Honeycomb (honingraat)

Honeycomb is echt een van mijn favoriete zoetigheden. Ik ontdekte het voor het eerst in 2009 toen ik voor studie in Australie zat. Daar verkopen ze crunchies; een snoepreep gemaakt van honeycomb met een chocoladelaagje eromheen. Yummy wat is dat lekker zeg! Over het algemeen ben ik meer een hartig type, maar als ik ergens een crunchie zie liggen kan ik die toch niet aan mijn neus voorbij laten gaan. Helaas, inmiddels 9 jaar later, heeft de crunchie nog steeds Nederland niet bereikt. Maar je kunt honeycomb ook makkelijk zelf maken! Het is eigenlijk een soort chemische reactie van suiker met de bicarbonaat, waardoor je de ‘honingraat-achtige’ structuur krijgt. Het kost echt nog geen 15 minuutjes om te maken, okee je moet het ook even laten afkoelen. Maar daarna issie ready for eating. Je kunt de honeycomb gewoon zo eten, ook leuk als kadootje. Ik heb het zelf ook al eens in een dessert verwerkt, dat erg in de smaak viel; zie dit recept. Ook maakte ik er onlangs nog iets lekkers mee. Wat dat gaat zijn zie je binnenkort op de blog.

Bereidingstijd: ~15min (+30min koeltijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 150 gram witte basterdsuiker
  • 2 el water
  • 2 el honing/golden syrup
  • ongeveer 4 gram bicarbonaat (1,5 tl; te koop bij o.a. Dille & Kamille)

Extra benodigdheden:

  • suikerthermometer
  • bakpapier

Stappenplan:

Om de honingraat te maken meng je de suiker, water en honing in een pan met dikke bodem. Neem een ruime pan want dit gaat straks flink in volume toenemen.

Zet intussen ook een schaal klaar die je bekleed met bakpapier. Ik gebruikte hiervoor een redelijk kleine ovenschaal van ongeveer 20x30cm. Hoe kleiner de schaal, hoe hoger je honeycomb wordt natuurlijk. En hoe groter je schaal, hoe lager je honeycomb wordt.

Verwarm het suikermengsel tot 150°C zonder te roeren. Pas op, het mengsel is gloeiend heet dus kom er niet met je handen aan!

Als de mix precies 150°C is, haal je de pan van het vuur en mix je de bicarbonaat er snel in met een garde. Roer goed, maar wees snel, het mengsel zal beginnen te bubbelen.

Giet het mengsel zo snel mogelijk in de met bakpapier beklede schaal en laat goed afkoelen, ongeveer 30 minuten.

Zodra het afgekoeld is kun je het uit de schaal halen en in stukken breken (gebruik eventueel een mes hiervoor).

Smakelijk!

Spinazie risotto met zalm

Als er een gerecht is dat wij regelmatig eten thuis, dan is het risotto. Natuurlijk hebben we onze favoriete variant, met champignons en port salut. Maar zo af en toe moet er natuurlijk eens gevarieerd worden. We maakten deze keer een visrisotto, met een heerlijk perfect gebakken stukje zalm. Ik gebruikte voor de risotto ook visbouillon, zodat de risotto beter aansluit bij de vis qua smaak ook. Omdat er in risotto natuurlijk eigenlijk wel een beetje kaas hoort, en we nog een stukje port salut kaas in de koelkast hadden liggen, ging die er dus ook in. Ik dacht dat het raar zou worden, vis met kaas. Maar dat was het absoluut niet. De kaas maakt de risotto lekker smeuïg. En eigenlijk als je je bedenkt, doen we ook altijd roomkaas bij gerookte zalm. Dus zo gek was dat nog niet. Je bent natuurlijk vrij om de kaas weg te laten of te vervangen door een andere kaas, zoals parmezaan, wat ook veel in risotto’s gebruikt wordt. Hoe dan ook, dit was lekker en zo klaar, dus hop, maken die hap! Schrik niet af van risotto, men zegt altijd dat dit zo lastig is om te maken. Ik ben het daar niet mee eens! Wellicht maak ik mijn risotto niet zoals de echte foodcritics hem graag zouden hebben, maar hij is verrukkelijk en daar draait het uiteindelijk toch om?

Bereidingstijd: ~30min    Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 400 gram spinazie
  • 8 zongedroogde tomaten
  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • ∼ 80 gram port salut kaas
  • 100-150 gram risottorijst (afhankelijk van hoeveel je eet uiteraard)
  • 2 stukken zalmfilet
  • 2 visbouillonblokjes
  • 3 el olie
  • peper en zout
  • 2 tl viskruiden

Stappenplan:

Snipper de ui en de knoflook.

Maak 1 liter bouillon met de bouillonblokjes.

Verhit een koekenpan met een klein scheutje olie en slink hierin de spinazie. Doe de spinazie in een kom en zet apart tot later.

Voeg opnieuw een scheutje olie toe aan de pan en fruit hierin de ui en knoflook.

Voeg de risotto toe aan de pan en beweeg met de pan zodat alle rijstkorrels een laagje olie krijgen. Doe dit door met de pan te bewegen en niet met een spatel in de rijst te roeren.

Optioneel kun je nu een flinke scheut wijn toevoegen. Ik heb dit niet gedaan omdat ik geen wijn open had staan. Doe je het wel, wacht dan met de volgende stap totdat de wijn verdampt is.

Voeg, beetje bij beetje, de bouillon toe aan de risottorijst. Voeg telkens zoveel toe dat de rijst net onder het vocht staat. Voeg pas weer de volgende scheut toe als het vocht helemaal is opgenomen/verdampt en de rijst dus weer om nieuw vocht ‘schreeuwt’. Herhaal dit totdat de risotto gaar is. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Je hebt wellicht niet alle bouillon nodig hiervoor. De rijst is gaar als hij zacht van buiten is, maar nog net een bite heeft van binnen.

Snij de zongedroogde tomaat en port salut in kleinere blokjes.

Dep intussen ook de zalm goed droog met keukenpapier en strooi er viskruiden op.

Verhit een pan met een scheutje olie en bak hierin de zalm zo’n 3-4 minuten aan elke kant op middelmatig vuur, totdat hij net gaar is en dus boterzacht is.

Zodra de risotto gaar is, voeg je de spinazie, zongedroogde tomaat en kaas toe en roer je dit door elkaar. Breng op smaak met peper (en eventueel zout, maar vergeet niet dat bouillon en port salut ook al zout bevatten).

Verdeel de risotto over de borden en leg de zalm er bovenop.

Optioneel kun je nog wat citroensap over de risotto en zalm doen om hem extra fris te maken.

Smakelijk!

Kip stroganoff

Het koken van kip stroganoff staat al letterlijk sinds dag 1 dat ik een blog heb op mijn to-cook-lijstje. Heb jij ook zo’n lijstje? Mijn lijstje wordt maar langer en langer en zo af en toe lukt het me eindelijk eens om een gerecht van de lijst te maken. Natuurlijk sloeg ik me voor mijn hoofd bij het proeven van deze kip stroganoff, want waarom heb ik dat niet eerder gemaakt? Een heerlijk mals kippetje, met lekkere groentes in een superrijke saus. Ik weet niet zeker of het aan de wodka ligt die door de saus gaat, maar voor mij had de saus zelfs een beetje een zoetige ondertoon die ik totaal niet had verwacht. En misschien wel nog leuker, het staat in een mum van tijd op tafel en is dus prima geschikt voor een doordeweekse avond. Behalve als je zwanger bent wellicht, of kleine kindjes hebt. Natuurlijk kun je de wodka ook weglaten, maar of je het dan nog wel kip stroganoff mag noemen?

Stroganoff wordt meestal gecombineerd met rundvlees. Ik hou zelf niet zo erg van rundvlees dus ging ik voor kip. Stroganoff is namelijk puur de benaming voor de saus. Dus je mag hem lekker serveren met wat je zelf wil. Er gaan zoveel varianten van de saus de rondte, dat volgens mij niemand meer echt weet wat de oorsprong van het recept is en wat er dus echt in hoort en wat niet. Of dit in de buurt komt van originele stroganoff of niet, hij is wel verdomde lekker. En daar gaat het natuurlijk uiteindelijk om!

Bereidingstijd: ~30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • ±300 gram kipdijfilet
  • 1 potje tomatenpuree
  • 100 ml creme fraiche
  • 1 ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 rode paprika
  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 75 ml wodka
  • 1/2 bouillonblokje kip of groenten
  • 1 tl (gerookt) paprikapoeder
  • 4 el verse peterselie
  • 150-200 gram (Tilda Basmati & wild rice) rijst
  • peper & zout
  • olie

Stappenplan:

Snij de kip in stukjes.

Kook de rijst gaar zoals aangegeven op de verpakking.

Snij de ui, knoflook, paprika & champignons in blokjes en/of reepjes.

Verhit een scheutje olie in een koekenpan en bak hierin de kip rondom bruin.

Haal de kip uit de pan.

Voeg eventueel nog wat olie toe aan de pan (indien nodig) en doe de groentes in de pan.

Bak de groentes op hoog vuur gaar in zo’n 3-4minuten.

Voeg de tomatenpuree, paprikapoeder en wodka toe en bak dit 3 minuten mee. Roer af en toe.

Voeg het bouillonblokje en de creme fraiche toe en roer door elkaar.

Voeg de kip terug toe.

Laat de saus nog zo’n 5 minuten pruttelen.

Snipper intussen de peterselie.

Doe de helft op het allerlaatst bij de saus en roer door elkaar.

Serveer de stroganoff saus met de rijst en bestrooi met de rest van de peterselie.

Smakelijk!

 

 

Nacho-style kikkererwten

Als kersverse ambassadeur van de TexMex keuken kreeg ik enkele producten van Santa Maria thuisgestuurd evenals een thema om mee te werken. Dit thema was ‘Vega Tex Mex’, gelijk een redelijk pittige opdracht natuurlijk gezien ik geen vegetariër ben. Natuurlijk eten we thuis wel vaker vegetarisch, maar vallen dan toch ook wel gauw terug op onze favorieten, zoals deze risotto. Toch kreeg ik gelijk superveel inspiratie en dus ook gelijk zin om aan de slag te gaan.

Het eerste gerecht is deze nachoschotel van kikkererwten. Ik verving de nachochips en het gehakt door kikkererwten. Ja, ik serveerde er toch een klein beetje nachochips bij voor de lekker, maar natuurlijk niet zoveel als je normaal bij een nachoschotel eet. Je kunt ook zelf tortillachips erbij maken door wraps te kruiden en in de oven krokant te bakken. Uiteraard kun je ook zelf gehakt toevoegen, of zelfs vegetarisch gehakt, zoals dat in veel nachoschotels geserveerd wordt. Maar als je het mij vraagt is dat compleet overbodig door de toevoeging van de kikkererwten. Kikkererwten zitten boordevol vezels en proteïnen en zijn dus een prima vervanging voor vlees.

De toppings die ik erbij deed, guacamole en zure room, kun je natuurlijk weglaten of vervangen als je dat lekkerder vindt. Je kunt natuurlijk ook een tomatensalsa erbij serveren of een nacho-kaassaus. Ik vond persoonlijk deze combinatie van ingrediënten echt perfect. Zelfs vriendlief vond dit een geslaagd gerecht, terwijl hij normaliter niet zo veel van kikkererwten en avocado moet hebben. Dus als dat niet de graadmeter is van de lekkerheid van dit gerecht, dan weet ik het ook niet meer.

Bereidingstijd: ~15min (+40m oventijd)    Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 2 blikken kikkererwten a 410 gram
  • 1 blikje mais a 150 gram
  • 1 zakje Santa Maria Chili con carne seasoning mix
  • 1 rode ui
  • 3 bosui
  • 2 zoete puntpaprika
  • 200 gram cherrytomaatjes
  • 100 gram geraspte kaas
  • 4 el verse koriander
  • 1 el olie
  • 2 rijpe avocado’s
  • 1 zakje Santa Maria guacamole dipmix
  • 1 bakje zure room

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Spoel de kikkererwten af onder de kraan en laat uitlekken.

Snij de tomaatjes door midden en de paprika in reepjes.

Snipper de rode ui.

Doe de kikkererwten met de tomaten in een kom en bestrooi met de chili con carne seasoning mix en de olie.

Verspreid de kikkererwten en tomaten op een bakplaat en bak af in de oven voor ongeveer 40 minuten.

Voeg na 15 minuten de paprika en rode ui toe op de bakplaat en hussel de kikkererwten door elkaar.

Maak intussen de guacamole door de avocado’s te prakken en te mixen met de guacamole seasoning mix. Voeg de resterende ui toe en roer door elkaar.

Snij intussen de bosui in reepjes en laat de mais uitlekken.

Snij ook de koriander grof.

Voeg de laatste 5 minuten de mais, bosui, koriander en kaas toe aan de kikkererwtenmix zodat de kaas lekker kan smelten over het geheel.

Haal de kikkererwtenmix uit de oven en verdeel over borden.

Serveer met de guacamole en zure room.

Smakelijk!

 

Eindhoven: De Restauratie

Vorige week is DE nieuwe ontmoetingsplek van Eindhoven geopend. Of, eigenlijk moet ik heropend zeggen. De stationshal van Eindhoven heeft de deuren tot de Restauratie opnieuw geopend. Het restaurant op de eerste verdieping aan de centrumzijde van het station. ‘Meet me under the clock’ is opnieuw van toepassing, gezien het restaurant zich precies onder de welbekende stationsklok van Eindhoven bevind. Vroeger werd dit al gebruikt als centrale ontmoetingsplek, toen we elkaar nog brieven schreven of met de vaste telefoon opbelden. Het restaurant is nieuw leven ingeblazen met een spectaculair interieur, dat luxe en klasse uitstraalt met mooie zwarte, gouden en marmeren accenten. Wat mij betreft perfect past bij de forensen onder ons. Heb je je trein gemist, of heb je om andere reden even wat tijd over? Dan kun je prima vertoeven in de restauratie en er zelf werk verrichten, er zitten door het hele pand stopcontacten. Het is van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat open.

Gezien ik zelf natuurlijk zo’n 12 jaar in Eindhoven gewoond heb, vond ik het dus fantastisch dat ik bij de opening aanwezig mocht zijn. Ofja, het was niet de officiële opening. Maar een lunch speciaal voor bloggers, een dag voor de officiële opening. Stiekem kwam ik veel te laat aan. Sinds ik niet meer in Eindhoven woon moet ik natuurlijk even rijden om er te komen. En laat nou net die dag de A2 afgesloten zijn. Uiteraard kwam ik daar pas in de auto achter en moest ik helemaal via Venlo omrijden. Gelukkig werd het eerste gerecht pas geserveerd toen ik aankwam. We kregen een 6 gangen lunch geserveerd met allerlei gerechten die op de kaart staan. Hun hele kaart maakt gebruik van ‘lokale helden’, zo noemen ze het zelf. Ze proberen lokale ondernemers een podium te geven om te shinen met hun producten. Zo vind je er de Brabantse worstenbroodjes van Houben en de biertjes van Stadsbrouwerij Eindhoven.

Ik moet eerlijk bekennen. Ik heb prima gegeten, de gerechten waren stuk voor stuk lekker, dus daar is niks op aan te merken. Maar stiekem vond ik de gerechten niet helemaal passen bij de klasse en luxe van de inrichting. Nu weet ik ook wel dat het geen sterrenrestaurant is en dat ik dus geen over de top gerechten moest verwachten. Maar het voelde toch een beetje vreemd om een tosti te gaan eten in zo’n mooi restaurant met marmeren tafels met gouden randjes. Maar aan de andere kant, zal dit precies zijn waar de ‘gewone’ mens en de forens op zit te wachten. Geen moeilijk eten, gewoon lekker en goed. Met een fijn zitplekje, met een leuk uitzicht. Zoek je dat? Dan zit je helemaal op je plekje bij de Restauratie.

Kijk vooral ook bij dit verslag van Adventurous Childs voor een nog betere indruk van de inrichting van restaurant (doordat ik wat laat was heb ik niet voldoende de tijd genomen om echt mooie foto’s te maken van het interieur helaas).

De website van De Restauratie, inclusief complete menukaart en openingstijden, vind je hier.

Avocado cheesecakejes met oreo bodem

Avocado in een cheesecake.. ooit gedacht dat je dat potentieel zou eten? Ik dus ook niet. Toch zie je het steeds meer op internet. Toen ik op de blog van ‘Mama’tje van alles’ dus een avocadotaartje zag wist ik gelijk dat ik dit deze maand wilde maken voor de foodblogswap. Ik had echt geen flauw idee wat ik kon verwachten qua smaak. Ik associeer avocado namelijk vooral met hartig en niet met zoet. Nu wordt er in het taartje van Mama’tje van alles ook andere hartige ingrediënten gebruikt, zoals pistachenoten. Ik koos er zelf voor er een iets zoetere variant van te maken, omdat ik dacht dat dit wellicht nog meer richting de ‘echte’ cheesecake zou gaan. Ik koos dus voor een bodem van oreo’s in plaats van dadels met pistachenoten. Ook belegde ik de taartjes met fruit in plaats van nog meer noten, om ook weer het zoete uit het taartje naar boven te halen. Verder gebruikte ik wel een beetje mascarpone erin om er ook echt een cheesecake van te maken.

Oordeel: ik ben er eerlijk gezegd nog niet helemaal over uit. Het is echt bedrog eerste klasse. Als je teveel denkt aan het feit dat je avocado eet, dan is het moeilijk om het zoete er doorheen te proeven. Maar als je gewoon denkt dat je cheesecake eet, dan valt dat dus weer reuze mee en is het eigenlijk best wel lekker zelfs. Maar die balans tussen met je ogen en met je hoofd eten is dus even goed zoeken en vergt wellicht wat oefening.

De taartjes zou ik niet al te lang bewaren. Ondanks de limoen erin heeft de avocado toch licht de neiging om bruinig te worden, net als veel fruit wanneer het te lang in de open lucht staat. Natuurlijk is het dan nog prima te eten maar ziet er net wat minder smakelijk uit. Dat gebeurde bij mij dus ook een beetje. Ik had de taartjes gemaakt maar moest vervolgens weg. Het duurde dus eventjes voor ik de taartjes op de foto kon zetten en kon proeven en ik had (stom!) niet de bovenkant bedekt waardoor ze dus lichtelijk bruin werden al. Ik denk wel dat het helpt om de bovenkant dus wel af te dekken met folie want het is vooral de lucht die de avocado bruin maakt.

Uiteraard kun je, net als bij elk ander recept, dit aanpassen naar hoe je het lekker vindt. Je kunt eens wisselen van toppings of net als mama’tje van alles ook noten gebruiken in het taartje. Wat mij nou voor een volgende keer wel weer leuk lijkt is om hier een soort hartig ontbijttaartje van te maken. Dit kun je doen door de oreo’s te vervangen door een bodem van havermout of muesli, vervang de mascarpone door kwark en je hebt een prima ontbijtje.

Ohja, en wil je dat de cheesecakejes helemaal glad uit hun vorm komen, dan kun je ze beter invriezen voordat je ze eruit haalt. Zoals je ziet heb ik dat niet gedaan waardoor de randjes niet helemaal glad zijn.. maar dat maakt voor de smaak verder natuurlijk helemaal niks uit!

Bereidingstijd: ~30min (+2u20m koeltijd)    Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 6 taartjes:

  • 1,5 pak oreos koekjes
  • 3 rijpe avocados
  • 3 el agavesiroop
  • 1 tl oranjebloesemwater
  • 60 gram kokosolie (gesmolten)
  • 125 gram mascarpone
  • sap & rasp van 2 limoenen
  • toppings: vers of diepvries fruit

Verdere benodigdheden:

  • 6 bakringen of springvormen (ik had 7cm doorsnee)
  • bakpapier

Stappenplan:

Leg de bakringen op een met bakpapier beklede bakplaat. Knip ook stroken bakpapier om de opstaande randen mee te bekleden.

Maal de oreokoekjes fijn in een keukenmachine. Als je geen keukenmachine hebt kun je dit ook in een vijzel doen of met een deegroller erop slaan (doe de koekjes dan wel in een gesloten zak).

Smelt de boter en doe dit bij het oreogruis. Meng door elkaar.

Verdeel het oreogruis over de 6 bakringen en druk het gruis goed aan met de bolle kant van een lepel. De randen moeten iets omhoog staan (zodat de randen dikker zijn dan het midden).

Zet in de koelkast voor minstens 20 minuten.

Haal het vruchtvlees uit de avocados en meng dit met de mascarpone, limoenrasp en sap, oranjebloesemwater, agavesiroop en gesmolten kokosolie door elkaar. Dit kan met de hand, maar als je een keukenmachine hebt is dat beter, je weet dan zeker dat de mix goed glad wordt.

Verdeel de avocadomix over de 6 bakringen en strijk zoveel mogelijk glad.

Dek de taartjes zoveel mogelijk af (de bovenkant kan namelijk bruinig worden als je dat niet doet en ze iets te lang staan, zoals bij mij een beetje het geval was) en zet in de koelkast voor minstens 2u om op te stijven.

Haal de taartjes voorzichtig uit hun bakvorm en beleg met fruit.

Smakelijk!

Kipstokjes met tzatziki en salade

Simpel maar doeltreffend. Zo zou ik dit receptje omschrijven. Ik maakte het voor mezelf toen Pim in India zat. Je kunt het makkelijk voor 1 persoon maken. De resterende kip kun je dan een dag later weer in een ander gerecht verwerken. Je kunt zelf kiezen of je het lekker gezond en koolhydraatarm houdt, of dat je er toch een wrap of brood bij serveert. Ik at het zelf zonder brood en dat was voor mij een prima avondmaaltijd. Lekker, simpel en licht. En vooral, snel klaar. Perfect voor een simpele doordeweekse dag dus! Marineer dan liefst wel de kip al de avond van tevoren, dan trekken de smaken er nog beter in. Ik hou sowieso echt van homemade tzatziki, dat kan ik elke week wel eten. Zo lekker fris! Uiteraard kun je deze kipstokjes ook lekker op de barbecue gooien! Nu nog lekker weer…

Bereidingstijd: ~ 35min (+30min marinadetijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • ∼350 gram kipdijfilet
  • 4 el olie (+ wat extra)
  • 4 teentjes knoflook
  • 1 el oregano (+ wat extra)
  • 1 tl gerookte paprikapoeder (als je dat niet hebt, dan is gewoon paprikapoeder ook goed)
  • 1 tl venkelzaadpoeder
  • peper en zout
  • 300 gr griekse yoghurt
  • 3 el verse dille
  • 2 komkommers
  • 2 tomaten
  • 75 gram feta
  • 1 rode ui
  • optioneel: olijven
  • optioneel: verse munt

Stappenplan:

Snij de kip in stukken of repen.

Meng de olie met 2 tenen knoflook, oregano, paprikapoeder en venkelzaad en ook wat peper en zout.

Verdeel dit over de kip en laat de kip minstens 30min marineren (maar liefst een hele nacht).

Was de komkommer en rasp fijn. Bestrooi met een snufje zout en laat 5 minuten staan in een zeef.

Pers de komkommer uit zodat het meeste vocht weg is.

Voeg de komkommer samen met de griekse yoghurt, dille, 2 tenen knoflook en peper en zout en meng tot een tzatzikisaus. Optioneel kun je nog munt toevoegen aan de tzatziki.

Verhit een grillpan op middelhoog vuur.

Rijg de kip op stokjes.

Grill de kip in 5-10 minuten gaar (afhankelijk van hoe hoog je vuur staat). Draai de stokjes af en toe om.

Snij intussen de rest van de komkommer, tomaat & ui in stukken en meng door elkaar.

Breek of snij de feta in stukken en meng door de groenten. Voeg ook de olijven toe als je dat lekker vind. (ik hou niet zo van olijven dus ik had ze niet toegevoegd)

Maak de salade aan met wat olie, oregano en peper en zout.

Serveer de kipstokjes met de tzatziki en de salade. Optioneel kun je nog wraps of ander brood erbij serveren.

Smakelijk!

Îles flot­tan­tes met nougatine

Jullie hebben onlangs al kunnen lezen dat ik met vriendin Manon een Frans 3-gangendiner kookte voor onze partners. Deze garnalenbisque en deze galette waren het voor- en hoofdgerecht. Natuurlijk hoort er ook een dessert bij een 3-gangendiner dus tadaa, here it is. We maakten Îles Flottantes, ook weg ‘floating islands’ of dus drijvende eilanden genoemd. Ik heb ze nooit eerder gegeten dus had geen idee wat ik kon verwachten, maar ik hou van merengueschuim, vanille en karamel dus dit kon alleen maar lekker zijn. Mijn oven was wel helaas nog net te warm van de galette die we ervoor maakten, met als gevolg dat het eiwitschuim iets bruiner is dan de bedoeling was (iets met geen geduld hebben). Maar desalniettemin was dit wel lekker. De vanillesaus is een crème anglaise. Het maken van deze crème anglaise luistert vrij nauw. Je mengt warme melk met koud ei, dus als je niet voorzichtig en snel werkt heb je gestold ei en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Maar als je de beschreven stappen goed volgt, moet het goedkomen. Hoe dan ook, met dit dessert maak je echt wel de blits op een mooi diner.

Bereidingstijd: ~ 45min (+15min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 4 eieren
  • 370 gram suiker
  • 400 ml melk
  • 1 vanillestokje
  • 1 el maizena
  • 60 gram hazelnoten
  • 100ml water
  • 30 gram boter
  • 100 ml slagroom
  • zeezout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 130°C.

Split de eieren, gooi 1x eiwit weg zodat je dus overblijft met 3x eiwit en 4x eigeel.

Doe het eiwit in een vetvrije kom en mix met de handmixer of keukenmachine. Zodra het eiwit op schuim begint te lijken voeg je lepel voor lepel 70 gram suiker toe. Mix door totdat er stijve pieken ontstaan en de suiker helemaal is opgenomen. Dit kun je testen door een beetje van het schuim tussen je vingers te wrijven, voel je nog korrels dan mix je nog even door.

Neem een met bakpapier beklede bakplaat en schep het eiwit hierop in 4 hoopjes.

Bak in de oven voor ongeveer 10-15min. totdat de buitenkant licht gedroogd is. Ik had de mijne stiekem op iets te warme temperatuur gebakken waardoor ze aan de buitenkant net wat bruiner zijn dan gewild. Maar nog lekker hoor!

Mix de 4 eidooiers met 100 gram suiker tot een romig, bijna wit geheel.

Doe de melk in een pan. Snij de vanilleboon door midden en schraap de zaadjes eruit. Doe de zaadjes en de vanilleboon bij de melk.

Breng de melk net onder het kookpunt. Draai het vuur uit en wacht 1 minuut.

Voeg een kleine hoeveelheid van de warme melk, onder goed roeren, toe aan het eigeel-suikermengsel. Roer goed zodat je geen gestold ei krijgt. Dit heet ‘familie maken’.

Voeg dit nu bij de rest van de melk en blijf goed roeren.

Los 1 el maizena op in 2 el koud water en voeg dit bij het vanillemengsel. Zet kort terug op een laag vuurtje en blijf roeren totdat hij ietsje meer gebonden wordt, zo’n 2minuten. Zet apart voor later.

Doe 100 gram suiker met 50 ml water in een steelpannetje op het vuur. Roer niet maar schud wel af en toe met de pan.

Rooster de hazelnoten kort in de pan. Zet een bord/plaat met bakpapier klaar.

Zodra het suikerwater omgetoverd is tot karamel, dus wanneer het een mooie goud/amberkleurige gloed heeft.

Voeg nu de geroosterde hazelnoten toe aan de karamel en roer door elkaar. Voorzichtigheid is geboden, want karamel is loeiheet!

Giet dit op het bord met bakpapier en laat uitharden.

Zodra de karamel is uitgehard, doe je dit in de keukenmachine en maal je het fijn or grof tot nougatine.

Doe nogmaals 100 gram suiker met 50 ml water in een steelpan en maak er weer karamel van zoals voorheen beschreven.

Zodra het suikerwater omgetoverd is tot karamel, haal je het pannetje van het vuur en voeg je de slagroom toe onder goed roeren.

Voeg ook de boter toe en roer totdat het een mooi geheel is. Naar smaak kun je meer slagroom toevoegen als je een dunnere karamel wilt.

Voeg ook flink wat zeezout toe aan de karamel, ongeveer 1 tl vind ik zelf het lekkerst.

Leg de eiwitschuimpjes in een kom. Schenk het vanillemengsel rondom.

Schenk er ook de karamelsaus overheen en bestrooi met nougatine.

Smakelijk!

Kip-chorizo burgers met avonaise

Pim en ik houden heel erg van burgers. We maken ze dan ook regelmatig als avondeten, meestal met een salade erbij en soms met aardappeltjes. Natuurlijk gaan we vaak voor dezelfde toppings, omdat we die simpelweg het allerlekkerst vinden. Maar af en toe willen we eens variëren. Zo kwam deze burger tot stand. Een heerlijk mengsel van kip & chorizo met verse bosui zorgt voor een sappige, smeuïge burger met een vleugje pit van de chorizo. Dat kun je ook wel zien aan de foto, want hij lekte een beetje sappen wat natuurlijk niet erg is. Wil je dat niet, laat dan de burgers een minuutje rusten op keukenpapier voordat je ze op het broodje legt. Ik gebruikte de chorizo van Monsieur Saucisson die ik onlangs kocht toen ik in de Markthal Rotterdam was voor de perslunch van Norman Musa. Je kunt natuurlijk ook gewone supermarktchorizo gebruiken. Qua kip gebruikte ik kipdijfilets, die zijn veel malser dan gewone kipfilet. Je zou ook al kant en klaar gehakt kunnen gebruiken als je dat fijner vindt. Hmm, wat waren ze lekker. Zeker voor herhaling vatbaar. Natuurlijk ook goed te bereiden op de barbecue zodra de eerste echte zonnestralen zich weer laten zien.

Bereidingstijd: ~20 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 burgers:

  • 200 gram kipdijfilets
  • 100 gram chorizo
  • 2 bosui
  • 1 avocado
  • 3 el olie
  • 75 gram feta + een beetje extra
  • peper en zout
  • 2 ciabatta broodjes
  • 1 rode ui

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine
  • grillpan

Stappenplan:

Bak de ciabatta broodjes af zoals aangegeven op de verpakking. (niet nodig als je vers afgebakken broodjes hebt natuurlijk!)

Snij de chorizo in grove stukken. Doe hetzelfde met de kip en bosui.

Maal de chorizo met de kip en bosui in de keukenmachine tot een soort gehakt. Eventueel kun je dit in delen doen als je maar een kleine keukenmachine hebt. Breng het gehakt op smaak met peper en zout.

Verdeel het gehakt in 2 gelijke delen en maak van elk deel een burger.

Verhit een grillpan op middelhoog vuur.

Wrijf de burgers lichtjes in met wat olie. Bak de burgers in ongeveer 8-10 minuten gaar. Keer halverwege.

Mix intussen de avocado met 2 el olie, 2 el water en de 75 gram feta in de keukenmachine.

Breng op smaak met peper (en eventueel extra zout, maar feta is ook al zoutig). Optioneel kun je nog 1 el limoensap toevoegen.

Snij de rode ui in fijne ringen.

Snij de ciabatta broodjes open. Smeer een gulle laag avonaise erop en bestrooi eventueel nog met wat extra feta.

Beleg met de burger en ringen rode ui en doe de deksel van het broodje erop.

Gebruik de eventueel resterende avonaise als dipsaus voor eventueel aardappeltjes of brood dat je erbij serveert. Of leng het verder aan met water en gebruik het als salade-dressing.

Smakelijk!

Oranjebloesemcake met pistache

Cake gemaakt met een siroop van bloesem. Ooit wel eens over nagedacht dat dat lekker kan zijn? Toch wordt er veel met bloemen gekookt, denk bijvoorbeeld ook maar aan lavendel of rozenblaadjes. Maar ook met courgettebloemen of bieslookbloemen wordt steeds vaker gekookt. Veel van deze bloemen hebben een vrij stevige aroma die je eerder aan parfum zal laten denken, maar als je het in de juiste hoeveelheid gebruikt kan het ook echt heerlijk zijn in je eten. Oranjebloesemwater komt vrij bij de destillatie van bloemblaadjes van de sinaasappelbloesem en is bijvoorbeeld ook een belangrijk onderdeel van baklava. Het wordt o.a. veel gebruikt in Arabische, Turkse  & Marokkaanse keuken, maar ook in de Indiase keuken maken ze er gebruik van. Oranjebloesemwater is ook heerlijk in hartige gerechten, je kunt het bijvoorbeeld eens over je couscous of salade sprenkelen (met mate dan, anders gaat het overheersen). Ik verwerkte het in een Arabisch geïnspireerde cake, want het gaat heel goed samen met smaken zoals pistache en amandel. Okee, dit is misschien niet voor iedereen weggelegd, gezien de gemiddelde Nederlander het niet gewend zal zijn om geparfumeerde smaken te proeven. Maar trust me, hij is wel echt lekker en absoluut het proberen waard als je eens iets bijzonders op tafel wilt zetten. De granaatappel maakt het lekker fris, je kunt dit natuurlijk ook vervangen door ander fruit als je dat lekkerder vindt.

Bereidingstijd: ~30 min (+45min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 200 gram ongezouten roomboter op kamertemperatuur (+ iets extra voor invetten)
  • 150 gram fijne kristalsuiker + 2 extra eetlepels
  • 4 eieren
  • 100 gram bloem
  • 250 gram amandelmeel
  • 2 citroenen
  • 12 kardemompeulen
  • 3 el oranjebloesemwater (verkrijgbaar bij de toko of grotere supermarkten)
  • 1 tl bakpoeder
  • snuf zout
  • 100 gram poedersuiker
  • 2 el olijfolie
  • 70 gram pistachenoten + extra om te garneren
  • granaatappelpitjes om te garneren

Extra benodigdheden:

  • springvorm (max 20cm doorsnee)
  • vijzel
  • keukenmachine

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 160°C.

Klop de suiker en boter in een kom.

Voeg de eieren toe en mix door elkaar.

Voeg dan de bloem (liefst wel even zeven), amandelmeel, bakpoeder, snuf zout en 2 el oranjebloesemwater toe en meng ook dit erdoorheen.

Pel de kardemompeulen zodat je enkel de donkere zaadjes uit de binnenkant overhoudt. Stamp deze fijn met een vijzel en voeg ook deze bij de mix. Voeg de rasp en sap van 1 citroen toe en meng nogmaals door elkaar.

Doe de 70 gram pistachenoten in de keukenmachine en maal zo’n 3minuten door elkaar. Voeg de 2 el olie toe en maal nogmaals zodat je een pasta krijgt.

Vet een springvorm van max 20 cm in met boter.

Doe de helft van het cakebeslag in de springvorm.

Voeg de pistachepasta bij de overgebleven helft en roer kort door elkaar. Dit hoeft niet helemaal perfect door elkaar geroerd te zijn, een beetje gemarmerd effect mag wel.

Doe de rest van het cakebeslag (met de pistachepasta dus) ook in de springvorm en strijk glad.

Bak dit in het midden van de oven zo’n 45 min gaar.

Vlak voordat de cake klaar is, doe je de 2 overgebleven eetlepels suiker met het sap van een halve citroen en 1 el oranjebloesemwater in een steelpannetje op het vuur.

