tot ze goudbruin zijn.

Meng voor de dressing de appelstroop met de olie en azijn en breng op smaak met wat peper en zout.

Schil de peertjes en snij het harde binnenste deel weg.

Verhit een grilpan en bak hierin de peertjes totdat ze mooie grilstrepen hebben.

Verdeel de gemengde salade over de borden, als ook de komkommer, ui en tomaatjes.

Bestrooi met de pijnboompitjes. Verdeel ook de gegrilde peren en de prosciutto over de borden. Leg op elk bord een stukje gebakken Val Dieu.

Serveer de Val Dieu salade met Limburgse stroop vinaigrette als dressing. Serveer eventueel met wat brood en kruidenboter.

Smakelijk!

Amerikaanse corndogs met chipotle ketchup

Bij het eten van deze corndogs met chipotle ketchup waande me weer even in 2012 toen ik voor mijn studie een half jaar in Amerika zat. Corndogs zijn typisch Amerikaans streetfood en bestaan uit knakworsten in een deegjasje. Zeker in attractieparken en langs de stranden kun je ze overal kopen. Ik at er dan ook regelmatig eentje toen ik in USA zat. Toen ik voor de foodblogswap van deze maand mocht koken van Anne-Marie van ‘My Happy Kitchen‘ was ik heel blij. Ik heb Anne-Marie een paar keer ontmoet en wat een lieverd is dat toch! Ik scrollde door haar website en toen ik daar haar zelfgemaakte corndogs zag staan, was ik gelijk om. Die moest ik maken! Lekker op een luie zondagmiddag.

De bedoeling van de foodblogswap is uiteraard dat je ergens je eigen draai aan geeft. Met deze corndogs vond ik dat best lastig. Je kunt iets anders met het beslag doen bijvoorbeeld, maar gezien ik dit nooit eerder had gemaakt wist ik niet goed hoe het beslag zou reageren daarop. Ik besloot dus de corndog zelf te laten voor wat ie was en me te focussen op een leuke toevoeging. Normaliter worden corndogs met ketchup en mosterd geserveerd. Nou ben ik niet zo’n mosterdfan en ketchup is ook zo saai. Maar deze ketchup dus niet! Ik pimpte mijn ketchup met chipotle kruiden en serveerde er lekker knapperige en frisse bosui bij. Wat mij betreft zijn deze corndogs met chipotle ketchup absoluut een winnaar! Wil je dit nou voor kids maken, dan kun je waarschijnlijk beter de chipotle kruiden achterwege laten en wel gewone ketchup erbij serveren.

Bereidingstijd: ~25 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 8 corndogs:
  • 1 blik grote knakworsten of frankfurters
  • 60 gram bloem
  • 60 gram maismeel
  • 1 eetlepel suiker
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 100 ml melk
  • 1 ei
  • 100 ml ketchup
  • 1/2 tl chipotle kruiden
  • 1/2 tl oregano
  • zout
  • bosui

Extra benodigdheden:

  • houten prikkers
  • frituurpan of olie om in te frituren

Stappenplan:

Verwarm de frituurpan op 180°C.

Meng de bloem met het maismeel, bakpoeder en de suiker. Meng in een andere kom de melk met het ei en kluts dit kort.

Spatel het ei-melk mengsel door het bloemmengsel tot een egaal beslag. Schenk over in een hoge maatbeker of glas en laat minstens 10 minuten staan.

Doe een flinke snuf zout met de chipotle kruiden en oregano in een vijzel en vijzel het tot een fijn chipotle zout.

Meng het chipotle zout met de ketchup.

Snij de bosui in fijne ringetjes.

Open het blik knakworsten en gooi het vocht weg. Steek elke worst op een houten prikker.

Haal de worst een voor een door het beslag en doe direct in de frituurpan. Bak ze bruin in ongeveer 2 tot 3 minuten. Bak er niet teveel tegelijk anders gaan ze aan elkaar plakken en worden ze niet mooi egaal goudbruin.

Haal ze voorzichtig uit het frituurvet en laat uitlekken op keukenpapier.

Serveer de corndogs met chipotle ketchup en bosui.

Uiteten met Inge: Dinner in Motion

***LET OP: DEZE POST BEVAT SPOILERS.***

Ga je binnenkort eten bij Dinner in Motion? Dan is het leuker als je deze post niet helemaal leest, zodat je verrast wordt. Wil je weten wat ik ervan vond, scroll dan helemaal naar beneden om de conclusie te lezen.

Ik had er al zo vaak over gehoord en over gelezen, en onlangs was het zo ver. Samen met Manon, een van mijn beste vriendinnen en mede-kookliefhebber, ging ik (op eigen kosten) eten bij Dinner in Motion. Dinner in Motion is het dineren van de toekomst, waar eten en technologie samen komen en al je zintuigen geprikkeld worden. Gelegen op de tweede etage in de Piazza in het centrum van Eindhoven neemt Dinner in Motion je mee op culinaire reis door om je heen allerlei prachtige beelden te tonen tijdens het eten. Juist, een 360 graden restaurant. Lees mee met mijn ervaring.

kaviaar met eetbare gouden glitters

De binnenkomst

Zodra je bij binnenkomst je jas hebt opgehangen begint de reis al. Laten we zeggen dat je je in de vertrekhal van het vliegveld begeeft. De stewardess staat al op je te wachten met een welkomsthapje. We moesten een vuist van ons hand maken en hem onder een spotlight leggen. Daar kregen we een schepje kaviaar op ons hand gelegd. Maar dat was nog niet alles. De stewardess toverde een klein flesje uit haar zak en sprayde ermee in het rond, rondom de kaviaar. Het waren gouden eetbare glitters. En wat was dat al lekker! Ik had nog nooit kaviaar op dus wist niet wat me stond te wachten. We konden ook vegetarische kaviaar proeven, gemaakt van zeewier. Die was qua smaak heel anders maar zeker net zo lekker. Daarna vervolgden we onze reis naar de lobby, die al vol zat met mensen.

parelcouscous met meloen, feta en gin tonic

De Lobby

Aan de achterzijde een lange bar met daar omheen allerlei fijne zitplekjes. We begaven ons naar een statafel en bestelden een drankje. Al snel kwamen ze bij ons voor het eerste echte voorgerecht van het diner. We kregen een mooi groot gin tonic glas voor onze neus, maar dan zat er geen gin tonic in. Of toch? In het glas zat een prachtige salade van parelcouscous met feta en met gin geïmpregneerde meloen. Erbij zat een vadouvan mayonaise en een pipetje van gin tonic. Ter plekke werd er nog een schuim van gin opgespoten. Wow, dat beloofd wat! Ik ben echt geen liefhebber van gin tonic, maar deze salade vond ik echt fantastisch lekker.

De show ging langzaam beginnen. We werden verzocht om de eetzaal binnen te gaan. Er zijn in totaal twee eetzalen met elk 36 zitplekken. Bij binnenkomst zie je een lange eettafel met daarop nummers geprojecteerd. We namen plaats op het aan ons gealloceerde nummertje en wachtten af. Wat ging er nu gebeuren? Wat is dat witte doosje wat er voor ons stond? Er werd ons gevraagd of we van het wijnarrangement gebruik wilden maken. Nou, vooruit dan maar. Het wijnarrangement bestond uit vier wijnen: twee witte wijnen, een rode wijn en een dessertwijn.

dinner in motion projectie

De aftrap

Toen begon de show. Overal om ons heen werd er op de muren en tafel geprojecteerd. Door de introductie van de show had gelijk iedereen zijn aandacht erbij. Onder het geluid van een dikke trommelshow zagen we allemaal grafische, abstracte beelden. De introductie show eindigde met een projectie van plaats aanduidingen voor mijn neus. Ik mocht het doosje open maken. Er zat ons bestek in. De plaats aanduidingen voor onze neus gaven precies aan waar elk stuk bestek neergelegd moest worden. Het ondefinieerbare lepeltje met gaatjes erin moet bij het vraagteken, want wie weet er nou hoe zoiets heet?

Nature’s best soup

Daar kwam het eerste echte gerecht in deze show. We waanden ons in een soort sprookjesbos annex Efteling’s Droomvlucht. Om ons heen zagen we allemaal mooie bossen op kleine zwevende eilandjes. Direct voor onze neus verscheen een klein kaboutertje die champignons ging planten. Het eerste gerecht was een leeg soepbord met een lepel waarop spekjes, croutons en peterselie te zien waren. De bediening liep rond om de soep in te schenken, uit een gieter notabene! Een mooie gladde oranje soep werd ons geserveerd. De smaken: zoete aardappel, chili, kerrie en zuurkool. Man, wat een lekker soepje! Ik heb er nog nooit aan gedacht om zuurkool in een soep te doen, laat staan te combineren met zoete aardappel. Die gaat op mijn to cook lijstje hoor!

Het gekke was dat initieel het zuurtje van de zuurkool overheerste in de soep. Halverwege de soep veranderde ons landschap naar een bloemenlandschap. Geloof het of niet, maar ineens nam het zoete van de zoete aardappel de leiding over het zuurtje. Zo gek hoe je smaak niet alleen bepaald wordt door je smaakpapillen!

uitserveren van de soep bij dinner in motion

zoete aardappel zuurkool soep bij dinner in motion

There is a fish in my dish

Elk gerecht heeft een ander thema. Het thema van het tweede gerecht was de 80’s. We kregen een lekker retro show waar natuurlijk Bassie & Adriaan en the A-team niet kon ontbreken. Ook pacman deed zijn intocht, waarnaar we een gerecht geserveerd kregen dat leek op een ouderwets uit elkaar getrokken cassettebandje. Hoe leuk is dat dan? Het cassettebandje zelf was op eetbaar papier gedrukt met daaronder een tartaar van kreeft, krab en zeebaars en een krokant, zoetig sesamkoekje. Uit de cassette kwamen draden zwarte pasta, die de daadwerkelijke tape moesten voorstellen. Om eerlijk te zijn vond ik dit gerecht qua smaak wel de minste van de avond, maar qua originaliteit stond deze met stipt op 1.

80's thema bij dinner in motion pacman bij dinner in motion 80's thema bij dinner in motion

De vier elementen

Het hoofdgerecht van deze avond ging over de vier elementen. Aarde, Water, Lucht en Vuur. We begonnen met Aarde. Om me heen zag ik alleen maar aarde, alsof we tussen de wortels van de bomen en planten groeiden. Ik kreeg een schep voor mijn neus, ja een echte schep, maar dan zonder steel. Op de schep lag een heerlijke bavette met truffeljus. Daarnaast een puree van truffel aardappel, dat is een paarse aardappel dus de puree was ook flink donker van kleur. In de puree staken allerlei groentes, als een soort moestuintje. Dit was nog niet alles. Toen dit gerecht op was, hadden we natuurlijk nog drie elementen te gaan.

Het volgende element was water. De aarde maakte plaats voor een onderwater wereld, met hier en daar wat visjes en een kwal. We kregen een schelp met vocht geserveerd met een pipetje. Aha, moleculaire gastronomie! Door de pipet druppelsgewijs in het vocht te laten vallen ontstonden er een soort parels. Deze parels moesten we vervolgens met dat rare lepeltje met gaatjes opeten. Ik vond het echt leuk om te doen maar qua smaak niet perse iets bijdragen helaas. De parels smaakten naar een mix van komkommer en meloen, waar op zicht niks mis mee is natuurlijk.

Na Aarde en Water volgde Lucht. Iedereen kreeg een heliumballon geserveerd met daaraan een suikerspin. De suikerspin was geen gewone suikerspin, maar tot op de dag van vandaag ben ik er nog steeds niet achter wat ik daar nou precies proefde. Hoe dan ook, was dit wel een hele lekkere suikerspin! En met de heliumballonnen moest natuurlijk ook even gespeeld worden! Hilarisch was het, iedereen met zo’n hoog stemmetje. Als laatste was Vuur aan de beurt. We kregen een crème brûlée geserveerd. Maar dit was geen normale crème brûlée. Naast dat er knettersuiker in verwerkt was, waardoor je mond minuten lang aan het knetteren was, was ook de smaak van de crème brûlée anders. Wat ik kon proeven zat er kaneel en ook wat chipotle in verwerkt, waardoor de crème brûlée wel zoet was, maar ook een rokerige en licht pittige smaak had. Heel erg smakelijk!

de vier elementen: aarde met bavette en truffelaardappelpuree manon en inge bij dinner in motion de 4 elementen: lucht bij dinner in motion

Meesterlijk dessert

Het was alweer tijd voor het laatste gerecht van de avond. We kregen een bord geserveerd met daarop vier kleine stukjes cheesecake, eiwitschuim, kersen en een chocolade parel. Het was zo opgediend dat het op een schilderij lijstje leek. En dat was precies de bedoeling. Tijdens het eten van het dessert werden er allerlei Nederlandse meesterwerken op het bord geprojecteerd, en natuurlijk ook op de muren om ons heen. Zo kwam het ‘meisje met de parel’ voorbij van Johannes Vermeer, maar ook werken van Vincent van Gogh, Frans Hals en Jan Steen.

meesterlijk dessert bij dinner in motion
Conclusie

Wat heb ik genoten, gelachen en bewonderd! Deze zintuigprikkelende avond bij zou ik zo nog eens over doen! Het is echt next level Dineren met de grote letter D. Alles was zo goed op elkaar afgestemd. De beelden klopten overal, de smaken waren goed, het personeel was helemaal in sync. Dat zie je maar weinig. Waren de smaken spectaculair? Op de parelcouscous en de soep na was het niet spectaculair, maar het doet ook zeker niet onder voor menig restaurant. Qua originaliteit wint deze avond het natuurlijk van elk etentje wat ik eerder heb gehad, en dat is ook absoluut waarom ik het mijn geld waard vond. Want goedkoop is het niet, maar dit doe je natuurlijk ook niet wekelijks. Toch ga ik zelf de website in de gaten blijven houden, wachtend op een nieuwe menukaart, want ik zou zeker weten terug gaan (maar dan natuurlijk niet weer dezelfde show).

Het enige wat ik volgende keer niet meer zo snel doe is het wijnarrangement nemen. Don’t get me wrong, de wijnen zelf waren echt verrukkelijk! Maar gezien de show zelf 2 uur duurt heb je dus maximaal 30 minuten per glas wijn en dat was achteraf gezien best kort. Maar ach, een atje wijn ben ik natuurlijk ook niet vies van.. Ben jij ook bij Dinner in Motion geweest? Laat me weten wat jou ervaring was!

Gender reveal taart met italiaanse merengue botercrème

Een gender reveal taart, ooit van gehoord? Dit typisch Amerikaanse ding komt langzaam overwaaien naar Nederland, en zal vast over een tijd heel gewoon zijn. Want wie vierde er in Nederland zo’n 20 jaar geleden nou een babyshower? Of Halloween? Allemaal Amerikaanse gewoontes die, mede door de komst van internet, de oceaan over waaien. Wie een beetje Engels kent, begrijpt waarschijnlijk gelijk wat er bedoeld wordt met ‘gender reveal taart’. Het doel is om het geslacht van je aanstaande baby kenbaar te maken aan vrienden en familie. Uiteraard kun je als ouders er ook nog eens voor kiezen om je zelf ook te laten verrassen met het geslacht van de baby, en het dus zelf ook pas tijdens het doorsnijden van deze taart te weten te komen. Je laat de verloskundige dan het geslacht op een briefje schrijven en in een envelop stoppen, die je dan zo doorgeeft aan de taartenbakster.

Deze gender reveal taart maakte ik voor vriendinnetje Kelly, die inmiddels in verwachting is van haar tweede kindje. Het doel is natuurlijk om aan de buitenkant nog niet weg te geven of het een jongetje of meisje wordt. Maar ik wilde wel duidelijk maken aan de buitenkant dat het een gender reveal taart was. Daarom koos ik voor een neutrale basis met een versiering van blauw en roze. Om hem typisch Nederlands te maken kunnen muisjes natuurlijk niet achter blijven. Als extra verrassing holde ik het binnenste van de taart uit en vulde ik dat ook nog extra met muisjes. Zo komen de muisjes er uit rollen zodra je de taart aansnijdt. In dit geval was de binnenkant van de taart blauw, het wordt een jongetje!

Ik maakte deze taart met een génoise biscuit, die is heel neutraal van smaak en lekker licht. En omdat er geen boter in dit biscuit zit, is hij stukken gezonder dan een normale cake. Natuurlijk zit er wel weer boter in de botercrème, dus als je denkt dat deze taart gezond is, dan heb je het natuurlijk mis. Voor de botercrème maakte ik deze keer een italiaanse merengue botercrème. Ik ben zelf geen mega zoetekauw, maar als er iets is wat ik lekker vind, dan is het merengue. Ik was dus heel benieuwd naar deze botercrème. Hij is echt heerlijk, maar om eerlijk te zijn proef je de merengue er niet perse doorheen. Toch zou ik volgende keer weer dit recept gebruiken, dat ik overigens van Gwenn’s Bakery heb, want het is echt een mooie crème. Ohja, mocht je problemen hebben met de botercrème, dan kun je op de website van Gwenn lezen hoe je het kunt oplossen. Superhandig!

Bereidingstijd: ~180 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten:

Génoise biscuit:

  • 8 eieren
  • 250 gr kristalsuiker
  • 250 gr bloem + een beetje extra
  • Paar snufjes zout
  • klontje boter of bakspray (invetten bakvorm)

Italiaanse merengue botercrème:

  • 450 gr roomboter (op kamertemperatuur)
  • 280 gr eiwit (zo’n 8 eiwitten van maat L)
  • 400 gr kristalsuiker
  • 120 ml water
  • 2 tl vanille-extract

Aardbeien compote:

  • 1 bakje diepvries aardbeien
  • rasp en sap van een halve citroen
  • 3 el suiker

Afwerking:

  • 100 gram witte chocolade
  • 5 el slagroom
  • kleurstof naar keuze
  • blauwe/roze muisjes

Verdere benodigdheden:

  • springvorm 20 cm
  • suikerthermometer
  • paletmes of iets om mee te smeren/gladstrijken
  • spuitzak en mondje

Stappenplan:

Doe alle ingrediënten voor de aardbeien compote in een steelpannetje en breng aan de kook. Laat het geheel inkoken tot een papje, ongeveer 15 minuutjes. Prak eventueel de aardbeien wat verder met een vork. Laat afkoelen.

Verwarm de oven voor op 180°C.

Vet de bakvorm in met boter of bakspray en bestuif deze met bloem zodat er overal een laagje bloem aan plakt.

Heb je, net als ik, maar 1 springvorm van 20 cm, verdeel dan het recept voor de biscuit in drie gelijke delen en bak in 2x af. Anders kun je natuurlijk ook alles in 1 keer klaarmaken en tegelijk afbakken.

Doe 4 eieren met 125 gram suiker in een kom en klop dit au bain-marie tot 50°C. Ik heb dit gelijk in de kom van mijn keukenmachine gedaan en gebruikte een handmixer om te kloppen.

Klop de eieren dan verder op hoge snelheid met je keukenmachine (of handmixer, maar dan niet meer au bain-marie) totdat het is afgekoeld tot kamertemperatuur.

Zeef 125 gram bloem met een snuf zout en voeg dit toe aan de eiermix. Spatel dit voorzichtig erdoorheen. Voorzichtigheid is geboden zodat het mengsel zo luchtig mogelijk blijft.

Schenk het mengsel in de bakvorm en bak in zo’n 25-30 minuten goudbruin. De biscuit is gaar als een sateprikker er schoon uit komt. Laat afkoelen op een rooster

Herhaal deze stappen zodat je 2 biscuitlagen krijgt.

Voor de botercreme breng je de suiker met het water in een steelpan aan de kook. Doe intussen de eiwitten in een schone kom. Zodra het suikerwater 110°C bereikt, zet je de keukenmixer aan om de eiwitten alvast te kloppen op middelmatige stand.

Zodra het suikerwater 121°C is, giet je het in een hele dunne straal bij de eiwitten erbij terwijl deze op hoge stand geklopt worden. Klop net zolang totdat de eiwitten op kamertemperatuur zijn. Als het te lang duurt kun je het geheel ook eventjes in de koelkast zetten, maar niet te lang want het moet niet kouder worden dan kamertemperatuur.

Voeg de roomboter lepel voor lepel toe aan de eiwitten en daarna het vanille extract. Je zult zien dat het eiwitmengsel eerst flink inzakt. Blijf goed doorkloppen om het geheel weer luchtig te maken en een gladde, stevige creme te krijgen. Zodra alle boter gemengd was heb ik de klophaak vervangen door de platte menghaak, maar je zou de creme met beide haken luchtig moeten krijgen.

Indien je je botercreme een kleurtje wilt geven, kun je dit nu toevoegen.

Verdeel de botercreme over spuitzakken. Maak 1 spuitzak met een mooi kartelmondje voor de afwerking.

Voor de drip smelt je de witte chocolade met de slagroom en eventueel wat kleurstof au bain-marie. Laat dit afkoelen en doe in een spuitzak of zipperbag.

Nu gaan we de cake opbouwen. Snij hiervoor de 2 cakes doormidden zodat je uiteindelijk 4 lagen hebt.

Leg de eerste laag onderop en besmeer met 1/3e van de aardbeiencompote.

Spuit een laag botercreme erop.

Druk het binnenste van de volgende cakelaag eruit met een cookiecutter of een glas, of snij voorzichtig met een mes.

Leg de laag bovenop de botercreme en doe muisjes middenin.

Smeer dan weer af met compote en botercreme, maar zorg dat je het midden vrij laat.

Druk ook van de 3e cakelaag het binnenste eruit en leg deze er weer op.

Vul weer helemaal verder met muisjes en smeer weer af met compote en botercreme.

Doe dan de laatste laag erop en smeer het geheel af met een heel dun laagje botercreme. Zet de taart voor 15 minuten in de koelkast om iets op te stijven.

Spuit dan de rest van de botercreme (behalve die spuitzak met kartelmond) op taart en strijk de buitenkant glad met een paletmes of deegschraper.

Neem het zakje met witte chocolade mengsel en knip een mini puntje uit het zakje. Drip rondom de cake. Hoe warmer het mengsel nog is, hoe runnier je drip zal worden. Is hij te stevig, verwarm het mengsel dan weer een klein beetje. Maar maak het niet te warm, anders loopt het helemaal naar beneden.

Als laatste spuit je met de resterende creme mooie toefjes bovenop de taart en kleed je hem af met muisjes.

Smakelijk!

 

Gebakken camembert met cranberry compote

Krokant van buiten en smeuïg van binnen. Deze gebakken camembert is echt een favoriet bij mij. Er is een restaurant in Nijmegen waar gebakken camembert al jaren op de kaart staat, en als ik er kom bestel ik steevast die. Natuurlijk kom ik niet zo extreem vaak in Nijmegen dus maak ik het ook wel vaker zelf.

Ik heb deze gebakken camembert denk ik zo’n 8 jaar geleden voor het eerst gemaakt als voorgerecht van ons kerstdiner. Op een bedje van sla en met een sneetje getoast brood erbij is dit echt genieten. Zeker met de zelfgemaakte cranberry compote erbij. Moeilijk is het niet, ook de compote niet. En het duurt ook niet lang.

Als je dit als voorgerecht eet, zou ik gaan voor max 1/4e camembert per persoon. Zo kun je dus uit 1 camembert voor 4 personen koken. Deze keer at ik het als hoofdgerecht met een salade en wat brood, daardoor kregen Pim en ik allebei een halve camembert. Dit bleek toch best wel veel te zijn, zelfs als hoofdgerecht. Nu hadden we ook van tevoren al soep gehad dus wellicht dat het daaraan lag. Teveel of niet, gesmuld hebben we wel.

Bereidingstijd: ~20 min (+1u vriezertijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-4 personen:

  • 1 camembert (van goede kwaliteit)
  • 2 eieren
  • 3 el bloem
  • 100 gram panko of paneermeel
  • 1 portie cranberry compote
  • flinke scheut olie
  • optioneel: salade naar keuze

Stappenplan:

Doe de camembert minstens 1u in de vriezer.

Zet de bloem, eieren en de panko of paneermeel klaar in 3 verschillende schaaltjes. Roer de eieren los met een vork.

Haal de camembert uit de vriezer en snij in plakken of partjes.

Haal elk partje achtereenvolgens door de bloem, het ei en de panko of paneermeel.

Om er zeker van te zijn dat de coating goed werkt heb ik alle partjes nog een keer door het ei en daarna door de panko gehaald. Zo zit er een dubbele laag op en heb je minder kans op lekken tijdens het bakken.

Verhit een koekenpan met een flinke scheut olie.

Zodra de olie op temperatuur is, bak je de camembert partjes goudbruin. Draai ze na zo’n 30 seconden om totdat elke kant mooi goudbruin is. Laat kort uitlekken op keukenpapier.

Serveer de gebakken camembert met de cranberrycompote en eventueel een frisse salade.

Smakelijk!

Cranberry compote

Cranberry compote is voor mij iets wat typisch bij de winter hoort, door hun bitterzoete smaak passen ze goed bij een stuk wild of kalkoen, maar zeker ook bij een lekker kaasje of paté. Wij maken het daarom geregeld rond de kerstdagen. Maar het is natuurlijk ook lekker op andere momenten van het jaar, lekker bij pannenkoeken of wafels. Maar ook in een taartje kun je compote lekker verwerken. Ik maak er zelf graag gebakken camembert bij, dit is echt zo lekker!

Het is echt supersimpel om zelf compote te maken en het duurt echt niet lang. Je kunt compote makkelijk heel lang bewaren in een weckpot. Steriliseer de weckpot van tevoren door hem in een pan met kokend water te zetten voor 15 minuutjes. Zorg dat de weckpot helemaal onder water staat. Haal hem voorzichtig eruit en laat hem op de kop op een schone theedoek drogen.

Bereidingstijd: ~ 25min     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • 1 zak verse cranberry’s (diepvries kan ook, ongeveer 300 gram)
  • 150 ml water
  • 140 gram suiker
  • schil en sap van een sinaasappel
  • flinke scheut port (optioneel)

Stappenplan:

Doe de cranberry’s met het water en de suiker in een steelpannetje.

Rasp de schil van de sinaasappel en voeg deze ook toe, evenals het sap van de sinaasappel.

Voeg ook, als je dat lekker vindt, een flinke scheut port toe. Indien je geen port toevoegt, kun je wat extra water toevoegen, ongeveer 30 ml.

Breng het geheel aan de kook en laat op een zacht vuurtje sudderen totdat de cranberry’s kapot gekookt zijn en de compote de juiste dikte heeft. Hou er rekening mee dat hij nog ietsje zal indikken bij het afkoelen. Ik heb hem ongeveer 20 minuten laten sudderen.

Serveer de cranberry compote lauwwarm of koud bij wat brood, vlees, paté of kaas.

Taart nodig? Bestel hem online!

oreo velvet layer cake

Als je op deze website terecht bent gekomen is er een grote kans dat je van koken of bakken houdt. Thuiskoks en -bakkers bestaan er echter in alle vormen en maten. Misschien vind je het leuk om uitdagingen aan te gaan, maar misschien ben je juist wel op zoek naar makkelijke recepten, omdat je stiekem helemaal niet zo’n keukenprinses bent. In mijn recepten aanbod vind je recepten uit beide categorieën. Maar hoe zeer je ook van koken of bakken houdt, soms heb je nou eenmaal weinig zin of tijd om zelf de keuken in te duiken.

Voor dat soort momenten zie je her en der steeds meer bedrijven en concepten ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan de maaltijdboxen, zodat je zelf niet hoeft na te denken over wat je gaat koken. Ook heb je catering bedrijven, die je alle zorgen uit handen nemen. Zo verzorg ik ook af en toe catering of maak ik ook wel eens een mooie taart. Maar ook ik heb hier niet veel tijd voor, omdat ik nog een fulltime baan naast bloggen heb. Uiteraard doen ook steeds meer horecabedrijven aan thuisbezorgen van maaltijden. Dan hoef je niet na te denken over wat je kookt, maar ook nog eens zelf niet de keuken in te duiken. Maar wist je ook dat je tegenwoordig thuisbezorg services hebt die gespecialiseerd zijn in taarten en gebak?

Zoek je een verjaardagstaart voor je moeder, een taart om je valentijn te verrassen, of een geboortetaart voor je pasgeboren neefje? Dan kun je online allerlei lekkere taarten bestellen. Van brownie truffel taarten tot mango bavarois taarten en van stroopwafel layer cakes tot Limburgse rijstvlaai met chocolade. Het online taarten assortiment bij bijvoorbeeld gefeliciTAART is echt heel groot, dus voor elke gelegenheid vind je er de perfecte taart. Je krijgt er zelfs een glutenvrije chocolade taart, maar ook allerlei cupcakes en andere kleine gebakjes. Natuurlijk kun je je taart ook helemaal personaliseren door er een foto afbeelding op af te drukken. Het allerfijnste? Als je op werkdagen voor 17:00 uur besteld, wordt de taart de volgende dag al bezorgd. Zo kun jij je gewoon weer zorgen gaan maken om de versiering van je huis, de koude biertjes voor oom Piet en het verjaardagscadeau voor je dochter.

Wil je nou ook zo’n taart bestellen? Met de kortingscode ‘taart15lekker’ krijg je nu 15% korting bij gefeliciTAART. Deze kortingscode is geldig tot en met februari 2019.

Dit bericht is in samenwerking met gefeliciTAART, lees hier mijn disclaimer.

De foto bij dit bericht is van gefeliciTAART.nl

Stoofpeertjes in prosecco

Stoofpeertjes, wie kent ze niet? Ik denk dat gemiddeld 50% van de huishoudens stoofpeertjes tijdens kerst serveert. En terecht, want ze zijn ook echt TE lekker! Eerder al serveerde ik ze als kerstdessert met venkelijs en chocolademousse. Maar stoofpeertjes zijn ook heerlijk bij het hoofdgerecht. De zoete tonen zijn een goede tegenhanger van aardse smaken zoals champignons, wortels of schorseneren en passen ook goed bij een stuk wild.

Een standaard stoofpeertje wordt gestoofd in rode wijn of port. Maar wist je dat je ze ook heel goed in andere lekkernijen kunt stoven? Zo koos ik deze keer voor een rose prosecco, die ik versterkte met kruiden als steranijs en vanille. Man man man, wat waren deze stoofpeertjes toch lekker! Ik denk oprecht dat ik ze lekkerder vind dan stoofpeertjes in rode wijn! Volgend jaar wil ik ze denk ik eens in appelcider stoven, dat lijkt me ook erg lekker. Of ik zet deze gewoon weer op tafel, want ik herhaal: echt TE lekker! Uiteraard kun je deze ook serveren als het geen kerstmis is hoor. Dan zijn ze nog steeds net zo lekker natuurlijk.

Ohja, het recept heb ik geschreven voor 8 stuks stoofpeertjes, maar je kunt er natuurlijk zoveel maken als je wilt. Ik verwacht dat de overige ingrediënten voldoende zijn om er tot 12 stuks mee te maken, als je eventueel iets meer water erbij doet. Maak je er meer, dan kun je wellicht nog een fles prosecco en wat extra kruiden toevoegen.

Bereidingstijd: ~30 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 8 stuks:

  • 8 stoofpeertjes
  • 1 fles (rose) prosecco
  • 2 kaneelstokjes
  • 2 steranijs
  • 1 vanilleboon

Stappenplan:

Schil de peertjes. Het steeltje kun je eraan laten.

Snij een stukje van de onderkant af zodat ze rechtop kunnen blijven staan.

Doe de stoofpeertjes in een pan met de prosecco, kaneelstokjes, steranijs.

Snij de vanilleboon open en haal het merg eruit. Doe het merg en het vanillestokje ook bij de peertjes in de pan.

Vul eventueel bij met wat water, totdat alle stoofpeertjes net onder water staan.

Breng het geheel aan de kook en laat op laag vuur stoven totdat de peertjes super zacht zijn. Dit duurt ongeveer 20-30 minuten.

Eventueel kun je een deel van het kookvocht verder inkoken met wat maizena tot een saus. Ik heb dit zelf niet gedaan.

Smakelijk!

Rode kool met cranberries

Deze rode kool maakte ik afgelopen kerstdiner als bijgerecht bij een lekker stuk eend. Wij aten er met 6 personen van en er was nog ruimschoots over. Dat kwam natuurlijk ook omdat we een viergangendiner hadden en nog meer bijgerechten. Met de restjes heb ik enkele dagen later stamppot gemaakt, door aardappelen te koken en te pureren en daarna mixen met deze rode kool. Eventueel kun je er zelfs nog een appeltje in stukjes doorheen doen. Dus voor hoeveel personen dit recept is, ligt heel erg aan hoe je het serveert. Is het een bijgerecht, dan moet het ruim voldoende zijn voor zes personen.

Dit is eigenlijk voor het eerst dat ik zelf rode kool gemaakt heb. Normaal nam ik altijd rode kool uit een potje, omdat ik simpelweg niet wist hoe ik het zelf kon maken. Nou, wat blijkt, het is echt allesbehalve moeilijk! En wat mij betreft veel smaakvoller door de toevoeging van appelsap en cranberries. En doordat je het helemaal zelf maakt, heb je zelf controle over de hoeveelheid zout die je toevoegt en zitten er amper andere e-nummers enzo in. Dat ligt eigenlijk alleen nog aan de appelsap die je gebruikt. Daarom gebruikte ik goede kwaliteit verse appelsap, zonder toevoegingen.

Zoek je nou nog meer kerstinspiratie, kijk dan hier. Voor andere bijgerechten, neem je hier een kijkje.

Bereidingstijd: ~40 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ongeveer 6 personen:

  • 1 rode kool
  • 2 rode ui
  • 1 zak verse cranberries
  • 1 el kaneelpoeder
  • 2 el lichtbruine basterdsuiker
  • citroensap halve citroen
  • 750 ml appelsap
  • 1 el zout

Stappenplan:

Haal de buitenste bladeren van de rode kool en snij in dunne reepjes.

Pel de ui en snij ook deze in fijne reepjes of ringen.

Doe de rode kool met de ui en de rest van de ingrediënten in een grote pan. Ik gebruikte hier zelf mijn gietijzeren stoofpan voor.

Breng het geheel aan de kook en laat, met deksel op de pan, zacht sudderen tot de kool helemaal zacht is. Roer af en toe door.

De rode kool zal na zo’n 30 minuten gaar zijn.

Smakelijk!

Uiteten met Inge: ’t Raodhoes in Reuver

Verstopt in de prachtige gewelvenkelder van het oude gemeentehuis in Reuver (Noord-Limburg) vind je restaurant ’t Raodhoes. Dit historische pand midden in het centrum, vlakbij de kerk, begon ooit als een boerderij, en werd later een brouwerij/likeurstokerij. Dat was ook het eerste wat ik dacht toen ik de gewelven zag: ‘dit is vast vroeger een brouwerij geweest’. Maar daar bleef het niet bij. Het pand diende ook als notariswoning alvorens het gemeentehuis zich erin vestigde. Sinds 1988 dient het pand als restaurant en wordt inmiddels al bijna 23 jaar liefdevol gerund door Piet en Gerrie Boonen. Piet staat in de keuken, terwijl Gerrie de bediening op zich neemt. Je kunt er van de kaart eten, maar de meeste mensen kiezen het verrassingsmenu. Via Social Deal koop je nu een zesgangendiner voor de geweldige prijs van 33 euro. Dat is 45% korting! Ik ging alvast voor je proeven en ervaren.

De binnenkomst

Het eerste wat me opvalt als ik de gewelvenkelder binnen loop is de prettige sfeer en uitstraling. De inrichting is mooi rustig gehouden en op de achtergrond hoor je een heerlijk pianospel. Dat is natuurlijk belangrijk in zo’n ruimte als deze, waar eigenlijk vrijwel geen natuurlijk daglicht binnenkomt (Okee, het is winter dus daglicht was er sowieso niet meer natuurlijk). Ik voel een luxe uitstraling, maar niet over de top. Alle tafels zijn mooi gedekt en staan allemaal verdeeld rondom de centrale bar in het middel van de ruimte. Dat vind ik fijn, want dat breekt de ruimte en heb je niet het idee dat je hutjemutje zit. De glimlach van Gerrie kwam ons direct tegemoet, onze jassen werden aangenomen en we mochten zelf een tafeltje uitkiezen.

We beginnen de avond met een glaasje bubbels met likeur 43 erin, dat vind ik zo lekker! Er werd een kleine amuse geserveerd van smaakvolle ham en kaas met een eigengemaakte marmelade. Dan verschijnt Piet aan tafel. Dit is voor mij voor het eerst dat de chef zelf de tijd neemt om de gasten te groeten en te vragen of er allergieën zijn of dat we iets niet lusten. Dat is bij ons niet het geval, dus Piet verdween weer de keuken in om de eerste gang voor ons te bereiden. Er werd ons gevraagd of we wijn bij het eten wilden drinken. Pim drinkt sowieso geen wijn. Ik twijfelde zelf, maar koos toch voor een non-alcoholisch drankje gezien het wel een donderdagavond was en ik vrijdag gewoon weer fris en fruitig moest gaan werken.

 

Gang één

De eerste gang die geserveerd werd was een frisse salade met in tempura gebakken scampi’s. Deze werden geserveerd met een dressing van limoen en citroengras. Stiekem had ik al wel verwacht dat er iets uit de frituurpan aan zat te komen, want terwijl we aan onze amuse bezig waren, vulde de ruimte zich licht met de geur van hete olie. De scampi’s vond ik heerlijk. Het tempura laagje was flinterdun, maar wel zeker aanwezig genoeg om een knapperig effect te geven. We kregen er ook wat vers brood met smeerseltjes bij.

Gang twee

Aardpeer-truffelsoep met champignons en kastanjes, dat was gang twee. Ik vond het in eerste instantie vreemd om de soep als tweede gang te krijgen in plaats van eerste gang, maar achteraf begrijp ik hem wel. De soep was heerlijk aards van smaak, met een licht zoete toon en een vleugje room. De stukjes kastanje op de bodem van het bord hadden voor mij niet perse gehoeven, maar verder heb ik echt goed zitten genieten. Ik heb echt zelden zo’n heerlijke soep op, zeker een ‘niet-alledaags soepje’. Achteraf heb ik spijt dat ik het recept niet gevraagd heb.

Gang drie

De derde gang die werd geserveerd verraste me enorm. Er werd me een langwerpig bord voorgezet met een licht goudbruin driehoekje op, wat leek op een gezonde variant van een appelflap, met daarbij een knalgroen sausje. Onder het pakketje lag een beetje roodkleurige risotto. De risotto was ‘getomatiseerd’, een woord wat ik helaas nog niet ken maar het heeft vast en zeker iets met tomaten te maken. De groene saus bleek gemaakt van peterselie en de appelflap was een vispakketje in filodeeg. Toen ik eenmaal door de krokante buitenlaag was, vond ik een heerlijke mix van zalm en witvis in het pakketje.

Gang vier

Inmiddels waren we al aan het brainstormen wat de vierde gang kon zijn. Want hoe zorg je ervoor dat je gasten het hele menu, tot aan gang zes, op krijgen zonder rollend naar buiten te gaan? Zou het weer vis zijn? Of misschien weer een vegetarisch gerechtje? Zou de vierde gang het hoofdgerecht zijn en dat we dan twee nagerechten krijgen? We hadden het niet kunnen raden, want gang vier bleek een bolletje perensorbet. Ja natuurlijk, dacht ik gelijk toen het aan tafel kwam. Dit noemt men ook wel een spoom, een verfrissing tussen de gerechten door om de smaakpapillen te neutraliseren. En inderdaad, het was heerlijk verfrissend en licht zoet.

Gang vijf

Ja hoor, nu moest wel het hoofdgerecht komen. En wat voor een. Een echt perfect gegaarde Herford biefstuk, bereid op de Big Green Egg. Dit werd geserveerd met een groentequiche, gebakken knolselderij en paddenstoelen, en een licht pittig saus van groene pepers. Daarbij werd een eigengemaakte aardappelrosti geserveerd. Nou, echt waar, die biefstuk was zo mals dat hij wegsmolt op je tong. Ik ben eigenlijk geen fan van rood vlees, maar deze biefstuk heb ik toch grotendeels opgegeten. Uiteraard vond Pim het niet erg om de laatste hapjes van mijn vlees nog weg te werken. We zijn natuurlijk afgelopen jaar in Argentinië geweest, waar biefstuk overal bovenaan de kaart staat. Zeker Pim heeft dus wel redelijke standaarden als het op biefstuk aankomt. Maar we waren het erover eens dat deze biefstuk zeker niet onder deed aan menig Argentijnse steaks. De quiche erbij was smaakvol, en Pim moest mij vechten om het laatste stukje champignon op mijn bord.

Gang zes

Ik ben niet perse een toetjesmens, ik bestel vaak liever een voorgerecht dan een nagerecht als ik ga uiteten. Maar zo heel af en toe vind ik desserts wel eens lekker, zeker als het van goede kwaliteit is. We kregen een proeverij voor onze neus. Er werd ons nog een dessertwijn aangeboden, maar die sloegen we af. We zijn allebei geen liefhebbers van dessertwijn. De proeverij bestond uit een bavarois van abrikoos, parfait van mokka, chocolademousse en een witte chocolade ijs, geserveerd met een bolletje slagroom en een bonbon met karamel. Het was een simpel ogend dessert, maar mijn smaakpapillen deden toch een dansje toen ik eenmaal begon te proeven van al dat lekkers. De chocolademousse was mijn favoriet, maar de bonbon met karamel was ook echt een feestje in je mond. En ondanks dat Pim geen mokka-liefhebber is, heeft ook hij zijn hele bord leeggegeten, inclusief de mokka parfait.

Conclusie

Zonder verwachtingen begon ik de avond aan dit zesgangen diner. Wat hebben we genoten van het leuke menu. Afwisselend en smaakvol, wat voor mij wel twee kernwaarden van een goed diner zijn. Ik maakte me van tevoren lichtelijk zorgen over een zesgangen diner, zo’n grote eter ben ik namelijk niet. Dit menu was echter zo goed samengesteld dat ik niet naar buiten liep met een buik die op ontploffen stond. We hebben ruim 4 uur getafeld, wat inhoudt dat Piet en Gerrie ruim de tijd namen tussen de gangen in. Dit boodt ons de ruimte om na elke gang even rustig te verteren en bij te komen en natuurlijk een goed gesprek met elkaar konden hebben.

De producten die werden gebruikt, werden in hun waarde gelaten. Geen poespas, geen heftige kruiden of specerijen, maar gewoon pure smaken. Voor mij mochten enkele gerechten iets meer op smaak gebracht, maar ik kook dan zelf ook vaak met veel peper en zout en dat doet natuurlijk niet iedereen. Er stond gewoon een peper en zout stelletje op tafel waardoor ik zelf kon toevoegen waar ik dat nodig achtte. Volgens de website wordt er vooral met verse en lokale producten gekookt. Nou heb ik daar geen twijfel aan, maar wat ik vooral vond, was dat er met liefde en passie gekookt werd. En dat vind ik misschien nog wel belangrijker.

Ook genieten van dit fijne pareltje in Reuver? Koop dan nu je Social Deal hier!

 

Venkelrisotto met Hollandse garnalen

Ik heb het geloof ik al vaker gezegd, maar risotto is en blijft een favoriet hier in huis. En het is zo’n veelzijdig gerecht. Deze venkelrisotto maakte ik nog niet eerder maar de gelegenheid deed zich voor toen ik een doos met Hollandse garnalen opgestuurd kreeg. Ik vroeg aan Pim waar hij zin in had en zijn antwoord was ‘risotto’.

Ik ging nadenken welke groente ik erbij wilde doen. Ondanks dat ze net niet meer in seizoen zijn, had ik superveel zin in venkel. Door het gebruik van de venkel en citroen, wordt het geheel super fris. De kaas en boter zorgen weer voor een romige smaak.

Ohja, en mocht je nou dit gerecht willen gaan maken. Op de foto zie je een boel garnalen bovenop gestrooid. Ik heb de helft van de garnalen door de risotto gedaan, en de andere helft bovenop gedaan voor de foto. In het recept zeg ik dat je alle garnalen door de risotto moet doen. Hou hier dus rekening mee mocht je ook de bovenkant willen versieren.

Bereidingstijd: ~35 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 150-200 gram risotto rijst (200 voor grote eters)
  • ~150 gram Hollandse garnalen
  • 1 venkel
  • 2 tenen knoflook
  • 1 witte ui
  • sap en rasp van 1 citroen
  • 2 bouillonblokjes vis
  • parmezaanse kaas, geraspt
  • 50 gram roomboter
  • 1 el dille
  • verse peper
  • optioneel: flinke scheut witte wijn

Stappenplan:

Pel en snipper de ui en knoflook.

Maak met de bouillonblokjes ongeveer 1 tot 1,5 liter vocht.

Verhit de helft van de boter in een koekenpan. Fruit de ui en knoflook aan.

Voeg de risottorijst toe en bak dit een minuutje mee.

Doe enkele lepels van de visbouillon erbij, totdat de rijst net onderstaat. Indien je witte wijn wilt gebruiken, voeg die dan eerst toe en laat deze opnemen, voordat je bouillon toevoegt.

Snij intussen de bovenkant van de venkel weg, bewaar het groen.

Rasp de venkel grof.

Hou intussen ook de risotto in de gaten, schud de pan regelmatig op zodat de onderkant niet aankoekt en de rijst in beweging blijft, en voeg beetje bij beetje nieuw vocht toe, zodra de rijst erom ‘schreeuwt’.

Voeg na ongeveer 10 minuten de dille en venkel toe en laat dit met de risotto mee garen.

Blijf vocht toevoegen zodra de rijst erom vraagt, totdat de rijst bijna gaar is.

Voeg de laatste 2 minuten de garnalen toe, als ook het rasp en sap van de citroen en de parmezaanse kaas.

Hoeveel parmezaanse kaas je toevoegt is afhankelijk van smaak, ik voegde ongeveer 50 gram toe.

Breng de rijst ook op smaak met peper, en eventueel extra zout. Ik heb geen extra zout toegevoegd omdat de visbouillon en kaas ook al zoutig zijn.

Voeg ook de resterende boter toe.

Serveer de venkelrisotto met het groen van de venkel.

Smakelijk!

Zoete aardappeltortilla met boerenkool

Iedereen zit vast al volop met zijn hoofd in de kerststress momenteel. Dan heb je soms gewoon even geen zin om echt heel uitgebreid te koken. Ondanks dat de kooktijd van deze zoete aardappeltortilla misschien niet direct zegt dat het snel en simpel is, is het dat toch echt! Ik was zo klaar met dit gerecht. Er gaan natuurlijk ook niet perse veel spannende ingrediënten in, dat scheelt ook al een boel natuurlijk. Voor ons was het een aangename en gezonde variant voor de doordeweekse dag. Ik probeer echt zo gevarieerd mogelijk te koken en daarmee ook af en toe het vlees gewoon weg te laten. Dat hoeft natuurlijk niet perse, want eet je liever wel vlees, voeg dan bijvoorbeeld uitgebakken spekjes of chorizo toe.

Bereidingstijd: ~30 min (+15min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-4 personen:

  • 4 zoete aardappels
  • 1 rode ui
  • 1 klein blikje mais
  • 200 gram boerenkool
  • 8 eieren
  • 0,5 zakje enchilada kruiden
  • 150 gram cheddar, geraspt
  • 1 el olie
  • peper en zout
  • 1 bakje sour cream
  • 1 avocado

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 180°C.

Was en/of schil de zoete aardappels. Snij de met een mandoline in dunne schijfjes. Heb je geen mandoline, kun je het ook met de hand doen.

Snipper een rode ui.

Verwarm een koekenpan met de olie.

Fruit de rode ui en voeg de zoete aardappelschijfjes toe. Bak dit zo’n 10 minuten onder af en toe roeren op middelmatig vuur.

Zet intussen een pan op met ruim water en een snuf zout om ook de boerenkool kort te koken.

Kook de boerenkool 5 a 10 minuten en giet af.

Voeg de enchilada kruiden toe aan de aardappelschijfjes en bak kort mee. Voeg ook de maiskorrels toe en roer door elkaar.

Doe ook de boerenkool erbij en roer nogmaals door elkaar.

Klop intussen de eieren los en meng met driekwart van de geraspte cheddar en breng op smaak met peper en zout.

Meng de eimix met de zoete aardappelmix.

Bedek een ovenvaste schaal of bakvorm met keukenpapier en verdeel de mix erover. Je kunt de tortilla overigens ook gewoon op het vuur bakken, maar net wat je fijn vind.

Bestrooi met de resterende cheddar.

Bak in zo’n 15 minuten gaar en goudbruin in de oven.

Serveer de zoete aardappeltortilla met een lepel sour cream en avocado. Je kunt er eventueel ook een frisse salade bij doen.

 

Kip met pastinaak en peterselie olie

Boy oh boy, heb ik me weer wat lekkers verzonnen hier met deze kip met pastinaak en peterselie olie. Ik had al weken trek in pastinaak. Pastinaak associeer ik echt met de koude dagen maar zelfs dan eet ik het veel te weinig. En dat terwijl het zo ontzettend lekker is. Ik maakte wel al onlangs deze geroosterde pastinaak, wat overigens ook echt fantastisch was. Maar misschien vind ik een pastinaakpuree nog wel lekkerder, en daar had ik dus al zo lang zin in. Ik heb het nogal druk op werk de laatste weken en dan staat mijn hoofd stukken minder naar uitgebreid koken. Normaliter kan ik al een hele dag dagdromen over het avondeten, en daar ontstaan dus vaak alle recepten. Door alle drukte krijg ik eventjes helaas niet de tijd om er goed over te dagdromen, dus denk ik er pas in de supermarkt over na. Gevolg: we vallen vaak terug op gerechten uit ons standaard repertoire. Die zijn natuurlijk niet voor niets standaard repertoire en dus ook heerlijk. Maar soms wil je eens iets anders.

Eindelijk was daar een dag dat het even wat rustiger was en BAM, mijn creatieve gedachtes liepen gelijk weer de vrije loop. Zo ontstond dus dit gerecht. De pastinaak is lekker romig en licht zoet. Dit match weer goed met de kip, die door onder andere honing in de marinade bij die zoetigheid aansluit. De tegenhanger daarvan zijn de gesauteerde paddenstoelen en vooral de peterselie-olie, die de zoetigheid breken met hun aardse en kruidige smaken. En het toffe is dat het helemaal niet moeilijk is of lang duurt om te maken! Ik vind het persoonlijk erg gaaf op een bord staan doordat de puree, kip en paddenstoelen redelijk neutrale tonen hebben en de groene olie dus van je bord spat. Heel tof dus voor een etentje of bijvoorbeeld kerstmaaltijd. Ik gebruikte kipfilets, je kunt ook kalkoen gebruiken. Het is wel beter om dan een goede kip of kalkoen bij de slager te halen, in plaats van plofkip uit de supermarkt. Deze zijn stukken malser.

Bereidingstijd: ~35 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:
  • 2 kipfilets
  • 2 pastinaak
  • 1 bakje gemengde paddenstoelen
  • 50 gram boter
  • 150 ml melk
  • 150 ml room
  • 3 el honing
  • 1 tl tijm
  • half pakje peterselie
  • 2 tenen knoflook
  • 7 el olie
  • peper en zout
  • 1 tl suiker
  • 1 el citroensap

Stappenplan:

Maak eerst de peterselie olie. Rasp 1 teen knoflook (of pers hem uit) en meng deze met ongeveer 5 el goede kwaliteit olie. Pluk de blaadjes peterselie en doe deze bij de olie. Je hoeft hier niet super secuur te zijn, de steeltjes zijn ook gewoon eetbaar.

Voeg peper en zout toe, als ook de suiker en citroensap. Meng dit goed door elkaar, gebruik eventueel een vijzel. Proef de olie en breng verder op smaak waar nodig. Eventueel kun je wat meer knoflook of olie toevoegen, afhankelijk van wat je lekker vind. De peterselie-olie zo op zichzelf mag een klein beetje funkie smaken. Zodra je dat in het geheel eet met de rest erbij dan wordt dat geneutraliseerd.

Schil de pastinaak. Snij de boven en onderkant eraf en haal het allerbinnenste ook weg. Snij vervolgens grof in stukken.

Doe de pastinaak met de melk, room, boter, 2 el honing en een snuf zout in een pan en breng aan de kook.

Kook in ongeveer 8 minuten gaar (afhankelijk van hoe groot je stukken zijn). Als je makkelijk met een vork of mes erin kan prikken is het gaar.

Rasp 1 teen knoflook en meng met 2 el olie, 1 el honing en tijm. Voeg ook wat peper en zout toe.

Dep de kipfilets goed droog en haal ze door de marinade.

Maak ook de paddenstoelen schoon en snij in grove stukken/schijfjes.

Verhit twee koekenpannen op hoog vuur.

Bak de kip in een van de koekenpannen kort aan zodat de buitenkant is dichtgeschroeid en begint te karameliseren (en dus een mooi bruin laagje krijgt). Draai dan het vuur laag en laat verder doorgaren. Keer af en toe om. De kip zal na zo’n 10 minuten gaar zijn.

Bak in de andere koekenpan de champignons, eventueel in een klein scheutje olie.

Pureer de pastinaak tot een mooie puree, gebruik eventueel een blender hiervoor. Indien nodig, kun je nog wat extra room of melk toevoegen en hem verder op smaak brengen met zout.

Verdeel de puree over de borden.

Snij de kip in stukken en leg deze op de puree.

Verdeel ook de paddenstoelen over de borden en besprenkel het geheel met de peterselie olie.

Smakelijk!

Fish & chips met tartaarsaus

Wie wel eens in Engeland komt, weet dat Engeland en fish & chips hand in hand gaan. En terecht ook, want een goed gebakken visje kan echt zo lekker zijn. Tijd dus om eens zelf te maken. Er bestaan zo veel manieren om fish & chips te maken. Ofja, vooral de fish dan. Er bestaan tal van verschillende ‘batters’ om je visje in te druipen voordat ie de gloeiend hete olie induikt. En zelfs met de verschillende soorten beslag kun je nog variëren door andere smaken toe te voegen. Zo at in onlangs in Maastricht bij een fish & chips zaak, waar je allerlei ‘gekke’ fish & chips smaakjes krijgt. Superlekker, en ook tof om eens wat variatie te zien. Daarom dat ik deze keer een combi van donker bier beslag met cajun kruiden maakte. Ik moet bekennen dat de cajun niet super super goed te proeven was. Conclusie: misschien toch maar eens een recept ontfrutselen van dat restaurantje in Maastricht. Hoewel de vis wel echt lekker was hoor, ook zonder de cajunkruiden goed te proeven!

Hoe ik er eigenlijk op kwam om dit te maken was door de maandelijkse foodblogswap, waarvoor ik deze keer mocht koken van de blog ‘fit en puur’. Na wat bladeren op deze blog sprong mijn oog ineens op zelfgemaakte tartaarsaus. Het is echt zo lang geleden dat ik überhaupt tartaarsaus op had dat ik er instant zin in kreeg om dit te maken. En daar hoort natuurlijk ook fish & chips bij! Ik heb de tartaarsaus zoals Simone hem maakte redelijk in zijn waarde gelaten, wat lichte aanpassingen hier en daar. En hij was super lekker dus maar goed ook dat ik niet teveel getweaked heb. Vind je tartaarsaus nou niet zo lekker? Dan kun je bijvoorbeeld ook deze aioli of whiskey-cocktailsaus erbij serveren. Ik kocht trouwens per ongeluk kabeljauwhaas in plaats van filets. Dat kan ook wel hoor, maar je krijgt dan wel een dikke klomp in plaats van mooie lapjes vis. Laat je dus niet misleiden door de foto, filets zijn absoluut de betere keuze hier.

Bereidingstijd: ~ 25 min   Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-4 personen:

Fish & chips:

  • 2-4 kabeljauwfilets
  • 200 gram bloem
  • 1 zakje bakpoeder
  • 250 ml donker bier naar keuze, gekoeld
  • 1 el cajun kruiden
  • 0,5 tl zout
  • 1 zak oven of airfryer friet
  • zout en peper
  • optioneel: citroen

Tartaarsaus:

  • 150 ml mayonaise
  • 0,5 ui
  • 1 el kappertjes
  • 2 kleine augurken
  • 1 tl dragon (vers of gedroogd)
  • 1 tl peterselie (vers of gedroogd)
  • peper en zout naar smaak
  • 1 tl citroensap
  • 1 el water

Extra benodigdheden:

  • frituurpan of olie om in te frituren

Stappenplan:

Snipper de ui zo fijn mogelijk, als ook de augurk en kappertjes.

Meng deze met de mayonaise, citroensap en kruiden. Leng hem lichtjes aan met 1 el water en breng op smaak met peper en zout. Ik gebruikte zelf verse peterselie, waarvan ik nog een beetje extra achterhield om later over de vis en friet te strooien.

Verhit de frituurpan tot 175°C en verwarm ook de oven of airfryer voor.

Bak daarna de friet in de oven of airfryer zoals aangegeven op de verpakking.

Dep de kabeljauwfilets droog met keukenpapier en bestrooi met wat zout en peper.

Meng de bloem met het zout, cajunkruiden en bakpoeder. Voeg het bier toe en roer goed door elkaar tot een glad beslag. Het is een vrij dik beslag, maar dat hoort zo.