Verhit totdat alle suiker is opgelost en het een lichte siroop is geworden, ongeveer 2 minuten.

Haal de cake uit de oven en haal uit de springvorm. Leg op een koelrek om af te koelen.

Prik met een vork gaatjes in de bovenkant van de cake en giet hier de siroop in.

Laat de cake verder afkoelen.

Vlak voor serveren mix je de poedersuiker met het sap van een halve citroen. Roer door elkaar. Voeg eventueel nog een extra lepel water toe als hij nog ietsje te dik is (ligt natuurlijk eraan hoeveel sap er uit je citroen komt). Ik voegde zelf ongeveer een halve eetlepel water toe.

Versier de cake met het glazuur en bestrooi met gehakte pistachenootjes en verse granaatappelpitjes.

Smakelijk!

Liebster award: 17 vragen aan mij

Onlangs werd ik door wel 2 (!) collegabloggers genomineerd voor de Liebster Award. En nee, ik had er zelf ook nog nooit van gehoord. De Liebster Award is een virtuele award voor en door bloggers. Hij gaat al jaren rond in pixels, en het is bedoeld om de persoon achter de blog beter te leren kennen. Je kunt genomineerd worden als je voorganger jouw blog waardeert, inspirerend vindt of jouw blog om welke reden dan ook in het zonnetje wilt zetten. Diegene bedenkt 11 vragen die ik dan weer moet beantwoorden. Vervolgens aan mij de eer om ook enkele bloggers te nomineren. Dit hoeven natuurlijk geen foodbloggers te zijn, andere blogs doen net zo goed mee. 

Wat ontzettend lief dus dat zowel Liesbeth (van liesbethbooij.com) & Anouk (van Anouk’s kookboek) mij binnen 2 weken tijd nomineerden. Anouk heb ik inmiddels enkele keren in reallife ontmoet, en wat is het toch een fijne en gezellige meid! Liesbeth volg ik al een tijdje op social media maar heb ik nog niet in levende lijve ontmoet. Het verbaasde me wel dat zij me nomineerde, gezien haar blog over sportvasten & gezonde voeding gaat. Dat is voor mij een semi-ver van mn bed-show natuurlijk. Nu ben ik wel sinds een half jaar weer goed aan het sporten en gezondere voeding aan het eten, maar dat is niet het hoofddoel van mijn blog natuurlijk. Maar goed, hoe dan ook, echt ontzettend bedankt voor jullie nominatie, meiden!

De vragen:

Gezien ik dus 2 x 11 vragen kreeg, is mijn lijstje ietsje langer. Enkele vragen kwamen overeen dus die heb ik samengepakt. Zie mijn antwoorden hier beneden:

  1. Wie ben jij? Hoe zou je jezelf omschrijven? Ik ben Inge, 30 jaar en woonachtig in Geleen samen met Pim en mijn 2 britse kortharen Louis & George. Ik zou mezelf willen omschrijven als vrolijk, nuchter, zorgzaam, sociaal, redelijk creatief, meestal slim, pragmatisch & chipsverslaafd. Er zijn vast nog meer kenmerken, maar die zijn minder positief dus die laat ik voor het gemak maar even achterwege 😉
  2. Waarom dacht jij ik begin een blog? Wat wil je met je blog bereiken? Inmiddels zo’n 1,5 jaar geleden zat ik qua werk even in een dip. Ik zat niet op de juiste plek en had daar niet genoeg te doen om de tijd voorbij te krijgen. Na meermaals vragen kreeg ik ook niet meer te doen. Ik was ongelukkig en ging met tegenzin naar mijn werk. Zo ging ik op werk steeds vaker recepten uitzoeken en op tijd naar huis zodat ik een vervelende dag kon afsluiten met lekker eten. Omdat ik ook thuis merkte dat ik even niets meer had om te doen in mijn vrije tijd dacht ik, waarom ga ik die recepten die ik uitzoek (en vervolgens mijn eigen draai aan gaf) niet digitaal uitwerken? Het probleem dat ik namelijk heb dat ik recepten niet kan onthouden. Vervolgens was de stap naar een online blog natuurlijk snel gemaakt, want waarom zou ik mijn recepten niet delen en potentieel ook andere mensen blij maken? Echt een specifiek doel met mijn blog heb ik niet. Ik vind het leuk om te doen maar het kost ook veel tijd naast mijn toch al 40u durende werkweek (die inmiddels wel weer leuk is trouwens) en andere hobby’s die ik inmiddels heb opgepakt (waaronder zingen bijvoorbeeld). Uiteraard vind ik het tof om te groeien met mijn blog, maar om echt groot te worden zul je er meer tijd in moeten steken dan ik nu heb. Bovendien is er natuurlijk veel ‘concurrentie’ waardoor het sowieso niet makkelijk is om echt je werk van bloggen te maken. Toch zou ik het wel tof vinden om over enkele jaren mijn werk van koken te maken. Of dat perse via een blog is, dat weet ik niet zeker. Wellicht begin ik wel een kleine lunchzaak of iets dergelijks. Zolang ik maar met eten blijf werken, ben ik blij. 
  3. Welk recept komt maar steeds niet op je blog omdat er een ander recept steeds voor in de plaats komt? Ik heb een ‘backlog’ van bijna 100 gerechten die ik heb gemaakt of nog wil maken, en deze wordt nog met de week langer. Het gerecht wat als langste in de backlog staat zijn chocolade tartlets met gezouten karamel. Deze heb ik eerder gemaakt (voordat ik een blog had) en waren zo ontzettend lekker dat ik ze graag nog eens maak. Ik kom er maar niet aan toe.
  4. Waar mogen ze jou s’nachts voor wakker maken? Wat is jouw guilty pleasure? Nou, ik denk dat vraag 1 dat al wel enigszins verklapt had. Ik hou echt zo ontzettend van chips. De combinatie van het zout met een knapperige, dat doet iets met me. Een van de redenen dat ik ook enkele kilo’s te zwaar ben. Liefst eet ik elke dag een bakje chips, maar ik heb met mezelf de afspraak om het bij 1 bakje per week te houden. Pim helpt me hier gelukkig enorm bij want moeilijk is dat wel! Maar s’nachts wakker maken voor chips? Dat zou ik niet proberen.. ik hou van slapen!
  5. Ben je team Koffie of team Thee? Das een lastige, want ik ben het eigenlijk allebei niet. Ik drink op het werk 1 kopje cappuccino elke ochtend, en thee eigenlijk alleen als ik met een bepaald groepje vriendinnen afspreek. Dus of ik dan echt in een team val, dat zou ik niet durven zeggen. Dan ben ik eerder team Spa-Touch of Perzik, die is zo lekker!
  6. Welke gadget die jij hebt moeten wij ook absoluut hebben? Toen ik net mijn blog begon kreeg ik van vriendlief het ultieme foodie-kado: een keukenmachine van KitchenAid. Ik was helemaal in shock want die dingen zijn absoluut niet goedkoop. Maar ik ben er tot op de dag van vandaag nog steeds extreem blij mee. Zoek je een goedkoper gadget, dan zou ik voor de mandoline gaan. Zo fijn als je hele dunne plakjes nodig hebt, dat krijg ik met de hand echt niet gesneden hoor. 
  7. Wat vind je het leukste aan bloggen en wat het minst leuke? Het minst leuke heb ik snel beantwoord: de tijd en moeite die het kost om je blog bij te houden op social media. Ik hou van social media maar ik hou ook van een offline leven. Wat mij betreft mogen die twee heel goed in balans zijn. Het gebeurd dan ook regelmatig dat ik urenlang niet op mijn telefoon kijk, simpelweg omdat ik offline iets leuks aan het doen ben. Helaas kost het bijhouden van je social contacten veel tijd. Als je bijvoorbeeld op Instagram niet actief genoeg post en ook niet actief genoeg zelf andere mensen terugliked, dan gaan mensen je ontvolgen en zul je nooit groeien. Gelukkig zal je trouwe achterban en close foodie-friends je niet snel ontvolgen. Ik denk trouwens ook dat ik dat het leukste vindt, het contact hebben met andere foodies, elkaar inspireren, van elkaar leren, maar zeker ook het contact met de trouwe achterban. Ik word zo ontzettend blij als iemand foto’s stuurt van mijn recepten die hij/zij nagemaakt heeft. Dat geeft me een ontzettende boost.
  8. Wie is jouw proefpannel bij het bakken of koken? Dat is meestal Pim, de lucky bastard. Heel soms neem ik ook wel eens iets mee naar het werk als ik taart heb gebakken en soms kook ik wel eens voor vrienden of familie. Maar meestal voel ik me te erg opgelaten om foto’s te maken als ik vrienden of familie over de vloer heb, dus echt nieuwe recepten gaan meestal eerst langs Pim.
  9. Welke website check jij ’s ochtends als je wakker wordt als eerste? Waar haal jij je inspiratie voor je blogs vandaan? Ik wordwakker en ga naar bed met Instagram. Ik vind het heerlijk om urenlang te scrollen op zoek naar inspiratie. Op Instagram volg ik namelijk voornamelijk andere foodies. De inspiratie die ik daar opdoe is zowel voor nieuwe recepten, maar ook voor opmaak en styling van de foto. Nou hou ik het hier het liefst echt bij scrollen, elke (goede) foto liken doe ik niet (zie vraag 7). Ook kijk ik graag kook-programma’s waarvan Masterchef Australia mijn favoriet is. Of ik hier echt inspiratie vandaan haal, dat weet ik niet zo goed. Het gebeurd vaak heel spontaan dat ik iets bedenk, als ik bijvoorbeeld in de auto zit of onder de douche sta. Dan sla ik gelijk een concept bericht op zodat ik het niet vergeet (vandaar die backlog van 100 items).
  10. Ben jij de enige in de familie met het kook en bakvirus? Zover ik weet wel. De meesten vinden af en toe koken of bakken wel leuk, maar niet te vaak, niet te moeilijk en zeker niet te lang. 
  11. Welk gerecht op jouw website zou je graag in het zonnetje willen zetten? Oef, das een lastige. Ik heb veel recepten waar ik stiekem best trots op ben, die ik helemaal zelf verzonnen heb (dus geen ander basisrecept gebruikt) of die gewoon verdomd lekker zijn. Het gerecht dat mij misschien wel het meest dierbaar is, is deze advocaattaart, omdat ik het echt fantastisch vond dat ik dit samen met oma kon doen.
  12. Waar komt je passie voor het onderwerp van je blog vandaan? Ook dat vind ik een lastige vraag. Dat is er eigenlijk een beetje bij ingeslopen door de jaren heen. Ik was vroeger een lastige eter, in de trant van ‘wat de boer niet kent, dat vreet ie niet’. Toen ik op studentenkamers ging wonen, moest ik natuurlijk eten wat de pot schafte. Zodoende ging er een wereld voor me open en leerde ik steeds meer gerechten kennen die ik notabene lekker vond. Ik ging dus ook steeds vaker zelf experimenteren met nieuwe gerechten. Dat is gedurende de jaren alleen maar meer en meer geworden.
  13. Is bloggen je werk of doe je nog iets naast je blog? Ik werk dus fulltime in de ICT, als teamlead van een groep software testers. Daarnaast zing ik elke dinsdagavond in een popkoor en sport ik (sinds kort weer) regelmatig. Omdat ik jaren in Eindhoven heb gewoond heb ik daar nog vrienden wonen die ik regelmatig bezoek, naast natuurlijk familie en vrienden in het zuiden. Bloggen is dus voor mij echt iets wat ik in mijn vrije tijd doe, meestal plan ik 1 dag in het weekend voor mijn blog. Pim heeft dan een dagje voor zichzelf en ik ga lekker koken of bakken. Dat lukt niet elk weekend natuurlijk, afhankelijk van andere activiteiten.
  14. Hoe ziet de perfecte dag er voor jou uit? Haha nu ga ik door de mand vallen. Stiekem ben ik namelijk liever lui dan moe. Op mijn ideale dag slaap ik dus liefst urenlang uit. Ofja, meestal word ik wel vroeg wakker maar dan vind ik het heerlijk om nog lekker na te doezelen in bed. Dan vind ik het daarna leuk om even erop uit te gaan, even ergens de stad in ofzo. Dan ga ik een hapje eten met Pim en eindigen we lekker tegen elkaar op de bank onze favoriete series kijkend (met bakje chips of course).
  15. Wat is je levensmotto (als je er een hebt natuurlijk) Ik heb niet perse een levensmotto maar als ik dan toch iets moest noemen denk ik dat ‘doe geen dingen die je ongelukkig maken’ wellicht het belangrijkste is wat ik de afgelopen jaren geleerd heb.
  16. Waar wordt je echt blij van? Er is veel dat mij blij maakt, van hele kleine dingen tot grote dingen. Van een kusje en knuffel van Pim tot een mooie reis. 
  17. Wat is je grootste droom? Een culinaire (wereld)reis maken, waarin je dus in elk land echt op zoek gaat naar de culinaire gewoontes van dat land. Nu zit een wereldreis er niet in, dus ik maak er intussen maar losse tripjes van. Ik heb al redelijk wat landen afgestreept maar er zijn er nog zo veel te gaan! Dus die droom is voor een klein percentage al werkelijkheid geworden, en wordt met het jaar meer werkelijkheid. Next stop: Argentinië!

And the nominees are:

Ik mag dus nu ook enkele bloggers nomineren, die mij om welke reden dan ook inspireren. Hieronder mijn nominaties:

Andrea van AnniePannie: omdat ze als persoon net zo vrolijk en kleurrijk is als haar blog.

Wendy van W3ndelicious: omdat ze de prachtigste foodfoto’s maakt (en ook uit Geleen komt).

Danique van EliteLife: omdat ik het ontzettend stoer vind wat ze bereikt heeft op haar jonge leeftijd.

Luuk van Luukskitchen: omdat ik het gaaf vind hoe hij zich als foodblogger heeft weten te ontwikkelen in een korte tijd.

Rosemarijn van uit de keuken van Roos: omdat ze de prachtigste zoete creaties maakt.

Mijn vragen aan jullie:

  1. Wat ligt er standaard in je koelkast?
  2. Wat is je favoriete kookboek?
  3. Uit welke keuken kook je het liefst?
  4. Wat is je favoriete vakantiebestemming?
  5. Met welk gerecht win jij iemand’s hart?
  6. Wat is je favoriete seizoen qua eten/ingrediënten en waarom?
  7. Waar ben je het meest dankbaar voor?
  8. Van welke foodie zou jij graag eens een kookworkshop volgen?
  9. Als je een toverdrankje kon krijgen, die jou een nieuwe eigenschap/vaardigheid zou geven, wat zou je dan kiezen?
  10. Hoeveel tijd spendeer je in jou blog en wat doe je er nog naast?
  11. Welk eten zouden ze uit de supermarktschappen mogen halen volgens jou en waarom?

De spelregels:

  1. Bedank de persoon die jou heeft genomineerd
  2. Post een link naar zijn of haar blog
  3. Zet een foto van de award op je blog
  4. Beantwoord de vragen van de persoon die jou heeft genomineerd
  5. Nomineer 5 tot 11 blogs 
  6. Bedenk 11 nieuwe vragen voor de bloggers die je zelf nomineert
  7. Informeer de bloggers die je zelf hebt genomineerd en bezorg hen de link van je eigen blogpost
  8. Kopieer deze regels in je eigen blogpost

Crispy beef salade

Ik ben geen beef-eter. Ik hou niet van rood vlees, dat doet me teveel denken aan het dier wat ik dan eet. Net als wanneer een vis met kop en staart op je bord ligt aan te staren. Ik eet graag vlees maar het moet niet herkenbaar zijn als dier. Deze beef echter, kun je me (figuurlijk of course!) voor wakker maken! Ik at deze beef voor het eerst toen ik onlangs in India was voor werk. We gingen uiteten met collega’s en als onderdeel van het voorgerecht (shared dinner style) stond er een schaal met crispy beef op tafel. Men, wat was dat ontzettend lekker! Zo veel smaak aan het vlees en zo lekker crispy (voor wie het nog niet weet, ik hou van alles wat crispy is). Maar oh men wat was dat hot hot hot. Ik moest echt een half uur bijkomen na het eten van een paar happen van deze beef. Maar het vervelende was, omdat hij zo ontzettend lekker was kon ik het niet laten om toch nog een tweede portie op te scheppen. Reden genoeg dus om een keer zelf de keuken in te duiken, en hem dan natuurlijk iets verdraagbaarder pittig te maken. Ik hou best wel van een klein pitje aan mijn eten, dat er net zo’n fijne tinteling op je tong ontstaat. En al zeg ik het zelf, dat is heel erg goed gelukt met dit recept. Hij zit echt net onder het maximum spice dat ik kan handelen, heeeeeeeeerlijk! Natuurlijk kun je zelf bepalen of jij hem pittiger of minder pittig zou willen door meer of minder sriracha in de saus te doen, en de rode peper wellicht weg te laten. Je kunt natuurlijk ook variëren met de bijgerechten. Ik at het bij een salade met komkommer, wortel, little gem en tapiocanoodles. Maar je kunt hier ingrediënten vervangen of weglaten wat je zelf lekker vindt. Je kunt natuurlijk de groenten ook vervangen door wokgroenten en er dan een wokmaaltijd van maken in plaats van een salade. Wat je zelf lekker vindt. Maar die beef, die zou ik zeker zo laten, want die is echt nom!

Bereidingstijd: ~25 min        Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 300-400 gram biefstuk (entrecote is het meest geschikte stuk)
  • 3 el maizena
  • zonnebloemolie om te frituren
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 cm verse gember
  • 4 el sojasaus
  • 4 el rijstwijnazijn
  • 3 el sriracha
  • 2 tl sesamolie
  • 2 el honing
  • 1 el sesamzaadjes
  • 2 bosui
  • 1 komkommer
  • 1 wortel
  • 2 little gem sla
  • 75 gram noodles naar keuze
  • 1 rode peper

Stappenplan:

Snij de biefstuk in dunne reepjes, zo dun mogelijk.

Verdeel 2 el maizena over de bief en wrijf het in het vlees zodat er overal wat zit. Zet even apart.

Verhit een pan met de olie. Je hebt een laagje van ongeveer 2 cm olie nodig. Ik deed dit zelf in een wok.

Snij ondertussen de komkommer in mooie dunne slierten, evenals de wortel.

Kook de noodles gaar en snij de little gem in stukken.

Snij ook de rode peper en bosui in dunne ringetjes.

Rasp de gember en de knoflook.

Voeg nog een laatste eetlepel maizena bij de bief en tos nogmaals door elkaar.

Frituur de bief in de olie, doe dit beetje bij beetje zodat de pan niet te overvol is. Ik deed het in 4 ‘batches’.

De bief heeft ongeveer 1-1,5minuut nodig om crispy te worden, afhankelijk ook van de dikte van je slierten natuurlijk.

Laat de bief uitlekken op keukenpapier.

Doe in een andere pan de gember, knoflook, sojasaus, rijstazijn, honing, sesamolie & sriracha en roer door elkaar.

Breng aan de kook en laat kort doorkoken zodat het ietsje indikt, ongeveer 1minuut.

Doe de bief bij de saus en roer om zodat elk stukje bief met saus bedrenkt is.

Serveer de groentes & noodles met de bief en bestrooi met sesamzaadjes, bosui & rode peper. De resterende saus gebruik je als dressing voor de noodles & sla.

Smakelijk!

Norman Musa perslunch

Vorige maand werd ik door Kroon op het Werk & Marketing for Foodies uitgenodigd op de perslunch die Norman Musa gaf in de Markthal in Rotterdam. Voor mij was dit de eerste keer dat ik voor zo’n event werd uitgenodigd sinds ik blog dus ik heb deze kans met beiden handen gegrepen en vrij gevraagd van mijn werk. Norman Musa is een Brits Maleisische chefkok die al meerdere kookboeken op zijn naam heeft staan en ook al meermaals in TV programma’s verschenen is. Ik zeg ‘Brits Maleisisch’ maar eigenlijk is het gewoon een volbloed Maleisische man hoor. Hij woont en werkt echter al enkele jaren in de UK.

Als groentje had ik natuurlijk geen flauw idee wat ik me moest voorstellen bij een perslunch en ik was dus erg blij toen ik erachter kwam dat een aantal medefoodies, die ik laatst al ontmoette tijdens de foodieslunch georganiseerd door Debs Bakery & Kitchen, ook erheen gingen. Omdat ik natuurlijk niet wekelijks in Rotterdam kom, besloot ik ietsje eerder te gaan zodat ik nog even door de markthal kon slenteren, opzoek naar allerlei lekkers voor het avondeten. Rond 12u begon de perslunch in restaurant Wah Nam Hong, dat zich op de eerste verdieping van de aziatische supermarkt bevindt in de Markthal.

Bij aankomst bleek Norman al te zijn begonnen met zijn kookdemo, dus we sloten snel aan bij de rest van de aanwezigen om te zien hoe hij roti canai maakte. Roti canai is een Maleisisch platbrood dat vaak wordt geserveerd bij curries. Helaas was het deeg al klaar dus ik heb niet gezien hoe dit gemaakt werd (hoewel ik wel het recept gekregen heb, dus hij staat op mijn todo-lijstje). Maar het deeg uitrollen is al een ware kunst, zo blijkt uit de handelingen van Norman. Natuurlijk mochten we de roti proeven en jawel hoor, heerlijk ‘flaky’ brood zoals je verwacht van een roti. Ik hou ervan! Nadat Norman liet zien hoe je de roti canai maakt, ging hij verder met andere gerechtjes. Zo maakte hij ook o.a. chicken wings, broodje kip, noodles en spring rolls. Hoewel ik de Maleisische keuken niet goed genoeg ken om te oordelen of dit ook echt authentieke gerechten waren, moet ik zeggen dat ze me stuk voor stuk goed gesmaakt hebben.

Helaas was de middag lichtelijk chaotisch. Er was niet echt een vast programma, Norman ging van hot naar her (logisch ook, want iedereen wilde aandacht van hem), de hapjes kwamen van her en der (en je moest soms even sprinten om er een te bemachtigen) en er was ook niet echt een duidelijk einde aan de middag. Desalniettemin heb ik genoten die dag. Heerlijke hapjes gegeten, bijgekletst met de andere bloggers (Debbie, Andrea, Tessa & Hilde) en fijne nieuwe mensen ontmoet. Zo ontmoette ik ook de 2 heren van De Barossa, die ons enkele heerlijke wijnen lieten proeven (okee, ik dronk maar 1 glaasje want ik was met de auto). De wijnen die de heren schonken zijn speciaal uitgezocht voor het diner dat Norman Musa serveert in zijn Supper Club. De Supper Club is een pop-up restaurant dat een 5-gangen Maleisisch diner serveert (met winepairing dus!). De volgende Supper Club vindt op 2 & 3 maart aanstaande plaats in datzelfde restaurant in de Markthal. Wil je erbij zijn? Aanmelden kan via deze link. Geen zin of tijd voor een 5-gangen diner? Van 1-4 maart is er ook een pop-up tapas restaurant, waar Norman Maleisische tapas serveert. Meer informatie hierover vind je via dezelfde link. Kun je dat weekend niet? Niet getreurd, zoals je ziet via de link komen de nog meer weekenden waarin Norman Musa Nederland probeert te veroveren met zijn Maleisische gerechten.

Al met al dus toch een leuke middag gehad. Ben ik echt veel wijzer geworden van de Maleisische keuken? Mwoah, niet echt. Ben ik enthousiast geworden over de Maleisische keuken? Dat was ik al, en ben ik nog steeds. Ik wil absoluut graag meer leren van deze keuken. Is Norman Musa een fijne vent? Jazeker, de hele middag heeft hij met een glimlach staan koken en alle vragen lopen beantwoorden. Is zijn eten lekker? Jazeker, alle gerechten die ik geproefd heb smaakten me stuk voor stuk. Of het echt zoveel beter was dan dat ik zelf zou kunnen, dat weet ik nog niet helemaal. Maar misschien zegt dat dan weer iets over mijn kunnen natuurlijk (knipoog ;)).

 

Kip-groentetajine

Al enkele jaren staat er bij mij een tajine in de kast. Het is zo’n goedkoop dingetje van de Xenos, maar dat maakt niks uit natuurlijk. Eten gemaakt in een tajine is namelijk echt ontzettend lekker. En ik schaam me bijna om te zeggen dat ik dat ding in al die jaren pas 1 of 2x gebruikt heb. Gelukkig kwam daar de foodblogswap van deze maand om de hoek kijken. Ik kreeg namelijk de blog van Elianne toegewezen. Op ‘De wereld op je bord‘ neemt Elianne je mee op een trip around the world. Vanuit elke hoek van de wereld heeft ze wel een gerechtje op haar blog staan, je kunt per land zoeken op recepten. Zo heeft ze bijvoorbeeld Bengaalse dorade, Iraanse juwelenrijst & Caribische curry op haar blog staan. Wat was het lastig kiezen zeg, stuk voor stuk wil ik ze graag proberen! Toch was mijn keuze snel gemaakt toen ik eenmaal door de ‘Marokkaanse’ categorie bladerde, want mijn gedachten schoten gelijk naar die tajine die in de kast stond te verstoffen. Ze heeft meerdere tajine gerechten op de blog staan, maar ik koos haar vegetarische tajine als basis, want die vond ik het lekkerst eruit zien. Hier en daar heb ik wel aanpassingen gemaakt om het eigen te maken, maar ook omdat dit beter bij de smaak van Pim en mij past. Zo liet ik bijvoorbeeld de olijven eruit en voegde ik juist kip toe. Ik serveerde het zelf met Turks brood wat natuurlijk stiekem gek is bij een Marokkaans gerecht. Maar mijn supermarkt verkoopt geen Marokkaans brood en ik had even niet de tijd om het zelf te maken. Je kunt er natuurlijk ook couscous bij serveren. Stiekem zou ik zelf liever voor couscous gaan, maar daar houdt Pim niet zo van dus werd het brood erbij. Hoe dan ook, een erg geslaagd gerecht, ook Pim vond het heerlijk. Bedankt Elianne voor dit recept.

Bereidingstijd: ~30 min (+30min suddertijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • ~350 gram kipdijfilet
  • 2 rode ui
  • 1 zoete aardappel
  • 1 winterpeen
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 tomaat
  • 1 paprika
  • 1 el tomatenpuree
  • 1 blokje groentebouillon
  • 1 tl kurkuma
  • 1 tl gemberpoeder
  • 1 tl komijn
  • 2 tl paprika
  • 1 el ras el hanout
  • olie
  • 200 ml water
  • 3 el amandelschaafsel
  • 3 el verse peterselie

Extra benodigdheden:

  • Tajine
  • vlamverdeler (optioneel: wel fijn indien je op gas kookt)

Stappenplan:

Meng de ras el hanout met 2 el olie en wrijf de kipdijfilets hiermee in. Je kunt de kip in grote stukken laten of in kleine stukjes snijden. Ik koos er zelf voor om hem heel te laten zodat het vlees beter mals blijft. Heb je kleinere stukjes, heb je sneller kans op uitdroging.

Schil de zoete aardappel & wortel(of was de schil zorgvuldig als je hem erom laat). Pel ook de uien.

Snij de aardappel, wortel, paprika & rode ui in grove stukken.

Verhit de tajine (indien je hem hebt, gebruik een vlamverdeler) en bak de kip kort aan zodat de buitenkanten dichtgeschroeid zijn. Haal de kip eruit en leg apart.

Doe een scheut olie in de tajine en bak de groentes zo’n 4minuten.

Pers intussen de knoflook uit en bak die de laatste minuut mee, als ook de rest van de specerijen en tomatenpuree.

Doe de kip bij de groentes in de tajine en voeg het bouillonblokje en 200ml water toe.

Snij de tomaat in schijfjes en leg die ook bovenop de rest.

Doe de deksel op de tajine en laat zo’n 20-30 min sudderen op laag vuur, of totdat de groentes gaar zijn. Check af en toe of het geheel niet aankoekt aan de bodem, zeker als je geen vlamverdeler gebruikt. Voeg wat extra water toe indien het vocht op is.

Verwarm een koekenpan en rooster het amandelschaafsel tot mooi lichtbruin.

Hak de peterselie fijn.

Serveer de tajine met het amandelschaafsel en verse peterselie.

Lekker met couscous of (marokkaans) brood.

Smakelijk!

Stroopkoeken met gezouten chili-karamel

Stroopkoeken kent iedereen wel, want je kunt ze volop krijgen in de supermarkt. Toch is het echt ontzettend leuk en lekker om ze eens zelf te maken! Ik wilde ze net even iets bijzonderder maken dan de ‘gewone’ stroopkoek. Ik voegde zout en cayennepeper toe aan de karamel, om het net een extra ‘kick’ te geven tijdens het eten. Ik vind zelf die licht hartige tinteling in een zoet recept altijd erg fijn. Ik gebruikte cayennepeper omdat ik dat zelf lekkerder vond dan chilipoeder. Maar je kunt natuurlijk ook chilipoeder gebruiken, of zelfs verse chilipepers. Natuurlijk werkt dit recept net zo goed als je de chili weg laat. Het zout zou ik persoonlijk sowieso wel toevoegen. Niet voor niets krijg je tegenwoordig elk karamel gerecht met een ‘salted karamel’.

Deze koekjes maakte ik als kadootje voor mijn moeder en tante die onlangs jarig waren (ze zijn een tweeling). We hadden natuurlijk nog wel een ander kadootje maar ik wilde er graag nog echt een persoonlijke touch aan geven. Ik pakte dus voor elk zo’n 5 koeken in in cellofaan en deed er een mooie strik om. Altijd leuk toch, om mensen blij te maken met homemade lekkers!?

Ohja, en zijn die bordjes niet onwijs mooi? Ik kreeg ze afgelopen kerst van mijn broer kado. Hoe lief is dat?! Echt heel erg blij mee. Het is een setje van 3 bordjes, elk een ander formaat. Ze hebben een prachtige parelmoer glans over zich heen.

Bereidingstijd: ~35 min (+1u koeltijd +12min baktijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 12-15 stuks:

  • 200 gram bloem
  • 100 gram ongezouten roomboter (kamertemperatuur)
  • 1 ei
  • 100 gram witte basterdsuiker
  • 1 tl bakpoeder
  • snufje zout
  • 200 gram kristalsuiker
  • 75 ml water
  • 100 ml slagroom
  • 30 gram ongezouten roomboter
  • 1 tl zeezout
  • 1 tl cayennepeper

Stappenplan:

Meng de 100 gram roomboter met de bloem, ei, witte basterdsuiker, bakpoeder en snuf zout tot een glad deeg. Dit kun je met je handen doen, zodra het deeg niet meer echt plakt, is het goed. Dek het deeg af met huishoudfolie en leg minstens 1u in de koeling te rusten.

Doe voor de karamel de 200 gram kristalsuiker met 75 ml water in een steelpan en draai het vuur middelhoog.

Roer niet door de suiker, maar schud af en toe wel een beetje met de steelpan zodat het toch in beweging blijft. Laat de suiker borrelen totdat je een mooie diepe amberkleurig geheel hebt, dit duurt best wel even maar het komt heel nauw. Laat de suiker niet te donker worden want dan wordt de karamel bitter. Blijf dus erbij zodra het eenmaal een beetje begint te kleuren.

Als je karamel de juiste kleur heeft haal je het steelpannetje van het vuur en doe je, al roerend met een garde, de helft van de slagroom erbij. Hier komt veel stoom bij vrij dus pas op voor je handen. Doe de rest van de slagroom erbij en zet weer op het vuur.

Voeg ook de roomboter toe en roer totdat de boter gesmolten is.

Voeg nu, naar smaak, het zeezout en de cayennepeper toe. Je kunt ook chili gebruiken maar ik vond de nasmaak van cayennepeper net wat lekkerder. Verse chili kan natuurlijk ook, maar dat vond ik net weer iets te vreemd bij het eten van koekjes. Je kunt natuurlijk de peper ook weglaten als je niet van die tinteling op je tong houdt, of juist meer toevoegen als je dat lekker vindt. Het zeezout zou ik wel toevoegen, want dat is een fijne tegenhanger van het zoete van de karamel.

Verwarm de oven voor op 175°C.

Haal het deeg uit de koelkast en bestrooi je aanrecht met bloem.

Rol het deeg uit tot ongeveer 3mm dikte. Je kunt dit in 1x doen of in delen, wat je zelf het fijnste vindt.

Snij met een ronde koekjesvorm rondjes uit het deeg. Welk formaat je gebruikt, is aan jou. Ik gebruikte een vorm van 8cm. Gebruik je een kleinere vorm, dan krijg je uiteraard meer koekjes.

Leg deze verspreid op een met bakpapier beklede bakplaat. Zorg dat ze niet tegen elkaar aan liggen maar enkele mm ruimte tussen zit. Ze lopen echt minimaal uit tijdens het bakken, maar dus wel ietsiepietsie.

Indien je het leuk vindt, kun je eventueel nog de koekjes ‘versieren’ met afdrukken, door bijvoorbeeld met de achterkant van je mes afdrukken te maken in het deeg. Ik heb dit niet gedaan.

Bak de koekjes in ongeveer 12min goudbruin in de oven.

Laat de koekjes afkoelen op een rooster.

Neem een koekje, en smeer er een flinke laag karamel op. Doe er een ander koekje bovenop zodat je een ‘sandwich’ krijgt.

Herhaal dit tot alle koekjes op zijn.

Smakelijk!

Galette met spekjes & paddenstoelen

Vorige week deelde ik al het recept voor deze garnalenbisque, die ik samen met vriendin Manon maakte als onderdeel van een Frans 3-gangen diner voor onze partners. Als hoofdgerecht maakten we deze galette. Het maken van een galette stond al heel lang op mijn todo-lijstje, maar het kwam er maar niet van. Hoewel ik eigenlijk een zoete galette op de planning had staan, besloten we toch om er een hartige variant van te maken. Het rustieke karakter van een homemade galette vind ik prachtig op tafel staan. Het simpele maar smaakvolle kruimeldeeg is makkelijk door iedereen te maken en heeft wel wat weg van een snel bladerdeeg. De galette kan denk ik het beste uitgelegd worden als een kruising tussen een pizza & quiche, de hartige variant althans. Je kunt natuurlijk zelf met andere ingrediënten naar smaak werken. Als je googled op ‘galette’ vind je zo de prachtigste varianten met bijvoorbeeld tomaten, vijgen of perziken. Deze galette is uitgezocht naar smaak van onze partners, met lekker vlezige smaken. En hij viel in de smaak!

Bereidingstijd: ~35 min (+30min koeltijd + 25min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ∼4 personen:

  • 600 gram gemengde paddenstoelen naar keuze (iets meer of minder mag ook, afhankelijk van wat jou supermarkt verkoopt)
  • 2 rode uien
  • 3 bosui
  • 2 tenen knoflook
  • 250 gram gerookte spekreepjes
  • 1 el tijm
  • 250 gram ricotta
  • 100 gram geraspte oude kaas
  • olie
  • peper en zout
  • 200 gram patentbloem
  • 150 gram roomboter
  • 1 eidooier (maat L)
  • 50 ml ijskoud water
  • optioneel: rucola ter garnering

Stappenplan:

Meng voor het deeg de bloem met de boter. Doe dit met je handen en wrijf de bloem door de boter totdat je een kruimelig geheel hebt. Klop de dooier los en voeg het ijskoude water eraan toe. Voeg dit bij het boter-bloemmengsel en kneed tot een deegbal. Indien je deeg te nat is, voeg extra bloem toe. Issie te droog, voeg dan wat extra water toe.

Dek het deeg af met folie en leg dit in de koelkast voor tenminste 30 minuten, maar beter is 60 minuten.

Wrijf de paddenstoelen schoon en snij ze in grove stukken. Snipper de rode ui, bosui en knoflook.

Verhit een pan en bak hierin de spekjes krokant. Laat uitlekken op keukenpapier.

Verhit een scheutje olie in dezelfde pan en bak hierin de ui, bosui, knoflook en paddenstoelen goudbruin, ongeveer 10 minuten. Indien er veel vocht vrij komt kun je dit weggieten of in laten koken. Breng de groentes op smaak met peper en zout.

Meng de ricotta met de oude kaas en breng op smaak met peper.

Verwarm de oven voor op 200°C.

Als het deeg genoeg gerust heeft (en weer enigszins stevig geworden is), rol je het uit op een schoon aanrecht dat je met bloem bestoven hebt.

Rol het deeg uit tot een mooie plak van 3-5mm dikte en ongeveer 30-40cm doorsnee.

Beleg een bakplaat met bakpapier. Rol de deeglap voorzichtig om je deegroller heen en rol hem vervolgens weer uit op de bakplaat.

Smeer het ricottamengsel in het midden uit, laat enkele centimeters van de rand over.

Doe de paddenstoelenmix en spekjes er ook op en sla de randen van het deeg eroverheen. Indien je deeglap te groot is kun je de randjes verder afscheuren. Wil je hem liever minder rustiek, dan kun je de randen natuurlijk ook netjes met een mes snijden.

Bak de galette in de oven voor 25-30minuten, of totdat het deeg gaar en goudbruin is.

Leg een handje rucola op de galette en snij in stukken.

Smakelijk!

Paneer butter masala

Ongeveer 2 maanden geleden zat ik voor werk 3 weken in India, Bangalore om precies te zijn. Doordeweeks werd er hard gewerkt maar in het weekend was er natuurlijk tijd om iets leuks te doen. Wat doe je dan als foodie zijnde? Juist, een kookworkshop volgen. Via google vond ik een vrouw die al 15 jaar kookworkshops geeft in Bangalore en meldde me aan voor de workshop Noord-Indiase curries en broden. Ik kwam aan bij een vrouwtje thuis en in een piepklein keukentje gaf zij haar workshops aan kleine groepjes mensen. We leerden 3 verschillende broden te maken, waaronder dit naanbrood. We leerden ook 3 curries te maken, waaronder deze paneer butter masala. En blij dat ik was! Paneer butter masala is namelijk echt mijn lievelingscurry uit India! En nu kan ik hem zelf maken! En dat naanbrood is ook echt goddelijk lekker. Ik heb dus inmiddels al 2x deze gerechten gekookt sinds ik terug ben en de 3e keer staat alweer gepland. Zo ontzettend lekker.

Paneer is een Indiase kaas. De meeste toko’s zullen hem wel verkopen, maar je kunt hem ook vrij makkelijk zelf maken. Dit heb ik echter zelf ook nog niet gedaan, maar als je googled kom je snel tot het recept. Ook zie je in dit recept het gebruik van kashmiri chili en kasuri methi. Kashmiri chili is een hele milde chilipoeder, welke meer zoet is dan pittig als je het mij vraagt. Hij is goed te vervangen door paprikapoeder ook, maar mocht je toch naar de toko gaan voor paneer, zou ik zeker een bakje hiervan meenemen. Kasuri methi zijn gedroogde fenegriekbladen. Ik ben al heel lang fan van fenegriek en fenegriekkaas ligt dan ook regelmatig in onze koelkast. Echter, kende ik enkel de fenegriekzaden en had ik nog niet eerder gehoord dat ook de bladeren gebruikt worden. Ze zijn licht bitter en lekker kruidig en dus een fijne toevoeging van elke curry. Voeg het wel pas op het allerlaatste toe om de beste smaak te behouden. Heb je geen kasuri methi, dan kun je het beter weglaten dan proberen te vervangen denk ik. Je kunt de curry natuurlijk ook serveren met rijst in plaats van naan, of kant en klaar naan. Toch zal ik zelf altijd de voorkeur geven aan homemade naanbrood, want dat is zooooo lekker. Maak je nou verder nog meer (bij)gerechten, dan is deze curry wel voldoende voor 4 of meer personen. Is dit echt je hoofdgerecht, dan zou ik uitgaan van 2-3 personen.

Wil je nou geen vegetarische curry voorschotelen, dan kun je hem ook met kip maken in plaats van paneer. Je krijgt dan butter chicken curry. Dit gaat echter net iets anders. De kip marineer je in griekse yoghurt met chilipoeder, garam masala, gember, knoflook en limoensap voordat je hem bakt. De kip gril je vervolgens in een pan en voeg je toe aan de saus net voordat je ook de room toevoegt. Verder is het recept dus helemaal hetzelfde. Dit is de iets lichtere curry die je op de foto ziet, maar ik heb deze verder niet uitgewerkt op de blog. Niet getreurd, ik krijg zeer snel nog een recept toegestuurd van een overheerlijke chicken curry die hier ook op lijkt. Deze curry maakte een Indiase collega voor me toen hij in Nederland op bezoek was. Deze zal ik dan uitwerken en ook op de blog zetten.

Terug naar deze curry, want waar ik misschien nog wel het meest trots op ben is dat ik onlangs mijn Indiase manager en nog 4 andere Indiase collega’s thuis uitnodigde, toen zij tijdelijk in Nederland waren. Eerst wilde ik risotto maken, omdat ik daar goed in ben en dit voor hen natuurlijk geen alledaagse kost is. Maar ze drongen er zo op aan dat ik curry maakte dat ik toch een poging ging wagen om aan hun verwachtingen te voldoen. En jawel hoor, blown away waren ze. Helemaal perplex dat iemand die net 2x in India is geweest en 1x een workshop heeft gedaan, nog beter curry kan maken dan zijzelf. Okee, fair enough, ze zijn allemaal getrouwd en hoeven dus thuis nooit zelf te koken. Maar dan nog, dat vond ik wel echt een bijzonder compliment!

Bereidingstijd: ~40 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • 250 gram paneer (te koop bij de meeste toko’s)
  • 2 grote uien of 3 kleine
  • 140 gram tomatenpuree
  • 2 tl suiker
  • 3 el boter
  • 1 el olie
  • 2 cm verse gember
  • 3 tenen knoflook
  • 3 el ongezouten cashewnoten
  • 1,5 tl kashmiri chili poeder of paprikapoeder (kashmiri chili is zoet en is te koop bij de toko, maar prima vervangbaar door paprika)
  • 1 el kasuri methi (gedroogd fenegriekblad, te koop bij de toko of online)
  • 3 el kookroom of creme fraiche
  • zout
  • optioneel: verse koriander

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine

Stappenplan:

Pel de ui, snij grof en maal daarna fijn in de keukenmachine.

Pers of rasp de knoflook en gember samen en meng door elkaar. Snij de paneer in blokjes.

Hak de cashewnoten grof en doe in een keukenmachine. Bedek met een laagje water, totdat de cashews net niet helemaal onder staan. Meng met de keukenmachine tot een pasta.

Verhit de olie en boter in een koekenpan.

Voeg de ui met een snufje zout toe. Zout bij de ui zorgt ervoor dat de uien sneller gaar en bruin worden. Bak de uien op middelmatig vuur totdat ze lichtbruin worden, dit kan best even duren, zeker 10-20minuten.

Voeg het gember-knoflookmengsel toe en bak ook dit voor 2 minuten mee.

Voeg de kashmiri chili of paprikapoeder toe en bak 1 minuut mee.

Nu ga je de tomatenpuree en suiker toevoegen en dit doorkoken totdat de olie weer opnieuw vrij komt. Dit duurt zo’n 5 minuten.

Voeg de cashewnoot-pasta toe en ook 250 ml water. Roer door elkaar en kook kort door totdat de saus ietsje dikker geworden is, ongeveer 2 minuten.

Voeg de kasuri methi en blokjes paneer toe en roer door elkaar.

Draai het vuur laag of uit en voeg nu de room toe. Naar smaak kun je meer of minder room gebruiken.

Garneer met verse koriander en serveer met rijst of naanbrood.

Smakelijk!

Garnalenbisque

Alle carnavalsgekte is voorbij, tijd voor het volgende feest. En dat is ons feest van de liefde, want morgen is het valentijnsdag! Nou is dit niet perse een valentijnsgerecht, maar hij is wel mooi rood en superlekker. Dus als je je liefje wilt verwennen morgen, dan kan dit absoluut een fijn voorgerecht zijn. Zeker als jullie allebei van vis houden. Ik maakte de soep samen met vriendin Manon, wiens naam al eerder op dit blog genoemd is. Een paar keer per jaar hebben we een kookdate, waarbij we meestal een 3-gangen diner koken voor onze liefjes, of onze vriendinnetjes. Manon is, net als ik, een ontzettende kookgek dus het is echt heel tof om samen zo’n hobby te delen. Het ‘thema’ van deze kookdate was ‘Frans’, dus er komen binnenkort nog meer Franse gerechten online.

Een bisque is een sjieke naam voor een soep gemaakt van de schalen van schaaldieren. Vreemd he? Het is wellicht moeilijk te geloven, maar er zit echt ontzettend veel smaak in die pantsertjes van die beestjes en door het te verwarmen komen die smaken heerlijk vrij. Zo gebruik je ook nog eens het hele beestje, wat mooi past in de ‘no waste’ hype die al een tijdje gaande is (okee, het poepkanaal mag je wel weggooien). Je kunt allerlei schaaldieren gebruiken, zoals kreeft en garnalen. Of je kunt natuurlijk een combinatie maken. Wij kozen enkel voor garnalen, omdat we die lekker vinden, maar ook omdat die iets makkelijker te verkrijgen zijn. Ik kocht een doos hele garnalen op de markt die ik zelf schilde, maar je hebt ze ook in het vriesvak van de grotere supermarkt (let op dat ze ongepeld zijn!). Wellicht heeft jouw visboer de schalen ook wel los te koop. Heb je net als ik een hele doos garnalen, dan kun je de resterende garnalen natuurlijk gebruiken voor een ander gerecht. Hier gebruik je dus enkel de schil, en ik grilde enkele losse garnalen als garnering.

Ook in bereidingsmethode zijn er veel verschillen te vinden als je even googled, sommigen gebruiken cognac in de soep, of een ei en ook qua kruidengebruik wordt er veel gevarieerd. Dit is dus onze interpretatie van dit gerecht, maar je kunt hier dus makkelijk van afwijken.

Bereidingstijd: ~25 min (+30min kooktijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ∼4 personen:

  • schalen van 1kg garnalen
  • 8 losse garnalen
  • 1 potje tomatenpuree
  • 2 liter visbouillon
  • 1 winterpeen
  • 2 stengels bleekselderij
  • teen knoflook
  • 1 ui
  • 2 blaadjes laurier
  • 1 el dragon
  • 2 takjes (verse) rozemarijn
  • peper en zout
  • 200 ml room
  • 100 ml droge witte wijn
  • verse bieslook
  • olie en/of boter

Stappenplan:

Indien je hele garnalen gebruikt, pel ze en haal het poepkanaal uit de garnalen. Bewaar de schalen en koppen uiteraard, die hebben we nodig voor deze soep. Bewaar ook 8 garnalen, de rest kun je gebruiken in een ander gerecht.

Verhit een flinke scheut olie en/of boter in een grote soepketel. Bak hierin de schalen en koppen van de garnalen onder af en toe roeren op middelmatig vuur, ongeveer 5 minuten.

Snipper intussen ook de ui, knoflook en snij de peen in blokjes.

Doe de ui, knoflook en peen bij de schalen in de ketel en bak enkele minuten mee.

Snij intussen ook de bleekselderij in maantjes.

Doe de bleekselderij en tomatenpuree in de ketel erbij en bak ongeveer 1 minuut mee. Giet de witte wijn erbij en roer goed door zodat alle aanbaksels loskomen van de bodem van de pan. Kook de witte wijn iets in.

Voeg dan de visbouillon toe, als ook de laurier, dragon en rozemarijn. Breng dit aan de kook en laat minstens 30min koken.

Indien je een staafmixer bezit, pureer dan de soep lichtjes. Je hoeft niet alles helemaal fijn te malen, maar door alles licht te malen haal je de maximale smaken uit de ingrediënten.

Zeef de soep, druk goed op de schalen om alle vocht eruit de persen. De schalen kun je nu weggooien.

Breng de soep op smaak met peper en zout en giet er room bij. Hoeveel room je precies gebruikt, kun je zelf bepalen. Hoe meer room je gebruikt, hoe zachter de garnalensmaak wordt. Proef goed tussendoor wanneer je de soep op z’n lekkerst vindt. Je kunt de room natuurlijk ook helemaal weglaten als je echt een stevige garnalensmaak wilt.

Verdeel over 4 kommen en bestrooi met verse bieslook.

Smakelijk!

Culinair reisverslag: Citytrip naar Lissabon

Pim en ik wilden heel graag ontsnappen tijdens oud en nieuw. Ons initiele plan was om een reis naar Argentinië te boeken en daar in Buenos Aires oud en nieuw te vieren. Doordat we beiden vlak van tevoren voor ons werk ook al naar India moesten (Pim 2 weken, ik 3 weken) hebben we onze Argentinië reis vooruit geschoven naar 2018. We vonden het zo zielig voor onze katten George & Louis als we 2x zo lang van huis waren in korte tijd. Omdat we toch graag iets wilden doen dat het vooruitschuiven van de Argentinië reis ietwat ‘verzacht’, besloten we alsnog een tripje te boeken rondom oud en nieuw. Vooral vanwege het weer, en omdat we er beiden nog niet eerder geweest waren, werd dit 6 dagen Lissabon. 6 dagen is vrij veel voor een citytrip, maar we wilden vooral echt op ons gemak doen. Lekker uitslapen, niet teveel moeten, en alles op ons eigen tempo. Met een kortere citytrip ben je toch al snel geneigd vroeg op te staan en lange dagen te maken zodat je tenminste de stad fatsoenlijk gezien hebt. We hebben de stad meer dan fatsoenlijk gezien in die 6 dagen, en ook nog eens heerlijk uitgerust. Als klap op de vuurpijl vierden we oud en nieuw op een groot plein in het centrum van Lissabon (Praça do Comércio) met een aantal bands en een geweldige vuurwerkshow. Uiteraard hebben we culinair gezien waarschijnlijk nog heel wat hotspots gemist in Lissabon, maar toch wilde ik je mijn ervaringen niet achterhouden. Hieronder lees je dus een culinair verslag van wat wij allemaal deden en aten in Lissabon. Één ding wat ik je even moet vertellen als je een tripje naar Lissabon plant; neem een stel goede sneakers mee! Lissabon ligt namelijk tussen de heuvels en het is dus flink klimmen en afdalen geblazen om op de leukste plekjes te komen.

Pastéis de nata

Één ding kun je niet omheen als je in Lissabon bent; Pastéis de nata. Je vind ze bij elk restaurant, koffietentje en elke pastelaria (Portugees voor bakkerij). Deze taartjes zijn gemaakt van megakrokant bladerdeeg met een vulling van custard en ze zijn echt to-die-for. We hebben elke dag minstens 1 zo’n taartje naar binnen gewerkt, op sommige dagen zelfs meerderen. Deze taartjes worden ook wel Pastéis de Belém genoemd, omdat daar klaarblijkelijk de oorsprong ligt. Belém is een wijkje in het westen van Lissabon en daar ligt ook de bekendste bakkerij van Lissabon die deze taartjes verkoopt en beroemd maakte. Er staat rijendik voor deze bakkerij om de taartjes te kopen. Wij sloten ook aan in de zwerm van toeristen, want we moesten natuurlijk wel even testen of de taartjes van deze bakkerij nou ook echt 10x lekkerder waren dan elk ander taartje. Gelukkig leek de rij langer dan hij voelde, en waren we toch redelijk snel aan de beurt. Testresultaat: wat mij betreft heeft deze bakkerij het allerbeste bladerdeeg, maar de custard van Manteigaria (gelegen in Time-Out Market, daarover later meer) vond ik dan weer lekkerder. Inmiddels heb ik ze zelf ook nagemaakt, althans, poging tot. 100% hetzelfde zijn ze natuurlijk niet maar ik vond dat ze aardig in de buurt kwamen. Het recept vind je hier.

Tapas bij Sr. Lisboa

Onze eerste avond in Lissabon zochten we een restaurantje. We waren even in het hotel om ons op te frissen toen Facebook mij een berichtje stuurde. ‘Je bent in de buurt van 3 restaurants die goed beoordeeld worden’. Nou, laat mij die restaurantjes maar eens zien dan. Één van die restaurantjes was Sr. Lisboa, een piepklein restaurantje met een overwegend Portugese menukaart. Daar wilden we wel eten! We liepen ernaartoe, berg op en berg af. Helaas pindakaas, helemaal volgeboekt. We reserveerden dus voor 2 dagen later en daar waren we blij om. Allereerst hing er een fijne sfeer en is het restaurant ook nog eens fantastisch leuk ingericht, maar vooral: wat hebben we daar heerlijk gegeten! Je kunt er tapas-style eten, maar ook voor- en hoofd-gerecht. De kaart is niet al te groot, wat ik altijd fijn vind. Wij kozen voor tapasstyle; heerlijke krokante garnalen, stukjes zeekat (cuttlefish) en heerlijke kroketjes van Portugese worst. Ik geef Facebook niet vaak gelijk, maar in deze wel, het was absoluut de moeite waard!

Time-Out Market

Voor een foodlover kan een bezoekje aan Lissabon niet zonder een bezoekje aan de Time-Out Market, ook wel Mercado da Ribeira Nova geheten. Deze market bestaat uit 2 delen; een marktgedeelte met vooral groentes, fruit, bloemen en vleeskraampjes, en een eetgedeelte, met restaurantjes, bars & shops. Het marktgedeelte was helaas dicht toen wij er kwamen (ergens na lunchtijd), dus ik gok dat deze enkel s’ochtends geopend is. Het eetgedeelte daarentegen was superlevendig. Het was zo druk dat we haast geen zitplekje konden vinden tussen de lange hoge tafels met barkrukken. Qua opzet lijkt deze markthal op andere foodhallen, zoals de Foodhal in Amsterdam of de Gourmet Market in Eindhoven. Rondom zitten allerlei eettentjes met elk hun eigen menukaart, in het midden zijn alle zitplekken. Het leuke aan zo’n hal is dat eenieder zelf kan kiezen waar hij zijn eten vandaan haalt, en je het toch gezamenlijk kunt opeten. Heb jij dus zin in Chinese noodles en je partner zin in steak frites? Dat kan prima hier! Het verschil met de foodhallen in Nederland is dat hier het drinken ook voornamelijk bij de stands zelf wordt geschonken, en er dus geen generieke drinkstand is (op enkele specifieke stands na in het midden van de hal, zoals de smoothie of cocktailstand). Pim at hier een beef tartaar en ik at kroketjes van zeekat met inkt en kabeljauw met chorizo. Ook aten we hier die andere lekkere Pastel de Nata bij Manteigaria. Er zijn ook buiten enkele zitplekken, dus met elk weertype is het hier prima vertoeven.

Infame

Het restaurant Infame lag vlakbij ons hotel in een prachtig gebouw, en we liepen er elke dag langs. Het zag er binnen gezellig uit dus we besloten op een avond daar te gaan eten. De inrichting is heel modern, ik vond het fantastisch. De kaart was al even zo fantastisch, allerlei Portugese fusion gerechten met veelal invloeden uit de Oriëntaalse keuken. Zo eet je er o.a. steak tartaar met Tobiko (viseitjes) en wasabi mayo, maar ook gevulde konijn met Shimeji paddenstoelen en erwten-muntpuree. Okee, het is niet perse het goedkoopste restaurant (duur ook niet echt hoor) maar ik vond heb er heerlijk genoten en wilde hem dus niet uit deze lijst weglaten.

Vis en schelpdieren

Lissabon ligt zo goed als aan de zee. Okee, het ligt aan de rivier de Taag, maar die mond echt enkele km verder uit in de zee. Dus het ligt praktisch aan de zee. Genoeg verse vis te krijgen dus in Lissabon! Ik heb op meerder plekken de heerlijkste vis gegeten, dus ik ga dit even generiek benoemen. Het zou ook heel slecht zijn als je zowat aan zee ligt en dan slecht bereide vis serveert. Ik denk dus dat wanneer je een druk bezocht restaurantje bezoekt je altijd wel safe zal zitten wat betreft vis. Hou er wel rekening mee dat de vis en schelpdieren hier veelal ‘heel’ geserveerd wordt. Schrik dus niet als er ineens een vissenkop op je bord ligt. Op oudjaarsavond aten we op een terras waar we een visschotel bestelden. Voordat het eten kwam, kregen we al allerlei tools aangereikt. Een hamer, een tang en een soort pincet. Die hadden we dus allemaal nodig om de hele schaal met vis en schelpdieren op te eten. Ik had wel eens eerder kreeft en krab gegeten, maar nog nooit eentje die nog helemaal opengemaakt moest worden. Wat was dat leuk om te doen zeg! Hoe dan ook, moraal van dit verhaal; verlaat Lissabon niet zonder een lekker visje gegeten te hebben! En probeer dan eens een ander visje te kiezen dan die wat je standaard in de supermarkt ook vindt.

LX Factory

In het westen van Lissabon, ongeveer tussen het centrum en Belém in ligt LX Factory. Dit creatieve hart van Lissabon is een voormalig stukje industrieterrein dat omgetoverd is tot artistieke broedplaats. Naast de vele cafeetjes en restaurantjes liggen er ook meerdere concept-stores, tweedehandswinkels en zelfs een barbershop. Voor degenen die bekend zijn in Eindhoven; het is de Portugese wederhelft van Strijp S. De hipsters onder ons kunnen hier dus prima vertoeven, maar ook voor de ‘gewone mens’ absoluut het bezoeken waard op een fijne zonnige dag.

Cocktails bij Topo

Je loopt er zo voorbij als je niet oplet. Topo ligt op de 6e etage van het commercial centre aan Praça Martim Moniz. Het bestaat uit 3 gedeeltes. Een gedeelte is een oriental restaurant, waar je dus vooral orientaals eet (duh!). Een deel is vrij hip ingericht binnenrestaurant annex barretje, waar we een prima hapje gegeten hebben. De kaart is klein maar toch uitgebreid, voor ieder wat wils dus. Het laatste deel is een dakterras met cocktailbar, waar je een fantastisch leuk uitzicht hebt over Castelo de São Jorge. Okee, net als de veel cocktailbarretjes is ook dit niet de goedkoopste, je betaald zo’n 8-9 euro voor een cocktail. Maar ze zijn wel echt lekker, worden met liefde gemaakt en voor zo’n uitzicht is het ook echt niet erg om net iets meer te betalen.

Andere dingen die opvielen

Blijkt dat Lissabon qua food echt he-le-maal mijn ding is. Bij elk gerecht krijg je namelijk chips geserveerd. En als ik een guilty pleasure heb, dan is dat wel chips! Normaal heb ik met mezelf de afspraak dat ik maar 1 bakje chips per week eet, omdat het anders de spuigaten uit zou lopen. Een paar daagjes Lissabon was voor mij dus een waar feest.

Wat me ook opviel is dat er in Lissabon vrij veel ‘vandalisme’ is. Veel oudere huizen zijn volgekalkt met graffiti, wat natuurlijk ontzettend zonde is. Ik hou van graffiti, maar alleen als het ook echt als kunst gebruikt wordt, zoals in LX Factory. Helaas is het buiten LX Factory vaak een lelijk woord of naam. Toch is Lissabon echt een prachtige stad, gelegen tussen en op de bergen. De kleine huisjes met vrolijke tegelgevels maken me blij en door hier en daar een palmboom kreeg ik echt een ontzettend vakantiegevoel. Ook kreeg ik veel respect voor de mensen die er wonen, want jeetje, wat een bergen moet je oplopen zeg! Geen wonder dat ze voor kleine stukjes berg een tram hebben ingericht. Dat geeft overigens ook gelijk een leuk straatbeeld, al die schattige gele trams. Het grootste respect heb ik denk ik nog wel voor de postbode, die kan denk ik niet altijd maar de tram pakken dus die zal flinke kuitspieren hebben gekweekt over de jaren heen.

Indiaas naanbrood

Wie mij op social media volgt, heeft vast wel gespot dat ik onlangs voor werk naar India moest. In totaal ben ik 3 weken in India geweest, enkele dagen in Pune en de rest in Bangalore waar een vestiging van ons kantoor zit. Gelukkig gingen er enkele collega’s mee, maar helaas niet voor de volle 3 weken. Daardoor heb ik enkele dagen (inclusief een weekend) alleen doorgebracht. Wat ga je dan doen? Een kookworkshop volgen! Via wat googlen kwam ik uit bij een vrouw die al zo’n 15 jaar kookworkshops geeft en ze gaf heel toevallig dat weekend een workshop Indiase gerechten. De workshops geeft ze gewoon bij haar thuis dus ik zat daar met nog 4 andere Indiase vrouwen in de workshop. Okee, het was een iets andere workshop dan ik me had voorgesteld. Het was namelijk zo dat zij alles voordeed, en dat wij alles mochten proeven. We kregen de recepten en konden vragen stellen en aantekeningen maken. Echter, we konden zelf niet koken. Dat vond ik wel jammer. Maar desalniettemin waren de recepten goed uitgeschreven en legde ze alles heel goed uit. We maakten 3 vegetarische curries en 3 verschillende soorten brood. Dit naanbrood was er 1 van.

De manier waarop zij het brood maakte vond ik heel apart, door een ketel op de kop op het open vuur te zetten. Dit is echter een simulatie van een tandoor, een Indiase oven waarin naanbrood normaliter gebakken wordt. Vind je dit nou toch iets te lastig, dan is er nog een andere manier om het naanbrood te bakken. Zodra het brood uitgerold is, kun je dit afbakken in de oven op 180°C. Bak het eerst 10 minuten, draai de broden om en bak nog eens 10 minuten. Vervolgens kun je nog het brood kort (met een tang) boven het open vuur houden waardoor het nog extra gegrild wordt en je dezelfde donkere plekken creëert als op de foto. Daarna doe je net als hieronder beschreven wat boter erover.

Serveer het naanbrood met een overheerlijke curry, zoals bijvoorbeeld deze paneer butter masaladeze zoete aardappelcurry of dit gegrilde bloemkool recept.

Bereidingstijd: ~45 min (+1,5u rusttijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ~12 stuks:

  • 3 cups patentbloem
  • 3 tl suiker
  • 1,5 tl zout
  • 2 el (zonnebloem)olie
  • 2 tl bakpoeder
  • 1/3e cup griekse yoghurt
  • 1/3e cup melk
  • 1/3e cup water
  • optioneel: roomboter
  • optioneel: verse koriander
  • optioneel: 4 teentjes knoflook

Andere benodigdheden:

  • gasfornuis
  • grote ketel of ouderwetse pressure cooker

Stappenplan:

Mix de bloem met de suiker en het zout in een grote kom. Maak een kuil in het midden.

Doe de griekse yoghurt en het bakpoeder in het kuiltje en meng deze twee eerst lichtjes samen. Laat 1 minuut rusten.

Mix dan de griekse yoghurt langzaam met de bloem en voeg ook de olie en melk erbij.

Voeg ongeveer 2/3e cup lauw water toe en kneed in 5 minuten tot een glad, licht plakkerig deeg. Indien het deeg te droog is kun je water toevoegen. Is het nog te plakkerig, voeg dan extra bloem toe totdat je het gewenste resultaat hebt bereikt.

Doe het deeg in een schone kom en dek af met een schone theedoek. Zet de kom zo’n 1,5u te rusten op een warme plek (warm betekent de warmste plek in huis, zolang het maar niet koud en tochtig is).

Na 1,5u rusten verdeel je het deeg in gelijke stukken.

Wil je net als ik wat extra smaak geven aan je naanbrood, versnipper dan de koriander en pers de knoflook op een schaaltje voor later.

Zet ook de boter klaar.

Bestrooi je aanrecht met wat bloem en neem een deel naanbrood.

Rol dit uit op je aanrecht, gebruik hiervoor een deegroller of als je die niet hebt een schoongemaakte wijnfles bijvoorbeeld.

Verdeel een beetje van de koriander en knoflook aan de bovenkant van het deeg en ga er nogmaals met de roller overheen zodat het ‘in het deeg’ gedrukt wordt.

Verhit een grote ketel op het gasfornuis.

Neem het uitgerolde deeg in je hand met de knoflook/koriander kant naar beneden.

Strijk de lege kant lichtjes in met water.

Leg het deeg in de ketel met de natgemaakte kant naar beneden. Druk lichtjes aan met een licht vochtige theedoek.

Na enkele seconden draai je de hele ketel op z’n kop, zodat de binnenkant van de ketel boven het vuur staat. Op deze manier simuleer je de originele tandoor waar men in India het naanbrood in maakt. Het naanbrood blijft nu plakken aan de ketel terwijl de bovenkant van het naanbrood bruin en krokant gebakken wordt door het open vuur. Vind je dit nou een enge manier om het brood te bereiden, in de introductie van deze post beschrijf ik nog een andere manier om het brood te bereiden.

Na ongeveer 1 minuut draai je de ketel weer om en kun je het naanbrood eruit halen. Gebruik hier een spatel voor om hem voorzichtig los te wrikken.

Besmeer de bovenkant van het naanbrood lichtjes met wat roomboter en klaar is kees.

Herhaal dit voor de rest van het deeg.

Smakelijk!

Chocoladefudge met Maltesers

Fudge is heerlijk. Maar eigenlijk kan ik me alleen herinneren dat ik vaker karamelfudge eet. Ik kan me dus echt niet herinneren dat ik ooit bijvoorbeeld chocoladefudge heb gehad. En ik heb het dus al zeker nog nooit eerder gemaakt. Ik dacht namelijk dat het moeilijk was, maar toen ik dit kitkat-fudge recept van Lianne (blog: De Zoetekauw) zag wist ik gelijk dat ik dit wilde maken voor de foodblogswap van deze maand. Okee, ik had eigenlijk iets anders uitgezocht van haar blog, maar ik was een ingrediënt vergeten in de winkel (oops!). Gezien ik wel alle ingrediënten had voor deze fudge en ik eigenlijk sowieso al beide dingen wilde maken, werd het dus toch deze. De andere lekkernij staat nog zeker op mijn To Do lijstje, maar die kan dus nog heel even wachten. Sterker nog, ik had wel 5 recepten uitgezocht van Lianne’s blog, wat me allemaal stuk voor stuk heerlijk lijkt. Maar door onze verbouwing die we deze week gestart zijn had ik iets minder tijd en koos ik dus voor een ietwat simpeler receptje in plaats van een uitgebreide taart.

Hoe dan ook, als je van zoet houdt, neem eens een kijkje op de Zoetekauw. Er staan echt immens veel lekkere taarten op en ook enkele hartige recepten die mij wel doen glimlachen, zoals een kipkorn- of bitterballentaart. Afgelopen week ontmoette ik Lianne voor het eerst in real life, en wat een schat van een meid is het. De foto die je ziet op haar blog geeft precies hetzelfde weer zoals ze in het echt ook is.

Er zijn blijkbaar 2 manieren om fudge te maken. Dit recept is de makkelijke variant en je hebt gewoon maar 3 ingrediënten voor nodig! Dit kan iedereen maken dus en het is zo klaar. Okee, ik moet toegeven, ik had wellicht toch iets andere verwacht toen ik het proefde. Naar mijn idee gaat dit qua structuur meer richting ganache die ik eerder al maakte voor deze truffels. Maar dat kan ook te maken hebben met het feit dat ik enkel karamelfudge ken en dit nou eenmaal een iets andere structuur heeft. Hoe dan ook, is het wel lekker! Of het nou fudge of ganache is, je likt je vingers erbij af als je van chocolade houdt. Ik verving de Kitkat door Maltesers, want dat zijn echt mijn lievelingschocolaatjes. Door de crunch in de Maltesers krijgt deze fudge een ware textuursensatie doordat het zachte van de fudge wordt afgewisseld met het krokante van de Maltesers. Deze fudge is ook perfect om kado te geven. Sowieso zijn homemade lekkernijen altijd een perfect kadootje natuurlijk. Maar deze fudge kun je in mooie blokjes snijden en dan mooi verpakken in doorzichtige folie.

Bereidingstijd: ~10 min  (+ 3u koeltijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ongeveer 10-12 stuks:

  • 1 blikje gecondenseerde melk
  • 340 gram pure chocolade
  • 1 zak maltesers

Stappenplan:

Doe een vel bakpapier in een ovenschaal of bakvorm. Ik gebruikte zelf een browniebakvorm.

Breek de chocolade in kleine stukjes en doe in een magnetronbestendige kom. Giet de gecondenseerde melk erbij.

Zet dit telkens voor 25sec in de magnetron en roer daarna even door. Herhaal totdat alle chocolade gesmolten is. Bij mij was dit na 4x 25sec in de magnetron. Je kunt dit ook au bain-marie doen, als je geen magnetron hebt.

Schep een klein laagje van het mengsel over de bodem van de bakvorm en bestrooi met de helft van de maltesers.

Schep de rest van het mengsel eroverheen en verdeel netjes met de achterkant van een lepel.

Verdeel de rest van de maltesers over de bovenkant en druk ze lichtjes aan zodat ze echt half in de fudge gaan zitten.

Zet dit in de koelkast voor ongeveer 3u of langer, totdat de fudge goed uitgehard is.

Snij met een warm mes in stukken. Je kunt een mes warm maken door hem in een bak met heet water te houden en dan snel af te drogen.

Smakelijk!

Healthy banana pancakes van kikkererwtenmeel

Healthy banana pancakes. Je ziet ze heel veel wanneer je actief bent op instagram bijvoorbeeld. Maar ze zijn dan ook ontzettend yummy! En je kunt er eindeloos mee variëren. Ik wilde ze nog gezonder maken, en verving daarvoor normaal bloem of speltbloem door kikkererwtenmeel. Dit meel is gemaakt van kikkererwten (duh!) en zit maar 44 gram koolhydraten in, ten opzichte van 72 gram in patentbloem. Dat is nogal een significant verschil, niet waar? En voor wie niet van kikkererwten houdt, niet getreurd. Je proeft het helemaal niet! Pim zegt ook altijd dat hij niet van kikkererwten houdt, maar hij at dit toch zo snel op alsof zijn leven ervan af hing (niet wetende dat dit met kikkererwtenmeel gemaakt was).

Qua toppings kun je natuurlijk ook vanalles kiezen. Ik koos zelf voor vers fruit en maple syrup. Maar je kunt ook noten gebruiken, of chocolate chips of kokossnippers. Vooruit, het is me teveel gedoe om dit elke ochtend te gaan maken, want een simpele cracker is natuurlijk ook lekker en veel sneller. Maar zo af en toe, op een luie zondag, is dit heerlijk om de dag mee te beginnen! Hoe eet jij je pancakes het liefst?