Haal de kabeljauwfilets door het beslag en laat voorzichtig in de frituurpan zakken. Zorg ervoor dat het beslag niet te dik om de vis heen zit (dat had ik zelf dus op enkele plekken), omdat je dan de kans hebt dat het beslag op sommige plekjes nog niet helemaal gaar is.

Frituur de vis in zo’n 4 minuten goudbruin en laat kort uitlekken op keukenpapier.

Zodra de frietjes ook klaar zijn (hopelijk ongeveer tegelijkertijd met de vis!), bestrooi je de frietjes met zout en serveer je deze met de vis.

Strooi nog wat peterselie over de fish & chips en serveer met de tartaarsaus. Serveer er eventueel citroenschijfjes bij en een frisse salade. En natuurlijk een lekker biertje!

Smakelijk!

 

Midden-oosterse borrelplank

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik deze Midden-oosterse borrelplank maakte tijdens een kookdate met vriendinnen. De blaadjes zaten nog aan de boom en het was om half 10 nog steeds licht. Ik kwam er maar niet aan toe om dit recept uit te werken, maar hij is er dan eindelijk. Ik maakte dit, samen met drie vriendinnen, tijdens een avondje gezelligheid. Deze borrelplank was onderdeel van een heus 3-gangen diner, dat we zelf kookten. De borrelplank was ons voorgerecht, maar uiteraard kun je het ook serveren als echte borrelplank. Hierna serveerden we deze parelcouscous met harissa-vis en deden we een eerste poging tot een spiegelglazuur taart (mirrorcake). Die lukte redelijk, maar ik ben er niet tevreden genoeg over om hem op de blog te posten. Die moeten we dus nog een keertje overdoen.

Anyways, terug naar deze Midden-oosterse borrelplank. Ik vond het leuk om eens een ander soort borrelplank te maken dan normaal. Er staat bij ons thuis regelmatig zo’n plankje op tafel, maar er ligt toch vaak hetzelfde op zoals een port salut kaasje, wat worst, peppadews of zelfgemaakte aioli. Maar je kunt zoveel kanten op met een borrelplank! Alleen al een simpele pinterest search levert je tal van inspiratie op. Misschien moet ik maar eens wat vaker experimenteren met een borrelplank, want man wat was dit lekker! In hun eenvoud zijn de hapjes stuk voor stuk smakelijk en het duurde dus niet lang voordat deze plank leeg was. Maar goed dat we voor een licht hoofdgerecht gekozen hadden.

Bereidingstijd: ~ 60 min (+20 min. oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

Köfte:

  • 400 gram rundergehakt
  • 2 tenen knoflook, fijngesneden
  • 1 tl gemalen komijn
  • 2 tl paprikapoeder
  • 4 el gehakte platte peterselie
  • 2 el olie
  • peper en zout

Spinazie sigaren:

  • 3 el olijfolie
  • 300 gram spinazie
  • 2 tenen knoflook
  • 1 el rozijnen
  • 150 gram feta
  • 1 pakje filodeeg, ontdooid
  • 2 el sesamzaadjes

Aubergine-feta hapjes:

  • 1 aubergine
  • 200 gram feta
  • 2 el pijnboompitten
  • 5 el olie
  • 1 el oregano
  • 1 teen knoflook, uitgeperst
  • verse munt
  • peper en zout
Stappenplan:

Köfte:

Meng voor de köfte het gehakt met de knoflook, komijn, paprikapoeder en peterselie. Breng op smaak met peper en zout.

Verdeel het gehakt in ongeveer 8 gelijke porties. Vorm er rolletjes van en steek er een prikker doorheen.

Verhit een pan met de olie en bak hierin de köfte in zo’n 8 minuten goudbruin en gaar.

Spinazie sigaren:

Verhit je 1 el olie in een koekenpan. Slink hierin de spinazie zodat het vocht verdampt.

Voeg dan de knoflook en rozijnen toe en bak nog kort mee. Breng op smaak met peper en zout en verkruimel ook de feta over de spinazie. Meng door elkaar.

Neem een vel filodeeg en leg hier op een zijkant wat van de spinaziemix. Vouw de zijkanten naar binnen en rol het deeg op tot een sigaar. Leg op een met bakpapier beklede bakplaat.

Herhaal dit met de rest van de vellen filodeeg, of totdat de spinaziemix op is.

Smeer de sigaren voorzichtig in met de resterende olie en bestrooi met sesamzaadjes.

Bak ze in een oven van 200°C in zo’n 20min goudbruin.

Aubergine-feta hapjes:

Snij voor de aubergine-feta hapjes de feta in grote stukken. Meng de feta met 2 el olie, oregano, knoflook en breng op smaak met peper en zout. Laat dit een tijdje marineren.

Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan goudbruin.

Snij de aubergine in plakjes. Besmeer ze lichtjes in met wat olie.

Verhit een grilpan en gril de aubergine in zo’n 4-5 minuten gaar totdat je mooie grilstrepen ziet.

Leg op elk plakje aubergine een stuk gemarineerde feta. Bestrooi met de pijnboompitjes, peper en zout en de verse munt.

Serveer de köfte, spinazie sigaren en aubergine-feta hapjes mooi op een plank en vul de borrelplank eventueel aan met tzatziki en turks brood.

Smakelijk!

TexMex gehaktballen uit de oven

Kun je je nog herinneren dat ik ambassadeur werd van de TexMex keuken? Deze gehaktballen uit de oven zijn is een van de laatste gerechten als officiële ambassadeur. Niet dat ik ben ontslagen of zelf ontslag heb genomen overigens, het ambassadeurschap was voor een half jaar en dat is binnenkort voorbij. Maar dat wil niet zeggen dat ik nooit meer uit de TexMex keuken kook natuurlijk. Het is echt een van mijn favo keukens. Zo maakte ik eerder al bijvoorbeeld honing-taco kipwraps, pulled chicken bitterballen en nacho-style kikkererwten.

Het thema van deze maand was ‘ovengerechten’. Nou kun je natuurlijk ‘gewone’ buritos of enchiladas maken. Superlekker natuurlijk! Maar als blogger probeer ik toch altijd wel iets anders uit dan wat voorgeschreven wordt. Ik ging dus voor deze gehaktballen uit de oven, zwemmend in een tomatensaus en heerlijk overgoten met gesmolten cheddar kaas. Kun je overigens geen cheddar vinden, kun je ook gewone kaas gebruiken hoor. Maar cheddar smelt zo lekker. Ik koop de cheddar als blok in mijn lokale Jumbo, maar ik durf niet te zeggen of elke supermarkt cheddar koopt die niet in plastic plakjes verpakt komt.

Ik serveerde nachochips bij dit gerecht. Heerlijk om die nachos lekker in de saus te dippen, we hebben de pan helemaal uitgelepeld. Je kunt natuurlijk ook wraps erbij serveren, is ietsiepietsie gezonder. Of rijst, dat kan ook gewoon. Either way, een supersmaakvol en eenvoudig gerechtje voor een alledaagse dag.

Bereidingstijd: ~20 min (+14min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:
  • 500 gram rundergehakt
  • ∼150 gram cheddar kaas, geraspt
  • 1 grote ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 blik tomatenblokjes
  • 1 zakje chili con carne kruiden (of je eigen kruidenmix)
  • 5 schijfjes jalapeno uit een potje (of meer naar smaak)
  • 3 el panko of broodkruim
  • 1 ei
  • handvol verse peterselie
  • olie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 180°C.

Snipper de ui, knoflook en jalapenos. Snij ook de peterselie fijn. Verdeel de peterselie in 2 delen.

Mix het gehakt met de knoflook, jalapenos, 1 deel peterselie, het ei, de panko of broodkruim en de helft van de chili kruiden. Voeg ook een handvol van de geraspte cheddar toe. Meng het gehakt goed door elkaar zodat alle ingrediënten goed verdeelt worden.

Rol balletjes van het gehakt, ongeveer ter grootte van een golfbal.

Verhit een ovenbestendige pan met een scheutje olie. Zodra de olie goed heet is braad je de gehaktballetjes rondom aan zodat de buitenkant mooi goudbruin is.

Haal de gehaktballen uit de pan.

Doe de gesnipperde ui en de rest van de chili kruiden in de pan en fruit enkele minuten aan op middelmatig vuur.

Voeg de tomatenblokjes toe en roer goed door elkaar.

Leg de gehaktballen terug in de saus en zet de pan in de oven voor 10 minuten.

Haal de pan uit de oven en bestrooi de rest van de cheddar kaas erover.

Zet dit geheel nog 4 minuten terug in de oven. Bestrooi daarna met de overgebleven peterselie.

Serveer de gehaktballen uit de oven met nachochips of wraps en eventueel een frisse salade.

Smakelijk!

Pizza met champignon en truffel

Dit klinkt toch als muziek in de oren? Pizza met champignon en truffel. Als je het mij vraagt kan het niet beter. Ik ben geen grote pizza-liefhebber, maar zo heel af en toe eens zelf pizza’s beleggen vind ik dan wel weer leuk. Toen ik het verse pizzadeeg in een goodybag ontving moest er dus weer eens zelf pizza belegt worden. Vaak komt er dan ‘gewoon’ tomatensaus, groentes en kaas op. Deze keer wilde ik een pizza maken die ik zelf zou kiezen als ik zou gaan uiteten. Nou ben ik gek op (kastanje)champignons en nog gekker op truffel, en laat deze nou net beide in seizoen zijn. Het truffelseizoen loopt van ongeveer november tot en met februari/maart. Althans, de wintertruffel, die het meest bekend is. Wist je trouwens dat truffels onder de grond leven en met behulp van honden opgespoord worden? Ze zijn niet makkelijk te kweken en dat is ook de reden dat het zo’n kostbare delicatesse is. Uiteraard is de truffel die ik gebruikte gewoon uit een potje die iedereen gewoon bij de supermarkt kan kopen. Heb je wel verse truffel in huis? Zeker gebruiken natuurlijk, dat geeft een nog intensere smaak dan de potjes tapenade.

Anyways, terug naar de pizza met champignons en truffel. Wauw wat een combinatie van smaken. Ik zeg het niet gauw over eigen recepten maar ik vind dit persoonlijk echt een topper. Zeker gezien de complexiteit (die is er niet) en de duur (superkort) om dit op tafel te toveren absoluut een aanrader om eens je gasten op tafel te zetten. Natuurlijk kun je dan ook je pizzadeeg in delen snijden zodat iedereen zijn eigen persoonlijke pizza met champignon en truffel op zijn bord krijgt. Zeker als je er een soepje aan vooraf laat gaan is dit een perfect hoofdgerecht voor elk diner. Moet je wel van truffel houden natuurlijk. Maar die mensen zijn gelukkig redelijk zeldzaam.

Bereidingstijd: ~ 10 min (+20 min. oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 1 grote pizza (∼ 2 personen):
  • 1 rol vers pizzadeeg
  • 200 gram creme friache
  • 1 rode ui
  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 30 gram parmezaanse kaasvlokken
  • handjevol verse rucola
  • 2 tl truffel tapenade
  • 1 el olie
  • 80 gram proscuitto ham
  • peper en zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Rol het verse pizzadeeg uit en leg met bakpapier op een bakplaat.

Smeer de creme fraiche uit over het pizzadeeg en bestrooi met peper en zeezout.

Snipper de rode ui en verdeel de blokjes ui over de creme fraiche.

Veeg eventuele viezigheid met keukenpapier van de champignons en snij ze daarna in schijfjes.

Verdeel de schijfjes champignon over de pizza, ze mogen best hier en daar over elkaar liggen.

Doe de truffeltapenade met de olie in een bakje en roer door elkaar.

Verdeel de truffeltapenade met een kwastje over de champignons.

Bak de pizza in de oven in zo’n 15-20 minuten goudbruin.

Haal de pizza uit de oven en verdeel de plakken ham over de pizza.

Bestrooi vervolgens met parmezaanse kaas en rucola.

Serveer eventueel een schaaltje truffeltapenade extra erbij voor mensen die extra truffelfan ijn.

Smakelijk!

Kastanjepuree met pastinaak en biefstuk

Onlangs liep ik met vriendlief en mijn ouders door het Bunderbos, een prachtig bosgebied in Elsloo, Zuid-Limburg. Ik ben hier opgegroeid en wandel er graag. Niet dat ik het vaak doe overigens, maar ik zou het wel vaker willen doen. Het werd langzaam herfst en de blaadjes aan de bomen begonnen al langzaam te vallen. Zo ook de tamme kastanjes. Op sommige plekken in het bos lagen ze in bosjes op de grond. Enthousiast als mijn vader kan zijn, begon hij ze op te rapen, pellen en op te eten. Daar had ik nou nooit over nagedacht! Ik wist wel dat je kastanjes kon eten. Sterker nog, ik had wel eens eerder kastanjepuree gemaakt tijdens het kerstdiner (hetzelfde diner waar ik ook deze ganache met rozemarijn-ijs maakte). Ik had echter niet nagedacht dat je kastanjes natuurlijk gewoon in de natuur kunt vinden. We begonnen te rapen en binnen de kortste keren had ik een tasje vol kastanjes.

Ik heb lang zitten denken wat ik ermee zou bereiden. Je kunt kastanjes ook gebruiken in zoete taarten. De combinatie met chocolade is hemels. De keuze was toch snel gevallen toen mijn moeder me 2 pastinaken gaf. Ook hadden we nog biefstuk in huis dus was de combinatie al snel gemaakt. Een perfect herfstgerecht als je het mij vraagt. Natuurlijk niet eentje voor een doordeweekse dag, maar wel eentje voor een vrije dag van een hobbykok.

Je kunt kastanjes op meerdere manieren bereiden. Ik kan me nog goed herinneren dat ik ze tijdens kerst destijds met schil gekookt heb. Je snijdt dan met een mesje een kruisje in de schil (onderaan bij het puntje), en schilt ze dan pas na het koken. Dit is toen ook goed gelukt maar ik wilde ook eens testen wat er zou gebeuren als ik ze al zou schillen voor het koken. Voordeel hiervan is dat je niet je handen hoeft te branden aan de hete kastanjes. Of er qua smaak of structuur echt een significant verschil zit, weet ik eigenlijk niet. Dat kerstdiner is al enkele jaren geleden dus die beleving zit niet meer tot zulk detail in mijn geheugen.

Denk jij nou ook naar het bos te gaan om zelf kastanjes te rapen? Let dan goed op dat je tamme kastanjes raapt, en geen wilde. Tamme kastanjes zijn te herkennen aan het stekelige, egel-achtige omhulsel waar ze in zitten. Maar ook aan hun druppelvorm met onderaan een wit pluimpje. Wilde kastanjes zijn veel ronder en komen in een omhulsel met grovere stekels. Ook moet je opletten dat je kastanjes nog goed zijn. Het kan zo zijn dat ze van binnen al opgegeten zijn door insecten. Veelal merk je dit wel door goed met het blote oog te kijken en te voelen, maar wil je het zeker weten kun je de kastanjes in een bak met water doen. Drijven je kastanjes? Dan kun je ze beter niet meer eten.

Bereidingstijd: ~60 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2 personen:
  • 2 stuks biefstuk naar keuze, op kamertemperatuur
  • 1 grote of 2 kleine pastinaak
  • ∼500 gram tamme kastanjes
  • 500 ml melk
  • 1 bouillonblokje naar keuze
  • 1 grote witte ui of 2 kleine
  • peper en zout
  • olie
  • bakboter
Verdere benodigdheden:
  • frituurpan

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Pel de kastanjes, ik deed dit door ze doormidden te snijden zodat je makkelijker grip hebt op de schil.

Doe de kastanjes met de melk en een bouillonblokje in een pan en breng aan de kook.

Kook de kastanjes in zo’n 20 minuten gaar, totdat je er makkelijk met een vork doorheen prikt.

Zet je frituurpan aan of zet een pan op het vuur met olie om te verhitten tot 175°C.

Was intussen de pastinaak. Schil de pastinaak maar bewaar de schillen, die gaan we later frituren.

Snij het binnenste harde stukje uit de pastinaak en snij de rest in blokjes.

Doe de pastinaakblokjes op een bakplaat en besprenkel met olie, peper en zout.

Bak in de oven voor ongeveer 15 minuten totdat ze goudbruin geroosterd zijn, de exacte tijd is afhankelijk van je oven.

We gaan de pastinaakchips bakken. Doe de pastinaakschil in delen in de frituurpan. Doe niet teveel in eens, de schillen moeten als het ware los kunnen zwemmen in de olie. Frituur de schil in zo’n 45 seconden goudbruin en schep ze dan uit het vet. Laat uitlekken op keukenpapier maar bestrooi wel gelijk met zeezout. Zodra ze afkoelen zullen ze knapperig worden. Zo niet, kun je ze nog wat langer frituren, dit is ook afhankelijk van hoe dik je schillen zijn.

Schil de ui en snij in ringen. Verhit een pannetje met bakboter en bak hierin de ui goudbruin.

Nu gaan we de biefstuk bakken. Dep de biefstuk droog met keukenpapier en bestrooi rijkelijk met zout.

Verhit een pan flink met een scheutje olie en bakboter. Bij biefstuk bakken is de combinatie van de twee het beste.

Schroei de biefstuk eerst goed dicht door kort aan beide kanten te bakken op hoog vuur, zo’n 30 seconden per kant.

Draai het vuur naar medium-hoge stand en laat de biefstuk verder doorgaren. Afhankelijk van de grootte van je biefstuk en de garing die je wenst kun je je bief nog zo’n 1-3 minuten per kant bakken. Bestooi de biefstuk op het laatst met flink wat peper en eventueel nog extra zout.

Verpak de biefstuk losjes in aluminiumfolie om hem warm te houden en te laten rusten.

Nu gaan we de kastanjepuree maken. Giet de melk af maar bewaar het vocht.

Pureer de kastanjes, dit kan met een stamper of in de keukenmachine. Ik gebruikte zelf een stamper voor gemak, waardoor de puree ook lekker grof bleef.

Voeg beetje bij beetje het kookvocht toe totdat je de gewenste dikte van je puree hebt bereikt. Breng op smaak met peper en zout.

Verdeel de kastanjepuree over de borden en bestrooi met de geroosterde pastinaak.

Leg de biefstuk erbij, als ook de gebakken ui.

Serveer met de pastinaakchips.

Inge op bezoek bij: de Crole Hoeve

Naast mijn blog werk ik gewoon fulltime. Bloggen doe ik dus echt in mijn vrije tijd. Zo heel af en toe komen er eens events voorbij die ik echt niet aan mijn neus voorbij wil laten gaan en ik dus een vrije dag voor opneem. Dit was er ene van. Op uitnodiging van Francine van Heerlijke Happen mocht ik op bezoek bij de Crole Hoeve in Sint Oedenrode. Bij de Crole Hoeve duurt de voorliefde voor runderen al vier generaties lang. De huidige generatie, met aan het hoofd boer Leon, werkt vol passie aan het houden van robuuste runderrassen in natuurgebieden. Dus geen hokjes waar alle koeien zij aan zij staan te grazen, maar een heel natuurgebied waar de runderen kunnen gaan en staan waar ze willen.

We werden ontvangen in het smaaklokaal van de Crole Hoeve. Een klein keukentje/barretje aan de boerderij vast waar we de dag begonnen met een lekkere kop thee (want het was echt superkoud!) en een zelfgemaakte kroket, echte filet americain en heerlijke worstenbroodjes. Deze ruimte wordt vaak gebruikt voor workshops, zoals een workshop ‘van kop tot staart’, waarbij je leert een rund uit te beenderen. Of een barbecue workshop, waarbij je leert een goed stuk vlees met respect te bereiden op de barbecue. Door de ramen van het smaaklokaal kijk je een binnenstal in, waar de Limousin koeien al vrolijk lopen te grazen (tijdelijk) en hun rug masseren aan de borstel. ‘Wat voor koeien?’, hoor ik je denken. Dit runderras komt van oorsprong uit Limousin, een provincie in midden-Frankrijk. Het is een groot ras koeien wat blondrood tot roodbruin van kleur is. De koeien die ons aanstaarden waren mooi roodbruin. Limousin is een echt vleesras en levert daarom goed en mals kwaliteitsvlees.

Na een introductiepraatje, waarbij we uiteraard ook even aan alle andere bloggers werden voorgesteld, konden we onze jassen weer aantrekken. Buiten stond namelijk een echte huifkar met traktor te wachten op ons. Boer Leon wil ons laten zien waarom zijn runderen speciaal zijn. Ze lopen namelijk los rond in prachtige natuurgebieden van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en andere terreinbeheerders. Dit heeft driedubbel voordeel. Allereerst lopen de runderen dus vrij rond in een groot gebied, wat natuurlijk blije koetjes levert. Blije koeien levert beter vlees, voordeel nummer twee. Als laatst zorgt de begrazing van de koeien voor het verarmen van de grond wat op den duur weer voor meer biodiversiteit zal zorgen. Niks geen kunstmest, geen antibiotica, maar puur natuur.

We vertrekken met z’n allen in de huifkar, voortgetrokken door de prachtige rode traktor van boer Leon. Oh, wat was het koud, maar gelukkig hadden we een fles rode en witte wijn op zak. Na een prachtige rit door de herfstige bossen komen we aan bij een hekwerk. Achter het hekje staan zo’n zes paar mooie bruin glanzende ogen ons al op te wachten. Met een weelderige bos bruine lokken komen ze op ons afstormen zodra we het hekwerk binnen wandelen. Ik heb het over Schotse Hooglanders. En nee, waarschijnlijk niet omdat ze mensen zo ontzettend leuk vinden, maar omdat boer Leon heuse koeienkoekjes bij zich had. Ook is het niet zo dat Leon precies wist waar deze koeien te vinden waren. Dat is vrijwel onmogelijk gezien ze vrij rondlopen op een gebied van zo’n 30 hectare groot. De schoonouders van Leon waren al vooruit gereden, op zoek naar de wollebolletjes.

Wat een prachtige beesten zijn dit, en ook echt wel schuw. Ze laten zich goed aaien en zijn heel nieuwsgierig. Het is wel oppassen geblazen want ze hebben uiteraard wel hoorns en snappen natuurlijk niet dat ze daar mensen mee pijn kunnen doen. Leon vertelt vol passie over zijn runderen. Verrast was ik om te horen dat het hem echt wel pijn doet als hij na zoveel jaren een koe moet afgeven voor de slacht. Natuurlijk begrijpt hij dat dit nou eenmaal ‘part of the job’ is, maar ik had verwacht dat hij dan ook enigszins ‘harteloos’ zou zijn over het slachten van koeien. Niets is minder waar dus, en dat laat maar weer zien dat je geen vegetariër hoeft te zijn om van dieren te houden.

We maken ons ritje weer terug naar de Crole Hoeve, waar inmiddels de barbecue al is aangeslingerd. Binnen treffen we slager Johan en chef Ralf. Allereerst laat slager Johan ons zien hoe je een rund uitbeent. Meer specifiek, ontleed hij een rugstuk in onder andere de ossenhaas. Die gebruikt chef Ralf vervolgens weer om een perfecte carpaccio en tartaar van te maken. Super interessant om een slager aan het werk te zien en hoe hij met alle precisie alle stukken vlees weet te vinden. Naast de op-je-tong-smeltende carpaccio en tartaar, die werd geserveerd met een eigengemaakt ‘eigeel’ van onder andere uitjes en augurk, wist chef Ralf ook een ontzettend smaakvolle pompoensoep te maken.

Als laatste kregen we twee stukken steak voorgeschoteld. Het ene stuk steak was vers van de pers, zojuist afgesneden door slager Johan en rechtstreeks op de barbecue gegaard. Het tweede stuk heeft eerst zo’n 12-14 weken in een rijpkast gehangen, alvorens het te grillen op de barbecue. Nou ben ik oprecht normaliter niet zo van steak, maar man, wat heb ik gesmuld. Mijn favoriet was de gerijpte steak. Die was qua smaak stukken heftiger, maar ik vond hem juist heel erg zoet en proefde tonen van vanille door het vlees. Heel cool dat dit door het natuurlijke rijping process ontstaat.

Om de dag af te sluiten laat boer Leon zijn Limousin koeien weer terug naar hun weiland vanuit de stal. Zodra het hek open gaat stormen de beestjes terug naar hun vertrouwde stekkie, letterlijk. Dat laat maar weer zien hoe ook deze schatjes, net als mensen, aan hun vrijheid en ruimte hechten, en benadrukt het belang van biologisch vlees

Wat een fantastische dag heb ik gehad hier op de Crole Hoeve. Onverwachts ben ik toch wel fan geworden van rundvlees. Ik eet eigenlijk niet vaak rundvlees, behalve in stoofpotjes of als gehakt. Rood vlees spreekt mij niet zo aan, waarschijnlijk omdat het nog teveel op een echt dier lijkt. Toch heb ik echt genoten van de rundgerechten die ik vandaag geproefd heb. En van het gezelschap, zowel van de bloggers als ook van de beestjes.

Honing-appel cupcakes met gezouten karamel

Yes, het is weer tijd voor een nieuwe foodblogswap. Deze maand mocht ik koken van de blog ‘Domaine Malpas kookt‘. De vrouw achter deze blog is Boor. Ik volg Boor al maanden op instagram en het is heerlijk om haar avonturen te volgen. Supermarkt struggles, heerlijke gerechten, maar ook hubby, kids en de hond komen regelmatig voorbij. Boor is mede-eigenaar van vakantieverblijf Domaine Malpas in Frankrijk, waar ze vooral in de zomermaanden flink wat gasten ontvangen tijdens hun zomervakantie. Een aantal keer per week kunnen gasten aanschuiven bij de table d’hotes, en de gerechten die ze daar serveert deelt Boor ook allemaal op haar instagram pagina. Ik wist gelijk dat het een taart moest worden, want Boor is een master in taarten bakken. Zowel hartig en zoet, ze tovert de ene na de andere lekkernij op tafel. Ik kwam al snel terecht bij deze Joodse appeltaart. Die deelde ze redelijk recent en vond ik echt heerlijk uitzien.

De bedoeling van de foodblogswap is natuurlijk om wel een eigen twist te geven aan een recept. Phoe, dat is lastig bij deze Joodse appeltaart, want hij ziet er al echt TE lekker uit. Ik besloot de foodblogswap eens anders aan te pakken. In plaats van een ingrediënt toe te voegen of te wijzigen, gebruikte ik deze keer (ongeveer) dezelfde ingrediënten maar verwerkte ze dan op een andere manier. Zo ontstonden deze honing-appel cupcakes met gezouten karamel. De cake is heel erg luchtig, heel anders dan de cupcakes of cake zoals ik hem eerder gemaakt heb. Door in de cakejes zelf alleen (acacia) honing te gebruiken in plaats van suiker is hij ook veel minder zoet. Echt heerlijk vond ik ze.

Ik maakte eerder al verschillende gerechten voor de foodblogswap, zoals deze zoete aardappel met hete kip ketjap en deze gezonde kapsalon met pulled chicken. Ben je nou meer geïnteresseerd in andere recepten met appel, dan kun je ook eens voor deze appelroosjes gaan of lekkere appelflappen.

Bereidingstijd: ~ 40 min (+20 min. oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 12 stuks:
  • 1 appel
  • 315 gram boter, op kamertemperatuur
  • 3 eieren
  • 150g vloeibare honing
  • 150g zelfrijzende bakmeel
  • sap van een halve citroen
  • zout
  • 150 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 125 ml slagroom
  • 2 tl vanille extract
  • nougatine nootjes om te bestrooien

Verdere benodigdheden:

  • 12 cupcakepapiertjes
  • cupcake bakvorm

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 180°C.

Schil de appels en verwijder het klokhuis. Snij in kleine blokjes.

Mix 200 gram van de boter met de honing en voeg een voor een de eieren toe. Voeg dan de bloem toe en een flinke snuf zout. Mix door elkaar tot een glad beslag. Voeg het citroensap toe en ook de appel en meng door elkaar.

Verdeel de cupcakepapiertjes over de cupcake bakvorm en verdeel het beslag over de 12 cupcakepapiertjes.

Bak de cupcakes in de oven gaar in ongeveer 20 minuten.

Haal de cupcakes uit de oven en laat afkoelen.

Voor de karamel smelt je de overgebleven boter in een steelpannetje, laat hem niet bruin worden.

Voeg de basterdsuiker toe en roer tot de suiker zo goed als opgenomen is, op een laag vuurtje. Voeg ook een flinke snuf zout toe. Eventueel kun je later nog wat extra toevoegen.

Mix de slagroom erdoor en blijf wederom roeren totdat het een egaal geheel vormt. Dit kan even duren.

Breng de karamel aan de kook en laat zo’n 5 tot 10 minuten doorpruttelen zodat hij indikt. Voeg vlak voor het einde het vanille extract toe. De karamel zal nog dikker worden zodra hij opstijft, dus laat hem zo lang doorkoken totdat ie net niet is zoals je hem wilt hebben. Laat de karamel flink afkoelen alvorens hem te serveren, want karamel is gloeiend heet. Proef daarna of je nog extra zout wilt toevoegen.

Versier de cupcakes met de karamel en bestrooi met nougatine nootjes.

Smakelijk!

 

Kip katsu curry

Deze kip katsu curry is tot stand gekomen na mijn citytrip naar Londen, afgelopen September. In Londen bezocht in ‘HipChips‘, een zaak waar je enkel chips kan eten en daar allerlei lekkere zoete en hartige dips bij krijgt. Voor de chipslovers onder ons, waaronder ik, een zaak naar ons hart. Een van de dips die ik uitzocht was de katsu curry dip en dat was mijn absolute favoriet. Ik had er nog nooit van gehoord en ging dus googlen. Zo vond ik uit dat katsu curry uit Japan komt en het veelal met kipschnitzels gegeten wordt. Je krijgt dan dus kip katsu curry. Na een avondje googlen naar recepten, want er zijn uiteraard ook hier weer honderden varianten van te vinden, heb ik uiteindelijk mijn eigen kip katsu recept bedacht. En lekker dat ie was! Het bracht me even weer terug in Londen. Je kunt natuurlijk kant en klare schnitzels gebruiken maar ik vond het ook leuk om eens zelf schnitzels te maken. Is niet eens zo moeilijk, dat bleek! Lekker met plakrijst en een frisse salade.

Bereidingstijd: ~30min        Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

Voor de saus:

  • 1 witte ui
  • 2 tenen knoflook
  • 2 cm verse gember
  • 1 el currypoeder
  • 1 tl kurkuma
  • 0,4 tl chilipoeder
  • 1 steranijs
  • 1 el tomatenpuree
  • 500 ml water
  • 1 blokje kippenbouillon
  • 2 el honing
  • 1 el rijstwijnazijn
  • 1 el sojasaus
  • 2 el olie
  • 2 el sesamzaadjes (zwart en/of wit)

Voor de kip:

  • 2 kipschnitzels OF
  • 2 kipfilets
  • 1-2 eieren
  • 50 gram bloem
  • 150 gram pankokruimels of paneermeel

Stappenplan:

Indien je kant en klare kipschnitzels gekocht hebt, kun je deze stappen overslaan en gelijk aan de saus beginnen.

Leg de kipfilets tussen 2 vellen bakpapier of iets dergelijks en sla ze plat, tot ongeveer 2 cm dikte. Gebruik hiervoor een vleeshamer of bijvoorbeeld de deegroller.

Bestrooi de kipfilets met wat peper en zout.

Zet 3 bakjes klaar, 1 met bloem, 1 met het losgeklopt ei en 1 met de panko.

Haal de kip eerst door de bloem, dan door het ei en dan door de panko. Haal de filets daarna nog een keer door het ei en de panko. Dan worden ze extra knapperig. Herhaal dit voor beide filets. Zet apart tot later.

Nu gaan we de saus maken. Snipper de ui, knoflook en gember, je kunt het ook raspen.

Verhit de olie in een pan en fruit hierin de ui, knoflook en gember. Voeg ook de currypoeder, kurkuma, steranijs en chilipoeder toe en bak een minuutje mee.

Voeg de tomatenpuree toe en bak ook deze een minuutje mee.

Doe het bouillonblokje en 500 ml water erbij en breng het geheel aan de kook.

Laat zo’n 6 minuten sudderen. Voeg dan de rijstwijnazijn, honing en sojasaus toe.

Laat nog zo’n 3 minuten doorsudderen.

Doe de saus in een blender of keukenmachine en maal fijn. Doe terug in de pan om warm te houden, maar zet het vuur laag of uit.

Verhit een scheut olie in een vleespan. Bak hierin de schnitzels om en om totdat beide kanten goudbruin zijn en de kip gaar is, zo’n 6 minuten.

Snij de kipschnitzels in repen en serveer met de saus. Bestrooi de saus met de sesamzaadjes.

Serveer de kip katsu curry met pandanrijst en een frisse salade.

Smakelijk!

 

Honing taco kip wraps met zoetzure ui

Je kunt er natuurlijk altijd voor kiezen om via gebaande paden te koken en gewoon ‘pakjes en zakjes’ aan te houden. Ik probeer dat zelf zo min mogelijk te doen, uit pakjes en zakjes koken. Toch wil ik het mezelf ook soms makkelijk maken en dat doe ik vooral vaak ik de TexMex keuken. Ik ben niet voor niets ambassadeur geworden van deze keuken. De kant en klare kruiden van Santa Maria zijn namelijk erg goed en lekker makkelijk voor doordeweekse dagen. Maar zelfs met een pakje of zakje kun je nog variëren. Zo maakte ik eerder al bijvoorbeeld deze uienringen, deze loaded potatoes en deze ranchkip van kant en klare pakjes, door de ingrediënten op een andere manier te verwerken dan ze origineel bedoeld zijn. Ook met deze honing taco kip wraps gebruik ik het kant en klare zakje niet 100% zoals voorgeschreven wordt. Ik voegde honing en knoflook toe aan de saus, waardoor de kip zoeter van smaak werd en een lekker gekarameliseerd laagje kreeg. Kip wraps staan hier thuis best wel vaak op het menu. Toch probeer ik er mee te variëren waardoor ze altijd weer iets anders smaken. Deze kip wraps vond ik persoonlijk erg goed gelukt! Door toevoeging van de avocadocreme, verse koriander en zoetzure ui werd het geheel lekker fris en smaakvol. Ik heb wel 3 wraps op! Ok het waren wel miniwraps, maar toch is dat best veel voor mij. Zegt genoeg toch?

Bereidingstijd: ~30min        Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:
  • ~350 gram kippendij
  • 1 zakje chicken taco kruiden
  • 3 el honing
  • 2 tenen knoflook
  • 3 el olie en/of boter
  • 1 pakje kleine wraps
  • 1 avocado/sour cream
  • 5 mini komkommers
  • 10 kleine tomaatjes
  • handvol verse koriander (optioneel)
  • 1 rode ui
  • 125 ml water
  • 50 ml azijn
  • 50 gram suiker
  • peper en zout

Stappenplan:

Pel de ui en snij in hele fijne ringetjes. Dit doe je het beste met een mandoline maar met de hand kan ook.

Doe 50ml water, 50ml azijn en 50 gram suiker in een steelpannetje en breng aan de kook. Voeg ook wat peper en zout toe.

Zodra het kookt, draai je het vuur uit en voeg je de uienringen toe. Roer door elkaar zodat alle uien onder water staan en laat afkoelen.

Snij ook de tomaatjes en komkommers zoals gewenst.

Prak de avocado met een lepel sour cream en breng op smaak met peper en zout. Zet apart tot later.

Snij de kip in grove stukken.

Verhit een koekenpan met een scheutje olie. Bak hierin de kip rondom bruin. Hij hoeft nog niet helemaal door en door gaar te zijn. Haal hem uit de pan en laat zoveel mogelijk vet in de pan.

Snipper de knoflook of knijp uit met een pers. Doe de knoflook met de tacokruiden en honing bij het overgebleven vet. Indien nodig kun je wat extra olie of boter toevoegen. Laat een minuutje doorgaren in de pan, voeg dan een flinke scheut water toe van ongeveer 75ml en doe de kip terug in de pan. Laat de kip in de saus enkele minuutjes sudderen, totdat de kip lichtjes gaat karameliseren in de pan.

Verwarm intussen de wraps zoals aangegeven op de verpakking.

Maak de honing taco kip wraps door de wraps te vullen met de avocadocreme, kip, gesneden groentes, zoetzure ui en maak het geheel af met wat koriander.

Smakelijk!

Cijfertaart met mascarponecreme

Onlangs werd mij door een kennis gevraagd of ik een cijfertaart kon maken voor de 2e verjaardag van haar dochter. Nou had ik zo’n taart nog nooit gemaakt en ik wilde de uitdaging wel eens aangaan. Spannend vond ik het wel. Zo’n taart moet natuurlijk wel lukken anders zit ze zonder taart op het verjaardagsfeestje. Ik had dus voor de zekerheid al maar even een oefentaart gemaakt laatst.

Ik koos ervoor om de taart op te bouwen uit 1 koekbodem en twee cakelagen. Persoonlijk vind ik cake lekkerder in taarten, het is lekker luchtig en daardoor wordt je taart ook gelijk wat groter. Toch voegde ik vooral voor het krokantje erin ook de koekbodem toe. Deze deed ik op de bodem omdat dat met snijden wat makkelijker is. Wanneer je de koeklaag bovenop hebt zitten wordt het een uitdaging om de taart netjes te snijden. Hoewel ik me zo kan voorstellen dat dat nu net zo goed het geval was, door alle toppings op de taart. Maar ach, het oog wil ook wat he.

Als tussenlagen kun je allerlei cremes gebruiken, swiss merengue, botercreme, noem maar op. Ik koos voor een neutrale mascarponecreme, kan bijna niet anders of iedereen vindt dat lekker. Qua toppings kun je zo gek gaan als je wil, mijn opdracht was ‘roze’ dus ik kocht al het roze snoepgoed wat ik kon vinden in de supermarkt, inclusief de nieuwste kitkat variant, gemaakt van ruby chocola. Stiekem ben ik best wel trots op deze taart, ik vind het echt een plaatje. Ik kreeg ook uit meerdere hoeken enthousiaste reacties over de taart terug, dus ik denk dat de gasten ook aardig tevreden waren. Daar doe je het voor, toch?!!

Bereidingstijd: ~3u        Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten:

Koekbodem:

  • 400 gram bloem, plus extra voor het uitrollen
  • 200 gram koude boter in blokjes
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1 ei

Cakelagen:

  • 185 gram eiwit (5 a 7 eieren) x 2
  • 125 gram eigeel x 2
  • 165 gram fijne kristalsuiker x 2
  • 105 gram bloem x 2
  • 22 gram maizena x 2
  • snufje zout x 2

Vulling:

  • 700 gram mascarpone
  • 700 gram slagroom
  • 200 gram poedersuiker
  • 2 zakjes klopfix
  • toppings naar keuze

Stappenplan:

Doe alle ingrediënten voor de koekbodem in een keukenmachine en pulseer kort totdat alles bij elkaar komt. Heb je, net als ik, een kleine keukenmachine, doe dit dan in 2 delen.

Kneed het deeg met de hand nog kort tot een geheel. Verpak het deeg vervolgens in plasticfolie en leg het minstens 30 minuten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Voor de cakelagen heb ik alle hoeveelheden opgeschreven als ‘2 x ..’. Dit is omdat ik 2 cakelagen heb gebruikt en je zo dus makkelijk kan aflezen hoeveel je nodig hebt voor 1 cakelaag. Doe voor 1 cakelaag het eiwit met de suiker in een keukenmachine. Mix eerst op lage stand totdat het eiwit langzaam wit wordt, en mix dan nog op hogere stand totdat het flink schuimig is en een mooie glanzende merengue vormt.

Voeg het eigeel toe en spatel dit voorzichtig, met zo weinig mogelijk slagen, erdoorheen.

Zeef daarna de bloem, maizena en het zout en voeg dit beetje bij beetje bij de rest. Spatel ook dit voorzichtig erdoor totdat je een gladde mix hebt.

Neem een bakplaat en bedek met bakpapier.

Schenk de cakemix op het bakpapier en strijk uit met een spatel. Probeer hem overal even dik te krijgen. Bedek weer met een vel bakpapier.

Bak dit geheel af in de oven voor ongeveer 8-10 minuten (afhankelijk van de dikte van je cake).

Haal uit de oven en laat op een rooster afkoelen.

Herhaal bovenstaande stappen voor de tweede cakelaag.

Verlaag dan de temperatuur van je oven naar 180°C.

Voor de mascarponecreme doe je alle ingrediënten in een keukenmachine. Begin op lage stand te kloppen en ga steeds sneller totdat je een mooie stevige room hebt.

Doe de room in een spuitzak (of meerdere) en leg in de koelkast tot later gebruik.

Haal het deeg voor je koekbodem uit de koelkast. Neem een bakplaat met bakpapier en leg hier het deeg op. Strooi er wat extra bloem op.

Rol het deeg uit tot een grote lap van ongeveer 4mm dikte.

Neem je cijfersjabloon en snij voorzichtig je cijfer uit het deeg. Haal de restjes deeg weg, deze kun je natuurlijk hergebruiken voor extra koekjes.

Bak de koekbodem in de oven goudbruin in ongeveer 10 a 12 minuten.

Laat de koekbodem afkoelen.

Snij het cijfer ook uit de 2 cakelagen. Gebruik hier de koekbodem als sjabloon voor, zodat je zeker weet dat ze even groot zijn (het kan zijn dat de koek ietsje is uitgelopen in de oven). Ben wel voorzichtig zodat de koek niet breekt.

Nu gaan we de cijfertaart opbouwen.

Neem een grote plaat of spiegel. Spuit enkele toefjes mascarponecreme op de onderkant van je koekbodem en ‘plak’ deze op de plaat of spiegel vast.

Spuit nu toefjes mascarponecreme op de koekbodem. Optioneel kun je wat kleine stukjes aardbei in het midden strooien.

Leg de eerste cakelaag er bovenop.

Spuit daarna weer toefjes mascarponecreme op de cakelaag. Optioneel kun je ook hier wat stukjes aardbei op strooien.

Leg nu de tweede cakelaag bovenop en spuit weer toefjes mascarponecreme er bovenop.

Nu kun je de taart verder versieren met jou gekozen toppings.

Smakelijk!

Chili-room pasta met garnalen

Ook ik heb niet altijd behoefte om lang in de keuken te staan en een culinair hoogstandje op tafel te zetten. Dat hoeft echter niet te betekenen dat je heel ongezond moet eten of niet lekker kan eten. Met deze pasta met garnalen laat ik zien dat je binnen 30 minuten een voedzame maaltijd op tafel hebt staan, die ook nog eens om te smullen is. Met pasta kun je zo enorm veel variëren. Je kunt uiteraard de standaard pasta bolognese of carbonara maken, met vlees of pasta met garnalen. Maar pasta loont zich juist ook heel goed om eens out of the box te denken en juist wat nieuws te proberen. Nee, dat moet je een echte Italiaan waarschijnlijk niet voorschotelen, tenzij je zijn moeder met de deegroller achter je aan wilt hebben. Maar de hedendaagse keuken doet steeds meer aan fusion cooking, oftewel het mixen van meerdere keukens. Je kunt fusion cooking heel erg obvious doen, door echt twee keukens te kiezen en daar een mix van te verzinnen. Maar ook deze pasta met garnalen loont zich prima als fusion gerecht, want het is echt een mix van keukens. Ik gebruikte de biologische soja pasta van Risenta. Deze pasta is glutenvrij, rijk aan eiwitten en laag in koolhydraten. Perfect dus voor menig dieet. Ook hoeft deze pasta maar 3-5 minuten te koken, ideaal als je het mij vraagt. Bovendien is de smaak hartstikke prima, ik geloof dat Pim niet eens door heeft gehad dat hij geen echte pasta-pasta aan het eten was. Ik serveerde er komkommer linten bij, voor de frisheid. Je bent vrij om dat ook te doen, of er een hele salade naast te serveren, of helemaal niets.

Bereidingstijd: ~30 min        Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 150-200 gram pasta naar keuze
  • 150-200 gram rauwe, gepelde garnalen (diepvries)
  • 1 potje creme fraiche
  • 2 el sweet chili saus
  • 1 zoete puntpaprika
  • 1 rode ui
  • 3 bosui
  • 3 el pijnboompitjes
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 el italiaanse kruiden
  • peper en zout
  • olie

Stappenplan:

Laat de garnalen, indien nodig, ontdooien.

Pel de knoflook en hak of pers fijn. Meng met 2 el olie en voeg bij de garnalen. Meng de garnalen door elkaar zodat overal wat van de knoflookolie zit.

Kook de pasta zoals aangegeven op de verpakking.

Snipper de ui en snij ook de paprika in kleine blokjes.

Verwarm een koekenpan en rooster hierin de pijnboompitjes goudbruin. Giet op een bordje en zet apart voor later.

Doe de garnalen in de knoflookolie in de warme koekenpan en bak hierin de garnalen in enkele minuten gaar. Zet apart voor later, probeer zoveel mogelijk van de olie in de pan te laten.

Bak de ui en paprika in dezelfde pan aan, ongeveer 3-5 minuten.

Voeg de creme fraiche, sweet chili en italiaanse kruiden toe en roer alles door elkaar. Breng op smaak met peper en zout.

Snij intussen ook de bosui in fijne ringetjes.

Giet de pasta af en verdeel over de borden.

Verdeel de saus over de pasta, als ook de garnalen.

Bestrooi met bosui en pijnboompitten.

Smakelijk!

Pompoenstamppot met camembert

Het is weer het einde van de maand wat betekent dat het weer tijd is voor de maandelijkse foodblogswap. Deze pompoenstamppot met camembert is geïnspireerd door een gerecht van de blog ‘Gewoon lekker gewoon’. Op deze blog neemt Gerry je al sinds 2010 mee in haar kookavonturen. Er staan tal van gerechten op, dus het was weer lastig kiezen. Ik heb dan al gauw keuzestress (as usual), zeker als de receptenindex zo mooi geordend is. Want heb ik zin in vis? Vegetarisch? Rijst? Soep? Er staat ook tal bakrecepten op, wilde ik voor iets zoets gaan deze maand? Toen viel mijn oog op de pompoen-paprika schotel. Ja natuurlijk! Het is weer herfst dus de pompoenen kunnen weer massaal ingeslagen worden! En dat kleurtje, dat vind ik zo fijn. Het originele recept gebruikt een blauwe kaas, daar ben ik persoonlijk minder fan van. Ik verving deze dus door de camembert, en ik voegde ook onder andere de walnoten toe. Manman wat was dat weer smullen. Okee, eerlijk is eerlijk, Pim had liever wat meer vlees gewild. Ik had persoonlijk nog wat meer kookvocht toegevoegd om hem wat smeuïger te maken. Maar dat is het leuke aan recepten, het zijn guidelines en geen harde waarheden. Ben je dus een echte vleeseter, voeg dan extra spekjes toe, of serveer er een lekkere braadworst bij. Liever vega, laat dan de spekjes lekker weg. Het extra kookvocht zou ik wel toevoegen, dat heb ik ook zo in het recept opgenomen. Hier zie je welke recepten ik eerder al voor de foodblogswap maakte.

Bereidingstijd: ~ 45 min Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2-3 personen:
  • 1/2 kg kruimige aardappelen
  • 1/2 pompoen
  • 3/4e rode paprika
  • 125 gram creme fraiche
  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • 125 gram spekjes
  • 1 camembert
  • 2 el walnoten
  • 2 bosui
  • 1 el honing
  • 1 bouillonblokje
  • peper & zout
  • nootmuskaat

Stappenplan:

Schil de aardappelen en snij ze vervolgens in grove blokjes.

Snij de boven- en onderkant van de pompoen. Daarna snij je hem door midden en haal je de pitten en draden uit het middelste gedeelte.

Snij de pompoen in blokjes.

Doe de aardappelen in een pan met ruim water en het bouillonblokje. Breng aan de kook en laat zo’n 20 minuten koken (afhankelijk van de grootte van je blokjes). Voeg de laatste 10 minuten de blokjes pompoen toe.

Maak intussen de paprika, ui en knoflook schoon en snij in blokjes. Verwarm ook de oven voor op 200°C.

Bak in een koekenpan de spekjes krokant. Laat uitlekken op keukenpapier, probeer zoveel mogelijk bakvet in de pan te houden.

Bak in het overgebleven vet de paprika, ui en knoflook aan.

Giet de aardappelen en pompoen af, maar hou een beetje kookvocht achter.

Stamp met de creme fraiche door elkaar. Dit mag grof gestampt. Voeg eventueel nog wat van het kookvocht toe om het geheel wat smeuïger te maken.

Roer de paprika mix en uitgebakken spekjes erdoorheen en breng op smaak met nootmuskaat, peper en eventueel zout (niet teveel; de camembert is ook al zout).

Lepel de pompoenstamppot in een ovenschaal.

Snij de camembert in plakken en leg deze op de stamppot. Bak zo’n 10 minuten in de oven.

Snij intussen ringetjes van de bosui en hak de walnoten grof.

Haal de ovenschaal uit de oven en schenk de honing er overheen.

Bestrooi daarna de pompoenstamppot met de bosui en walnoten.

Smakelijk!

Paddenstoelensoep

Joehoeee, het is herfst. En dat betekent dat de paddenstoelen weer volop gaan groeien. Dus je zult vast nog wel meer paddenstoelenreceptjes voorbij zien komen de komende maanden. Wat dacht je bijvoorbeeld van deze heerlijke herfstige risotto. Ik liep op de markt en zag daar een paddenstoelenkraampje staan, ik kon het dus niet laten om een zakje van die beauties mee te nemen en ik had nou echt eens zin om er paddenstoelensoep van te maken. Ik kocht een mix van champignons, kastanje champignons, cantharellen en shiitake. Maar je kunt natuurlijk elk soort paddenstoel in deze soep doen die jij lekker vindt. Het was bij ons trouwens ook restjesdag, dus in plaats van room gebruikte ik een restje creme fraiche door de soep. Dat kan namelijk hartstikke goed als vervanger van room! Je zou bijvoorbeeld ook eens mascarpone door de soep kunnen doen, net wat je in huis hebt, als het maar romig is. Qua bouillon gebruikte ik groentenbouillon maar je kunt ook heel goed paddenstoelenbouillon of zelfs kippenbouillon nemen. Ik pureerde de soep alleen en liet het daarbij. Daardoor was de soep ietsje grover dan hoe je hem uit de winkel gewend bent. Ik hou daar wel van zelf. Wil je echt een supersmooth, gladde soep, dan kun je hem beter even zeven. Bedenk wel dat je door het zeven kostbare stukjes voedingswaarde achterlaat in de vorm van inieminie stukjes paddenstoel. Serveer met wat lekker brood als voorgerecht of zelfs als hoofdgerecht met een lekker kaasplankje erbij. Nom!

Bereidingstijd: ~ 25 min Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 350 gram gemengde paddenstoelen
  • 1 witte ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 bouillonblokje (paddenstoel/groenten/kip)
  • 1 el tijm
  • 600 ml water
  • 100 ml room
  • peper
  • olie

Stappenplan:

Pel en snipper de ui en knoflook.

Maak de paddenstoelen schoon en snij of scheur in grove stukken.

Verhit een steelpan met een scheutje olie en fruit hierin de ui en knoflook kort aan.

Voeg de paddenstoelen toe en bak de paddenstoelen mee.

Haal enkele paddenstoelen eruit en leg weg als garnering voor later.

Voeg de tijm toe, als ook het water en bouillonblokje.

Breng het geheel aan de kook en laat zo’n 10 minuten pruttelen.

Pureer de soep met een staafmixer.

Indien gewenst, kun je de soep nu zeven. Ik deed dit zelf niet want dan gaan er voedingstoffen verloren.

Voeg de room toe, naar wens kun je meer of minder gebruiken.

Breng de soep op smaak met peper.

Schenk de paddenstoelensoep in soepkommen en garneer met de overgehouden paddenstoelen.

Smakelijk!

Akki Roti met kokos en mango chutneys

Een van de redenen waarom ik een blog ben begonnen is omdat ik het heerlijk vind om mezelf uit te dagen en nieuwe dingen uit te proberen. Ik probeer zo weinig mogelijk hetzelfde te koken thuis. Uiteraard zijn er een aantal vaste winnaars in het kookrepertoire, maar ik probeer minstens een paar dagen ook iets nieuws uit. Zo probeer ik dus ook onbekende gerechten uit keukens uit. Een van die gerechten is deze; akki roti. Toen ik vorig jaar voor werk naar India moest afreizen at ik akki roti voor het eerst in de plaatselijke lunchplaats. En bij plaatselijke lunchplaats moet je je bedenken dat het oud, aftands, enigszins onproper en buitenshuis is, echt op z’n indiaas dus. Maar boh wat heb ik daar heerlijk gegeten. Geen wonder dat de lokale bevolking daar dus ook elke dag te vinden is. En je hebt een complete lunch voor 50 cent. Ik was er drie weken en stond al na week 1 bekend als ‘het Europese meisje dat altijd akki roti komt halen’. Nou, dat moest ik dus eens zelf proberen natuurlijk, want ik heb geen idee wanneer ik weer naar India mag voor werk. Het bleek niet eens zo heel moeilijk te zijn. Misschien ook omdat ik de techniek heb mogen afkijken van de experts. Maar superlekker vond ik het weer. Ok, de chutneys zijn niet exact hetzelfde als de chutneys die ik daar erbij kreeg. Maar dat ligt er meer aan dat ik geen idee heb welke smaak chutney ik daar erbij kreeg. Ik koos dus voor twee smaken die me zelf lekker leek erbij en ook nog eens gezond zijn. Een enigszins zwaar ontbijt, door het gebruik van olie. Maar wel een ontzettend lekker ontbijt. En je hebt gelijk al een deel van je groentes binnen. Ik gebruikte groene chilis in dit recept, die ik kocht bij de AH. Deze chilis zijn heel mild dus je kunt er makkelijk enkele van gebruiken. De hoeveelheden die ik hier gebruikt heb zorgden er in elk geval niet voor dat mijn mond in de fik stond, dus ik als je van pittig houdt kun je er nog wat extra bij doen.

Bereidingstijd: ~35 min Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingredienten voor 2 personen:

Ingrediënten akki roti (5 stuks):

  • 1 cup rijstmeel
  • 1 wortel
  • 2 groene chili
  • 1 witte ui
  • 1/4e cup dille
  • water

Ingrediënten kokos chutney:

  • 1 pakje verse kokosblokjes
  • 2 groene chili
  • 2 cm gember
  • zout
  • 1-2 el water
  • 1 el olie

Ingrediënten mango chutney:

  • 1 bakje verse mangoblokjes
  • 2 handjes ongezouten cashewnoten
  • 2 groene chili
  • 1 sjalot
  • 1/2 tl chilipoeder
  • zout

Stappenplan:

Snij de ui, wortel en groene chilis zo fijn mogelijk. Idealiter doe je dit in een keukenmachine fijnmalen.

Hak ook de dille fijn.

Voeg de groentes en dille bij het rijstmeel en voeg ook wat zout toe. Roer door elkaar.

Voeg lepel voor lepel het water toe. Ik had ongeveer 1/2e cup water nodig. Dit komt overeen met 120ml.

Meng het geheel tot een samenhangend deeg. Het deeg is relatief nat.

Neem een vel bakpapier en knip er een rondje uit ter grootte van een bord.

Neem dan een beetje van het deeg (ongeveer zo groot als een golfbal) en leg dit in het midden op het uitgeknipte bakpapier.

Druk het deeg met je handen langzaam naar buiten totdat je een platte pannenkoek hebt. Maak in het midden een gaatje.

Verhit een koekenpan met een scheut olie.

Leg de akki roti in de pan door het bakpapier op de kop in de pan te leggen, zodat het deeg de pan raakt.

Druk het geheel beetje bij beetje aan voor zo’n 10 seconden.

Haal dan voorzichtig het bakpapier van het deeg af.

Na ongeveer 1 minuut draai je de akki roti om en bak je hem aan de andere kant ook goudbruin.

Herhaal dit met de rest van het deeg.

Voor de twee chutneys maal je alle ingrediënten in een keukenmachine tot een chutney. Voeg indien nodig meer of minder water toe, totdat je de juiste consistentie hebt bereikt.

Serveer de akki roti met de twee chutneys.

Smakelijk!

Mac and cheese met broccoli & bacon

De regenachtigste dagen van het jaar zitten er weer aan te komen. En zo’n druilerig weer vraagt om comfortfood. En deze mac and cheese is echt het perfecte comfortfood. Smeuïge kaassaus, crispy bacon en ook nog eens vitamientjes in de vorm van broccoli. Ook geschikt voor kinderen die geen groentes willen eten, want de broccoli wordt zo door de saus opgenomen dat je hem amper ziet en proeft. Je kunt het dus goed wegcijferen als italiaanse kruiden, als je echt lastige kids hebt. Uiteraard is deze mac and cheese vrij machtig (what else), dus je hebt geen grote porties nodig. Serveer het eventueel met een frisse salade als tegenhanger. Ik voegde zelf een blok cheddar en een blok gruyère toe, maar je kunt ook andere kazen gebruiken als je dat lekker vindt. Je kunt hem natuurlijk vegetarisch maken door de bacon weg te laten. Je kunt de bacon bijvoorbeeld vervangen door wat walnoten, zodat je wel hetzelfde cruncheffect behoudt. Maar nee, dit is niet echt paleo, vegan of welk dieet dan ook-proof, maar wel ontzettend lekker. Zeg nou zelf, wie kan er zo’n schaal vol goodness weerstaan?