Ohja, ik heb wederom een recept met cupmaten neergezet. Eerder gaf ik al aan dat het wel erg handig is om maatschepjes te hebben als je veel bakt. Dan hoef je namelijk niet lastig te gaan doen met de weegschaal. Je ziet dat ik de maten ook in ml/gram erbij gezet heb, en dat 1 cup water een andere omrekening heeft dan 1 cup meel. Dit komt doordat het gewicht verschilt tussen de 2. Je kunt dus niet altijd alles zomaar 1 op 1 omrekenen, vooral bij vaste stoffen. Er zijn echter veel sites waar je een goede omrekentabel vindt voor de meest voorkomende ingrediënten, zoals hier bij Uit Pauline’s keuken.

Bereidingstijd: ~10 min (+exclusief baktijk)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ∼10 stuks (2-3 personen):

  • 1 cup water (240ml)
  • 1 ei
  • 1 rijpe banaan
  • 1 cup kikkererwtenmeel (130 gram)
  • 1 el bakpoeder
  • 1 el maizena
  • 1 tl kaneel
  • olie
  • toppings: maple syrup, vers fruit, noten, chocolate chips

Stappenplan:

Meng alle ingrediënten, behalve de olie en toppings, in een keukenmachine en maal fijn tot een mooie egale mix.

Heb je nou, net als ik, maar een klein keukenmachientje, dan kun je ook alleen de banaan met wat van de ingrediënten mixen en de rest met de hand erdoor mengen. Heb je nou helemaal geen keukenmachine (of blender), dan kun de banaan ook met een vork prakken en de rest erdoor mengen met de hand. Zorg er dan wel voor dat de banaan echt goed geprakt is zodat ie goed gemengt wordt met de rest.

Verhit een koekenpan met een scheutje olie op middelhoog vuur en doe ongeveer 1/4e cup van de mix in de pan (ongeveer 50-60ml == 3 el).

Bak dit totdat er flink wat bubbels zijn ontstaan in de mix en flip de pannenkoek dan om. Bak aan de andere kant nog 1-2min op middellaag vuur.

Herhaal dit totdat alle mix op is, dat zijn zo’n 8-10 pannenkoekjes in totaal. Wil je nou sneller klaar zijn, dan kun je natuurlijk meerdere of grotere pannen gebruiken zodat je meerdere pannenkoekjes tegelijk bakt.

Serveer de pannenkoekjes met een topping naar keuze.

Ik gebruikte zelf verse bessen en banaan, met maple syrup. Een deel van de verse bessen had ik heel kort aangebakken in de pan met een eetlepel water, zodat het meer ‘sauzig’ werd. Je kunt eindeloos variëren met de toppings, dus ga vooral voor wat je zelf lekker vindt.

Smakelijk!

Pasteis de Nata: Portugese custardcakejes

Degenen die mij volgen op Social Media hebben onlangs kunnen zien dat ik oud en nieuw vierde in Lissabon, Portugal. Daar maakte ik kennis met dit overheerlijke taartje ‘Pastel de Nata’ (meervoudig: Pasteis de Nata). In Lissabon krijg je ze in elk cafeetje, barretje en bakkerij en ohhhh wat zijn ze lekker! Ik moest ze dus thuis een keer proberen na te maken! En ik moet zeggen, ik ben niet ontevreden over het resultaat. Wel was mijn 2e batch veel beter dan mijn 1e batch, wat vooral te maken had met de manier waarop ik het bladerdeeg in de vormpjes had gedrukt. Maar ik vond het superleuk om ze een keer te maken en ze komen qua smaak zeker in de buurt van ‘the real deal’.

Natuurlijk wist ik niet zo 1,2,3 hoe je dit moest maken dus ik heb veel recepten gelezen om uiteindelijk tot een soort middenweg te komen. Zoals je ziet zijn de ingrediënten in cups aangegeven. Dit doe ik niet om te pesten, want zoals je ook ziet staat de juiste hoeveelheid in ml of gram er ook bij. Maar voor de mensen die vaker bakken raad ik absoluut aan om maatscheppen te kopen. Hiermee kun je precies de juiste hoeveelheid opscheppen zonder moeilijk te moeten doen met weegschalen. Zeker als je vaker engelse recepten gebruikt is dit berehandig in plaats van telkens alles om te rekenen.

Bereidingstijd: ~30 min  (+ 10min. oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ongeveer 10-12 stuks:

  • 3 afgestreken el patentbloem
  • 1 & 1/4e cup melk (300ml)
  • 1 & 1/3e cup fijne kristalsuiker (265 gram)
  • 2/3e cup water (160ml)
  • 1 tl vanille extract
  • 6 eidooiers (maat L)
  • 1 kaneelstokje
  • 1 pak vers bladerdeeg (Tante Fanny)
  • olie of boter om in te vetten

Extra benodigdheden:

  • cupcakevorm
  • suikerthermometer
  • zeef

Stappenplan:

Meng de bloem met 1/4e cup melk tot een egaal mengsel.

Breng de suiker met het water en kaneelstokje langzaam aan de kook in een steelpannetje tot ongeveer 100°C. Doe dit op een laag pitje zodat het niet te snel gaat en je dus tijd genoeg hebt voor de volgende stap.

Breng intussen in een ander steelpannetje de resterende cup melk aan de kook. Zodra deze melk kookt, voeg je deze bij het eerder gemaakte melk-bloem mengsel en roer je goed tot een egaal mengsel.

Zodra je suikerwater 100°C is, meng je dit in een heel dun straaltje langzaam bij het melkmengsel. Blijf goed roeren terwijl je dit doet! Je kunt het kaneelstokje nu eruit halen.

Voeg het vanillearoma toe en blijf kort roeren totdat het iets afgekoeld is.

Klop intussen de 6 eidooiers op. Schenk iets van het melk-suikerwatermengsel bij de dooiers onder voortdurend roeren (anders gaat je ei stollen). Dit heet ook wel ‘familie maken’. Schenk daarna het eidooiermengsel bij de rest van het melk-suikerwatermengsel en blijf nog steeds roeren.

Zeef het mengsel en doe in een schone kom. Dek af met plastic folie en zet apart voor later. De custard is heel dun nu, dat hoort zo en komt later helemaal goed.

Verwarm nu de oven voor op zo hoog mogelijke temperatuur, liefst 280-290°C.

Vet de cupcakevorm in met boter of olie. Op mijn foto zie je boter maar ik heb ook een batch met olie gemaakt. Ik weet niet of het hieraan lag, maar de batch met olie kwam er beter uit dan die met boter. Dit was ook de 2e batch die ik maakte dus wellicht scheelt de ‘ervaring’ ook wel wat en dus niet alleen de olie.

Neem het vers bladerdeeg uit de verpakking en rol uit met de korte kant naar jou toe.

Rol vervolgens het bladerdeeg weer op de zelfde manier op, maar nu zonder het bakpapier ertussen zodat je echt een rol bladerdeeg krijgt.

Snij de rol in stukken van 1,5cm en leg elk stukje op z’n zij in de vorm.

Maak je duimen nat en druk langzaam en voorzichtig de rolletjes bladerdeeg uit tot bakjes. Begin vanuit het midden langzaam met je duim omlaag te drukken en ga zo langzaam verder naar buiten. Zorg dat de randjes goed aan de bakvorm vastzitten. Bij mijn eerste batch had ik dit niet goed genoeg aangedrukt, waardoor de randjes tijdens het bakken iets inzakten (zie foto hieronder). Bij mijn 2e batch had ik ze wel goed vastgedrukt en toen waren ze goed. In dit filmpje zie je goed wat ik bedoel (vanaf 8:45m).

Vul de vormpjes voor ongeveer 3/4e met de custard.

Bak de cakejes in de oven voor ongeveer 10min, of totdat de bovenkant mooi geblakerd goudbruin is. Schrik niet, dat geblakerde is juist heel typerend voor deze cakejes en hoort dus erbij.

Haal de vorm uit de oven en laat wat afkoelen voordat je de cakejes eruit haalt. Laat niet geheel afkoelen want de cakejes zijn het lekkerst wanneer ze licht warm zijn.

Serveer de cakejes met poedersuiker en/of kaneelpoeder.

Als je de cakejes later gaat eten kun je ze opnieuw opwarmen in de oven (op lagere temperatuur, zodat ze niet verder bakken maar enkel warm worden). Maar nogmaals, ze zijn het lekkerst wanneer ze net uit de oven komen.

Smakelijk!

Stoofpeertjes met venkelijs & chocomousse

Eerder deelde ik al dit kerstrecept, wat het voorgerecht was voor het afgelopen kerstdiner. Dit gerecht hier is het dessert dat ik maakte voor het kerstdiner 2017. Okee, ik begrijp dat veel mensen dit net te ver zullen vinden om zomaar eens te gaan maken. Maar ik wilde hem toch met jullie delen, je kunt natuurlijk altijd alleen onderdelen ervan gebruiken en verwerken in andere desserts. Want lekker was het wel!

De champagne jelly wilde ik altijd al eens maken. Als je hem zo los is, dan is hij vrij ‘funky’ van smaak. Maar eet je hem samen met andere ingrediënten, dan is het juist wel weer lekker. Het is heel vreemd hoe een ingrediënt zo’n bijdrage kan leveren aan een gerecht terwijl het los helemaal niet zo lekker is. Maar dat is natuurlijk wel vaker zo. Het recept hieronder is ruim genoeg voor 6 personen.

Het venkelijs vond ik echt verrukkelijk! Ik vind het vaak heerlijk om bijzondere smaken te verwerken in ijs. Zo maakte ik eerder al rozemarijnijs wat echt een grandioos success was, en ook dit blauwe bessen-basilicumijs. Ook het venkelijs viel weer goed in de smaak. De venkelsmaak is heel subtiel, waardoor het absoluut niet overheerst maar je wel net afvraagt ‘wat is dat nou wat ik proef’. Stoofpeertjes, chocolademousse en kletskoppen zijn natuurlijk ALTIJD goed, dus daar hoef ik verder geen betoog voor te houden denk ik.

Bereidingstijd: ~1u25 min  (exclusief koeltijd, stooftijd + oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ****

Ingrediënten venkel-ijs (genoeg voor minstens 8 bolletjes):

  • 250 ml volle melk
  • 4 eierdooiers (maat L)
  • 75 gram witte basterdsuiker
  • 250 ml slagroom
  • 2 el venkelzaad (heel, niet poedervorm)
  • snufje zout

Ingrediënten stoofpeertjes:

  • 4-6 stoofpeertjes (afhankelijk van hoeveel gasten je hebt natuurlijk!)
  • 500 ml rode wijn
  • 500 ml water
  • 2 steranijs
  • 1 kruidnagel
  • 50 gram suiker
  • schil van 1 citroen

Ingrediënten champagne-jelly:

  • 200 ml champagne
  • 50 gram suiker
  • 2 blaadjes gelatine

Extra ingrediënten:

Extra benodigdheden:

  • ijsmachine

Stappenplan:

Ijs:

Om het ijs te maken rooster je de venkelzaad in een droge koekenpan zodat de aroma’s vrijkomen.

Verwarm de volle melk au bain marie tot ongeveer 70°C en doe de venkelzaad erbij.

Mix in een aparte kom de eierdooiers & suiker tot een romig wit mengsel. Dit kan met de hand of de mixer.

Maak familie tussen de 2 mengsels. Dat wil zeggen; voeg een klein deel van het warme mengsel bij het koude mengsel en roer goed door. Daarna voeg je het gehele koude mengsel bij het warme mengsel (goed blijven roeren). Dit is nodig om het koude mengsel, waar het ei in zit, eerst op warmere temperatuur te brengen zonder dat de eieren gaan koken en je dus stukjes ei in je ijs krijgt.

Op dit punt kun je het snufje zout toevoegen indien gewenst. Een klein snufje zout wordt vaak toegevoegd aan zoete gerechten om de zoetigheid naar boven te brengen.

Verwarm het hele mengsel au bain marie tot ongeveer 82°C totdat het een mooie gebonden massa is.

Laat dit mengsel inclusief venkelzaad goed afkoelen in de koelkast (minimaal 1u). Eventueel kun je dit een hele nacht laten intrekken zodat de venkelsmaak er goed in trekt.

Zeef het mengsel zodat de venkelzaadjes overblijven, gooi deze weg. Klop de slagroom lobbig en meng dit met de afgekoelde mix.

Doe dit in de ijsmachine en laat het ijs draaien totdat het stevig wordt. Zet het daarna in de vriezer om verder te bevriezen totdat je het gaat serveren.

Stoofpeertjes:

Schil de stoofpeertjes.

Doe de andere ingrediënten samen in een pan en breng aan de kook.

Doe de stoofpeertjes erbij en draai het vuur laag. Laat dit zo’n 1u koken, of totdat de stoofpeertjes gaar zijn. Dit is afhankelijk van de grootte en het soort stoofpeertje. Als je er makkelijk met een vork doorheen prikt, dan zijn ze gaar. Draai dan het vuur uit en laat afkoelen in hun vocht. In een schone pot zijn ze enkele dagen houdbaar in het vocht.

Champagne-jelly:

Week de gelatineblaadjes in koud water.

Breng de champagne aan de kook en voeg de suiker toe.

Laat de champagne enkele minuutjes koken zodat de alcohol licht verdampt.

Draai het vuur uit. Knijp het water uit de gelatineblaadjes en voeg deze toe aan de champagne. Roer door elkaar totdat de gelatine is opgelost.

Neem een bakje en leg hier huishoudfolie in. Giet de champagne hierin en zet in de koeling voor minstens 2u of totdat de jelly uitgehard is. Snij dan in blokjes voor het serveren.

 

Serveer een stoofpeertje met wat toefjes chocolademousse. Heb je de mousse niet in een spuitzak gemaakt, schep dan met een lepel wat mousse op het bordje.

Verdeel enkele blokjes champagnejelly erover, als ook enkele kletskopjes.

Schep een bolletje ijs erbij.

Smakelijk!

Snelle spinaziefalafel met kruidenyoghurt

Ik hou erg van falafel. Ik eet het niet vaak want Pim is er niet zo’n fan van. Als Pim dus een keer niet thuis eten is dat voor mij de perfecte kans om zulke gerechten te maken die hij niet graag eet (althans, hij denkt dat hij het niet graag eet). Falafel is er in vele maten en soorten. Je kunt ze frituren of bakken in de pan en je kunt er ook voor kiezen om de falafel te serveren met hummus of een tahinsaus. Ik vind falafel met een smaakje het allerlekkerst, daarom koos ik ervoor mijn falafel op smaak te brengen met spinazie. Daardoor kreeg ik ook nog eens een berg extra vitamientjes binnen. Idealiter maak je ze van gedroogde kikkererwten, die je een nachtje in water laat weken. Gezien dit bij mij een last-minute beslissing was had ik daar geen tijd voor en nam ik dus blikerwten. Het gevolg hiervan is dat de falafel iets ‘pappiger’ en minder stevig zijn. Maar alsnog prima te eten en hartstikke lekker! Maar heb je wel tijd, dan zou ik zeker voor gedroogde kikkererwten gaan. En ook nog eens gezond! Want in kikkerertwen zitten bomvol vezels, proteïnen en mineralen.

Bereidingstijd: ~15 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ∼12 stuks (2 personen):

  • 1 blik kikkererwten (uitlekgewicht 265 gr)
  • 100 gram spinazie
  • 1 teen knoflook
  • 1 ui
  • komijn
  • korianderzaad
  • chilipoeder
  • 1 ei
  • 1 el bloem
  • olie
  • peper en zout
  • klein potje griekse yoghurt
  • 1 extra teen knoflook
  • verse kruiden, bijvoorbeeld peterselie en/of bieslook
  • Extra’s: wrap/pita’s, verse groentes zoals komkommer, tomaat, ui

Extra benodigd:

  • keukenmachine of blender

Stappenplan:

Spoel de kikkererwten af en laat goed uitlekken.

Pel de ui en knoflook en snij in grove stukken.

Doe de kikkererwten met de spinazie, ui, knoflook en de kruiden in de keukenmachine en maal fijn.

Meng het ei en de bloem erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Verhit een koekenpan met een flinke scheut olie.

Neem een eetlepel van het falafelmengsel en leg dit voorzichtig in de olie. Je kunt de falafelballetjes ook nog licht ‘shapen’ met je handen zodat ze mooier rond worden, maar ik vind het rustieke juist wel leuk.

Bak de falafel ongeveer 1-2minuten of tot goudbruin en draai ze dan voorzichtig om. Bak ze net zo lang aan de andere kant.

Maak intussen de kruidenyoghurt door de griekse yoghurt te mengen met een teentje knoflook (uitgeperst natuurlijk), de verse kruiden (fijngehakt), peper en zout. Eventueel kun je er een scheutje water bij doen zodat hij wat dunner wordt.

Serveer de falafel met een pita of wrap, frisse groentes en de kruidenyoghurt.

Smakelijk!

 

Quinoa met garnalen & heks’nboter

Heel af en toe hebben wij restjes-dag. Ik denk dat elk huishouden dit wel kent. Zonde om restjes weg te gooien maar af en toe weet je uiteindelijk niet wat je er nog mee moet doen. Soms gooi ik restjes daarom alsnog weg, maar ik probeer ze zoveel mogelijk opnieuw te gebruiken. Bij dit gerecht gebruikte ik leftover spinazie, tomaatjes en de hek’snboter had ik ook al in huis. De heks’nboter kreeg ik onlangs thuis gestuurd via de kerstfoodybox van ‘Kroon op het werk’. Nu kun je deze heks’nboter gewoon bij de borrel serveren, of ik had hem kunnen gebruiken bij het gourmetten. Maar ik wilde de uitdaging aangaan om hem te gebruiken in een ‘normaal’ avondeten-recept. Dat is dus deze geworden. Ik kan je vertellen, het was absoluut verrukkelijk! De heks’nboter geeft heel veel smaak aan dit gerecht. Ik gebruikte stiekem het hele potje voor ons tweetjes, dus echt heel gezond was dit uiteindelijk niet. Je kunt natuurlijk zelf bepalen of je dit ook doet of dat je minder gebruikt. Daarentegen is quinoa natuurlijk wel een van de betere keuzes in de categorie ‘koolhydraten’, en zijn de rest van de ingrediënten sowieso gezond.

Bereidingstijd: ~20 min        Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 150 gram grote garnalen
  • 150 gram quinoa
  • 150 gram verse spinazie
  • 200 gram romaatjes of kleine trostomaatjes
  • 1 potje heks’nboter
  • 1 tl chilipoeder
  • 1 tl paprikapoeder
  • 1 teen knoflook
  • peper & zout
  • optioneel: koriander of peterselie ter garnering

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Verwarm een koekenpan en smelt daarin 1 el van de heks’nboter, laat de boter niet bruin worden of aanbakken.

Doe deze boter bij de garnalen, samen met een extra teentje knoflook (uitgeperst), de chilipoeder en paprikapoeder en laat kort marineren.

Kook de quinoa zoals aangegeven op de verpakking.

Doe de tomaatjes in een ovenschaal en schep er enkele theelepels van de heks’nboter op, bestrooi met peper en zout en zet in de oven voor ongeveer 10-15min, totdat ze mooi gepoft zijn.

Verwarm de koekenpan opnieuw en bak hierin de garnalen gaar een goudbruin in ongeveer 2min.

Doe de garnalen in een kommetje en zet even apart.

Smelt nog een klontje heks’nkaas in de pan en bak hierin de spinazie kort totdat hij geslonken is.

Meng de quinoa met de spinazie.

Haal de tomaten uit de oven en doe de quinoa met garnalen erbij (zie mijn foto).

Verdeel de rest van de heks’nboter in klontjes eroverheen (of zoveel je wilt) en zet nog 1 minuut terug in de oven totdat de boter gesmolten is.

Bestrooi optioneel met peterselie of koriander.

Smakelijk!

Knolselderij-pastinaak soep met peterselie-olie

Dit recept is het voorgerecht dat ik maakte tijdens het afgelopen kerstdiner. Het was een groot succes! Niet moeilijk om te maken en iedereen vond het een heerlijk gerecht. Okee, nou zal mijn familie wellicht met kerst niet al te kritisch zijn, maar geloof me, dit waren echt oprechte complimentjes. Pim heeft de soep zelfs de 2 dagen erna weer gegeten. Ik had namelijk echt een TE grote hoeveelheid gemaakt, want zoiets inschatten vind ik dan weer lastig met grotere gezelschappen. Ik heb het recept aangepast naar een kleinere hoeveelheid. Ik had zelf een grote knolselderij en bijna 1,5kg pastinaak! Maar eigenlijk is dat ook helemaal niet erg, want je kunt de soep altijd invriezen voor later natuurlijk. En het leuke is, het kan altijd, niet eens alleen met kerst. Ziet het er niet feestelijk uit met die groene ‘drizzle’ en de ‘pastinaakkrullen’? Okee, het is misschien net iets te veel werk voor een simpele lunch voor jezelf alleen, dan kun je natuurlijk de pastinaakkrullen weglaten en er iets anders kant-en-klaar knapperigs voor in de plaats doen. Maar, de pastinaakkrullen zijn wel errrrrrug lekker dus dat zou ik echt goed overwegen.

Bereidingstijd: ~30 min (+30min kooktijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ∼4 personen:

  • 1 kleine knolselderij
  • ongeveer dezelfde hoeveelheid pastinaak als knolselderij in gewicht
  • 1 grote ui
  • 4 tenen knoflook
  • ∼1 liter groentebouillon (afhankelijk van de hoeveelheid groenten)
  • 50 gram roomboter
  • 100 ml olijfolie
  • flinke bos platte peterselie
  • peper en zout
  • 200 gram spekjes
  • olie om in te frituren (of frituurpan)

Extra benodigdheden:

  • staafmixer of iets anders om mee te pureren
  • frituurpan

Stappenplan:

Pel de ui en 3 tenen knoflook en snipper ze. Smelt de boter in een grote pan en fruit hierin de knoflook en ui in 10min glazig.

Schil intussen de knolselderij en snij in blokjes van ongeveer 2 bij 2 cm.

Schil de pastinaak, bewaar de schillen voor later! Probeer de schillen in lange repen eraf te halen, niet al te kleine stukjes.

Snij de boven en onderkant van de pastinaak en gooi dit weg. Snij ook het binnenste harde gedeelte weg. Snij het overgebleven ook in blokjes van ongeveer 2 bij 2 cm.

Doe de pastinaak en knolselderij bij de ui en bak dit even mee.

Voeg de groentebouillon toe en breng aan de kook. Let op: de hoeveelheid bouillon die je nodig hebt hangt af van hoeveel pastinaak en knolselderij je hebt. Zorg er in elk geval voor dat de groenten onder staan tijdens deze stap. Later als je de soep pureert kun je altijd nog meer bouillon toevoegen.

Laat de groenten ongeveer 30min koken in de bouillon.

Bak intussen de spekjes in een droge koekenpan krokant en laat uitlekken op keukenpapier.

Voor de peterselie-olie doe je de peterselie, 1 teen knoflook en olie bij elkaar en pureer je dit totdat de peterselie en knoflook redelijk fijn zijn. Je kunt eventueel de peterselie en knoflook ook met de hand fijnhakken en dan met de olie mengen. Breng de olie op smaak met een beetje peper en zout.

Verhit intussen ook de frituurolie tot ongeveer 175°C.

Bak hierin de schillen van de pastinaak krokant, dit duurt zo’n 1 tot 1,5 min. Je kunt dit het beste in delen doen, zodat er niet teveel pastinaak tegelijk in de olie zit. Zo worden de schillen gelijkmatiger krokant.

Haal de pastinaak uit het frituurvet en laat uitlekken op wat keukenpapier. Bestrooi met wat zeezout.

Zodra de soepgroenten lang genoeg gekookt hebben (de pastinaak en knolselderij zijn zacht, je prikt er makkelijk doorheen met een vork), dan pureer je de soep met de staafmixer.

Eventueel kun je de soep nog door een zeef halen om alle oneffenheden te verwijderen.

Nu kun je eventueel ook extra bouillon toevoegen om de soep wat dunner te maken, dat ligt er maar net aan wat je lekker vindt.

Breng de soep verder op smaak met peper en zout.

Verdeel de soep over de borden. Schenk er een lepel peterselie-olie in en strooi de spekjes en pastinaakchips eroverheen.

Smakelijk!

 

Kletskoppen

Zin om met oud en nieuw iets zelfgebakken te serveren maar geen zin om uren in de keuken te staan? Deze kletskoppen zijn echt TE easy en zo klaar! Het is waarschijnlijk het makkelijkste recept op de blog so far, maar met grote impact! Ik maakte ze als onderdeel van het kerstdessert in 2017 (hou de blog in de gaten, het complete dessert komt ook snel online!) en mijn gasten waren onder de indruk. Ze vonden deze rakkers veel lekkerder dan de kletskoppen die je in de winkel koopt. Nou, dat is nou nog eens een compliment!

Maar pas op, ze zijn zo lekker en vooral lekker luchtig dat je er zo 5 achter elkaar hebt weggewerkt. Krijg je dus veel gasten, kun je misschien beter een dubbele portie afbakken! Je kunt ze makkelijk ook zo’n 1-2weken bewaren in een afgesloten doos. Over de oorsprong van de naam het koekje zal ik het niet hebben, die vond ik zelf namelijk niet heel erg smakelijk om te lezen. Google is uiteraard je beste vriend als je toch interesse hebt, maar beter doe je dat nadat je een flinke portie van deze boys hebt weggewerkt.

Bereidingstijd: ~10 min (+7min baktijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ~25 stuks:

  • 60 gram amandelen
  • 60 gram bloem
  • 60 gram ongezouten roomboter
  • 150 gram licht bruine basterdsuiker
  • 0,5 tl kaneel
  • snufje zout
  • 3 el water

Extra benodigdheden:

  • bakpapier

Stappenplan:

Verwarm de oven op 180°C.

Meng de bloem met de kaneel en zout en roer door elkaar.

Hak de amandelen fijn, dit kan met de hand of met een keukenmachine. Het hoeft niet ragfijn allemaal, er mogen best hier en daar nog wat redelijk grotere stukjes in zitten.

Smelt de boter in een pannetje, let op dat hij alleen smelt en niet bruin wordt.

Voeg de suiker toe aan de boter en roer door elkaar totdat het een geheel wordt.

Voeg dan ook het water toe en daarna het bloemmengsel beetje bij beetje, totdat alles mooi opgenomen is.

Roer de amandelen erdoor en laat enkele minuten staan zodat het iets dikker kan worden.

Beleg de bakplaat met bakpapier of gebruik een siliconen bakmat.

Leg hierop kleine hoopjes van het mengsel, zo groot als een 2 euromunt. Niet veel groter, want ze lopen nog flink uit tijdens het bakken. Leg de hoopjes daarom ook niet te kort op elkaar. Je kunt er max 9 per bakplaat doen (afhankelijk van de grootte van je bakplaat uiteraard), dus je zult het in porties moeten bakken.

Bak de koekjes zo’n 7min af in de oven, of totdat ze mooi goudbruin zijn.

Haal de uit de oven en schuif het bakpapier met de koekjes op een rooster of ander koel ondervlak. Dit voorkomt dat de koekjes nog verder doorgaren op een hete bakplaat en zorgt er ook voor dat de koekjes uitharden zodra ze afkoelen.

Bak dan de volgende batch koekjes af in de oven totdat al het mengsel op is.

Smakelijk!

13x Kerstdiner inspiratie

Zoals mijn trouwe volgers inmiddels weten zit ik voor mijn werk 3 weken in India. Dat is natuurlijk helemaal niet erg, want in plaats van dat ik bibberend onder een dekentje moet kruipen, druipt hier het zweet van mijn voorhoofd en kan ik dus nog lekker even mijn voorraad vitamine D bijwerken. Dat betekent helaas wel dat ik dit jaar geen tijd had om lekkere kerstrecepten uit te werken voor jullie.

Natuurlijk staan er al enkele recepten op de blog die wat mij betreft perfect in elk kerstmenu passen, zoals deze beef wellington, deze pompoen-ravioli of deze coquilles met pastinaak. Of in de zoete categorie deze panna cotta of dit chocolade nagerecht met rozemarijn-ijs wat ik 2 jaar geleden voor mijn kerstmenu maakte. Maar toch wilde ik dit jaar wat extra aandacht schenken aan heerlijke kerstrecepten. Kerst is voor mij namelijk het familiefeest van het jaar. Dit heeft meerdere redenen. Ik ben niet gelovig, dus kerst is voor mij niets religieus. Voor mij is kerst echter wel het moment van het jaar om even goed stil te staan bij al het goede in mijn leven en dit geluk samen met mijn familie te vieren. Tweede reden dat ik kerst zo belangrijk vind is omdat dit een van de zeldzame momenten in het jaar is dat mijn familie compleet is. Mijn broer woont niet helemaal in de buurt en die zie ik dus niet zo heel erg vaak. Die enkele momenten per jaar dat we dus allemaal samen zijn, zijn voor mij extra speciaal.

Om deze redenen, maar ook omdat ik koken nou eenmaal echt heel erg leuk vind, pak ik dus altijd flink uit met het kerstdiner. Al enkele jaren verzorg ik, met een beetje hulp van moeders, een 4-gangen diner, dat natuurlijk rijkelijk aangevuld wordt met goeie flessen wijn (waar papa al weken voor kerst mee bezig is) en een kerstboom vol kadootjes. Zodra de eerste pepernoten in de supermarkt liggen, wat natuurlijk stiekem belachelijk vroeg is, beginnen mijn hersenen overuren te draaien. Wat zal ik dit jaar eens met kerst maken? Elk vrij uurtje dat ik heb droom ik over het menu. Okee, het is echt niet zo dat het mijn leven beheerst, maar ik ben er wel echt veel mee bezig. In gedachten dan, want ik wil niet dat mensen me voor gek verklaren als ik in september al begin over het kerstdiner. Zo krijgt langzaam week na week een nieuw stukje diner vorm en uiteindelijk ongeveer een week voor kerst weet ik helemaal tot in de puntjes wat ik wil gaan maken. Wat het kerstmenu voor dit jaar wordt, dat hou ik nog heel even voor me.

Om jullie toch wat kerstinspiratie te geven dit jaar, heb ik mijn medefoodbloggers gevraagd om input. Via een facebookgroep speciaal voor foodbloggers vroeg ik ze om hun beste kerstcreaties. Ze deelden massaal recepten met me, die ik dan weer met jullie mag delen. Ik kreeg zelfs zo ontzettend veel reacties van medebloggers dat ik ze moeilijk allemaal kon delen. Ik koos er dus voor om van elke blogger het lekkerste of leukste recept op te sommen in deze roundup. Van voor- tot nagerechten, van simpel tot uitdagend en zelfs enkele vega(n) recepten. Een voor een liep het water in mijn mond bij het lezen van de recepten en zien van hun foto’s. Als jullie daar geen inspiratie van krijgen???


Voorgerechten:

Avocado-komkommer soep:

Hoewel bij ons thuis kerst zeker niet in het teken staat van gezond doen en we dus absoluut geen calorieën tellen, zal dat niet in elk huishouden gelden. Reden genoeg dus om ook enkele gezonde recepten te highlighten. Cora bedacht deze avocado-komkommer soep, een perfect licht en vooral gezond voorgerecht voor een (gezond) kerstdiner. Cora, eigenaar van Cultfood, kookt op haar blog veel met eigengeteelde producten en probeert de lezer mee te nemen naar de oorsprong van haar gerechten. Erg leuk om te lezen allemaal.

Vega ravioli van rode biet:

Wauw, wat een prachtig gerecht. Dit blijkbaar simpele gerecht zal zeker weten elke gast laten verbazen. Want het ziet er verbazingwekkend sjiek uit, wat dus perfect is voor als je indruk wilt maken op je schoonouders of wie dan ook. Deze ravioli gemaakt van rode biet en gevuld met geitenkaas kan iedereen maken. Het is een vegetarisch gerecht, maar volgens mij zou elke vleeseter dit met alle liefde voorgeschoteld krijgen. Bedankt voor dit recept, Andrea van Anniepannie.

Vega christmascracker:

Je kent vast wel de ‘christmascracker’, een knalbonbon waar meestal een speeltje of spreuk in zit. Vriendinnen Vivian en Marjolein van de blog ‘Foodies have arrived‘ bedachten een kerstgerecht rondom deze christmascracker. Deze champignoncracker is gemaakt van een mix van paddenstoelen en bladerdeeg en daarom een goed vegetarisch alternatief voor een voor- of hoofdgerecht tijdens het kerstdiner. Heb je een mix van vega en non-vega gasten, dan kun je natuurlijk variëren met de vulling door er bijvoorbeeld kip aan toe te voegen. Ik vind hem leuk bedacht!

Pasteitjes met brie, honing & tijm:

Een gerecht wat bij ons thuis vrijwel elke kerstavond op tafel verschijnt is het pasteitje. Meestal met een ragout van champignon of kip. Omdat de dag van kerstavond meestal nog gewoon gewerkt moet worden hebben we dan namelijk nog geen tijd om uitgebreid te koken. Een pasteitje is dan lekker simpel, maar wel heel lekker. Nou gaf Maris van de ‘Flying Foodie‘ mij dit recept voor pasteibakjes met brie, honing & tijm. Daar had ik zelf nou nog nooit over nagedacht, om eens wat anders te serveren dan ragout bij je pasteitje. Ziet dit er niet overheerlijk uit? Nu deelde Maris nog een ander gerecht met me, wat ik jullie eigenlijk niet wilde onthouden. Deze pannenkoekjes met zeekraal en rivierkreeftjes zien er ook TE kerstig uit, niet?

Wildbouillon met gerookte eend:

Een licht, feestelijk en smaakvol voorgerecht. Wie wil dat nou niet aan zijn gasten voorschotelen? Het recept voor deze wildbouillon met gerookte eend komt van ‘de kokende zussen‘. Omdat ze kant- en klare gerookte eend gebruikten, heb je niet de ellende van het zelf roken en kan deze soep dus eigenlijk niet misgaan. Wederom een prima voorgerecht voor elk kerstmenu.

 

Hoofdgerechten:

Konijn met bier en chorizo:

Konijn kan altijd, toch eten wij het zelden. Zonde eigenlijk, want het is zo lekker. Elsa van ‘ElsaRblog‘ bedacht dit recept met konijn, chorizo en bruinbier. Volgens haar is het een perfect recept voor kerst. Dat geloof ik wel, want wie wil er nou niet alcohol verwerkt in zijn eten met kerst, en knapperige chorizo lust ik ook altijd wel. Ziet het er niet lekker uit? Volgens Elsa is het ook nog eens niet moeilijk om te maken, dus zeker het proberen waard voor de ietwat onervaren hobbykoks onder ons.

Pasta met saus van eend:

Bij een goed kerstdiner hoort een stuk wild. Dat is althans het motto wat bij ons thuis al jaren geld. Mijn vader is een echte wildliefhebber en normaal eten we niet zo vaak wild dus dat maakt het extra speciaal met kerst. Normaliter is dat echt een homp vlees, zoals een hertenbiefstuk. Nooit over nagedacht om wild eens te verwerken in saus, zoals in dit recept van pasta met een saus van eend. Wat ziet dat er lekker uit, en ik hou niet eens zo heel erg van eend. Op ‘Eerst Koken‘ vind je zelfs nog meer interessante recepten die wat mij betreft ook prima thuishoren in een goed kerstmenu, zoals deze witte chocolademousse met karamelpopcorn.

Pulled everzwijn:

Vergeet pulled pork & pulled chicken. Met kerst ga je voor speciaal. Staat kerst bij jullie niet in het teken van sjiek dineren, maar gewoon lekker eten of wellicht zelfs een winterbbq, ga dan deze uitdaging aan en probeer eens pulled everzwijn te maken. Volgens ‘de BBQ Bastard‘ brengt dit gerecht een ‘erg feestelijke warm gevoel’ met zich mee en leent het zich dus bij uitstek voor een kerstdiner. Of het nou voor kerst is of niet, dit gerecht staat bij deze op mijn to-do lijstje.

Kalkoenfilet met paddenstoelensaus en cranberries:

In USA wordt de kalkoen volop geserveerd tijdens thanksgiving, dat elk jaar in November plaatsvindt. Maar ook met kerst misstaat deze rakker niet op tafel. Je kunt je natuurlijk wagen aan een gevulde kalkoen, zoals ze dat in USA doen. Maar je kunt het ook iets simpeler houden, en deze kalkoenfilet met een paddenstoelensaus en cranberries op tafel toveren. Door de toevoeging van de cranberries krijgt dit gerecht een ontzettend feestelijke uitstraling en omdat het simpel en snel te bereiden is, is het een prima recept voor een zorgeloze kerst. Bak de filetjes niet te lang, want kalkoen droogt iets sneller uit dan kip. Wil je het gerecht extra kerstig maken? Serveer er dan deze kerstkranssalade bij. Wat een plaatje, dankjewel Hanneke van Culinea.nl!

Kerst in Indiase sferen:

Hoe toevallig dat Johanneke van ‘Bijna net zo lekker als thuis‘ een Indiaas kerstmenu op de blog heeft staan. Zo kan ik jullie toch nog een beetje inspireren vanuit het land waar ik mij momenteel bevind. Want ik ben in deze 3 weken echt van de Indiase keuken gaan houden. Of ik het zelf als kerstdiner zou voorschotelen, dat weet ik niet. Maar voor elk ander diner, absoluut! Het leuke aan Indiaas eten is dat je aller lekker deelt in plaats van elk je eigen bord hebt. Dat past dan natuurlijk wel weer in de kerstgedachten. Deze lamscurry met amandelen zou in dat geval dus prima op zijn plaats zijn.

Desserts:

Veenbessentaart met oreo’s:

Wat een plaatje, deze veenbessentaart met oreo’s. Het water loopt mij echt in de mond bij het zien van deze foto. Niet alleen omdat het lekker uitziet, maar het klinkt ook nog eens heerlijk. Een echt feestelijk recept wat perfect bij de kerstdagen past. Door gebruik van de veenbessen (cranberries) zal deze taart niet al te zoet zijn, maar juist in balans met ook een licht zuurtje erin. En je kan hem ook nog eens 2 dagen van tevoren maken, waardoor je stressvrij met kerst zelf bent. Op de blog eenlepeltjelekkers.be toont Annelies dat ze in België ook een fijn gevoel voor lekker eten hebben. Wat een ontzettend fijne recepten heeft ze op haar blog staan. Zo nu en dan komt er een ingrediënt naar boven waar ik nog nooit van heb gehoord, maar met een beetje gegoogle leer je al snel wat de Nederlandse variant ervan is. Zo vind je er ook een heerlijke ceviche van zeebaars en een zeebaars met pompoenpuree welke ook zeker niet zouden misstaan in een kerstdiner.

Ijstaart met chocolade en mokka:

Vergeet de ouderwetse Viennetta ijstaart. Ondanks dat die stiekem echt wel heel lekker is komt hij stiekem elk gezinslid inmiddels de strot uit. Het is toch veel leuker om een zelfgemaakte ijstaart voor te schotelen? Lianne van de blog ‘De Zoetekauw‘ bedacht deze ijstaart met chocolade en mokka. Wat een plaatje. En je kan hem al een dag of 2 van tevoren maken, zodat je op kerstavond zelf geen keukenstress hebt. Perfect toch?

Kwarktaart met stoofpeertjes:

Stoofpeertjes laten mij echt gelijk aan kerstmis denken. Ik eet ze namelijk alleen met kerst, en verder eigenlijk nooit. Terwijl ze stiekem wel heel lekker zijn. Deze kwarktaart met stoofpeertjes is dus wederom een prima dessert dat al een dag voor kerst gemaakt kan worden om keukenstress te voorkomen. Vyella van ‘Vyella.nl‘ gebruikt zelfs kant- en klare producten om je kerststress nog minder te maken. Een kind kan de was doen, en toch zul je je gasten verrassen met dit heerlijk winters gerecht.

Boerenkoolstamppot 2.0 met Aziatische gehaktballetjes

Dit gerecht ziet eruit als gewone boerenkoolstamp met gehaktballen en wat jus, niet? Niets is wat het lijkt. Dit is mijn boerenkool met een twist. In plaats van gewone aardappel gebruikte ik zoete aardappel. Dat zie je niet omdat ik niet ging voor de oranje zoete aardappel, maar de geelgekleurde (niet perse express, de supermarkt had alleen maar de gele variant op voorraad). Zoete aardappels zijn namelijk in allerlei vormen, maten en kleuren verkrijgbaar en zijn dus niet alleen oranje.

Daarnaast maakte ik Aziatische gehaktballetjes, door het gehakt te kruiden met Aziatische smaken zoals gember en sojasaus en ook de saus bestaat uit deze Aziatische flavours. Ik vind zulke fusion keukens heerlijk, omdat het je smaakpapillen verrast en zelfs af en toe voor de gek houdt. Ik gebruikte zelf rundergehakt voor de gehaktballetjes, maar je kunt ook kippengehakt gebruiken als je nog een tikkeltje gezonder wilt gaan.

Bereidingstijd: ~30 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 personen:

Stamppot:

  • ∼1/1,2kg zoete aardappels
  • 500 gram boerenkool
  • 1 bouillonblokje rund of kip
  • 3 bosuien

Gehaktballetjes:

  • 500 gram runder- of kipgehakt
  • 2 cm verse gember
  • 2 teentjes knoflook
  • 3 bosuien
  • 3 el sojasaus
  • 2 el paneermeel
  • peper en zout
  • olie

Saus:

  • 2 cm verse gember
  • 2 teentjes knoflook
  • 3 el sojasaus
  • 3 el sriracha saus
  • 0,5 el sesamolie
  • 2 el gembersiroop
  • 2 el lichtbruine basterdsuiker
  • 1 el rijstwijn azijn
  • 1 el limoensap

Stappenplan:

Schil de zoete aardappels en snij in stukken van ongeveer 3 bij 3 cm.

Zet een pan met water op het vuur en doe het bouillonblokje erbij. Voeg de aardappels toe en breng aan de kook. Kook de aardappels in ongeveer 20min gaar.

Rasp de knoflook en gember voor de gehaktballen en meng met het gehakt. Snij 3 bosui in hele fijne ringetjes en meng ook dit door het gehakt met de sojasaus, paneermeel en peper en zout.

Meng het gehakt goed door elkaar en rol er balletjes van ongeveer 3cm dikte van.

Verhit een koekenpan met ongeveer 1-2 el olie en bak hierin de gehaktballen rondom goudbruin. Draai het vuur lager als het te hard gaat en laat nog enkele minuten doorbakken om de ballen ook van binnen te garen. Schep de gehaktballen uit de pan en zet even apart, de resterende olie en vleesrestjes kun je in de pan laten.

Voeg intussen de boerenkool bij de zoete aardappels en laat dit de laatste 5-10min meekoken.

Voeg de ingrediënten van de saus bij elkaar en doe dit in de hete pan waar je de gehaktballen in gebakken hebt. Breng de saus aan de kook en laat enkele minuten inkoken zodat hij iets dikker en stroperiger wordt.

Voeg de gehaktballen weer toe bij de saus en schep door elkaar zodat alle gehaktballen saus rondom hebben.

Draai het vuur laag of uit zodat de saus niet verder indikt. Snij intussen de resterende bosui in ringetjes.

Giet het vocht van de aardappels af, maar vang ongeveer 1 kopje kookvocht op.

Stamp de aardappels met de boerenkool samen tot een stamppot en breng op smaak met flink wat peper. Naar smaak kun je nog extra zout toevoegen. Voeg wat van het opgevangen kookvocht toe om hem wat smeuïger te maken.

Serveer de stamppot met de gehaktballetjes en schep de resterende saus nog extra over de gehaktballen. Bestrooi met wat gesneden bosui.

Smakelijk!

 

“Saffraanrisotto” met kabeljauw & gegrilde groenten

Je zult je wellicht afvragen waarom de titel van deze blogpost tussen haakjes staat? Dat zal ik je vertellen. Dit is geen echte risotto, maar een gezondere variant ervan. De risottorijst heb ik vervangen door bloemkool, zodat het gerecht koolhydraatarm is. Want zoals mijn trouwe lezer inmiddels weet, probeer ik sinds enkele maandjes gezonder door het leven te gaan. Okee, uiteindelijk heb ik er alsnog wel een klein beetje echte risottorijst doorheen gedaan omdat Pim een ontzettend pruillipje trok toen ik vertelde dat we ‘neprisotto’ aten. Maar dat was in verhouding bijna te verwaarlozen, die hoeveelheid risotto. Mocht je dus niet geheel koolhydraatarm willen eten, voeg dan gerust risottorijst toe zoveel je zelf wilt. De stappen blijven in principe gelijk.

Het idee van deze risotto komt van Anja’s foodblog. Ik kreeg haar blog toegewezen voor de foodblogswap van deze maand en mocht dus iets uitkiezen om na te koken en mijn eigen draai aan te geven. Anja’s foodblog staat vol met lekkere recepten, waaronder ook enkele airfryer recepten voor de liefhebber. Maar toen mijn oog op dit gerecht viel wist ik meteen dat hem dit ging worden. Onlangs kreeg ik namelijk een lading saffraan uit eigen tuin van vriendinnetje Sophie, een uitgelezen kans om die eens te gebruiken dus. Dankjewel, lieve Sophie!

Ik vond het ontzettend bijzonder om van Anja’s blog te koken. Ik kwam erachter dat we beiden de ziekte van Crohn hebben. Voor mij betekent het hebben van deze ziekte tot nu toe nog niks extreems. Ik ben gezegend met het feit dat mijn ziekte al sinds de ontdekking zo’n 9 jaar geleden rustig is en dat ik ook qua voeding maar enkele kleine dingen heb waar ik op moet letten. Verder heb ik enkel last van erge vermoeidheid en af en toe buikkrampen, maar daar blijft het tot nu toe gelukkig zo’n beetje bij. Helaas zijn er genoeg mensen waarbij deze ziekte iets anders verloopt en die erg op voeding moeten letten of een ziekenhuis-in-ziekenhuis-uit leven leiden. Zo ook Anja, is op haar blog te lezen. Wat stoer dat ze na een lang ziekteperiode deze hobby heeft kunnen oppakken en toch weer van eten en koken kan genieten. Een voorbeeld voor mij, hoewel ik natuurlijk het allerliefste hoop dat mijn ziekte nog vele jaren rustig blijft.

Bereidingstijd: ~30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 bloemkool
  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • 1 buisje saffraan
  • 1 liter hete kippenbouillon
  • 0,5 glas droge witte wijn
  • 1 el olie
  • 100 gram risottorijst (optioneel)
  • 1 el roomboter (optioneel)
  • 1 courgette
  • 1 puntpaprika
  • 2 kabeljauwfilets
  • 1 el bloem
  • viskruiden
  • peper en zout

Extra benodigdheden:

  • grillpan (optioneel)

Stappenplan:

Haal het groen van de bloemkool en snij de roosjes eraf.

Rasp de stam van de bloemkool fijn en zet apart.

Pel en snipper de ui en knoflook.

Doe de saffraan in een kommetje en giet er een beetje heet water op.

Verhit de olie in een koekenpan en fruit de ui en knoflook op midden-laag vuur in 5minuten glazig.

Voeg de geraspte bloemkoolstam toe. Wil je nog echte risotto gebruiken, voeg deze dan ook nu toe en bak deze 1 minuut mee.

Voeg de wijn toe en laat deze inkoken tot het vocht verdampt is.

Voeg dan de saffraan met het vocht toe en een flinke lepel bouillon.

Blijf af en toe schudden met de pan maar probeer zo weinig mogelijk met een lepel te roeren in de pan.

Zodra al het vocht is opgenomen, voeg je een lepel nieuwe bouillon toe. Doe de resterende bloemkoolroosjes in de hete kippenbouillon.

Herhaal dit totdat de risotto gaar is. Als je echte risotto gebruikt, duurt dit ongeveer 20minuten. Gebruik je enkel bloemkool, dan duurt het iets korter. Proeven, proeven, proeven.

Voeg bij de laatste lepels vocht ook de bloemkoolroosjes toe uit de bouillon en prak deze lichtjes met een vork zodat het wat uit elkaar valt (en dus meer op risotto lijkt). Breng op smaak met peper en eventueel zout.

Verhit intussen ook een grillpan. Heb je geen grilpan, gril dan de groentes in de oven.

Maak de courgette en paprika schoon en snij in lange repen. Optioneel kun je ze lichtjes insmeren met olie, ik doe dat zelf eigenlijk nooit.

Gril dit in 3min per kant of totdat je mooie grilstrepen krijgt.

Dep de kabeljauwfilets droog met keukenpapier.

Besprenkel met viskruiden en wrijf er dan de bloem overheen.

Verhit olie of boter in een pan en bak hierin de vis bruin in ongeveer 3min per kant.

Serveer de bloemkoolrisotto met de gegrilde groentes en gebakken vis.

Smakelijk!

Vegan cupcakes

Ik ben zelf geen vegan en dat zal ik ook niet worden verwacht ik. Ik eet regelmatig vegetarisch want dat kan heel lekker zijn en ik probeer echt wel enigszins bewust vis en vlees te eten. Maar echt alles laten zal ik echt heel lastig vinden. Ik vind dingen zoals kaas en eieren echt veel te lekker om het voor altijd op te geven. Toch is dit mijn allereerste vegan recept op de blog. Waarom dan?, hoor ik je denken. Ik ging op bezoek bij enkele van mijn Indiase collega’s voor een diner. Als echte foodie kan ik natuurlijk niet met lege handen naar een diner gaan, dus ik beloofde voor het dessert te zorgen. Een van mijn Indiase collega’s is echter semi-vegan. Ik weet niet zeker of er een officiële naam voor is. Hij eet namelijk wel gewoon kaas bijvoorbeeld, maar hij eet dan weer geen eieren. Vegetarisch is dus ‘te min’ om zijn eetgewoontes aan te duiden, en vegan is eigenlijk weer ‘te veel’. Maar goed, dat maakt allemaal ook niks uit want het is maar een naam. Het kwam erop neer dat ik een dessert moest verzinnen waar geen ei in gebruikt werd. Bovendien moest ik het makkelijk kunnen vervoeren gezien het etentje niet bij ons thuis plaatsvond. Ik besloot dus om voor deze vegan cupcakes te gaan. Vooral ook omdat ze zo lekker snel en simpel te maken zijn. Ik moest ze namelijk maken terwijl ik tussendoor ook nog aan het werk was, dus echt heel veel tijd had ik niet. Perfect dessert dus in alle opzichten. Ik maakte 2 batches, één met en één zonder blauwe bessen.

Okee, ik beken eerlijk, de cupcakes met ei die ik een hele tijd geleden maakte, die vind ik persoonlijk toch wel lekkerder. Ze zijn net wat smeuïger dan deze rakkers. Toch was ik absoluut verbaasd over deze vegan cupcakes. Ik wist niet zeker of het ging lukken aangezien de natte ingrediënten eigenlijk alleen olie en water zijn, maar wonder boven wonder kwamen er gewoon prima cupcakes uit! Die met blauwe bessen vond ik zelf nog net wat lekkerder dan die zonder. Al met al toch wel een geslaagd experiment dus.

Bereidingstijd: ~10 min (+25min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 12 stuks:

  • 65 gram bloem
  • 185 gram zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 100 gram fijne kristalsuiker
  • 1 verse vanille boon (of 1 el vanillearoma)
  • 1 tl bak soda (= 1 zakje)
  • 1/2 tl zout
  • 1 tl natuurazijn
  • 80 ml plantaardige olie (zonnebloem or arachide)
  • 250 ml koud water
  • optioneel: 1 doosje (diepvries) blauwe bessen
  • topping naar keuze

Extra benodigdheden:

  • cupcake bakvorm
  • cupcakepapiertjes

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 175°C.

Doe alle droge ingrediënten bij elkaar en roer door elkaar. Voeg dan het water, de olie en azijn toe en meng kort door elkaar totdat alle droge ingrediënten zijn opgenomen. Gebruik je verse vanille, snij dan de boon doormidden en schraap het binnenste eruit. Doe dit bij het mengsel en roer erdoorheen. Gebruik je blauwe bessen, roer deze dan ook erdoor en hou er eventueel een paar apart als topping.

Doe de cupcakepapiertjes in de cupcake bakvorm en schep in elk papiertje een beetje van de mix totdat het papiertje voor ongeveer 2/3e gevuld is.

Bak de cupcakes in ongeveer 25min in de oven. Prik er met een prikker in om te zien of ze gaar zijn, komt deze er schoon uit (of met enkele droge korreltjes) dan zijn ze goed. Ik had zelf 1 batch met blauwe bessen en 1 batch zonder gedaan. De batch met blauwe bessen had iets langer nodig in de oven, ongeveer 30 minuten. Haal ze uit de oven en laat afkoelen.

Maak een topping naar keuze. Ik maakte zelf enchanted cream met een kant- en klare bakmix van FunCakes, en deed daar citroenrasp en sap doorheen. Ik gebruikte hiervoor gewone melk dus stiekem is mijn topping niet vegan, maar deze topping kan ook met water gemaakt worden. Eigenlijk wilde ik glazuur maken voor erop zodat het echt voor de volle 100% vegan zou blijven, maar vriendlief was de poedersuiker in de winkel vergeten. Mocht je toch poedersuiker in huis hebben, dan kun je poedersuiker mengen met citroensap en/of water totdat je een licht papje hebt. De verhouding hierbij is ongeveer 1 el vloeistof op 40 gram poedersuiker, maar voeg beetje bij beetje vloeistof toe totdat je de gewenste dikte hebt bereikt. Ik strooide er gouden sprinkels op, maar ook daar kun je natuurlijk kiezen wat je wilt; vers fruit, chocoladeschaafsels, marshmallows, het kan allemaal.

Smakelijk!

Gevulde tomatensoep

Dit recept is perfect om allerlei restjes op te maken. Zoals ik het onderstaand beschreef is precies hoe ik het gedaan heb, maar dit bestond dus uit allerlei restjes die ik nog in huis had (zoals de snoeppaprika’s, garnalen en koriander). Deze soep zal dus volgende keer dat ik hem maak weer compleet anders zijn. Je kunt er echt vanalles in doen; restjes wortel, bleekselderij, restjes kip en ga zo maar verder. Voor mij waren dit allemaal restjes die ik overhad nadat ik een dozijn Indiase collega’s bij me thuis had uitgenodigd om samen curry te maken. Vandaar o.a. ook de koriander, maar je kunt natuurlijk ook peterselie of bieslook in de soep doen. Ook at ik er daarom paratha’s bij (Indiaas brood), maar uiteraard kun je ook soepcroutons maken van oud brood voor erbij te eten, in plaats van nieuw brood te kopen. Je kan ook vermicelli of pasta in de soep doen als koolhydraat. Omdat er lekker veel groentes inzitten die niet meegepureerd zijn, heb je bij elke hap toch echt wat te kauwen. Daardoor is deze soep perfect als maaltijdsoep. Als je alles helemaal fijnmaalt heb je niets te kauwen waardoor je sneller op de avond weer trek zal krijgen. Wil je echt koolhydraatarm eten, laat dan het brood weg en vul hem nog meer met groentes en garnalen.

Bereidingstijd: ~40 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ±4 personen:

  • 8-10 tomaten
  • 4 uien
  • 2 tenen knoflook
  • 1 blikje tomatenpuree
  • 1 el oregano
  • 1 blokje runder- of kippenbouillon
  • 1 grote paprika of 4 kleine snoeppaprika’s
  • 4 bosui
  • 5 grote garnalen per persoon
  • bosje verse koriander
  • peper en zout
  • olie
  • optioneel: scheutje room

Stappenplan:

Snij de helft van de uien grof. Snij ook de tomaten in grove stukken en doe hetzelfde met de knoflook.

Verhit een klein beetje olie in een ketel en fruit de ui en knoflook in 5 min op midden-laag vuur.

Voeg de tomatenpuree toe en bak dit nog ongeveer 5min mee. Blijf wel goed roeren zodat het niet aankoekt aan de bodem.

Voeg de gesneden tomaten toe en bak ook deze ongeveer 2min mee.

Voeg zo’n 500ml water toe en het bouillonblokje en breng dit aan de kook. Voeg ook de oregano toe.

Laat dit geheel zo’n 10-15min koken.

Snij intussen de rest van de ui in dunne halve ringen. Snij de paprika in stukken en de bosui in ringetjes.

Pureer de soep met een staafmixer zodat alle tomaten fijngepureerd zijn.

Voeg nu de rest van de ui en de paprika toe en laat deze zo’n 5-10min meekoken.

Proef intussen de soep en breng verder op smaak met peper en eventueel zout.

Voeg de laatste 5min de garnalen toe en laat ook deze nog enkele minuten meegaren.

Voeg vlak voor serveren de bosui toe. Verdeel over de borden/kommetjes en bestrooi met verse koriander.

Eventueel kun je nog een scheutje room in de soep doen zodat hij romiger wordt.

Serveer met wat lekker brood of wraps.

Smakelijk!

Gezonde cottage pie

Dit gerecht laat je hersenen en smaakpapillen even overuren draaien. Want waar je het gevoel hebt dat je naar aardappel kijkt, proef je juist iets heel anders. Pastinaak is namelijk een herfstgroente die ontzettend zoet van smaak is. Je denkt dus dat je aardappel eet, toch proef je juist iets zoets, daardoor denk je weer dat je ongezond eet. Maar eigenlijk is dat zoete juist een groente en is dit dus juist gezonder dan zijn aardappelvariant. Volg je het nog? De eerste happen waren voor mij en Pim in elk geval een heuse ‘mindfuck’, maar stiekem was de aparte zoete smaak ook wel juist erg lekker en verrassend.

Zoals jullie inmiddels wellicht weten probeer ik te minderen met koolhydraten. Dat betekent dus veelal of kleinere hoeveelheden eten van aardappels of pasta, of juist zoeken naar vervangers. Zo kun je bijvoorbeeld spaghetti vervangen door courgetti, rijst door bloemkoolrijst en aardappel door zoete aardappel. Ik verving deze keer de aardappel door pastinaak, omdat deze groente nu in het seizoen is en ik echt een ontzettende fan ben van pastinaak (Pim ook trouwens!). En het werkt tot nu toe (naast ook 2x per week sporten natuurlijk). Ik ben inmiddels 4.7kg kwijt in de pak em beet 2,5 maand dat ik hier echt mee bezig ben. Ik ben zo ontzettend trots op mezelf, dit is voor het eerst dat ik het gevoel heb dat het me ook echt gaat lukken. Ik heb echt maar kleine aanpassingen gemaakt en krijg echt goed resultaat. Nog steeds geen crashdieten dus, maar simpelweg kleinere hoeveelheden en iets gezondere keuzes. Daarmee bedoel ik 2 crackers als ontbijt/lunch in plaats van 3 of 4, aangevuld met bijvoorbeeld komkommer. Fruit als tussendoortje, of een schaaltje yoghurt. Qua avondeten net iets meer groentes en minder koolhydraten dus. Maar ik eet nog steeds 1x per week frietjes en snoep af en toe nog steeds wat en ook drink ik heus wel af en toe een biertje of wijntje. Daardoor gaat het minder snel dan het gemiddelde crashdieet, maar daardoor heb ik echt niet het idee dat ik op een streng dieet zit. Dit zie ik mezelf dus wel volhouden. Wisten jullie al dat ik sinds ik bezig ben eigenlijk vrijwel geen pasta of rijst meer gegeten heb? In pasta en rijst zit namelijk relatief de meeste koolhydraten. En ik maar altijd denken dat rijst het gezondste van allemaal was. Natuurlijk moet af en toe rijst of pasta gewoon kunnen, maar ik vind oprecht courgetti of bloemkoolrijst ook heel lekker.

Ohja, als je dan dit gerecht gaat maken, neem dan een iets kleinere ovenschaal dan dat ik gebruikte. Het paste allemaal maar net in deze ovenschaal, ik moest goed verspreiden om overal een gelijk laagje te krijgen, dus mooier is om het in een iets kleinere schaal te doen en dan iets dikkere laagjes te hebben. Maar ik vond deze ovenschaal zo mooi dus ik wilde hem zo graag gebruiken. Uiteraard is de smaak er verder totaal niet minder om, maar het schept en eet net wat handiger als het iets dikker is.

Bereidingstijd: ~45 min (+10min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • 500 gram rundergehakt
  • 1 witte ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 winterpeen
  • 4 el worchestershire saus
  • 1 potje tomatenpuree
  • 1 tl tijm
  • 2 blaadjes laurier
  • 1 tl kruidnagelpoeder (optioneel)
  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 800 gram pastinaak
  • 200ml melk
  • 1 blokje runderbouillon
  • 2 el olie
  • peper en zout
  • 3 el strooikaas (optioneel)

Stappenplan:

Snipper de ui en de knoflook en snij de winterpeen in blokjes.

Verhit 1 el olie in een koekenpan en bak hierin de ui, knoflook en winterpeen aan.

Doe het gehakt erbij en bak dit rul.

Voeg de tomatenpuree, kruidnagel en worchestershire toe en roer 1min door.

Voeg 150ml water en het bouillonblokje toe, als ook de tijm en laurier.

Breng aan de kook en laat dit zo’n 20-30min sudderen (zonder deksel), totdat het gros van het vocht verdampt is.

Breng op smaak met peper.

Schil intussen de pastinaak en snij de bovenkant eraf. Snij in stukken van zo’n 3 bij 2 cm. Het binnenste van de pastinaak kun je het beste wegsnijden hierbij, want dit is niet zo lekker.

Doe de pastinaak in een pan met de melk en voeg verder water toe totdat de pastinaak net onderstaat. Voeg ook zout toe aan de pastinaak en breng aan de kook. Laat ongeveer 15-20min koken, of totdat pastinaak boterzacht is.

Verwarm intussen de oven voor op grillstand of 220°C.

Maak de champignons schoon en snij in schijfjes. Verhit een koekenpan en doe de rest van de olie erbij.

Zodra de olie gloeiend heet is bak je de champignons op hoog vuur ongeveer 2min.

Giet het vocht van de pastinaak af maar houdt het wel apart voor later. Stamp de pastinaak of gebruik een pureeknijper om er puree van te maken. Voeg zoveel van het kookvocht terug toe totdat je een smeuïge puree hebt, bij mij was dit 4 sauslepels vocht. Breng de puree verder op smaak met peper en eventueel extra zout.

Haal het laurierblaadje uit het gehaktmengsel en verdeel het gehakt over de bodem van een ovenschaal. Verdeel dan de champignons over de schaal.

Bedek met een laag pastinaakpuree, verdeel dit met een vork zodat er overal ongeveer evenveel puree zit. Je kunt met de vork mooie strepen trekken in de bovenkant.

Optioneel kun je wat strooikaas bovenop strooien. Ik deed er zelf ongeveer 3 el strooikaas op.

Zet dit ongeveer 10min in de oven, of totdat de bovenkant goudbruin is.

Smakelijk!

 

 

Herfstige gnocchi met geroosterde pompoen & chorizo

Vandaag even een heel simpel gerechtje dat iedereen kan maken en ook nog eens zo klaar is. Perfect voor een doordeweekse avond dus. Maar voor degenen die in het weekend liever tijd nemen om bij te komen is dit natuurlijk ook perfect. Okee, qua vetten is het niet perse het allergezondste gerecht, door toevoeging van de chorizo en pesto. Slecht is het ook niet, want gnocchi is gemaakt van aardappel en daar zit relatief weer heel weinig koolhydraten in. En bovendien is het een echt herfstig gerecht, door gebruik van pompoen en kastanjechampignons. Oh, wat hou ik toch van de herfst. Naast alle prachtige kleuren die je om je heen in de bomen ziet brengt de herfst ook nog eens verrukkelijke seizoensproducten, zoals paddenstoelen, pompoen en pastinaak. I love it.

Bereidingstijd: ~25 min        Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 pak gnocchi of zelfgemaakte gnocchi
  • halve pompoen (ik koos voor de oranje hokkaido). Maak van de andere helft pompoensoep bijvoorbeeld.
  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 125 gram chorizo
  • 2 tenen knoflook
  • 2 el pesto (liefst verse of zelfgemaakt)
  • olie
  • peper en zout
  • 2 el parmezaanse kaas

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 180°C.

Snij de pompoen in kleine blokjes. De schil kun je er gewoon om laten, haal wel het binnenste eruit met een lepel.

Doe de blokjes in een ovenschaal en besprenkel lichtjes met olie, peper en zout. Doe er de teentjes knoflook bij en rooster dit in de oven voor zo’n 20minuten, totdat de pompoen mooi zacht geroosterd is.

Snij de chorizo in hele dunne plakjes. Bak de chorizo in een koekenpan (zonder olie) in ongeveer 2min per kant krokant.

Laat de chorizo uitlekken op keukenpapier, maar bewaar het vrijgekomen chorizovet zoveel mogelijk.

Haal de helft van het vet uit de pan en bewaar in een kommetje.

Maak de kastanjechampignons schoon en snij in plakken.

Verhit het chorizovet in de pan opnieuw, indien teveel afgekoeld, en bak hierin de champignons op hoog vuur bruin (ongeveer 5min).

Breng een pan met water en zout aan de kook en kook de gnocchi zoals aangegeven op de verpakking, totdat de gnocchi bovendrijft.

Haal intussen de knoflook uit de oven en hak deze in stukjes. Doe bij de champignons.

Zodra de gnocchi klaar zijn doe je ze bij de champignons in de pan. Voeg het resterende chorizovet toe en ook de pesto.

Roer goed door elkaar en breng op smaak met wat peper en eventueel extra zout.

Roer ook de pompoen erdoor.

Verdeel over de borden, verdeel ook de chorizo over de borden en bestrooi met de parmezaanse kaas.

Optioneel kun je nog wat extra verse kruiden toevoegen zoals verse bieslook, maar als je dit niet in huis hebt laat het dan achterwege.

Smakelijk!

 

 

 

Aziatische zalm met gestoomde groenten

Dat groenten gezond zijn, dat weet inmiddels iedereen wel. Maar wist je ook dat stomen een veel gezondere manier van groenten bereiden is dan koken? Als je groenten stoomt behoudt het zijn vitamines veel beter. Bijkomend voordeel is ook dat de smaak veel beter wordt behouden. Reden genoeg dus om een keer een gerecht met gestoomde groenten te bedenken. De foodblogswap van deze maand leende zich daar perfect voor.

Deze maand mocht ik koken van de blog ‘Flying Foodie’ van Maris. Eerder al deelde ik enkele van haar gerechten in deze blogpost, en toen was ik al aan het watertanden bij haar foto’s. Ik was dus echt heel erg blij toen ik hoorde dat ik haar blog toegewezen had gekregen. Nu staat haar blog vol met allerlei recepten, variërend van gezond tot ongezond en van zoet tot hartig. Ik koos toch voor een gezond en vooral koolhydraatarm gerecht, want zoals mijn trouwe lezer inmiddels weet probeer ik gezonder te leven (-3,5 kg inmiddels!!!). Mijn oog viel al snel op de aziatische zalm, die Maris serveerde met courgettenoodles. Ik had toevallig even geen zin in courgette, en besloot dus in plaats daarvan groentes te stomen voor erbij. Voor degenen die niet koolhydraatarm eten, die kunnen er rijst of woknoodles bij serveren. Ik liet deze weg, waardoor het een absoluut verantwoorde maaltijd is. En nog lekker ook! Serveer en een frisse salade bij of als je echt grote honger hebt, kun je eventueel nog peultjes of sugar snaps meestomen.

Voor degenen die even vergeten zijn wat de foodblogswap is; er is een facebookgroep speciaal voor foodbloggers. Elke maand kun je je opgeven voor de ‘foodblogswap’ van die maand. Dit houdt in dat alle deelnemers een ander deelnemend blog toegewezen krijgt. De bedoeling is dat je een recept uitzoekt om na te maken, maar daar hoor je dan wel je eigen draai aan te geven. Goed voor de inspiratie, maar ook om voor elkaar een beetje reclame te maken natuurlijk, want er zijn zoveel leuke foodblogs in Nederland!

Bereidingstijd: ~10 min (+18min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 2 stukken verse zalm
  • 2 el sojasaus
  • 1 el rijstazijn
  • 1 tl sesamolie
  • 1 el vers geraspte gember of gembersiroop
  • 2-3 teentjes knoflook
  • 1 el sriracha (optioneel)
  • 1 broccoli (of bimi)
  • 3 bosui
  • 125 gram taugé
  • 1 el sesamzaadjes
  • peper en zout

Extra benodigdheden:

  • stoommandje (of vergiet)
  • aluminiumfolie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 175°C.

Meng in een kom de sojasaus, rijstazijn, sesamolie, gember, knoflook (geperst) en sriracha en meng door elkaar.

Dep de stukken zalm droog.

Scheur 2 stukken aluminiumfolie af en leg op elk stuk een zalmmoot.

Vouw de zijkanten van de aluminiumfolie naar binnen zodat je een soort kommetje krijgt.

Verdeel het sojamengsel over de 2 zalmmoten.

Vouw de zalmpakketjes goed dicht.

Stoom de zalmpakketjes in de oven voor ongeveer 18min.

Snij in tussen de broccoli in roosjes en doe de tauge in een kom met koud water.

Doe een laagje water in een wokpan (of ketel) en zet het stoommandje erin. Let hierbij op dat de onderkant van het stoommandje (of vergiet) het water net niet raakt.

Verdeel de broccoliroosjes over het stoommandje en bestrooi met wat peper en zout.

Draai het vuur aan zodat het water gaat koken en stoom de broccoli in 5-10min gaar (afhankelijk van de grootte van je roosjes). Doe de laatste minuut de taugé er ook bij stomen.

Snij intussen de bosui in fijne ringen.

Serveer de gestoomde groentes met de zalm, en besprenkel met de verse bosui.

Schenk de saus dat nog in de zalmpakketjes zit over de zalm en groentes en bestrooi met sesamzaadjes.

Lekker met een frisse (komkommer)salade.

Smakelijk!