Bereidingstijd: ~30 min (+ 10 min. oventijd)        Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 200 gram bacon of ontbijtspek
  • 350 gram pasta naar keuze
  • 100 gram boter
  • 90 gram bloem
  • 900 ml melk
  • 1 blok cheddar, geraspt (~180 gram)
  • 1 blok gruyère kaas, geraspt (~180 gram)
  • 1 grote broccoli, in kleine roosjes gesneden
  • verse peterselie
  • 2 blaadjes laurier
  • 3 el paneermeel
  • peper & zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Kook de pasta in een ruime pan water met wat zout. Bak intussen ook de bacon knapperig en snij in grove stukken.

Voeg de laatste 4 minuten de broccoli erbij in de pan. Giet het geheel af.

Smelt de boter in een steelpan.

Voeg de bloem toe en roer tot een mooie roux. Laat dit enkele minuten al roerende garen.

Doe de melk beetje bij beetje bij de roux en roer met de garde steeds door. Voeg ook de laurier toe.

Herhaal totdat alle melk op is en laat enkele minuten doorkoken.

Voeg beetje bij beetje de geraspte cheddar en gruyère toe. Hou een goed handvol apart voor later.

Breng het geheel op smaak met peper en eventueel zout (let op dat de kazen ook al zout bevatten, proef dus goed).

Voeg de paste en de broccoli bij de kaasmix en roer door elkaar.

Doe het geheel in een ovenschaal of verdeel over kleine schaaltjes.

Verdeel de bacon over de schaal.

Strooi de overgebleven kaas bovenop, als ook het paneermeel.

Bak dit nog 10 tot 15 minuten af in de oven totdat de bovenkant mooi goudbruin is.

Bestrooi de mac and cheese met verse peterselie.

Smakelijk!

 

Quesadilla torentjes met garnalen

Deze quesadilla torentjes met garnalen maakte ik onlangs als ambassadeur van TexMex met als thema ‘dinnerparty’. Eerder al maakte ik ook deze pulled chicken bitterballen voor dezelfde challenge. Je kunt het thema dinnerparty natuurlijk op meerdere manieren interpreteren. Ik hou er zelf van om tijdens een dinnerparty kleinere hapjes te serveren, dus ik koos ervoor om die richting in te slaan. Dusdanig zijn deze quesadilla torentjes met garnalen geboren. Je kunt de torentjes natuurlijk zo hoog en laag maken als je zelf wilt. Ik koos voor 3 laagjes. Dan heeft elke gast waarschijnlijk voldoende aan 1 torentje, maar blijft er ook nog voldoende ruimte over om ook andere hapjes te proberen. Heb je gasten die nou eenmaal quesadilla en crispy garnalen-fan zijn, ja dan heb je niet genoeg aan 1 stack per persoon uiteraard, dus maak er altijd iets meer dan je nodig hebt. Sowieso doen, want ze zijn heerlijk en lekker simpel! Dit kan iedereen maken! Ook leuk om samen met je kids te doen natuurlijk (hoewel ik het garnalen pellen dan toch even zelf zou doen).

Bereidingstijd: ~ 35 min (+10min oventijd)    Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 1 zak rauwe diepvriesgarnalen
  • 1 pak grote tortillawraps
  • 1 zakje crispy chicken kruiden van Santa Maria
  • 1 zakje guacamole kruiden van Santa Maria
  • 1 avocado
  • 150 gram geraspte kaas
  • 1 el oregano
  • 1 zoete puntpaprika
  • 1 witte ui
  • olie
  • optioneel: kleine tomaatjes

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 180°C.

Laat de garnalen ontdooien, hou ze eventueel onder lauw water om dit proces te versnellen. Pel ze, en haal indien nodig het darmkanaal uit de garnaal.

Meng de garnalen met de crispy chicken mix en roer door elkaar zodat er elke garnaal bedekt is.

Verspreid op een ovenplaat met bakpapier en zet apart tot later.

Snij met een cookiecutter (of een glas) kleine rondjes uit de tortillawraps.

Snipper de ui en snij ook het vruchtvlees van de paprika fijn.

Meng de geraspte kaas met de paprika, ui en oregano.

Maak de tortillastacks door torentjes te maken van 2 of 3 wraprondjes met telkens een beetje kaasmix ertussen. Besmeer de bovenkantjes telkens met een klein beetje olie.

Leg de torentjes ook op een bakplaat.

Bak de garnalen en torentjes in zo’n 10 minuten gaar en knapperig in de oven. Je kunt de torentjes ook in de pan bakken (zo had ik het zelf gedaan eigenlijk, voordat ik me bedacht dat in de oven makkelijker is), maar dit kost net wat meer werk.

Maak intussen de guacamole door de avocado te prakken en te mixen met de avocado kruiden. Gebruik bij 1 avocado maar een half zakje kruiden.

Zodra de stacks en de garnalen gaar zijn, haal je ze uit de oven.

Leg op elk torentje een lepel guacamole en steek er een garnaal in. Eventueel kun je ook nog wat kleine tomaatjes doorsnijden en deze ook erop doen, zoals ik heb gedaan.

Smakelijk!

Shakshuka

Shakshuka (spreek uit: sjaksjoeka) is van origine een ontbijtgerecht uit de midden-oosterse keuken. Maar schrik niet, ook als brunch, lunch, diner of zelfs nachtelijke snack doet ie het goed. Maar net waar je zin in hebt uiteraard. Ik zie shakshuka steeds meer voorbij komen op social media zoals instagram. Het werd dus mooi eens tijd dat ik er zelf eens eentje ging maken. Als basis nam ik het recept uit TLV, het nieuwste kookboek van Jigal Krant, dat boordevol met heerlijke recepten uit Tel Aviv staat. Ik zou natuurlijk geen foodie zijn als ik er niet even mijn eigen draai aan moest geven. Al is het alleen maar omdat ik simpelweg enkele kruiden niet in huis had. Ik voegde ook extra kastanjechampignons toe, want die vinden wij lekker en dan heb je net wat extra groentes nog. Ook voegde in een klein beetje salami toe, vooral omdat Pim graag wat vlees eet. Eigenlijk het enige wat echt nog overeind is gebleven van het originele recept, is de methode met de eieren. De grootste irritatie voor kookboekenauteur Jigal Krant is dat eieren vaak compleet gestolt worden geserveerd bij een shakshuka. Lekkerder is natuurlijk als het eigeel nog rauw is, zodat hij lekker als extra saus kan dienen. Dit is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd (tot voor kort moest ik ook niks hebben van rauwe eieren) dus ik bied je beide opties aan in het recept. Heerlijk met turks brood, of libanese wraps bijvoorbeeld. Wij aten het zelf als avondeten, maar zoals al gezegd kan dit elk moment van de dag. Niet moeilijk om te maken, en gewoon weer eens wat anders! Ik hou ervan. Gebruik 4-8 eieren, afhankelijk van of je dit als ontbijt of lunch en voor 2 of 4 personen maakt. De worst is optioneel, wil je het een healthier maaltje maken, kun je de worst beter weglaten.

Bereidingstijd: ~ 40 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-4 personen:

  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 2 kleine salamiworstjes (bifi worstjes, optioneel)
  • 5 tomaten
  • 2 uien
  • 1 puntpaprika’s
  • 3 tenen knoflook
  • 4-8 eieren
  • 2 tl harissa
  • 2 laurierblaadjes
  • 1/2 tl komijnpoeder
  • 1/2 tl korianderpoeder
  • 1 tl ras el hanout
  • 1 tl sumac kruiden
  • verse munt en/of peterselie
  • olie
  • peper en zout
  • brood

Stappenplan:

Snij de puntpaprika en ui in fijne blokjes. Haal het vochtige middenstuk uit de tomaat en snij de rest ook in fijne blokjes.

Pers of rasp de knoflook.

Was en snij de champignons en snij ook de salami in fijne stukjes.

Verhit een scheutje olie in een hapjespan.

Bak de salami kort aan totdat hij licht knapperig wordt.

Voeg dan de ui, paprika en champignons toe en fruit dit nog enkele minuten mee.

Voeg de knoflook toe en bak ook deze kort mee, ongeveer 1 minuutje, evenals de ras el hanout, komijn, koriander en harissa.

Daarna voeg je de tomaten en laurierblaadjes toe en breng het geheel aan de kook.

Laat op laag vuur in ongeveer 15 minuten pruttelen tot een ingedikte saus. Breng de saus op smaak met peper en zout.

Verwarm intussen de oven op 180°C.

Scheid telkens elk ei in eiwit en eigeel.

Verdeel de eiwitten grof over de saus en meng lichtjes met een lepel.

Zet dit geheel nog zo’n 5 minuten in de oven zodat het eiwit stolt. Indien je geen ovenvaste pan hebt gebruikt, doe dan het geheel in een ovenschaal.

Leg dan het eigeel erbovenop en bestrooi met sumak en de verse kruiden. Let op, hou je niet van rauw eigeel, voeg hem dan al toe voordat je pan in de oven gaat. Zoals je ziet heb ik beiden gedaan.

Serveer met brood.

Smakelijk!

Chocolade bavarois taartjes

Yes, het einde van de maand is weer in zicht, wat betekent dat het weer tijd is voor een foodblogswap. Ik heb inmiddels al zo’n 10 keer eerder meegedaan aan de foodblogswap en vind het echt zo leuk om te doen! Eerdere recepten vind je hier. Deze maand mocht ik iets uitkiezen van PaTESSerie, en dat vond ik zo tof! Ik heb Tessa inmiddels al enkele keren ontmoet en wat is het toch een heerlijke vrouw! Daarnaast kan ze bakken als de beste, dus de lat was meteen hoog gelegd. Nu ga ik een goeie uitdaging natuurlijk niet uit de weg dus ik zocht een leuk receptje uit waarvan ik verwacht had dat het wel moeilijker zou zijn: Chocolade bavarois taart.

Ik koos deze taart ook omdat ik een hele lading overheerlijke suikervrije chocolade gekregen heb van Chokay, waar ik nog geen leuke bestemming voor gevonden had. Hoe cool is het om een taart te maken en dan zoveel mogelijk suikervrij te kunnen werken? Chokay is chocolade zonder toegevoegde suikers, maar wel gezoet met zoetstoffen uit natuurlijke bron, wat resulteert in een gezonder product waarbij je echt de chocolade en andere ingrediënten proeft in plaats van suiker. Ik maakte er dus deze kleinere chocolade bavarois taartjes van, dat vond ik wel schattiger dan een grote taart. Nu was het natuurlijk helemaal fantastisch geweest als deze taartjes geheel suikervrij waren, maar gezien dit de eerste keer was dat ik zoiets ging maken, en bakken meestal vrij nauw komt met ingrediënten, durfde ik het risico niet te wagen om het recept teveel aan te passen. Waar Tessa echte suiker gebruikte, heb ik dat dus ook gewoon gedaan. Maar voel je vrij natuurlijk om de uitdaging aan te gaan om wel helemaal suikervrij te gaan! Ik gebruikte 2 repen van Chokay. Een reep pure chocolade, die ik gebruikte voor de bodem. Om de taartjes mijn eigen draai te geven ging ik dus voor toevoeging van kokos, en gebruikte ik als tweede reep dus de crispy cocos reep. Ik voegde zelf alleen extra kokos toe als topping, maar wil je de taartjes extra kokossmaak geven, kun je natuurlijk ook extra kokos door de bavarois of de bodem verwerken. Eventueel kun je zelfs, net zoals Tessa deed, een praline maken voor middenin de taartjes.

Ik had voor de praline vulling iets anders bedacht, maar dit vond ik uiteindelijk niet helemaal goed gelukt en heb ik dus weggelaten. En maar goed ook, want zonder die vulling waren de taartjes ook echt genieten!

Ohja, voor de oplettende lezer: je ziet inderdaad op de foto twee taartjes die een andere bodem hebben. Ik had de inschatting gemaakt dat ik wel de helft van het beslag kon nemen voor de bodem voor mijn 5 taartjes. Dat was dus een foutje want ik haalde er geen 5 rondjes uit. Omdat ik nog koekbeslag had liggen bakte ik dus nog snel 2 rondjes van ander deeg. Woopsie, kan gebeuren natuurlijk. Ook met koekbodem was ie lekker overigens hoor. Maar in onderstaand recept heb ik voor de bodem dus wel de originele hoeveelheden gebruikt, zodat het genoeg moet zijn voor 5 taartjes.

Anyway, zijn deze taartjes niet megaschattig? De glanslaag vond ik echt tof om eindelijk eens te maken nadat ik het al vaak zat op TV voorbij heb zien komen. En de bavarois was echt heerlijk luchtig! Het lijkt heel erg op mousse eigenlijk. En dan met die smeuïge, bijna brownie-achtige bodem… echt genieten!

Bereidingstijd: ~ 60 min (+25min oventijd + 3u vriestijd)    Moeilijkheid (1 t/m 5): ****

Ingrediënten voor 5 stuks:

Chocolade cake bodem:

  • ½ el bruine suiker
  • 2 eieren
  • 75 gr pure chocolade van Chokay
  • 4 el boter
  • ¼ el bloem
  • 2 el amandelmeel
  • 2 el cacao
  • snuf zout

Chocolade bavarois:

  • 37,5 gr eidooier
  • 30 gr suiker
  • 30 gr water
  • 2 blaadjes gelatine
  • 70 gr chocoladereep crispy cocos van Chokay
  • 225 gr slagroom

Glazuur:

  • 130 gr slagroom
  • 180 gr suiker
  • 140 gr water
  • 60 gr cacao
  • 4 blaadjes gelatine
  • gemalen kokos

Extra benodigdheden:

  • siliconenvorm voor halve bol (ik gebruikte 8mm)
  • bakvorm of bakplaat ter grootte van 5 rondjes van 8mm (indien je die niet hebt kun je ook een kleinere maat bakken en dan de rondjes door midden snijden)
  • bakpapier

Stappenplan:

Allereerst gaan we de bavarois maken. Week hiervoor de gelatine in ruim koud water.

Snij de chocolade grof en smelt hem au bain-marie.

Klop intussen de slagroom lobbig. Zet in de koelkast tot later.

Breng de suiker met het water aan de kook en klop ondertussen de eidooiers. Voeg het suikerwater al kloppend bij het eimengsel en klop net zolang door totdat het geheel weer goed afgekoeld is.

Verwarm de gelatine in een klein scheutje water, net genoeg om de gelatine te laten oplossen. Meng dit ook door het eimengsel.

Voeg de gesmolten chocolade toe en spatel goed door.

Spatel vervolgens de lobbige slagroom erdoor zodat er een mooie egale mousse ontstaat.

Verdeel de mousse over de siliconenvormpjes en zet in de vriezer. Liefst een hele nacht zodat de mousse goed bevriest, maar minstens 3u.

Nu gaan we de cakebodem maken.

Verwarm de oven voor op 180°C. Bekleed een bakvorm of plaat met een vel bakpapier.

Klop de eieren op hoge snelheid met de suiker tot een lichte, luchtige massa.

Smelt intussen de chocolade au bain-marie.

Doe de chocolade bij het ei-suiker massa, ben hier voorzichtig mee. Je moet direct roeren zodra je de chocolade erbij doet, anders gaat je ei stollen. Je kunt ook beetje bij beetje de chocolade er doorheen roeren.

Zeeg de bloem, cacao, amandelmeel en het zout en spatel dit door het chocoladebeslag.

Schenk het beslag in de bakvorm of op de bakplaat en strijk de bovenkant glad.

Bak de cake in de oven voor ongeveer 25minuten. Hij komt dan licht plakkerig uit de oven, net als een brownie.

Laat de cake afkoelen op een rooster.

Voor de chocoladeglazuur meng je het water met de suiker, room en cacaopoeder in een steelpan.

Breng dit geheel aan de kook en laat 5 a 10 minuten indikken. Blijf hierbij roeren zodat hij niet aanbrandt (dit gebeurde mij dus de eerste keer!).

Week de gelatine in koud water.

Haal de pan van het vuur en voeg de gelatine toe. Roer totdat de gelatine is opgelost.

Laat dit geheel afkoelen tot lichaamstemperatuur, maximaal 40°C.

Nu gaan we de taartjes opbouwen.

Snij 5 ringen van 8cm uit de cakelaag. Indien je een kleinere vorm hebt gebruikt, kun je 3 ringen uitsnijden en deze in de hoogte door de helft snijden zodat je alsnog met 6 ringen eindigt.

Leg de bevroren bavaroisbollen op een druiprek/koelrooster en zet er een bord of plaat onder.

Giet het glazuur over de bollen zodat overal wat van het glazuur zit. Als het goed is (als je het glazuur goed genoeg hebt afgekoeld) moet er een mooie laag chocoladeglazuur blijven zitten op elke bol.

Laat dit enkele minuten opstijven.

Til voorzichtig elke bol op door met een spatel of mes de onderkant op te pakken (net zoals je bij taart doet). Leg elke bol op een cakerondje.

Bestrooi de chocolade bavarois bollen met de geraspte kokos.

Smakelijk!

 

Uiteten met Inge: Café Louis in Maastricht

Afgelopen week mocht ik genieten van een 3-gangen diner bij Café Louis, de nieuwe Franse hotspot in Maastricht. Gelegen in een prachtig monumentaal pand aan de Boschstraat, het voormalige Refugié van Hocht, bevind zich sinds Juni deze gezellige Franse Bistro. En dat niet alleen, het gaat gepaard met een hotel, Hotel Monestère.

Het begint al met het terras voor aan de straat. Als wij aankomen is het nog redelijk leeg bij Café Louis, maar de typische gewoven stoeltjes met ronde tafeltjes wanen me gelijk in een Frans dorpje. We lopen verder naar binnen en ontdekken tal van verschillende ruimtes, elk met een eigen thema of aankleding. Ik hou ervan, in plaats van een grote ruimte, zijn er allemaal kleinere kamers. Omdat elke kamer anders is ingericht is er telkens iets opnieuws te ontdekken en dat houdt het spannend. Een hoge lange gang verbindt alle ruimtes met elkaar, als ook het hotel. Het kleurgebruik en de kunst aan de muur zorgt voor allure, maar niet over de top. Het is er sfeervol en biedt voor elk type bezoek een ander hoekje. Het meubilair vind ik fantastisch. Heel veel verschillende soorten stoelen en tafels zorgen voor een speels effect. Maar door gebruik van onder andere fluweel en intense kleuren zoals donkergroen en goud past het heel erg bij de uitstraling van het gebouw.

Wij zoeken ons een plekje uit bij het raam in het grootste restaurantgedeelte. Het is leeg en dat geeft mij lekker de ruimte ongegeneerd foto’s te gaan maken. Of we vooraf een cocktail lusten? Nou, zeg dat niet nog eens. Natuurlijk lust ik die, graag zelfs. We laten ons 2 cocktails aanraden, Pim nam een French75 en ik een cosmopolitan met champagne. Wauw, wat een heerlijke cocktails. Nu hou ik nou eenmaal van cocktails dus kun je niet heel snel iets fout doen, maar echt waar, deze waren heerlijk en ook nog eens prachtig geserveerd.

Of we ook oesters wilden proberen? Pim en ik keken elkaar in de ogen aan. Durven we dit aan? Jah joh, laten we eens gek doen. Ik heb wel eerder oesters gehad, maar ben geen grote fan ervan. Dat komt voornamelijk omdat ik echt met mijn ogen eet, en laten we eerlijk zijn, oesters zijn niet de meest pretty dingen. We kregen twee joekels van oesters voorgeschoteld, puur, met een schaaltje saus. Zo kon je zelf bepalen of je de oesters puur of met saus at. Ik koos voor een beetje saus, namelijk rode wijnazijn met een sjalotje. Zo heb ik eerder oesters gehad en dat vond ik destijds ook wel het lekkerst. Goede keuze. Doordat ik maar een beetje saus nam overheerste het niet maar werd wel de zilte smaak van de oesters ietsje teruggedrongen. Mwoah, mijn oordeel blijft hetzelfde. Niet vies, maar echt een groot fan ben ik toch ook nog niet.

We kregen een bescheiden menukaart voor onze neus. Ik hou ervan, hoe minder keuze, hoe minder ruimte voor keuzestress. En zelfs met een kleine kaart blijf ik altijd nog keuzestress houden. Ander voordeel van een kleine kaart is vaak dat een restaurant tenminste uitblinkt in die paar gerechten op de kaart, in plaats van heel veel gerechten maar half goed serveren. Je hoort het, ik hou niet van restaurants met een grote kaart.

Café Louis werkt met een kaart die de hele dag gebruikt wordt, je kunt dus prima lunch als avondeten kiezen, of avondeten als ontbijt. Er staan enkele typische Franse gerechten op, maar ook enkele niet perse typische Franse gerechten. Vooraf kozen we de vissoep en de gamba’s. Vooral ook op aanraden van de ober, die overigens de hele tijd beleefd ‘u’ tegen ons zei. Joh, ik ben maar een gewoon mens, ‘je’ is helemaal prima hoor. Ik zag dat de ober in de war raakte van die opmerking, zijn repertoire leek te bestaan uit ‘u’ zinnen en de vertaling naar ‘je’ had ie volgens mij even niet zien aankomen. Van binnen moest ik gniffelen.

Er kwam brood op tafel. Met boter en een heerlijke olijfolie van Beluga. Eerst dacht ik ‘Hè, wat jammer dat ze er nu zo’n simpel wit stokbrood bij serveren’, maar al snel bedacht ik me dat dit juist brilliant was. We zitten namelijk in een Franse bistro, en wat is er nou Franser dan een heerlijk verse baguette?

Binnen no-time stond ons voorgerecht op tafel. Ik zelf at de vissoep. Het was eigenlijk meer een zalmsoep, want dat was de enige vissoort die ik zag zwemmen. Maar dat geeft niks, want de soep was wel bijzonder smaakvol. De zalmsmaak overheerste inderdaad, maar je proefde ook goed de tomaten die erin zaten, en de room maakte de soep helemaal rijk. Hij werd geserveerd met een rouille en homemade croutons, die overigens to-die-for waren. Heerlijk krokant en niet te vettig. De gamba’s van Pim waren ook lekker, als ik hem mag geloven. Ze waren namelijk op voordat ik met mijn ogen kon knipperen.

Als hoofdgerecht koos ik voor zeebrasem, een vissig dagje voor mij dus. Ook deze keer was de vis heerlijk gebakken. Goed op smaak en niet te ver doorgegaard. Hij werd vergezeld door een sauce vierge, een frisse saus op basis van tomaat en kruiden, als ook meerdere groentes zoals groene asperges. Pim koos voor steak tartare. Oh zo blij was ie, steak tartare zie je niet vaak op een menukaart staan. Het bord was superclean, in het midden de steak tartare met het eigeel bovenop en enkel een kleine salade aan de zijkant. Ik hou zelf niet van steak, dus dit gerecht heb ik niet kunnen oordelen. Maar Pim was minutenlang stil aan het genieten, en gezien hij nogal een praatgraag is zegt dat voldoende. Ons hoofdgerecht werd geserveerd met twisterfrietjes. Superlekker, don’t get me wrong. Hoewel ik het wel leuker had gevonden als je bijvoorbeeld pommes duchesse, pommes dauphine of aardappelgratin erbij zou krijgen. Iets wat echt frans is. Wellicht variëren ze met de bijgerechten en staat dit een andere dag wel op tafel. Daar kan ik niet over oordelen. En nogmaals, niks mis met twisterfrietjes hoor, alleen niet persé erg Frans. Hoe dan ook hebben we ook beiden van ons hoofdgerecht genoten.

Tijd voor het nagerecht dus. Ik zat inmiddels al goed vol (ik had zelfs een deel van de soep al aan Pim gegeven) dus ik moest even slim kiezen. Pim had zijn keuze al snel gemaakt en ik wist precies wat het ging worden. Als meneer crème brûlée op de kaart ziet staan, zal hij 9 van de 10 keer daarvoor gaan. Ik koos voor aardbeien met vanille-ijs en basilicum, voornamelijk omdat dit lekker licht is, maar ook omdat ik hou van hartige smaken in desserts. Ik was dus erg benieuwd op welke manier de basilicum in het dessert verwerkt zou zijn.

De crème brûlée was een flinke portie met een perfect krokant randje. Precies zoals ie hoort te zijn. Mijn aardbeien waren heerlijk gemarineerd maar de basilicum was helaas niet veel meer mee gedaan dan enkel wat kleine blaadjes erbij. Die had van mij nog wat beter gekund. Juist die drie happen dessert waar een blaadje basilicum bij zat, die happen waren het allerlekkerst. Hij had dus wat mij betreft iets prominenter aanwezig mogen zijn, maar dat is wellicht een kwestie van smaak.

Ondanks het gebrek aan basilicum heb ik flink genoten deze avond bij Café Louis. Wat een fijn plekje zo midden in Maastricht. Echt een verborgen parel als je het mij vraagt. Met smaakvolle, niet alledaagse gerechten op de kaart, prettige bediening en een heerlijk sfeervol plekje. Ik ben heel nieuwsgierig geworden naar het hotel, hoe gaaf zou het zijn als diezelfde sfeer is doorgetrokken in de hotelkamers? Mocht je dus een weekendje Maastricht op de planning hebben staan, overweeg dan zeker dit plekje. Centraal, hip en sjiek. Of moet ik ‘chique’ zeggen, op z’n Frans?

Knapkook (knapkoek)

Menig Limburger onder ons zal deze koek goed kennen. Knapkook is een lekkernij dat vanuit de oudheid gemaakt werd van restjes vlaaideeg. Menig Limburgse en Belgische bakkers maakten dit dus, de bekendste plek waar ze nog steeds ambachtelijke knapkook maken is denk ik wel in Maaseik. De knapkook dankt zijn naam aan, tumtumtum, het geluid dat het koekje maakt bij het breken. Knapkook bestaat in allerlei vormen en maten, ik koos voor een ruitjesvorm, vooral omdat dit ook het makkelijkste is met dit deeg. Ik maakte deze koek als traktatie bij een winactie. Ik had beloofd een homemade lekkernij mee te geven in het winpakketje. De winnares van dit pakket, Nandita van the Spiced Chickpea, woont in het noorden van ons land en heeft een Indiase achtergrond. Ik ging er dus stiekem even van uit dat ze nog niet zo bekend is met de Limburgse keuken dus ik wilde graag iets geven wat ze nog niet kende. Tadaa, daar was dus deze knapkook. Voordeel van dit koekje is ook dat hij vrij lang goed blijft, mits juist verpakt natuurlijk. En het is echt helemaal niet moeilijk om dit koekje te maken.

Van origine wordt dit koekje met van die dikke suikerparels bedekt (greinsuiker), maar die is natuurlijk eigenlijk nergens te krijgen tegenwoordig. Ik verving deze suikerparels dus door gewoon grof kristalsuiker, want ook die smelt niet in de oven. Ik bakte een flinke portie, zodat ik ook wat collega’s blij kon maken met de koekjes. Ik vind dat zo heerlijk als ik anderen kan laten genieten van iets zelfgemaakts.

Bereidingstijd: ~ 20 min (+1u rusttijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ~30 stuks:

  • 125 gram boter
  • 125 gram witte basterdsuiker
  • 1 ei
  • snufje zout
  • snufje kaneel
  • 2 zakjes vanillesuiker
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • grof kristalsuiker om de bovenkant mee te bestrooien

Stappenplan:

Snij de boter in blokjes en voeg de witte basterdsuiker en vanillesuiker toe. Kneed door elkaar met je handen.

Voeg het ei, de snuf zout en kaneelpoeder toe en meng weer door met je handen. Pas op dat je niet teveel kaneel toevoegt. Een snufje is voldoende om hem goed te proeven. Optioneel kun je nog wat citroenrasp toevoegen, ik heb dat niet gedaan want die had ik niet in huis.

Zeef het meel boven de mix en mix ook dit met je handen erdoor. Kneed tot een egaal, soepel deeg. Let op, het is een redelijk nat/zacht deegje, dat is niet erg en komt later helemaal goed. Vouw huishoudfolie om het deeg en zet dit minstens 1u in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 180°C.

Haal het deeg uit de koelkast en leg het op een met bakpapier beklede bakplaat.

Strooi wat bloem bovenop en rol het deeg uit tot een grote lap van zo’n 3mm dikte. Het beste is dus om dit direct op het bakpapier te doen, omdat dit deeg lastig te verplaatsen is. Zorg dat de lap deeg overal even dik is.

Druk met de achterkant van een mes lichtjes een ruitjespatroon in het deeg, maar snij het deeg niet helemaal door. Dit worden straks je snijranden.

Bestrooi het deeg ruim met de grove kristalsuiker zodat overal bovenop suiker zit.

Bak de koekjes in zo’n 18min goudbruin. Hou de oven goed in de gaten want de exacte tijd is erg afhankelijk van de dikte van je deeg.

Haal de bakplaat uit de oven en snij direct met een mes weer over je snijranden. Laat de knapkook afkoelen. Je zult merken dat de koek opstijft zodra hij afkoelt. Eventueel kun je hem dan nog verder breken of snijden waar het nodig is.

Smakelijk!

Tabouleh

Gezien deze zomer echt niet normaal heet is, gooien wij regelmatig de barbecue aan. En met regelmatig bedoel ik dan minstens 1x per week, soms wel vaker. Om niet elke keer de standaard sla met komkommer en tomaat als bijgerecht te serveren, wilde ik eens variëren. Toen mijn broer een feestje organiseerde aan de Maas, waarbij we zelf ons eten moesten verzorgen, besloot ik dus eens deze tabouleh te maken en mee te nemen naar het feestje. Nou, hij viel verdomde goed in de smaak. En terecht ook, al zeg ik het zelf. Ik heb eigenlijk nooit eerder peterselie als hoofdingrediënt gebruikt. En nu vraag ik me dus af waarom niet. Vooral door het gebruik van de citroen zat er zoveel smaak aan deze salade, dat ik persoonlijk de salade lekkerder vond dan de worst van de barbecue.

Traditioneel wordt tabouleh niet met granaatappel geserveerd. Ik voegde dat zelf toe om hem iets specialer te maken, en wat mij betreft nog net ietsje geschikter als bbq-bijgerecht. Tabouleh is traditioneel gezien echt een peterselie-salade, die meestal als voorgerecht van een Libanese mezze geserveerd wordt. Je ziet veel recepten waarbij couscous gebruikt wordt, maar ook dit is niet volgens traditie. Origineel hoort er bulgur in (of bulghur). Je hebt grove en fijne bulgur, ik gebruikte fijne bulgur. Dit heeft wel veel weg van couscous hoor, dus ik begrijp de verwarring ook wel. Ik denk stiekem ook dat mijn verhouding bulgur tot peterselie ook niet geheel traditioneel was. Ik zei al, het is echt een peterseliesalade, dus van origine hoort er echt maar heel weinig bulgur in. Maar dat maakt me niks uit, het gaat erom wat ik zelf het lekkerst vindt. En dat was zeker exact zoals ie nu is!

Ohja, de salade is het lekkerst als ie op z’n verst is. Maak hem dus niet te lang van tevoren. Je kunt hem wel een dag bewaren hoor, maar je merkt dan wel dat hij ietsje in kwaliteit is afgenomen. Net als elke andere salade eigenlijk, die is altijd het lekkerst als je hem net gemaakt hebt.

Bereidingstijd: ~ 20 min Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • flinke bos platte peterselie (~150 gram)
  • half bosje munt (6 takjes)
  • 75 gram fijne bulgur
  • 2 citroenen
  • 3 trostomaten
  • 3 bosui
  • halve komkommer
  • halve granaatappel (optioneel)
  • 2 el granaatappelmelasse (evt weg te laten)
  • 3 el olijfolie
  • peper en zout

Stappenplan:

Kook de bulgur zoals aangegeven op de verpakking. Laat afkoelen.

Snij de tomaten doormidden en haal het natte vruchtvlees binnenin weg. Snij de tomaat vervolgens in kleine blokjes.

Snij de komkommer in repen en snij de zaadlijsten weg. Snij ook de komkommer in kleine blokjes.

Was de bosui, en snij ook deze in hele fijne ringetjes.

Rasp de schil van de citroenen en doe dit bij de tomaat, komkommer en bosui. Snij vervolgens de citroenen door en pers ook het sap uit voor erbij.

Voeg de olie en peper en zout toe, als ook de granaatappelmelasse. Heb je geen granaatappelmelasse, dan laat je het weg.

Haal de granaatappelpitjes uit de granaatappel door met een lepel op de harde schil van de granaatappel te slaan. Zo zul je merken dat de pitjes er vanzelf langzaam beetje bij beetje uit vallen.

Voeg de afgekoelde bulgur toe.

Snij als laatste de peterselie grof. Snij ook de munt in reepjes.

Voeg beide kruiden bij de salade en hussel alles goed door elkaar.

Proef nog een keer om te zien of je meer peper en zout moet toevoegen.

Lekker als bijgerecht bij een barbecue. Of zoals de Libanezen doen, als voorgerecht van een mezze.

Smakelijk!

Paneer kebab: Indiase vega spiesjes

YES, wat was ik blij toen ik de foodybox zomer opende en daar paneer in aantrof. Paneer is typische Indiase kaas die je tot voor kort alleen in de toko kon krijgen. En nu heeft apetina dus hun eigen paneer op de markt gebracht die je dus in de gewone supermarkt kan kopen. Ik stond dus te popelen om ermee aan de slag te gaan. Eerder al maakte ik deze paneer butter masala curry, wat echt mijn favoriete curry ever is. Nu wilde ik het over een non-curry boeg gooien, gezien het zonnetje zich flink laat zien deze zomer. Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar bij ons staat de barbecue vrijwel wekelijks aan. Om eens te variëren met de standaard worstjes en burgers besloot ik dus om paneer kebab te maken. Paneer kebab zijn Indiase spiesjes van de barbecue, wat dus een mengsel van paneer en groentjes is. De spiesjes worden gemarineerd met yoghurt en kruiden, waardoor ze licht spicy worden.

Uiteraard schoot ik zelf uit met de chilipoeder toen ik dit gerecht thuis maakte. Onze spiesjes waren dus op het randje van te pittig. Don’t worry, ik heb dit recept aangepast en er zit dus minder chili in. Als je dit gaat maken is het handig om de yoghurtmarinade tussendoor te proeven. Zo pittig als de marinade is, zo worden de spiesjes ook ongeveer. Ben je nou net als ik uitgeschoten met de chili? Dan is deze muntchutney erg lekker erbij. Ook als je niet bent uitgeschoten trouwens. En om de maaltijd compleet te maken, maakte ik voor het eerst zelf chapati’s, Indiaas brood.

Omdat er ook een oranje paprika in de foodybox zat, besloot ik deze ook aan de spies te rijgen. En omdat ik eens iets anders van de barbecue wilde dan de standaard groentjes die we altijd eten, zoals paprika, champignons en courgette, besloot ik om er eens bloemkool aan te spiesen. Bloemkool doet het heel goed met een yoghurtmarinade op de barbecue. Het wordt niet snotgaar en behoudt dus zijn crispy bite. Voor menig Nederlander wellicht een beetje spannend, want die zijn wellicht de overgekookte pap van hun moeder gewend. Maar rauwe bloemkool is echt heerlijk, dus half-rauwe (zo noem ik het maar even voor het gemak, gezien hij dus niet snotgaar is) bloemkool doet het ook goed. Maar je bent natuurlijk vrij om zelf te kiezen welke groentes je lekker vindt aan je spies. Over het algemeen zijn paprika’s en ui sowieso wel te vinden in een paneer kebab, maar met andere ingrediënten kun je variëren.

Bereidingstijd: ~ 20 min (+30m marinadetijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 spiesjes:

  • 1 pakje apetina paneer
  • halve bloemkool
  • 1 rode en 1 oranje paprika
  • 1 grote witte ui
  • 1 bakje griekse yoghurt of kwark
  • 2 cm verse gember
  • 0,5 tl chilipoeder
  • 1 tl korianderzaadpoeder
  • 0,5 tl kurkuma
  • 1 tl garam masala
  • 0,5 tl komijnpoeder
  • 1 tl kasuri methi (gedroogde fenegriekbladen, laat ze weg als je dit niet in huis hebt)
  • 2 el limoensap
  • peper en zout

Stappenplan:

Snij de paneer in grote blokjes (ik sneed er 10 uit het pak).

Snij ook de paprika’s en ui in grove stukken.

Snij de roosjes van de bloemkool af, zorg dat je redelijk grote hele roosjes overhoudt, ongeveer net zo groot als de blokjes paneer.

Meng de yoghurt met de specerijen, gember (geraspt) en het limoensap en breng op smaak met peper en zout.

Doe de groentes en paneer bij de yoghurt en meng door elkaar zodat de groentes helemaal bedekt zijn.

Laat dit een half uurtje intrekken.

Rijg de groentes en paneer aan spiesjes.

Verhit de barbecue of een grilpan en gril de spiesjes hierin in zo’n 10 minuten mooi goudbruin.

Smakelijk!

Indiase muntchutney

Deze muntchutney maakte ik als bijgerecht, of sausje, bij deze paneer kebab spiesjes en deze chapati’s. De functie van zo’n muntchutney is om de spices een beetje te temperen en je tong dus niet giga in de fik komt te staan. Zeker voor ons Hollanders kan dat nogal eens van pas komen, gezien menig kaaskop niet bestand is tegen een vleugje chili. De muntchutney is supersimpel om te maken en ik vind hem persoonlijk erg lekker. Er zijn uiteraard honderden recepten voor muntchutney te vinden. Ik heb deze gemaakt puur op basis van welke ingrediënten ik op dat moment in huis had. Natuurlijk kun je de yoghurt weglaten, en enkel water toevoegen. Of als je niet van koriander houdt, laat je deze weg. Of als je extra van pittig houdt, en dit sausje dus niet wilt gebruiken als blusmiddel, dan voeg je groene pepers toe. De groene pepers zitten in veel authentieke recepten erbij, maar dat vond ik een beetje too much. En zonder is hij net zo lekker. Het heeft ook echt gewerkt trouwens. Ik maakte de paneer spiesjes net ietsje te pittig, maar dit hielp echt de pittigheid draagbaar te maken.

Bereidingstijd: ~ 10 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • 1 bos verse munt
  • halve bos koriander
  • 2 cm verse gember
  • 2 tenen knoflook
  • 3-4 el griekse yoghurt of kwark
  • 2 el plantaardige olie
  • 2 el water
  • peper en zout

Stappenplan:

Haal de muntblaadjes van de takjes. Doe ze in een keukenmachine. Doe hetzelfde met de koriander. Je kunt de bovenkant van de koriandertakjes gewoon gebruiken, dus je hoeft alleen de onderkant af te snijden.

Pel en snij de knoflook grof, en doe hetzelfde met de gember.

Voeg ook de knoflook en gember toe aan de keukenmachine, als ook de olie en het water.

Mix de ingrediënten in de keukenmachine tot een gladde mix.

Haal het door een zeef zodat de blaadjes munt en koriander achterblijven en je alleen het vocht overhoudt.

Meng de yoghurt erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Smakelijk!

Indiase chapati’s

Inmiddels is het alweer 8 jaar geleden dat ik voor het eerst in India was en dus voor het eerst kennismaakte met chapati’s. Ik was destijds in het noorden van India en in mijn herinnering werden chapati’s voornamelijk gegeten door de armere bevolking. De rijkere bevolking kon zich naanbrood veroorloven. Dat nam ik sowieso voor lief, want naanbrood was veel lekkerder en stukken vetter. Inmiddels ben ik dus weer een tweede keer in India geweest en heb ik geleerd dat chapati’s door iedereen gegeten worden, arm of rijk. Ook Indiase mensen willen wel eens afwisseling natuurlijk. Hun afwisseling zit hem in rijst, chapati of naan. Uiteraard zijn ook hun curries heel gevarieerd.

Ik kreeg onlangs de foodybox zomer opgestuurd, met daarin allemaal nieuwe producten om uit te proberen. In deze box zat ook apetina paneer. YES, paneer is echt een van mijn favoriete ‘exotische’ producten. Dat je hiervoor dus nu niet meer perse naar de toko moest vond ik fantastisch. Eerder maakte ik al deze curry met paneer, wat echt mijn favo curry ever is. Deze keer besloot ik kebab-spiesjes te maken van de paneer, gezien deze zomer zo fantastisch warm is dat we minstens wekelijks de barbecue aansteken. Natuurlijk hoort er iets bij de kebab-spiesjes, en om niet weer naanbrood te maken, wilde ik dus deze keer chapati’s proberen. Ook maakte ik deze muntchutney voor erbij.

Mijn Indiase collega’s hadden me al gewaarschuwd dat het lastig is om chapati’s zelf te maken. Nou, die uitdaging wilde ik wel aan gaan. De moeilijkheid zit hem blijkbaar in het laten ‘poffen’ van het deeg. Door de manier waarop je ze gaart, eerst in de pan en daarna direct op open vuur, zorgt ervoor dat de lucht in het deeg zich uitzet waardoor je chapati helemaal opblaast als een ballon. Dat is inderdaad nogal lastig voor elkaar te krijgen zoals de echte Indiase huisvrouwen dat doen, en vergt dus nog wat extra oefening. Mijn chapati’s bliezen zichzelf wel goed op, maar niet voor 100%. Toch maakt dit het zeker niet minder lekker, en het is gewoon leuk om te doen. Zoals ik net al aangaf heb je dus wel eigenlijk een gasfornuis hiervoor nodig, omdat je de chapati’s dus heel kort boven het open vuur houdt.

Bereidingstijd: ~ 30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ongeveer 6 chapati’s:

  • 250 gram tarwebloem
  • 150 ml water
  • 1 el plantaardige olie
  • snuf zout

Stappenplan:

Doe de bloem in een kom en meng er de snuf zout doorheen.

Voeg de olie toe als ook een scheut water.

Begin met een hand langzaam door de bloem te gaan om het water in de bloem te verwerken. Geef hiervoor niet teveel kracht, laat de ingrediënten hun werk doen. Voeg beetje bij beetje meer water toe, waarnaar je telkens verder mixt met je hand. Nogmaals, gebruik je vingers puur als mixer en ga niet lopen duwen op je deegje.

Zodra het deeg mooi samenhangend is leg je een vochtige theedoek over je deeg en zet je het 5 minuten apart. Nu gaan de gluten werken. Merk je nou dat je deeg niet mooi samenhangend wordt voeg dan wat extra water toe. Is je deeg te nat? Voeg dan wat extra bloem toe.

Na 5 minuten bestrooi je een schoon aanrecht met wat bloem en nu gaan we het deeg wel goed kneden. In zo’n 4 a 5 minuten zul je merken dat het deeg lekker elastisch wordt. Verdeel dan het deeg in 6 stukken.

Strooi opnieuw wat bloem op je aanrecht en rol elk stuk uit tot een lap van ongeveer 2 a 3mm dikte. Probeer de chapati’s zo rond mogelijk uit te rollen door het deeg telkens een kwartslag te draaien.

Verhit een koekenpan.

Leg een chapati in de koekenpan en bak ze aan elke kant ongeveer 45 seconden totdat er goudbruine vlekjes ontstaan.

Je zult merken dat er bubbels ontstaan in het deeg. Haal de chapati uit de koekenpan en leg hem op de open vlam. De luchtbellen in je chapati zullen daardoor groter worden en als het goed is zou je hele chapati als een ballon moeten opblazen. Draai nog 1x snel om boven het open vuur en klaar is kees.

Herhaal dit met alle 6 de chapati’s.

Smakelijk!

Culinair reisverslag: Argentinië & een stukje van Chili

Argentinië, wat een land! Het stond al een hele tijd op mijn wishlist om ernaartoe te gaan. Eigenlijk al sinds mijn broer er jaren geleden op reis ging en terugkwam met de meest spectaculaire foto’s. Je kent dat vast wel, je ziet meermaals per jaar foto’s van vakanties. Maar er zijn er maar enkelen die je echt bijblijven, dat was voor mij dus de foto’s van mijn broer. Eigenlijk zouden we afgelopen december/januari al deze reis maken, vooral ook omdat het in die maanden juist zomer is in Argentinië. Dit kon helaas door werkomstandigheden niet doorgaan dus we besloten de reis alsnog enkele maanden later te maken. Het was dus tegen die tijd wel einde herfst. Eerst zal ik kort de reis beschrijven, om je vervolgens mee te nemen in de culinaire wereld van dit land en andere opvallende aspecten.

Normaliter bereid ik mijn reizen best wel redelijk voor. Ik hou er niet zo van om tijdens de reis me nog druk te moeten maken met de vraag ‘Waar slaap ik morgen eigenlijk?’. Als zo goed als alles van tevoren is uitgestippeld en geboekt, dan hoef ik me alleen nog maar druk te maken over de belangrijke zaken op vakantie: ‘Waar eten we vandaag?’ en ‘Wat voor tofs gaan we vandaag weer doen en/of zien?’. Wegens tijdgebrek hebben we deze Argentinië reis eigenlijk amper voorbereid. We zochten 3 plekken uit die we wilden bezoeken, boekten de vlucht, inclusief ook de binnenlandse vluchten. En na elke vlucht boekten we minstens de eerste overnachting, en verder was er nog helemaal niets geregeld.

De reis begon in Buenos Aires. Niet mijn favoriete stad als ik eerlijk ben. Nu speelt het weer altijd wel een grote rol bij het bezoeken van een stad, en wij hadden in de 2,5 dag dat we daar waren zo ongeveer alle seizoenen wel gehad; zon, regen en wind. Buenos Aires heeft enkele leuke wijken, zoals Palermo Soho en San Termo. Maar dan houdt het daar ook wel een beetje mee op. Buenos Aires bezit niet zoveel ‘landmarks’ als andere grote steden dat doen. Er is geen Eifeltoren, geen vrijheidsbeeld, geen Colloseum of Sagrada Familia. Dat maakt dus dat je eigenlijk alleen wat door de straten kan slenteren en de wijkjes kan bekijken, maar veel meer dan dat kun je er ook niet doen. Er zijn wel enkele musea, maar die zijn zeker niet van niveau ‘Guggenheim’ of ‘Louvre’. Als de zon dan schijnt, dan kun je wel prima toeven in de botanische tuinen bijvoorbeeld. Maar zoals ik al zei, wij hadden de pech dat eigenlijk maar een halve dag de zon scheen, dus lekker picknicken onder het genot van een Malbec zat er niet in. Wat ons wel opviel is dat het een relatief rustige stad is. Althans, in sommige delen van de stad heb je 5-baans straten, waar dan maar 3 auto’s over rijden. Ook hoef je niet telkens slalommend over de stoep te lopen, want zoveel mensen lopen er niet. Ook hebben we heerlijk gegeten, daarover later meer.

De prachtige Perito Moreno gletsjer vanaf het uitkijkpunt

We vervolgden onze reis richting Patagonië. Patagonië is een immens groot gebied in het zuiden van het land, wat ook nog doorloopt tot in Chili. Door de ligging van het gebied en de aanwezigheid van het Andesgebergte, is het grootste deel van het gebied gevuld met prachtige, besneeuwde bergen, waarvan de voet en het platteland juist steppe-landschap bevat. Er zijn enkele fantastisch grote meren en gletsjers, waaronder de Perito Moreno gletsjer. Die moest en zou ik zien, want die had ik bij mijn broer ook op foto’s gezien. De Petiro Moreno gletsjer bevind zich op enkele uurtjes rijden van het stadje El Calafate, dus dit werd onze basis voor de tweede plek die we bezochten.

Hiken op de gletsjer was het gaafste wat we gedaan hebben

We boekten een minitrekking naar de gletsjer toe. Dit is echt het allergaafste wat we deze reis gedaan hebben. Met van die metalen spikes onder de schoenen gingen we zo’n 1,5u op de gletsjer wandelen. Ja, OP de gletsjer. Alsof ik me op een totaal andere planeet bevond, zo voelde dat. Een heuvellandschap van ijs, met hier en daar een sinkhole waar je duizelig van wordt, zo diep. En we hadden nog extra geluk, er was op het moment dat wij er waren een grot onder de gletsjer ontstaan waar we ook in mochten. Die grot was wel zo’n 50 meter diep en er stroomde zelfs een rivier in, allemaal gesmolten gletsjerwater. De gemiddelde gletsjer neemt in de loop der jaren af met de opwarming van de aarde. Deze gletsjer laat zich echter niet uit het veld slaan en is al jaren stabiel. Ik kan alleen maar WAUW zeggen.

Torres del Paine: Chili

Vanuit El Calafate gingen we met de bus naar Torres del Paine, een nationaal park dat net over de grens in Chili ligt. Op zo’n 2u rijden van het park ligt Puerto Natales, een klein stadje wat al jaren als gateway naar het park dient. Je kunt overigens ook in het park zelf slapen, in een hutje of op een camping. Dit lukte ons niet meer, omdat we het dus niet allemaal van tevoren geregeld hadden. Achteraf vond ik het niet erg, want gezien het seizoen was het s’nachts best wel fris. Dit had ons echter wel 4u rijden op een dag gescheeld. We besloten een auto te huren voor 2 dagen en op die manier het park te verkennen. Er zijn veel verschillende hiking routes, sommigen lang, sommigen kort en sommigen enkel te lopen met een gids. Van de ene kant van het park naar de andere kant rijden, daar doe je ook al wel zo’n 2u over. Zeker als je onderweg nog hier en daar wilt stoppen om van het uitzicht te genieten. We besloten dus beide dagen een relatief korte hike uit te zoeken, ongeveer 2u per dag. Zo waren we zo’n 8u per dag van huis. Dat was wel fijn zeker ook gezien het jaargetijde de avondschemer alweer vroeg viel. Op de derde dag dat we in Chili waren regende het en wisten we niet zo goed wat we nog wilden doen. De eigenaren van de bungalow waar we verbleven hoorden dat en nodigden ons uit om een echte Chileense lunch te komen eten bij hun. Nou, als foodie laat ik me dat geen twee keer zeggen natuurlijk! Het werd een Chileense kippensoep genaamd ‘cazuela de ave’. Heel traditioneel voor Chili, terwijl het eigenlijk een vrij simpele kippensoep was. Hij was uiteraard wel echt heerlijk en ik vond het fantastisch dat ik bij de mensen thuis mocht komen. Mocht je een slaapplek zoeken in Puerto Natales, dan is ‘Toore Patagonia’ je place to be!

De lieve Chilenen die onze lunch verzorgden
Cazuela de ave: Chileense kippensoep

Na de beauty van Torres del Paine dacht ik echt dat dit niet meer overtroffen kon worden. Ik had het bij het foute eind. We vertrokken naar El Chalten (weer in Argentinië) waar we de Fitz Roy hike gingen doen. Ok, het was zwaar pittig en ik heb meermaals bijna opgegeven en ook geroepen ‘dit doe ik nooit meer’. Maar wat een prachtige hike met een fantastisch mooi uitzicht. De hike duurde in totaal zo’n 9 a 10 uur, waarbij je een berg oploopt en weer terug. De eerste 3km van de hike zijn redelijk omhoog lopen dus die waren al wel pittig met mijn enigszins zwakke conditie (over met je neus op de feiten drukt worden gesproken..) maar de laatste kilometer omhoog van deze hike sloeg werkelijk alles. De laatste kilometer omhoog had een stijging van 400meter dus je kunt je voorstellen hoe stijl dit omhoog ging. Bovendien was er geen gebaand wandelpad maar waren het meer rotsen waar je tegenop klom/wandelde (afhankelijk van hoe lang je benen zijn ;)). Die laatste km heb ik meermaals willen opgeven (vooral omdat ik wist dat we dat hele end ook nog terug moesten) maar uiteindelijk, met behulp van Pim, toch doorgezet. Huilend kwam ik bovenop de top van de berg, emoties van uitputting en wanhoop, maar zeker ook van blijheid. We hebben over die laatste km zo’n 1,5u gedaan, kun je nagaan hoe heftig stijl het was. Maar wat een prachtig uitzicht hadden we daar, zowel op de Fitz Roy berg met een mooi meer eronder, als ook op het dal dat we inmiddels achter ons gelaten hadden. Het vervelende was alleen, toen moesten we nog dezelfde weg terug. Nu is omlaag gaan wel beter voor je adem, maar je spieren krijgen het toch wel zwaar te verduren. Het heeft ons daarna 3 dagen rust gekost doordat ons lichaam zo extreem op was en Pim zelfs een overbelaste enkel eraan over gehouden had. Toch ben ik achteraf blij dat ik het gedaan heb en vooral overwonnen heb. Maar het zou idealer zijn als de hike net 3 of 4 kilometer korter zou zijn.

Op de top van Fitz Roy, na 5u hiken

Na al dat natuurgeweld dat Patagonië ons bood vervolgden we onze weg naar Salta. Salta is een koloniale stad in het noorden van het land. Het stadje zelf is wel schattig om een dagje te bezoeken maar verder zeker niet net zo spannend als wat er verder te zien is in de provincie. We huurden een auto en reden naar het noorden. Met Tilcara als basis, wat overigens ook echt een mooi en schattig dorpje is, reden we 3 dagen lang door prachtige berggebieden die afwisselend droog met cactussen of vol met groene bebossing pronkten. Want ook dit gebied ligt in het Andesgebergte, met vooral het klimaat als grote verschil. Het tofste vond ik dat we zo’n 2u in bewolkt gebied reden, en vervolgens aan de andere kant van een berg uitkwamen waar de lucht ineens stralend blauw was. De bergtoppen zijn daar zo hoog dat de meeste bewolking er niet overheen kan klimmen. In dit gebied bezochten we de 14-kleurige berg, die zijn naam dankt aan de prachtige kleuren die vooral aan het einde van de middag goed zichtbaar zijn. Ook bezochten we de 7-kleurige berg, die stiekem een beetje zielig leek nadat we de 14-kleurige berg al gezien hadden. Onderweg stopten we in dorpjes als Humahuaca en Purmamarca, wat allemaal leuke kleine dorpjes zijn om even lekker te lunchen en wat souvenirs te scoren. In deze dorpjes vind je ook een aantal leuke kleine lokale marktjes, waar de locals hun eten shoppen. Op weg terug naar Salta besloten we een detour te nemen en langs de zoutvlakte te rijden die tegen de Chileense grens ligt. Heel gaaf om eens een zoutvlakte te bezoeken en dus een groot uitgestrekt wit gebied om je heen te zien. Het geluid van krakend zout onder je voeten is tegelijk gaaf maar ook wel spannend, want wat zit er onder het zout? Klein minpuntje van deze detour was dat we later op een zandweg vast kwamen te zitten, letterlijk terwijl we in the middle of nowhere stonden. Gelukkig kwam er binnen niet al te lange tijd toevallig een auto aan die ons heeft kunnen helpen. Dit was een geluk want we hadden al 2u lang geen auto’s gezien op deze weg.

De 14-kleurige berg

In vogelvlucht was dit onze reis. Maar hoe heb ik deze reis nou ervaren op culinair vlak? Een ding mag duidelijk zijn en ik denk dat iedereen dat wel weet: Argentinië is een vleesland, en dan vooral een rundvleesland. Ik denk dat we in die 3 weken geen enkel restaurant hebben bezocht waar er niet minstens 1 steak op het menu stond. De meeste restaurants hebben echter een hele menusectie vol steak. Allemaal verschillende soorten cuts vlees, die natuurlijk elk hun eigen smaak hebben. Zo heb je de Bife de lomo (tenderloin) en Bife de Chorizo (sirloin). Deze worden veelal bereid op de zogeheten parilla, wat de Argentijnse variant van de barbecue is. Ze noemen het ook wel asado. Het verschil is dat de asado het hele gebeuren is, dus echt de complete ‘barbecue’ (ik zet het even tussen quotes want veel Argentijnen zijn beledigd als je het een barbecue noemt). De parilla is enkel het gedeelte waar specifiek het vlees op gebakken wordt (tenminste, als ik het goed begrepen heb). Nu zou je denken dat er in principe weinig bijzonders is aan steak. Maar allereerst is hij daar ALTIJD perfect gebakken. Maar vooral, het zijn echt knoeperds die op je bord liggen. 600 gram biefstuk is daar heel normaal om door 1 persoon te verorberen. Niks geen sla of frietjes of iets anders erbij, gewoon een bord vol vlees. Uiteraard is het vrijwel overal wel mogelijk om een bijgerecht te bestellen, maar dan eet je dus eigenlijk nooit je bord leeg zoveel krijg je.

Uitstekende maaltijd bij restaurant Don Julio in Buenos Aires
Kijk meneer eens blij zijn met zijn steak van 600 gram
Straatkraampje met empanadas

Gelukkig wordt er ook gedacht aan de niet-bief-eter, zoals ik. Je kunt ook een prima kippetje van de parilla krijgen, maar ook kipschnitzels zijn erg populair. Ook daar moet je echter niet schrikken van de grootte. Ik heb me wel eens afgevraagd of ze een ander soort kip kennen in Argentinië, zo groot en dik was mijn schnitzel. Pasta is ook veelvuldig verkrijgbaar in Argentinië, omdat het land een Italiaanse achtergrond heeft. Verder krijg je op elke hoek van de straat uiteraard empanada’s met vullingen uiteenlopend van mais, vlees en caprese. Op elke andere hoek van de straat kun je dan choripan krijgen, een broodje met gebraden chorizoworst, wat ik persoonlijk zwaar lekker vond. Verder verbaasde ik me er toch wel over hoeveel bakkertjes je kunt vinden, vooral in Buenos Aires. Maar eigenlijk als je je bedenkt dat Dulce de Leche ook uit Argentinië komt is dat weer niet zo gek. Argentijnen houden zelfs zo erg van zoet dat ze ook, net als menig Italiaan, ontbijten met een zoet gebakje of stuk taart. In veel hotels bestond het ontbijtbuffet dus uit meer zoetigheden dan hartige hapjes. Uiteraard moest ik zelf ook zo af en toe, weer of geen weer, een heerlijk dulce de leche ijsje nuttigen of ontbijten met een plakje cake.