Gegrilde bloemkool met kikkererwten en kruidige yoghurt

Als foodie vind ik het heerlijk om instagram af te struinen, op zoek naar inspiratie. Zo kwam ik een hele tijd geleden de inspiratie van dit gerecht tegen op Instagram. Helaas weet ik niet meer wie mijn inspiratiebron was, maar ik weet nog heel goed dat ik meteen weg was toen ik de titel van het gerecht hoorde. Al die maanden is dit gerecht in mijn achterhoofd blijven spoken en nu eindelijk heb ik zelf eens een poging gedaan. Omdat ik dus niet meer wist van wie het originele gerecht was en dus ook niet meer even kon opzoeken hoe die persoon dit gerecht had gemaakt, heb ik er dus echt helemaal mijn eigen draai aan gegeven. Ik wist nog dat in het originele recept gebruik werd gemaakt van bloemkool, kikkererwten, yoghurt en chapati, maar daar houdt het dan wel een beetje op. Maar dat is helemaal niet erg, want ik heb er een heerlijk en gezond gerecht van weten te fabriceren, al zeg ik het zelf. En dat terwijl ik kikkererwten normaliter niet eens zo lekker vindt. Maar door ze te roosteren worden ze krokant en is de structuur dus heel anders dan wanneer je ze gewoon kookt. En doordat kikkererwten bomvol vezels, proteïnen en mineralen zitten is het een goede aanvulling op een gezond dieet.

Ik serveerde er zelf kant en klaar naanbrood bij, dat je gewoon in de supermarkt vindt. Je kunt natuurlijk ook zelf chapati’s maken van volkoren meel of speltmeel, dan wordt het geheel net iets gezonder nog. Volkoren wraps zou ook kunnen. Ik serveerde maar 1 mini-naan per persoon, meer voor de lekker, maar meer kan natuurlijk gewoon. Wil je helemaal koolhydraatarm, laat dan het brood helemaal weg. Ook dan is het gerecht nog steeds goed vullend en overheerlijk.

Ben je nou een echte vleeseter, dan zou je eventueel bijvoorbeeld runderchipolata in stukjes kunnen meegrillen, of kip in dezelfde marinade als de bloemkool bakken.

Bereidingstijd: ~20 min (+30-40min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 bloemkool
  • 300 ml griekse yoghurt
  • 250 gram sperziebonen
  • 1 blik kikkererwten (±300 gram)
  • 1 el sambal of verse rode peper
  • 1 tl kurkumapoeder
  • 1 tl venkelzaadpoeder
  • 1 tl paprikapoeder
  • 1 tl knoflookpoeder
  • 1 tl gemberpoeder of 2 cm verse gember
  • 1 el citroensap
  • 1 el olie
  • peper en zout
  • optioneel: chapati of naanbrood

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Snij de bloemkool in roosjes.

Laat de kikkererwten uitlekken.

Meng de griekse yoghurt met de sambal, de helft van de paprika- en knoflookpoeder en het venkelzaad, gember en kurkuma. Breng op smaak met peper en zout. Gebruik je verse peper, snij deze dan in ringetjes en strooi later over de bloemkool voordat hij de oven in gaat in plaats van door de saus heen.

Doe de bloemkoolroosjes in een ovenschaal en doe er ongeveer 1/3e van het yoghurtmengsel bij.

Meng de yoghurt goed door de bloemkool, zodat er overal een dun laagje zit.

Doe de kikkererwten in een andere ovenschaal en doe de olie en de rest van de knoflookpoeder en paprikapoeder erbij. Breng op smaak met zout en meng goed door elkaar.

Zet de kikkererwten en de bloemkool in de oven en rooster ze voor zo’n 30-40min, totdat de kikkererwten mooi bruin en krokant zijn en de bloemkool fijn geroosterd.

Hussel elke 10 minuten de kikkererwten door elkaar zodat ze aan alle kanten goed roosteren.

Snij intussen de topjes van de boontjes en was ze.

Doe in een pan met wat zout en water en breng aan de kook. Kook de boontjes in 5-8min gaar. Giet af en breng op smaak met peper en zout.

Verwarm de chapati of naanbrood zoals aangegeven op de verpakking.

Doe ongeveer 100ml water bij de yoghurtsaus en meng goed door elkaar zodat hij wat dunner wordt.

Doe de yoghurtdressing op de bodem van een mooie schaal. Verspreid de bloemkool, boontjes en kikkererwten erover.

Strooi er optioneel wat peterselie, bieslook of koriander over en serveer met de chapati of naanbrood.

Smakelijk!

Moussaka stapeltjes

Onlangs logeerde ik bij vriendin Manon want we gingen op stap in Eindhoven en zoals jullie weten woon ik daar sinds een tijdje niet meer. Manon heeft een moestuintje en had me al vaker vertelt dat ze daar ontiegelijk veel groentes van kreeg. Gezien het weer de laatste weken had ik verwacht dat het moestuintje er inmiddels wel somber bij zou liggen. Niets was minder waar. De komkommerplant, aubergineplant en basilicum stonden er nog in hun volle glorie bij. En ik mocht er wat verse aubergines en komkommers van meenemen toen ik de volgende dag weer huiswaarts ging. Ook wist ik gelijk wat ik ervan wilde maken, want het volgende gerecht stond al enige tijd op mijn todo-lijst.

Iedereen heeft vast wel eens van moussaka gehoord. Het traditioneel Griekse gerecht wordt veelvuldig geserveerd in Griekse restaurants. Ook dit gerecht is zo’n typisch gerecht waarvan elk gezin zijn eigen recept heeft. Ik heb dus vooral niet geprobeerd de echte moussaka te maken, want ik heb geen Griekse oma of verre tante die mij haar recept kon geven. Ik heb veel recepten van anderen gelezen, en vervolgens mijn eigen draai aan gegeven. Je kunt moussaka op veel manieren maken. Met aardappelschijfjes of met puree. Met lamsgehakt of half-om-half gehakt. Met bechamelsaus of zonder en zelfs de groentes worden wel eens aangepast, hoewel moussaka wat mij betreft toch echt met aubergine gemaakt hoort te worden.

Om enigszins de calorieën te drukken liet ik de bechamelsaus achterwege en koos ik voor mager rundergehakt. Om toch de smeuïgheid te behouden maakte ik wel een heerlijke aardappelpuree en gebruikte ik 30+ strooikaas. Wist je al dat de hoeveelheid koolhydraten in aardappelen relatief laag is, veel beter dan rijst of pasta? Ook ging ik niet voor de traditionele ovenschotel, maar maakte ik stapeltjes. Ziet er toch gezellig uit, of niet? Natuurlijk ben je zelf vrij om wel een ovenschotel te maken in plaats van stapeltjes. En natuurlijk ben je vrij om alsnog bechamel toe te voegen. Hoe je dit maakt kun je in dit recept vinden.

De aubergines van Manon uit eigen tuin zijn niet zo groot als je ze in de winkel krijgt. Dat geeft helemaal niks want ze zitten wel bomvol smaak! Maar omdat zo’n klein stapeltje wellicht toch net aan de kleine kant is serveerde ik dus 2 zulke kleine moussaka stapeltjes per persoon. Uiteraard, als je ‘gewoon’ de supermarkt-aubergine gebruikt, dan zou 1 stapeltje wel voldoende moeten zijn. Zeker als je er een heerlijke salade bij serveert. Voor de extra grote eters kun je natuurlijk altijd een extra stapeltje maken, of de stapeltjes iets hoger maken.

Bereidingstijd: ~40 min (+10min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 250 gram rundergehakt
  • 1 potje tomatenpuree
  • 1 pak passata (gezeefde tomaten; 500 gram)
  • 2 tenen knoflook
  • 2 kleine of 1 grote witte ui
  • 2 blaadjes laurier
  • 1 tl kaneel
  • 0,5 tl nootmuskaat
  • 1tl oregano
  • 2 aubergines
  • 250 gram kruimige aardappelen
  • 25 gram boter
  • 75-100 ml melk
  • 7 eetlepels strooikaas 30+
  • olie
  • peper en zout

Stappenplan:

Schil de aardappels, was ze en snij in gelijke stukken.

Doe ze in een pan met water en een snuf zout en breng ze aan de kook. Kook de aardappels in 15-20min gaar.

Snipper de ui en de knoflook.

Verhit wat olie in een koekenpan en fruit de ui en knoflook in enkele minuten glazig op een laag vuurtje.

Voeg het kaneelpoeder, nootmuskaat, oregano en tomatenpuree toe en fruit dit ook kort mee.

Voeg het gehakt toe en bak dit rul. Breng op smaak met peper en zout.

Doe de passata en laurierblaadjes bij het gehakt en roer door elkaar.

Breng de passata aan de kook en laat zo’n 20 minuten sudderen zonder deksel op de pan. De passata moet goed opgenomen worden door het gehakt zodat het niet meer heel vochtig is.

Verhit intussen ook de oven voor op 190°C.

Was de aubergines en snij in de lengte in plakken van ongeveer 1cm dikte. Wrijf ze lichtjes in met olie.

Verhit een grilpan en gril de plakken aubergine aan elke kant ongeveer 4-5minuten, totdat er mooie grilstrepen staan en de aubergine gaar is.

Laat uitlekken op wat keukenpapier.

Zodra de aardappelen gaar zijn giet je ze af.

Doe de boter en melk erbij en ook ongeveer 3 eetlepels strooikaas. Stamp goed door elkaar tot een mooie puree. Breng goed op smaak met peper en zout.

Neem een ovenschaal en wrijf de bodem lichtjes in met olie.

Leg 2 plakken aubergine op de bodem. Schep er een lepel puree bovenop en spreid voorzichtig egaal uit.

Schep er een lepel gehakt bovenop en spreid ook dit goed uit.

Leg weer een plak aubergine erop en daarna weer de puree en gehakt.

Eindig met een laatste plakje aubergine bovenop en top af met de rest van de strooikaas.

Bak dit in ongeveer 10 minuten af in de oven, of totdat de kaas goudbruin gebakken is.

Serveer met een heerlijk frisse (komkommer)salade.

Smakelijk!

Smeuïge brownies

Mijn oom was jarig en ik zocht een passend kado. Wat geef je nou je oom kado, wat ie niet ook al van andere gasten krijgt? Juist, een zelfgebakken traktatie. Ik vroeg tante om advies, want er is natuurlijk zo veel lekkers te bakken, maar wat is nou echt zijn favoriete zoetigheid. Ik kreeg enkele keuzes en koos voor deze smeuïge brownies met een heerlijk krokante bovenkant, maar een ontzettend heerlijke, plakkerige binnenkant. Je kunt brownies in alle vormen en maten krijgen, zo heb je ook brownies die iets meer op cake lijken natuurlijk qua structuur. Maar het zit blijkbaar in de familie, want mijn oom verkoos ook smeuïge brownies boven elke andere brownie. Ik geef hem geen ongelijk, yummy!

Het leuke aan deze brownie? Hij is supersimpel om te maken en zo klaar! Perfect voor een regenachtige zondag als vandaag. Natuurlijk kun je je brownie nog extra opleuken, door er stukken chocolade of karamel doorheen te doen, mocht je dat lekker vinden.

Stiekem waren mijn brownies enigszins misvormt, dat geef ik eerlijk toe. De reden, ik was compleet vergeten dat ik onlangs mijn brownievorm had weggegooid omdat ie begon te roesten. Ik moest dus improviseren met de bakvorm waardoor mijn brownie lichtelijk misvormt was. Maar dat smaakte er gelukkig niet minder om!

Bereidingstijd: ~20 min (+30min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 9 blokken:

  • 150 gram kristalsuiker
  • 75 gram donkerbruine basterdsuiker
  • 125 gram pure chocolade
  • 2 eieren (maat L)
  • 100 gram bloem
  • 25 gram cacaopoeder
  • 0,5 zakje bakpoeder
  • 70 gram boter
  • 2 el maple syrup (of schenksiroop)
  • 1,5 tl vanille aroma

Extra benodigdheden:

  • brownie bakvorm (∼20x20cm)
  • bakpapier
  • mixer (niet verplicht, wel handig)

Stappenplan:

Smelt de chocolade met de boter au bain-marie. Voeg de beide suikers en siroop toe en roer door elkaar.

Laat afkoelen tot ongeveer kamertemperatuur. Verwarm intussen de oven voor op 190°C.

Mix de eieren kort met het vanille aroma.

Voeg het chocolademengsel beetje bij beetje bij de eieren en mix verder tot een glad geheel.

Zeef de bloem, bakpoeder en het cacaopoeder en voeg dit bij de mix.

Spatel dit erdoor totdat alle poeders zijn opgenomen.

Beleg het bakblik met het bakpapier en giet het browniemengsel erin.

Verdeel de browniemix zo gelijkmatig mogelijk over het bakblik.

Bak de brownie in de oven voor ongeveer 30min.

Laat de brownie volledig afkoelen in het bakblik voordat je hem in 9 stukken snijdt. Gebruik hiervoor het beste een broodmes.

Smakelijk!

 

Loempia’s uit de oven

Okee, die overheerlijke krokante loempia’s met pittige saus van bij de Vietnamese kraam op het marktplein is niet overtroffen met deze oven-variant. Of de grote gefrituurde joekel van de snackbar of afhaalchinees. Hij overtreft hun echter wel in gezond zijn. En dat is ook belangrijk, voor mij althans. Soms moet je concessies doen, want het leven kan nou eenmaal niet altijd een feestje zijn.

Zoals jullie wellicht eerder al gelezen hadden ben ik sinds bijna 2 maanden een poging aan het doen om mijn leefstijl aan te passen naar een gezonder patroon. Geen fitgirl taferelen, maar gewoon normaal doen met af en toe nog steeds wat lekkers. Ik gaf al eerder aan dat ik nu 2x per week sport. Dat gaat me best wel goed af, al zeg ik het zelf. Ik doe het niet met plezier, dat dan weer niet. Maar heel erg vind ik het ook weer niet. Dat komt vooral ook door het feit dat de plek waar ik nu sport een prettige plek is, waar ik me geen zorgen hoef te maken om vreemde blikken. Daarbij is het sporten op afspraak, wat natuurlijk die extra stok achter de deur is.

Ook mijn eetpatroon probeer ik aan te passen. Minder koolhydraten (ik ben helaas wel echt een koolhydraatliefhebber) en simpelweg gezondere keuzes, magerder beleg, meer fruit, af en toe een yoghurtje, uiteraard ook veel groentes en iets minder vaak vette worst of schnitzels. Ook dat gaat wat mij betreft goed, ik ben inmiddels zo’n 2kg kwijt. Dat gaat wekelijks met ups en downs, want de ene week is er flink wat vanaf, en een week later weer een halve kilo bij. Maar dat geeft helemaal niet. Zolang er over het algemeen een dalende lijn in zit, ben ik dik tevreden. Je zou misschien denken, 2kg in 2 maanden is niet zo veel. Maar voor mij is dit juist perfect, ik wil niet crashdieten, want dat heeft in het verleden geen goede resultaten gegeven. In plaats daarvan wil ik juist op een heel normale manier gezonder leven. Dat het dan stukken langzamer gaat vind ik helemaal niet erg, nu doe ik tenminste iets waarvan ik het gevoel heb dat ik het vol kan houden. Zoals ik al eerder vertelde, mijn doel is niet om een slanke den te worden, maar om gezonder te leven. En dat gezonder leven, dat doe ik. En ik pluk er al de vruchten van. Want wie mij goed kent weet dat ik soms worstel met vermoeidheidsklachten. Nou zal dat helaas nooit helemaal overgaan maar het kan wel minder. Toen ik 2 maanden geleden aan dit avontuur begon zat ik echt op mijn dieptepunt qua vermoeidheid. Een van de redenen dat ik dit avontuur gestart ben. En inmiddels merk ik dat ik minder vaak vermoeidheidsklachten heb, en dat zal hopelijk alleen nog maar beter worden.

Nu terug naar dit recept. Deze loempia mag door als gezonde avondmaaltijd omdat er een minimale hoeveelheid slechte koolhydraten en vetten in zit, door het gebruik van kip en groentes, maar ook doordat hij in de oven is afgebakken. Alleen de sojasaus en filodeeg zijn wat slechter, maar doordat je daar zo weinig van gebruikt is dit dus een prima skinny maaltijd, en nog lekker ook. Heerlijk met een frisse salade.

Bereidingstijd: ~20 min (+20min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4-5 stuks:

  • 1 pak bamigroenten
  • 2 eieren
  • 350 gram kipdijfilets
  • 1 teen knoflook
  • 1 witte ui
  • 2-3 el ketjap manis (en eventueel extra voor serveren)
  • 1 pak filodeeg (diepvries)
  • 1 bouillonblokje
  • olie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Haal de filodeegvellen uit de diepvries om te ontdooien.

Breng een pan met water aan de kook en doe het bouillonblokje erbij.

Draai het vuur laag en doe de kip erbij. Laat dit zo’n 10-15min pocheren totdat de kip gaar is.

Kluts het eitje. Verhit een pan met wat olie en bak een omelet van de eieren. Leg apart voor later.

Hak de knoflook en ui fijn.

Verhit wat nieuwe olie in de pan en fruit de knoflook en ui aan.

Doe de bamigroenten erbij en bak ook deze kort mee. De rode peper die erbij zit kun je naar smaak toevoegen.

Doe de ketjap erbij en roer door elkaar. Zet het vuur laag.

Snij de kip in stukjes of haal met 2 vorken uit elkaar (als pulled chicken).

Snij de omelet in kleine stukjes of reepjes.

Doe de stukjes kip en omelet bij de groenten en roer door elkaar. Breng op smaak met peper en zout.

Haal de bladeren filodeeg uit de verpakking en haal er voorzichtig een vel van af.

Leg dit op een bakplaat met bakpapier of op een plank of bord en smeer er een dun laagje olie over.

Leg er nog een vel filodeeg op.

Schep dan zo’n 2 grote lepels vulling in het midden.

Vouw de uiteindes naar binnen zodat je een pakketje krijgt.

Smeer de buitenkant nog een keer in met een dun laagje olie.

Herhaal dit om meer loempia’s te maken. Mocht je er maar 4 maken, kun je eventueel de 2 overgebleven filodeegbladen om 2 loempia’s heen doen als extraatje. Dan heb je 2 loempia’s met 2 vellen en 2 met 3 vellen.

Leg de loempia’s allemaal op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze ongeveer 15-20min in de oven of totdat ze mooi goudbruin zijn. Stiekem had ik ze ietsiepietsie te vroeg eruit gehaald (op 15min), volgende keer zou ik ze langer in de oven laten zodat ze van buiten nog net iets meer crispy zijn.

Serveer de loempia’s met een frisse salade en eventueel nog wat extra ketjap als dipsaus.

Smakelijk!

Simpel pavlova taartje met vers fruit

Toen ik onlangs deze overheerlijke advocaattaart met oma maakte, had ik 8 eidooiers nodig. Dan heb je dus ook ineens 8 eiwitten over, en het is natuurlijk zonde om dat weg te gooien! Je kunt zoveel doen met eiwitten, waaronder de overheerlijkste merengues maken. En ook met merengue kun je vervolgens heel veel kanten op. Het maken van een pavlova taartje stond al een tijdje om mijn todo lijstje, want ik vind dat zelf zo ontzettend lekker! Dus toen ik 8 eiwitten over had wist ik gelijk dat ik dit ervan ging maken. Nu kun je een pavlova ook weer op heel veel verschillende manieren maken. Ik koos voor de makkelijke weg, gewoon suiker erbij en wat maizena en klaar is kees.

Je kunt je pavlova op heel veel manieren pimpen. Je kunt de pavlova zelf een smaakje geven, zo gaf ik hem dus een subtiel limoensmaakje. Maar je kunt ook variëren met je toppings. Verschillende soorten fruit, of je kunt natuurlijk ook toppen met karamel of chocolade. Omdat een pavlova zelf al vrij zoet is, vind ik het lekkerst om hem te toppen met vers fruit en een mascarponemousse, dat maakt het lekker fris. Heerlijk vind ik dit, krokant van buiten, zacht & marshmellowy van binnen met een vleugje limoen. Afgetopt met frisse mascarponemousse en vers seizoensfruit. Smullen was het! Een taartje als dit is het lekkerste als hij vers is maar je kunt hem ook wel 1 of 2 dagen goed bewaren. Daarna zal ie toch langzaam wat gaan instorten, zowel fysiek als ook qua smaak.

Bereidingstijd: ~45 min (+1u30min oventijd)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 8 eiwitten
  • 400 gram witte basterdsuiker
  • 2 el maizena
  • 2 limoenen
  • 250 ml beker slagroom
  • 250 ml mascarpone
  • vers fruit naar keuze (bijv. 1 bakje aardbeien, bakje blauwe bessen, bakje bramen)

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine of handmixer
  • bakpapier

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 125°C.

Doe de eiwitten in een brandschone en vetvrije kom.

Zet de mixer aan en klopt de eiwitten totdat er eiwitschuim ontstaat.

Voeg dan lepel voor lepel de suiker toe totdat alle suiker is opgenomen en er een glanzend eiwitschuim ontstaat.

Zeef de maizena en voeg ook dit toe en meng goed door.

Voeg dan het sap en geraspte schil van de limoenen toe en meng ook dit nog goed door het schuim heen.

Beleg een bakplaat met bakpapier en maak hierop met een potloodje 3 (of hoeveel je er wilt) rondjes van gelijke grootte (ongeveer 20cm). Mocht je oven te klein zijn, gebruik dan 2 platen of doe het 1 voor 1.

Draai het bakpapier om zodat het potlood naar beneden zit.

Verdeel het eiwitschuim gelijkmatig over de 3 rondjes en spreid het gelijkmatig uit zodat je 3 schijven krijgt. De rondjes eiwitschuim hoeven niet gladgestreken te worden maar mogen best wat pieken hebben bovenop. Dat maakt het lekker rustiek.

Bak het eiwitschuim ongeveer 1u30min in de oven. Draai daarna de oven uit en laat het schuim in de oven staan terwijl de oven afkoelt.

Klop de slagroom lobbig tot stijf en meng met de mascarpone tot een lekker frisse mascarponemousse. Eventueel kun je wat suiker toevoegen maar ik vind dit zelf niet nodig omdat het eiwitschuim zoet genoeg is.

Leg 1 eiwitschuimrondje op een taartschaal en doe er ongeveer 1/3e van de mascarponemousse op. Beleg met vers fruit.

Leg hier nog een schuimrondje bovenop en doe er weer mascarponemousse en fruit op.

Herhaal dit met het laatste rondje en leg ook daar weer mooi verse fruit bovenop. Eventueel kun je wat blaadjes munt toevoegen of nog wat extra limoenschil eroverheen raspen.

Smakelijk!

 

Zoete aardappel met hete kip ketjap

Het einde van de maand nadert, dus het is weer tijd voor een nieuwe foodblogswap. Deze maand had ik de eer om een eigen draai te geven aan een gerecht van de blog ‘Duizend en 1 dag‘. Martine is dit blog een aantal jaren geleden begonnen als bezigheid toen ze in-between jobs zat en inmiddels is de blog alweer 7 jaar verder en staat de blog dus vol met allerlei recepten en reisverslagen. Simpele, alledaagse recepten, uitgebreide recepten, lunchrecepten, zoete recepten, borrelhapjes en barbecuerecepten, je vind het er allemaal. Het was dus moeilijk om een recept uit te zoeken voor deze swap. Ik zocht naar een recept met relatief magere ingrediënten of waar ik makkelijk een gezondere draai aan kon geven, maar wat toch nog compleet nieuw is voor me. Toen viel mijn oog al snel op dit broodje hete ketjap kip. Heerlijke sticky kip heb ik vaker gegeten in Aziatische plekken, maar eigenlijk nog nooit echt zelf gemaakt. En deze zag er verrukkelijk uit!

Omdat ik zoals jullie wellicht weten wil minderen in de koolhydraten verving ik het broodje door een gepofte zoete aardappel. Zoete aardappel is een groente. Oke, ook zoete aardappel bevat koolhydraten, maar dit zijn juist goede koolhydraten waar je lang vol van zit en niet zo’n suikerpiek krijgt zoals met andere koolhydraten als pasta. Door toevoeging van de bosui krijgt het geheel een lekkere crunch en de sesamzaadjes geven het een extra Aziatische touch. De kip heb ik op iets andere manier bereid als Martine doet, omdat ik droge kip echt wilde voorkomen, de ingrediënten voor de kip zijn verder wel exact hetzelfde. Hou je echt van pittig, voeg dan nog meer sambal toe. Ik vond dit zelf net een hele prettige ‘kick’ hebben, absoluut merkbaar maar niet zo extreem dat je na elke hap naar drinken verlangt.

Mocht je nou grote eters hebben, dan kun je eventueel nog een salade erbij serveren, of de hoeveelheden iets aanpassen. Maar voor mij was dit qua hoeveelheid perfect als avondmaaltijd. Ik ben fan en weet zeker dat ik een nieuw gerecht aan mijn ‘easy-peasy-everyday’-repertoire heb toegevoegd.

Bereidingstijd: ~45 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 4 zoete aardappels
  • 700-750 gram kipdijfilets zonder bot
  • 65 ml ketjap manis
  • 150 ml water
  • 2 el honing
  • 4 flinke tenen knoflook
  • 3 tl geraspte gember
  • 4 tl sambal (of verse rode pepers)
  • 1 tl vijfkruidenpoeder (5-spice)
  • olie
  • bosui
  • 1 el witte sesamzaadjes

Extra benodigdheden:

  • aluminiumfolie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Was de zoete aardappels goed en prik er met een vork gaatjes in rondom.

Wrijf ze lichtjes in met olie en verpak ze losjes in aluminiumfolie. Doe dit per aardappel apart, niet allemaal bij elkaar.

Doe de zoete aardappelpakketjes ongeveer 45-60min in de oven om te poffen. Hoelang ze precies moeten is afhankelijk van hoe groot ze zijn, je kunt na 45min een pakketje openen om te kijken. Kun je er heel soepel met een vork in prikken, dan is hij goed. Zet anders nog enkele minuten terug in de oven.

Snij de kip in grove stukken en wrijf de vijfkruidenpoeder erdoor zodat overal een beetje zit.

Meng de ketjap met de honing en het water in een kom, indien je sambal gebruikt doe je deze ook erbij. Gebruik je verse rode peper, dan voeg je die later toe. De hoeveelheid sambal die ik hier gebruik liet precies een kleine tinteling op de tong achter. Hou je nou helemaal niet van pittig, doe dan iets minder erin. Hou je juist erg van pittig, dan kun je natuurlijk een lepeltje meer toevoegen.

Voeg de ketjapmix bij de kip en laat de kip zo’n 10-15min marineren.

Rasp of hak intussen de gember en knoflook fijn. Indien je verse peper gebruikt, hak deze dan nu ook fijn.

Verhit een pan met een klein scheutje olie.

Bak de gember met de knoflook kort. Indien je verse peper gebruikt, bak deze dan mee.

Lepel de kip uit de marinade en bak deze ook kort mee zodat de buitenkant dichtschroeit, ongeveer 2-3min.

Giet dan de marinade erbij in de pan, breng tot net aan de kook en draai het vuur laag.

Dek de pan af en laat dit geheel zo’n 10min sudderen.

Haal de deksel van de pan en lepel de kip eruit. Laat zoveel mogelijk saus in de pan zitten.

Zet het vuur weer hoog zodat de saus kan inkoken.

Blijf hierbij voortdurend roeren, de saus zal langzaam indikken. Laat inkoken tot de gewenste dikte; een mooie glanzende sticky saus op de kip. Je kunt controleren of hij goed is door een lepel over de bodem van de pan te halen. De saus wordt hierbij aan de kant geduwd. Loopt de saus weer direct terug, dan is hij nog niet goed. Blijft de getrokken streep zichtbaar en loopt de saus maar langzaam weer terug, dan is hij goed. Voeg dan de kip weer erbij en meng goed met de saus.

Snij de bosui in ringen.

Eventueel kun je de sesamzaadjes roosteren in een droge koekenpan, dit hoeft niet perse maar geeft iets meer smaak.

Snij de zoete aardappels half in, leg er een flinke lepel van de kip met saus overheen.

Bestrooi met de bosui en sesamzaadjes.

Smakelijk!

 

 

Gado Gado met bloemkoolrijst

Gado Gado (spreek uit: ‘Kaddo Kaddo’) is een typisch Indonesisch gerecht en ik heb er dan ook absoluut van gesmuld toen ik 2 jaar geleden op reis was in Indonesië. Ik hou sowieso heel erg van pindasaus. Gek eigenlijk, toen ik jonger was moest ik er niets van weten en tegenwoordig kun je me dat wekelijks serveren. Nu is Pim helaas minder pindasaus-fan. Hij eet het wel, maar niet met het meeste plezier dus zo vaak maak ik het thuis niet. Toen Pim dus in het buitenland zat voor zijn werk was het voor mij een uitgelezen kans om dit gerecht een keer op tafel te toveren. Zo klaar en ook nog eens laag in calorieën.

Net als veel ‘typische gerechten’, wordt ook gado gado in elk dorpje en gezin anders gemaakt. Het principe blijft echter gelijk. Het is eigenlijk een soort salade met kort gekookte groentes en een pindasaus/dressing. Welke groentes je hiervoor gebruikt, dat kun je helemaal zelf weten. Net wat je lekker vindt of wat je nog in de koelkast hebt liggen. Hieronder heb ik beschreven hoe ik het gedaan heb maar feel free om hier van af te wijken. Het is bijvoorbeeld ook lekker met spitskool of paksoi en je kunt er zelfs gekookte aardappeltjes bij serveren. Mocht je nou toch graag iets van vlees of vleesvervangers willen eten in plaats van full vegetarian, dan kun je eventueel wat kip of tofu erbij serveren. Ik vond dat niet nodig want er zit ook al een eitje bij, en bovendien krijg je de gado gado in Indonesië ook niet met vlees. Uiteraard kun je ook gewone rijst erbij serveren in plaats van de bloemkoolrijst. Stiekem vind ik bloemkoolrijst lekkerder, en het is nog eens gezonder ook. Ook kun je er eventueel wat kroepoek bij serveren. Dat deed ik niet om het gerecht gezond te houden. Omdat je de pindasaus met water maakt in plaats van melk of kokosmelk is het gezonder en zijn de gebakken uitjes eigenlijk echt het enige ongezonde eraan. Wil je de pindasaus nou NOG gezonder maken, maak hem dan helemaal zelf van ongezouten en ongebrande pinda’s in plaats van kant en klare pindakaas.

Bereidingstijd: ~15 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 kleine bloemkool
  • 100-150 gram sperziebonen
  • 1 wortel
  • 1 kleine broccoli
  • 1 klein bakje tauge
  • 4 stengels bosui
  • 1 rode peper (optioneel)
  • 2 eieren
  • 3 el pindakaas
  • 300 ml water
  • 2 tl sambal
  • 3 el ketjap manis
  • gebakken uitjes

Stappenplan:

Zet een pan met water op en breng aan de kook.

Snij de kontjes van de sperziebonen en snij de broccoli in kleine roosjes.

Blancheer de sperziebonen en broccoli voor ongeveer 3min in kokend water.

Doe ook de eieren erbij en kook deze ongeveer 8-10min (of minder lang als je van zachtgekookt houdt).

Haal de broccoli en sperziebonen uit het kokend water en giet er koud water over (dit stopt het kookproces).

Zet intussen ook een pan met het water, de pindakaas, sambal en ketjap op en breng onder af en toe roeren langzaam aan de kook.

Na een tijdje zal de gado gado saus ietsje indikken, maar hij moet niet net zo dik zijn als ‘normale’ satésaus. Is hij nog te dun, voeg dan meer pindakaas toe. Is hij te dik, voeg dan wat extra water toe.

Rasp de bloemkool grof zodat je ‘bloemkoolrijst’ krijgt.

Snij ook de wortel in dunne reepjes, en de rode peper en bosui in kleine stukjes.

Doe alle groentes mooi verdelen over de borden, met op elk bord ook een ei. Eventueel kun je wat peper en zout over het geheel strooien.

Schenk de gado gado saus erover of ernaast en besprenkel met gebakken uitjes.

Smakelijk!

 

Oma’s advocaattaart met cognac

Het maken van deze taart staat al op mijn todo-lijstje sinds ik met mijn blog begonnen ben. Mijn lieve omaatje (ik gebruik het verkleinwoord, want ze is inmiddels gekrompen tot ‘mini’-oma hihi) maakte deze kanjer van een taart al sinds ik me kan herinneren. Met verjaardagen stond er vaak deze advocaattaart, maar ook oma’s monchoutaart of aardbeientaart op tafel. Tijd dus voor een lesje taart bakken ‘oma-style’. Uiteraard koos ik voor de taart met alcohol, want inmiddels ben ik volwassen. Omdat oma inmiddels niet meer zo heel vaak taarten maakt had ze laatst al even een ‘proeftaartje’ gemaakt om te kijken of ze het recept nog wist. Dat proeftaartje bevatte ietsie meer cognac, want ik voelde het goed in mijn keel brandden. Dus in de uiteindelijke versie hebben we ietsje minder cognac gebruikt, en hij is nu wat mij betreft helemaal perfect.

Oma-style bakken en vervolgens het recept uitschrijven bleek nog een uitdaging. Want oma werkt allang niet meer met afgewogen ingrediënten, maar met ‘een beetje meer van dit en dat’. Toch weet ik zeker dat het recept zoals hij hier nu staat perfect is en iedereen zal doen watertanden. Want zoals oma die taart maakt, zo krijg je hem niet in de winkel. Boordevol liefde en dat is te proeven.

Bereidingstijd: ~15 min (+1,5u koeltijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 2 pakken lange vingers
  • 250 gram witte basterdsuiker
  • 250 gram roomboter (op kamertemperatuur)
  • 8 eieren (alleen de eidooiers)
  • 0,5 fles advocaat (Zwarte Kip)
  • ~250 gram ongeklopte slagroom (gekoeld)
  • 1 el suiker
  • 1 zakje klopfix
  • pure chocoladevlokken
  • 50-100 ml cognac

Andere benodigdheden:

  • springvorm of andere bakvorm naar keuze

Stappenplan:

Beleg de bodem van de springvorm met bakpapier of zilverfolie.

Snij de lange vingers af, zodat ze precies mooi rechtop tegen de rand van je springvorm kunnen staan. Bij mij was dit ongeveer 2/3e van een lange vinger en ik had ongeveer 1,5 pak nodig.

Zet de lange vingers rechtop tegen de rand, met de suikerkant naar buiten. Leg ook lange vingers op de bodem, ook met de suikerkant naar beneden, zodat de hele bodem bedekt is. Je kunt hier ook kleine stukjes voor afsnijden waar nodig. Dit is even een klusje, omdat de koekjes de hele tijd kunnen omvallen. Je kunt ze eventueel op hun plek houden door er een glas ofzo tegenaan te zeggen. Het hoeft ook nog niet 100% perfect te zijn, want de rest kun je zometeen goedzetten zodra de vulling erop komt. Doe de resterende lange vingers niet weg, die heb je zometeen nog nodig.

Mix de roomboter met de suiker en doe daarna een voor een de eidooiers erbij.

Voeg ook de advocaat en de helft van de cognac toe en mix tot een mooie egale luchtige massa. Je kunt naar smaak natuurlijk meer of minder advocaat of cognac toevoegen. Ik gebruikte ongeveer 30ml cognac en 250ml advocaat.

Met de rest van de cognac kun je de lange vingers in de springvorm lichtjes besprenkelen of insmeren met een kwastje. Doe er dan de helft van de advocaatmix overheen en spreid goed uit. Zorg hierbij dat de lange vingers aan de rand van de springvorm netjes naast elkaar komen te staan.