Kipschnitzel, van een of andere reuzekip gemaakt. Hij was ook echt 3cm dik ongeveer
Choripan, met heel veel koolhydraten erbij
Dulce de leche ijsje

Uiteraard moest ik als echte chipsliefhebber ook alle lokale smaakjes even proeven. Je vind er uiteraard de normale smaken als naturel chips of cheese tortilla chips. Maar ook een aantal specials. De jalapenos kaas smaak vond ik erg pittig, maar opzicht wel lekker. De choripan ‘chips’ vond ik vreselijk. Ik zet het even tussen haakjes want of het officieel chips was weet ik niet zeker, maar het zat in een klein plastic zakje en het was knapperig dus ik vind van wel. Mijn absolute favoriet was de gegratineerde aardappel met pancetta smaak. Juist, je leest het goed.

Lokale chipssmaken. Veelal in kleine zakjes te koop.

Verder vind je in elke streek ook regionale gerechten. Zo aten we in het noorden veel quinoa en stond er ook lamavlees op het menu. Lama is overigens bijzonder smaakvol. Het is licht zoet vlees en zit wat mij betreft een beetje tussen rund en varken in. Locro is ook zo’n regionaal gerecht wat op veel plekken op de kaart staat. Dit is een stoofpotje van o.a. mais en bonen. In Chili aten we guanaco vlees, dit is familie van de lama maar verrassend genoeg smaakte het heel anders. Ik vond de guanaco weer meer weg hebben van rund met een vleugje wild eroverheen. Ietsje minder mijn ding dan de lama als ik eerlijk ben.

Guanaco in Chili
Guanaco op mijn bord

In de omgeving van Salta zijn we trouwens ook op een heuse ranch gaan logeren tussen de gauchos. Hier reden we paard (ja, ik heb Pim zo gek gekregen om op een paard te klimmen) en hadden we een heuse asado, real Argentinian style. Dat vond ik gaaf zeg! Een lange tafel vol eten, allerlei salades en vers gebakken brood, maar ook aardappeltjes gegaard in een pizza-oven en veel, maar dan ook echt veel vlees. Ik denk dat ze wel 12 keer gevraagd hebben of we echt niet nog een stukje vlees wilden, terwijl we al ontploften van hetgeen we al naar binnen geschoven hadden. De rode wijn vloeide uiteraard ook rijkelijk tijdens de asado. Het leuke vond ik misschien nog wel dat de eigenaar van de ranch zelf echt alleen maar vlees at en wijn dronk. Geen salades, geen watertje voor ernaast. Dat is voor pussy’s, vond ie. Deze meneer, inmiddels gepensioneerd, leeft al jarenlang op enkel vlees en wijn en heeft tot nu toe nog niks geleden. Is dat niet verrassend? We logeerden in een best wel prima lodge, naast de paardenstal. Het zou uiteraard geen ranch zijn als er niet ook wat dieren in onze kamer kwamen kijken of we wel goed aan het slapen waren. Zo kropen er meerdere kikkers door de kamer (iehh!), of het was telkens dezelfde die van plek naar plek hopte, dat kan natuurlijk ook. s’Avonds aten we tamales, een lokaal gerecht van maïsmeel balletjes, gevuld met gehakt en ui, in een maïsblad gaar gesudderd. Erg smakelijk ziet dit er niet uit, maar ik vond het best wel lekker.

De asado tijdens onze lunch bij de gauchos
Met heel veel lekkere bijgerechten bij de asado
Tamales: de foto van de binnenkant was te onsmakelijk om te delen

Dat ze niet overal even goed kunnen koken in Argentinië hebben we ook aan de levende lijve ondervonden. We zochten vaak restaurants uit aan de hand van Google reviews. Nou, of wij hebben gewoon een hele andere smaak, of de smaak van een gemiddelde Argentijn is niet altijd om over naar huis te schrijven. Zo kreeg ik in Salta bijvoorbeeld onderstaand gerecht, wat een kip stroganoff moest zijn. Ik heb nog nooit zoiets gehad. Smakeloos, kip die te gaar was en rijst was ook niet lekker was. En het leek ook niet op stroganoff zoals ik hem ken. Zonde! Waar ze ook nog niet zo bijzonder goed in zijn is het maken van salades. Heel gek is dat wellicht niet, in een land dat vooral om vlees draait. In veel restaurants heb je een ‘doe het zelf’ salade. Je krijgt een lijst met ingrediënten en mag er zelf 2, 3, 4 of 5 uitkiezen die samen jou salade vormen. Nu zou je denken dat daar niks mis mee is. Nou, kijk dan maar eens naar de salade hieronder op de foto en oordeel zelf. Uiteraard valt dit allemaal in het niet bij al het prachtigs wat we gezien en gedaan hebben en gemiddeld genomen hebben we echt wel heerlijk gegeten in dit land.

Dit zou kip stroganoff moeten zijn
‘Salade’, met tonijn, tomaat, ui en kaas

Wat ons verder heel erg opviel in de provincie Salta en Juyuy waren de vele politiecontroles. Ik durf niet te zeggen of het werkverschaffing is of omdat er veel ‘wegcriminaliteit’ is in deze provincies, maar je moet je in elk geval voorstellen dat er ongeveer na elke 5-10 km een stuk of 4 politiemannen op de weg staan. Deze houden steekproefsgewijs mensen aan. Wij zijn een keer aangehouden maar toen ze in de gaten hadden dat we geen Spaans spraken mochten we snel doorrijden. Ook dat is iets wat ons echt heel erg opviel. Wat spreken er weinig mensen Engels in Argentinië! Zelfs in de grote stad, in Buenos Aires, was het hard zoeken naar Engels sprekenden op straat, toen we bijvoorbeeld op zoek waren naar de juiste bushalte. Je zou verwachten dat zeker de jongere mensen in Buenos Aires wel gewend zijn Engels te spreken, maar het tegendeel is waar. Uiteindelijk hebben we de bushalte wel op eigen houtje gevonden hoor, maar het was wel even zoeken. Op het gebrek aan Engels-sprekenden na is het verschil tussen platteland en de stad wel echt dag en nacht hoor. Waar de steden zoals Salta en Buenos Aires net zo goed elke andere grote stad zou kunnen zijn, want alle huizen zijn gewoon modern en je kunt er alles wat je in Europa ook kan. Daarentegen loopt het platteland echt ver achter, en doen de huizen op het platteland zeker niet onder voor de huizen die je in menig land in Azië ook vindt. Golfplaten daken, rieten daken, auto’s die je in Nederland niet eens meer op de schroothoop kunt vinden zo oud, en huisjes die amper een fatsoenlijke stoel bezitten. Alsof je 100 jaar terug in de tijd bent gegaan, want zo kom je ook regelmatig mannen te paard of zelfs met een bepakte ezel tegen. Ik vind dat persoonlijk prachtig om te zien, en dit is juist de reden dat ik van een land kan houden. Heerlijk om te zien hoe ze zich niet druk kunnen maken om de laatste mode en hipste mobieltjes, maar juist waar het allemaal echt om draait. Een fijn leven met familie en vrienden.

Een heel normaal zicht op het platteland van Salta

Naast de paarden en ezels kom je ook veel straathonden tegen. Vooral in Patagonië ontkom je er bijna niet aan. Nu zou je denken dat dit wellicht een beetje eng en gevaarlijk is, maar niets is (of leek) minder waar. De honden zijn allemaal heel erg lief. Ze lopen met je mee (uiteraard hopend op wat te eten) maar bedelen doen ze niet. Ga je ergens op een terras zitten, dan komen ze naast je liggen, maar bedelen doen ze niet, zelfs niet als je dus met een joekel van een biefstuk voor hun neus staat. Wij kregen het gevoel dat, ondanks dat het straathonden zijn, ze wel goed verzorgd worden door de bewoners van de dorpjes, want ze zagen er niet smerig uit en ook niet mager.

Zoals je hebt kunnen lezen hebben we een prachtige reis gemaakt, met heel veel verschillende gebieden. Als je van natuur houdt, is Argentinië absoluut een must-see. Of je nou voor het ‘wilde’, culturele en enigszins goedkopere noorden gaat, of het ruige, koude zuiden, er is echt voor ieder wat wils. Zowel op gebied van natuur, maar ook zeker eten. Maar wel allemaal ‘tranquillo tranquillo’ natuurlijk, alles op het dooie gemakkie. Haastige spoed is zelden goed. Als je dat motto kan omarmen, dan pas je perfect in de cultuur.

Ohja, nog een kleine tip van flip. Probeer zoveel mogelijk Argentijns geld al mee te nemen. Pinnen is overal echt belachelijk duur. Je kunt maar maximaal ongeveer 100 euro per keer pinnen, waar je vervolgens zo’n 10 euro transactiekosten over betaald. En je kunt (nog) niet overal met pin of creditcard betalen, dus cashgeld is zeker een must. Op plekken waar je wel met creditcard kunt betalen, aanvaarden ze niet altijd Mastercard. Visa en Amex dan weer wel.

De zoutvlakte van Salta

Munt-limoen cheesecake

Het is weer het einde van de maand, wat betekent dat het weer tijd is voor een recept voor de foodblogswap. Voor de mensen die nieuw zijn met dit concept. Ik krijg een foodblog toegewezen waar ik een recept van uitzoek. Dat recept ga ik namaken en geef ik mijn eigen draai aan. Zo maakte ik deze keer dus deze munt-limoen cheesecake. Benieuwd wat ik nog meer allemaal maakte van andere blogs, als onderdeel van deze foodblogswap? Kijk dan hier. Uiteraard doet een ander blog hetzelfde met een recept van mij! Het is een leuke manier om inspiratie op te doen en nieuwe blogs te leren kennen.

Deze keer mocht ik koken van de blog ‘Great Little Kitchen‘. Ik kende deze blog nog niet dus ik ging even neuzen op de website. Naast een boel recepten deelt deze Bredase blogster ook hotspots en hele leuke DIY (Do it yourself), allemaal met een knipoog naar koken. Echt heel erg leuk! Uiteraard is de bedoeling dat ik iets ging koken of bakken, en niet dat ik ging knutselen. Ik kwam al snel uit bij haar limoen cheesecake. Met deze extreme temperaturen van de laatste weken is iets lekker fris natuurlijk geliefd. En wie limoen zegt, zegt fris! Ook was het alweer een flinke tijd geleden dat ik voor het laatst iets zoets had gemaakt, dus het werd weer eens tijd. Dat ze zelf aangeeft dat de taart binnen een half uur op was, dat was de druppel om voor dit recept te kiezen. Om mijn eigen draai eraan te geven ging ik op zoek naar smaakcombinaties met limoen. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Munt en limoen is natuurlijk een perfect huwelijk, denk maar aan mojito’s, en ook munt is lekker fris. Dus behalve de toevoeging van munt heb ik het recept verder helemaal gelaten zoals het was.

Nou, damn wat was ie lekker. De limoen en de munt maakt hem lekker fris, waardoor het een ideaal taartje is met deze temperaturen. Maar pas op, het blijft een no-bake cheesecake. Een klein puntje is dus meer dan genoeg want machtig is hij wel een beetje. Ik heb hem vandaag ook mee naar kantoor genomen en guess what.. ook binnen een half uur op!

Bereidingstijd: ~ 15 min (+2u marinadetijd + 15min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • 60 gram roomboter
  • 160 gram bastonjekoeken
  • 2 pakjes monchou
  • 1 blik gecondenseerde melk
  • 1 bakje verse slagroom (gekoeld)
  • 1 zakje klopfix
  • 3 limoenen + 1 extra ter garnering
  • 7 takjes munt + extra ter garnering

Extra nodig:

  • bakvorm van 20-22 cm
  • bakpapier

Stappenplan:

Doe het bakpapier op de bodem van de bakvorm. Als je inlegfolie hebt, gebruik dit dan om de opstaande rand te bekleden. Heb je dit niet, smeer dan de zijkanten lichtjes in met wat boter.

Maal de koekjes fijn in een keukenmachine. Met de hand kan eventueel ook als je geen keukenmachine hebt. Doe de koekjes dan in een plastic zak en sla bijvoorbeeld met een deegroller erop totdat alle koekjes kapot zijn.

Smelt de boter en giet dit bij de koekkruimel. Roer door elkaar zodat elke koekkruimel bedekt is met boter.

Giet in de bakvorm en druk goed aan. Gebruik hier bijvoorbeeld de achterkant van een lepel voor, of een glas met platte onderkant. Ik heb een licht opstaande rand gedaan maar je kunt ook zonder rand doen en dus enkel een koekbodem maken.

Zet de koekbodem in de koelkast voor minstens een half uur.

Klop de slagroom met de klopfix stijf. Zet apart.

Klop de monchou op zodat ie wat losser is. Voeg de gecondenseerde melk toe en roer tot een glad mengsel.

Rasp de 3 limoenen en voeg de rasp toe aan het monchoumengsel. Doe hetzelfde met het sap van de 3 limoenen.

Pluk de blaadjes van de takjes munt en snipper ze fijn. Voeg de muntblaadjes ook toe aan het monchoumengsel.

Spatel de stijfgeklopte slagroom door het mengsel. Zodra je een mooie gladde mix hebt, giet dit dan in de bakvorm bovenop de koekvorm.

Spatel de bovenkant mooi recht.

Zet de munt-limoen cheesecake in de koelkast om op te stijven. Dit moet minstens 2u opstijven, maar langer is beter.

Haal de cheesecake voorzichtig uit de vorm. Eventueel kun je met een glad mes of iets dergelijks de randjes weer wat glad strijken.

Rasp de laatste limoen en strooi de rasp op de bovenkant van de cheesecake.

Snij eventueel de limoen nog in schijfjes als extra garnering bovenop de cheesecake.

Leg ook nog wat takjes munt op de munt-limoen cheesecake.

Smakelijk!

Aziatische kip salade

Deze Aziatische kip salade is geïnspireerd op een gerecht wat ik voorbij zag komen bij Masterchef Australia. Het is echt mijn favoriete kookshow en er is momenteel weer een nieuw seizoen bezig. In een van de afleveringen werd een kip salade gemaakt tijdens een teamchallenge. Die kip salade scoorde enorm goed scoorde enorm goed bij de jury en ook bij mij liep het water uit de mond bij het zien van het bord. Uiteraard had ik me ten tijde van de aflevering niet bedacht dat ik ook zoiets wilde maken en heb ik dus geen notities gemaakt van hoe het gemaakt werd, maar ik kon me enigszins herinneren wat erin zat en vond het misschien juist wel leuker om er zelf een draai aan te geven. De aflevering terugzoeken was me teveel werk, ik ben dan liever creatief. Zo kwam deze kip salade dus tot stand.

Heel eerlijk, ik vond hem zelf fantastisch lekker en heb zelfs de leftovers de volgende dag als lunch gegeten. Pim vond hem iets minder, maar dat kwam voornamelijk omdat zijn visie op ‘salade’ veldsla met komkommer is en dit daar dus echt heel erg van afweek. Kool is niet perse aan hem besteed, dus een salade die grotendeels uit kool bestond was al gedoemd om niet succesvol te zijn bij Pim. Maar dat mocht de pret niet drukken, ieder zijn smaak. Zoals ik al zei, ik vond hem zelf echt fantastisch en het is zoals je ziet ook nog eens een kleurenexplosie op je bord. En superhealthy natuurlijk! Je kunt uiteraard nog iets van noodles ofzoiets toevoegen om toch wat koolhydraten in je gerecht te hebben, ik vond dat zelf niet nodig en had hier genoeg mee.

Ik had dan wel weer verwacht dat je de kokosmelk veel beter zou proeven in de kip. Je proeft het wel hoor, maar het is heel erg subtiel. Dat kan wellicht aan mij liggen, of aan de manier waarop ik dit bereid heb. Maar ook dat zorgde niet voor een minder smaakvol gerecht. Wat mij betreft absoluut een winner en heel erg tof om op tafel te zetten tijdens een healthy etentje met vrienden. Lekker knapperig en gezond, daar hou ik van.

Bereidingstijd: ~ 25 minuten     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 350 gram kippendijfilets
  • 1 blikje kokosmelk
  • 2 cm verse gember
  • 1 stokje citroengras
  • 1/2 rode kool
  • 1/2 witte kool (1 rode of 1 witte mag ook)
  • 1 wortel
  • 2 bosui
  • verse koriander
  • verse munt
  • 2 handjes pinda’s
  • 2 handjes gebakken uitjes
  • 1 rode ui of sjalot
  • 2 el appelazijn
  • optioneel: rode peper

Voor de dressing:

  • 2 el vissaus
  • 2 el rijstazijn
  • sap van 1 limoen
  • 2 el honing (of palmsuiker)
  • 1 teen knoflook
  • 1 cm verse gember

Stappenplan:

Kneus de citroengras door met de achterkant van je mes erop de slaan. Snij in 3 stukken.

Snij de verse gember in schijfjes.

Doe de kokosmelk met de citroengras, gember en de kip in een steelpan en breng tegen de kook aan.

Pocheer de kip in zo’n 10 minuten gaar en draai daarna het vuur uit. Let op: pocheren doe je niet in kokend vocht, maar heet vocht.

Snij intussen de kool fijn. Snij ook de wortel en bosui fijn. Het makkelijkste is om hiervoor een mandoline te gebruiken als je die hebt, maar met de hand kan ook.

Snij de munt in fijne reepjes en pluk de koriander.

Maak intussen de dressing door de knoflook en gember te raspen of fijn te snijden. Meng dit met de vissaus, rijstazijn, honing en limoensap. Eventueel kun je nog wat extra peper toevoegen.

Hak de pinda’s grof.

Pull de kip door met je handen of met vorken uit elkaar te trekken tot grove stukken.

Snij optioneel nog een rode peper in ragfijne ringetjes.

Meng alle groentes door elkaar, en verdeel over borden. Schenk er de saus over.

Verdeel de kip over de borden en bestrooi met gebakken ui en pinda’s.

Smakelijk!

 

 

Knoflookgarnalen uit de oven

Ik deelde onlangs al deze patatas bravas, die ik maakte als onderdeel van een tapasdiner. Als onderdeel van datzelfde diner maakte ik ook deze knoflookgarnalen uit de oven. Wanneer er in een restaurant ergens knoflookgarnalen op het menu staan, zal Pim of ik ze steevast bestellen. Heerlijk met een beetje brood om lekker te dippen. Ik denk dat Pim zelfs zo een hele schaal in z’n uppie op kan. Maar ik geef hem geen ongelijk hoor. Want knoflookgarnalen zijn echt heerlijk. Maar toch had ik ze nog niet eerder zelf gemaakt. Op een warme zaterdagavond kwam daar dus verandering in. Ik had door het warme weer al weken niet echt uitgebreid gekookt en het begon weer even te kriebelen. Maar omdat mijn hersenen even met het hitteplan rekening houden kon ik even niet extreem creatief gaan. Dus dan maar even minder origineel, maar zeker niet minder lekker! Ik koos ervoor om een ietsje pittigere variant van knoflookgarnalen te maken, door toevoeging van wat extra spices. Ik merk dat ik steeds vaker pittiger eet. Maar don’t worry, de heetheid van deze garnalen is echt heel erg goed te doen hoor! Je hebt geen liters wijn of sangria nodig om het af te blussen, hoewel ik geen nee zou zeggen tegen een liter sangria uiteraard. Het toffe van deze knoflookgarnalen? Je hebt er amper werk aan! Marinade maken, paar uurtjes marineren, en afbakken in de oven. Klaar is kees, een kind kan de was doen. Heel erg goed voor te bereiden dus ook, zodat je alleen het afbakken nog ter plekke moet doen. Daarom dus ook een goede toevoeging aan een dinner party, als voorgerecht of als onderdeel van een tapasmenu.

Bereidingstijd: ~ 15 min (+2u marinadetijd + 15min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 250 gram grote, rauwe garnalen (mag uit de diepvries, gepeld)
  • 1 el worcestershiresaus
  • 3 el sweet chili saus
  • 2 tl sriracha (eventueel te vervangen door 2 tl chilipoeder)
  • 4 tenen knoflook
  • 30 gram roomboter
  • 1 tl paprikapoeder
  • 4 el olijfolie
  • 1 el gedroogde oregano
  • verse peterselie

Stappenplan:

Ontdooi de garnalen, indien je diepvriesgarnalen gebruikt.

Hak de knoflook fijn, of pers uit in een knoflookpers.

Doe de knoflook met de sriracha, boter, olie, chilisaus, worcestershiresaus, oregano en paprikapoeder in een steelpannetje. Breng het geheel aan de kook en draai het pitje laag. Laat de marinade enkele minuten doorpruttelen en roer af en toe door. Zet daarna het vuur uit en laat flink afkoelen totdat je er met je vinger in kunt en jezelf niet verbrandt.

Doe de garnalen in een ovenbestendige schaal.

Schenk er de marinade overheen. Bedek de schaal met folie en zet in de koelkast om te marineren, zo’n 2-3u.

Verwarm de oven voor op 200°C.

Haal de ovenschaal met garnalen uit de koeling en gooi de folie weg.

Bak de knoflookgarnalen in de oven voor ongeveer 14 minuten.

Hak intussen de peterselie grof.

Haal de knoflookgarnalen (voorzichtig) uit de oven en bestrooi met de verse peterselie.

Eventueel kun je nog wat citroensap erover druppelen. Lekker met brood erbij om mee te dippen.

Smakelijk!

Uiteten met Inge: Brasserie Eigenwijs in Sittard

Hoe leuk ik koken ook vind, af en toe heb ik gewoon zin om lekker achterover te leunen, van het weer te genieten, en voor me te laten zorgen. Ik eet dus ook wel vaker buiten de deur. Meestal voor het avondeten, maar Pim en ik eten ook wel graag eens een uitgebreide brunch buitenshuis. Ik noem het brunch, want het weekend is voor uitslapen en dus ontbijten we meestal pas tijdens de lunch. Deze keer mocht ik voor Social Deal gaan brunchen bij Brasserie Eigenwijs in Sittard. Een twee-gangen lunch, wat eigenlijk wat mij betreft zelfs drie gangen was, gezien de eerste gang zowel soep als een broodje was. En dat voor maar €9! Je krijgt dan gewoon 42% korting op je lunch met deze deal. Lees snel mee met mijn review over deze lokale hotspot.

Brasserie Eigenwijs ligt aan de Molenbeekstraat, midden in het centrum van Sittard. Parkeergelegenheid is er voldoende op loopafstand, ik woon zelf op nog geen 10 minuten rijden hier vandaan dus een ideale plek om even je gedachtes te laten dwalen en te genieten van de mensen die allemaal voorbij lopen (zeg nou zelf, daar geniet elk mens van, toch?). Ik ben hier al vaker langs gekomen op een donderdag, wanneer de wekelijkse markt hier een straat verderop staat. Toch was dit voor mij de eerste keer dat ik er zelf at. Er is voldoende plek om te zitten, zowel binnen als buiten, dus op zonnige dagen zit het terras dan ook steevast gezellig vol. Het is een ruim en modern ingericht plekje, vooral de eenvoudige, doch doeltreffende muurversieringen vind ik heel erg gaaf. Door het hele pand vind je woorden als ‘Smakelijk’ en ‘Eet & Drink’. En die kleurtjes op de muur! Marineblauw met lichtgrijs in combinatie met verschillende donkergekleurde meubels. Ik hou ervan, lekker fris en hip. Gezien de weergoden ons ook deze dag goed gezind waren besloten we lekker buiten in het zonnetje te zitten. Al heel snel kwam de serveerster naar ons toe en legde ze met een brede glimlach uit wat de bedoeling was bij deze social deal.

We kregen de keuze uit drie verschillende soepen, zes verschillende broodjes en twee nagerechten. Uit elke categorie mochten we er eentje kiezen. De keuzes vind ik heel erg leuk. Er staan enkele klassiekers op de kaart, zoals een uiensoepje en een broodje brie, maar ook enkele verrassende, minder-voorkomende opties zoals courgettesoep en broodje tacogehakt met kaas. Welke gerechten Pim zou kiezen, daar hoefde ik geen seconde over na te denken. Meneer ging voor tomatensoep, broodje carpaccio en crème brûlée. Ik koos zelf voor gerechten waarvan ik dacht dat ik het beste de kwaliteiten van de brasserie kon beoordelen: courgettesoep, broodje huisgemaakte tonijnsalade en chocolademousse na.

Gang één

Binnen twee minuten stond ons drinken op tafel. Ik ging voor een cappuccino, want die drink ik eigenlijk alleen nog maar in het weekend tegenwoordig. En dan is het altijd ‘fingers crossed’ dat de cappuccino lekker is. En jawel, ik kreeg zowaar een heel treetje met de cappuccino op, vergezeld met een nougatine en een toef slagroom met chocoladeboontje. Zelfs het mini-glaasje water erbij brengt me direct aan het glimlachen. Heerlijk, ik hou van een goed-aangeklede koffie. Gek toch, wat een lekker simpel koekje doet met je beleving. We hoefden ook niet lang te wachten op onze eerste gang. De soep met het broodje. Het werd geserveerd op een prachtige houten plank, dat zag er echt heerlijk uit. En wat een rijke porties! De soepkommen zaten goed vol, en mijn tonijnsalade was rijkelijk aanwezig.

De courgettesoep was lekker romig, en vooral ook heel goed gemixt want hij was goed glad. Zonder stukjes dus. Eerlijk gezegd ben ik meestal niet zo’n soep-eter, zeker niet als het buiten 30 graden is. Toch heb ik deze soep met liefde verorberd, al zou ik persoonlijk net ietsje meer peper en zout gebruiken, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Ook Pim was tevreden met zijn tomatensoepje want hij had hem echt binnen no-time op. Door naar het broodje dus. Ook die had Pim vliegensvlug weggewerkt, ben ik dan zo’n langzame eter? Ik moest wel multitasken trouwens, want zodra de broodjes op tafel stonden kwamen er ineens bergen met vliegen op ons af. Dat krijg je natuurlijk als je buiten zit en kan Brasserie Eigenwijs uiteraard helemaal niets aan doen. De serveerster was zich er maar al te bewust van, merkte ik toen ze met een soort zielig pruillipje mijn kant op keek terwijl ik met een wapperend hand mijn broodje probeerde te verorberen. Maar gelukkig was mijn hand-oogcoordinatie goed genoeg dat ik alsnog heb kunnen genieten van een vliegvrij broodje tonijn. Zoals ik al zei, rijkelijk belegd met een smaakvolle tonijnsalade. Ik at er liever nog wat extra ui op, maar ook dat is een kwestie van smaak. Ui en ik zijn nou eenmaal beste vrienden.

Gang twee

Al bijna uit mijn voegen ploffend kwam onze tweede gang op tafel; crème brûlée en chocolademousse. Normaliter ben ik geen zoetekauw, en zou ik niet snel een dessert kiezen. Toch heb ik deze chocomousse helemaal opgegeten, ik likte nog net niet het potje uit. De mousse was stevig maar toch smeuïg, en werd vergezeld met een flinke toef slagroom en extra witte chocoladechips. Uiteraard had Pim het zijne alweer op voordat ik met mijn ogen knipperde, maar dat kan bij hem ook niet anders met een flinke portie crème brûlée. Dat de suikerlaag wat mij betreft net ietsje dikker en krokanter had mogen zijn, leek hem helemaal niet te storen.

Al met al hebben we prima genoten bij Brasserie Eigenwijs. Het is lekker buiten zitten, de bediening is reuze aardig en ook erg vlot en het eten is weinig op aan te merken. Simpel, maar goed. Je krijgt eigenlijk precies wat je van een brasserie verwacht, maar dan met een modern vleugje eroverheen. Wat ik ook erg leuk vond om te zien is dat je bij Brasserie Eigenwijs ook een tapas-lunch kan eten. Je krijgt dan, net als bij tapas-diner, keuze uit meerdere kleinere porties. Ook serveren ze genoeg gerechten waar elk kind blij van wordt, zoals pannenkoeken en kipnuggets. En toen ik heel even naar binnen wipte, liep ik zo langs een vitrine vol met Limburgse vlaaien en chocolade-muffins. Voor ieder wat wils dus op elk moment van de dag! Wil jij nou ook zo lekker uitgebreid lunchen in hartje Sittard? Via deze link vind je de Social Deal waar wij van genoten.

 

Patatas Bravas

Iedereen in Nederland heeft deze licht spicy potatoes, oftewel patatas bravas, vast wel eens gegeten in een tapas restaurant. Crispy aardappeltjes, overgoten met een licht spicy tomatensaus en een smeuïge aioli. Als je het mij vraagt is er weinig lekkerder dan dat. Supersimpel om te maken ook nog eens! Wij hielden een min-tapas avondje thuis en dus wilde ik ze eindelijk eens zelf maken. Uiteraard zijn er vele manieren waarop je dit kon doen, maar dit is de manier waarop ik het deed en ik kan je vertellen dat het goed in de smaak viel. Ohja, de hoeveelheid rode saus die je met dit recept maakt is wel teveel voor 2 personen, maar die kun je natuurlijk een volgende dag door de pasta gooien of iets dergelijks. Of als je dus meer dan 2 personen hebt, verdubbel dan alles behalve de rode saus.

Om mezelf eens uit te dagen wilde ik de aioli eens helemaal from scratch maken. Ik zie heel vaak het cheat-recept voor mayonaise voorbijkomen, vooral bij Masterchef Australia. Met die methode ben je jezelf geen afgepeigerde arm aan het roeren, maar ben je binnen 2 minuten klaar en heb je eigenlijk hetzelfde resultaat. Dit doe je door een staafmixer te gebruiken. Nou, ik dus ergens een receptje opgezocht, en jawel, er kwam iets uit dat op mayonaise leek. Maar daar bleef het ook bij wat mij betreft. Ik denk dat ik deze mayo niet lekker vond omdat er olijfolie gebruikt werd in het recept, dus ik proefde meer olijfolie dan daadwerkelijk mayonaise. Ik koos er dus uiteindelijk voor om even de makkelijke weg in te slaan, en de aioli gewoon van kant en klare mayo te maken. Want dat recept had ik wel al en is vet lekker! Maar ik ga het zeker nog een keer proberen om op die manier mayo te maken, alleen dan laat ik de olijfolie achterwege. Anyways, deze patatas bravas zullen zeker weten een hit zijn op elk tapasfeestje!

Bereidingstijd: ~ 25 min (+30min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

Aardappeltjes:

  • 400 gram vastkokende aardappeltjes
  • olie
  • 1,5 tl gerookte paprikapoeder
  • peper en zout

Rode saus:

  • 1 blik tomatenblokjes
  • 1 ui, grofgesnipperd
  • 2 tenen knoflook, grofgehakt
  • 1,5 tl gerookte paprikapoeder
  • 0,5 tl cayennepeper
  • 1 tl oregano
  • olie
  • peper en zout naar smaak

Aioli:

  • 3 el mayonaise
  • 3 tenen knoflook, uitgeperst
  • 1 el citroensap
  • 1 tl honing of agavesiroop
  • peper naar smaak

Stappenplan:

Was de aardappeltjes grondig, schillen is niet nodig. Snij ze in partjes, iets groter dan een dobbelsteen.

Breng een pan met wat water aan de kook en kook de aardappeltjes hierin zo’n 8 minuten.

Verwarm intussen de oven voor op 200°C.

Giet de aardappels af en laat ze even uitstomen in het vergiet.

Verdeel de aardappeltjes over een ovenschaal of plaat en bestrooi met wat olie en peper en zout. Hussel door elkaar zodat de hele aardappel bedekt is met een dun laagje olie.

Bak de aardappels in zo’n 30-35 minuten goudbruin, hussel ze af en toe om.

Voeg de laatste 10 minuten de paprikapoeder toe en bak deze nog 10 minuten mee.

Voor de rode saus mix je alle ingrediënten behalve de olie in een keukenmachine of blender. Mix tot een relatief gladde mix.

Verwarm een koekenpan met een klein scheutje olie en doe de tomatenmix hierin.

Breng aan de kook en laat zo’n 5-10 minuten sudderen totdat de saus ietsje inkookt.

Meng voor de aioli alle ingrediënten.

Zodra de aardappeltjes goudbruin zijn, lepel je wat van de rode saus over de aardappels. Schenk ook wat aioli op de patatas bravas en garneer eventueel met verse peterselie.

Smakelijk!

 

Pulled chicken bitterballen

Dat je ook met kant en klare kruidenmixen creatief kan zijn heb ik in het afgelopen jaar wel ontdekt. Als ambassadeur van Santa Maria krijg ik af en toe pakketjes met hun producten opgestuurd en mag ik er wat lekkers mee maken. Ik gebruik eigenlijk zelden kant en klare mixen, maar de producten van Santa Maria komen hier dan wel af en toe over de vloer, dat deed ik ook al voor mijn ambassadeurschap. Nu kan ik natuurlijk ‘gewoon’ fajita’s of burrito’s maken, maar ik denk dat de foodbloggersmarkt al redelijk verzadigd is met deze recepten. Ik probeer mezelf dus uit te dagen out of the box te denken. Dat lukt uiteraard de ene keer meer dan de andere keer. Maar met deze pulled chicken bitterballen is het wel redelijk gelukt, vond ik zelf.

Het thema van deze maand was ‘dinnerparty’. Met dat thema kun je natuurlijk alle kanten op. Voor mij is een dinnerparty vaak kleinere hapjes serveren, terwijl je met z’n allen staat te borrelen. Maar je kunt een dinnerparty ook interpreteren als tafelsvol met salades en andere lekkerheden. Welke van de twee je ook kiest, het fijnste is als je de meeste voorbereidingen al kan doen zodat je tijdens de party zelf genoeg tijd hebt om je gasten te vermaken. Nou, laat dit recept daar nou perfect voor zijn. Ik vind het extra leuk om dinnerparties ook een thema te geven, vaak in de vorm van een ‘keuken’. Dus een italiaanse dinnerparty, of een mexicaanse, ga zo maar door. Deze bitterballen passen zowel thuis in de hollandse als in de mexicaanse (of texmex) dinnerparties.

Door de roux van de bitterballen op smaak te brengen met fajitakruiden krijg je een hele smaakvolle bitterbal. Pulled chicken in een bitterbal vond ik nog wel spannend, maar dat gaat verrassend goed stiekem! De kip blijft heerlijk mals en doet zeker niet onder voor de rundvleesbitterbal wat mij betreft. Omdat ik niet zeker wist of dit receptje ging werken heb ik maar een kleine portie gemaakt, maar achteraf was dit natuurlijk een stomme keuze. Had ik maar het dubbele gemaakt! Bitterballen maken is stiekem wel wat werk, maar het is wel echt leuk werk! Het geeft me echt voldoening om met die plakvingers lekker door het paneermeel te rollen. Ik bedoel, ik heet niet voor niets ‘knoeien met Inge’. De hoeveelheden hieronder zijn dus voor ongeveer 20 bitterballen, zoveel maakte ik er dus ook. Uiteraard afhankelijk van hoe groot je ze maakt. Maar beter verdubbel of vertrippel je het recept, want ze zijn zo op!

Bereidingstijd: ~ 60 min (+3u koeltijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor zo’n 20 stuks:

  • ongeveer 300 gram kippendijen
  • 40 gram roomboter
  • 125 gram bloem
  • half zakje fajitakruiden of je eigen fajita-kruidenmix
  • 1 blokje kippenbouillon
  • 1 witte ui
  • 2 tenen knoflook
  • 2 blaadjes gelatine
  • plantaardige olie (inclusief olie om te frituren)
  • peper en zout
  • 3 eieren
  • 125 gram panko of paneermeel
  • 125 gram zure room
  • 1 zakje ranchkruiden of gebruik je eigen kruidenmix

Stappenplan:

Vul een pan voor ongeveer de helft met water, doe het kippenbouillonblokje erin en breng het tegen de kook aan.

Doe de kippendijen hierin en pocheer in zo’n 10-15 minuten gaar. Het water hoeft hierbij niet te koken, maar wel tegen de kook aan te zitten.

Haal de kippendijen uit het kookvocht, bewaar 250 ml van het kookvocht. Zet de kip even apart tot later.

Snipper de ui en de knoflook en verhit een steelpan met wat olie, je kunt hiervoor de pan waarin je de kip hebt gepocheerd hergebruiken.

Fruit de ui en voeg na enkele minuten ook de knoflook toe.

Voeg vrijwel direct daarna de fajitakruiden toe en bak deze eventjes mee.

Voeg dan het overgebleven kookvocht toe (250ml) en roer goed door elkaar. Zet het vuur uit en laat wat afkoelen.

Nu gaan we de kip ‘pullen’. Neem twee vorken en leg een stuk kippendij op een snijplank. Trek met de vorken de kippendijen uit elkaar totdat je kleine reepjes kip overhoudt.

Leg de blaadjes gelatine in een bakje met koud water om los te weken.

Smelt de boter in een schone steelpan, laat de boter niet bruin worden.

Zodra de boter gesmolten is doe je de bloem erbij en roer je met een houten spatel.

Laat dit, onder af en toe roeren, enkele minuten doorgaren zodat de bloem gaart. Het zal een beetje op zand gaan lijken, dan is het goed.

Voeg dan beetje bij beetje de bouillon met de fajitakruiden toe. Roer met een garde telkens door voordat je weer nieuwe bouillon toevoegt. Je zult uiteindelijk een gladde mix krijgen, er zullen uiteraard wel kleine stukjes van de ui en knoflook in zitten. Je kunt ervoor kiezen die uit de bouillon te filteren, ik heb dat zelf niet gedaan.

Haal de blaadjes gelatine uit het water en voeg toe aan de mix. Roer door totdat de gelatine is opgenomen.

Voeg de pulled chicken toe en roer alles goed door elkaar.

Breng eventueel op smaak met wat peper en zout. Dit is door het gebruik van de fajitakruiden niet perse nodig, proef de mix om zelf je smaak te bepalen.

Neem een ovenschaal of andere schaal en doe hier de mix in. Dek het af met vershoudfolie en laat afkoelen. Eerste half uur buiten de koelkast, daarna in de koelkast. Laat de mix in totaal minstens 3u opstijven.

Zet 3 schaaltjes klaar. 1 schaal met bloem, 1 met losgeklopt ei en 1 met het pankokruim of paneermeel.

Neem telkens gelijke delen van de pulled chicken mix en rol daar balletjes van, net wat kleiner dan een golfballetje (maar als Nederlander weet je vast hoe groot een bitterbal is!). Je kunt voor de maathouding bijvoorbeeld een ijsschep gebruiken zodat ze ongeveer allemaal even groot zijn. Maak de ballen niet al te groot, in dat geval kun je er beter kroketjes van rollen.

Rol de balletjes achtereenvolgens door de bloem, het ei en het paneermeel.

Leg apart op een bord en herhaal totdat alle pulled chicken mix op is.

Haal dan nogmaals alle balletjes door het ei en paneermeel.

Verhit een frituurpan met olie tot 180°C.

Maak intussen de ranch dressing door de ranch kruiden de mengen met de zure room en een eetlepel water.

Voeg er optioneel nog wat peper aan toe.

Frituur de bitterballen in de frituurpan. Doe dit met zo’n 6 tot 8 ballen per keer, afhankelijk van de grootte van je frituurpan.

Frituur ze in zo’n 3-4 minuten goudbruin. Laat ze uitlekken op keukenpapier.

Serveer de pulled chicken bitterballen met de ranchsaus.

Smakelijk!

Mais-kaas dampers met chipotle-knoflookdip

Jonges, ik zeg het niet gauw, maar ondanks dat dit misschien niet het meest fotogenieke eten is, is dit wel echt een toppertje! Door de Keuken Kampioen werd ik uitgedaagd om een barbecue-bijgerecht met mais te verzinnen. Er doen een stuk of 10 andere bloggers mee aan de uitdaging en ik kan er een heuse Kamado barbecue mee winnen! Nou, daar wil ik natuurlijk wel mijn best voor doen! Maar een origineel barbecue-gerecht met mais, dat is nog wel pittig. Je kunt natuurlijk gewoon maiskolven grillen en daar iets leuks mee doen. Don’t get me wrong want dat is echt meeeeeegalekker! Maar origineel, mwoah. Toen ging ik nadenken over barbecuen en waande ik mij ineens zo’n 10 jaar terug in de tijd, toen ik voor studie een half jaar in Australie zat. Melbourne om precies te zijn. Wie het over Australie heeft, heeft het over barbecuen. Ofwel, ‘barbie’ zoals ze een barbecue daar noemen.

Wist je dat je daar publieke barbecues hebt? Langs de rivier, in het park, of het bos, je vindt overal wel publieke grillplaten (nee, geen kolenbarbecues helaas) die iedereen te pas en te onpas kan gebruiken. En denk je dat ik ooit ook maar één vieze publieke barbie ben tegengekomen? Nee hoor, iedereen maakt achteraf alles netjes schoon. Als student zijnde, met een heleboel andere (internationale) studenten om me heen, hebben we dus veelvuldig gebruik gemaakt van deze gratis opportunity om buiten te koken. Uiteraard vaak lekker studentikoos, met wit, voorgesneden stokbrood en kant en klare worstjes. Maar heel heel soms pakten we lekker uit. Zo maakten we ook soms ‘dampers’. Damper is echt een typisch Australisch brood dat al jaren op het open vuur, temidden de gloedhete kolen, bereid wordt. Vooral reizigers maakten het veel, omdat het simpel om te maken is en, van oudsher, maar 2 of 3 ingrediënten bevat.

Het maken van dampers is een leuke afwisseling voor het eeuwige stokbroodje kruidenboter, dat wij Nederlanders het liefst eten bij een barbecue. En het toffe is, je kunt dampers ook heel leuk samen met de kids maken. Laat de kids de bossen in gaan, op zoek naar stokken (die je natuurlijk eerst even schoonmaakt). Dan kun je daarna samen met de kids de slierten om de stokken wikkelen en op de barbecue gooien. Heb je zelfs een kampvuur, dan kun je dit brood ook als een marshmallow boven het kampvuur grillen.

Ik heb zelf geen kinderen, dus ik koos ervoor om de stokken uit het bos te vervangen door takjes rozemarijn, om net iets extra smaak te geven aan het brood. Dit is echter zo’n licht vleugje dat het echt niet erg is als je dit niet doet. Ohja, en stiekem heb ik voor de foto de rozemarijn vervangen voor verse hoor, want de rozemarijn wordt wel mee gegrild uiteraard. Dat zag er op de foto net wat minder fijn uit, dus ik heb het stiekem veranderd. Je kunt de damper ook als heel brood of kleine broodjes af te bakken, door ze in een hittebestendige schaal met deksel (bijvoorbeeld gietijzeren pan, of van die kleine ovenschaaltjes met deksel) te doen en dan temidden van de kolen te bakken. Je krijgt dan meer een echt brood, wat je vervolgens lekker in stukken kan breken. Beide manieren hebben hun voordelen, afhankelijk of je juist van de crunchy buitenkant of de zachte binnenkant houdt kun je beter voor de een of de ander kiezen.

Veelal worden dampers ‘au naturel’ gegeten, net als ons wit stokbroodje. Maar je kunt heel makkelijk smaakmakers toevoegen. Zo voegde ik dus parmezaanse kaas en mais toe. Echt een hele prettige toevoeging, al zeg ik het zelf. Zeker samen met de smeuïge, licht pittige knoflookdip erbij. Wij hebben zitten smullen hoor!

Oh, en wil je me nu echt een plezier doen? Stem dan op mij voor deze wedstrijd, want dan win ik misschien die Kamado!

Bereidingstijd: ~ 30 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

Mais-kaas dampers:

  • 4 cups zelfrijzend bakmeel
  • 30 gram roomboter (op kamertemperatuur)
  • 1 cup melk
  • 1/2 cup water
  • 1 tl zout
  • 2 tl suiker
  • 1 blikje mais (150 gram)
  • 50-100 gram parmezaanse kaas
  • optioneel: stengels rozemarijn

Chipotle-knoflookdip:

  • 2 bollen knoflook
  • 2 el mayonaise
  • 2 el griekse yoghurt
  • 1 tl chipotle kruiden
  • bieslook (naar smaak)
  • peper en zout
  • olie

Stappenplan:

Snij de bovenkant van de bollen knoflook, laat de knoflook verder ongeschild.

Scheur 2 stukken aluminiumfolie af en leg de bollen knoflook hierin.

Schenk er een beetje olie op en bestrooi met wat peper en zout en vouw de aluminium dicht als pakketjes.

Leg de bollen knoflook zo’n 45min op de barbecue (indirecte hitte). Je kunt dit eventueel ook in de oven doen op ongeveer 175°C.

Laat de bollen knoflook iets afkoelen. Pers dan de knoflook uit de schillen. Je kunt dit het makkelijkste gewoon met de hand doen door vanuit de onderkant naar de open bovenkant te drukken.

Doe de knoflook bij de mayonaise en griekse yoghurt en roer door elkaar. Indien nodig, vijzel de chipotle kruiden fijn en meng deze door de dip. Begin met een beetje chipotle kruiden en proef telkens tussendoor. Chipotle is best heftig qua smaak dus het is echt naar smaak hoeveel je nodig hebt. Knip wat verse bieslook boven de dip en roer ook dit erdoor.

Breng op smaak met peper en zout. Top af met nog wat olie, bieslook en chipotle kruiden. Zet apart tot serveren.

Voor de dampers meng je het meel met de suiker en zout in een grote kom.

Snij de boter in blokjes en wrijf deze door het meel met je handen, totdat je lichte kruimels krijgt en de boter dus enigszins verdeeld is.

Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet hier het water en de melk in.

Begin dan langzaam, net als bij pasta, het meel en het vocht te mengen, van binnen naar buiten met een vork of mes.

Langzaam zul je merken dat er echt een deegje ontstaat.

Mix dit niet de lang door, zodra het allemaal samenhangend wordt voeg je de mais (afgegoten uiteraard) en de parmezaanse kaas (geraspt uiteraard) toe. Meng dit nog een keer goed allemaal door elkaar. Mocht het deeg te nat zijn, kun je wat extra meel toevoegen. Dit kan gebeuren door het vocht in de mais, maar is echt afhankelijk van de meelsoort ook.

Nu komt het leuke gedeelte.

Wil je ‘dampers on a stick’ maken, neem dan een klein beetje deeg in je hand (iets groter dan een pingpongbal) en rol uit tot een lange sliert van ongeveer 1cm dikte.

Neem een stok, of een takje rozemarijn, en wikkel de sliert hierom heen als een wokkel.

Leg de sticks op de barbecue (direct vuur) en draai geregeld totdat de buitenkant goudbruin is. Gebeurd dat best wel snel, leg dan de sticks nog even op indirect vuur om ook de binnenkant goed te garen. In totaal ongeveer 8-10 minuten per stick om ook de binnenkant te garen.

Ga je liever voor hele broodjes, vet dan je ovenbestendige schaaltjes (van die minischaaltjes met dekseltje) in met wat olie en besprenkel met bloem. Doe een bol van het deeg in elk kommetje. Let hierbij op dat ze nog flink in volume toenemen tijdens het bakken dus doe ze niet meer dan halfvol.

Zet je schaaltjes (met deksel) op de barbecue en bak deze in zo’n 15-18 minuten gaar. De bovenkant zal omhoog komen en wat ‘bleek’ blijven, maar de onderkant zal lekker goudbruin en crispy worden. Je weet zeker of ie gaar is door er even met je knokkels op te kloppen. Klinkt ie hol, dan is het goed.

Serveer de dampers met de chipotle-knoflookdip.

Smakelijk!

Speltpizza met proscuitto, perzik en balsamicocreme

Dat je met pizza zo veel meer kan dan alleen besmeren met tomatensaus en kaas, weet inmiddels wel iedereen hoop ik. Zo besmeer ik mijn pizza wel eens graag met een kazige topping in plaats van tomatensaus. Zo kwam ook deze pizza tot stand. Door Tante Fanny (wie kent haar niet?) werd ik uitgedaagd om een lekkere pizza te bedenken. Tante Fanny maakt allerlei verse degen, zoals ook het speltpizzadeeg wat ik hier gebruikt hebt. Uiteraard kun je ook het ‘gewone’ pizzadeeg van Tante Fanny gebruiken.

Gezien het weer eventjes niet meezat wilde ik toch weer even de zomer terugbrengen in huis, dus ik wilde een zomerse pizza bedenken. Hoe anders dan door fruit toe te voegen aan je pizza? En nee, geen ananas, die discussie wilde ik niet aangaan (en is natuurlijk verre van origineel). Normaliter staat de zomer in het teken van rood fruit, maar het gele steenfruit is ook weer in het seizoen! En die vind ik bij een hoofdgerecht misschien nog wel beter passen dan rood fruit. Ik koos zelf voor perzik, maar nectarines kunnen net zo goed. Wist je dat behalve de schil, geen verschil is tussen perziken en nectarines? Achteraf had ik misschien beter voor nectarines kunnen kiezen. Helaas bleken de perziken die ik hier gebruikte nog net niet helemaal rijp te zijn (stomme supermarktproducten), waardoor ze EN superslecht te ontpitten waren EN ook nog eens stukken minder smaakvol als je het mij vraagt. Jammer debammer, dan maar snel weer een keer maken, maar dan wel met superzoetsappige perziken, want ik weet dat ze te koop zijn!

Met de rucola en proscuitto heb ik enigszins zuinig aan gedaan, omdat dat voor de foto beter was. Dan kun je in elk geval alle ingrediënten nog fatsoenlijk terug herkennen op de foto. Nadat de foto genomen was heb ik nog wat extra proscuitto en rucola op de pizza gedaan, want dat maakte het geheel nog net wat smaakvoller. Je zou eventueel de proscuitto kunnen meebakken in de oven, ik vind het zelf lekkerder om hem pas naderhand erop te doen, maar dat is een kwestie van smaak.

Natuurlijk kun je behalve met het deeg of de perzik ook varieren met andere toppings. Je zou de proscuitto kunnen vervangen door seranoham of parmaham, maar net wat je lekker vindt. Hou je niet van rucola, dan kun je ook eventueel vervangen door bijvoorbeeld basilicum of een ander soort salade. Ik hield het simpel, ‘less is more’ is niet voor niets het motto van vele sterrenchefs. Natuurlijk kun je ook extra dingen toevoegen, zoals een rood uitje of nog een extra kaassoort (of vervang de mozzarella door burrata, YUM!). Want pizza kent geen grenzen, dat blijkt maar weer!

Bereidingstijd: ~10min (+15min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 1 pizza:

  • 1 pak speltpizzadeeg van Tante Fanny (vers koelvak)
  • 1 bakje ricotta
  • 1 bol (buffel)mozzarella
  • 1 pakje proscuitto
  • 2 tot 3 perziken of nectarines
  • 1 zakje rucola sla
  • balsamico creme (Bertolli)
  • peper en zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Haal het pizzadeeg uit de verpakking en rol hem uit.

Maak eventueel versieringen van de rand. Ik heb zelf het pizzadeeg ietsje naar binnen ‘gerold’ om en om, zoals je hieronder op de foto ziet. Je kunt natuurlijk ook een ronde pizza maken of kleinere vierkante pizzaatjes, net wat je leuk vindt.

Smeer de ricotta uit over het deeg.

Snij de mozzarella in kleine stukjes en verdeel over de ricotta.

Breng flink op smaak met peper en wat zout. Eventueel kun je ook nog wat extra oregano erop smeren.

Ontpit de perziken of nectarines en snij in wedges.

Verdeel de wedges over de pizza.

Bak de pizza in de oven voor ongeveer 15 minuutjes, of totdat het deeg mooi goudbruin is.

Verdeel de proscuitto over de pizza, als ook de rucola.

Schenk de balsamicocreme op de pizza.

Serveer de overgebleven rucola en balsamicocreme er los bij, want wellicht zijn er gasten die meer willen.

Smakelijk!

Quinoa salade met pompoen, falafel en harissayoghurt

Yes, na een maandje niet mee te hebben gedaan in verband met vakantie was het eindelijk weer tijd voor een nieuwe foodblogswap. Ik vind dat zo leuk, andere blogs afstruinen en eigenlijk altijd eindigen met keuzestress. Voor wie niet weet wat de foodblogswap inhoudt: ik krijg een ander blog toegewezen waar ik een recept van uitzoek. De bedoeling is dat ik het recept nakook maar wel een eigen draai aan geef. Uiteraard doet een ander blog exact hetzelfde met een recept van mij. Ik maakte dus deze keer deze quinoa salade voor de swap.

Ik mocht deze keer iets uitzoeken van de blog ‘De menukaart van Maart‘. Jippie, dat vind ik zo leuk! Ik heb Maartje onlangs in levende lijve ontmoet en wat is dat toch een leuke meid zeg! Toch was het ook wel een uitdaging. Maartje is veel bezig met sport en gezonde voeding, iets waar ik wel naar streef maar wat nog steeds soms heel lastig is. Bovendien is Maartje vegetarisch en zelfs grotendeels veganistisch. Zou er wel iets tussen zitten wat ik ook Pim kan voorschotelen? Ondanks dat wij zelf namelijk flexitariërs zijn (dat wil zeggen: we eten zeker een dag per week geen vlees), eet Pim toch echt nog steeds wel het allerliefste een lekker stuk vlees.

Maar goed, stiekem is dat natuurlijk ook wel wat kortzichtig, want er is zoveel lekkers te eten waar geen vlees in zit. Dus NATUURLIJK stond er iets lekkers op de blog van Maartje. Genoeg zelfs! Dus ik had nog eventjes keuzestress ook (what else?). Ik koos uiteindelijk voor haar couscoussalade met pompoen en mango. Deze keuze had meerdere redenen. Allereerst was het weer perfect voor een lekkere frisse salade, en een quinoa salade met mango schreeuwt om gegeten worden in het zonnetje. Bovendien was ik erg benieuwd naar de pompoen in de salade. Ik associeer pompoen met herfst, maar eigenlijk slaat dat nergens op. Een flespompoen groeit namelijk alleen in warme oorden en worden ze dus eigenlijk altijd geimporteerd en zijn ze dus vrijwel jaarrond verkrijgbaar. Prima, laat maar eens zien hoe lekker en fris een zomerse salade met pompoen kan zijn.

Om mijn eigen draai te geven paste ik enkele dingen aan. Wel maar kleine aanpassingen, want ik wilde wel bij het originele recept blijven. Ik verving de couscous door quinoa, omdat we dat iets liever eten (vooral Pim). De tomaatjes liet ik weg omdat ik dat eigenlijk net wat veel vond. Ik serveerde er wel een harissa-yoghurt bij, waardoor het geheel net wat smeuïger is. Hoe dan ook, wat een topper van een gerecht. Dit is echt een blijvertje, zowel Pim als ik hebben er echt van genoten. Oke, van Pim mag ik volgende keer weer vlees erin doen in plaats van falafel, maar dat is een keuze natuurlijk. Voel je vrij om de falafel te vervangen door gehaktballetjes of stukjes gekruide kip. Maar een ding is duidelijk, pompoen is ook in Juni superlekker in een zomerse salade met mango!

Bereidingstijd: ~ 30 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 100 gram quinoa
  • 1 bakje falafel
  • halve flespompoen
  • 1 rode (punt)paprika
  • 1 rode ui
  • halve mango
  • 1 klein zakje gemengde rucola sla
  • 1 zakje gemengde geroosterde pittenmix (zonnebloempitten, pompoenpitten, pijnboompitten etc.)
  • 150 gram griekse yoghurt
  • 1 tl harissa
  • 1/2 tl chilipoeder
  • olie
  • peper en zout
  • citroensap
  • optioneel: verse peterselie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Ontdoe de pompoen van zijn schil en eventueel draderige binnenkant met pitten en snij in blokjes.

Bestrooi de blokjes met de chilipoeder, peper, zout en wat olie en hussel door elkaar.

Verdeel de blokjes over een bakplaat en bak zo’n 20-30 min. af in de oven (of airfryer).

Kook intussen de quinoa zoals aangegeven op de verpakking.

Haal de zaadlijsten uit de paprika en snij in grove stukken.

Schep de pompoenblokjes om en doe de paprika erbij voor de resterende baktijd.

Snij de ui in ringen en schil de mango. Snij de mango in plakken.

Meng intussen de griekse yoghurt met de harissa en wat peper en zout. Eventueel kun je wat verse peterselie toevoegen aan de yoghurt.

Verhit een koekenpan met wat olie en bak hierin de falafel zoals aangegeven op de verpakking.

Verdeel de sla over de borden.

Verdeel de quinoa, falafel en alle groentes over de borden en besprenkel met de pittenmix.

Schenk een klein beetje olie en citroensap over de salade en eventueel nog wat extra peper en/of zout.

Serveer de quinoa salade met de harissa-yoghurt.

Smakelijk!

Gegrilde ananas met kokosyoghurt & candied chili

Vorige week mocht ik op bezoek bij de lieve Francine van Heerlijke Happen. Ze organiseerde samen met Luuk van Luuks Kitchen een barbecue voor foodies. We hadden een gezellig clubje bij elkaar geraapt en brachten zo dus de zondag door in de tuin van Francine. Om een extra touch aan de barbecue te geven organiseerde ze een heuse barbecue-bijgerecht wedstrijd. We werden verzocht allemaal een lekker bijgerecht te maken en zouden tijdens de barbecue op elkaar stemmen voor wie het leukste/lekkerste gerecht had meegenomen. Oei, dat vond ik wel spannend. Want ik daag mezelf dan graag uit om ook met iets unieks te komen zodat we niet met 5 salade’s als bijgerecht eindigen (niks mis met salade’s overigens, maar een beetje variatie is ook wel fijn).

Ook wilde ik iets enigszins gezond maken, omdat er ook een aantal ‘healthy’ foodies zouden komen. Na lang wikken en wegen besloot ik voor dit dessert te gaan. Ik twijfelde wel gezien Bas van ‘Bastaart‘ ook zou komen, en gezien hij een ster is in nagerechten had ik natuurlijk wel wat concurrentie.

Je gelooft het nooit! Ik won onze ‘wedstrijd’ met dit gerecht! Ik moet zelf ook wel toegeven dat ie erg lekker was. Verrassende combi van de kokosyoghurt (wat ik sowieso nog niet eerder geproefd had), met de ananas en chili. De geroosterde kokos maakt het echt helemaal af wat mij betreft. Dus, wil je je barbecue-gasten nou eens echt verrassen, maak dan deze gegrilde ananas!

Bereidingstijd: ~ 35 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4-8 personen:

  • 1 verse ananas
  • 60 gram boter
  • 1/3e cup lichtbruine basterdsuiker
  • 1 tl chilipoeder
  • 100 ml sap van sinaasappels
  • 1 tl zout
  • 500 gram kokosyoghurt
  • 1 limoen (sap & rasp)
  • 2 el agavesiroop of honing
  • 8 el kokosrasp
  • 1 portie candied chili’s
  • 8 sateprikkers

Stappenplan:

Meng de kokosyoghurt met de agavesiroop (of honing) en de rasp en het sap van de limoen. Zet apart tot serveren.

Vervolgens verhit een koekenpan (zonder olie) en rooster hierin de kokosrasp goudbruin. Zet apart tot serveren.

Snij de harde buitenkant van de ananas af en snij de ananas in 8 (of meer) repen.

Prik elke reep op een prikker.

Smelt de boter in een steelpannetje en voeg de suiker hieraan toe.

Zodra de suiker is gesmolten, voeg de chilipoeder, het zout en het sinaasappelsap toe.

Laat de siroop ongeveer 10 minuten doorkoken zodat het iets inkookt.

Giet de siroop op de ananas en laat marineren totdat je het gaat serveren (let op, als je het langere tijd laat marineren zal de boter weer stollen, dat is niet erg maar ziet er wellicht wat onsmakelijk uit. Met grillen komt dit weer helemaal goed.)

Steek de barbecue aan of verhit een grilpan.

Gril de gemarineerde ananasrepen totdat je mooie grilstrepen begint te zien. Eventueel kun je tussendoor nog een keer besmeren met resterende marinade.

Serveer de gegrilde ananas met de kokos-limoenyoghurt, geroosterde kokos en de candied chili. Optioneel kun je nog extra schijfjes limoen erbij serveren. Afhankelijk van hoeveel personen je bent, kun je 1 of 2 stokjes ananas serveren per persoon.

Smakelijk!

Candied chili (gekonfijte chilipepers)

Gekonfijte sinaasappelschil ken je vast wel. Ik denk dat dat de meest bekende is in het rijtje van gekonfijte snoepjes. Maar je kunt deze techniek dus toepassen op veel meer producten. Zo ook op chilipepers. Door deze techniek toe te passen verliest de chili een groot deel van zijn hitte. Als resultaat hou je een krokant, zoet stukje chili met een licht vleugje pittigheid er nog aan, oftewel Candied Chili. Ik hou ervan, ik kan het zelfs zo als snack opeten. Geen enkel probleem mee. Het allerlekkerst is het natuurlijk als je het verwerkt in een dessert, zoals in dit dessert met gegrilde ananas. Hartige smaken combineren met zoet in desserts wordt steeds hipper, dus chili bij je dessert serveren is helemaal hot. Gegarandeerd dat men verbaasd staat van het effect ervan!

Bereidingstijd: ~ 30 min (+1u oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 1 chilipeper
  • 100 ml water
  • 100 gram suiker
  • 2 kardemom zaadjes

Stappenplan:

Haal de zaadlijsten uit de peper en snij in dunne reepjes, ongeveer ter grootte van een lucifer. Let goed op dat je alle zaadlijsten verwijderd, deze zijn het pittigst.

Breng een steelpannetje met wat water aan de kook en kook hierin de peper-reepjes ongeveer 5 minuten. Giet af.

Breng opnieuw water aan de kook, ongeveer 100 ml, en doe er 100 gram suiker en de kardemom bij. Zodra de suiker is opgelost voeg je de peper-reepjes toe en doe je de deksel op de pan. Laat dit zo’n 20 minuten sudderen in het kardemom-suikerwater.

Verhit intussen de oven voor op 90ºC.

Zodra de chili 20 minuten gekookt heeft giet je het vocht af. Je kunt dit vocht (siroop) opvangen en later gebruiken in een ander dessert bijvoorbeeld.

Beleg een bakplaat met wat bakpapier en leg hier de reepjes chili op. Optioneel kun je de chili’s bijvoorbeeld om (ingevette) sateprikkers rollen zodat je wokkels krijgt in plaats van rechte reepjes. Ik had hier het geduld niet voor.

Bak de reepjes chili in de oven voor ongeveer 1u om ze te drogen. Je doet dit op lage temperatuur zodat ze alleen drogen en niet bruinen.

Smakelijk!

 

Indonesische Rendang

Ok, de kudos van dit recept gaan niet naar mij, maar naar De Vrouw met de Baard. Dit is niet daadwerkelijk een vrouw met een baard, maar een koppel die samen superlekker eten maken. Ze runnen een klein, enorm sfeervol restaurantje in Amsterdam waar ik voor het eerst deze rendang proefde. Wauw wat was ie lekker! Gelukkig heeft dit duo ook een kookboek, genaamd ‘Soulfood’ waar hun recept voor deze rendang ook in te vinden is. En laat ik dat kookboek toevallig ook in huis hebben.

Toen ik dus onlangs een Indische rijsttafel wilde maken voor mijn familie was dit een uitgelezen kans om eens deze rendang te proberen. Ik heb hem hier en daar ietsiepietsie aangepast, waar dat net iets makkelijker was voor mij. Maar dat is vrijwel verwaarloosbaar, dus de kudos gaan nog steeds naar hen. Wat ik je in elk geval kan vertellen is dat deze rendang echt massive lekker is, en mijn hele familie heeft genoten. Ik serveerde het bij deze sticky tempeh, deze sajoer boontjes, en deze kipsate. Ook serveerde ik er nog wat rijst bij en zoetzure komkommer, daarvan komt het recept later nog online. Je kunt natuurlijk zelf gerechten toevoegen of weglaten van jou rijsttafel. Of als je geen uitgebreide rijsttafel wilt maken, dan kun je ook deze rendang met de sajoerboontjes en wat rijst alleen serveren. Ook erg lekker. Wat is jou favoriete rijsttafel gerecht?

Er zijn uiteraard meerdere manieren om rendang te maken. Ik zie ook vaker recepten voorbij komen waarbij de rendang veel natter is als deze. Er wordt dan vaak nog wat fond toegevoegd. Die heb ik zelf nog niet geprobeerd en om heel eerlijk te zijn kan ik me niet voorstellen dat ie nog lekkerder is dan deze. Deze oogt wellicht droog op de foto, maar make no mistake. Door de lange garing is het vlees echt zo sappig, omnomnom!

Bereidingstijd: ~ 20 min (+4u marinadetijd + 210minuten oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4-5 personen:

  • 1 kg runderstoofvlees (ik gebruikte sukadelappen)
  • 2 grote witte uien
  • 3 el gemalen korianderzaad
  • 3 el sambal oelek
  • 10 el gemalen kokosrasp
  • 2 tl koenjit/kurkuma
  • 2 tl laos
  • 2 scheuten plantaardige olie
  • 4 stengels sereh (limoengras)
  • 1 liter pak kokosmelk
  • 2 el bruine basterdsuiker
  • zout

Stappenplan:

Snij het vlees in blokjes en de ui in halve ringen.

Meng het vlees met 2 el korianderzaad, 2 el sambal, de koenjit en de laos en doe er ook een scheutje olie bij. Meng dit goed door elkaar.

Dek af en laat dit vlees zo’n 4 uur marineren in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 180°C.

Verhit een grote stoofpan of een gietijzeren pan en bak hierin de gemalen kokos goudbruin. Zet apart voor later.

Voeg de resterende olie toe aan dezelfde pan en bak hierin het vlees-ui mengsel op halfhoog vuur aan.

Kneus intussen ook de sereh stengels met de achterkant van je mes (gewoon erop slaan), snij de stengels in 3 stukken en voeg ook deze toe aan het vlees.

Meng de gebruinde kokos en de kokosmelk erbij, totdat het vlees net onder staat. Dit kan dus minder dan een liter zijn.

Zet de pan in het midden van de oven en bak zo’n 45min af.

Roer de pan goed door en bak nogmaals 45 min af in de oven.

Zet de temperatuur van de oven op 160°C en laat het vlees nogmaals 3 x 40 minuten in de oven staan.

Roer telkens tussendoor goed door.

Indien het vlees te droog wordt, kun je nog wat extra kokosmelk toevoegen. Ik had zelf uiteindelijk de hele liter gebruikt.

Zodra het vlees lekker mals is, haal je de pan uit de oven.

Voeg dan de overgebleven korianderzaad, bruine basterdsuiker, sambal en zout naar smaak toe.

Smakelijk!

Rode kool soep met appelmoes

Rode kool heeft een reputatie. Een winterse reputatie. In elk geval in mijn hoofd. Gek eigenlijk, want je kunt rode kool zo goed als het hele jaar rond verkrijgen en het is ook rauw echt heel erg lekker. Van jongs af aan ben ik eigenlijk alleen gewend om rode kool in een stampot te eten met appel. Echt heel erg lekker, don’t get me wrong. Maar het is zo veelzijdiger dan dat. Zo kun je er dus ook gewoon soep van maken. En dat is nog lekker ook. En om het extra spannend te maken serveerde ik appelmoes in de soep. Ik eet namelijk mijn rode kool stampot ook het liefst met appelmoes, bovenop de appel die ook al in de stampot zit. Ik ontving onlangs de appelmoes van Servero via Kroon op het Werk. Deze appelmoes heeft geen toegevoegde suikers dus ik vond het heel verantwoord om hem eens in de soep te serveren. Het geeft een spannend effect want je combineert warme soep met koude appelmoes. Daar hou ik van. Ook voegde ik een rode peper toe, maar don’t worry. Doordat je de rode peper meekookt is hij eigenlijk niet echt pittig meer. Wil je wel echt een pittig soepje, dan kun je altijd wat extra peper of chilipoeder toevoegen.

Ohja, ik was bij het maken van deze foto’s voor het eerst aan het experimenteren met donkere fotografie. Hierbij gebruik je minimaal licht en laat je enkel licht vallen op je hoofdonderwerp. Hier zijn allerlei technieken voor die ik zeker nog niet onder de knie heb maar wel meer mee wil gaan spelen. Ziet dat er namelijk niet ontzettend gaaf uit, zo’n donkere, dramatische foto?

Bereidingstijd: ~ 35 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

  • halve rode kool
  • 1 ui
  • 1 rode chili
  • 500-750 ml groentebouillon (afhankelijk van hoe groot je rode kool is)
  • 1 tl kaneelpoeder
  • peper en zout
  • scheutje olie
  • appelmoes
  • oregano

Stappenplan:

Snipper de ui en snij ook de rode kool in repen. Ontdoe de chili van zijn zaadlijsten en snij deze grof.

Verhit een scheutje olie in een soeppan en fruit hierin de ui en chili aan.

Voeg de kaneel toe en bak deze 1 minuut mee onder af en toe roeren.

Voeg de rode kool toe en bak ook deze 2 minuten mee.

Voeg de bouillon toe (zoveel dat de rode kool net onder staat) en breng het geheel aan de kook.

Laat de soep zo’n 20-30 minuten koken (afhankelijk van hoe grof je rode kool gesneden is).

Zodra de rode kool gaar is pureer je de soep met een staafmixer. Als hij te dik is kun je nog wat extra vocht toevoegen.

Breng de soep op smaak met peper en zout.

Verdeel de soep over borden/kommen.

Leg een flinke lepel appelmoes in elke kom soep en bestrooi met wat oregano.

Smakelijk!

Tortillawraps met krab en mais-aïoli

Zoals je al eerder kon zien ben ik sinds kort ambassadeur van de Tex Mex keuken. Door Santa Maria word ik regelmatig uitgedaagd om nieuwe gerechten in een thema te verzinnen. Het eerste thema ‘Vega’ leverde al deze kikkererwten nacho’s en deze puntzak friet – TexMex style op. Voor de tweede themabox ‘vis’ maakte ik eerder deze tortizzaatjes, een pizzaatje gemaakt van tortillabodem. Als tweede gerecht voor het thema Vis wilde ik eens iets nieuws proberen. Ik ben niet opgegroeid met krab eten dus ik was al best wel wat ouder toen ik voor het eerst in mijn leven krabvlees at. Dat was in Brazilie, waar het heel normaal is om krab als avondmaal te nuttigen. Het uitslurpen van de pootjes vond ik erg gek, maar lekker was het wel. Toch eet ik sindsdien niet heel vaak krab. Wel eens krabsalade op brood ofzo, maar echt bij het avondeten eigenlijk niet. Nu is echt verse krab ook iets lastiger te verkrijgen natuurlijk, maar gelukkig bestaat er ook krabvlees uit blik. Ik daagde mezelf deze keer dus uit om daar eens iets lekkers en zomers mee te verzinnen. En ik moet eerlijk bekennen dat ik dat best goed gelukt vind. Dit gerecht is lekker fris en zomers en daarom prima op een warme dag. En het leuke, het staat zo op tafel. Heel even heb ik nog getwijfeld of ik de aioli of krab nog op smaak zou brengen met een van de kruidenmixen van Santa Maria, maar ik was bang dat je dan het krabvlees niet meer zo goed zou proeven. Ik heb dus enkel de tortilla’s van de visbox gebruikt, maar daar heb ik wel dit ontzettend smaakvolle gerechtje mee gemaakt.

Bereidingstijd: ~ 20 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 wraps:

  • 4 tortilla’s (e.g. Santa Maria)
  • 1 blikje krabvlees
  • 2 tomaten
  • 1 rode ui
  • 1 avocado
  • 1 blikje mais van 150 gram
  • 4 el mayonaise
  • 3 tenen knoflook
  • 1 el citroensap
  • peper en zout
  • verse koriander

Stappenplan:

Laat de mais uitlekken. Verhit een kleine koekenpan en bak hierin de mais in 3 minuten goudbruin. Voeg de knoflook (uitgeperst of fijngesneden uiteraard) erbij en zet het vuur gelijk uit. Zo gaart de knoflook ietsje door maar zal hij niet verbranden.

Snipper de ui. Snij ook de avocado in blokjes.

Haal het binnenste, sappige gedeelte uit de tomaat en snij de rest ook in blokjes. Voeg bij de avocado en ui. Voeg ook wat blaadjes koriander erbij en roer door elkaar. Breng op smaak met peper en zout.

Doe de mais in een keukenmachine of blender en maal de mais ongeveer 2 minuten tot een prutje. Voeg de mayonaise, citroensap en peper en zout (naar smaak) toe en maal nog even kort door totdat je een grof papje hebt.

Laat de krab uitlekken.

Verhit een grillpan en gril hierin de tortillawraps kort totdat je aan beide kanten lichte grilstrepen ziet.

Smeer op elke tortilla een lepel mais-aïoli. Strooi er wat van de tomaat-avocado salsa overheen en verdeel de krab erover.

Bestrooi met extra koriander.

Smakelijk!

 

Harissa-vis met lauwwarme parelcouscous salade

Zo af en toe heb je zin in iets gezonds en fris. Zo ook toen ik onlangs een kookdate had met drie vriendinnen. Gezien we samen een driegangendiner gingen koken en het voorgerecht al vrij stevig was, zochten we een fris en licht maaltje als hoofdgerecht. We bladerden wat door onze kookboeken ter inspiratie en kwamen zo uit bij ‘Fast, fresh, simple’ van Donna Hay. Daarin staat het gerecht dat ons inspireerde om deze variant op tafel te zetten. We zouden geen foodies zijn als we niet onze eigen draai eraan wilden geven, dus uiteindelijk lijkt dit gerecht in de verste verte niet meer op zijn inspiratiebron. Nou, ik kan je vertellen dat de pan met de parelcouscous salade zo goed als op was. Wat vonden we dit allemaal heerlijk. Precies zoals we bedoeld hadden, fris en licht. Dat liet ons plek genoeg over om nog een taart naar binnen te werken later op de avond.

Ik gebruik zelf eigenlijk zelden venkel, terwijl ik het zo ontzettend lekker vind. Het is een smaak die je moet liggen, je bent natuurlijk vrij om hem te vervangen door iets anders als je niet van venkel houdt. De harissa geeft het gerecht net een tikkeltje pit, heel lichtjes maar. Uiteraard afhankelijk van hoeveel harissa je op je vis hebt gesmeerd. Hoe dan ook, deze parelcouscous salade is fris en lekker zomers.

Bereidingstijd: ~ 35 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 4 stukken witvis (bijvoorbeeld kabeljauwhaas)
  • 200 gram parelcouscous
  • 1 venkel
  • 50 gram pijnboompitten
  • 100 gram babyspinazie
  • 250 gram romaatjes
  • 1 bouillonblokje
  • 1 citroen
  • 4 tl harissa
  • peper en zout
  • olie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 180°C.

Dep de vis droog en bestrooi met peper en zout aan beide kanten. Besmeer 1 kant met de harissa, ongeveer 1 tl per vis. Zet apart tot later.

Verhit een koekenpan en bak hierin de pijnboompitten goudbruin. Zet apart tot later.

Bereid de parelcouscous zoals aangegeven op de verpakking, maar breng het water op smaak met het bouillonblokje.

Doe de romaatjes op een bakplaat of ovenschaal en bestrooi met wat olie en peper en zout. Pof in de oven voor ongeveer 10 minuten.

Maak de venkel schoon (gooi het groen niet weg) en snij in flinterdunne stukjes, bijvoorbeeld met behulp van een mandoline of dunschiller. Zet apart tot later.

Zodra de couscous gaar is, voeg de venkel en babyspinazie toe en roer kort door. Breng op smaak met peper en zout en een scheut olie. Roer ook de pijnboompitjes door de salade.

Verhit intussen een koekenpan met een scheutje olie. Bak de vis op de harissakant op hoog vuur zo’n 2 minuten. Draai het vuur lager en bak nog 2 minuten door. Draai de vis op en bak nog zo’n 2 minuten. De exacte tijden zijn heel erg afhankelijk van de grootte en dikte van je vis.

Snij de citroen in partjes.

Serveer de vis met de lauwwarme couscous salade en de gepofte tomaatjes.

Serveer de citroenpartjes erbij voor extra smaak. Bestrooi met het overgebleven venkelgroen.

Smakelijk!

Gezonde kip-avocado salade op bietenbrood

Onlangs bezocht ik de 3e editie van het Foodies Breakfast. Het foodies breakfast wordt georganiseerd door Miranda van ‘Health Happy Food‘ en vond deze keer plaats bij Suuskes Lunchroom in Breda. Er komen zo’n 25 foodbloggers uit het hele land bij elkaar om als een kippenhok alleen maar over eten te kakelen. Uiteraard wordt er ook gegeten en de bedoeling is dat iedereen iets meeneemt. Voor ontbijt dus. Oef, dat vond ik nog lastig. Ik heb geloof ik amper ontbijtrecepten op de blog staan en om heel eerlijk te zijn ben ik qua ontbijt altijd weinig origineel. Ik ontbijt doordeweeks steevast met 2 crackers en in het weekend met een afbakbroodje, geroosterde boterham of een eitje. En dan heb je ook nog eens de moeilijkheidsgraad dat het makkelijk mee te nemen moest zijn en koud gegeten kan worden, want als 25 foodies ook nog eens ter plekke het eten moeten opwarmen dan ben je tegen het avondeten misschien een keertje klaar. Ook zijn de veelal ‘standaard’ toevluchtsoorden meestal niet aan mij besteed. Gerechten als yoghurt met fruit of muesli of een bananenbrood past nou eenmaal niet zo bij mij, dus waarom zou ik dat dan aan mensen voorzetten? Bovendien wilde ik ook iets maken waardoor ik niet compleet in het niet zou vallen tussen al dat andere lekkers van collegabloggers.

Na wat googlen op ontbijtrecepten kwam ik ineens de rainbow sandwiches tegen van Allerhande. JAAAAA, dat moest ik maken! Hoe ontzettend vrolijk zien die roze sneetjes eruit? Dat kan toch alleen maar opvallen tussen de grauw gekleurde kwarkbollen en wortelcakes (No offense overigens, niks mis met deze gerechten!). Ik had nog niet eerder zelf brood gebakken, dus ook dat was voor mij een leuke nieuwe uitdaging. Spannend wel, want wat als het zou mislukken? Het ontbijt start om 10u op een zondag dus ik kon niet snel nog iets anders verzinnen als ik gefaald had. Idealiter had ik het bietenbrood met speltbloem of een ander ‘gezondere’ bloem gemaakt, maar ik durfde deze keer niet van het origineel af te wijken gezien de ‘pressure’ die ik mezelf oplegde. Voor het brood heb ik dus helemaal het recept van AH gevolgd, kudos naar hun dus! En wat een lekker brood! De smaak van biet is extreem subtiel, waardoor je de toppings gewoon lekker proeft. Maar dat kleurtje! Dat is toch te gek… Maar hij staat dus wel nog op de TO-DO lijst om een nog gezondere variant ervan te maken.

Qua beleg wist ik al vrij snel wat ik wilde maken. Ik wist welke foodies er zouden komen en ook dat er daar een groot deel van ‘healthy foodies’ zijn. Ik wilde dus ook iets gezonds maken voor erop, uiteraard ook uit eigenbelang. En natuurlijk wilde ik qua topping niet het recept van AH aanhouden zodat ik tenminste nog wel echt iets zelfverzonnen heb. Ik hou altijd erg van salades op brood; eiersalade, tonijnsalade, kip-kerrie. Noem maar op, maar helaas niet de slankste toppings. Dus ging ik voor een gezonde variant van een salade. Maar dan met avocado en pulled chicken. Door de mayonaise te vervangen door griekse yoghurt krijg je een dieet-vriendelijke variant die wat mij betreft niet onder doet aan de supermarkt salades. Man man man, wat ben ik fan van mijn eigen recept haha.

Maak het af met wat verse groentes, zoals sla, rode kool en wortel en je hebt met deze bietenbroodjes met kip-avocado salade een perfect ontbijt of lunch als je het mij vraagt. Gezond, lekker en ook nog eens een tof plaatje.

Bereidingstijd: ~ 20 min (+30min koken/koelen)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 1 (redelijk grote) kom:

  • 350 gram kipdijfilets
  • 1 avocado
  • 200 gram griekse yoghurt
  • 1 rode ui
  • 1 halve zoete puntpaprika
  • 2 tl limoensap
  • 1/2 tl paprikapoeder
  • 1/2 tl chilipoeder
  • peper en zout
  • bouillonblokje (smaak naar keuze)
  • 1x bietenbrood recept

Stappenplan:

Doe het bouillonblokje in een steelpan met ongeveer 1 liter water. Breng tegen de kook zodat het bouillonblokje oplost.

Zodra het water tegen de kook zit (en dus net niet kookt), zet je het vuur laag en doe je de kippendijfilets erbij. Pocheer de kip zo’n 15 minuten en draai dan het vuur uit. Laat nog 15 minuten in het water afkoelen en haal de kip dan eruit. Vind je het moeilijk om te bepalen wanneer het water bijna kookt, dan kun je het ook eerst laten koken en dan iets laten afkoelen.

Pluk de kip met 2 vorken uit elkaar tot ‘pulled chicken’.

Snij de avocado, ui en paprika in kleine blokjes.

Meng de gesneden groentes met de kip en griekse yoghurt. Voeg de kruiden en het limoensap toe en breng op smaak met peper en zout.

Serveer het bietenbrood met de kip-avocado salade en eventueel verse groentes zoals sla, wortel en rode kool

Smakelijk!

Geroosterde groentes met pesto-yoghurt

Soms heb ik zo flink veel behoefte aan een lekker bord vol groentes, heb jij dat ook wel eens? Bij ons betekent dat vaak 1 uit 2 dingen; of we eten een salade, of we eten geroosterde groentes. Nu is het natuurlijk een sport om beide gerechten af en toe even te ‘pimpen’ zodat je wel telkens weer iets anders eet. Deze keer pimpte ik onze geroosterde groentes met een pesto-yoghurt en omdat we toch wel graag een beetje vlees eten af en toe, voegde ik runderchipolata’s toe. Man man man wat was dit genieten!

Je kunt natuurlijk zelf variëren hiermee wat je wilt, door andere groentes toe te voegen of weg te laten. Wil je graag koolhydraten eten, kun je ook wat aardappelpartjes erbij roosteren, maar wat ciabatta brood doet het ook wel goed. Wij aten zelf geen koolhydraten erbij, of ja, zoete aardappel is wel een koolhydraat, maar dan een langzame (en dus gezonde) koolhydraat. Je kunt voor de yoghurt elke yoghurt (zonder smaakje uiteraard) pakken die je lekker vindt. Ik had toevallig nog ‘gewone’ halfvolle yoghurt in huis dus die maakte ik op bij dit gerecht. En het allerleukste? Je hebt er amper werk aan. Groentes snijden, worstjes bakken en yoghurt en pesto door elkaar roeren, that’s it. Je kunt het jezelf nog makkelijker maken zelfs. Eventueel kun je de chipolata’s in de oven mee roosteren, echter krijgen ze dan niet dat mooie geblakerde effect aan de buitenkant. Ook kun je uiteraard al voorgesneden groentes kopen, dan hoef je ook niet meer te snijden.

Bereidingstijd: ~15 min (+30min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • 1 schaaltje runderchipolata
  • 2 zoete aardappels
  • 2 rode uien
  • 2 maiskolven
  • 2 zoete puntpaprika
  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 1 schaaltje kleine trostomaatjes
  • 3 el groene pesto
  • 200 gram yoghurt
  • 2 teentjes knoflook
  • handjevol verse peterselie
  • olie
  • peper en zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Was de zoete aardappel en snij in partjes/wedges.

Leg op een bakplaat en besprenkel lichtjes met olie.

Zet alvast ongeveer 10 minuten in de oven.

Snij intussen de paprika, ui, mais en champignons in grove stukken en besprenkel ook dit lichtjes met olie.

Voeg de groentes bij de zoete aardappel op de bakplaat en bak het geheel nog zo’n 20 minuten in de oven.

Maak intussen de pestoyoghurt door de yoghurt te mengen met de knoflook en de pesto.

Hak de peterselie grof.

Verwarm een pan met een scheutje olie en bak de chipolata’s gaar.

Meng de groentes met de chipolata’s. Bestrooi het geheel met peper en zout.

Sprenkel de peterselie eroverheen en serveer met de pesto-yoghurt.

Smakelijk!

Scones

Onlangs maakte ik voor het eerst scones. Ik heb ze uiteraard al heel vaak gegeten als onderdeel van een high tea, want een high tea zonder scones is geen high tea! Ik heb me echter nooit bedacht dat het eigenlijk heel simpel is om zelf scones te maken. Dit kan haast niet fout gaan als je het mij vraagt.

Je kunt de scones met jam serveren, of met een heerlijke lemoncurd. Zo maakte ik deze bloedsinaasappel-lemoncurd voor erbij, wat ik zelf echt verrukkelijk vond. Door het extra zuurtje erheen is het wat mij betreft net wat frisser dan gewone jam. Ook serveert men er graag clotted cream erbij. Dat is helaas in Nederland nog steeds niet overal te koop. Sommige grotere supermarkten hebben het wel. Scones zijn namelijk echt typisch Engels en clotted cream is daar wel al jaren te koop. Je kunt het echter wel prima enigszins simuleren door mascarpone te mengen met slagroom of creme fraiche. Dit doe je ongeveer 1 op 1. Dus 100 gram mascarpone op 100 gram slagroom.

Ik ging voor de eerste keer gewoon voor simpele naturel scones, maar je kunt ook hier zelfs mee varieren. Je kunt er bijvoorbeeld rozijnen doorheen doen. Maar ik heb ook al wel recepten voorbij zien komen waarbij ze een hartige variant van de scone maken, met kaas en spekjes bijvoorbeeld. Lijkt me heerlijk dus die gaan zeker op mijn to-cook lijstje!

Bereidingstijd: ~ 15min (+15min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ~15 scones:

  • 175 ml karnemelk
  • 500 gram patentbloem + extra voor het uitrollen
  • 90 gram fijne kristalsuiker
  • 75 gram ongezouten roomboter (koud)
  • 2 zakjes bakpoeder (32 gram)
  • 3 eieren
  • snuf zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Meng de bloem met de suiker, bakpoeder en een snuf zout door elkaar in een ruime kom.

Snij de koude roomboter in blokjes en doe deze bij de bloem.

Gebruik je handen om de boter door de bloem te mengen/wrijven, totdat je een grof kruimelig geheel hebt.

Voeg dan de karnemelk en 2 eieren toe en kneed tot een deegje. Zodra het een samenhangend deeg is, is het goed. Je hoeft niet te lang door te kneden.

Bestuif je schoon aanrecht met wat bloem en leg het deeg hierop.

Rol het deeg uit tot ongeveer 2 cm dikte.

Steek hier ringen uit, dit kan met een koekjescutter, of als je die niet hebt met een dun glas. Ik gebruikte hiervoor een doorsnee van 5 cm.

Uiteraard kun je het overgebleven deeg weer opnieuw bij elkaar voegen en uitrollen zodat je nog meer scones kunt uitprikken. Zo haal je het maximale uit je deegje.

Leg de scones op een met bakpapier beklede bakplaat.

Klop het 3e ei los en bestrijk de bovenkant van de scones met een dun laagje ei.

Bak de scones in ongeveer 15 minuten goudbruin in de oven.

Smakelijk!

Groente omelet met cottage cheese & paddenstoelen

Onlangs ontving ik van Kroon op het werk weer een foodybox. Deze keer zat hij weer bomvol met heerlijke producten. Er zat onder andere de cottage cheese van de Albert Heijn in, die bomvol eiwit zit en laag in vet en koolhydraten is. Ook zaten er twee, voor mij, hele bijzondere producten in: Eikhaas en Koraalzwam. Ik had er nog nooit van gehoord als ik eerlijk ben. De twee paddenstoelensoorten komen af van Fungi fungi en zijn o.a. verkrijgbaar bij de Hanos en op diverse markten (o.a. Noordermarkt Amsterdam). Pim en ik houden ontzettend veel van paddenstoelen dus we stonden te popelen om hier iets mee te maken. Ik ging googlen en kwam er al snel achter dat de eikhaas, ook wel maitake genoemd, in Japan veel gegeten wordt omdat het ons immuunsysteem zou verbeteren en dus helpt bij allerlei ziektes zoals diabetes en kanker. Je kunt het op veel manieren bereiden maar in Japan wordt de eikhaas blijkbaar veel gefrituurd. Dat wilde ik dus ook wel eens proberen, want paddenstoelen frituren had ik eerder bij Masterchef gezien, maar nog nooit zelf gedaan of geproefd. Uiteraard kun je hier allerlei paddenstoelen voor gebruiken, mocht je niet aan eikhaas of koraalzwam kunnen komen.

Ik had allerlei wilde plannen wat ik wilde maken met deze paddenstoelen, maar uiteindelijk is het een simpele, doch zeer smaakvolle omelet geworden. Voornamelijk omdat ik een drukke week had en dus weinig tijd om uitgebreid in de keuken te staan. Maar daar ben ik natuurlijk niet alleen in, we hebben allemaal een druk leven en dus niet altijd zin of tijd om lang in de keuken te staan. Daarom dus nu even een makkelijk gerechtje op de blog.

Ohja, ik durf het haast niet te vertellen maar als er iets is wat ik niet zo goed kan in de keuken is het een ei/omelet bakken. Ik weet niet wat dat is maar ik ben er nooit tevreden over. De groente omelet op deze foto vind ik zelf te licht van kleur. Hij had wel ietsje een goudbruiner kleurtje mogen hebben. Ook scheurde hij een klein beetje bij het dichtvouwen (oops!). Gelukkig mocht dat de smaakpret verder niet drukken, want het was hartstikke lekker. De eikhaas vond ik bijzonder lekker, de smaak is niet sterk of overheersend en wat mij zou hij prima thuispassen tussen de supermarktpaddenstoelen. De koraalzwam vond ik persoonlijk een minder groot success. Een enigszins bittere smaak, wat natuurlijk ook aan de manier van bereiden kan liggen. De cottage cheese die in de box zat is helemaal perfect. Ik hou sowieso van cottage cheese en als er dan een variant is waar meer eiwit in zit, helemaal top.

Maar toch, ondanks de bittere koraalzwam, heb ik genoten van deze maaltijd. Het vulde echt wel goed wat mij betreft en is echt een eiwitbommetje. Het zal dus in menig dieet goed thuishoren. De cottage cheese in de groente omelet maakt het lekker fris en is vele malen beter dan gewone kaas. Ook lekker als lunch natuurlijk! Ohja, en als je echt graag vlees wilt eten, dan kun je natuurlijk altijd nog wat uitgebakken spekjes toevoegen.

Bereidingstijd: ~ 20 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 4-6 eieren
  • 1 paprika (kleur naar keuze)
  • 3 bosui
  • 1 bakje groene aspergetoppen
  • 1 bakje cottage cheese
  • 1 bakje paddenstoelen naar keuze
  • peper en zout
  • olie

Stappenplan:

Besprenkel de aspergetoppen lichtjes wat olie.

Verhit een grilpan en gril hierin de aspergetoppen gaar op middelhoog vuur voor ongeveer 10 minuten. Optioneel kun je wat citroensap over de asperges doen. Breng ze op smaak met peper en zout.

Verhit een laagje olie in een klein steelpannetje en ‘frituur’ hierin de paddenstoelen licht krokant. Laat uitlekken op keukenpapier.

Snij de paprika en bosui in kleine stukjes.

Verhit een scheutje olie in een koekenpan en bak hierin de paprika en bosui enkele minuten.

Doe de eieren in een kom en kluts ze met een vork.

Giet het ei bij de paprika en bosui. Je kunt één grote omelet maken voor 2 personen, of 2 koekenpannen gebruiken, of ze één voor één bakken, wat je zelf wilt.

Bak de omelet gaar op middelmatig vuur. Hij hoeft maar net gestold te zijn. Als je dat lekkerder vindt, kun je hem nog proberen om te draaien. Ik ben geen ster in omeletjes bakken dus ik heb hem maar aan één kant gebakken.

Leg de groente omelet op een bord en bedek met een laagje cottage cheese.

Verdeel de aspergetoppen en paddenstoelen erover en breng op smaak met peper en zout.

Smakelijk!

Indische sajoer boontjes

Onlangs kreeg ik mijn ouders en schoonmoeder op bezoek en wilde ik hun trakteren op een lekker maaltje. Het maken van een Indische rijsttafel stond al heel lang op mijn to-cook-lijstje dus dit was de perfecte aangelegenheid om eens flink los te gaan in de keuken. Een van de gerechten die ik maakte waren deze sajoer boontjes. Wat mij betreft is een rijsttafel geen rijsttafel zonder deze heerlijk kruidige boontjes. Uiteraard zijn er veel verschillende recepten te vinden, net zoals bij andere authentieke gerechten. Soms gebruiken ze lastige ingrediënten die je niet zomaar in je supermarkt kan vinden. Dat wilde ik niet want ik had geen tijd meer om naar de toko te gaan. Zo kwam dit recept tot stand, ik verving producten of liet ze weg zodat ik geen ritje naar de toko hoefde te maken. Alles in dit lijstje heb ik kunnen kopen bij mijn lokale Albert Heijn. Alleen de kaffir limoenblaadjes had ik al, dus ik ben niet zeker of de supermarkt deze ook verkoopt. Eventueel kun je deze vervangen door een mix van laurierblaadjes en limoensap. Dat is zeker niet hetzelfde, maar zal wel dezelfde body aan smaak meegeven.

Hoe dan ook, deze boontjes zijn echt heerlijk van smaak. Als je geen hele rijsttafel gaat koken, zijn ze nog steeds lekker bij ‘gewoon’ rijst met kipsateetjes of rendang. Ga je toch een rijsttafel maken? Dan is deze sticky tempeh er ook mega lekker bij.

Bereidingstijd: ~25 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 3-4 personen:

  • 500 gram verse sperziebonen
  • 1 grote ui
  • 3 tenen knoflook
  • 2-3 cm verse gember
  • 1 tl laos poeder
  • 2 maggiblokjes (1 verpakking)
  • 1 el sambal
  • 1 tl trassi (garnalenpasta)
  • 1 el bruine basterdsuiker
  • 2 blaadjes kaffir limoen (djeroek poeroet)
  • 3 el kokoscreme of kokosmelk
  • peper
  • 1 el olie

Stappenplan:

Snij de topjes van de sperzieboontjes. Was ze onder de kraan.

Snipper de ui en de knoflook en rasp de gember.

Verhit een koekenpan met de olie en fruit hierin de ui, knoflook en gember in 5 minuten glazig op middelmatig vuur.

Voeg de laos, trassi en sambal toe en roer kort door.

Voeg de boontjes toe aan de koekenpan, evenals de maggiblokjes en ongeveer 250 ml heet water. Doe ook de suiker erbij.

Roer kort door elkaar zodat de maggiblokjes en suiker opgenomen worden door het vocht. Voeg de kaffir limoenblaadjes toe.

Breng aan de kook en laat dan op middellaag vuur ongeveer 10-12 minuten sudderen.

Zodra de boontjes gaar zijn, voeg je de kokoscreme of melk toe en laat je dit nog 2 minuten mee sudderen. Breng op smaak met peper en voeg eventueel nog wat extra sambal toe voor extra pit. Haal de kaffir limoenblaadjes eruit vlak voor serveren.

Smakelijk!

Zoetzure komkommer (Acar Ketimun)

Toen ik onlangs een Indische rijsttafel kookte voor mijn familie, stond deze zoetzure komkommer ook op tafel. Het is wat mij betreft een simpel receptje met grote impact. De zoetzure komkommer geeft frisheid naast de veelal pittige en kruidige gerechten die een rijsttafel kent. Zo maakte ik er bijvoorbeeld heerlijke rendang en sajoer boontjes bij.

Een rijsttafel is voor mij echt perfect voor een diner met vrienden. Veel dingen kun je van tevoren bereiden en is enkel een kwestie van opnieuw opwarmen. En het staat echt wel impressive als je allemaal schalen met lekkers op tafel weet te zetten voor je vrienden of familie. En wie houdt er nou niet van een rijsttafel? Het kan wel een uitdaging zijn want het vergt natuurlijk flink wat voorbereiding, maar ik weet zeker dat je wel helemaal de blits maakt.

Bereidingstijd: ~10 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • 1 komkommer
  • 250 ml natuur azijn
  • 1 sjalot
  • 1 rode peper
  • 25 gram bruine basterdsuiker
  • 0,5 tl zout
Stappenplan:

Snij de komkommer met een mandoline in dunne schijfjes. Heb je geen mandoline, kun je dit ook met de hand doen uiteraard.

Snipper de sjalot en snij de rode peper in ringetjes. Je kunt de pitjes van de rode peper laten zitten of eruit halen, wat je zelf wilt.

Voeg de azijn met de suiker en het zout bij 150ml koud water. Breng dit tegen de kook aan zodat de suiker oplost.

Giet dit over de komkommer, ui en peper en laat enkele uren intrekken. Serveer de komkommer koud.

In een gesteriliseerde weckpot kun je de komkommer heel lang bewaren.

Smakelijk!

Sticky sambal goreng tempeh

Tot voor kort had ik nog nooit tempeh op. En afgelopen weken al 2 keer! Eerst maakte ik er fajita-chips van in dit texmex recept, hier kun je ook lezen wat tempeh is. Hier at ik het als onderdeel van een Indische rijsttafel (waarvan binnenkort meer te zien is) die ik voor mijn ouders en schoonmams maakte. Ik vind deze variant denk ik nog lekkerder dan de chips variant, omdat ik echt een sucker ben voor sticky saus gemaakt met ketjap. En het was een succes! Uiteraard had ik een rijsttafel gemaakt waar 12 man van konden eten terwijl we maar met z’n vijven waren, maar deze sambal goreng tempeh was toch zo goed als op! Ik maakte er ook deze rendang bij.

Uiteraard kun je dit ook maken als je geen rijsttafel maakt, maar gewoon als vleesvervanger met lekkere sajoer boontjes en wat rijst bijvoorbeeld. En het is niet moeilijk of veel werk!

Bereidingstijd: ~20 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 250 gram tempeh
  • 1 grote ui
  • 2 tenen knoflook
  • 3 el ketjap manis
  • 1 el sambal
  • 1 tl laos poeder
  • 1/2 tl trassi (garnalenpasta)
  • 1 el bruine basterdsuiker
  • olie om te frituren

Stappenplan:

Snij de tempeh in kleine reepjes van ongeveer 5mm dikte.

Neem een koekenpan en bedek deze met een laag olie, ongeveer zo dik als een vingerkootje.

Verhit deze olie tot ongeveer 175°C. Frituur de tempeh in enkele minuten goudbruin. Afhankelijk van de grootte van je pan kun je dit beter in delen doen, zodat de tempeh voldoende ruimte heeft om in de olie te zwemmen.

Laat de gefrituurde tempeh op keukenpapier uitlekken.

Snipper de ui en knoflook.

Haal de meeste olie uit de pan, laat ongeveer 1 el achter.

Fruit hierin de ui en knoflook in enkele minuten glazig.

Voeg de laos en trassi toe, als ook de sambal en de suiker.

Roer kort door elkaar en voeg dan de ketjap toe. Breng dit geheel aan de kook en laat 1 minuutje koken.

Voeg dan de tempeh toe en roer door elkaar zodat de tempeh bedekt is met de saus.

Doe de sambal goreng tempeh in een schaaltje en bestrooi eventueel met verse koriander of bosui.

Smakelijk!

TexMex tortizzaatjes

Met dit recept sla ik zo maar even 3 hits in 1. Dat was helemaal niet zo gepland, maar kwam toevallig zo uit.

Allereerst werd ik voor de foodblogswap van deze maand gekoppeld aan de blog ‘foodiemarjan‘. Na wat rondneuzen op haar website had ik de keuze al snel teruggebracht naar twee recepten. Ik kwam er echter maar niet aan toe om een van de twee te maken. En het einde van de maand naderde al toen ik ook het thema van de nieuwe texmex-box te horen kreeg: vis. Bovendien kreeg ik vorige week de foodybox Lente van Kroon op het werk thuisgestuurd, waar o.a. de oranje paprika in zat die ik hier gebruikte. Ook de feta die ik bovenop de pizzaatjes strooide, kwam uit de foodybox. De feta is van Apetina en kwam in een fijne portieverpakking. De feta was gemixt met zongedroogde tomaatjes, wat ik zelf echt ontzettend lekker vind. Ik zou zo de verpakking feta leeg kunnen eten zonder iets erbij. Yum!

Hoe dan ook, perfecte gelegenheid dus om in één recept 3 partijen te verwerken. Niet om het mezelf makkelijk te maken, maar omdat dit toevallig zo uitkwam. Want een van de twee gerechtjes die ik uitzocht van Marjan’s blog waren haar gezonde pizzaatjes. Hierbij verving ze de pizzabodem door wraps en maakte ze zelf een saus van paprika in plaats van tomaat. Dat wilde ik dus wel eens proeven!

Omdat het thema van de TexMex box dus vis is, en Pim en ik er nou eenmaal gek op zijn, voegde ik garnalen toe. De paprikasaus bracht ik op smaak met de fajitamix van Santa Maria, want die had ik nog in huis. Heb je die niet in huis, dan kun je natuurlijk net als Marjan zelf kruiden toevoegen zoals paprikapoeder. Ook gebruikte in net wat andere groentes en toevoegingen dan Marjan, maar de basis van wraps en paprikasaus bleef. Pim en ik hebben gesmuld hoor!

Bereidingstijd: ~ 35 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4-6 tortizza’s:

  • 4-6 mini tortilla’s
  • 2 rode paprika’s
  • 2 rode uien
  • 1 oranje paprika
  • 1 courgette
  • 200-300 gram knoflookgarnalen (diepvries or vers)
  • handjevol verse peterselie
  • handjevol feta
  • half zakje fajitakruiden
  • 2 el olie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Voeg 1 el olie bij de garnalen, evenals (optioneel) een in stukjes gesneden rode peper (en knoflook, indien je geen knoflookgarnalen hebt).

Snij de rode paprika’s en ui in kleine blokjes.

Verhit een pannetje met 1 el olie en bak hierin de paprika en ui aan.

Na ongeveer 5 minuten voeg je de fajitakruiden toe.

Roer door en bak 1 minuut mee.

Voeg dan 150ml water toe en laat nog 5 minuten sudderen.

Doe het geheel in een keukenmachine, blender of pureer met een staafmixer tot een saus.

Doe de saus terug in de pan en laat op laag vuur nog enige minuten doorsudderen.

Snij de courgette met een mandoline in hele dunne plakken. Met een mes, dunschiller of kaasschaaf kan ook maar is iets lastiger.

Verhit een grilpan en gril de courgetteplakjes hierin totdat je mooie grilstrepen ziet.

Haal de courgette uit de pan en leg apart.

Gril nu de garnalen aan beide kanten in 1-2 minuten gaar.

Snij de oranje paprika in dunne reepjes.

Leg de tortizzas op een bakplaat.

Smeer op elke tortizza een lepel van de paprikasaus en spreid uit.

Beleg de tortizzas met de paprika, courgette en garnalen.

Bak ze in ongeveer 10 minuten goudbruin.

Bestrooi elke tortizza met de verse peterselie en verkruimel de feta.

Smakelijk!

Boterzachte sous-vide asperges met tijm

YES, ik hou van aspergeseizoen! Je kunt nog enkele weken genieten van ‘het witte goud’ en als je ze net zo lekker vindt als ik dan moet je deze bereiding zeker een keer proberen. Deze bereiding heet ook wel ‘sous-vide’, wat in het Frans ‘onder vaccuum’ betekent. Het doel van deze manier van garen is dat je je producten vaccuum verpakt en vervolgens in een waterbad op relatief lage en constante temperatuur gelijkmatig gaart. Zo voorkom je dat je producten te gaar worden en daardoor droog. Het wordt ook veel toegepast op vlees, maar eigenlijk kun je het op elk product toepassen, zelfs in desserts. Nu gebruikt men in de professionele keuken hier ook professionele apparatuur voor; een vacumeermachine en een waterbad. Die apparaten heb ik niet, dus ik zocht een huis-, tuin-, en keukenoplossing. Dit komt natuurlijk niet helemaal in de buurt van ‘the real deal’, maar ik kan je vertellen dat het wel erg lekker is! En deze sous-vide asperges met tijm zijn weer eens wat anders dan simpel gekookte asperges.

Het idee van dit recept komt trouwens niet van mezelf. Het was nooit in me opgekomen om een sous-vide garing thuis te proberen. Onlangs was ik op bezoek bij Orcacool waar een kookdemonstratie gegeven werd door de chef van ‘Biej de tant‘, een restaurant hier in de buurt. De jonge chef, waar ik diep respect voor heb gezien hij nooit een koksopleiding gedaan heeft, demonstreerde vier prachtgerechtjes. Een van de gerechten bevatte ook deze asperges, dus de kudos gaan naar hem. Wauw wat waren die lekker zeg. Ik heb gelukkig het recept weten te ontfrutselen. Ofja, in elk geval de ingrediëntenlijst, want de hoeveelheden of verhoudingen was ik bij thuiskomst alweer glansrijk vergeten (oepsie). De chef gebruikte de combinatie asperges met tijm en rozemarijn. Dat was ook heerlijk natuurlijk maar ik koos deze keer alleen voor tijm. Natuurlijk ben je vrij om ook een mix te maken of de tijm te vervangen door rozemarijn. Koop je je asperges ongeschild, gooi dan je schillen niet weg. Dat is echt zonde! Maak er bijvoorbeeld dit lekkere soepje van.

Bereidingstijd: ~30 min (+1,5u marinade tijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2 personen:

  • ~8 witte asperges
  • 125 gram roomboter
  • 1 el balsamicoazijn
  • 1 el suiker
  • 1 el tijm (liefst verse)
  • 1 tl zout

Andere benodigdheden:

  • hersluitbare, hittebestendige plastic zak (ziplock-bag)
  • thermometer

Stappenplan:

Schil de asperges als dat nog niet gebeurd is.

Smelt de boter in een pannetje, laat hem niet bruin worden.

Voeg de suiker, balsamico, zout en tijm toe en roer door elkaar.

Doe de asperges in de hersluitbare zak en giet het botermengsel eroverheen.

Neem een grote soeppan en vul deze voor 3/4e met water.

Leg de zak met asperges voorzichtig in het water met de sluiting naar boven. Hou de sluiting boven water maar doe hem nog niet dicht.

Als je dit langzaam genoeg doet, en zelf een beetje erbij helpt, zul je merken dat de lucht uit de zak verdwijnt en je een bijna-vaccuum zak krijgt. Zodra de lucht eruit is, sluit je de zak goed.

Breng het water naar een temperatuur van 88°C.

Draai het vuur laag en laat de asperges in dit warme badje liggen voor ongeveer 1uur. Controleer af en toe of het water nog op temperatuur is. Bij mij bleef hij op laag vuur op het kleine pitje perfect op temperatuur.

Indien nodig, kun je een mok of iets dergelijks gebruiken om ervoor te zorgen dat de asperges onder water blijven.

Idealiter laat je de asperges nu een dagje (in de koeling) staan, nog steeds in de zak in het botermengsel. Dan trekken de smaken extra goed in de asperges.

Heb je dit gedaan, dan kun je vlak voor het serveren het water nogmaals naar 88ºC verwarmen en de asperges hierin in 10-15minuten opnieuw verwarmen.

Optioneel kun je ze nog kort nagrillen in een grilpan, waardoor ze een extra smaakje krijgen nog. Ik deed dit niet, omdat we honger hadden en de rest van het eten al klaar was haha.

 

Puntzak met frietjes – TexMex style

Ok, dit recept is er niet een voor elke dag. Maar het is wel een feestje op je bord en dus leuk om te maken in het weekend, zeker als je kids te eten hebt. Hoe leuk is het om een eetbaar frietzakje op je bord te hebben liggen? Ik maakte een TexMex friet variant op de friet speciaal, met een gezonde touch door frietjes van zoete aardappel te serveren met tempehchipjes, op smaak gebracht met fajita-kruiden van Santa Maria, die ik als ambassadeur ontving. Tempeh is gemaakt van gefermenteerde sojabonen. Laat dit je niet afschrikken. Dat fermenteren resulteert dus juist in een grote gezondheidsbom. Tempeh zit vol eiwitten, maar bevat ook nog een schatkist vol met vitamientjes. Een beetje googlen zal je snel op allerlei andere voordelen van tempeh wijzen, niet voor niets dus DE vleesvervangers onder de vega(n)s onder ons. En het is nog lekker en veelzijdig ook! Door de tempeh, zoals ik dat hier doe, dun te snijden en met een klein beetje olie in de oven te bakken ontstaan er een soort tempeh-chips: knapperige stukjes tempeh. Wie houdt er nu niet van knapperig eten?

Wie de voordelen van avocado (met mate) inmiddels nog niet kent, heeft denk ik onlangs onder een steen geleefd. Dus de toevoeging van de guacamole maakt ook nog eens een extra gezondheidsvoordeel. Het enige wat enigszins een vreemde eend in de bijt is, is de queso. Maar het stond al zo lang op mijn lijstje om zelf queso te maken (kaassaus) en ik vond het hier juist wel een leuke vervanging voor de mayo die je normaal bij een frietje speciaal eet. Wil je dus echt helemaal gezond gaan, dan kun je de queso beter weglaten. Want behalve dat, is dit allemaal hartstikke killerbody-proof. Geef je niks om killerbody-proof eten, dan kun je uiteraard ook de tempehchips vervangen door vlees of vis wat je wel lekker vindt, pulled pork bijvoorbeeld. Pulled chicken of gewoon gekruide kipreepjes doen het vast ook goed hierbij! Maar ik zit nog steeds in de ‘vega-texmex’ challenge, dus ik ging voor vega texmex friet deze keer.

Let wel op, ik heb voor dit recept veel de oven gebruikt. Ik heb thuis namelijk een grote oven en bovendien maakte ik dit recept niet voor 4, maar voor 2 personen en dus een kleinere portie. Heb je een kleine oven of geen oven, dan kun je de tempehchips ook in de pan bakken en de zoete aardappelfrietjes ook in de frituurpan bakken. Wel minder gezond op die manier.

Bereidingstijd: ~60 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 3-4 personen:

  • 4 volkoren tortillawraps
  • 300 gram tempeh
  • 3-4 grote zoete aardappels
  • 1 zakje fajita kruiden
  • 1 zakje guacamole kruiden
  • 2 tomaten
  • 1 rode ui
  • 2 avocado’s
  • 30 gram boter
  • 40 gram bloem
  • 300 ml melk
  • 125 gram cheddar kaas (geraspt)
  • 100 gram belegen kaas (geraspt)
  • 1 el maizena
  • 6 el plantaardige olie
  • peper en zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 220°C.

Eerst maken we de puntzakjes, want die kun je prima koud serveren.

Om de ‘puntzak’ te maken vouw je een groot stuk aluminiumfolie in een punt. Vouw de tortillawrap eromheen zodat je de vorm van een puntzak krijgt.

Meng de fajita-kruiden met 6 el olie en smeer de tortillas lichtjes in met de helft van de olie.

Leg de puntzak, met de ‘naad’ naar beneden, op een bakplaat of ovenschaal. Laat de aluminiumpunt erin zitten zodat de puntzak zijn vorm behoudt in de oven. Herhaal dit met alle tortilla’s.

Bak de puntzakjes in ongeveer 10 minuten krokant. Keer halverwege. Laat ze afkoelen buiten de oven zodat ze nog iets verder krokant worden.

Was de zoete aardappel, of schil hem (wat je lekkerder vindt, met of zonder schil kan allebei). Snij in dunne frietjes.

Meng de frietjes met 2 el olie en 1 el maizena en hussel door elkaar.

Verspreid ze over een bakplaat en bak in de oven voor ongeveer 30-40min. totdat ze goudbruin zijn. Keer halverwege om.

Snij de tempeh in hele runne repen van 1-3mm en leg ze ook op een bakplaat.

Smeer de tempehreepjes in met de rest van de fajita-olie. Bak deze in 20 minuten knapperig in de oven. Keer halverwege om.

Mocht je een te kleine oven hebben kun je de tempeh ook in de pan bakken. Gebruik dan ietsje meer olie.

Prak de avocado en doe de guacamolekruiden erbij.

Snipper de rode ui en doe ongeveer 1/3e ervan bij de guacamole.

Snij de tomaat in blokjes en voeg dit bij de overgebleven 2/3e van de rode ui. Doe er eventueel wat verse kruiden bij (bieslook/peterselie/koriander/..) en breng op smaak met peper en zout.

Nu gaan we de queso maken. Smelt de boter in een pan maar laat hem niet bruin worden.

Voeg de bloem toe en roer enkele minuten op middelmatig vuur zodat de bloem gaart.

Voeg nu beetje bij beetje de melk toe en roer telkens goed tussendoor zodat ze melk opgenomen wordt door de roux.

Voeg dan de kaas beetje bij beetje bij het melkmengsel en blijf roeren, totdat de kaas gesmolten is. Breng de queso op smaak met peper en zout.

Mocht de queso nou te dik zijn, dan kun je nog extra melk toevoegen.

Leg de puntzakjes schuin op je bord, vul ze met de texmex friet van zoete aardappel en tempeh. Doe er een lepel guacamole en queso op en bestrooi met de tomaat-ui salsa.

Serveer eventueel nog met een salade ernaast.

Smakelijk!

Bloedsinaasappel-lemoncurd

We kennen allemaal lemon curd natuurlijk! Het zoetzure goedje wat je tegenwoordig gewoon in potjes in de winkel kan kopen. Nog lekkerder is om het zelf te maken, want zo heel lastig is het helemaal niet. En wist je dat je ook prima kan variëren met de smaken van curd? Zo maakte ik dus onlangs deze bloedsinaasappel-lemoncurd van een combi tussen.. tumtumtummmm, bloedsinaasappel en citroen. Bij een ‘gewone’ lemoncurd gebruik je 2 citroenen, ik verving er eentje door een bloedsinaasappel. Dan krijg je weer net een andere smaakdimensie. Nog ietsje minder zuur dan ‘gewone’ lemoncurd.