Doe nog een laag lange vingers op de mix en besprenkel ook deze weer met een beetje cognac. Doe dan de rest van de advocaatmix erop en spreid weer gelijk uit.

Zet dit minstens 1u maar liever iets langer in de koeling om op te stijven.

Mix de slagroom stijf met een el suiker en het zakje klopfix.

Haal de taart uit de koeling en doe de slagroom erop. Besprenkel met de chocoladevlokken. Natuurlijk kun je hier ook hagelslag of andere chocolade voor gebruiken.

Smakelijk!

Slawraps met kip

Zoals je vorige maand hebt kunnen lezen wil ik gezonder leven. Daar hoort een gezonder eetpatroon en ook sportiever leefpatroon bij. Sinds ongeveer een maand ben ik met beide patronen aan de slag gegaan. Dat gaat de goede kant op. Ik sport nu 2x per week. Dat vind ik helaas nog steeds niet leuk, maar tot nu toe hou ik dat goed vol omdat het sporten op afspraak is en op een fijne plek met alleen maar vrouwen met hetzelfde doel. Ook qua eetpatroon ben ik redelijk goed op weg. Ik ben er nog lang niet, want van de ene op de andere dag stoppen met snoepen is echt niet te doen natuurlijk. Ook had ik toevallig al allemaal etentjes staan voor de afgelopen weken. Snoepen gaat echt al wel beter en ook met de etentjes heb ik relatief gezondere keuzes gemaakt dan voorheen. Maar het kan nog beter, daarom ben ik deze week ook begonnen met een voedingscursus.

Toch heb ik ondanks alle etentjes ook nog de tijd gevonden om thuis nog wat te experimenteren met gezonde gerechtjes. Waar ik graag naartoe wil werken is minder koolhydraten eten bij het avondeten. Dit kan bijvoorbeeld door pasta te vervangen door courgetti en rijst door bloemkoolrijst, maar dus ook door tortilla’s te vervangen door slablaadjes of een omelet. Dat deed ik dus in dit recept, ik ging voor een lekker licht gerechtje en koos daarom voor de slablaadjes als wraps. Ik had verwacht de tortillawrap echt ontzettend te missen, maar dat viel me alles mee. Door het gebruik van de 20+ kaas en de lekkere kruiden had ik niet het idee dat ik perse heel gezond bezig was, en doordat de slablaadjes veel lichter zijn dan tortilla’s heb ik uiteindelijk zelfs 3 ‘wraps’ gegeten. Dat lijkt optisch gezien veel meer waardoor ik dus ook absoluut verzadigd was daarna. Maar schijn bedriegt, want uiteindelijk at ik aan ingrediënten nagenoeg hetzelfde als wanneer ik 2 gevulde tortillawraps zou eten, alleen nu dus zonder de koolhydraten. De eierwraps staan ook nog op mijn todo-lijstje, dus die zul je binnenkort vast wel voorbij zien komen.

Deze slawraps kun je natuurlijk vullen met vanalles wat je maar wilt. Je kunt andere groentes toevoegen, of bijvoorbeeld ‘pulled chicken’ maken of vis gebruiken om eens te variëren. Gehakt gebruiken kan natuurlijk ook, hoewel dat dan weer net een tikkeltje minder gezond is. Maar als je mager gehakt gebruikt, dan is dat nog steeds heel prima.

Bereidingstijd: ~15 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 300-400 gram kipfilet of kipdijfilet
  • 1 bol ijsberg- of bladsla
  • 2 (punt)paprika’s
  • 1 grote of 2 kleine rode uien
  • 50 gram geraspte kaas (20+)
  • 1 tl paprikapoeder
  • 1 tl komijnpoeder
  • 1 tl uienpoeder
  • 0,5 tl chilipoeder
  • 0,5 tl bruine basterdsuiker
  • 2 avocado’s
  • 1 tl sambal
  • peper en zout
  • plantaardige olie

Stappenplan:

Meng de suiker en kruiden door elkaar in een kom. Snij de kipfilet in blokjes en doe bij het kruidenmengsel. Meng door elkaar zodat er overal wat van de kruiden zit. Zet even apart voor zometeen.

Snij de ui en paprika in reepjes.

Haal het vlees uit de avocado en prak met een vork. Breng op smaak met de sambal, peper en zout en meng door elkaar. Je kunt de sambal ook los erbij doen, want je avocadoprakje krijgt er wel een beetje een vreemde kleur van haha. Eventueel kun je de sambal ook vervangen door een scheutje sriracha saus.

Pluk de blaadjes sla van de bol, laat de bladeren zoveel mogelijk heel. Was ze indien nodig.

Verhit een koekenpan met een scheutje olie.

Bak de kip op hoog vuur kort aan en doe dan de paprika en ui erbij. Bak dit totdat de kip gaar is.

Leg een blaadje sla op je bord en doe daar een goede lepel avocado in. Spreid uit en doe er vervolgens wat van de kip met ui en paprika overheen. Bestrooi met wat kaas en vouw het blaadje sla dicht als een wrap.

Smakelijk!

Homemade bouillonsoep

Heb je wel eens zelf bouillon getrokken van verse groentes? Je kunt hiervoor perfect restjes groenten gebruiken. Als ik restjes groenten overheb dan vries ik ze in, in een hersluitbaar plastic zakje. Zodra dat zakje vol is, ga ik bouillon trekken. Stukken gezonder dan kant en klaar en heel simpel om te doen. Je kunt hier allerlei groentes voor gebruiken, zoals wortel, prei of ui. Gooi zeker ook niet de schil van de ui weg, daar zit heel veel smaak aan! En als ik eerlijk ben, deze bouillon is nog lekkerder nadat hij al een nachtje gestaan heeft. Heerlijk nu de dagen weer druilerig worden. Je kunt natuurlijk ook soepvlees of kippenvlees mee laten trekken, voor een “vlezerigere” bouillon.

Bereidingstijd: ~15 min (excl. 3u kooktijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 liter soep:

  • 2-3 mergpijpjes
  • ~850 gram (restjes) groenten (bijv. prei, wortel, ui, bleekselderij, knoflook)
  • 250 gram verse soepballen (of zelfgerolde soepballen van gehakt)
  • bosje verse peterselie
  • peper en zout
  • maggi
  • 100 gram vermicelli
  • scheutje olijfolie
  • optioneel: bosui

Stappenplan:

Snij alle groentes grof (behalve de peterselie en optionele bosui).

Verwarm een grote soeppan en doe het scheutje olie erin.

Doe de groentes in de pan en bak de groentes even aan.

Doe ongeveer 2 liter water erbij, als ook de mergpijpjes en voeg zout toe.

Zet het vuur laag, doe de deksel op de pan en laat dit geheel zo’n 3u zachtjes koken.

Zeef de soep en gooi de groentes weg.

Voeg flink wat maggi en peper toe aan de soep om hem op smaak te brengen. Ik gebruikte denk ik zo’n 5 eetlepels maggi.

Doe de soepballen en vermicelli in de soep en laat dit nog 10minuten meegaren.

Proef de soep nu om te kijken of er eventueel meer peper en zout/maggi toegevoegd moet worden. De benodigde hoeveelheid peper en zout is van veel dingen afhankelijk dus dit moet echt op gevoel gaan.

Voeg op het allerlaatste de verse peterselie en eventueel in schijfjes gesneden bosui toe.

Serveer de soep lekker heet, eventueel met extra soepcroutons of een stukje brood.

Smakelijk!

Gezonde kapsalon met pulled chicken & zoete aardappel

Ik zweer je, als je dit gerecht eet denk je totaal niet dat je ook maar enigszins gezond bezig bent. Toch is er eigenlijk maar 1 ding wat een beetje richting ongezond neigt, en dat is de barbecuesaus. Daarom koos ik ervoor om deze zelf te maken, zodat ik iets beter zelf kon bepalen wat er in de saus zit en hij dus weer net ietsje beter was dan ‘gewone’ bbq-saus. Ik maakte hem dan weer wel met tomatenketchup, dat kwam puur omdat de frito die ik nog had staan niet meer goed bleek te zijn. Beter kun je dus frito nemen in plaats van ketchup, maar beiden kan. Okee, kaas is ook niet perse gezond, maar als je niet al teveel kaas neemt en magere kaas, dan kan dat prima.

Stiekem heb ik nog nooit de ongezonde variant van een kapsalon op, ik vind het namelijk echt heel erg gek om kaas op mijn frietjes te hebben. Maar toen ik dit recept op de ‘Lekker Happen’ blog van Daisy zag staan, wist ik gelijk dat ik dit gerecht wilde kiezen voor de foodblogswap van deze maand. Daisy heeft enorm veel en veelzijdige recepten op haar blog staan, voornamelijk avondmaaltijden die elke dag kunnen. Genoeg inspiratie dus. Daarnaast vind je tal van restaurant- en productreviews op haar blog, dus als je nog een lekker plekje zoekt om te eten kun je daar een mooie restaurantje uitzoeken.

Het leuke aan het originele kapsalon-recept van de Belgisch Limburgse Daisy vind ik dat ook haar variant al niet meer op de ‘originele kapsalon’ lijkt. Toch wilde ik nog net een stapje verder gaan om hem echt gezond te maken, en dus verving ik o.a. het gehakt door pulled chicken. De shoarmasaus die er eigenlijk op hoort verving Daisy ook al door de combinatie van avocado en zure room. Ik verving de zure room weer door griekse yoghurt, omdat dit ook net weer een tikje gezonder is. Ook maakte ik dus zelf de bbq-saus, waar Daisy voor taco-saus ging. De mais en kidneybonen liet ik weg, omdat ik dat net teveel vond worden voor ons tweetjes.

Wil je nou echt absoluut 100% mager gaan, dan kun je de bbq-saus weglaten en de kip alleen op smaak brengen met bijvoorbeeld wat paprikapoeder. Maar geloof me, met bbq-saus is wel echt heel veel lekkerder. Eventueel kun je natuurlijk gewoon maar de helft van de saus gebruiken.

Bereidingstijd: ~ 40 min (+10min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 2-3 grote zoete aardappels (of kant en klare zoete aardappelfrietjes uit het vriesvak)
  • 350 gram kippendij filets
  • 1 bouillonblokje (smaak naar keuze)
  • 1 (zoete) rode paprika
  • ~40 gram geraspte kaas (20+ of 30+)
  • 1 avocado
  • 2 el griekse yoghurt
  • 2 tl paprikapoeder
  • 1 tl curry madras kruiden of kerriekruiden
  • olijfolie
  • peper en zout
  • 50-75 gram ijsbergsla
  • halve komkommer
  • handjevol kleine tomaatjes
  • 4 el barbecuesaus; kant en klaar mag, homemade is beter:
    • 1 el donkerbruine basterdsuiker
    • 2 el azijn
    • 1 el mosterd
    • 1 el gerookt paprikapoeder
    • 1 ui
    • 2 el Worcestershire saus
    • 6 el tomatenketchup of tomatenfrito
    • 100 ml water
    • 2 el citroensap

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Schil de zoete aardappels en snij in repen van ongeveer 1 bij 1 cm, net als frietjes.

Doe in een kom en strooi er ongeveer 2 el olie en de paprikapoeder en curry madras kruiden overheen. Meng door elkaar.

Leg een vel bakpapier op een bakplaat of ovenschaal en spreid de zoete aardappelfrietjes hierop uit. Zorg ervoor dat de frietjes zo min mogelijk elkaar raken.

Bak ongeveer 25min in de oven, keer halverwege om.

Vul een pan voor iets meer dan de helft met warm water en doe het bouillonblokje erbij. Breng aan de kook.

Doe de kip in het bouillonwater en kook op laat vuur ongeveer in 10-15min gaar.

Maak je zelf barbecuesaus, dan begin je daar nu mee. Snipper de ui en doe met alle ingrediënten behalve de tomatenketchup of -frito en Worcestershire saus in een pan. Doe er ook wat peper en zout bij. Breng aan de kook en laat 10min koken onder af en toe roeren. Voeg de tomatenketchup of -frito en worcestershire saus toe en roer door elkaar. Zodra dit weer kookt zet je het vuur uit en doe je de saus in een ander kommetje.

Snij de paprika in kleine blokjes of reepjes.

Verhit een lepel olie in een pan (je kunt de pan van de saus herbruiken = minder afwas) en bak hierin de paprika ongeveer 2-3min op middelmatig vuur.

Haal de kip uit de bouillon en trek met 2 vorken uit elkaar zodat je ‘pulled chicken’ krijgt.

Doe de kip bij de paprika en doe er ongeveer 4 el barbecuesaus bij. Meer of minder mag natuurlijk als je dat lekkerder vindt.

Snij de komkommer in kleine reepjes en de tomaatjes in partjes.

Doe de zoete aardappelfrietjes onderop in een ovenschaal. Verdeel de kip eroverheen.

Doe de sla, tomaatjes en komkommer erbovenop en top af met de geraspte kaas.

Zet dit geheel ongeveer 10min in de oven, totdat de kaas lekker gesmolten is.

Haal intussen het vlees uit de avocado en prak dit samen met de griekse yoghurt en wat peper en zout. Eventueel kun je nog 1 tl chilipoeder en 1 el limoensap erbij doen, als je dat in huis hebt, maar dit is geen must.

Serveer de kapsalon met de avocadosaus.

Smakelijk!

Chinese dumplings met kip en paddenstoelen

In 2009 vloog ik voor het eerst de wijde wereld uit. Helemaal in mijn eentje vertrok ik voor een half jaar naar Australië om daar een minor te doen. Ik woonde in Melbourne op een steenworp afstand van ‘Chinatown’ en ging dus regelmatig daar een hapje eten. In die periode leerde ik voor het eerst Chinese dumplings (jiaozi) kennen. Er bestaan ontzettend veel varianten, in de vulling, manier van vouwen en manier van bereiden. De bekendste zijn denk ik wel de ‘pork dumplings’, met varkensgehakt en chinese kool. Maar je kunt ze ook bijvoorbeeld met garnalen, kip of vegetarisch krijgen. Je kunt ze stomen, koken of bakken. En zo los serveren of bijvoorbeeld in een bouillonsoepje. Kortom, je kunt er alle kanten mee op.

Het aanbod dumplings in Nederland vind ik na al die jaren nog steeds een beetje schraal. Ik had gehoopt dat deze lekkernij inmiddels een opkomst gemaakt zou hebben en je ze net zo makkelijk kunt eten als een wokmaaltijd of broodje doner. Helaas zijn ze echt nog steeds maar alleen verkrijgbaar in de betere aziatische restaurants, of bij de toko in de diepvries.

Ik besloot dus zelf eens een poging te wagen, en niet zonder success al zeg ik het zelf. Ik waande me weer heel even terug in Melbourne. Oke, ze zijn zeker nog niet zoals ik ze daar at, want let’s face it, die mensen doen niets anders dan dumplings vouwen elke dag en zijn dus erg skilled. Maar ik ben absoluut niet ontevreden. En het vouwen van de dumplings is warempel zelfs een hele goede bezigheidstherapie. De eerste paar zijn even wat lastig, maar zodra je snapt wat je moet doen is het best wel fijn om zo dumpling na dumpling zo perfect en snel mogelijk te vouwen.

Bereidingstijd: ~60 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): ****

Ingrediënten voor ongeveer 22 stuks:

  • 350 gram kipgehakt
  • 10 gram gedroogde cantharellen (of andere gedroogde paddenstoelen)
  • 150 gram gemengde paddenstoelen
  • 1 teen knoflook
  • 3 bosuien
  • 1 cm verse gember
  • 1 tl sesamolie
  • 1 el rijstazijn
  • 2 el sojasaus (+ extra om te serveren)
  • 1 el sesamzaadjes
  • 3 el plantaardige olie (e.g. arachide olie)
  • peper
  • wontonvellen (verkrijgbaar bij de toko)
  • optioneel: sweet chili saus om te serveren

Stappenplan:

Laat de cantharellen 10 minuten weken in ongeveer 100ml heet water.

Maak de paddenstoelen schoon en hak ongeveer 1/3e van de paddenstoelen ragfijn, doe in een kom.

Rasp de gember en doe bij de paddenstoelen. Doe ook het kipgehakt erbij.

Pers de knoflook uit en doe deze bij de kip, en hak 2 van de bosuien fijn en doe ook dit erbij.

Haal de cantharellen uit het water, gooi het water niet weg.

Hak de cantharellen fijn en doe ook bij de kip.

Vervolgens doe je de sojasaus, rijstazijn en sesamolie bij de kip en meng je alles goed door elkaar.

Nu ga de de dumplings vouwen. Hier zijn meerdere technieken voor. De techniek die ik heb aangehouden wordt heel goed uitgelegd in dit filmpje. Je kunt het water van de cantharellen gebruiken om de rand van de wontonvellen nat te maken. Gebruik ongeveer een flinke theelepel vulling per wontonvel.

Zodra je alle dumplings gevouwen heb ga je ze daadwerkelijk bereiden.

Ook hier zijn meerdere manieren voor. Je kunt ze stomen in een stoommandje bijvoorbeeld.

Ik koos ervoor om ze in de pan te bakken, en ook dit kan op meerdere manieren. Ik koos zelf voor 2 bereidingen die elk hun eigen charme heeft.

De bereiding die op de foto te zien is is als volgt; verhit de plantaardige olie in een koekenpan. Zodra de olie heet is doe je de dumplings erin, binnen een minuut zal de onderkant van de dumpling krokantgebakken zijn. Doe nu het cantharellenwater erin en doe de deksel op de pan. Laat ze zo een minuut of 3 doorkoken en haal dan het deksel weer van de pan. Laat ze nu nog wat verder doorgaren totdat het vocht verdampt is. De dumplings zijn nu licht krokant aan een kant, en gestoomd aan de andere kant.

Als tweede bereiding koos ik ervoor het water niet te gebruiken, maar de dumplings aan alle kanten te bakken in olie. Zo worden ze echt heel erg krokant aan alle kanten. Het duurt ongeveer 1-2minuten per kant om te bakken. Ik had toen zo’n honger dat ik helemaal vergeten ben van deze bereiding ook nog foto’s te maken.

Welke bereiding je kiest, dat is helemaal aan jou. Zoals ik zei heb ik er 2 gekozen en ik vond ze allebei lekker. De dumplings bleven wel net ietsje steviger bij de laatste bereiding.

Verhit intussen ook een andere koekenpan met een druppeltje olie en bak hierin de rest van de paddenstoelen goudbruin.

Snij ook de rest van de bosui fijn en rooster de sesamzaadjes.

Bestrooi de dumplings met de verse bosui en sesamzaadjes en serveer de paddenstoelen erbij.

Smakelijk!

Hartige brunchwafels met avocado & chorizo

We kennen natuurlijk allemaal de heerlijke zelfgemaakte zoete wafels. Ik ken ze in elk geval maar al te goed, want die bakte ik vroeger samen met oma in de kerstvakantie. Natuurlijk moest oma mij af en toe op de vingers tikken omdat ik teveel van het rauwe deeg snoepte, maar dat deeg was nou eenmaal zo lekker! En ik kon niet wachten totdat de wafels gaar waren natuurlijk.

Eigenlijk heb ik nooit meer wafels gebakken sinds mijn oma jaren geleden slechter werd en inmiddels ook een sterretje aan de hemel is. Niet omdat ik het niet wilde, maar ik heb geen wafelijzer. Dus toen ik onlangs een nieuw tosti-ijzer kocht, en naast de tosti-ijzers in de winkel ook prima goedkope wafelijzers zag, moest ik er nou eindelijk eens eentje kopen.

Natuurlijk heb ik inmiddels nog steeds geen zoete wafels gebakken, zoals ik dat vroeger met oma deed. Maar wel deze hartige wafels. En die zijn ook lekker! En hiervan is het rauwe deeg stukken minder lekker, dus daar hoef je je geen zorgen om te maken. Hartige wafels zijn hip! Je ziet steeds vaker kleine brunchplekjes waar ze hartige wafels serveren met allerlei toppings. Ik koos voor een hartige wafel met parmezaanse kaas erin, getopt met een heerlijk rijpe avocado, crunchy chorizo en frisse tomaatjes.

Oke, dit moet je niet te vaak doen, want het is stukken meer werk dan een simpel boterhammetje eten natuurlijk en niet perse gezonder. Maar voor een speciale brunch is het weer eens wat anders dan de standaard afbakbroodjes, gekookt eitje en jus d’orange.

Bereidingstijd: ~25 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 kleine wafels (2 personen):

  • 125 gram zelfrijzend bakmeel
  • 1 ei
  • 4 el melk
  • 50 gram roomboter (kamertemperatuur)
  • 50 gram parmezaanse kaas
  • 1 tl italiaanse kruiden
  • peper en zout
  • 50 gram chorizo
  • 1 avocado
  • 2-3 (kleine) tomaatjes

Extra benodigdheden:

  • wafelijzer

Stappenplan:

Doe een snuf zout bij de boter en mix dit kort luchtig. Voeg de melk en het ei toe en mix door elkaar.

Voeg lepel voor lepel het meel toe en roer door elkaar. Het deeg wordt nu langzaam steeds stugger.

Rasp de parmezaanse kaas en meng ook dit door het deeg. Doe er ook een snuf peper en de italiaanse kruiden doorheen. Verdeel in 4 delen.

Snij de chorizo in kleine reepjes. Verhit een koekenpan en bak de chorizo in 2-3min krokant.

Spatel de chorizo uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier. Bewaar het chorizovet.

Verwarm het wafelijzer en vet in met het overgebleven chorizovet.

Doe de deegbolletjes in het wafelijzer en doe het ijzer dicht. Mijn wafelijzer heeft plek voor 2 wafels dus ik heb dit in 2x gedaan.

Bak de wafels in 4-5min goudbruin.

Haal intussen het vlees uit de avocado door hem door midden te snijden en de pit eruit te halen. Met een lepel of vork kun je het vlees zo uit de schil scheppen.

Prak het avocadovlees met een vork en breng op smaak met wat peper en zout.

Was de tomaatjes en snij in kwartjes.

Serveer de wafels met de geprakte avocado, krokante chorizo en tomaatjes.

Smakelijk!

 

Persoonlijk: 15 x Gezonde recepten

Dit is een voor mij heel persoonlijke blog. Het is voor het eerst dat ik zo extreem openlijk praat over de jarenlange strijd die ik voer en waar ik weer een nieuwe stap ik ga zetten.

Wie mij in levende lijve kent weet hoogstwaarschijnlijk dat ik, net als zoveel mensen, al jarenlang met mijn gewicht worstel. Sinds mijn pubertijd ben ik gaandeweg de jaren steeds verder uitgedijd. Toen ik eenmaal ging studeren kwam er een nog grotere stijgende lijn in, want ik hing zo ongeveer 4 avonden per week in de kroeg, hield van lekker eten en sportte amper. Bier en wijntjes vloeiden dus rijkelijk maar op de fiets naar de universiteit gaan vond ik al zwaar vervelend. Ook na mijn studietijd is het me tot dusver niet gelukt om ook maar enigszins op een ‘normaal’ gewicht te komen. Telkens had ik weer nieuwe smoesjes waardoor het niet ging, sporten zit helaas niet echt in mijn genen. ‘Ik had veel reistijd en was vaak laat thuis dus ik had geen tijd om te sporten’ was de meest gehoorde smoes en sinds mijn verhuizing gaat die smoes niet meer op. Tot op heden heb ik geen nieuwe smoes kunnen verzinnen dus ik kan niet anders dan weer een nieuwe stap te gaan zetten richting mijn streven. Om mezelf ‘obese’ te noemen gaat net wat te ver, maar er mag echt wel wat aan gedaan worden. Doutzen Kroes-slank zal ik never nooit niet worden, dat hoeft ook helemaal niet. Wat ik wel belangrijk vindt is dat ik gezond blijf en gezonder leef, en dat gaat natuurlijk wel tot op zekere hoogte hand in hand met een gezonder gewicht.

Bij een gezondere leefstijl horen wat mij betreft 4 dingen; voldoende beweging, een gebalanceerde maaltijd, voldoende tijd om in een normaal tempo resultaat te boeken en misschien het allerbelangrijkste; de ruimte om heel af en toe toch te zondigen. Deze vier dingen ga ik (wederom) proberen in balans met elkaar te brengen, op een dusdanige manier dat het ook op de lange termijn resultaat blijft houden. En dat kan alleen als er ook ruimte is voor een frietje met, bakje chips of glaasje wijn, alles met mate natuurlijk. Ik heb me erbij neergelegd dat dit mij niet alleen zal lukken, dat heeft het verleden wel uitgewezen. Ik heb dus externe hulp gezocht die mij hier hopelijk goed bij gaat ondersteunen, zowel op het gebied van sport als ook voeding. Natuurlijk weet ik ook dat Pim, mijn familie en vrienden mij hierin ook ondersteunen. Het wordt geen crashdieet en dus geen complete 180 draai naar ‘fitgirl’ zijn, want daar geloof ik niet helemaal in en dat past ook helemaal niet bij me. Kleine aanpassingen in mijn leef- en voedingspatroon brengen hopelijk al voldoende resultaat op termijn en kan ik hopelijk ook makkelijk blijven volhouden. Want dat is eigenlijk waar tot nu toe altijd mijn probleem heeft gezeten, het volhouden op langere termijn..

Jullie kunnen me hier ook bij helpen. Door me te supporten, en vooral door te accepteren dat er dus in de nabije toekomst iets minder zoetigheden en ongezondere recepten op de blog zullen verschijnen (zullen de meesten vast niet erg vinden, toch?!). Natuurlijk komt er af en toe nog steeds een cheat-meal op de blog, maar ik ga proberen de verhouding ‘kan elke dag’ vs. ‘liever niet te vaak’-maaltijden iets meer richting de ‘kan elke dag’ kant van de schaal te laten vallen.

Om mezelf hier alvast een handje bij te helpen heb ik een aantal medebloggers gevraagd om hun lekkerste, gezonde recepten en daar koos ik er 15 van uit. En deze mag ik ook met jullie delen! Hierbij dus een lijst met 15 watertandende gezonde gerechten die gemaakt zijn door bloggers uit de Benelux.


 

Bloemkoolcouscous met kipgehaktballetjes
Poke bowl met zwarte rijst

Flying Foodie

Maris van ‘Flying Foodie’ heeft meerdere gerechtjes met me gedeeld die me allemaal aanspreken. Ze maakte een gele courgettesoep die er heerlijk romig uitziet, wist je dat gele courgettes nu in het seizoen zijn? Ook staat er een bloemkoolcouscous gerecht op haar blog met gehaktballetjes van kip. Ik hou zelf ontzettend van couscous dus deze ga ik zeker zelf maken! Pim is helaas minder fan maar misschien dat de gehaktballetjes hem overstag doen gaan. Als laatste deelde Maris haar versie van de Poké Bowl met me, waarin ze de witte rijst verving met gezondere zwarte rijst. Voor wie de ‘hype’ tot nu toe gemist heeft, een Poké Bowl komt oorspronkelijk uit Hawaii en Poké is Hawaiiaans voor ‘in stukken gesneden’. Het is vergelijkbaar met een sushibowl, want je combineert rijst met rauwe groentes en rauwe vis. Echter is de vis bij een poké bowl altijd gemarineerd. Gezien Pim ontzettend van sushi houdt kan ik dus garanderen dat deze bij ons op het menu komt binnenkort.

Gele courgettesoep

De Bakparade

Eerder al deelde ik mijn versie van ‘courgetti’, een koolhydraatarme spaghetti. Naam- en provinciegenootje Inge van www.debakparade.nl deelde haar courgetti recept met me, waarbij ze een heerlijk romige saus van avocado maakte. Snel, simpel en gezond. En het lijkt me ontzettend lekker door de avocadosaus, want ook de avocado staat niet voor niets op menig ‘superfood-lijst’, want het zit boordevol gezonde vetten.

Courgetti met avocadosaus
Kipsate met Griekse salade

Een lepeltje lekkers

Dat ze ook in België heerlijk en gezond kunnen koken bewijst Annelies van de blog ‘Een lepeltje lekkers’. Ook zij deelde meerdere gezonde recepten met me die me het water in de mond lieten lopen. Deze kipsaté met griekse salade bijvoorbeeld, ik ben echt ontzettende kipsaté fan, maar mijn versie is veelal iets ongezonder door toevoeging van pindasaus. En heb je wel eens halloumi geprobeerd? Halloumi is een kaas gemaakt van schapen- en geitenmelk die perfect is om te grillen en die overheerlijk is in deze salade met nectarine. Als laatste deelde Annelies haar courgetti, die zij juist verwerkte in een Aziatische maaltijd als vervanging van noodles. Deze Pad Thai met scampi kon ik dus absoluut niet weglaten uit dit lijstje.

Pad Thai met Scampi
Halloumi salade met nectarines

Samen Bourgondisch

Barbecue & gezond, die 2 woorden gaan in de meeste huishoudens niet helemaal hand in hand. Toch kun je best makkelijk op een verantwoorde manier barbecuen. En ook de bijgerechten die vaak geserveerd worden kunnen op een gezondere manier klaargemaakt worden. Maak bijvoorbeeld eens deze aardappelsalade gemaakt van zoete aardappels, die Deborah van ‘Samen Bourgondisch’ mooi bedacht heeft. Door de gewone piepers te vervangen door zijn zoete ‘brother from another mother’, vervang je de koolhydraten door vitamientjes, want zoete aardappels behoren tot de groentes. Volgende bbq staat deze zeker op tafel.

Zoete aardappelsalade

FoodFoozle

Falafel is stiekem niet zo mijn ding, ik hou namelijk niet zo van kikkererwten. Toch kan ik me niet voorstellen dat ik deze krokant gebakken jongens van Maaike’s blog ‘Foodfoozle’ niet lekker ga vinden. Heerlijk geserveerd in een pitabroodje met een tahinidressing. Ik ben benieuwd of ik Pim zo ver krijg om dit een keer te eten, maar anders ga ik het zeker proberen als Pim een keer niet thuis eet. Ook maakte Maaike een prachtige en gezondere variant van de Kolokithopita, een griekse hartige taart, in dit geval gevuld met shredded chicken.

Kolokithopita
Falafel met tahini

Deb’s Bakery and Kitchen

Debbie, van Deb’s Bakery and Kitchen, heeft zich slim bedacht dat je met de restjes van een gebraden kip mooi deze pilav met kip kan maken. Ik ben over het algemeen geen rijstliefhebber, maar deze kruidige rijst doet mij toch wel watertanden. Ook haar portobello’s met linzen maken mij heel nieuwsgierig. Ik kook zelf eigenlijk nooit met linzen maar ook hier zorgt de foto toch dat ik dit gerecht wil gaan proeven.

Pilav met kip
Portobello’s met linzen

Lekker Happen

Het laatste hartige gerecht in mijn gezonde rijtje is wederom een poké bowl. De poké bowl van Daisy van de blog ‘Lekker Happen’ heeft weer hele andere ingrediënten dan de poké bowl die eerder in dit lijstje voorkwam. Zo zie je maar hoe ontzettend variërend je kunt zijn met hetzelfde gerecht. Waar het andere gerecht mij vooral aansprak vanwege de zwarte rijst, ga ik van deze bowl watertanden doordat je getrakteerd wordt op zowel zalm als ook garnalen. Win-win dus voor de visliefhebbers onder ons. Ook vindt men op Daisy’s blog de simpele, maar heerlijke watermeloen pizza. Perfect als zomers nagerecht, zeker voor de kids. Zo krijg je ook gelijk je dagelijkse vitamientjes binnen. Het recept voor deze pizza vind je hier.

Pokebowl met zalm en garnalen
Meloenpizza

Essie Healthylife

Het rijtje sluit ik af met een gezondere variant van de good ol’ cheesecake. Deze cheesecake met frambozen van de blog ‘Essie Healthylife’ van Ester ziet er echt prachtig uit! Zo lekker zelfs, dat ik amper kan geloven dat hij gezond is. En je kunt hem zelfs in de Airfryer maken. Nou zal hij nog steeds niet zo gezond zijn dat je hem dagelijks als ontbijt kan eten, maar hij is wel zo gezond dat je hem zonder schuldgevoel kan eten als je dan toch eens een keer iets lekkers wilt.

Cheesecake met frambozen

 

Pasta Caprese 2.0

We kennen allemaal de Caprese salade, die vooral bestaat uit frisse tomaat, basilicum en heerlijke mozzarella. Waarschijnlijk kennen jullie ook de pasta caprese, waarbij je deze ingrediënten over de pasta doet met wat (pesto)olie of balsamico. Dat heb ik hier ook gedaan, maar dan net even wat spannender. Door de tomaten te roosteren en een crunch toe te voegen van zongedroogde tomaten, knoflook en brood krijgt deze caprese pasta een heel andere smaakbeleving. Ik serveerde hem op een grote schaal, als een soort lauwwarme pastasalade, daarom deed ik er ook nog wat rucola en rode ui bij. Pim en ik zijn fan, perfect voor ons tweetjes, maar ook heerlijk bij een etentje met familie of vrienden. Simpel, maar doeltreffend. Hoe serveer jij je caprese pasta het liefst?

Bereidingstijd: ~25 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 150-200 gram tagliatelle of spaghetti
  • 2 teentjes knoflook
  • 6-8 zongedroogde tomaten
  • 2 sneetjes brood naar keuze
  • 2 el pesto
  • 1 bol burrata of mozzarella
  • verse basilicum
  • 1 bakje romaatjes
  • optioneel: rucola
  • optioneel: 1 rode ui
  • olijfolie
  • peper en zout

Andere benodigdheden:

  • keukenmachine (zonder kan ook eventueel)

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C

Kook de tagliatelle of spaghetti volgens de verpakking.

Doe de romaatjes in een ovenschaaltje en sprenkel er wat olie over. Doe er ook wat zout en peper overheen en zet in de oven voor ongeveer 15-20min, totdat de tomaatjes mooi geroosterd zijn.

Indien je een keukenmachine hebt, doe daar dan de knoflook, zongedroogde tomaten en het brood in en maal het fijn. Heb je geen keukenmachine, hak dan deze ingrediënten zo fijn mogelijk met de hand.

Verwarm een koekenpan met een goede scheut olie en bak hierin de broodmix in ongeveer 3 minuten krokant.

Doe in een kom (zodat het niet verder bakt in een nog hete pan) en breng op smaak met peper en zout.

Meng de pesto met 2-3 el olie, zodat je een dressing krijgt.

Indien je er een rode ui bij wilt serveren, pel deze dan nu en snij hem in dunne ringetjes.

Pluk enkele blaadjes basilicum.

Zodra je de tagliatella of spaghetti afgegoten hebt doe je ongeveer de helft van het broodkruim, verse basilicum en pestodressing erbij en roer je door elkaar.

Draai nu mooie torentjes van de pasta en serveer ze op een bord of schaal. Haal de burrata of mozzarella uit de verpakking en leg erbij.

Bestrooi de kaas en pasta met extra basilicum, pestodressing en top als laatste af met extra broodkruim. Doe er ook wat extra peper en zout op naar smaak (vooral op de kaas).

Serveer met de geroosterde tomaatjes en eventueel extra rucola en rode ui.

Smakelijk!