Curd kun je bijvoorbeeld op heerlijke scones doen, het recept van scones vind je hier. Maar je kunt deze bloedsinaasappel-lemon ook bijvoorbeeld in dit taartje verwerken, of gewoon lekker op je beschuitje smeren. Ik liet zelf de curd wat vloeibaarder, dat vind ik lekkerder bij scones. Wil je het dikker hebben, verwarm het dan nog wat langer door. Hoe dan ook, lekker zoet en fris en perfect voor dit lente-weer.

Bereidingstijd: ~ 30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • rasp & sap van 1 flinke citroen
  • rasp & sap van 1 bloedsinaasappel
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 2 eieren (geklutst)

Stappenplan:

Rasp de citroen en bloedsinaasappel. Pers ook het sap uit en vang dit op. Zorg ervoor dat er geen pitjes in het sap zitten.

Doe de rasp met de suiker en boter in een hittebestendige kom. Dit ga je au bain-marie smelten, dus op een pan met een laagje kokend water. Zorg dat de onderkant van je kom het water niet raakt.

Zodra alles gesmolten is, voeg je het sap toe van de citroen en bloedsinaasappel. Vervolgens voeg je de geklutste eieren toe.

Roer door elkaar. Nu is het een kwestie van veel geduld hebben (ahh das moeilijk!).

Laat de kom au bain-marie staan, en roer af en toe nog door, totdat de curd ongeveer de dikte van yoghurt heeft. Dit is een langzaam process en kan zeker wel 20 minuutjes duren.

Giet de curd in een bak en dek af met plastic folie zodat er geen lucht bij de curd komt. Laat dit afkoelen, de curd zal dan nog iets indikken.

Klaar is kees, nu kun je de bloedsinaasappel-lemoncurd in een schone pot doen en zo zeker 2 tot 3 weken bewaren in de koelkast.

Smakelijk!

Gobi manchurian (Indiase bloemkool)

Enkele maanden geleden moest ik (he, wat vervelend) voor werk 3 weken naar India. Bangalore om precies te zijn. Nu was ik in 2011 al eens in India gaan reizen en dat vond ik werkelijk fantastisch, dus ik stond te springen om dat vliegtuig in te stappen. Natuurlijk ook om mijn lieve collega’s in India te zien, maar ook om weer een nieuw stukje cultuur te proeven. Want dat de cultuur anders is in Bangalore ten opzichte van waar ik in 2011 was, dat wist ik wel. Maar het was meer dan de cultuur. De architectuur is anders, de mensen zijn anders, het eten is anders. Natuurlijk ben ik zelf ook veranderd dus dat zal daar ook wel bij helpen. Hoe dan ook, ik vond het fantastisch om tijdens de lunchpauze met mijn Indiase collega’s mee te gaan naar hun lokale eettent waar een gemiddelde Nederlander niet graag dood gevonden zou willen worden. Maar ik vind dat juist heerlijk, lekker doen wat de locals ook doen. Zo gingen we in het weekend dus ook met de locals (mijn collega’s) op stap. We belanden in een kroegje, dat eigenlijk heel erg westers aanvoelde qua interieur en sfeer. Je kon dus toch heel even het getoeter van de auto’s en de mierenzwerm aan mensen vergeten als je daar binnen zat. Toch was dat de plek waar ik deze gobi manchurian voor het eerst at en wow, wat was dat lekker zeg! Heerlijk knapperige groentes met een smaakvol en pittig sausje.

Gobi manchurian kan eigenlijk op meerdere manieren geserveerd worden. Als snack, zo aten wij het dus, net zoals je in Nederland bitterballen bij je biertje drinkt. Maar je kunt het ook bij je avondmaaltijd serveren, als bijgerecht maar ook als hoofdgerecht met wat rijst of brood erbij. Ook kun je de bloemkool vervangen door bijvoorbeeld kip of mini-maiskolfjes, alles kan. Gobi is Indiaas voor bloemkool, manchurian is de naam van de saus. Dus die kun je natuurlijk prima op een ander product doen.

Ok, gobi manchurian is niet authentiek Indiaas eten. Het is eigenlijk een fusion dish van de Chinese en Indiase keuken. En dat vind ik juist NOG leuker. Waar ik altijd dacht dat vooral westerse landen aan fusion cooking deed, want wij missen toch soms een echt authentieke keuken (Nederland, Belgie, Duitsland etc), blijkt dus ook dat een land wat al zo een immens authentieke keuken heeft, toch ook aal fusion cooking doet. Ik vind het leuk.

Toen ik onlangs door Riksja Travel gevraagd werd om een vlog te maken waarin ik een werelds gerecht kook, hoefde ik niet lang na te denken natuurlijk. Dit gerecht stond al die maanden al op mijn ‘to-cook-lijstje’ (heb jij ook zo’n lijstje?) en dit was dus wat mij betreft de uitgelezen kans om het eens te maken. Het filmpje maken vond ik superleuk om te doen, hoewel het natuurlijk wel altijd raar blijft om jezelf op camera te zien (hallo, onderkin!) en jezelf te horen praten (hallo, zachte g!). Maar ik ben er stiekem toch wel een beetje trots op, mijn eerste vlog. Hopelijk vinden jullie het ook leuk! De vlog vind je hier op youtube.

Ohja, even nog wat praktische informatie. Ik frituurde de bloemkool twee keer. Net als bij frietjes bakken wordt het dan allemaal net iets knapperiger dan wanneer je het 1x langer frituurt. Natuurlijk ben je vrij om hier van af te wijken en wel 1x te frituren. Voor de mensen die niet zo van pittig houden, die kunnen natuurlijk de hoeveelheid chilipoeder en sriracha verminderen.

Bereidingstijd: ~25 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 3-4 personen:

  • 1 bloemkool
  • 80 gram patentbloem
  • 6 el maizena
  • 2 tl chilipoeder
  • 3 tenen knoflook
  • 2 cm verse gember
  • 1 groene paprika
  • 1 ui
  • 3 el sojasaus
  • 2 el appelazijn
  • 3 el sriracha
  • 3 el ketchup
  • 1 el suiker
  • olie om te frituren (e.g. zonnebloemolie)
  • peper en zout
  • koriander (ter garnering)
  • bosui (ter garnering)

Stappenplan:

Snij de bloemkool in kleine roosjes. Hoe kleiner je ze maakt, hoe knapperiger ze worden (want meer oppervlak om te frituren). Maak ze ook weer niet TE klein want dan krijg je een prutje denk ik.

Kook de bloemkool zo’n 5 minuten in water met een snuf zout. Zodra je makkelijk met een vork door de bloemkool prikt zijn ze gaar. Giet ze dan af en laat ze nog even uitstomen.

Meng intussen de bloem met maizena en de helft van het chilipoeder. Breng op smaak met peper en zout. Doe beetje bij beetje wat water bij de mix zodat je een beslag krijgt. Maak het beslag niet te dun, een beetje zoals een pannenkoekenbeslag.

Verhit de olie om te frituren (ongeveer 175°C). Ik deed zelf een laagje van 3 cm olie in een wok en frituurde de bloemkool in meerdere batches.

Doe de uitgedampte bloemkool in het beslag en meng door elkaar zodat elk stukje bloemkool wat beslag heeft.

Doe de bloemkool voorzichtig in de hete olie. Afhankelijk van de grootte van je pan moet je dit dus in delen doen.

Frituur de bloemkool zo’n 2 minuten totdat ze nog net niet bruin beginnen te worden.

Haal uit de olie en laat uitlekken op keukenpapier. Laat de olie op het vuur staan want we gaan de bloemkool zo nog een keer frituren. Wil je liever maar 1x frituren? Doe ze dan de eerste keer iets langer erin zodat ze mooi goudbruin zijn.

Snipper intussen de knoflook, gember, ui en paprika.

Verhit een scheut olie in een pan en bak hierin de knoflook, gember, ui en paprika.

Voeg de rest van de chilipoeder toe (optioneel) en bak kort mee.

Voeg dan de sojasaus, appelazijn, ketchup en sriracha toe, als ook de suiker.

Roer door elkaar en leng iets aan met water, ongeveer 3 el.

Breng de saus op smaak met peper en zout.

Proef de saus nu, is hij te pittig? Voeg dan nog wat ketchup en soja toe. Vind je hem te slap? Dan kun je nog wat sriracha toevoegen. Dit is echt smaakafhankelijk natuurlijk en mijn hoeveelheden zijn dan ook richtlijnen.

Frituur nu de bloemkool nogmaals tot goudbruin. Voeg daarna bij de saus en roer door elkaar zodat er overal wat saus zit. Je zult wellicht denken dat het te weinig saus is maar het moet niet net als pastasaus zijn. Echt maar een dun laagje overal.

Snij de bosui in dunne schijfjes.

Bestrooi de gobi manchurian met de bosui en koriander.

Smakelijk!

Blini’s van spelt met zalm en avocado

Blini’s kunnen altijd. Of het nou ontbijt, brunch of als hapje is, ze zijn hoe dan ook een hit. Heerlijk licht en fris van smaak door de zalm en zure room. En omdat blini’s maar klein zijn, kun je er zo veel of zo weinig van eten als je zelf wilt. Ook een fijn maaltje natuurlijk voor tijdens een feestelijke maaltijd, zo maakte ik ze dus voor de paasbrunch die we onlangs hadden.

Ik maakte de blini’s met een mix van speltbloem en kikkererwtenmeel, maar je kunt dit natuurlijk vervangen door andere soorten bloem of meel als je dit fijner vindt. Voor mij was het eigenlijk maar net wat ik nog in huis had.

Uiteraard kun je ook met de toppings eindeloos variëren (google maar voor inspiratie), maar ik blijf toch zelf de combi met zalm en zure room het lekkerst vinden. Om toch nog een kleine extra toevoeging te doen, en omdat avocado gewoon lekker is, deed ik dit er ook nog bij. Ziet het er niet feestelijk uit allemaal?

Het originele recept voor blini’s, wat eigenlijk een soort grote poffertjes van Russische afkomst zijn, laat het beslag eerst rijzen alvorens te bakken. Natuurlijk heb ik daar het geduld niet voor, dus koos ik voor een snelle variant. Je kunt ze koud eten, of lauwwarm eten. Eet je ze het liefst warm, dan kun je ze alsnog van tevoren maken en dan even in de magnetron opwarmen.

Bereidingstijd: ~25min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ongeveer 30 stuks:

  • 100 gram speltbloem
  • 75 gram kikkererwtenmeel
  • 2 eieren
  • 1 tl bakpoeder
  • 200 ml melk
  • 200 gram gerookte zalm
  • 125 gram zure room
  • 1 of 2 avocado
  • verse bieslook
  • zout en peper
  • olie

Stappenplan:

Meng het meel met de eieren, bakpoeder en melk tot een beslag. Voeg een snufje zout toe.

Zet een grote pan op het vuur met een heel klein beetje olie (of boter) en maak met een lepel voorzichtig hoopjes beslag in de pan, ongeveer ter grootte van een groot poffertje. Dit zal nog ietsje gaan uitlopen, dus laat genoeg ruimte ertussen. Natuurlijk kun je ook 2 pannen gebruiken om het sneller te laten gaan.

Bak de pannenkoekjes aan weerszijden goudbruin, dus draai ze na ongeveer 1-2 minuutjes. Dit is uiteraard afhankelijk van hoe hoog je vuur staat. Ik gebruikte middelmatig vuur.

Voordat je een nieuwe portie blini’s bakt, bekijk je even of er nog nieuwe olie in de pan moet of dat er nog voldoende in zit. Je hebt echt maar een beetje nodig.

Beleg de blini’s met een plakje avocado (of prak de avocado), wat zalm en een klein lepeltje zure room.

Bestrooi de blini’s met peper en verse bieslook.

Smakelijk!

Honeycomb (honingraat)

Honeycomb is echt een van mijn favoriete zoetigheden. Ik ontdekte het voor het eerst in 2009 toen ik voor studie in Australie zat. Daar verkopen ze crunchies; een snoepreep gemaakt van honeycomb met een chocoladelaagje eromheen. Yummy wat is dat lekker zeg! Over het algemeen ben ik meer een hartig type, maar als ik ergens een crunchie zie liggen kan ik die toch niet aan mijn neus voorbij laten gaan. Helaas, inmiddels 9 jaar later, heeft de crunchie nog steeds Nederland niet bereikt. Maar je kunt honeycomb ook makkelijk zelf maken! Het is eigenlijk een soort chemische reactie van suiker met de bicarbonaat, waardoor je de ‘honingraat-achtige’ structuur krijgt. Het kost echt nog geen 15 minuutjes om te maken, okee je moet het ook even laten afkoelen. Maar daarna issie ready for eating. Je kunt de honeycomb gewoon zo eten, ook leuk als kadootje. Ik heb het zelf ook al eens in een dessert verwerkt, dat erg in de smaak viel; zie dit recept. Het is wel echt een zoetigheid, dus be prepared. Stop niet al te grote stukken in je mond want dan gaan je tanden barsten van de suiker haha.. Ik vind het zelf in de combi met chocolade het lekkerst. Je kunt het bijvoorbeeld ook verkruimelen en over je mousse of ijs strooien.

Bereidingstijd: ~15min (+30min koeltijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 150 gram witte basterdsuiker
  • 2 el water
  • 2 el honing/golden syrup
  • ongeveer 4 gram bicarbonaat (1,5 tl; te koop bij o.a. Dille & Kamille)

Extra benodigdheden:

  • suikerthermometer
  • bakpapier
Stappenplan:

Om de honingraat te maken meng je de suiker, water en honing in een pan met dikke bodem. Neem een ruime pan want dit gaat straks flink in volume toenemen.

Zet intussen ook een schaal klaar die je bekleed met bakpapier. Ik gebruikte hiervoor een redelijk kleine ovenschaal van ongeveer 20x30cm. Hoe kleiner de schaal, hoe hoger je honeycomb wordt natuurlijk. En hoe groter je schaal, hoe lager je honeycomb wordt.

Verwarm het suikermengsel tot 150°C zonder te roeren. Pas op, het mengsel is gloeiend heet dus kom er niet met je handen aan!

Als de mix precies 150°C is, haal je de pan van het vuur en mix je de bicarbonaat er snel in met een garde. Roer goed, maar wees snel, het mengsel zal flink beginnen te bubbelen. Hoe minder lang je roert, hoe luchtiger de mix zal zijn.

Giet het mengsel zo snel mogelijk in de met bakpapier beklede schaal en laat goed afkoelen, ongeveer 30 minuten.

Zodra het afgekoeld is kun je het uit de schaal halen en in stukken breken (gebruik eventueel een mes hiervoor).

Smakelijk!

Spinazie risotto met zalm

Als er een gerecht is dat wij regelmatig eten thuis, dan is het risotto. Natuurlijk hebben we onze favoriete variant, met champignons en port salut. Maar zo af en toe moet er natuurlijk eens gevarieerd worden. We maakten deze keer een visrisotto, met een heerlijk perfect gebakken stukje zalm. Ik gebruikte voor de risotto ook visbouillon, zodat de risotto beter aansluit bij de vis qua smaak ook. Omdat er in risotto natuurlijk eigenlijk wel een beetje kaas hoort, en we nog een stukje port salut kaas in de koelkast hadden liggen, ging die er dus ook in. Ik dacht dat het raar zou worden, vis met kaas. Maar dat was het absoluut niet. De kaas maakt de risotto lekker smeuïg. En eigenlijk als je je bedenkt, doen we ook altijd roomkaas bij gerookte zalm. Dus zo gek was dat nog niet. Je bent natuurlijk vrij om de kaas weg te laten of te vervangen door een andere kaas, zoals parmezaan, wat ook veel in risotto’s gebruikt wordt. Hoe dan ook, dit was lekker en zo klaar, dus hop, maken die hap! Schrik niet af van risotto, men zegt altijd dat dit zo lastig is om te maken. Ik ben het daar niet mee eens! Wellicht maak ik mijn risotto niet zoals de echte foodcritics hem graag zouden hebben, maar hij is verrukkelijk en daar draait het uiteindelijk toch om? Deze risotto met zalm is een perfect gerecht voor zowel doordeweekse dagen, als ook met dinertjes.

Bereidingstijd: ~30min    Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 400 gram spinazie
  • 8 zongedroogde tomaten
  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • ∼ 80 gram port salut kaas
  • 100-150 gram risottorijst (afhankelijk van hoeveel je eet uiteraard)
  • 2 stukken zalmfilet
  • 2 visbouillonblokjes
  • 3 el olie
  • peper en zout
  • 2 tl viskruiden

Stappenplan:

Snipper de ui en de knoflook.

Maak 1 liter bouillon met de bouillonblokjes.

Verhit een koekenpan met een klein scheutje olie en slink hierin de spinazie. Doe de spinazie in een kom en zet apart tot later.

Voeg opnieuw een scheutje olie toe aan de pan en fruit hierin de ui en knoflook.

Voeg de risotto toe aan de pan en beweeg met de pan zodat alle rijstkorrels een laagje olie krijgen. Doe dit door met de pan te bewegen en niet met een spatel in de rijst te roeren.

Optioneel kun je nu een flinke scheut wijn toevoegen. Ik heb dit niet gedaan omdat ik geen wijn open had staan. Doe je het wel, wacht dan met de volgende stap totdat de wijn verdampt is.

Voeg, beetje bij beetje, de bouillon toe aan de risottorijst. Voeg telkens zoveel toe dat de rijst net onder het vocht staat. Voeg pas weer de volgende scheut toe als het vocht helemaal is opgenomen/verdampt en de rijst dus weer om nieuw vocht ‘schreeuwt’. Herhaal dit totdat de risotto gaar is. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Je hebt wellicht niet alle bouillon nodig hiervoor. De rijst is gaar als hij zacht van buiten is, maar nog net een bite heeft van binnen.

Snij de zongedroogde tomaat en port salut in kleinere blokjes.

Dep intussen ook de zalm goed droog met keukenpapier en strooi er viskruiden op.

Verhit een pan met een scheutje olie en bak hierin de zalm zo’n 3-4 minuten aan elke kant op middelmatig vuur, totdat hij net gaar is en dus boterzacht is.

Zodra de risotto gaar is, voeg je de spinazie, zongedroogde tomaat en kaas toe en roer je dit door elkaar. Breng op smaak met peper (en eventueel zout, maar vergeet niet dat bouillon en port salut ook al zout bevatten).

Verdeel de risotto over de borden en leg de zalm er bovenop.

Optioneel kun je nog wat citroensap over de risotto en zalm doen om hem extra fris te maken.

Smakelijk!

Kip stroganoff

Het koken van kip stroganoff staat al letterlijk sinds dag 1 dat ik een blog heb op mijn to-cook-lijstje. Heb jij ook zo’n lijstje? Mijn lijstje wordt maar langer en langer en zo af en toe lukt het me eindelijk eens om een gerecht van de lijst te maken. Natuurlijk sloeg ik me voor mijn hoofd bij het proeven van deze kip stroganoff, want waarom heb ik dat niet eerder gemaakt? Een heerlijk mals kippetje, met lekkere groentes in een superrijke saus. Ik weet niet zeker of het aan de wodka ligt die door de saus gaat, maar voor mij had de saus zelfs een beetje een zoetige ondertoon die ik totaal niet had verwacht. En misschien wel nog leuker, het staat in een mum van tijd op tafel en is dus prima geschikt voor een doordeweekse avond. Behalve als je zwanger bent wellicht, of kleine kindjes hebt. Natuurlijk kun je de wodka ook weglaten, maar of je het dan nog wel kip stroganoff mag noemen?

Stroganoff wordt meestal gecombineerd met rundvlees. Ik hou zelf niet zo erg van rundvlees dus ging ik voor kip. Stroganoff is namelijk puur de benaming voor de saus. Dus je mag hem lekker serveren met wat je zelf wil. Er gaan zoveel varianten van de saus de rondte, dat volgens mij niemand meer echt weet wat de oorsprong van het recept is en wat er dus echt in hoort en wat niet. Of dit in de buurt komt van originele stroganoff of niet, hij is wel verdomde lekker. En daar gaat het natuurlijk uiteindelijk om!

Bereidingstijd: ~30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • ±300 gram kipdijfilet
  • 1 potje tomatenpuree
  • 100 ml creme fraiche
  • 1 ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 rode paprika
  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 75 ml wodka
  • 1/2 bouillonblokje kip of groenten
  • 1 tl (gerookt) paprikapoeder
  • 4 el verse peterselie
  • 150-200 gram (Tilda Basmati & wild rice) rijst
  • peper & zout
  • olie

Stappenplan:

Snij de kip in stukjes.

Kook de rijst gaar zoals aangegeven op de verpakking.

Snij de ui, knoflook, paprika & champignons in blokjes en/of reepjes.

Verhit een scheutje olie in een koekenpan en bak hierin de kip rondom bruin.

Haal de kip uit de pan.

Voeg eventueel nog wat olie toe aan de pan (indien nodig) en doe de groentes in de pan.

Bak de groentes op hoog vuur gaar in zo’n 3-4minuten.

Voeg de tomatenpuree, paprikapoeder en wodka toe en bak dit 3 minuten mee. Roer af en toe.

Voeg het bouillonblokje en de creme fraiche toe en roer door elkaar.

Voeg de kip terug toe.

Laat de saus nog zo’n 5 minuten pruttelen.

Snipper intussen de peterselie.

Doe de helft op het allerlaatst bij de saus en roer door elkaar.

Serveer de stroganoff saus met de rijst en bestrooi met de rest van de peterselie.

Smakelijk!

 

 

Nacho-style kikkererwten

Als kersverse ambassadeur van de TexMex keuken kreeg ik enkele producten van Santa Maria thuisgestuurd evenals een thema om mee te werken. Dit thema was ‘Vega Tex Mex’, gelijk een redelijk pittige opdracht natuurlijk gezien ik geen vegetariër ben. Natuurlijk eten we thuis wel vaker vegetarisch, maar vallen dan toch ook wel gauw terug op onze favorieten, zoals deze risotto. Toch kreeg ik gelijk superveel inspiratie en dus ook gelijk zin om aan de slag te gaan.

Het eerste gerecht is deze nachoschotel van kikkererwten. Ik verving de nachochips en het gehakt door kikkererwten. Ja, ik serveerde er toch een klein beetje nachochips bij voor de lekker, maar natuurlijk niet zoveel als je normaal bij een nachoschotel eet. Je kunt ook zelf tortillachips erbij maken door wraps te kruiden en in de oven krokant te bakken. Uiteraard kun je ook zelf gehakt toevoegen, of zelfs vegetarisch gehakt, zoals dat in veel nachoschotels geserveerd wordt. Maar als je het mij vraagt is dat compleet overbodig door de toevoeging van de kikkererwten. Kikkererwten zitten boordevol vezels en proteïnen en zijn dus een prima vervanging voor vlees.

De toppings die ik erbij deed, guacamole en zure room, kun je natuurlijk weglaten of vervangen als je dat lekkerder vindt. Je kunt natuurlijk ook een tomatensalsa erbij serveren of een nacho-kaassaus. Ik vond persoonlijk deze combinatie van ingrediënten echt perfect. Zelfs vriendlief vond dit een geslaagd gerecht, terwijl hij normaliter niet zo veel van kikkererwten en avocado moet hebben. Dus als dat niet de graadmeter is van de lekkerheid van dit gerecht, dan weet ik het ook niet meer.

Bereidingstijd: ~15min (+40m oventijd)    Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 2 blikken kikkererwten a 410 gram
  • 1 blikje mais a 150 gram
  • 1 zakje Santa Maria Chili con carne seasoning mix
  • 1 rode ui
  • 3 bosui
  • 2 zoete puntpaprika
  • 200 gram cherrytomaatjes
  • 100 gram geraspte kaas
  • 4 el verse koriander
  • 1 el olie
  • 2 rijpe avocado’s
  • 1 zakje Santa Maria guacamole dipmix
  • 1 bakje zure room

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Spoel de kikkererwten af onder de kraan en laat uitlekken.

Snij de tomaatjes door midden en de paprika in reepjes.

Snipper de rode ui.

Doe de kikkererwten met de tomaten in een kom en bestrooi met de chili con carne seasoning mix en de olie.

Verspreid de kikkererwten en tomaten op een bakplaat en bak af in de oven voor ongeveer 40 minuten.

Voeg na 15 minuten de paprika en rode ui toe op de bakplaat en hussel de kikkererwten door elkaar.

Maak intussen de guacamole door de avocado’s te prakken en te mixen met de guacamole seasoning mix. Voeg de resterende ui toe en roer door elkaar.

Snij intussen de bosui in reepjes en laat de mais uitlekken.

Snij ook de koriander grof.

Voeg de laatste 5 minuten de mais, bosui, koriander en kaas toe aan de kikkererwtenmix zodat de kaas lekker kan smelten over het geheel.

Haal de kikkererwtenmix uit de oven en verdeel over borden.

Serveer met de guacamole en zure room.

Smakelijk!

 

Uiteten met Inge: De Restauratie in Eindhoven

Vorige week is DE nieuwe ontmoetingsplek van Eindhoven geopend. Of, eigenlijk moet ik heropend zeggen. De stationshal van Eindhoven heeft de deuren tot de Restauratie opnieuw geopend. Het restaurant op de eerste verdieping aan de centrumzijde van het station. ‘Meet me under the clock’ is opnieuw van toepassing, gezien het restaurant zich precies onder de welbekende stationsklok van Eindhoven bevind. Vroeger werd dit al gebruikt als centrale ontmoetingsplek, toen we elkaar nog brieven schreven of met de vaste telefoon opbelden. Het restaurant is nieuw leven ingeblazen met een spectaculair interieur, dat luxe en klasse uitstraalt met mooie zwarte, gouden en marmeren accenten. Wat mij betreft perfect past bij de forensen onder ons. Heb je je trein gemist, of heb je om andere reden even wat tijd over? Dan kun je prima vertoeven in de restauratie en er zelf werk verrichten, er zitten door het hele pand stopcontacten. Het is van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat open.

Gezien ik zelf natuurlijk zo’n 12 jaar in Eindhoven gewoond heb, vond ik het dus fantastisch dat ik bij de opening aanwezig mocht zijn. Ofja, het was niet de officiële opening. Maar een lunch speciaal voor bloggers, een dag voor de officiële opening. Stiekem kwam ik veel te laat aan. Sinds ik niet meer in Eindhoven woon moet ik natuurlijk even rijden om er te komen. En laat nou net die dag de A2 afgesloten zijn. Uiteraard kwam ik daar pas in de auto achter en moest ik helemaal via Venlo omrijden. Gelukkig werd het eerste gerecht pas geserveerd toen ik aankwam. We kregen een 6 gangen lunch geserveerd met allerlei gerechten die op de kaart staan. Hun hele kaart maakt gebruik van ‘lokale helden’, zo noemen ze het zelf. Ze proberen lokale ondernemers een podium te geven om te shinen met hun producten. Zo vind je er de Brabantse worstenbroodjes van Houben en de biertjes van Stadsbrouwerij Eindhoven.

Ik moet eerlijk bekennen. Ik heb prima gegeten, de gerechten waren stuk voor stuk lekker, dus daar is niks op aan te merken. Maar stiekem vond ik de gerechten niet helemaal passen bij de klasse en luxe van de inrichting. Nu weet ik ook wel dat het geen sterrenrestaurant is en dat ik dus geen over de top gerechten moest verwachten. Maar het voelde toch een beetje vreemd om een tosti te gaan eten in zo’n mooi restaurant met marmeren tafels met gouden randjes. Maar aan de andere kant, zal dit precies zijn waar de ‘gewone’ mens en de forens op zit te wachten. Geen moeilijk eten, gewoon lekker en goed. Met een fijn zitplekje, met een leuk uitzicht. Zoek je dat? Dan zit je helemaal op je plekje bij de Restauratie.

Kijk vooral ook bij dit verslag van Adventurous Childs voor een nog betere indruk van de inrichting van restaurant (doordat ik wat laat was heb ik niet voldoende de tijd genomen om echt mooie foto’s te maken van het interieur helaas).

De website van De Restauratie, inclusief complete menukaart en openingstijden, vind je hier.

Avocado cheesecake met oreo bodem

Avocado cheesecake.. ooit gedacht dat je dat potentieel zou eten? Ik dus ook niet. Toch zie je het steeds meer op internet. Toen ik op de blog van ‘Mama’tje van alles’ dus een avocadotaartje zag wist ik gelijk dat ik dit deze maand wilde maken voor de foodblogswap. Ik had echt geen flauw idee wat ik kon verwachten qua smaak. Ik associeer avocado namelijk vooral met hartig en niet met zoet. Nu wordt er in het taartje van Mama’tje van alles ook andere hartige ingrediënten gebruikt, zoals pistachenoten. Ik koos er zelf voor er een iets zoetere variant van te maken, omdat ik dacht dat dit wellicht nog meer richting de ‘echte’ cheesecake zou gaan. Ik koos dus voor een bodem van oreo’s in plaats van dadels met pistachenoten. Ook belegde ik de taartjes met fruit in plaats van nog meer noten, om ook weer het zoete uit het taartje naar boven te halen. Verder gebruikte ik wel een beetje mascarpone erin om er ook echt een cheesecake van te maken.

Oordeel: ik ben er eerlijk gezegd nog niet helemaal over uit. Het is echt bedrog eerste klasse. Als je teveel denkt aan het feit dat je avocado eet, dan is het moeilijk om het zoete er doorheen te proeven. Maar als je gewoon denkt dat je cheesecake eet, dan valt dat dus weer reuze mee en is het eigenlijk best wel lekker zelfs. Maar die balans tussen met je ogen en met je hoofd eten is dus even goed zoeken en vergt wellicht wat oefening.

De taartjes zou ik niet al te lang bewaren. Ondanks de limoen erin heeft de avocado toch licht de neiging om bruinig te worden, net als veel fruit wanneer het te lang in de open lucht staat. Natuurlijk is het dan nog prima te eten maar ziet er net wat minder smakelijk uit. Dat gebeurde bij mij dus ook een beetje. Ik had de taartjes gemaakt maar moest vervolgens weg. Het duurde dus eventjes voor ik de taartjes op de foto kon zetten en kon proeven en ik had (stom!) niet de bovenkant bedekt waardoor ze dus lichtelijk bruin werden al. Ik denk wel dat het helpt om de bovenkant dus wel af te dekken met folie want het is vooral de lucht die de avocado bruin maakt.

Uiteraard kun je, net als bij elk ander recept, dit aanpassen naar hoe je het lekker vindt. Je kunt eens wisselen van toppings of net als mama’tje van alles ook noten gebruiken in het taartje. Wat mij nou voor een volgende keer wel weer leuk lijkt is om hier een soort hartig ontbijttaartje van te maken. Dit kun je doen door de oreo’s te vervangen door een bodem van havermout of muesli, vervang de mascarpone door kwark en je hebt een prima ontbijtje.

Ohja, en wil je dat de cheesecakejes helemaal glad uit hun vorm komen, dan kun je ze beter invriezen voordat je ze eruit haalt. Zoals je ziet heb ik dat niet gedaan waardoor de randjes niet helemaal glad zijn.. maar dat maakt voor de smaak verder natuurlijk helemaal niks uit!

Bereidingstijd: ~30min (+2u20m koeltijd)    Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 6 taartjes:

  • 1,5 pak oreos koekjes
  • 3 rijpe avocados
  • 3 el agavesiroop
  • 1 tl oranjebloesemwater
  • 60 gram kokosolie (gesmolten)
  • 125 gram mascarpone
  • sap & rasp van 2 limoenen
  • toppings: vers of diepvries fruit

Verdere benodigdheden:

  • 6 bakringen of springvormen (ik had 7cm doorsnee)
  • bakpapier

Stappenplan:

Leg de bakringen op een met bakpapier beklede bakplaat. Knip ook stroken bakpapier om de opstaande randen mee te bekleden.

Maal de oreokoekjes fijn in een keukenmachine. Als je geen keukenmachine hebt kun je dit ook in een vijzel doen of met een deegroller erop slaan (doe de koekjes dan wel in een gesloten zak).

Smelt de boter en doe dit bij het oreogruis. Meng door elkaar.

Verdeel het oreogruis over de 6 bakringen en druk het gruis goed aan met de bolle kant van een lepel. De randen moeten iets omhoog staan (zodat de randen dikker zijn dan het midden).

Zet in de koelkast voor minstens 20 minuten.

Haal het vruchtvlees uit de avocados en meng dit met de mascarpone, limoenrasp en sap, oranjebloesemwater, agavesiroop en gesmolten kokosolie door elkaar. Dit kan met de hand, maar als je een keukenmachine hebt is dat beter, je weet dan zeker dat de mix goed glad wordt.

Verdeel de avocadomix over de 6 bakringen en strijk zoveel mogelijk glad.

Dek de taartjes zoveel mogelijk af (de bovenkant kan namelijk bruinig worden als je dat niet doet en ze iets te lang staan, zoals bij mij een beetje het geval was) en zet in de koelkast voor minstens 2u om op te stijven.

Haal de taartjes voorzichtig uit hun bakvorm en beleg met fruit.

Smakelijk!

Kipstokjes met tzatziki en salade

Simpel maar doeltreffend. Zo zou ik dit receptje omschrijven. Ik maakte deze kipstokjes met tzatziki voor mezelf toen Pim in India zat. Je kunt het makkelijk voor 1 persoon maken. De resterende kip kun je dan een dag later weer in een ander gerecht verwerken. Je kunt zelf kiezen of je het lekker gezond en koolhydraatarm houdt, of dat je er toch een wrap of brood bij serveert. Ik at het zelf zonder brood en dat was voor mij een prima avondmaaltijd. Lekker, simpel en licht. En vooral, snel klaar. Perfect voor een simpele doordeweekse dag dus! Marineer dan liefst wel de kip al de avond van tevoren, dan trekken de smaken er nog beter in. Ik hou sowieso echt van homemade tzatziki, dat kan ik elke week wel eten. Zo lekker fris! Uiteraard kun je deze kipstokjes ook lekker op de barbecue gooien! Nu nog lekker weer…

Bereidingstijd: ~ 35min (+30min marinadetijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • ∼350 gram kipdijfilet
  • 4 el olie (+ wat extra)
  • 4 teentjes knoflook
  • 1 el oregano (+ wat extra)
  • 1 tl gerookte paprikapoeder (als je dat niet hebt, dan is gewoon paprikapoeder ook goed)
  • 1 tl venkelzaadpoeder
  • peper en zout
  • 300 gr griekse yoghurt
  • 3 el verse dille
  • 2 komkommers
  • 2 tomaten
  • 75 gram feta
  • 1 rode ui
  • optioneel: olijven
  • optioneel: verse munt

Stappenplan:

Snij de kip in stukken of repen.

Meng de olie met 2 tenen knoflook, oregano, paprikapoeder en venkelzaad en ook wat peper en zout.

Verdeel dit over de kip en laat de kip minstens 30min marineren (maar liefst een hele nacht).

Was de komkommer en rasp fijn. Bestrooi met een snufje zout en laat 5 minuten staan in een zeef.

Pers de komkommer uit zodat het meeste vocht weg is.

Voeg de komkommer samen met de griekse yoghurt, dille, 2 tenen knoflook en peper en zout en meng tot een tzatzikisaus. Optioneel kun je nog munt toevoegen aan de tzatziki.

Verhit een grillpan op middelhoog vuur.

Rijg de kip op stokjes.

Grill de kip in 5-10 minuten gaar (afhankelijk van hoe hoog je vuur staat). Draai de stokjes af en toe om.

Snij intussen de rest van de komkommer, tomaat & ui in stukken en meng door elkaar.

Breek of snij de feta in stukken en meng door de groenten. Voeg ook de olijven toe als je dat lekker vind. (ik hou niet zo van olijven dus ik had ze niet toegevoegd)

Maak de salade aan met wat olie, oregano en peper en zout.

Serveer de kipstokjes met de tzatziki en de salade. Optioneel kun je nog wraps of ander brood erbij serveren.

Smakelijk!

Îles flot­tan­tes met nougatine

Jullie hebben onlangs al kunnen lezen dat ik met vriendin Manon een Frans 3-gangendiner kookte voor onze partners. Deze garnalenbisque en deze galette waren het voor- en hoofdgerecht. Natuurlijk hoort er ook een dessert bij een 3-gangendiner dus tadaa, here it is. We maakten Îles flot­tan­tes, ook weg ‘floating islands’ of dus drijvende eilanden genoemd. Ik heb ze nooit eerder gegeten dus had geen idee wat ik kon verwachten, maar ik hou van merengueschuim, vanille en karamel dus dit kon alleen maar lekker zijn. Mijn oven was wel helaas nog net te warm van de galette die we ervoor maakten, met als gevolg dat het eiwitschuim iets bruiner is dan de bedoeling was (iets met geen geduld hebben). Maar desalniettemin was dit wel lekker. De vanillesaus is een crème anglaise. Het maken van deze crème anglaise luistert vrij nauw. Je mengt warme melk met koud ei, dus als je niet voorzichtig en snel werkt heb je gestold ei en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Maar als je de beschreven stappen goed volgt, moet het goedkomen. Hoe dan ook, met dit dessert maak je echt wel de blits op een mooi diner.

Bereidingstijd: ~ 45min (+15min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 4 eieren
  • 370 gram suiker
  • 400 ml melk
  • 1 vanillestokje
  • 1 el maizena
  • 60 gram hazelnoten
  • 100ml water
  • 30 gram boter
  • 100 ml slagroom
  • zeezout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 130°C.

Split de eieren, gooi 1x eiwit weg zodat je dus overblijft met 3x eiwit en 4x eigeel.

Doe het eiwit in een vetvrije kom en mix met de handmixer of keukenmachine. Zodra het eiwit op schuim begint te lijken voeg je lepel voor lepel 70 gram suiker toe. Mix door totdat er stijve pieken ontstaan en de suiker helemaal is opgenomen. Dit kun je testen door een beetje van het schuim tussen je vingers te wrijven, voel je nog korrels dan mix je nog even door.

Neem een met bakpapier beklede bakplaat en schep het eiwit hierop in 4 hoopjes.

Bak in de oven voor ongeveer 10-15min. totdat de buitenkant licht gedroogd is. Ik had de mijne stiekem op iets te warme temperatuur gebakken waardoor ze aan de buitenkant net wat bruiner zijn dan gewild. Maar nog lekker hoor!

Mix de 4 eidooiers met 100 gram suiker tot een romig, bijna wit geheel.

Doe de melk in een pan. Snij de vanilleboon door midden en schraap de zaadjes eruit. Doe de zaadjes en de vanilleboon bij de melk.

Breng de melk net onder het kookpunt. Draai het vuur uit en wacht 1 minuut.

Voeg een kleine hoeveelheid van de warme melk, onder goed roeren, toe aan het eigeel-suikermengsel. Roer goed zodat je geen gestold ei krijgt. Dit heet ‘familie maken’.

Voeg dit nu bij de rest van de melk en blijf goed roeren.

Los 1 el maizena op in 2 el koud water en voeg dit bij het vanillemengsel. Zet kort terug op een laag vuurtje en blijf roeren totdat hij ietsje meer gebonden wordt, zo’n 2minuten. Zet apart voor later.

Doe 100 gram suiker met 50 ml water in een steelpannetje op het vuur. Roer niet maar schud wel af en toe met de pan.

Rooster de hazelnoten kort in de pan. Zet een bord/plaat met bakpapier klaar.

Zodra het suikerwater omgetoverd is tot karamel, dus wanneer het een mooie goud/amberkleurige gloed heeft.

Voeg nu de geroosterde hazelnoten toe aan de karamel en roer door elkaar. Voorzichtigheid is geboden, want karamel is loeiheet!

Giet dit op het bord met bakpapier en laat uitharden.

Zodra de karamel is uitgehard, doe je dit in de keukenmachine en maal je het fijn or grof tot nougatine.

Doe nogmaals 100 gram suiker met 50 ml water in een steelpan en maak er weer karamel van zoals voorheen beschreven.

Zodra het suikerwater omgetoverd is tot karamel, haal je het pannetje van het vuur en voeg je de slagroom toe onder goed roeren.

Voeg ook de boter toe en roer totdat het een mooi geheel is. Naar smaak kun je meer slagroom toevoegen als je een dunnere karamel wilt.

Voeg ook flink wat zeezout toe aan de karamel, ongeveer 1 tl vind ik zelf het lekkerst.

Leg de eiwitschuimpjes in een kom. Schenk het vanillemengsel rondom.

Schenk er ook de karamelsaus overheen en bestrooi met nougatine.

Smakelijk!

Kip-chorizo burgers met avonaise

Pim en ik houden heel erg van burgers. We maken ze dan ook regelmatig als avondeten, meestal met een salade erbij en soms met aardappeltjes. Natuurlijk gaan we vaak voor dezelfde toppings, omdat we die simpelweg het allerlekkerst vinden. Maar af en toe willen we eens variëren. Zo kwam deze burger tot stand. Een heerlijk mengsel van kip & chorizo met verse bosui zorgt voor een sappige, smeuïge burger met een vleugje pit van de chorizo. Dat kun je ook wel zien aan de foto, want hij lekte een beetje sappen wat natuurlijk niet erg is. Wil je dat niet, laat dan de burgers een minuutje rusten op keukenpapier voordat je ze op het broodje legt. Ik gebruikte de chorizo van Monsieur Saucisson die ik onlangs kocht toen ik in de Markthal Rotterdam was voor de perslunch van Norman Musa. Je kunt natuurlijk ook gewone supermarktchorizo gebruiken. Qua kip gebruikte ik kipdijfilets, die zijn veel malser dan gewone kipfilet. Je zou ook al kant en klaar gehakt kunnen gebruiken als je dat fijner vindt. Hmm, wat waren ze lekker. Zeker voor herhaling vatbaar. Natuurlijk ook goed te bereiden op de barbecue zodra de eerste echte zonnestralen zich weer laten zien.

Bereidingstijd: ~20 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 burgers:

  • 200 gram kipdijfilets
  • 100 gram chorizo
  • 2 bosui
  • 1 avocado
  • 3 el olie
  • 75 gram feta + een beetje extra
  • peper en zout
  • 2 ciabatta broodjes
  • 1 rode ui

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine
  • grillpan

Stappenplan:

Bak de ciabatta broodjes af zoals aangegeven op de verpakking. (niet nodig als je vers afgebakken broodjes hebt natuurlijk!)

Snij de chorizo in grove stukken. Doe hetzelfde met de kip en bosui.

Maal de chorizo met de kip en bosui in de keukenmachine tot een soort gehakt. Eventueel kun je dit in delen doen als je maar een kleine keukenmachine hebt. Breng het gehakt op smaak met peper en zout.

Verdeel het gehakt in 2 gelijke delen en maak van elk deel een burger.

Verhit een grillpan op middelhoog vuur.

Wrijf de burgers lichtjes in met wat olie. Bak de burgers in ongeveer 8-10 minuten gaar. Keer halverwege.

Mix intussen de avocado met 2 el olie, 2 el water en de 75 gram feta in de keukenmachine.

Breng op smaak met peper (en eventueel extra zout, maar feta is ook al zoutig). Optioneel kun je nog 1 el limoensap toevoegen.

Snij de rode ui in fijne ringen.

Snij de ciabatta broodjes open. Smeer een gulle laag avonaise erop en bestrooi eventueel nog met wat extra feta.

Beleg met de kip-chorizo burgers en ringen rode ui en doe de deksel van het broodje erop.

Gebruik de eventueel resterende avonaise als dipsaus voor eventueel aardappeltjes of brood dat je erbij serveert. Of leng het verder aan met water en gebruik het als salade-dressing.

Smakelijk!

Oranjebloesemcake met pistache

Cake gemaakt met een siroop van bloesem. Ooit wel eens over nagedacht dat dat lekker kan zijn? Toch wordt er veel met bloemen gekookt, denk bijvoorbeeld ook maar aan lavendel of rozenblaadjes. Maar ook met courgettebloemen of bieslookbloemen wordt steeds vaker gekookt. Veel van deze bloemen hebben een vrij stevige aroma die je eerder aan parfum zal laten denken, maar als je het in de juiste hoeveelheid gebruikt kan het ook echt heerlijk zijn in je eten. Oranjebloesemwater komt vrij bij de destillatie van bloemblaadjes van de sinaasappelbloesem en is bijvoorbeeld ook een belangrijk onderdeel van baklava. Het wordt o.a. veel gebruikt in Arabische, Turkse  & Marokkaanse keuken, maar ook in de Indiase keuken maken ze er gebruik van. Oranjebloesemwater is ook heerlijk in hartige gerechten, je kunt het bijvoorbeeld eens over je couscous of salade sprenkelen (met mate dan, anders gaat het overheersen). Ik verwerkte het in een Arabisch geïnspireerde oranjebloesemcake, want het gaat heel goed samen met smaken zoals pistache en amandel. Okee, dit is misschien niet voor iedereen weggelegd, gezien de gemiddelde Nederlander het niet gewend zal zijn om geparfumeerde smaken te proeven. Maar trust me, hij is wel echt lekker en absoluut het proberen waard als je eens iets bijzonders op tafel wilt zetten. De granaatappel maakt het lekker fris, je kunt dit natuurlijk ook vervangen door ander fruit als je dat lekkerder vindt.

Bereidingstijd: ~30 min (+45min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 200 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur (+ iets extra voor invetten)
  • 150 gram fijne kristalsuiker + 2 extra eetlepels
  • 4 eieren
  • 100 gram bloem
  • 250 gram amandelmeel
  • 2 citroenen
  • 12 kardemompeulen
  • 3 el oranjebloesemwater (verkrijgbaar bij de toko of grotere supermarkten)
  • 1 tl bakpoeder
  • snuf zout
  • 100 gram poedersuiker
  • 2 el olijfolie
  • 70 gram pistachenoten + extra om te garneren
  • granaatappelpitjes om te garneren

Extra benodigdheden:

  • springvorm (max 20cm doorsnee)
  • vijzel
  • keukenmachine

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 160°C.

Klop de suiker en boter in een kom.

Voeg de eieren toe en mix door elkaar.

Voeg dan de bloem (liefst wel even zeven), amandelmeel, bakpoeder, snuf zout en 2 el oranjebloesemwater toe en meng ook dit erdoorheen.

Pel de kardemompeulen zodat je enkel de donkere zaadjes uit de binnenkant overhoudt. Stamp deze fijn met een vijzel en voeg ook deze bij de mix. Voeg de rasp en sap van 1 citroen toe en meng nogmaals door elkaar.

Doe de 70 gram pistachenoten in de keukenmachine en maal zo’n 3minuten door elkaar. Voeg de 2 el olie toe en maal nogmaals zodat je een pasta krijgt.

Vet een springvorm van max 20 cm in met boter.

Doe de helft van het cakebeslag in de springvorm.

Voeg de pistachepasta bij de overgebleven helft en roer kort door elkaar. Dit hoeft niet helemaal perfect door elkaar geroerd te zijn, een beetje gemarmerd effect mag wel.

Doe de rest van het cakebeslag (met de pistachepasta dus) ook in de springvorm en strijk glad.

Bak dit in het midden van de oven zo’n 45 min gaar.

Vlak voordat de cake klaar is, doe je de 2 overgebleven eetlepels suiker met het sap van een halve citroen en 1 el oranjebloesemwater in een steelpannetje op het vuur.

Verhit totdat alle suiker is opgelost en het een lichte siroop is geworden, ongeveer 2 minuten.

Haal de cake uit de oven en haal uit de springvorm. Leg op een koelrek om af te koelen.

Prik met een vork gaatjes in de bovenkant van de cake en giet hier de siroop in.

Laat de cake verder afkoelen.

Vlak voor serveren mix je de poedersuiker met het sap van een halve citroen. Roer door elkaar. Voeg eventueel nog een extra lepel water toe als hij nog ietsje te dik is (ligt natuurlijk eraan hoeveel sap er uit je citroen komt). Ik voegde zelf ongeveer een halve eetlepel water toe.

Versier de oranjebloesemcake met het glazuur en bestrooi met gehakte pistachenootjes en verse granaatappelpitjes.

Smakelijk!

Liebster award: 17 vragen aan mij

Onlangs werd ik door wel 2 (!) collegabloggers genomineerd voor de Liebster Award. En nee, ik had er zelf ook nog nooit van gehoord. De Liebster Award is een virtuele award voor en door bloggers. Hij gaat al jaren rond in pixels, en het is bedoeld om de persoon achter de blog beter te leren kennen. Je kunt genomineerd worden als je voorganger jouw blog waardeert, inspirerend vindt of jouw blog om welke reden dan ook in het zonnetje wilt zetten. Diegene bedenkt 11 vragen die ik dan weer moet beantwoorden. Vervolgens aan mij de eer om ook enkele bloggers te nomineren. Dit hoeven natuurlijk geen foodbloggers te zijn, andere blogs doen net zo goed mee. 

Wat ontzettend lief dus dat zowel Liesbeth (van liesbethbooij.com) & Anouk (van Anouk’s kookboek) mij binnen 2 weken tijd nomineerden. Anouk heb ik inmiddels enkele keren in reallife ontmoet, en wat is het toch een fijne en gezellige meid! Liesbeth volg ik al een tijdje op social media maar heb ik nog niet in levende lijve ontmoet. Het verbaasde me wel dat zij me nomineerde, gezien haar blog over sportvasten & gezonde voeding gaat. Dat is voor mij een semi-ver van mn bed-show natuurlijk. Nu ben ik wel sinds een half jaar weer goed aan het sporten en gezondere voeding aan het eten, maar dat is niet het hoofddoel van mijn blog natuurlijk. Maar goed, hoe dan ook, echt ontzettend bedankt voor jullie nominatie, meiden!

De vragen:

Gezien ik dus 2 x 11 vragen kreeg, is mijn lijstje ietsje langer. Enkele vragen kwamen overeen dus die heb ik samengepakt. Zie mijn antwoorden hier beneden:

  1. Wie ben jij? Hoe zou je jezelf omschrijven? Ik ben Inge, 30 jaar en woonachtig in Geleen samen met Pim en mijn 2 britse kortharen Louis & George. Ik zou mezelf willen omschrijven als vrolijk, nuchter, zorgzaam, sociaal, redelijk creatief, meestal slim, pragmatisch & chipsverslaafd. Er zijn vast nog meer kenmerken, maar die zijn minder positief dus die laat ik voor het gemak maar even achterwege 😉
  2. Waarom dacht jij ik begin een blog? Wat wil je met je blog bereiken? Inmiddels zo’n 1,5 jaar geleden zat ik qua werk even in een dip. Ik zat niet op de juiste plek en had daar niet genoeg te doen om de tijd voorbij te krijgen. Na meermaals vragen kreeg ik ook niet meer te doen. Ik was ongelukkig en ging met tegenzin naar mijn werk. Zo ging ik op werk steeds vaker recepten uitzoeken en op tijd naar huis zodat ik een vervelende dag kon afsluiten met lekker eten. Omdat ik ook thuis merkte dat ik even niets meer had om te doen in mijn vrije tijd dacht ik, waarom ga ik die recepten die ik uitzoek (en vervolgens mijn eigen draai aan gaf) niet digitaal uitwerken? Het probleem dat ik namelijk heb dat ik recepten niet kan onthouden. Vervolgens was de stap naar een online blog natuurlijk snel gemaakt, want waarom zou ik mijn recepten niet delen en potentieel ook andere mensen blij maken? Echt een specifiek doel met mijn blog heb ik niet. Ik vind het leuk om te doen maar het kost ook veel tijd naast mijn toch al 40u durende werkweek (die inmiddels wel weer leuk is trouwens) en andere hobby’s die ik inmiddels heb opgepakt (waaronder zingen bijvoorbeeld). Uiteraard vind ik het tof om te groeien met mijn blog, maar om echt groot te worden zul je er meer tijd in moeten steken dan ik nu heb. Bovendien is er natuurlijk veel ‘concurrentie’ waardoor het sowieso niet makkelijk is om echt je werk van bloggen te maken. Toch zou ik het wel tof vinden om over enkele jaren mijn werk van koken te maken. Of dat perse via een blog is, dat weet ik niet zeker. Wellicht begin ik wel een kleine lunchzaak of iets dergelijks. Zolang ik maar met eten blijf werken, ben ik blij. 
  3. Welk recept komt maar steeds niet op je blog omdat er een ander recept steeds voor in de plaats komt? Ik heb een ‘backlog’ van bijna 100 gerechten die ik heb gemaakt of nog wil maken, en deze wordt nog met de week langer. Het gerecht wat als langste in de backlog staat zijn chocolade tartlets met gezouten karamel. Deze heb ik eerder gemaakt (voordat ik een blog had) en waren zo ontzettend lekker dat ik ze graag nog eens maak. Ik kom er maar niet aan toe.
  4. Waar mogen ze jou s’nachts voor wakker maken? Wat is jouw guilty pleasure? Nou, ik denk dat vraag 1 dat al wel enigszins verklapt had. Ik hou echt zo ontzettend van chips. De combinatie van het zout met een knapperige, dat doet iets met me. Een van de redenen dat ik ook enkele kilo’s te zwaar ben. Liefst eet ik elke dag een bakje chips, maar ik heb met mezelf de afspraak om het bij 1 bakje per week te houden. Pim helpt me hier gelukkig enorm bij want moeilijk is dat wel! Maar s’nachts wakker maken voor chips? Dat zou ik niet proberen.. ik hou van slapen!
  5. Ben je team Koffie of team Thee? Das een lastige, want ik ben het eigenlijk allebei niet. Ik drink op het werk 1 kopje cappuccino elke ochtend, en thee eigenlijk alleen als ik met een bepaald groepje vriendinnen afspreek. Dus of ik dan echt in een team val, dat zou ik niet durven zeggen. Dan ben ik eerder team Spa-Touch of Perzik, die is zo lekker!
  6. Welke gadget die jij hebt moeten wij ook absoluut hebben? Toen ik net mijn blog begon kreeg ik van vriendlief het ultieme foodie-kado: een keukenmachine van KitchenAid. Ik was helemaal in shock want die dingen zijn absoluut niet goedkoop. Maar ik ben er tot op de dag van vandaag nog steeds extreem blij mee. Zoek je een goedkoper gadget, dan zou ik voor de mandoline gaan. Zo fijn als je hele dunne plakjes nodig hebt, dat krijg ik met de hand echt niet gesneden hoor. 
  7. Wat vind je het leukste aan bloggen en wat het minst leuke? Het minst leuke heb ik snel beantwoord: de tijd en moeite die het kost om je blog bij te houden op social media. Ik hou van social media maar ik hou ook van een offline leven. Wat mij betreft mogen die twee heel goed in balans zijn. Het gebeurd dan ook regelmatig dat ik urenlang niet op mijn telefoon kijk, simpelweg omdat ik offline iets leuks aan het doen ben. Helaas kost het bijhouden van je social contacten veel tijd. Als je bijvoorbeeld op Instagram niet actief genoeg post en ook niet actief genoeg zelf andere mensen terugliked, dan gaan mensen je ontvolgen en zul je nooit groeien. Gelukkig zal je trouwe achterban en close foodie-friends je niet snel ontvolgen. Ik denk trouwens ook dat ik dat het leukste vindt, het contact hebben met andere foodies, elkaar inspireren, van elkaar leren, maar zeker ook het contact met de trouwe achterban. Ik word zo ontzettend blij als iemand foto’s stuurt van mijn recepten die hij/zij nagemaakt heeft. Dat geeft me een ontzettende boost.
  8. Wie is jouw proefpannel bij het bakken of koken? Dat is meestal Pim, de lucky bastard. Heel soms neem ik ook wel eens iets mee naar het werk als ik taart heb gebakken en soms kook ik wel eens voor vrienden of familie. Maar meestal voel ik me te erg opgelaten om foto’s te maken als ik vrienden of familie over de vloer heb, dus echt nieuwe recepten gaan meestal eerst langs Pim.
  9. Welke website check jij ’s ochtends als je wakker wordt als eerste? Waar haal jij je inspiratie voor je blogs vandaan? Ik wordwakker en ga naar bed met Instagram. Ik vind het heerlijk om urenlang te scrollen op zoek naar inspiratie. Op Instagram volg ik namelijk voornamelijk andere foodies. De inspiratie die ik daar opdoe is zowel voor nieuwe recepten, maar ook voor opmaak en styling van de foto. Nou hou ik het hier het liefst echt bij scrollen, elke (goede) foto liken doe ik niet (zie vraag 7). Ook kijk ik graag kook-programma’s waarvan Masterchef Australia mijn favoriet is. Of ik hier echt inspiratie vandaan haal, dat weet ik niet zo goed. Het gebeurd vaak heel spontaan dat ik iets bedenk, als ik bijvoorbeeld in de auto zit of onder de douche sta. Dan sla ik gelijk een concept bericht op zodat ik het niet vergeet (vandaar die backlog van 100 items).
  10. Ben jij de enige in de familie met het kook en bakvirus? Zover ik weet wel. De meesten vinden af en toe koken of bakken wel leuk, maar niet te vaak, niet te moeilijk en zeker niet te lang. 
  11. Welk gerecht op jouw website zou je graag in het zonnetje willen zetten? Oef, das een lastige. Ik heb veel recepten waar ik stiekem best trots op ben, die ik helemaal zelf verzonnen heb (dus geen ander basisrecept gebruikt) of die gewoon verdomd lekker zijn. Het gerecht dat mij misschien wel het meest dierbaar is, is deze advocaattaart, omdat ik het echt fantastisch vond dat ik dit samen met oma kon doen.
  12. Waar komt je passie voor het onderwerp van je blog vandaan? Ook dat vind ik een lastige vraag. Dat is er eigenlijk een beetje bij ingeslopen door de jaren heen. Ik was vroeger een lastige eter, in de trant van ‘wat de boer niet kent, dat vreet ie niet’. Toen ik op studentenkamers ging wonen, moest ik natuurlijk eten wat de pot schafte. Zodoende ging er een wereld voor me open en leerde ik steeds meer gerechten kennen die ik notabene lekker vond. Ik ging dus ook steeds vaker zelf experimenteren met nieuwe gerechten. Dat is gedurende de jaren alleen maar meer en meer geworden.
  13. Is bloggen je werk of doe je nog iets naast je blog? Ik werk dus fulltime in de ICT, als teamlead van een groep software testers. Daarnaast zing ik elke dinsdagavond in een popkoor en sport ik (sinds kort weer) regelmatig. Omdat ik jaren in Eindhoven heb gewoond heb ik daar nog vrienden wonen die ik regelmatig bezoek, naast natuurlijk familie en vrienden in het zuiden. Bloggen is dus voor mij echt iets wat ik in mijn vrije tijd doe, meestal plan ik 1 dag in het weekend voor mijn blog. Pim heeft dan een dagje voor zichzelf en ik ga lekker koken of bakken. Dat lukt niet elk weekend natuurlijk, afhankelijk van andere activiteiten.
  14. Hoe ziet de perfecte dag er voor jou uit? Haha nu ga ik door de mand vallen. Stiekem ben ik namelijk liever lui dan moe. Op mijn ideale dag slaap ik dus liefst urenlang uit. Ofja, meestal word ik wel vroeg wakker maar dan vind ik het heerlijk om nog lekker na te doezelen in bed. Dan vind ik het daarna leuk om even erop uit te gaan, even ergens de stad in ofzo. Dan ga ik een hapje eten met Pim en eindigen we lekker tegen elkaar op de bank onze favoriete series kijkend (met bakje chips of course).
  15. Wat is je levensmotto (als je er een hebt natuurlijk) Ik heb niet perse een levensmotto maar als ik dan toch iets moest noemen denk ik dat ‘doe geen dingen die je ongelukkig maken’ wellicht het belangrijkste is wat ik de afgelopen jaren geleerd heb.
  16. Waar wordt je echt blij van? Er is veel dat mij blij maakt, van hele kleine dingen tot grote dingen. Van een kusje en knuffel van Pim tot een mooie reis. 
  17. Wat is je grootste droom? Een culinaire (wereld)reis maken, waarin je dus in elk land echt op zoek gaat naar de culinaire gewoontes van dat land. Nu zit een wereldreis er niet in, dus ik maak er intussen maar losse tripjes van. Ik heb al redelijk wat landen afgestreept maar er zijn er nog zo veel te gaan! Dus die droom is voor een klein percentage al werkelijkheid geworden, en wordt met het jaar meer werkelijkheid. Next stop: Argentinië!

And the nominees are:

Ik mag dus nu ook enkele bloggers nomineren, die mij om welke reden dan ook inspireren. Hieronder mijn nominaties:

Andrea van AnniePannie: omdat ze als persoon net zo vrolijk en kleurrijk is als haar blog.

Wendy van W3ndelicious: omdat ze de prachtigste foodfoto’s maakt (en ook uit Geleen komt).

Danique van EliteLife: omdat ik het ontzettend stoer vind wat ze bereikt heeft op haar jonge leeftijd.

Luuk van Luukskitchen: omdat ik het gaaf vind hoe hij zich als foodblogger heeft weten te ontwikkelen in een korte tijd.

Rosemarijn van uit de keuken van Roos: omdat ze de prachtigste zoete creaties maakt.

Mijn vragen aan jullie:

  1. Wat ligt er standaard in je koelkast?
  2. Wat is je favoriete kookboek?
  3. Uit welke keuken kook je het liefst?
  4. Wat is je favoriete vakantiebestemming?
  5. Met welk gerecht win jij iemand’s hart?
  6. Wat is je favoriete seizoen qua eten/ingrediënten en waarom?
  7. Waar ben je het meest dankbaar voor?
  8. Van welke foodie zou jij graag eens een kookworkshop volgen?
  9. Als je een toverdrankje kon krijgen, die jou een nieuwe eigenschap/vaardigheid zou geven, wat zou je dan kiezen?
  10. Hoeveel tijd spendeer je in jou blog en wat doe je er nog naast?
  11. Welk eten zouden ze uit de supermarktschappen mogen halen volgens jou en waarom?

De spelregels:

  1. Bedank de persoon die jou heeft genomineerd
  2. Post een link naar zijn of haar blog
  3. Zet een foto van de award op je blog
  4. Beantwoord de vragen van de persoon die jou heeft genomineerd
  5. Nomineer 5 tot 11 blogs 
  6. Bedenk 11 nieuwe vragen voor de bloggers die je zelf nomineert
  7. Informeer de bloggers die je zelf hebt genomineerd en bezorg hen de link van je eigen blogpost
  8. Kopieer deze regels in je eigen blogpost

Crispy beef salade

Ik ben geen beef-eter. Ik hou niet van rood vlees, dat doet me teveel denken aan het dier wat ik dan eet. Net als wanneer een vis met kop en staart op je bord ligt aan te staren. Ik eet graag vlees maar het moet niet herkenbaar zijn als dier. Deze beef echter, kun je me (figuurlijk of course!) voor wakker maken! Ik at deze beef voor het eerst toen ik onlangs in India was voor werk. We gingen uiteten met collega’s en als onderdeel van het voorgerecht (shared dinner style) stond er een schaal met crispy beef op tafel. Men, wat was dat ontzettend lekker! Zo veel smaak aan het vlees en zo lekker crispy (voor wie het nog niet weet, ik hou van alles wat crispy is). Maar oh men wat was dat hot hot hot. Ik moest echt een half uur bijkomen na het eten van een paar happen van deze beef. Maar het vervelende was, omdat hij zo ontzettend lekker was kon ik het niet laten om toch nog een tweede portie op te scheppen. Reden genoeg dus om een keer zelf de keuken in te duiken, en hem dan natuurlijk iets verdraagbaarder pittig te maken. Ik hou best wel van een klein pitje aan mijn eten, dat er net zo’n fijne tinteling op je tong ontstaat. En al zeg ik het zelf, dat is heel erg goed gelukt met deze crispy beef salade. Hij zit echt net onder het maximum spice dat ik kan handelen, heeeeeeeeerlijk! Natuurlijk kun je zelf bepalen of jij hem pittiger of minder pittig zou willen door meer of minder sriracha in de saus te doen, en de rode peper wellicht weg te laten. Je kunt natuurlijk ook variëren met de bijgerechten. Ik at het bij een salade met komkommer, wortel, little gem en tapiocanoodles. Maar je kunt hier ingrediënten vervangen of weglaten wat je zelf lekker vindt. Je kunt natuurlijk de groenten ook vervangen door wokgroenten en er dan een wokmaaltijd van maken in plaats van een salade. Wat je zelf lekker vindt. Maar die beef, die zou ik zeker zo laten, want die is echt nom!

Bereidingstijd: ~25 min        Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 300-400 gram biefstuk (entrecote is het meest geschikte stuk)
  • 3 el maizena
  • zonnebloemolie om te frituren
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 cm verse gember
  • 4 el sojasaus
  • 4 el rijstwijnazijn
  • 3 el sriracha
  • 2 tl sesamolie
  • 2 el honing
  • 1 el sesamzaadjes
  • 2 bosui
  • 1 komkommer
  • 1 wortel
  • 2 little gem sla
  • 75 gram noodles naar keuze
  • 1 rode peper

Stappenplan:

Snij de biefstuk in dunne reepjes, zo dun mogelijk.

Verdeel 2 el maizena over de bief en wrijf het in het vlees zodat er overal wat zit. Zet even apart.

Verhit een pan met de olie. Je hebt een laagje van ongeveer 2 cm olie nodig. Ik deed dit zelf in een wok.

Snij ondertussen de komkommer in mooie dunne slierten, evenals de wortel.

Kook de noodles gaar en snij de little gem in stukken.

Snij ook de rode peper en bosui in dunne ringetjes.

Rasp de gember en de knoflook.

Voeg nog een laatste eetlepel maizena bij de bief en tos nogmaals door elkaar.

Frituur de bief in de olie, doe dit beetje bij beetje zodat de pan niet te overvol is. Ik deed het in 4 ‘batches’.

De bief heeft ongeveer 1-1,5minuut nodig om crispy te worden, afhankelijk ook van de dikte van je slierten natuurlijk.

Laat de bief uitlekken op keukenpapier.

Doe in een andere pan de gember, knoflook, sojasaus, rijstazijn, honing, sesamolie & sriracha en roer door elkaar.

Breng aan de kook en laat kort doorkoken zodat het ietsje indikt, ongeveer 1minuut.

Doe de bief bij de saus en roer om zodat elk stukje bief met saus bedrenkt is.

Serveer de groentes & noodles met de bief en bestrooi met sesamzaadjes, bosui & rode peper. De resterende saus gebruik je als dressing voor de noodles & sla.

Smakelijk!

Norman Musa perslunch

Vorige maand werd ik door Kroon op het Werk & Marketing for Foodies uitgenodigd op de perslunch die Norman Musa gaf in de Markthal in Rotterdam. Voor mij was dit de eerste keer dat ik voor zo’n event werd uitgenodigd sinds ik blog dus ik heb deze kans met beiden handen gegrepen en vrij gevraagd van mijn werk. Norman Musa is een Brits Maleisische chefkok die al meerdere kookboeken op zijn naam heeft staan en ook al meermaals in TV programma’s verschenen is. Ik zeg ‘Brits Maleisisch’ maar eigenlijk is het gewoon een volbloed Maleisische man hoor. Hij woont en werkt echter al enkele jaren in de UK.

Als groentje had ik natuurlijk geen flauw idee wat ik me moest voorstellen bij een perslunch en ik was dus erg blij toen ik erachter kwam dat een aantal medefoodies, die ik laatst al ontmoette tijdens de foodieslunch georganiseerd door Debs Bakery & Kitchen, ook erheen gingen. Omdat ik natuurlijk niet wekelijks in Rotterdam kom, besloot ik ietsje eerder te gaan zodat ik nog even door de markthal kon slenteren, opzoek naar allerlei lekkers voor het avondeten. Rond 12u begon de perslunch in restaurant Wah Nam Hong, dat zich op de eerste verdieping van de aziatische supermarkt bevindt in de Markthal.

Bij aankomst bleek Norman al te zijn begonnen met zijn kookdemo, dus we sloten snel aan bij de rest van de aanwezigen om te zien hoe hij roti canai maakte. Roti canai is een Maleisisch platbrood dat vaak wordt geserveerd bij curries. Helaas was het deeg al klaar dus ik heb niet gezien hoe dit gemaakt werd (hoewel ik wel het recept gekregen heb, dus hij staat op mijn todo-lijstje). Maar het deeg uitrollen is al een ware kunst, zo blijkt uit de handelingen van Norman. Natuurlijk mochten we de roti proeven en jawel hoor, heerlijk ‘flaky’ brood zoals je verwacht van een roti. Ik hou ervan! Nadat Norman liet zien hoe je de roti canai maakt, ging hij verder met andere gerechtjes. Zo maakte hij ook o.a. chicken wings, broodje kip, noodles en spring rolls. Hoewel ik de Maleisische keuken niet goed genoeg ken om te oordelen of dit ook echt authentieke gerechten waren, moet ik zeggen dat ze me stuk voor stuk goed gesmaakt hebben.

Helaas was de middag lichtelijk chaotisch. Er was niet echt een vast programma, Norman ging van hot naar her (logisch ook, want iedereen wilde aandacht van hem), de hapjes kwamen van her en der (en je moest soms even sprinten om er een te bemachtigen) en er was ook niet echt een duidelijk einde aan de middag. Desalniettemin heb ik genoten die dag. Heerlijke hapjes gegeten, bijgekletst met de andere bloggers (Debbie, Andrea, Tessa & Hilde) en fijne nieuwe mensen ontmoet. Zo ontmoette ik ook de 2 heren van De Barossa, die ons enkele heerlijke wijnen lieten proeven (okee, ik dronk maar 1 glaasje want ik was met de auto). De wijnen die de heren schonken zijn speciaal uitgezocht voor het diner dat Norman Musa serveert in zijn Supper Club. De Supper Club is een pop-up restaurant dat een 5-gangen Maleisisch diner serveert (met winepairing dus!). De volgende Supper Club vindt op 2 & 3 maart aanstaande plaats in datzelfde restaurant in de Markthal. Wil je erbij zijn? Aanmelden kan via deze link. Geen zin of tijd voor een 5-gangen diner? Van 1-4 maart is er ook een pop-up tapas restaurant, waar Norman Maleisische tapas serveert. Meer informatie hierover vind je via dezelfde link. Kun je dat weekend niet? Niet getreurd, zoals je ziet via de link komen de nog meer weekenden waarin Norman Musa Nederland probeert te veroveren met zijn Maleisische gerechten.

Al met al dus toch een leuke middag gehad. Ben ik echt veel wijzer geworden van de Maleisische keuken? Mwoah, niet echt. Ben ik enthousiast geworden over de Maleisische keuken? Dat was ik al, en ben ik nog steeds. Ik wil absoluut graag meer leren van deze keuken. Is Norman Musa een fijne vent? Jazeker, de hele middag heeft hij met een glimlach staan koken en alle vragen lopen beantwoorden. Is zijn eten lekker? Jazeker, alle gerechten die ik geproefd heb smaakten me stuk voor stuk. Of het echt zoveel beter was dan dat ik zelf zou kunnen, dat weet ik nog niet helemaal. Maar misschien zegt dat dan weer iets over mijn kunnen natuurlijk (knipoog ;)).

 

Kip-groentetajine

Al enkele jaren staat er bij mij een tajine in de kast. Het is zo’n goedkoop dingetje van de Xenos, maar dat maakt niks uit natuurlijk. Eten gemaakt in een tajine is namelijk echt ontzettend lekker. En ik schaam me bijna om te zeggen dat ik dat ding in al die jaren pas 1 of 2x gebruikt heb. Gelukkig kwam daar de foodblogswap van deze maand om de hoek kijken. Ik kreeg namelijk de blog van Elianne toegewezen. Op ‘De wereld op je bord‘ neemt Elianne je mee op een trip around the world. Vanuit elke hoek van de wereld heeft ze wel een gerechtje op haar blog staan, je kunt per land zoeken op recepten. Zo heeft ze bijvoorbeeld Bengaalse dorade, Iraanse juwelenrijst & Caribische curry op haar blog staan. Wat was het lastig kiezen zeg, stuk voor stuk wil ik ze graag proberen! Toch was mijn keuze snel gemaakt toen ik eenmaal door de ‘Marokkaanse’ categorie bladerde, want mijn gedachten schoten gelijk naar die tajine die in de kast stond te verstoffen. Ze heeft meerdere tajine gerechten op de blog staan, maar ik koos haar vegetarische tajine als basis, want die vond ik het lekkerst eruit zien. Hier en daar heb ik wel aanpassingen gemaakt om het eigen te maken, maar ook omdat dit beter bij de smaak van Pim en mij past. Zo liet ik bijvoorbeeld de olijven eruit en voegde ik juist kip toe. Ik serveerde de kip-groentetajine zelf met Turks brood wat natuurlijk stiekem gek is bij een Marokkaans gerecht. Maar mijn supermarkt verkoopt geen Marokkaans brood en ik had even niet de tijd om het zelf te maken. Je kunt er natuurlijk ook couscous bij serveren. Stiekem zou ik zelf liever voor couscous gaan, maar daar houdt Pim niet zo van dus werd het brood erbij. Hoe dan ook, een erg geslaagd gerecht, ook Pim vond het heerlijk. Bedankt Elianne voor dit recept.

Bereidingstijd: ~30 min (+30min suddertijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • ~350 gram kipdijfilet
  • 2 rode ui
  • 1 zoete aardappel
  • 1 winterpeen
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 tomaat
  • 1 paprika
  • 1 el tomatenpuree
  • 1 blokje groentebouillon
  • 1 tl kurkuma
  • 1 tl gemberpoeder
  • 1 tl komijn
  • 2 tl paprika
  • 1 el ras el hanout
  • olie
  • 200 ml water
  • 3 el amandelschaafsel
  • 3 el verse peterselie

Extra benodigdheden:

  • Tajine
  • vlamverdeler (optioneel: wel fijn indien je op gas kookt)

Stappenplan:

Meng de ras el hanout met 2 el olie en wrijf de kipdijfilets hiermee in. Je kunt de kip in grote stukken laten of in kleine stukjes snijden. Ik koos er zelf voor om hem heel te laten zodat het vlees beter mals blijft. Heb je kleinere stukjes, heb je sneller kans op uitdroging.

Schil de zoete aardappel & wortel(of was de schil zorgvuldig als je hem erom laat). Pel ook de uien.

Snij de aardappel, wortel, paprika & rode ui in grove stukken.

Verhit de tajine (indien je hem hebt, gebruik een vlamverdeler) en bak de kip kort aan zodat de buitenkanten dichtgeschroeid zijn. Haal de kip eruit en leg apart.

Doe een scheut olie in de tajine en bak de groentes zo’n 4minuten.

Pers intussen de knoflook uit en bak die de laatste minuut mee, als ook de rest van de specerijen en tomatenpuree.

Doe de kip bij de groentes in de tajine en voeg het bouillonblokje en 200ml water toe.

Snij de tomaat in schijfjes en leg die ook bovenop de rest.

Doe de deksel op de tajine en laat zo’n 20-30 min sudderen op laag vuur, of totdat de groentes gaar zijn. Check af en toe of het geheel niet aankoekt aan de bodem, zeker als je geen vlamverdeler gebruikt. Voeg wat extra water toe indien het vocht op is.

Verwarm een koekenpan en rooster het amandelschaafsel tot mooi lichtbruin.

Hak de peterselie fijn.

Serveer de kip-groentetajine met het amandelschaafsel en verse peterselie.

Lekker met couscous of (marokkaans) brood.

Smakelijk!

Stroopkoeken met gezouten chili-karamel

Stroopkoeken kent iedereen wel, want je kunt ze volop krijgen in de supermarkt. Toch is het echt ontzettend leuk en lekker om ze eens zelf te maken! Ik wilde ze net even iets bijzonderder maken dan de ‘gewone’ stroopkoek. Ik voegde zout en cayennepeper toe aan de karamel, om het net een extra ‘kick’ te geven tijdens het eten. Ik vind zelf die licht hartige tinteling in een zoet recept altijd erg fijn. Ik gebruikte cayennepeper omdat ik dat zelf lekkerder vond dan chilipoeder. Maar je kunt natuurlijk ook chilipoeder gebruiken, of zelfs verse chilipepers. Natuurlijk werkt dit recept net zo goed als je de chili weg laat. Het zout zou ik persoonlijk sowieso wel toevoegen. Niet voor niets krijg je tegenwoordig elk karamel gerecht met een ‘salted karamel’.

Deze stroopkoeken maakte ik als kadootje voor mijn moeder en tante die onlangs jarig waren (ze zijn een tweeling). We hadden natuurlijk nog wel een ander kadootje maar ik wilde er graag nog echt een persoonlijke touch aan geven. Ik pakte dus voor elk zo’n 5 koeken in in cellofaan en deed er een mooie strik om. Altijd leuk toch, om mensen blij te maken met homemade lekkers!?

Ohja, en zijn die bordjes niet onwijs mooi? Ik kreeg ze afgelopen kerst van mijn broer kado. Hoe lief is dat?! Echt heel erg blij mee. Het is een setje van 3 bordjes, elk een ander formaat. Ze hebben een prachtige parelmoer glans over zich heen.

Bereidingstijd: ~35 min (+1u koeltijd +12min baktijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 12-15 stuks:

  • 200 gram bloem
  • 100 gram ongezouten roomboter (kamertemperatuur)
  • 1 ei
  • 100 gram witte basterdsuiker
  • 1 tl bakpoeder
  • snufje zout
  • 200 gram kristalsuiker
  • 75 ml water
  • 100 ml slagroom
  • 30 gram ongezouten roomboter
  • 1 tl zeezout
  • 1 tl cayennepeper

Stappenplan:

Meng de 100 gram roomboter met de bloem, ei, witte basterdsuiker, bakpoeder en snuf zout tot een glad deeg. Dit kun je met je handen doen, zodra het deeg niet meer echt plakt, is het goed. Dek het deeg af met huishoudfolie en leg minstens 1u in de koeling te rusten.

Doe voor de karamel de 200 gram kristalsuiker met 75 ml water in een steelpan en draai het vuur middelhoog.

Roer niet door de suiker, maar schud af en toe wel een beetje met de steelpan zodat het toch in beweging blijft. Laat de suiker borrelen totdat je een mooie diepe amberkleurig geheel hebt, dit duurt best wel even maar het komt heel nauw. Laat de suiker niet te donker worden want dan wordt de karamel bitter. Blijf dus erbij zodra het eenmaal een beetje begint te kleuren.

Als je karamel de juiste kleur heeft haal je het steelpannetje van het vuur en doe je, al roerend met een garde, de helft van de slagroom erbij. Hier komt veel stoom bij vrij dus pas op voor je handen. Doe de rest van de slagroom erbij en zet weer op het vuur.

Voeg ook de roomboter toe en roer totdat de boter gesmolten is.

Voeg nu, naar smaak, het zeezout en de cayennepeper toe. Je kunt ook chili gebruiken maar ik vond de nasmaak van cayennepeper net wat lekkerder. Verse chili kan natuurlijk ook, maar dat vond ik net weer iets te vreemd bij het eten van koekjes. Je kunt natuurlijk de peper ook weglaten als je niet van die tinteling op je tong houdt, of juist meer toevoegen als je dat lekker vindt. Het zeezout zou ik wel toevoegen, want dat is een fijne tegenhanger van het zoete van de karamel.

Verwarm de oven voor op 175°C.

Haal het deeg uit de koelkast en bestrooi je aanrecht met bloem.

Rol het deeg uit tot ongeveer 3mm dikte. Je kunt dit in 1x doen of in delen, wat je zelf het fijnste vindt.

Snij met een ronde koekjesvorm rondjes uit het deeg. Welk formaat je gebruikt, is aan jou. Ik gebruikte een vorm van 8cm. Gebruik je een kleinere vorm, dan krijg je uiteraard meer koekjes.

Leg deze verspreid op een met bakpapier beklede bakplaat. Zorg dat ze niet tegen elkaar aan liggen maar enkele mm ruimte tussen zit. Ze lopen echt minimaal uit tijdens het bakken, maar dus wel ietsiepietsie.

Indien je het leuk vindt, kun je eventueel nog de koekjes ‘versieren’ met afdrukken, door bijvoorbeeld met de achterkant van je mes afdrukken te maken in het deeg. Ik heb dit niet gedaan.

Bak de koekjes in ongeveer 12min goudbruin in de oven.

Laat de koekjes afkoelen op een rooster.

Neem een koekje, en smeer er een flinke laag karamel op. Doe er een ander koekje bovenop zodat je een ‘sandwich’ krijgt.

Herhaal dit tot alle koekjes op zijn.

Smakelijk!

Galette met spekjes & paddenstoelen

Vorige week deelde ik al het recept voor deze garnalenbisque, die ik samen met vriendin Manon maakte als onderdeel van een Frans 3-gangen diner voor onze partners. Als hoofdgerecht maakten we deze galette met spekjes & paddenstoelen. Het maken van een galette stond al heel lang op mijn todo-lijstje, maar het kwam er maar niet van. Hoewel ik eigenlijk een zoete galette op de planning had staan, besloten we toch om er een hartige variant van te maken. Het rustieke karakter van een homemade galette vind ik prachtig op tafel staan. Het simpele maar smaakvolle kruimeldeeg is makkelijk door iedereen te maken en heeft wel wat weg van een snel bladerdeeg. De galette kan denk ik het beste uitgelegd worden als een kruising tussen een pizza & quiche, de hartige variant althans. Je kunt natuurlijk zelf met andere ingrediënten naar smaak werken. Als je googled op ‘galette’ vind je zo de prachtigste varianten met bijvoorbeeld tomaten, vijgen of perziken. Deze galette is uitgezocht naar smaak van onze partners, met lekker vlezige smaken. En hij viel in de smaak!

Bereidingstijd: ~35 min (+30min koeltijd + 25min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ∼4 personen:

  • 600 gram gemengde paddenstoelen naar keuze (iets meer of minder mag ook, afhankelijk van wat jou supermarkt verkoopt)
  • 2 rode uien
  • 3 bosui
  • 2 tenen knoflook
  • 250 gram gerookte spekreepjes
  • 1 el tijm
  • 250 gram ricotta
  • 100 gram geraspte oude kaas
  • olie
  • peper en zout
  • 200 gram patentbloem
  • 150 gram roomboter
  • 1 eidooier (maat L)
  • 50 ml ijskoud water
  • optioneel: rucola ter garnering

Stappenplan:

Meng voor het deeg de bloem met de boter. Doe dit met je handen en wrijf de bloem door de boter totdat je een kruimelig geheel hebt. Klop de dooier los en voeg het ijskoude water eraan toe. Voeg dit bij het boter-bloemmengsel en kneed tot een deegbal. Indien je deeg te nat is, voeg extra bloem toe. Issie te droog, voeg dan wat extra water toe.

Dek het deeg af met folie en leg dit in de koelkast voor tenminste 30 minuten, maar beter is 60 minuten.

Wrijf de paddenstoelen schoon en snij ze in grove stukken. Snipper de rode ui, bosui en knoflook.

Verhit een pan en bak hierin de spekjes krokant. Laat uitlekken op keukenpapier.

Verhit een scheutje olie in dezelfde pan en bak hierin de ui, bosui, knoflook en paddenstoelen goudbruin, ongeveer 10 minuten. Indien er veel vocht vrij komt kun je dit weggieten of in laten koken. Breng de groentes op smaak met peper en zout.

Meng de ricotta met de oude kaas en breng op smaak met peper.

Verwarm de oven voor op 200°C.

Als het deeg genoeg gerust heeft (en weer enigszins stevig geworden is), rol je het uit op een schoon aanrecht dat je met bloem bestoven hebt.

Rol het deeg uit tot een mooie plak van 3-5mm dikte en ongeveer 30-40cm doorsnee.

Beleg een bakplaat met bakpapier. Rol de deeglap voorzichtig om je deegroller heen en rol hem vervolgens weer uit op de bakplaat.

Smeer het ricottamengsel in het midden uit, laat enkele centimeters van de rand over.

Doe de paddenstoelenmix en spekjes er ook op en sla de randen van het deeg eroverheen. Indien je deeglap te groot is kun je de randjes verder afscheuren. Wil je hem liever minder rustiek, dan kun je de randen natuurlijk ook netjes met een mes snijden.

Bak de galette in de oven voor 25-30minuten, of totdat het deeg gaar en goudbruin is.

Leg een handje rucola op de galette en snij in stukken.

Smakelijk!

Paneer butter masala

Ongeveer 2 maanden geleden zat ik voor werk 3 weken in India, Bangalore om precies te zijn. Doordeweeks werd er hard gewerkt maar in het weekend was er natuurlijk tijd om iets leuks te doen. Wat doe je dan als foodie zijnde? Juist, een kookworkshop volgen. Via google vond ik een vrouw die al 15 jaar kookworkshops geeft in Bangalore en meldde me aan voor de workshop Noord-Indiase curries en broden. Ik kwam aan bij een vrouwtje thuis en in een piepklein keukentje gaf zij haar workshops aan kleine groepjes mensen. We leerden 3 verschillende broden te maken, waaronder dit naanbrood. We leerden ook 3 curries te maken, waaronder deze paneer butter masala. En blij dat ik was! Paneer butter masala is namelijk echt mijn lievelingscurry uit India! En nu kan ik hem zelf maken! En dat naanbrood is ook echt goddelijk lekker. Ik heb dus inmiddels al 2x deze gerechten gekookt sinds ik terug ben en de 3e keer staat alweer gepland. Zo ontzettend lekker.

Paneer is een Indiase kaas. De meeste toko’s zullen hem wel verkopen, maar je kunt hem ook vrij makkelijk zelf maken. Dit heb ik echter zelf ook nog niet gedaan, maar als je googled kom je snel tot het recept. Ook zie je in dit recept het gebruik van kashmiri chili en kasuri methi. Kashmiri chili is een hele milde chilipoeder, welke meer zoet is dan pittig als je het mij vraagt. Hij is goed te vervangen door paprikapoeder ook, maar mocht je toch naar de toko gaan voor paneer, zou ik zeker een bakje hiervan meenemen. Kasuri methi zijn gedroogde fenegriekbladen. Ik ben al heel lang fan van fenegriek en fenegriekkaas ligt dan ook regelmatig in onze koelkast. Echter, kende ik enkel de fenegriekzaden en had ik nog niet eerder gehoord dat ook de bladeren gebruikt worden. Ze zijn licht bitter en lekker kruidig en dus een fijne toevoeging van elke curry. Voeg het wel pas op het allerlaatste toe om de beste smaak te behouden. Heb je geen kasuri methi, dan kun je het beter weglaten dan proberen te vervangen denk ik. Je kunt de curry natuurlijk ook serveren met rijst in plaats van naan, of kant en klaar naan. Toch zal ik zelf altijd de voorkeur geven aan homemade naanbrood, want dat is zooooo lekker. Maak je nou verder nog meer (bij)gerechten, dan is deze curry wel voldoende voor 4 of meer personen. Is dit echt je hoofdgerecht, dan zou ik uitgaan van 2-3 personen.

Wil je nou geen vegetarische curry voorschotelen, dan kun je hem ook met kip maken in plaats van paneer. Je krijgt dan butter chicken curry. Dit gaat echter net iets anders. De kip marineer je in griekse yoghurt met chilipoeder, garam masala, gember, knoflook en limoensap voordat je hem bakt. De kip gril je vervolgens in een pan en voeg je toe aan de saus net voordat je ook de room toevoegt. Verder is het recept dus helemaal hetzelfde. Dit is de iets lichtere curry die je op de foto ziet, maar ik heb deze verder niet uitgewerkt op de blog. Niet getreurd, ik krijg zeer snel nog een recept toegestuurd van een overheerlijke chicken curry die hier ook op lijkt. Deze curry maakte een Indiase collega voor me toen hij in Nederland op bezoek was. Deze zal ik dan uitwerken en ook op de blog zetten.

Terug naar deze curry, want waar ik misschien nog wel het meest trots op ben is dat ik onlangs mijn Indiase manager en nog 4 andere Indiase collega’s thuis uitnodigde, toen zij tijdelijk in Nederland waren. Eerst wilde ik risotto maken, omdat ik daar goed in ben en dit voor hen natuurlijk geen alledaagse kost is. Maar ze drongen er zo op aan dat ik curry maakte dat ik toch een poging ging wagen om aan hun verwachtingen te voldoen. En jawel hoor, blown away waren ze. Helemaal perplex dat iemand die net 2x in India is geweest en 1x een workshop heeft gedaan, nog beter curry kan maken dan zijzelf. Okee, fair enough, ze zijn allemaal getrouwd en hoeven dus thuis nooit zelf te koken. Maar dan nog, dat vond ik wel echt een bijzonder compliment!

Bereidingstijd: ~40 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • 250 gram paneer (te koop bij de meeste toko’s)
  • 2 grote uien of 3 kleine
  • 140 gram tomatenpuree
  • 2 tl suiker
  • 3 el boter
  • 1 el olie
  • 2 cm verse gember
  • 3 tenen knoflook
  • 3 el ongezouten cashewnoten
  • 1,5 tl kashmiri chili poeder of paprikapoeder (kashmiri chili is zoet en is te koop bij de toko, maar prima vervangbaar door paprika)
  • 1 el kasuri methi (gedroogd fenegriekblad, te koop bij de toko of online)
  • 3 el kookroom of creme fraiche
  • zout
  • optioneel: verse koriander

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine

Stappenplan:

Pel de ui, snij grof en maal daarna fijn in de keukenmachine.

Pers of rasp de knoflook en gember samen en meng door elkaar. Snij de paneer in blokjes.

Hak de cashewnoten grof en doe in een keukenmachine. Bedek met een laagje water, totdat de cashews net niet helemaal onder staan. Meng met de keukenmachine tot een pasta.

Verhit de olie en boter in een koekenpan.

Voeg de ui met een snufje zout toe. Zout bij de ui zorgt ervoor dat de uien sneller gaar en bruin worden. Bak de uien op middelmatig vuur totdat ze lichtbruin worden, dit kan best even duren, zeker 10-20minuten.

Voeg het gember-knoflookmengsel toe en bak ook dit voor 2 minuten mee.

Voeg de kashmiri chili of paprikapoeder toe en bak 1 minuut mee.

Nu ga je de tomatenpuree en suiker toevoegen en dit doorkoken totdat de olie weer opnieuw vrij komt. Dit duurt zo’n 5 minuten.

Voeg de cashewnoot-pasta toe en ook 250 ml water. Roer door elkaar en kook kort door totdat de saus ietsje dikker geworden is, ongeveer 2 minuten.

Voeg de kasuri methi en blokjes paneer toe en roer door elkaar.

Draai het vuur laag of uit en voeg nu de room toe. Naar smaak kun je meer of minder room gebruiken.

Garneer met verse koriander en serveer met rijst of naanbrood.

Smakelijk!

Garnalenbisque

Alle carnavalsgekte is voorbij, tijd voor het volgende feest. En dat is ons feest van de liefde, want morgen is het valentijnsdag! Nou is dit niet perse een valentijnsgerecht, maar hij is wel mooi rood en superlekker. Dus als je je liefje wilt verwennen morgen, dan kan dit absoluut een fijn voorgerecht zijn. Zeker als jullie allebei van vis houden. Ik maakte de garnalenbisque samen met vriendin Manon, wiens naam al eerder op dit blog genoemd is. Een paar keer per jaar hebben we een kookdate, waarbij we meestal een 3-gangen diner koken voor onze liefjes, of onze vriendinnetjes. Manon is, net als ik, een ontzettende kookgek dus het is echt heel tof om samen zo’n hobby te delen. Het ‘thema’ van deze kookdate was ‘Frans’, dus er komen binnenkort nog meer Franse gerechten online.

Een bisque is een sjieke naam voor een soep gemaakt van de schalen van schaaldieren. Vreemd he? Het is wellicht moeilijk te geloven, maar er zit echt ontzettend veel smaak in die pantsertjes van die beestjes en door het te verwarmen komen die smaken heerlijk vrij. Zo gebruik je ook nog eens het hele beestje, wat mooi past in de ‘no waste’ hype die al een tijdje gaande is (okee, het poepkanaal mag je wel weggooien). Je kunt allerlei schaaldieren gebruiken, zoals kreeft en garnalen. Of je kunt natuurlijk een combinatie maken. Wij kozen enkel voor garnalen, omdat we die lekker vinden, maar ook omdat die iets makkelijker te verkrijgen zijn. Ik kocht een doos hele garnalen op de markt die ik zelf schilde, maar je hebt ze ook in het vriesvak van de grotere supermarkt (let op dat ze ongepeld zijn!). Wellicht heeft jouw visboer de schalen ook wel los te koop. Heb je net als ik een hele doos garnalen, dan kun je de resterende garnalen natuurlijk gebruiken voor een ander gerecht. Hier gebruik je dus enkel de schil, en ik grilde enkele losse garnalen als garnering.

Ook in bereidingsmethode zijn er veel verschillen te vinden als je even googled, sommigen gebruiken cognac in de soep, of een ei en ook qua kruidengebruik wordt er veel gevarieerd. Dit is dus onze interpretatie van dit gerecht, maar je kunt hier dus makkelijk van afwijken.

Bereidingstijd: ~25 min (+30min kooktijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ∼4 personen:

  • schalen van 1kg garnalen
  • 8 losse garnalen
  • 1 potje tomatenpuree
  • 2 liter visbouillon
  • 1 winterpeen
  • 2 stengels bleekselderij
  • teen knoflook
  • 1 ui
  • 2 blaadjes laurier
  • 1 el dragon
  • 2 takjes (verse) rozemarijn
  • peper en zout
  • 200 ml room
  • 100 ml droge witte wijn
  • verse bieslook
  • olie en/of boter

Stappenplan:

Indien je hele garnalen gebruikt, pel ze en haal het poepkanaal uit de garnalen. Bewaar de schalen en koppen uiteraard, die hebben we nodig voor deze soep. Bewaar ook 8 garnalen, de rest kun je gebruiken in een ander gerecht.

Verhit een flinke scheut olie en/of boter in een grote soepketel. Bak hierin de schalen en koppen van de garnalen onder af en toe roeren op middelmatig vuur, ongeveer 5 minuten.

Snipper intussen ook de ui, knoflook en snij de peen in blokjes.

Doe de ui, knoflook en peen bij de schalen in de ketel en bak enkele minuten mee.

Snij intussen ook de bleekselderij in maantjes.

Doe de bleekselderij en tomatenpuree in de ketel erbij en bak ongeveer 1 minuut mee. Giet de witte wijn erbij en roer goed door zodat alle aanbaksels loskomen van de bodem van de pan. Kook de witte wijn iets in.

Voeg dan de visbouillon toe, als ook de laurier, dragon en rozemarijn. Breng dit aan de kook en laat minstens 30min koken.

Indien je een staafmixer bezit, pureer dan de soep lichtjes. Je hoeft niet alles helemaal fijn te malen, maar door alles licht te malen haal je de maximale smaken uit de ingrediënten.

Zeef de soep, druk goed op de schalen om alle vocht eruit de persen. De schalen kun je nu weggooien.

Breng de soep op smaak met peper en zout en giet er room bij. Hoeveel room je precies gebruikt, kun je zelf bepalen. Hoe meer room je gebruikt, hoe zachter de garnalensmaak wordt. Proef goed tussendoor wanneer je de soep op z’n lekkerst vindt. Je kunt de room natuurlijk ook helemaal weglaten als je echt een stevige garnalensmaak wilt.

Verdeel over 4 kommen en bestrooi met verse bieslook.

Smakelijk!

Culinair reisverslag: Citytrip naar Lissabon

Pim en ik wilden heel graag ontsnappen tijdens oud en nieuw. Ons initiele plan was om een reis naar Argentinië te boeken en daar in Buenos Aires oud en nieuw te vieren. Doordat we beiden vlak van tevoren voor ons werk ook al naar India moesten (Pim 2 weken, ik 3 weken) hebben we onze Argentinië reis vooruit geschoven naar 2018. We vonden het zo zielig voor onze katten George & Louis als we 2x zo lang van huis waren in korte tijd. Omdat we toch graag iets wilden doen dat het vooruitschuiven van de Argentinië reis ietwat ‘verzacht’, besloten we alsnog een tripje te boeken rondom oud en nieuw. Vooral vanwege het weer, en omdat we er beiden nog niet eerder geweest waren, werd dit een 6 dagen durende citytrip naar Lissabon. 6 dagen is vrij veel voor een citytrip, maar we wilden vooral echt op ons gemak doen. Lekker uitslapen, niet teveel moeten, en alles op ons eigen tempo. Met een kortere citytrip ben je toch al snel geneigd vroeg op te staan en lange dagen te maken zodat je tenminste de stad fatsoenlijk gezien hebt. We hebben de stad meer dan fatsoenlijk gezien in die 6 dagen, en ook nog eens heerlijk uitgerust. Als klap op de vuurpijl vierden we oud en nieuw op een groot plein in het centrum van Lissabon (Praça do Comércio) met een aantal bands en een geweldige vuurwerkshow. Uiteraard hebben we culinair gezien waarschijnlijk nog heel wat hotspots gemist in Lissabon, maar toch wilde ik je mijn ervaringen niet achterhouden. Hieronder lees je dus een culinair verslag van wat wij allemaal deden en aten in Lissabon. Één ding wat ik je even moet vertellen als je een tripje naar Lissabon plant; neem een stel goede sneakers mee! Lissabon ligt namelijk tussen de heuvels en het is dus flink klimmen en afdalen geblazen om op de leukste plekjes te komen.

Pastéis de nata

Één ding kun je niet omheen als je in Lissabon bent; Pastéis de nata. Je vind ze bij elk restaurant, koffietentje en elke pastelaria (Portugees voor bakkerij). Deze taartjes zijn gemaakt van megakrokant bladerdeeg met een vulling van custard en ze zijn echt to-die-for. We hebben elke dag minstens 1 zo’n taartje naar binnen gewerkt, op sommige dagen zelfs meerderen. Deze taartjes worden ook wel Pastéis de Belém genoemd, omdat daar klaarblijkelijk de oorsprong ligt. Belém is een wijkje in het westen van Lissabon en daar ligt ook de bekendste bakkerij van Lissabon die deze taartjes verkoopt en beroemd maakte. Er staat rijendik voor deze bakkerij om de taartjes te kopen. Wij sloten ook aan in de zwerm van toeristen, want we moesten natuurlijk wel even testen of de taartjes van deze bakkerij nou ook echt 10x lekkerder waren dan elk ander taartje. Gelukkig leek de rij langer dan hij voelde, en waren we toch redelijk snel aan de beurt. Testresultaat: wat mij betreft heeft deze bakkerij het allerbeste bladerdeeg, maar de custard van Manteigaria (gelegen in Time-Out Market, daarover later meer) vond ik dan weer lekkerder. Inmiddels heb ik ze zelf ook nagemaakt, althans, poging tot. 100% hetzelfde zijn ze natuurlijk niet maar ik vond dat ze aardig in de buurt kwamen. Het recept vind je hier.

Tapas bij Sr. Lisboa

Onze eerste avond in Lissabon zochten we een restaurantje. We waren even in het hotel om ons op te frissen toen Facebook mij een berichtje stuurde. ‘Je bent in de buurt van 3 restaurants die goed beoordeeld worden’. Nou, laat mij die restaurantjes maar eens zien dan. Één van die restaurantjes was Sr. Lisboa, een piepklein restaurantje met een overwegend Portugese menukaart. Daar wilden we wel eten! We liepen ernaartoe, berg op en berg af. Helaas pindakaas, helemaal volgeboekt. We reserveerden dus voor 2 dagen later en daar waren we blij om. Allereerst hing er een fijne sfeer en is het restaurant ook nog eens fantastisch leuk ingericht, maar vooral: wat hebben we daar heerlijk gegeten! Je kunt er tapas-style eten, maar ook voor- en hoofd-gerecht. De kaart is niet al te groot, wat ik altijd fijn vind. Wij kozen voor tapasstyle; heerlijke krokante garnalen, stukjes zeekat (cuttlefish) en heerlijke kroketjes van Portugese worst. Ik geef Facebook niet vaak gelijk, maar in deze wel, het was absoluut de moeite waard!

Time-Out Market

Voor een foodlover kan een bezoekje aan Lissabon niet zonder een bezoekje aan de Time-Out Market, ook wel Mercado da Ribeira Nova geheten. Deze market bestaat uit 2 delen; een marktgedeelte met vooral groentes, fruit, bloemen en vleeskraampjes, en een eetgedeelte, met restaurantjes, bars & shops. Het marktgedeelte was helaas dicht toen wij er kwamen (ergens na lunchtijd), dus ik gok dat deze enkel s’ochtends geopend is. Het eetgedeelte daarentegen was superlevendig. Het was zo druk dat we haast geen zitplekje konden vinden tussen de lange hoge tafels met barkrukken. Qua opzet lijkt deze markthal op andere foodhallen, zoals de Foodhal in Amsterdam of de Gourmet Market in Eindhoven. Rondom zitten allerlei eettentjes met elk hun eigen menukaart, in het midden zijn alle zitplekken. Het leuke aan zo’n hal is dat eenieder zelf kan kiezen waar hij zijn eten vandaan haalt, en je het toch gezamenlijk kunt opeten. Heb jij dus zin in Chinese noodles en je partner zin in steak frites? Dat kan prima hier! Het verschil met de foodhallen in Nederland is dat hier het drinken ook voornamelijk bij de stands zelf wordt geschonken, en er dus geen generieke drinkstand is (op enkele specifieke stands na in het midden van de hal, zoals de smoothie of cocktailstand). Pim at hier een beef tartaar en ik at kroketjes van zeekat met inkt en kabeljauw met chorizo. Ook aten we hier die andere lekkere Pastel de Nata bij Manteigaria. Er zijn ook buiten enkele zitplekken, dus met elk weertype is het hier prima vertoeven.

Infame

Het restaurant Infame lag vlakbij ons hotel in een prachtig gebouw, en we liepen er elke dag langs. Het zag er binnen gezellig uit dus we besloten op een avond daar te gaan eten. De inrichting is heel modern, ik vond het fantastisch. De kaart was al even zo fantastisch, allerlei Portugese fusion gerechten met veelal invloeden uit de Oriëntaalse keuken. Zo eet je er o.a. steak tartaar met Tobiko (viseitjes) en wasabi mayo, maar ook gevulde konijn met Shimeji paddenstoelen en erwten-muntpuree. Okee, het is niet perse het goedkoopste restaurant (duur ook niet echt hoor) maar ik vond heb er heerlijk genoten en wilde hem dus niet uit deze lijst weglaten.

Vis en schelpdieren

Lissabon ligt zo goed als aan de zee. Okee, het ligt aan de rivier de Taag, maar die mond echt enkele km verder uit in de zee. Dus het ligt praktisch aan de zee. Genoeg verse vis te krijgen dus in Lissabon! Ik heb op meerder plekken de heerlijkste vis gegeten, dus ik ga dit even generiek benoemen. Het zou ook heel slecht zijn als je zowat aan zee ligt en dan slecht bereide vis serveert. Ik denk dus dat wanneer je een druk bezocht restaurantje bezoekt je altijd wel safe zal zitten wat betreft vis. Hou er wel rekening mee dat de vis en schelpdieren hier veelal ‘heel’ geserveerd wordt. Schrik dus niet als er ineens een vissenkop op je bord ligt. Op oudjaarsavond aten we op een terras waar we een visschotel bestelden. Voordat het eten kwam, kregen we al allerlei tools aangereikt. Een hamer, een tang en een soort pincet. Die hadden we dus allemaal nodig om de hele schaal met vis en schelpdieren op te eten. Ik had wel eens eerder kreeft en krab gegeten, maar nog nooit eentje die nog helemaal opengemaakt moest worden. Wat was dat leuk om te doen zeg! Hoe dan ook, moraal van dit verhaal; verlaat Lissabon niet zonder een lekker visje gegeten te hebben! En probeer dan eens een ander visje te kiezen dan die wat je standaard in de supermarkt ook vindt.

LX Factory

In het westen van Lissabon, ongeveer tussen het centrum en Belém in ligt LX Factory. Dit creatieve hart van Lissabon is een voormalig stukje industrieterrein dat omgetoverd is tot artistieke broedplaats. Naast de vele cafeetjes en restaurantjes liggen er ook meerdere concept-stores, tweedehandswinkels en zelfs een barbershop. Voor degenen die bekend zijn in Eindhoven; het is de Portugese wederhelft van Strijp S. De hipsters onder ons kunnen hier dus prima vertoeven, maar ook voor de ‘gewone mens’ absoluut het bezoeken waard op een fijne zonnige dag.

Cocktails bij Topo

Je loopt er zo voorbij als je niet oplet. Topo ligt op de 6e etage van het commercial centre aan Praça Martim Moniz. Het bestaat uit 3 gedeeltes. Een gedeelte is een oriental restaurant, waar je dus vooral orientaals eet (duh!). Een deel is vrij hip ingericht binnenrestaurant annex barretje, waar we een prima hapje gegeten hebben. De kaart is klein maar toch uitgebreid, voor ieder wat wils dus. Het laatste deel is een dakterras met cocktailbar, waar je een fantastisch leuk uitzicht hebt over Castelo de São Jorge. Okee, net als de veel cocktailbarretjes is ook dit niet de goedkoopste, je betaald zo’n 8-9 euro voor een cocktail. Maar ze zijn wel echt lekker, worden met liefde gemaakt en voor zo’n uitzicht is het ook echt niet erg om net iets meer te betalen.

Andere dingen die opvielen

Blijkt dat Lissabon qua food echt he-le-maal mijn ding is. Bij elk gerecht krijg je namelijk chips geserveerd. En als ik een guilty pleasure heb, dan is dat wel chips! Normaal heb ik met mezelf de afspraak dat ik maar 1 bakje chips per week eet, omdat het anders de spuigaten uit zou lopen. Een paar daagjes Lissabon was voor mij dus een waar feest.

Wat me ook opviel is dat er in Lissabon vrij veel ‘vandalisme’ is. Veel oudere huizen zijn volgekalkt met graffiti, wat natuurlijk ontzettend zonde is. Ik hou van graffiti, maar alleen als het ook echt als kunst gebruikt wordt, zoals in LX Factory. Helaas is het buiten LX Factory vaak een lelijk woord of naam. Toch is Lissabon echt een prachtige stad, gelegen tussen en op de bergen. De kleine huisjes met vrolijke tegelgevels maken me blij en door hier en daar een palmboom kreeg ik echt een ontzettend vakantiegevoel. Ook kreeg ik veel respect voor de mensen die er wonen, want jeetje, wat een bergen moet je oplopen zeg! Geen wonder dat ze voor kleine stukjes berg een tram hebben ingericht. Dat geeft overigens ook gelijk een leuk straatbeeld, al die schattige gele trams. Het grootste respect heb ik denk ik nog wel voor de postbode, die kan denk ik niet altijd maar de tram pakken dus die zal flinke kuitspieren hebben gekweekt over de jaren heen.

Indiaas naanbrood

Wie mij op social media volgt, heeft vast wel gespot dat ik onlangs voor werk naar India moest. In totaal ben ik 3 weken in India geweest, enkele dagen in Pune en de rest in Bangalore waar een vestiging van ons kantoor zit. Gelukkig gingen er enkele collega’s mee, maar helaas niet voor de volle 3 weken. Daardoor heb ik enkele dagen (inclusief een weekend) alleen doorgebracht. Wat ga je dan doen? Een kookworkshop volgen! Via wat googlen kwam ik uit bij een vrouw die al zo’n 15 jaar kookworkshops geeft en ze gaf heel toevallig dat weekend een workshop Indiase gerechten. De workshops geeft ze gewoon bij haar thuis dus ik zat daar met nog 4 andere Indiase vrouwen in de workshop. Okee, het was een iets andere workshop dan ik me had voorgesteld. Het was namelijk zo dat zij alles voordeed, en dat wij alles mochten proeven. We kregen de recepten en konden vragen stellen en aantekeningen maken. Echter, we konden zelf niet koken. Dat vond ik wel jammer. Maar desalniettemin waren de recepten goed uitgeschreven en legde ze alles heel goed uit. We maakten 3 vegetarische curries en 3 verschillende soorten brood. Dit naanbrood was er 1 van, net als deze paneer butter masala.

De manier waarop zij het brood maakte vond ik heel apart, door een ketel op de kop op het open vuur te zetten. Dit is echter een simulatie van een tandoor, een Indiase oven waarin naanbrood normaliter gebakken wordt. Vind je dit nou toch iets te lastig, dan is er nog een andere manier om het naanbrood te bakken. Zodra het brood uitgerold is, kun je dit afbakken in de oven op 180°C. Bak het eerst 10 minuten, draai de broden om en bak nog eens 10 minuten. Vervolgens kun je nog het brood kort (met een tang) boven het open vuur houden waardoor het nog extra gegrild wordt en je dezelfde donkere plekken creëert als op de foto. Daarna doe je net als hieronder beschreven wat boter erover.

Serveer het naanbrood met een overheerlijke curry, zoals bijvoorbeeld deze paneer butter masaladeze zoete aardappelcurry of dit gegrilde bloemkool recept.

Bereidingstijd: ~45 min (+1,5u rusttijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ~12 stuks:

  • 3 cups patentbloem
  • 3 tl suiker
  • 1,5 tl zout
  • 2 el (zonnebloem)olie
  • 2 tl bakpoeder
  • 1/3e cup griekse yoghurt
  • 1/3e cup melk
  • 1/3e cup water
  • optioneel: roomboter
  • optioneel: verse koriander
  • optioneel: 4 teentjes knoflook

Andere benodigdheden:

  • gasfornuis
  • grote ketel of ouderwetse pressure cooker

Stappenplan:

Mix de bloem met de suiker en het zout in een grote kom. Maak een kuil in het midden.

Doe de griekse yoghurt en het bakpoeder in het kuiltje en meng deze twee eerst lichtjes samen. Laat 1 minuut rusten.

Mix dan de griekse yoghurt langzaam met de bloem en voeg ook de olie en melk erbij.

Voeg ongeveer 2/3e cup lauw water toe en kneed in 5 minuten tot een glad, licht plakkerig deeg. Indien het deeg te droog is kun je water toevoegen. Is het nog te plakkerig, voeg dan extra bloem toe totdat je het gewenste resultaat hebt bereikt.

Doe het deeg in een schone kom en dek af met een schone theedoek. Zet de kom zo’n 1,5u te rusten op een warme plek (warm betekent de warmste plek in huis, zolang het maar niet koud en tochtig is).

Na 1,5u rusten verdeel je het deeg in gelijke stukken.

Wil je net als ik wat extra smaak geven aan je naanbrood, versnipper dan de koriander en pers de knoflook op een schaaltje voor later.

Zet ook de boter klaar.

Bestrooi je aanrecht met wat bloem en neem een deel naanbrood.

Rol dit uit op je aanrecht, gebruik hiervoor een deegroller of als je die niet hebt een schoongemaakte wijnfles bijvoorbeeld.

Verdeel een beetje van de koriander en knoflook aan de bovenkant van het deeg en ga er nogmaals met de roller overheen zodat het ‘in het deeg’ gedrukt wordt.

Verhit een grote ketel op het gasfornuis.

Neem het uitgerolde deeg in je hand met de knoflook/koriander kant naar beneden.

Strijk de lege kant lichtjes in met water.

Leg het deeg in de ketel met de natgemaakte kant naar beneden. Druk lichtjes aan met een licht vochtige theedoek.

Na enkele seconden draai je de hele ketel op z’n kop, zodat de binnenkant van de ketel boven het vuur staat. Op deze manier simuleer je de originele tandoor waar men in India het naanbrood in maakt. Het naanbrood blijft nu plakken aan de ketel terwijl de bovenkant van het naanbrood bruin en krokant gebakken wordt door het open vuur. Vind je dit nou een enge manier om het brood te bereiden, in de introductie van deze post beschrijf ik nog een andere manier om het brood te bereiden.

Na ongeveer 1 minuut draai je de ketel weer om en kun je het naanbrood eruit halen. Gebruik hier een spatel voor om hem voorzichtig los te wrikken.

Besmeer de bovenkant van het naanbrood lichtjes met wat roomboter en klaar is kees.

Herhaal dit voor de rest van het deeg.

Smakelijk!

Chocoladefudge met Maltesers

Fudge is heerlijk. Maar eigenlijk kan ik me alleen herinneren dat ik vaker karamelfudge eet. Ik kan me dus echt niet herinneren dat ik ooit bijvoorbeeld chocoladefudge heb gehad. En ik heb het dus al zeker nog nooit eerder gemaakt. Ik dacht namelijk dat het moeilijk was, maar toen ik dit kitkat-fudge recept van Lianne (blog: De Zoetekauw) zag wist ik gelijk dat ik dit wilde maken voor de foodblogswap van deze maand. Okee, ik had eigenlijk iets anders uitgezocht van haar blog, maar ik was een ingrediënt vergeten in de winkel (oops!). Gezien ik wel alle ingrediënten had voor deze fudge en ik eigenlijk sowieso al beide dingen wilde maken, werd het dus toch deze. De andere lekkernij staat nog zeker op mijn To Do lijstje, maar die kan dus nog heel even wachten. Sterker nog, ik had wel 5 recepten uitgezocht van Lianne’s blog, wat me allemaal stuk voor stuk heerlijk lijkt. Maar door onze verbouwing die we deze week gestart zijn had ik iets minder tijd en koos ik dus voor een ietwat simpeler receptje in plaats van een uitgebreide taart.

Hoe dan ook, als je van zoet houdt, neem eens een kijkje op de Zoetekauw. Er staan echt immens veel lekkere taarten op en ook enkele hartige recepten die mij wel doen glimlachen, zoals een kipkorn- of bitterballentaart. Afgelopen week ontmoette ik Lianne voor het eerst in real life, en wat een schat van een meid is het. De foto die je ziet op haar blog geeft precies hetzelfde weer zoals ze in het echt ook is.

Er zijn blijkbaar 2 manieren om fudge te maken. Dit recept is de makkelijke variant en je hebt gewoon maar 3 ingrediënten voor nodig! Dit kan iedereen maken dus en het is zo klaar. Okee, ik moet toegeven, ik had wellicht toch iets andere verwacht toen ik het proefde. Naar mijn idee gaat dit qua structuur meer richting ganache die ik eerder al maakte voor deze truffels. Maar dat kan ook te maken hebben met het feit dat ik enkel karamelfudge ken en dit nou eenmaal een iets andere structuur heeft. Hoe dan ook, is het wel lekker! Of het nou fudge of ganache is, je likt je vingers erbij af als je van chocolade houdt. Ik verving de Kitkat door Maltesers, want dat zijn echt mijn lievelingschocolaatjes. Door de crunch in de Maltesers krijgt deze fudge een ware textuursensatie doordat het zachte van de fudge wordt afgewisseld met het krokante van de Maltesers. Deze fudge is ook perfect om kado te geven. Sowieso zijn homemade lekkernijen altijd een perfect kadootje natuurlijk. Maar deze fudge kun je in mooie blokjes snijden en dan mooi verpakken in doorzichtige folie.

Bereidingstijd: ~10 min  (+ 3u koeltijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ongeveer 10-12 stuks:

  • 1 blikje gecondenseerde melk
  • 340 gram pure chocolade
  • 1 zak maltesers

Stappenplan:

Doe een vel bakpapier in een ovenschaal of bakvorm. Ik gebruikte zelf een browniebakvorm.

Breek de chocolade in kleine stukjes en doe in een magnetronbestendige kom. Giet de gecondenseerde melk erbij.

Zet dit telkens voor 25sec in de magnetron en roer daarna even door. Herhaal totdat alle chocolade gesmolten is. Bij mij was dit na 4x 25sec in de magnetron. Je kunt dit ook au bain-marie doen, als je geen magnetron hebt.

Schep een klein laagje van het mengsel over de bodem van de bakvorm en bestrooi met de helft van de maltesers.

Schep de rest van het mengsel eroverheen en verdeel netjes met de achterkant van een lepel.

Verdeel de rest van de maltesers over de bovenkant en druk ze lichtjes aan zodat ze echt half in de fudge gaan zitten.

Zet dit in de koelkast voor ongeveer 3u of langer, totdat de fudge goed uitgehard is.

Snij met een warm mes in stukken. Je kunt een mes warm maken door hem in een bak met heet water te houden en dan snel af te drogen.

Smakelijk!

Healthy banana pancakes van kikkererwtenmeel

Healthy banana pancakes. Je ziet ze heel veel wanneer je actief bent op instagram bijvoorbeeld. Maar ze zijn dan ook ontzettend yummy! En je kunt er eindeloos mee variëren. Ik wilde ze nog gezonder maken, en verving daarvoor normaal bloem of speltbloem door kikkererwtenmeel. Dit meel is gemaakt van kikkererwten (duh!) en zit maar 44 gram koolhydraten in, ten opzichte van 72 gram in patentbloem. Dat is nogal een significant verschil, niet waar? En voor wie niet van kikkererwten houdt, niet getreurd. Je proeft het helemaal niet! Pim zegt ook altijd dat hij niet van kikkererwten houdt, maar hij at dit toch zo snel op alsof zijn leven ervan af hing (niet wetende dat dit met kikkererwtenmeel gemaakt was).

Qua toppings kun je natuurlijk ook vanalles kiezen. Ik koos zelf voor vers fruit en maple syrup. Maar je kunt ook noten gebruiken, of chocolate chips of kokossnippers. Vooruit, het is me teveel gedoe om dit elke ochtend te gaan maken, want een simpele cracker is natuurlijk ook lekker en veel sneller. Maar zo af en toe, op een luie zondag, is dit heerlijk om de dag mee te beginnen! Hoe eet jij je pancakes het liefst?

Ohja, ik heb wederom een recept met cupmaten neergezet. Eerder gaf ik al aan dat het wel erg handig is om maatschepjes te hebben als je veel bakt. Dan hoef je namelijk niet lastig te gaan doen met de weegschaal. Je ziet dat ik de maten ook in ml/gram erbij gezet heb, en dat 1 cup water een andere omrekening heeft dan 1 cup meel. Dit komt doordat het gewicht verschilt tussen de 2. Je kunt dus niet altijd alles zomaar 1 op 1 omrekenen, vooral bij vaste stoffen. Er zijn echter veel sites waar je een goede omrekentabel vindt voor de meest voorkomende ingrediënten, zoals hier bij Uit Pauline’s keuken.

Bereidingstijd: ~10 min (+exclusief baktijk)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ∼10 stuks (2-3 personen):

  • 1 cup water (240ml)
  • 1 ei
  • 1 rijpe banaan
  • 1 cup kikkererwtenmeel (130 gram)
  • 1 el bakpoeder
  • 1 el maizena
  • 1 tl kaneel
  • olie
  • toppings: maple syrup, vers fruit, noten, chocolate chips

Stappenplan:

Meng alle ingrediënten, behalve de olie en toppings, in een keukenmachine en maal fijn tot een mooie egale mix.

Heb je nou, net als ik, maar een klein keukenmachientje, dan kun je ook alleen de banaan met wat van de ingrediënten mixen en de rest met de hand erdoor mengen. Heb je nou helemaal geen keukenmachine (of blender), dan kun de banaan ook met een vork prakken en de rest erdoor mengen met de hand. Zorg er dan wel voor dat de banaan echt goed geprakt is zodat ie goed gemengt wordt met de rest.

Verhit een koekenpan met een scheutje olie op middelhoog vuur en doe ongeveer 1/4e cup van de mix in de pan (ongeveer 50-60ml == 3 el).

Bak dit totdat er flink wat bubbels zijn ontstaan in de mix en flip de pannenkoek dan om. Bak aan de andere kant nog 1-2min op middellaag vuur.

Herhaal dit totdat alle mix op is, dat zijn zo’n 8-10 pannenkoekjes in totaal. Wil je nou sneller klaar zijn, dan kun je natuurlijk meerdere of grotere pannen gebruiken zodat je meerdere pannenkoekjes tegelijk bakt.

Serveer de pannenkoekjes met een topping naar keuze.

Ik gebruikte zelf verse bessen en banaan, met maple syrup. Een deel van de verse bessen had ik heel kort aangebakken in de pan met een eetlepel water, zodat het meer ‘sauzig’ werd. Je kunt eindeloos variëren met de toppings, dus ga vooral voor wat je zelf lekker vindt.

Smakelijk!

Pasteis de Nata: Portugese custardcakejes

Degenen die mij volgen op Social Media hebben onlangs kunnen zien dat ik oud en nieuw vierde in Lissabon, Portugal. Daar maakte ik kennis met dit overheerlijke taartje ‘Pastel de Nata’ (meervoudig: Pasteis de Nata). In Lissabon krijg je ze in elk cafeetje, barretje en bakkerij en ohhhh wat zijn ze lekker! Ik moest ze dus thuis een keer proberen na te maken! En ik moet zeggen, ik ben niet ontevreden over het resultaat. Wel was mijn 2e batch veel beter dan mijn 1e batch, wat vooral te maken had met de manier waarop ik het bladerdeeg in de vormpjes had gedrukt. Maar ik vond het superleuk om ze een keer te maken en ze komen qua smaak zeker in de buurt van ‘the real deal’.

Natuurlijk wist ik niet zo 1,2,3 hoe je dit moest maken dus ik heb veel recepten gelezen om uiteindelijk tot een soort middenweg te komen. Zoals je ziet zijn de ingrediënten in cups aangegeven. Dit doe ik niet om te pesten, want zoals je ook ziet staat de juiste hoeveelheid in ml of gram er ook bij. Maar voor de mensen die vaker bakken raad ik absoluut aan om maatscheppen te kopen. Hiermee kun je precies de juiste hoeveelheid opscheppen zonder moeilijk te moeten doen met weegschalen. Zeker als je vaker engelse recepten gebruikt is dit berehandig in plaats van telkens alles om te rekenen.

Bereidingstijd: ~30 min  (+ 10min. oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ongeveer 10-12 stuks:

  • 3 afgestreken el patentbloem
  • 1 & 1/4e cup melk (300ml)
  • 1 & 1/3e cup fijne kristalsuiker (265 gram)
  • 2/3e cup water (160ml)
  • 1 tl vanille extract
  • 6 eidooiers (maat L)
  • 1 kaneelstokje
  • 1 pak vers bladerdeeg (Tante Fanny)
  • olie of boter om in te vetten

Extra benodigdheden:

  • cupcakevorm
  • suikerthermometer
  • zeef

Stappenplan:

Meng de bloem met 1/4e cup melk tot een egaal mengsel.

Breng de suiker met het water en kaneelstokje langzaam aan de kook in een steelpannetje tot ongeveer 100°C. Doe dit op een laag pitje zodat het niet te snel gaat en je dus tijd genoeg hebt voor de volgende stap.

Breng intussen in een ander steelpannetje de resterende cup melk aan de kook. Zodra deze melk kookt, voeg je deze bij het eerder gemaakte melk-bloem mengsel en roer je goed tot een egaal mengsel.

Zodra je suikerwater 100°C is, meng je dit in een heel dun straaltje langzaam bij het melkmengsel. Blijf goed roeren terwijl je dit doet! Je kunt het kaneelstokje nu eruit halen.

Voeg het vanillearoma toe en blijf kort roeren totdat het iets afgekoeld is.

Klop intussen de 6 eidooiers op. Schenk iets van het melk-suikerwatermengsel bij de dooiers onder voortdurend roeren (anders gaat je ei stollen). Dit heet ook wel ‘familie maken’. Schenk daarna het eidooiermengsel bij de rest van het melk-suikerwatermengsel en blijf nog steeds roeren.

Zeef het mengsel en doe in een schone kom. Dek af met plastic folie en zet apart voor later. De custard is heel dun nu, dat hoort zo en komt later helemaal goed.

Verwarm nu de oven voor op zo hoog mogelijke temperatuur, liefst 280-290°C.

Vet de cupcakevorm in met boter of olie. Op mijn foto zie je boter maar ik heb ook een batch met olie gemaakt. Ik weet niet of het hieraan lag, maar de batch met olie kwam er beter uit dan die met boter. Dit was ook de 2e batch die ik maakte dus wellicht scheelt de ‘ervaring’ ook wel wat en dus niet alleen de olie.

Neem het vers bladerdeeg uit de verpakking en rol uit met de korte kant naar jou toe.

Rol vervolgens het bladerdeeg weer op de zelfde manier op, maar nu zonder het bakpapier ertussen zodat je echt een rol bladerdeeg krijgt.

Snij de rol in stukken van 1,5cm en leg elk stukje op z’n zij in de vorm.

Maak je duimen nat en druk langzaam en voorzichtig de rolletjes bladerdeeg uit tot bakjes. Begin vanuit het midden langzaam met je duim omlaag te drukken en ga zo langzaam verder naar buiten. Zorg dat de randjes goed aan de bakvorm vastzitten. Bij mijn eerste batch had ik dit niet goed genoeg aangedrukt, waardoor de randjes tijdens het bakken iets inzakten (zie foto hieronder). Bij mijn 2e batch had ik ze wel goed vastgedrukt en toen waren ze goed. In dit filmpje zie je goed wat ik bedoel (vanaf 8:45m).

Vul de vormpjes voor ongeveer 3/4e met de custard.

Bak de cakejes in de oven voor ongeveer 10min, of totdat de bovenkant mooi geblakerd goudbruin is. Schrik niet, dat geblakerde is juist heel typerend voor deze cakejes en hoort dus erbij.

Haal de vorm uit de oven en laat wat afkoelen voordat je de cakejes eruit haalt. Laat niet geheel afkoelen want de cakejes zijn het lekkerst wanneer ze licht warm zijn.

Serveer de cakejes met poedersuiker en/of kaneelpoeder.

Als je de cakejes later gaat eten kun je ze opnieuw opwarmen in de oven (op lagere temperatuur, zodat ze niet verder bakken maar enkel warm worden). Maar nogmaals, ze zijn het lekkerst wanneer ze net uit de oven komen.

Smakelijk!

Stoofpeertjes met venkelijs & chocomousse

Eerder deelde ik al dit kerstrecept, wat het voorgerecht was voor het afgelopen kerstdiner. Dit gerecht met stoofpeertjes hier is het dessert dat ik maakte voor het kerstdiner 2017. Okee, ik begrijp dat veel mensen dit net te ver zullen vinden om zomaar eens te gaan maken. Maar ik wilde hem toch met jullie delen, je kunt natuurlijk altijd alleen onderdelen ervan gebruiken en verwerken in andere desserts. Want lekker was het wel!

De champagne jelly wilde ik altijd al eens maken. Als je hem zo los is, dan is hij vrij ‘funky’ van smaak. Maar eet je hem samen met andere ingrediënten, dan is het juist wel weer lekker. Het is heel vreemd hoe een ingrediënt zo’n bijdrage kan leveren aan een gerecht terwijl het los helemaal niet zo lekker is. Maar dat is natuurlijk wel vaker zo. Het recept hieronder is ruim genoeg voor 6 personen.

Het venkelijs vond ik echt verrukkelijk! Ik vind het vaak heerlijk om bijzondere smaken te verwerken in ijs. Zo maakte ik eerder al rozemarijnijs wat echt een grandioos success was, en ook dit blauwe bessen-basilicumijs. Ook het venkelijs viel weer goed in de smaak. De venkelsmaak is heel subtiel, waardoor het absoluut niet overheerst maar je wel net afvraagt ‘wat is dat nou wat ik proef’. Stoofpeertjes, chocolademousse en kletskoppen zijn natuurlijk ALTIJD goed, dus daar hoef ik verder geen betoog voor te houden denk ik.

Bereidingstijd: ~1u25 min  (exclusief koeltijd, stooftijd + oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ****

Ingrediënten venkel-ijs (genoeg voor minstens 8 bolletjes):

  • 250 ml volle melk
  • 4 eierdooiers (maat L)
  • 75 gram witte basterdsuiker
  • 250 ml slagroom
  • 2 el venkelzaad (heel, niet poedervorm)
  • snufje zout

Ingrediënten stoofpeertjes:

  • 4-6 stoofpeertjes (afhankelijk van hoeveel gasten je hebt natuurlijk!)
  • 500 ml rode wijn
  • 500 ml water
  • 2 steranijs
  • 1 kruidnagel
  • 50 gram suiker
  • schil van 1 citroen

Ingrediënten champagne-jelly:

  • 200 ml champagne
  • 50 gram suiker
  • 2 blaadjes gelatine

Extra ingrediënten:

Extra benodigdheden:

  • ijsmachine

Stappenplan:

Ijs:

Om het ijs te maken rooster je de venkelzaad in een droge koekenpan zodat de aroma’s vrijkomen.

Verwarm de volle melk au bain marie tot ongeveer 70°C en doe de venkelzaad erbij.

Mix in een aparte kom de eierdooiers & suiker tot een romig wit mengsel. Dit kan met de hand of de mixer.

Maak familie tussen de 2 mengsels. Dat wil zeggen; voeg een klein deel van het warme mengsel bij het koude mengsel en roer goed door. Daarna voeg je het gehele koude mengsel bij het warme mengsel (goed blijven roeren). Dit is nodig om het koude mengsel, waar het ei in zit, eerst op warmere temperatuur te brengen zonder dat de eieren gaan koken en je dus stukjes ei in je ijs krijgt.

Op dit punt kun je het snufje zout toevoegen indien gewenst. Een klein snufje zout wordt vaak toegevoegd aan zoete gerechten om de zoetigheid naar boven te brengen.

Verwarm het hele mengsel au bain marie tot ongeveer 82°C totdat het een mooie gebonden massa is.

Laat dit mengsel inclusief venkelzaad goed afkoelen in de koelkast (minimaal 1u). Eventueel kun je dit een hele nacht laten intrekken zodat de venkelsmaak er goed in trekt.

Zeef het mengsel zodat de venkelzaadjes overblijven, gooi deze weg. Klop de slagroom lobbig en meng dit met de afgekoelde mix.

Doe dit in de ijsmachine en laat het ijs draaien totdat het stevig wordt. Zet het daarna in de vriezer om verder te bevriezen totdat je het gaat serveren.

Stoofpeertjes:

Schil de stoofpeertjes.

Doe de andere ingrediënten samen in een pan en breng aan de kook.

Doe de stoofpeertjes erbij en draai het vuur laag. Laat dit zo’n 1u koken, of totdat de stoofpeertjes gaar zijn. Dit is afhankelijk van de grootte en het soort stoofpeertje. Als je er makkelijk met een vork doorheen prikt, dan zijn ze gaar. Draai dan het vuur uit en laat afkoelen in hun vocht. In een schone pot zijn ze enkele dagen houdbaar in het vocht.

Champagne-jelly:

Week de gelatineblaadjes in koud water.

Breng de champagne aan de kook en voeg de suiker toe.

Laat de champagne enkele minuutjes koken zodat de alcohol licht verdampt.

Draai het vuur uit. Knijp het water uit de gelatineblaadjes en voeg deze toe aan de champagne. Roer door elkaar totdat de gelatine is opgelost.

Neem een bakje en leg hier huishoudfolie in. Giet de champagne hierin en zet in de koeling voor minstens 2u of totdat de jelly uitgehard is. Snij dan in blokjes voor het serveren.

 

Serveer een stoofpeertje met wat toefjes chocolademousse. Heb je de mousse niet in een spuitzak gemaakt, schep dan met een lepel wat mousse op het bordje.

Verdeel enkele blokjes champagnejelly erover, als ook enkele kletskopjes.

Schep een bolletje ijs erbij.

Smakelijk!

Snelle spinaziefalafel met kruidenyoghurt

Ik hou erg van falafel. Ik eet het niet vaak want Pim is er niet zo’n fan van. Als Pim dus een keer niet thuis eten is dat voor mij de perfecte kans om zulke gerechten te maken die hij niet graag eet (althans, hij denkt dat hij het niet graag eet). Falafel is er in vele maten en soorten. Je kunt ze frituren of bakken in de pan en je kunt er ook voor kiezen om de falafel te serveren met hummus of een tahinsaus. Ik vind falafel met een smaakje het allerlekkerst, daarom koos ik ervoor mijn falafel op smaak te brengen met spinazie. Daardoor kreeg ik ook nog eens een berg extra vitamientjes binnen. Idealiter maak je ze van gedroogde kikkererwten, die je een nachtje in water laat weken. Gezien dit bij mij een last-minute beslissing was had ik daar geen tijd voor en nam ik dus blikerwten. Het gevolg hiervan is dat de falafel iets ‘pappiger’ en minder stevig zijn. Maar alsnog prima te eten en hartstikke lekker! Maar heb je wel tijd, dan zou ik zeker voor gedroogde kikkererwten gaan. En ook nog eens gezond! Want in kikkerertwen zitten bomvol vezels, proteïnen en mineralen.

Bereidingstijd: ~15 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ∼12 stuks (2 personen):

  • 1 blik kikkererwten (uitlekgewicht 265 gr)
  • 100 gram spinazie
  • 1 teen knoflook
  • 1 ui
  • komijn
  • korianderzaad
  • chilipoeder
  • 1 ei
  • 1 el bloem
  • olie
  • peper en zout
  • klein potje griekse yoghurt
  • 1 extra teen knoflook
  • verse kruiden, bijvoorbeeld peterselie en/of bieslook
  • Extra’s: wrap/pita’s, verse groentes zoals komkommer, tomaat, ui

Extra benodigd:

  • keukenmachine of blender

Stappenplan:

Spoel de kikkererwten af en laat goed uitlekken.

Pel de ui en knoflook en snij in grove stukken.

Doe de kikkererwten met de spinazie, ui, knoflook en de kruiden in de keukenmachine en maal fijn.

Meng het ei en de bloem erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Verhit een koekenpan met een flinke scheut olie.

Neem een eetlepel van het falafelmengsel en leg dit voorzichtig in de olie. Je kunt de falafelballetjes ook nog licht ‘shapen’ met je handen zodat ze mooier rond worden, maar ik vind het rustieke juist wel leuk.

Bak de spinaziefalafel ongeveer 1-2minuten of tot goudbruin en draai ze dan voorzichtig om. Bak ze net zo lang aan de andere kant.

Maak intussen de kruidenyoghurt door de griekse yoghurt te mengen met een teentje knoflook (uitgeperst natuurlijk), de verse kruiden (fijngehakt), peper en zout. Eventueel kun je er een scheutje water bij doen zodat hij wat dunner wordt.

Serveer de spinaziefalafel met een pita of wrap, frisse groentes en de kruidenyoghurt.

Smakelijk!

 

Quinoa met garnalen & heks’nboter

Heel af en toe hebben wij restjes-dag. Ik denk dat elk huishouden dit wel kent. Zonde om restjes weg te gooien maar af en toe weet je uiteindelijk niet wat je er nog mee moet doen. Soms gooi ik restjes daarom alsnog weg, maar ik probeer ze zoveel mogelijk opnieuw te gebruiken. Bij dit gerecht gebruikte ik leftover spinazie, tomaatjes en de hek’snboter had ik ook al in huis. De heks’nboter kreeg ik onlangs thuis gestuurd via de kerstfoodybox van ‘Kroon op het werk’. Nu kun je deze heks’nboter gewoon bij de borrel serveren, of ik had hem kunnen gebruiken bij het gourmetten. Maar ik wilde de uitdaging aangaan om hem te gebruiken in een ‘normaal’ avondeten-recept. Dat is dus deze geworden. Ik kan je vertellen, het was absoluut verrukkelijk! De heks’nboter geeft heel veel smaak aan dit gerecht. Ik gebruikte stiekem het hele potje voor ons tweetjes, dus echt heel gezond was dit uiteindelijk niet. Je kunt natuurlijk zelf bepalen of je dit ook doet of dat je minder gebruikt. Daarentegen is quinoa natuurlijk wel een van de betere keuzes in de categorie ‘koolhydraten’, en zijn de rest van de ingrediënten sowieso gezond. Hoe dan ook, deze quinoa met garnalen was erg lekker.

Bereidingstijd: ~20 min        Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 150 gram grote garnalen
  • 150 gram quinoa
  • 150 gram verse spinazie
  • 200 gram romaatjes of kleine trostomaatjes
  • 1 potje heks’nboter
  • 1 tl chilipoeder
  • 1 tl paprikapoeder
  • 1 teen knoflook
  • peper & zout
  • optioneel: koriander of peterselie ter garnering

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Verwarm een koekenpan en smelt daarin 1 el van de heks’nboter, laat de boter niet bruin worden of aanbakken.

Doe deze boter bij de garnalen, samen met een extra teentje knoflook (uitgeperst), de chilipoeder en paprikapoeder en laat kort marineren.

Kook de quinoa zoals aangegeven op de verpakking.

Doe de tomaatjes in een ovenschaal en schep er enkele theelepels van de heks’nboter op, bestrooi met peper en zout en zet in de oven voor ongeveer 10-15min, totdat ze mooi gepoft zijn.

Verwarm de koekenpan opnieuw en bak hierin de garnalen gaar een goudbruin in ongeveer 2min.

Doe de garnalen in een kommetje en zet even apart.

Smelt nog een klontje heks’nkaas in de pan en bak hierin de spinazie kort totdat hij geslonken is.

Meng de quinoa met de spinazie.

Haal de tomaten uit de oven en doe de quinoa met garnalen erbij (zie mijn foto).

Verdeel de rest van de heks’nboter in klontjes eroverheen (of zoveel je wilt) en zet nog 1 minuut terug in de oven totdat de boter gesmolten is.

Bestrooi optioneel met peterselie of koriander.

Smakelijk!

Knolselderij-pastinaak soep met peterselie-olie

Deze knolselderij-pastinaak soep is het voorgerecht dat ik maakte tijdens het afgelopen kerstdiner. Het was een groot succes! Niet moeilijk om te maken en iedereen vond het een heerlijk gerecht. Okee, nou zal mijn familie wellicht met kerst niet al te kritisch zijn, maar geloof me, dit waren echt oprechte complimentjes. Pim heeft de soep zelfs de 2 dagen erna weer gegeten. Ik had namelijk echt een TE grote hoeveelheid gemaakt, want zoiets inschatten vind ik dan weer lastig met grotere gezelschappen. Ik heb het recept aangepast naar een kleinere hoeveelheid. Ik had zelf een grote knolselderij en bijna 1,5kg pastinaak! Maar eigenlijk is dat ook helemaal niet erg, want je kunt de soep altijd invriezen voor later natuurlijk. En het leuke is, het kan altijd, niet eens alleen met kerst. Ziet het er niet feestelijk uit met die groene ‘drizzle’ en de ‘pastinaakkrullen’? Okee, het is misschien net iets te veel werk voor een simpele lunch voor jezelf alleen, dan kun je natuurlijk de pastinaakkrullen weglaten en er iets anders kant-en-klaar knapperigs voor in de plaats doen. Maar, de pastinaakkrullen zijn wel errrrrrug lekker dus dat zou ik echt goed overwegen.

Bereidingstijd: ~30 min (+30min kooktijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ∼4 personen:

  • 1 kleine knolselderij
  • ongeveer dezelfde hoeveelheid pastinaak als knolselderij in gewicht
  • 1 grote ui
  • 4 tenen knoflook
  • ∼1 liter groentebouillon (afhankelijk van de hoeveelheid groenten)
  • 50 gram roomboter
  • 100 ml olijfolie
  • flinke bos platte peterselie
  • peper en zout
  • 200 gram spekjes
  • olie om in te frituren (of frituurpan)

Extra benodigdheden:

  • staafmixer of iets anders om mee te pureren
  • frituurpan

Stappenplan:

Pel de ui en 3 tenen knoflook en snipper ze. Smelt de boter in een grote pan en fruit hierin de knoflook en ui in 10min glazig.

Schil intussen de knolselderij en snij in blokjes van ongeveer 2 bij 2 cm.

Schil de pastinaak, bewaar de schillen voor later! Probeer de schillen in lange repen eraf te halen, niet al te kleine stukjes.

Snij de boven en onderkant van de pastinaak en gooi dit weg. Snij ook het binnenste harde gedeelte weg. Snij het overgebleven ook in blokjes van ongeveer 2 bij 2 cm.

Doe de pastinaak en knolselderij bij de ui en bak dit even mee.

Voeg de groentebouillon toe en breng aan de kook. Let op: de hoeveelheid bouillon die je nodig hebt hangt af van hoeveel pastinaak en knolselderij je hebt. Zorg er in elk geval voor dat de groenten onder staan tijdens deze stap. Later als je de soep pureert kun je altijd nog meer bouillon toevoegen.

Laat de groenten ongeveer 30min koken in de bouillon.

Bak intussen de spekjes in een droge koekenpan krokant en laat uitlekken op keukenpapier.

Voor de peterselie-olie doe je de peterselie, 1 teen knoflook en olie bij elkaar en pureer je dit totdat de peterselie en knoflook redelijk fijn zijn. Je kunt eventueel de peterselie en knoflook ook met de hand fijnhakken en dan met de olie mengen. Breng de olie op smaak met een beetje peper en zout.

Verhit intussen ook de frituurolie tot ongeveer 175°C.

Bak hierin de schillen van de pastinaak krokant, dit duurt zo’n 1 tot 1,5 min. Je kunt dit het beste in delen doen, zodat er niet teveel pastinaak tegelijk in de olie zit. Zo worden de schillen gelijkmatiger krokant.

Haal de pastinaak uit het frituurvet en laat uitlekken op wat keukenpapier. Bestrooi met wat zeezout.

Zodra de soepgroenten lang genoeg gekookt hebben (de pastinaak en knolselderij zijn zacht, je prikt er makkelijk doorheen met een vork), dan pureer je de soep met de staafmixer.

Eventueel kun je de soep nog door een zeef halen om alle oneffenheden te verwijderen.

Nu kun je eventueel ook extra bouillon toevoegen om de soep wat dunner te maken, dat ligt er maar net aan wat je lekker vindt.

Breng de soep verder op smaak met peper en zout.

Verdeel de soep over de borden. Schenk er een lepel peterselie-olie in en strooi de spekjes en pastinaakchips eroverheen.

Smakelijk!

 

Kletskoppen

Zin om met oud en nieuw iets zelfgebakken te serveren maar geen zin om uren in de keuken te staan? Deze kletskoppen zijn echt TE easy en zo klaar! Het is waarschijnlijk het makkelijkste recept op de blog so far, maar met grote impact! Ik maakte ze als onderdeel van het kerstdessert in 2017 (hou de blog in de gaten, het complete dessert komt ook snel online!) en mijn gasten waren onder de indruk. Ze vonden deze rakkers veel lekkerder dan de kletskoppen die je in de winkel koopt. Nou, dat is nou nog eens een compliment!

Maar pas op, ze zijn zo lekker en vooral lekker luchtig dat je er zo 5 achter elkaar hebt weggewerkt. Krijg je dus veel gasten, kun je misschien beter een dubbele portie afbakken! Je kunt ze makkelijk ook zo’n 1-2weken bewaren in een afgesloten doos. Over de oorsprong van de naam het koekje zal ik het niet hebben, die vond ik zelf namelijk niet heel erg smakelijk om te lezen. Google is uiteraard je beste vriend als je toch interesse hebt, maar beter doe je dat nadat je een flinke portie van deze boys hebt weggewerkt.

Bereidingstijd: ~10 min (+7min baktijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ~25 stuks:

  • 60 gram amandelen
  • 60 gram bloem
  • 60 gram ongezouten roomboter
  • 150 gram licht bruine basterdsuiker
  • 0,5 tl kaneel
  • snufje zout
  • 3 el water

Extra benodigdheden:

  • bakpapier

Stappenplan:

Verwarm de oven op 180°C.

Meng de bloem met de kaneel en zout en roer door elkaar.

Hak de amandelen fijn, dit kan met de hand of met een keukenmachine. Het hoeft niet ragfijn allemaal, er mogen best hier en daar nog wat redelijk grotere stukjes in zitten.

Smelt de boter in een pannetje, let op dat hij alleen smelt en niet bruin wordt.

Voeg de suiker toe aan de boter en roer door elkaar totdat het een geheel wordt.

Voeg dan ook het water toe en daarna het bloemmengsel beetje bij beetje, totdat alles mooi opgenomen is.

Roer de amandelen erdoor en laat enkele minuten staan zodat het iets dikker kan worden.

Beleg de bakplaat met bakpapier of gebruik een siliconen bakmat.

Leg hierop kleine hoopjes van het mengsel, zo groot als een 2 euromunt. Niet veel groter, want ze lopen nog flink uit tijdens het bakken. Leg de hoopjes daarom ook niet te kort op elkaar. Je kunt er max 9 per bakplaat doen (afhankelijk van de grootte van je bakplaat uiteraard), dus je zult het in porties moeten bakken.

Bak de koekjes zo’n 7min af in de oven, of totdat ze mooi goudbruin zijn.

Haal de uit de oven en schuif het bakpapier met de koekjes op een rooster of ander koel ondervlak. Dit voorkomt dat de koekjes nog verder doorgaren op een hete bakplaat en zorgt er ook voor dat de koekjes uitharden zodra ze afkoelen.

Bak dan de volgende batch koekjes af in de oven totdat al het mengsel op is.

Smakelijk!

13x Kerstdiner inspiratie

Zoals mijn trouwe volgers inmiddels weten zit ik voor mijn werk 3 weken in India. Dat is natuurlijk helemaal niet erg, want in plaats van dat ik bibberend onder een dekentje moet kruipen, druipt hier het zweet van mijn voorhoofd en kan ik dus nog lekker even mijn voorraad vitamine D bijwerken. Dat betekent helaas wel dat ik dit jaar geen tijd had om lekkere kerstrecepten uit te werken voor jullie.

Natuurlijk staan er al enkele recepten op de blog die wat mij betreft perfect in elk kerstmenu passen, zoals deze beef wellington, deze pompoen-ravioli of deze coquilles met pastinaak. Of in de zoete categorie deze panna cotta of dit chocolade nagerecht met rozemarijn-ijs wat ik 2 jaar geleden voor mijn kerstmenu maakte. Maar toch wilde ik dit jaar wat extra aandacht schenken aan heerlijke kerstrecepten. Kerst is voor mij namelijk het familiefeest van het jaar. Dit heeft meerdere redenen. Ik ben niet gelovig, dus kerst is voor mij niets religieus. Voor mij is kerst echter wel het moment van het jaar om even goed stil te staan bij al het goede in mijn leven en dit geluk samen met mijn familie te vieren. Tweede reden dat ik kerst zo belangrijk vind is omdat dit een van de zeldzame momenten in het jaar is dat mijn familie compleet is. Mijn broer woont niet helemaal in de buurt en die zie ik dus niet zo heel erg vaak. Die enkele momenten per jaar dat we dus allemaal samen zijn, zijn voor mij extra speciaal.

Om deze redenen, maar ook omdat ik koken nou eenmaal echt heel erg leuk vind, pak ik dus altijd flink uit met het kerstdiner. Al enkele jaren verzorg ik, met een beetje hulp van moeders, een 4-gangen diner, dat natuurlijk rijkelijk aangevuld wordt met goeie flessen wijn (waar papa al weken voor kerst mee bezig is) en een kerstboom vol kadootjes. Zodra de eerste pepernoten in de supermarkt liggen, wat natuurlijk stiekem belachelijk vroeg is, beginnen mijn hersenen overuren te draaien. Wat zal ik dit jaar eens met kerst maken? Elk vrij uurtje dat ik heb droom ik over het menu. Okee, het is echt niet zo dat het mijn leven beheerst, maar ik ben er wel echt veel mee bezig. In gedachten dan, want ik wil niet dat mensen me voor gek verklaren als ik in september al begin over het kerstdiner. Zo krijgt langzaam week na week een nieuw stukje diner vorm en uiteindelijk ongeveer een week voor kerst weet ik helemaal tot in de puntjes wat ik wil gaan maken. Wat het kerstmenu voor dit jaar wordt, dat hou ik nog heel even voor me.

Om jullie toch wat kerstdiner inspiratie te geven dit jaar, heb ik mijn medefoodbloggers gevraagd om input. Via een facebookgroep speciaal voor foodbloggers vroeg ik ze om hun beste kerstcreaties. Ze deelden massaal recepten met me, die ik dan weer met jullie mag delen. Ik kreeg zelfs zo ontzettend veel reacties van medebloggers dat ik ze moeilijk allemaal kon delen. Ik koos er dus voor om van elke blogger het lekkerste of leukste recept op te sommen in deze roundup. Van voor- tot nagerechten, van simpel tot uitdagend en zelfs enkele vega(n) recepten. Een voor een liep het water in mijn mond bij het lezen van de recepten en zien van hun foto’s. Als jullie daar geen inspiratie van krijgen???


Voorgerechten:

Avocado-komkommer soep:

Hoewel bij ons thuis kerst zeker niet in het teken staat van gezond doen en we dus absoluut geen calorieën tellen, zal dat niet in elk huishouden gelden. Reden genoeg dus om ook enkele gezonde recepten te highlighten. Cora bedacht deze avocado-komkommer soep, een perfect licht en vooral gezond voorgerecht voor een (gezond) kerstdiner. Cora, eigenaar van Cultfood, kookt op haar blog veel met eigengeteelde producten en probeert de lezer mee te nemen naar de oorsprong van haar gerechten. Erg leuk om te lezen allemaal.

Vega ravioli van rode biet:

Wauw, wat een prachtig gerecht. Dit blijkbaar simpele gerecht zal zeker weten elke gast laten verbazen. Want het ziet er verbazingwekkend sjiek uit, wat dus perfect is voor als je indruk wilt maken op je schoonouders of wie dan ook. Deze ravioli gemaakt van rode biet en gevuld met geitenkaas kan iedereen maken. Het is een vegetarisch gerecht, maar volgens mij zou elke vleeseter dit met alle liefde voorgeschoteld krijgen. Bedankt voor dit recept, Andrea van Anniepannie.

Vega christmascracker:

Je kent vast wel de ‘christmascracker’, een knalbonbon waar meestal een speeltje of spreuk in zit. Vriendinnen Vivian en Marjolein van de blog ‘Foodies have arrived‘ bedachten een kerstgerecht rondom deze christmascracker. Deze champignoncracker is gemaakt van een mix van paddenstoelen en bladerdeeg en daarom een goed vegetarisch alternatief voor een voor- of hoofdgerecht tijdens het kerstdiner. Heb je een mix van vega en non-vega gasten, dan kun je natuurlijk variëren met de vulling door er bijvoorbeeld kip aan toe te voegen. Ik vind hem leuk bedacht!

Pasteitjes met brie, honing & tijm:

Een gerecht wat bij ons thuis vrijwel elke kerstavond op tafel verschijnt is het pasteitje. Meestal met een ragout van champignon of kip. Omdat de dag van kerstavond meestal nog gewoon gewerkt moet worden hebben we dan namelijk nog geen tijd om uitgebreid te koken. Een pasteitje is dan lekker simpel, maar wel heel lekker. Nou gaf Maris van de ‘Flying Foodie‘ mij dit recept voor pasteibakjes met brie, honing & tijm. Daar had ik zelf nou nog nooit over nagedacht, om eens wat anders te serveren dan ragout bij je pasteitje. Ziet dit er niet overheerlijk uit? Nu deelde Maris nog een ander gerecht met me, wat ik jullie eigenlijk niet wilde onthouden. Deze pannenkoekjes met zeekraal en rivierkreeftjes zien er ook TE kerstig uit, niet?

Wildbouillon met gerookte eend:

Een licht, feestelijk en smaakvol voorgerecht. Wie wil dat nou niet aan zijn gasten voorschotelen? Het recept voor deze wildbouillon met gerookte eend komt van ‘de kokende zussen‘. Omdat ze kant- en klare gerookte eend gebruikten, heb je niet de ellende van het zelf roken en kan deze soep dus eigenlijk niet misgaan. Wederom een prima voorgerecht voor elk kerstmenu.

 

Hoofdgerechten:

Konijn met bier en chorizo:

Konijn kan altijd, toch eten wij het zelden. Zonde eigenlijk, want het is zo lekker. Elsa van ‘ElsaRblog‘ bedacht dit recept met konijn, chorizo en bruinbier. Volgens haar is het een perfect recept voor kerst. Dat geloof ik wel, want wie wil er nou niet alcohol verwerkt in zijn eten met kerst, en knapperige chorizo lust ik ook altijd wel. Ziet het er niet lekker uit? Volgens Elsa is het ook nog eens niet moeilijk om te maken, dus zeker het proberen waard voor de ietwat onervaren hobbykoks onder ons.

Pasta met saus van eend:

Bij een goed kerstdiner hoort een stuk wild. Dat is althans het motto wat bij ons thuis al jaren geld. Mijn vader is een echte wildliefhebber en normaal eten we niet zo vaak wild dus dat maakt het extra speciaal met kerst. Normaliter is dat echt een homp vlees, zoals een hertenbiefstuk. Nooit over nagedacht om wild eens te verwerken in saus, zoals in dit recept van pasta met een saus van eend. Wat ziet dat er lekker uit, en ik hou niet eens zo heel erg van eend. Op ‘Eerst Koken‘ vind je zelfs nog meer interessante recepten die wat mij betreft ook prima thuishoren in een goed kerstmenu, zoals deze witte chocolademousse met karamelpopcorn.

Pulled everzwijn:

Vergeet pulled pork & pulled chicken. Met kerst ga je voor speciaal. Staat kerst bij jullie niet in het teken van sjiek dineren, maar gewoon lekker eten of wellicht zelfs een winterbbq, ga dan deze uitdaging aan en probeer eens pulled everzwijn te maken. Volgens ‘de BBQ Bastard‘ brengt dit gerecht een ‘erg feestelijke warm gevoel’ met zich mee en leent het zich dus bij uitstek voor een kerstdiner. Of het nou voor kerst is of niet, dit gerecht staat bij deze op mijn to-do lijstje.

Kalkoenfilet met paddenstoelensaus en cranberries:

In USA wordt de kalkoen volop geserveerd tijdens thanksgiving, dat elk jaar in November plaatsvindt. Maar ook met kerst misstaat deze rakker niet op tafel. Je kunt je natuurlijk wagen aan een gevulde kalkoen, zoals ze dat in USA doen. Maar je kunt het ook iets simpeler houden, en deze kalkoenfilet met een paddenstoelensaus en cranberries op tafel toveren. Door de toevoeging van de cranberries krijgt dit gerecht een ontzettend feestelijke uitstraling en omdat het simpel en snel te bereiden is, is het een prima recept voor een zorgeloze kerst. Bak de filetjes niet te lang, want kalkoen droogt iets sneller uit dan kip. Wil je het gerecht extra kerstig maken? Serveer er dan deze kerstkranssalade bij. Wat een plaatje, dankjewel Hanneke van Culinea.nl!

Kerst in Indiase sferen:

Hoe toevallig dat Johanneke van ‘Bijna net zo lekker als thuis‘ een Indiaas kerstmenu op de blog heeft staan. Zo kan ik jullie toch nog een beetje inspireren vanuit het land waar ik mij momenteel bevind. Want ik ben in deze 3 weken echt van de Indiase keuken gaan houden. Of ik het zelf als kerstdiner zou voorschotelen, dat weet ik niet. Maar voor elk ander diner, absoluut! Het leuke aan Indiaas eten is dat je aller lekker deelt in plaats van elk je eigen bord hebt. Dat past dan natuurlijk wel weer in de kerstgedachten. Deze lamscurry met amandelen zou in dat geval dus prima op zijn plaats zijn.

Desserts:

Veenbessentaart met oreo’s:

Wat een plaatje, deze veenbessentaart met oreo’s. Het water loopt mij echt in de mond bij het zien van deze foto. Niet alleen omdat het lekker uitziet, maar het klinkt ook nog eens heerlijk. Een echt feestelijk recept wat perfect bij de kerstdagen past. Door gebruik van de veenbessen (cranberries) zal deze taart niet al te zoet zijn, maar juist in balans met ook een licht zuurtje erin. En je kan hem ook nog eens 2 dagen van tevoren maken, waardoor je stressvrij met kerst zelf bent. Op de blog eenlepeltjelekkers.be toont Annelies dat ze in België ook een fijn gevoel voor lekker eten hebben. Wat een ontzettend fijne recepten heeft ze op haar blog staan. Zo nu en dan komt er een ingrediënt naar boven waar ik nog nooit van heb gehoord, maar met een beetje gegoogle leer je al snel wat de Nederlandse variant ervan is. Zo vind je er ook een heerlijke ceviche van zeebaars en een zeebaars met pompoenpuree welke ook zeker niet zouden misstaan in een kerstdiner.

Ijstaart met chocolade en mokka:

Vergeet de ouderwetse Viennetta ijstaart. Ondanks dat die stiekem echt wel heel lekker is komt hij stiekem elk gezinslid inmiddels de strot uit. Het is toch veel leuker om een zelfgemaakte ijstaart voor te schotelen? Lianne van de blog ‘De Zoetekauw‘ bedacht deze ijstaart met chocolade en mokka. Wat een plaatje. En je kan hem al een dag of 2 van tevoren maken, zodat je op kerstavond zelf geen keukenstress hebt. Perfect toch?

Kwarktaart met stoofpeertjes:

Stoofpeertjes laten mij echt gelijk aan kerstmis denken. Ik eet ze namelijk alleen met kerst, en verder eigenlijk nooit. Terwijl ze stiekem wel heel lekker zijn. Deze kwarktaart met stoofpeertjes is dus wederom een prima dessert dat al een dag voor kerst gemaakt kan worden om keukenstress te voorkomen. Vyella van ‘Vyella.nl‘ gebruikt zelfs kant- en klare producten om je kerststress nog minder te maken. Een kind kan de was doen, en toch zul je je gasten verrassen met dit heerlijk winters gerecht.

Boerenkoolstamppot 2.0 met gehaktballetjes

Dit gerecht ziet eruit als gewone boerenkoolstamppot met gehaktballen en wat jus, niet? Niets is wat het lijkt. Dit is mijn boerenkool met een twist. In plaats van gewone aardappel gebruikte ik zoete aardappel. Dat zie je niet omdat ik niet ging voor de oranje zoete aardappel, maar de geelgekleurde (niet perse express, de supermarkt had alleen maar de gele variant op voorraad). Zoete aardappels zijn namelijk in allerlei vormen, maten en kleuren verkrijgbaar en zijn dus niet alleen oranje.

Daarnaast maakte ik Aziatische gehaktballetjes, door het gehakt te kruiden met Aziatische smaken zoals gember en sojasaus en ook de saus bestaat uit deze Aziatische flavours. Ik vind zulke fusion keukens heerlijk, omdat het je smaakpapillen verrast en zelfs af en toe voor de gek houdt. Ik gebruikte zelf rundergehakt voor de gehaktballetjes, maar je kunt ook kippengehakt gebruiken als je nog een tikkeltje gezonder wilt gaan.

Bereidingstijd: ~30 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 personen:

Stamppot:

  • ∼1/1,2kg zoete aardappels
  • 500 gram boerenkool
  • 1 bouillonblokje rund of kip
  • 3 bosuien

Gehaktballetjes:

  • 500 gram runder- of kipgehakt
  • 2 cm verse gember
  • 2 teentjes knoflook
  • 3 bosuien
  • 3 el sojasaus
  • 2 el paneermeel
  • peper en zout
  • olie

Saus:

  • 2 cm verse gember
  • 2 teentjes knoflook
  • 3 el sojasaus
  • 3 el sriracha saus
  • 0,5 el sesamolie
  • 2 el gembersiroop
  • 2 el lichtbruine basterdsuiker
  • 1 el rijstwijn azijn
  • 1 el limoensap

Stappenplan:

Schil de zoete aardappels en snij in stukken van ongeveer 3 bij 3 cm.

Zet een pan met water op het vuur en doe het bouillonblokje erbij. Voeg de aardappels toe en breng aan de kook. Kook de aardappels in ongeveer 20min gaar.

Rasp de knoflook en gember voor de gehaktballen en meng met het gehakt. Snij 3 bosui in hele fijne ringetjes en meng ook dit door het gehakt met de sojasaus, paneermeel en peper en zout.

Meng het gehakt goed door elkaar en rol er balletjes van ongeveer 3cm dikte van.

Verhit een koekenpan met ongeveer 1-2 el olie en bak hierin de gehaktballen rondom goudbruin. Draai het vuur lager als het te hard gaat en laat nog enkele minuten doorbakken om de ballen ook van binnen te garen. Schep de gehaktballen uit de pan en zet even apart, de resterende olie en vleesrestjes kun je in de pan laten.

Voeg intussen de boerenkool bij de zoete aardappels en laat dit de laatste 5-10min meekoken.

Voeg de ingrediënten van de saus bij elkaar en doe dit in de hete pan waar je de gehaktballen in gebakken hebt. Breng de saus aan de kook en laat enkele minuten inkoken zodat hij iets dikker en stroperiger wordt.

Voeg de gehaktballen weer toe bij de saus en schep door elkaar zodat alle gehaktballen saus rondom hebben.

Draai het vuur laag of uit zodat de saus niet verder indikt. Snij intussen de resterende bosui in ringetjes.

Giet het vocht van de aardappels af, maar vang ongeveer 1 kopje kookvocht op.

Stamp de aardappels met de boerenkool samen tot een stamppot en breng op smaak met flink wat peper. Naar smaak kun je nog extra zout toevoegen. Voeg wat van het opgevangen kookvocht toe om hem wat smeuïger te maken.

Serveer de stamppot met de gehaktballetjes en schep de resterende saus nog extra over de gehaktballen. Bestrooi met wat gesneden bosui.

Smakelijk!

 

“Saffraanrisotto” met kabeljauw

Je zult je wellicht afvragen waarom de saffraanrisotto in de titel van deze blogpost tussen haakjes staat? Dat zal ik je vertellen. Dit is geen echte risotto, maar een gezondere variant ervan. De risottorijst heb ik vervangen door bloemkool, zodat het gerecht koolhydraatarm is. Want zoals mijn trouwe lezer inmiddels weet, probeer ik sinds enkele maandjes gezonder door het leven te gaan. Okee, uiteindelijk heb ik er alsnog wel een klein beetje echte risottorijst doorheen gedaan omdat Pim een ontzettend pruillipje trok toen ik vertelde dat we ‘neprisotto’ aten. Maar dat was in verhouding bijna te verwaarlozen, die hoeveelheid risotto. Mocht je dus niet geheel koolhydraatarm willen eten, voeg dan gerust risottorijst toe zoveel je zelf wilt. De stappen blijven in principe gelijk.

Het idee van deze risotto komt van Anja’s foodblog. Ik kreeg haar blog toegewezen voor de foodblogswap van deze maand en mocht dus iets uitkiezen om na te koken en mijn eigen draai aan te geven. Anja’s foodblog staat vol met lekkere recepten, waaronder ook enkele airfryer recepten voor de liefhebber. Maar toen mijn oog op dit gerecht viel wist ik meteen dat hem dit ging worden. Onlangs kreeg ik namelijk een lading saffraan uit eigen tuin van vriendinnetje Sophie, een uitgelezen kans om die eens te gebruiken dus. Dankjewel, lieve Sophie!

Ik vond het ontzettend bijzonder om van Anja’s blog te koken. Ik kwam erachter dat we beiden de ziekte van Crohn hebben. Voor mij betekent het hebben van deze ziekte tot nu toe nog niks extreems. Ik ben gezegend met het feit dat mijn ziekte al sinds de ontdekking zo’n 9 jaar geleden rustig is en dat ik ook qua voeding maar enkele kleine dingen heb waar ik op moet letten. Verder heb ik enkel last van erge vermoeidheid en af en toe buikkrampen, maar daar blijft het tot nu toe gelukkig zo’n beetje bij. Helaas zijn er genoeg mensen waarbij deze ziekte iets anders verloopt en die erg op voeding moeten letten of een ziekenhuis-in-ziekenhuis-uit leven leiden. Zo ook Anja, is op haar blog te lezen. Wat stoer dat ze na een lang ziekteperiode deze hobby heeft kunnen oppakken en toch weer van eten en koken kan genieten. Een voorbeeld voor mij, hoewel ik natuurlijk het allerliefste hoop dat mijn ziekte nog vele jaren rustig blijft.

Bereidingstijd: ~30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 bloemkool
  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • 1 buisje saffraan
  • 1 liter hete kippenbouillon
  • 0,5 glas droge witte wijn
  • 1 el olie
  • 100 gram risottorijst (optioneel)
  • 1 el roomboter (optioneel)
  • 1 courgette
  • 1 puntpaprika
  • 2 kabeljauwfilets
  • 1 el bloem
  • viskruiden
  • peper en zout

Extra benodigdheden:

  • grillpan (optioneel)

Stappenplan:

Haal het groen van de bloemkool en snij de roosjes eraf.

Rasp de stam van de bloemkool fijn en zet apart.

Pel en snipper de ui en knoflook.

Doe de saffraan in een kommetje en giet er een beetje heet water op.

Verhit de olie in een koekenpan en fruit de ui en knoflook op midden-laag vuur in 5minuten glazig.

Voeg de geraspte bloemkoolstam toe. Wil je nog echte risotto gebruiken, voeg deze dan ook nu toe en bak deze 1 minuut mee.

Voeg de wijn toe en laat deze inkoken tot het vocht verdampt is.

Voeg dan de saffraan met het vocht toe en een flinke lepel bouillon.

Blijf af en toe schudden met de pan maar probeer zo weinig mogelijk met een lepel te roeren in de pan.

Zodra al het vocht is opgenomen, voeg je een lepel nieuwe bouillon toe. Doe de resterende bloemkoolroosjes in de hete kippenbouillon.

Herhaal dit totdat de risotto gaar is. Als je echte risotto gebruikt, duurt dit ongeveer 20minuten. Gebruik je enkel bloemkool, dan duurt het iets korter. Proeven, proeven, proeven.

Voeg bij de laatste lepels vocht ook de bloemkoolroosjes toe uit de bouillon en prak deze lichtjes met een vork zodat het wat uit elkaar valt (en dus meer op risotto lijkt). Breng op smaak met peper en eventueel zout.

Verhit intussen ook een grillpan. Heb je geen grilpan, gril dan de groentes in de oven.

Maak de courgette en paprika schoon en snij in lange repen. Optioneel kun je ze lichtjes insmeren met olie, ik doe dat zelf eigenlijk nooit.

Gril dit in 3min per kant of totdat je mooie grilstrepen krijgt.

Dep de kabeljauwfilets droog met keukenpapier.

Besprenkel met viskruiden en wrijf er dan de bloem overheen.

Verhit olie of boter in een pan en bak hierin de vis bruin in ongeveer 3min per kant.

Serveer de saffraanrisotto van bloemkool met de gegrilde groentes en gebakken vis.

Smakelijk!

Vegan cupcakes

Ik ben zelf geen vegan en dat zal ik ook niet worden verwacht ik. Ik eet regelmatig vegetarisch want dat kan heel lekker zijn en ik probeer echt wel enigszins bewust vis en vlees te eten. Maar echt alles laten zal ik echt heel lastig vinden. Ik vind dingen zoals kaas en eieren echt veel te lekker om het voor altijd op te geven. Toch is dit mijn allereerste vegan recept op de blog. Waarom dan?, hoor ik je denken. Ik ging op bezoek bij enkele van mijn Indiase collega’s voor een diner. Als echte foodie kan ik natuurlijk niet met lege handen naar een diner gaan, dus ik beloofde voor het dessert te zorgen. Een van mijn Indiase collega’s is echter semi-vegan. Ik weet niet zeker of er een officiële naam voor is. Hij eet namelijk wel gewoon kaas bijvoorbeeld, maar hij eet dan weer geen eieren. Vegetarisch is dus ‘te min’ om zijn eetgewoontes aan te duiden, en vegan is eigenlijk weer ‘te veel’. Maar goed, dat maakt allemaal ook niks uit want het is maar een naam. Het kwam erop neer dat ik een dessert moest verzinnen waar geen ei in gebruikt werd. Bovendien moest ik het makkelijk kunnen vervoeren gezien het etentje niet bij ons thuis plaatsvond. Ik besloot dus om voor deze vegan cupcakes te gaan. Vooral ook omdat ze zo lekker snel en simpel te maken zijn. Ik moest ze namelijk maken terwijl ik tussendoor ook nog aan het werk was, dus echt heel veel tijd had ik niet. Perfect dessert dus in alle opzichten. Ik maakte 2 batches, één met en één zonder blauwe bessen.

Okee, ik beken eerlijk, de cupcakes met ei die ik een hele tijd geleden maakte, die vind ik persoonlijk toch wel lekkerder. Ze zijn net wat smeuïger dan deze rakkers. Toch was ik absoluut verbaasd over deze vegan cupcakes. Ik wist niet zeker of het ging lukken aangezien de natte ingrediënten eigenlijk alleen olie en water zijn, maar wonder boven wonder kwamen er gewoon prima cupcakes uit! Die met blauwe bessen vond ik zelf nog net wat lekkerder dan die zonder. Al met al toch wel een geslaagd experiment dus.

Bereidingstijd: ~10 min (+25min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 12 stuks:

  • 65 gram bloem
  • 185 gram zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 100 gram fijne kristalsuiker
  • 1 verse vanille boon (of 1 el vanillearoma)
  • 1 tl bak soda (= 1 zakje)
  • 1/2 tl zout
  • 1 tl natuurazijn
  • 80 ml plantaardige olie (zonnebloem or arachide)
  • 250 ml koud water
  • optioneel: 1 doosje (diepvries) blauwe bessen
  • topping naar keuze

Extra benodigdheden:

  • cupcake bakvorm
  • cupcakepapiertjes

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 175°C.

Doe alle droge ingrediënten bij elkaar en roer door elkaar. Voeg dan het water, de olie en azijn toe en meng kort door elkaar totdat alle droge ingrediënten zijn opgenomen. Gebruik je verse vanille, snij dan de boon doormidden en schraap het binnenste eruit. Doe dit bij het mengsel en roer erdoorheen. Gebruik je blauwe bessen, roer deze dan ook erdoor en hou er eventueel een paar apart als topping.

Doe de cupcakepapiertjes in de cupcake bakvorm en schep in elk papiertje een beetje van de mix totdat het papiertje voor ongeveer 2/3e gevuld is.

Bak de cupcakes in ongeveer 25min in de oven. Prik er met een prikker in om te zien of ze gaar zijn, komt deze er schoon uit (of met enkele droge korreltjes) dan zijn ze goed. Ik had zelf 1 batch met blauwe bessen en 1 batch zonder gedaan. De batch met blauwe bessen had iets langer nodig in de oven, ongeveer 30 minuten. Haal ze uit de oven en laat afkoelen.

Maak een topping naar keuze. Ik maakte zelf enchanted cream met een kant- en klare bakmix van FunCakes, en deed daar citroenrasp en sap doorheen. Ik gebruikte hiervoor gewone melk dus stiekem is mijn topping niet vegan, maar deze topping kan ook met water gemaakt worden. Eigenlijk wilde ik glazuur maken voor erop zodat het echt voor de volle 100% vegan zou blijven, maar vriendlief was de poedersuiker in de winkel vergeten. Mocht je toch poedersuiker in huis hebben, dan kun je poedersuiker mengen met citroensap en/of water totdat je een licht papje hebt. De verhouding hierbij is ongeveer 1 el vloeistof op 40 gram poedersuiker, maar voeg beetje bij beetje vloeistof toe totdat je de gewenste dikte hebt bereikt. Ik strooide er gouden sprinkels op, maar ook daar kun je natuurlijk kiezen wat je wilt; vers fruit, chocoladeschaafsels, marshmallows, het kan allemaal.

Smakelijk!