Aziatische viskebabs op de bbq met wortelsalade

Ik wil eens iets anders op de barbecue, dacht ik vlak voordat dit recept geboren werd. Altijd maar die worstjes en hamburgers. Don’t get me wrong, die vind ik ook echt heerlijk. Maar zo heel af en toe heb ik gewoon behoefte aan iets anders. En ook aan iets gezonders van de barbecue, want mijn associatie met barbecue is vooral ongezond. Maar het is heel makkelijk om ook gezonde gerechten te serveren. Ik heb thuis een ‘barbecue-bijbel’ waar ik doorheen bladerde en toen ontdekte ik een gerecht voor runderkebabs dat ik in het verleden wel eens gemaakt heb. Natuurlijk kan ik niet 1 op 1 een gerecht overnemen dus ik nam ‘kebab’ als uitgangspunt en verzon deze viskebabs. Je kunt dit natuurlijk maken met de vissoorten en smaakingrediënten die je zelf lekker vindt. Maar deze aziatische stijl viskebabs is mij in elk geval zeer goed bevallen! Zeker met de frisse wortelsalade erbij. Ook serveerde ik er nog wat brood bij, want het blijft ten slotte wel een barbecue.

Bereidingstijd: ~30 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

Viskebabs (voor ongeveer 6-8 stuks):

  • 250 gram gamba’s (rauw, niet voorgegaard)
  • 150 gram kabeljauw
  • 1 rode peper
  • 2-3 el gehakte koriander
  • 1 teen knoflook
  • 2 cm verse gember
  • peper & zout
  • 6-8 stengels citroengras (sereh)
  • 2 el olie
  • halve limoen
  • Optioneel: Sweet chili saus voor serveren

Aziatische wortelsalade:

  • 8-10 bospeentjes
  • 1 rode peper
  • 2 el sesamzaadjes
  • 2 bosui
  • 2 el olie
  • 1 el soja
  • peper & zout
  • halve limoen
  • optioneel: taugé

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine met hakmolens

Stappenplan:

Haal het groen van de rode peper, snij hem in de lengte doormidden en haal de zaadjes eruit. Hak grof en doe in de bak van de keukenmachine.

Schil de gember, hak grof en doe dit ook in de keukenmachine.

Schil ook de knoflook en pluk de koriander en doe dit ook erbij in de keukenmachine.

Maal dit redelijk fijn in de keukenmachine.

Indien je gamba’s in de schil hebt, pel de gamba’s en haal het poepkanaal eruit. Omdat je de gamba toch in de keukenmachine maalt, hoeft dit niet heel netjes te gebeuren.

Snij de kabeljauw in stukjes.

Doe de gamba’s en kabeljauw in de keukenmachine erbij en maal totdat alles fijngehakt is en een licht plakkerig mengsel ontstaat. Zorg ervoor dat alle ingrediënten goed door elkaar gemengd zijn.

Kneus de citroengrasstengels door er met de achterkant van een mes licht op te slaan. Dit is nodig zodat de smaken goed vrijkomen.

Wrijf je handen lichtjes in met olie en zet ook een bordje klaar met een dun laagje olie op.

Neem een handje van de vismix (golfbal grootte) en kneed dit om het topje van de citroengrasstengel zodat er kebabs ontstaan.

Leg de stengel op het beoliede bord totdat je daadwerkelijk gaat bakken.

Herhaal dit totdat alle mix of de stengels op zijn.

Maak intussen de wortelsalade. Schil de buitenste laag van de wortel en gooi de schillen weg (of bewaar ze om bijvoorbeeld groentebouillon van te trekken).

Schil vervolgens de rest van de wortel ook met de dunschiller in fijne reepjes en doe in een kom of schaal.

Ontdoe de rode peper van het groen en de zaadjes en snij in dunne schijfjes, reepjes of blokjes (wat je leuk vindt!).

Doe in een kommetje samen met de olie, soja, peper, zout en sap van de limoen (exacte hoeveelheden naar smaak, proef tussendoor) en meng door elkaar.

Giet dit over de wortel heen.

Rooster de sesamzaadjes in een pan goudbruin en strooi ook deze over de wortels.

Snij de bosui in fijne ringetjes en strooi ook deze over de wortels. Optioneel kun je er ook nog taugé bij doen (of andere dingen die je lekker vindt, natuurlijk)

Ik grilde de viskebabs op de barbecue, maar het kan ook in de grilpan op het vuur natuurlijk.

Gril ze op hoog vuur in ongeveer 3-4 minuten gaar en zorg dat ze een mooi grilrandje krijgen aan de buitenkant.

Serveer eventueel met sweet chili saus of een andere saus naar keuze en de wortelsalade.

Heb je echt grote eters, dan kun je er eventueel wat brood or wraps bij serveren.

Smakelijk!

Snelle frambozen ijstaart met chocolade

Dit is een perfect recept voor de mensen die niet het geduld, tijd of skills hebben om een uitgebreid dessert in elkaar te flansen, maar toch graag iets moois aan de gasten willen serveren. Deze ijstaart tover je zo op tafel zonder dat je zelf ijs hoeft te maken (dat kan natuurlijk wel als je dat leuk vindt!). Het ziet er spectaculair uit en mensen denken waarschijnlijk dat je hier echt uren voor in de keuken hebt gestaan. Niets is minder waar. Het is echt zo klaar en iedereen kan dit.

Het originele recept van deze ijstaart komt van Lianne, die ook wel verschuilt gaat onder ‘De Zoetekauw’. Voor de foodblogswap van deze maand had ik de eer iets van haar blog uit te zoeken. De Zoetekauw bevat zowel zoete als hartige recepten, maar de nadruk ligt natuurlijk op zoet. Ik wilde voor deze foodblogswap dus ook graag een zoet recept uitkiezen om mijn draai aan te geven. Na lang rondneuzen, want Lianne heeft me toch veel lekkers op dat blog staan, koos ik toch voor deze ijstaart. Juist door de simpelheid ervan en omdat hij natuurlijk perfect past bij deze tijd van het jaar. Tenminste, mits de weergoden ons weer eens iets beter gaan zinnen. Maar als ik de Piet Paulusma’s op deze wereld mag geloven zit ons weer wat beter weer te wachten dus ga vooral eens aan de slag met deze ijstaart. Lianne maakte hem origineel met frambozenjam en pistachenootjes. Ik koos ervoor om zelf een ‘frambozenjam’ te maken, omdat ik kant-en-klare frambozenjam zelf te zoet vind. Ook verving ik de pistachenootjes door chocolade, omdat vriendlief dat nou eenmaal lekkerder vindt. Ik gebruikte hiervoor de ‘Snapper’ melkchocolade van Australian, deze repen zijn lekker dun dus daar kun je heel gemakkelijk de kleine blokjes van hakken.

Heb je gemist wat een foodblogswap inhoudt en ben je wel benieuwd? Hier heb ik uitgelegd wat het is.

Bereidingstijd: ~15 min (+120min vriestijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • 2 liter vanille-ijs
  • 1 bakje diepvries frambozen
  • 150 gram chocolade (melk of puur)
  • 1 bakje verse frambozen

Andere benodigdheden:

  • 1 cakevorm naar keuze
  • huishoudfolie

Stappenplan:

Haal het ijs uit de vriezer en laat het lichtelijk ontdooien (ongeveer 15-30min).

Doe de diepvriesframbozen in een steelpannetje met 2-3 eetlepels water en breng aan de kook. Laat ongeveer 3 minuten doorkoken totdat ongeveer de helft van de frambozen stuk gekookt is maar ook nog een deel gewoon framboos is. Let op: als je echt grote stukjes framboos houdt, dan kan het zijn dat er wat meer ijzigere stukjes in de verder romige ijstaart zullen zitten. Ik vond dat zelf wel lekker, want dat geeft afwisseling. Vriendlief vond dat minder, dus voor hem zou ik volgende keer de frambozen wat verder stuk koken.

Zet het vuur uit en laat iets afkoelen.

Hak 100 gram chocolade in kleine stukjes, die van mij waren ongeveer 0,5 cm groot.

Bekleed de bakvorm met huishoudfolie en zorg dat er voldoende folie over de randen valt, dit gebruiken we later als ‘deksel’.

Doe een derde van het ijs in de bakvorm en ook een derde van de frambozen en een derde van de chocoladestukjes. Roer dit lichtjes door elkaar zodat er een licht marmer effect ontstaat.

Doe nu weer een derde van alles erin en roer weer lichtjes door elkaar. Herhaal nog een keer met de laatste beetjes.

Dek het ijs af met de huidhoudfolie en zet in de vriezer om opnieuw op te stijven.

Na ongeveer 2 uur is de ijstaart weer goed opgestijfd en kun je hem opdienen.

Smelt de resterende chocolade au bain-marie.

Stort de ijstaart op een mooie schaal of plank en beleg met de verse frambozen.

Neem een vork of lepel en schenk beetje bij beetje, met een snel zigzaggende beweging, de gesmolten chocolade over de frambozen.

Smakelijk!

 

Kip met chorizo, groentes en avoyoghurt

Okee, dit gerecht moet best lang in de oven. Maar verder is het amper werk en helemaal niet moeilijk. En doordat ik geen gewone aardappels maar zoete aardappels gebruikt heb, eet je eigenlijk alleen maar groenten en vlees. Ideaal dus voor degenen die iets willen minderen met de koolhydraten. Het kippetje is lekker mals, zoals het hoort. De groentes zijn smaakvol door de chorizobouillon en de avoyoghurt erbij maakt het lekker fris.

Eigenlijk zijn Pim en ik helemaal niet zo van kip met bot. Ik at het sowieso al amper van thuis uit zover ik me kan herinneren, en ook nadat ik het huis uit was heb ik er nooit echt moeite voor gedaan om het lekker te gaan vinden. Ofja, ik vind het niet vies, zeker niet. Maar het is denk ik meer het idee dat dat botje ooit ergens rondgehuppeld heeft wat me een beetje tegenstaat. Toch vind ik spareribs dan weer wel verrukkelijk, dus ik concludeer bij deze maar gewoon even dat ik een beetje vreemd ben. Sowieso moet ik dat idee met die botjes maar eens uit mijn hoofd gaan zetten, want ik heb gewoon genoten van dit gerecht.

Bereidingstijd: ~15 min (+60min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 2 kippenbouten
  • 75-100 gram chorizo
  • 1 teen knoflook
  • 1 bouillonblokje
  • 2 el rodewijn azijn
  • 1 el rozemarijn
  • 1 el paprikapoeder
  • 1 el venkelpoeder
  • 3 zoete aardappels
  • 1 rode paprika
  • 1 rode ui
  • 1 rode peper
  • 2 el barbecuesaus
  • 1 avocado
  • 3-4 el yoghurt
  • 1 el limoensap
  • Peper en zout
  • Verse peterselie

Extra benodigdheden:

  • ovenschaal of braadslede
  • aluminiumfolie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Indien je kippenbouten met vel hebt, scheur dan voorzichtig het vel van de bouten af en snij eventuele oneffenheden weg.

Het vel kun je krokant bakken, zoals ik ook heb gedaan (zie foto). Dit doe je door het vel met wat zout erop en een heel dun laagje olie tussen 2 bladen bakpapier in te leggen en dan op een bakplaat te leggen. Leg ook een zwaar iets bovenop om druk te zetten, zoals een vlakke ovenschaal. Dit doe je ongeveer 15-20min in de oven of totdat het goudbruin en knapperig is.

Snij de chorizo in kleine blokjes (ongeveer 0,5cm).

Snij ook de zoete aardappel, paprika, ui en rode peper in blokjes en doe dit in een braadslede of ovenschaal.

Wrijf de kippenbouten licht in met de paprikapoeder en venkelpoeder en leg ze bovenop de groentes.

Doe de chorizo in een kom met het bouillonblokje en pers het teentje knoflook erover uit. Doe ook de rodewijn azijn en rozemarijn erbij en breng op smaak met peper.

Kook ongeveer 100ml water en doe dit bij de chorizo. Laat kort staan zodat de bouillon kan intrekken. Roer even door elkaar.

Giet de chorizobouillon over de kip en de groentes.

Dek de ovenschaal of braadslede af met aluminiumfolie en doe dit ongeveer 30min in de oven.

Maak intussen ook de avoyoghurt. Haal het vlees uit de avocado en prak dit met een vork. Doe de yoghurt en limoensap erbij en breng op smaak met peper en zout. Gebruik de avoyoghurt als dipsaus bij de kip en groentes.

Na 30min haal je de aluminiumfolie van de schaal af. Kijk nu even naar het vochtgehalte in de schaal, heb je erg veel vocht dan kun je wellicht iets weggieten. Heb je amper vocht, dan kun je wellicht 2 of 3 el water extra toevoegen. Bestrijk je de kippenbouten met de barbecuesaus. Zet dit nog eens 30min terug in de oven of tot de kip gaar is (kerntemperatuur van ~82°C bij het bot).

Bestrooi met verse peterselie en serveer met de avoyoghurt en eventueel krokant kippenvel.

Smakelijk!

Courgetti met gepofte tomaatjes & chili-garnalen

Vandaag een gezond receptje voor jullie. Iedereen heeft inmiddels vast wel eens van courgetti gehoord; spaghetti gemaakt van courgette, waardoor je koolhydraatarm eet. Het is inmiddels al vrij lang een populaire manier om gezond te eten. Ik heb mijn spiraalsnijder al een hele tijd in de kast liggen maar ik kwam er maar niet aan toe om een gerecht ermee te maken. Dat werd dus hoog tijd, want het is eigenlijk echt supersimpel, supersnel en gezond! En daarbij ook nog eens lekker natuurlijk. Je kunt met zo’n spiraalsnijder natuurlijk alle kanten op, maar omdat het mijn eerste keer was hield ik het even vrij eenvoudig en koos ik voor courgetti, omdat ik daar al vaak over gelezen had. Heb je nou geen spiraalsnijder? Met een mandoline zou het ook moeten lukken, en anders wordt het een heel fijn klusje met alles heel fijn snijden met de hand. Maar niets is onmogelijk natuurlijk. Omdat dit gerecht zo klaar is, is het perfect voor een doordeweekse avond of elke andere avond dat je net even wat minder tijd hebt.

Bereidingstijd: ~25 min        Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 2 courgettes
  • 1 potje groene pesto
  • ± 20 garnalen (vers of diepvries)
  • 1 doosje romaatjes
  • 1 teen knoflook
  • 1 tl chilipoeder
  • handjevol pijnboompitten
  • peper en zout
  • olie
  • Optioneel: verse kruiden zoals bieslook of basilicum

Andere benodigdheden:

  • spiraalsnijder of mandoline
  • ovenschaal

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 180°C.

Snij de courgette met de spiraalsnijder in reepjes. Heb je geen spiraalsnijder dan kun je ook de mandoline gebruiken. Dit gaat wel iets minder goed maar volstaat prima. Haal dan de courgette in de lange weg door de mandoline. Bestrooi met een beetje zout en laat even staan tot verder gebruik.

Indien je bevroren garnalen gebruikt, doe ze dan onder stromend lauw water zodat ze snel ontdooien. Dep ze droog en bestrooi met de chilipoeder en wat peper. Doe ook een scheutje olijfolie en de knoflook (uitgeperst) erbij en meng door elkaar.

Doe de tomaatjes in de ovenschaal en besprenkel met olie, peper en zout. Doe ze ongeveer 15-20min in de oven.

Verhit een koekenpan en bak de pijnboompitjes hierin goudbruin. Zet apart tot serveren.

Verhit een scheutje olie in diezelfde pan en verhit tegelijk ook een extra pan met wat olie.

Bak de garnalen in de ene pan (1-2min per kant maximaal) en de courgetteslierten heel kort in de andere pan (1min ongeveer). Zet het vuur uit. Je kunt de courgetti trouwens ook heel goed rauw eten, dan blijft de courgette knapperiger. Ik koos er zelf voor om hem kort te bakken zodat hij toch lauwwarm was.

Voeg de pesto bij de courgette en roer nog kort door elkaar. Doe er ook peper en zout bij. Giet eventueel vocht zoveel mogelijk weg.

Verdeel de courgetti over de borden, strooi er de garnalen overheen en leg wat van de gepofte tomaat ernaast. Strooi de pijnboompitjes eroverheen en optioneel nog verse kruiden.

Smakelijk!

“Dr. Lemettes Buttermilk Fried Chicken”

“Hoe luidt de titel van dit recept?” hoor ik jou denken. Deze titel heb ik niet zelf verzonnen, hij komt rechtstreeks uit het kookboek ‘Soulfood’ van ‘De Vrouw met de Baard’. Toen ik voor het eerst over dit boek hoorde begon er gelijk in mijn hoofd iets te aarzelen. Is dit DE Vrouw met de Baard waarvan ik vorig jaar tijdens Solar Weekend Festival die onwijs lekkere crispy kip met zoete aardappelfrietjes van gegeten heb? Of zou er nog een ander bedrijf zijn dat zich zo noemt? Ik moest en zou dus dit boek hebben en was enorm blij toen hij dan ook op de deurmat viel. Na wat bladeren wist ik het zeker, dit is DE Vrouw met de Baard waarvan ik vorig jaar tijdens Solar Weekend Festival die onwijs lekkere crispy kip met zoete aardappelfrietjes van gegeten heb! En nog beter, hun recept voor die lekkere kip staat in het boek! En echt nog veel meer lekkers.

De Vrouw met de Baard is een kookduo annex cateringbedrijf uit Amsterdam, met Indische en Molukse roots. Niet gek dus dat dit boek met al die lekkere soulfood recepten is uitgebracht. Soulfood is eigenlijk voedsel, gemaakt met weinig ingredienten, maar met ontzettend veel aandacht en liefde. En die liefde, dat proef je. Soulfood brengt mensen samen, geeft troost maar absoluut ook gezelligheid. De Afrikaans-Amerikaanse keuken is misschien wel de meest bekende soulfood keuken, maar er zijn er meer. Het kookboek staat vol met Soulfood uit alle hoeken van onze aardbol. Van Aziatische miso-kip tot Caribische risottoballen, en van bataatbiefstuk tot sticky spareribs.

Voor mensen die eens uit hun comfortzone willen stappen, maar het zichzelf toch niet al te moeilijk willen maken, is dit echt het perfecte kookboek. Alles staat netjes uitgeschreven en de hoeveelheid ingrediënten die nodig zijn vallen over het algemeen wel mee. Hier en daar wat exotische ingrediënten waar je voor naar de toko zult moeten, maar geloof me, dat is het waard. Ook dit boek hebben? Onder aan de pagina staat een link waar je hem kunt kopen.

Ik serveerde deze licht spicy kip met zoete aardappelfrietjes uit de oven en een frisse salade, want zo at ik hem destijds op Solar Weekend Festival ook. De kip is ook lekker zo als snack natuurlijk, of serveer hem eens in een wrap of met rijst.

Bereidingstijd: ~15 min (+minstens 60min marinadetijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 5 (biologische) kippendijfilets zonder bot
  • 300 ml (biologische) karnemelk
  • 2 el chilipoeder
  • 2 tl knoflookpoeder
  • 300 gram bloem
  • zout, om te bestrooien
  • limoenpartjes, voor het opdienen
  • Optioneel: verse koriander, voor het opdienen

Extra benodigdheden:

  • frituurpan of pan met frituurolie

Stappenplan:

Snij elke kippendij in 3 gelijke stukken.

Doe de karnemelk met 1 eetlepel chilipoeder en 1 theelepel knoflookpoeder in een schaal en meng door elkaar.

Doe de kip bij de karnemelk en meng door elkaar zodat alle kip bedekt is en zover mogelijk onder staat.

Dek af met folie en laat minstens 1u, maar liefst ‘overnight’ marineren.

Doe de bloem in een kom, voeg 1 eetlepel chilipoeder en 1 theelepel knoflookpoeder toe en meng door elkaar.

Haal de kip uit de koelkast en leg de kipstukken op een ander bord. Bewaar de marinade.

Verhit intussen de frituurpan of olie tot 180°C.

Haal de kipstukken 1 voor 1 door de bloem, vervolgens terug in de karnemelk en weer door de bloem.

Zorg dat alle kip uiteindelijk goed bedekt is met bloem aan alle kanten.

Laat de kipstukken voorzichtig in het hete vet zakken, doe ze niet rechtstreeks in het mandje want dan kunnen ze aan het mandje vast gaan kleven.

Bak ze in ongeveer 6 minuten gaar, check 1 stukje om zeker te weten dat ze gaar zijn.

Ze horen net niet meer roze van binnen te zijn.

Laat uitlekken op wat keukenpapier en serveer met een limoenpartje en eventueel wat koriander. Bestrooi met zout.

Ik serveerde de kip met de ‘White Stripe Yogho Miso Sauce’ & ‘Red Stripe Sauce’ van de Vrouw met de Baard. Je kunt de kip natuurlijk met elke saus serveren die je lekker vindt, maar ben je nou benieuwd naar deze saus en meer van hun soulfood, dan kun je hun kookboek via onderstaande link kopen.

Parelcouscous risotto met chorizo en tuinbonen

Iedereen heeft wel eens van risotto gehoord en wellicht hebben velen het nooit aangedurfd om zelf risotto te maken. Het is nou eenmaal best wel moeilijk om een echt perfecte risotto te bereiden en het wordt niet voor niets de ‘death-dish’ genoemd in veel kook-competities. Daarom nu een receptje waarmee iedereen risotto kan maken! Ofja, het is natuurlijk geen echte risotto maar de smeuïgheid en textuur is wel vergelijkbaar. Je kunt namelijk ook risotto maken van parelcouscous or parelgort. Dit kan op vele verschillende manieren en ingrediënten, net als met gewone risotto ook kan. Ik koos voor een parelcouscousrisotto met lekkere krokante chorizo en tuinbonen in een tomatenbouillon. Ik vond hem heerlijk! Zeker niet te vergelijken met echte risotto, maar absoluut een goede, makkelijke doordeweekse vervanging. De chorizo erin maakt het extra smaakvol.

Bereidingstijd: ~35 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 1 pak parelcouscous
  • 1 blik tomatenblokjes
  • 800ml kip of runderbouillon (van een blokje)
  • 3 tl rozemarijn of 2 takken verse rozemarijn
  • 1 witte ui
  • 2 tenen knoflook
  • 200 gram tuinbonen (vers of diepvries)
  • 1 chorizoworst
  • olie
  • peper

Stappenplan:

Snipper de ui en knoflook. Verwarm de bouillon tot het kookpunt.

Verhit wat olie in een koekenpan of hapjespan en fruit hierin de ui en knoflook glazig.

Voeg de couscous toe en bak dit 3 minuten mee.

Voeg de tomatenblokjes en de helft van de bouillon toe, als ook de rozemarijn (indien je gedroogde gebruikt). Draai het vuur laag en laat dit 15min sudderen zonder deksel op de pan.

Roer af en toe door.

Snij intussen de chorizo in dunne plakken.

Verhit een koekenpan en bak hierin de plakjes chorizo licht krokant, het is niet nodig om olie toe te voegen aan de pan. Laat uitlekken op keukenpapier en bewaar het vet dat vrijgekomen is. De chorizo zal nog iets krokanter worden zodra je het uit de pan haalt dus bak hem niet te ver door.

Voeg de rest van de bouillon en de tuinbonen toe aan de couscous en roer nogmaals goed door.

Laat nog verder sudderen onder af en toe roeren totdat het grootste deel van het vocht verdampt is en je een smeuiig geheel overhoudt.

Indien je verse rozemarijn gebruikt, roer deze dan net voor het einde toe en laat nog 2 minuten meesudderen.

Voeg op het allerlaatst de chorizoplakken toe.

Verdeel over de borden en sprenkel het apart gehouden chorizovet bovenop.

Smakelijk!

Witte rocky roads met granola & marshmallows

Onlangs kreeg ik foodpost. Er werd mij een prachtige doos Golden Granola opgestuurd van MyMuesli. Deze special edition is speciaal voor hun 10-jarig bestaan ontworpen en bevat o.a. stukjes gedroogde framboos en karamel-zeezout crunch. Hoog tijd dus om eens iets lekkers te maken hiermee. Ik had meerdere ideetjes in mijn hoofd, ideetje nummer 1 is helaas mislukt dus die moet ik nog even gaan tweaken voordat ik hem met jullie kan delen. Ideetje nummer 2 was deze rocky roads, want het maken van rocky roads stond ook al enige tijd op mijn verlanglijstje.

Rocky Roads is van origine een Australisch gerechtje, dat ooit werd bedacht om koekjes e.d. die tijdens een lange reis onverkoopbaar geraakt waren, toch nog aan de man te brengen. Zo raakten alle verkoopmannen toch al hun waren kwijt, kapot of niet. De naam Rocky Roads is vernoemd naar de lange hobbelweg die de verkoopmannen moesten afleggen op weg naar de plek van verkoop, en naar het uiterlijk van dit snoepgoed uiteraard.

Rocky roads zijn echt ontzettend simpel maar zo ontzettend lekker. En je kunt er alle kanten mee op, het is eigenlijk niet meer en niet minder dan chocolade met extra ingrediënten erdoorheen. Welke ingrediënten dit zijn, dat maakt helemaal niet uit! Vaak worden er noten, marshmallows, gedroogd fruit en/of koekjes doorheen gedaan. In dit geval ging ik voor de iets minder calorie-rijke variant door deze granola toe te voegen (nadruk op iets minder, want het is nog steeds wel een calorie-bom natuurlijk!). Door toevoeging van de granola, waar dus ook karamel-zeezout en gedroogd fruit in zit, en ook de marshmallow, krijgt de chocolade een hele aparte smaaksensatie die afwissselt tussen zoet van het fruit, zacht van de marshmallow, zout van de karamel-zeezout crunchies en crunchy door de granola. Heel lekker dus! Van origine wordt er melkchocolade gebruikt voor de Rocky Roads, maar ik ging deze keer voor witte chocolade. Hou je niet van witte chocolade, dan kun je natuurlijk net zo goed melk of puur gebruiken.

Leuk als traktatie verpakt in cellofaan of tijdens een high tea.

Bereidingstijd: ~10 min (+2u koeltijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • 400 ml witte chocolade
  • MyMuesli Golden Granola
  • minimarshmallows

Stappenplan:

Neem een schaal van ongeveer 10 bij 20 of iets wat erop lijkt. Doe hier bakpapier in. Heb je een groter formaat vorm, dan wordt je rocky road enkel wat dunner. Een beetje dunner is niet erg (mijne was zelfs redelijk aan de dikke kant) maar als jou vorm echt veel groter is kun je simpelweg wat extra chocolade smelten.

Hak of breek de chocolade in kleinere stukjes. Smelt de chocolade au bain-marie.

Verdeel wat van de granola en marshmallows over de boven van de schaal. Hoeveel, dat hangt ervan af wat je lekker vindt natuurlijk! Ik deed er ongeveer 2 volle el granola en 2 el marshmallow in.

Schenk hier de gesmolten chocolade over, roer het ietsje door elkaar zodat de granola van de bodem komt en door de chocolade heen gaat zitten.

Strooi nu nog wat extra granola en marshmallows bovenop en druk lichtjes aan.

Zet dit in de koelkast om op hard te worden.

Haal de rocky roads uit de koelkast en hak in stukken. Hier kun je eventueel je mes voor verwarmen zodat hij makkelijker snijdt.

Mocht het nou echt nog te moeilijk gaan, wacht dan een uurtje als je hem uit de koelkast gehaald hebt zodat de chocolade op kamertemperatuur kan komen.

Smakelijk!

Mama’s duuveltjesvlees

Dit gerecht noem ik ‘Mama’s duuveltjesvlees’ omdat, je raadt het al, ik dit recept van mijn moeder heb geleerd. Dit gerecht aten we niet al van kleins af aan thuis, maar het is er ergens in de loop der jaren ineens bijgekomen. De eerste keer dat ik het at was toen mijn moeder jarig was en de hele familie bleef eten. Het is namelijk heel makkelijk om dit gerecht voor grote groepen te maken, omdat het allemaal in 1 grote pan past. Ik was meteen verkocht, wat is dit toch een ontzettend lekker gerecht!!!!! De malse kipstukjes zijn kleine smaakbommetjes en er zit net genoeg sambal in om een lichte tinteling op je tong te veroorzaken. Door de toevoeging van de pindakaas heeft de saus iets weg van satésaus maar toch weer heel anders. En het mooiste is dat het heel gemakkelijk is om te maken.

Van origine is dit gerecht een Indonesisch gerecht, en heet het ‘duiveltjesvlees’. Ik heb dit omgedoopt tot duuveltjesvlees, want zo noemen wij het hier in Limburg (ook wel ‘duuvelkesvleisj’). Voor deze foto’s serveerde ik het vlees met frietjes, maar je kunt het ook met rijst serveren. Dat deed ik 2 dagen nadat deze foto genomen is, toen we de leftovers gingen opeten. Lekker met een frisse salade erbij. Echt geloof me, dit wil je proeven! En maak een flinke pan vol, zodat je de dag erna nog eens ervan kan snoepen, want dat wil je… trust me!

Bereidingstijd: ~40 min (+minstens 30min marinadetijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 500 gram kipfilet of kipdijfilet
  • 8 el tomatenketchup
  • 8 el ketjap manis
  • 6 el azijn
  • 2-3 el sambal
  • 1 grote ui of 2 kleine
  • 3 tenen knoflook
  • 1 zakje nasikruiden (van Conimex bijvoorbeeld)
  • 200 ml slagroom
  • 2 el pindakaas
  • 200 gram peultjes of sperziebonen
  • 1 bakje taugé
  • olie
  • Voor erbij: frietjes of rijst

Stappenplan:

Snij de kip in blokjes.

Doe de ketjap, ketchup, azijn, sambal, 2 tenen knoflook, de helft van de ui en de nasikruiden in een kom en meng door elkaar.

Doe de kip erbij en dek af met vershoudfolie. Zet dit minstens 30min maar liefst ‘overnight’ in de koeling om te marineren. Hoe langer het marineert, hoe meer smaak er in de kip zal zitten, dus ik zou echt aanraden om het de avond van tevoren al in de marinade te zetten.

Verhit een scheutje olie in een koekenpan of wok op middelmatig vuur en fruit de rest van de ui en knoflook in 5min glazig. Voeg dan de kip met alle marinade toe en breng langzaam aan de kook.

Draai dan het vuur laag en laat dit zo’n 15-20min sudderen met de deksel op de pan.

Snij de kopjes van de sperziebonen (heb je peultjes, dan is dat niet nodig) en kook ze beetgaar in ruim water met een snufje zout. Dit duurt ongeveer 5-10min.

Voeg de slagroom en pindakaas toe aan de kip en roer goed door totdat alle pindakaas is opgenomen door de saus. Laat dit nog 5-10minuten sudderen zonder deksel op de pan zodat de saus ietsje indikt.

Voeg de laatste minuut de boontjes en taugé toe.

Serveer met krokant gebakken frietjes of rijst en een heerlijke frisse salade.

Smakelijk!

Nostalgie en eten: Knoeien met Inge

Anne-Marie van de blog ‘My Happy Kitchen’ vroeg me onlangs een paar vragen te beantwoorden over ‘nostalgie en eten’. Wat vond ik dat ontzettend leuk om te doen. Iedereen heeft veel leuke herinneringen van vroeger, maar toch stond ik niet altijd stil bij hoeveel van die herinnering verbonden waren met eten. Interesse om mijn nostalgische food-memories te lezen? Het artikel van Anne-Marie vind je hier.

Turkse pide

De facebook-groep ‘Foodbloggers’ is een groep voor en door foodbloggers. Elke maand organiseert de groep een ‘foodblogswap’. Deze maand deed ik voor het eerst mee. De bedoeling is dat elke foodblogger die zich aanmeld een ander foodblog toegewezen krijgt. Je kiest een recept uit van het blog en geeft er je eigen twist aan. Ik had deze maand de eer om een gerecht te kiezen van het blog ‘Ellouisa cooking’.

Ellouisa’s blog gaat al enkele jaren langer mee dan mijn blog en staat vol met heerlijkheden, waaronder veel gerechten uit de Marokkaanse & Turkse keuken. Dat sprak me meteen aan! Ik ben ontzettend fan van beide keukens maar heb er zelf nog niet heel veel ervaring mee. Toen mijn oog viel op de ‘Peynirli Pide’ (letterlijk: kaasbrood) wist ik gelijk dat dit het recept ging worden ter inspiratie voor deze foodblogswap. Ik heb namelijk ruim een jaar geleden, toen ik in Köln was voor het concert van Adele, voor het eerst een pide op en was toen ook erg verrast. Het is vergelijkbaar met pizza, maar dan net weer even anders. En net als pizza kun je het beleggen met wat je maar wilt. Ellouisa maakte dus echte kaasbroodjes (of ook wel kaasbootjes gezien de vorm), die enkel met kaas belegt zijn zoals de naam al zegt en daarnaast meer ‘fingerfood’ was. Ik maakte de pides iets groter en belegde ze met andere toppings, zodat ik ze makkelijk als avondeten kon serveren. Zeker met een frisse salade on the side is dit een perfecte afwisseling voor de avondmaaltijd. Ik ben fan! Volgende keer zou ik ze iets dunner uitrollen, en natuurlijk weer andere toppings kiezen voor de afwisseling, maar het is zeker voor herhaling vatbaar!

Bereidingstijd: ~30 min (+1,5u rijstijd + 15min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 grote pides:

Deeg:

  • 500 gr bloem
  • 1 zakje instantgist
  • 1 tl suiker
  • 1 tl zout
  • 1 tl bakpoeder
  • 4 el olijfolie
  • 250-330 ml lauwwarme melk

Vulling:

  • 1/2 courgette
  • 3 champignons
  • 1 rode ui
  • 1 blikje tonijn
  • 1 bol mozzarella
  • 1 blok feta of turkse kaas
  • 1 eiwit
  • peper
  • optioneel: verse kruiden

Extra:

  • optioneel: sesamzaadjes
  • 2 eidooiers
  • 2 tl melk

Stappenplan:

Meng bloem met gist, bakpoeder, suiker en zout. Voeg de olie toe en meng erdoor.

Dan beetje bij beetje de lauwwarme melk toevoegen tot je een samenhangend deeg hebt.

Kneed 10-15 minuten tot het zacht en soepel is.

Doe het deeg in een licht ingevette kom en dek af met een schone theedoek. Laat een uur rijzen op de warmste plek in huis (dus niet op de tocht of in de garage).

Prak de witte kaas en scheur de mozzarella in kleine blokjes. Meng dit samen met het eiwit en breng op smaak met peper. Zout is overbodig omdat de kaas al zout is. Optioneel kun je nog (verse) kruiden erdoor doen, zoals peterselie of bieslook.

Verdeel dan het gerezen deeg in 4 bollen. Rol elk bolletje uit tot een ovaal en leg er een kwart van de kaasvulling op. Dit kan met de hand of met de deegroller. Probeer het zo dun mogelijk uit te rollen. Het zal later namelijk nog verder rijzen en dus dikker worden. Die van mij waren stiekem net aan de dikke kant, volgende keer zou ik ze dunner maken.

Vouw de uiteinden naar elkaar toe en knijp goed samen. Maak eventueel het deeg licht vochtig op de puntjes waar je ze samenknijpt, dan hechten ze beter. Herhaal dit ook met de andere 3 bollen deeg.

Laat de pides nog een half uur rijzen.

Verwarm intussen ook de oven voor op 200°C en bereid de rest van de toppings.

Ik koos ervoor om de pide te beleggen met courgette, champignon, rode ui en tonijn, omdat ik dit allemaal nog in huis had en het op moest. Je kunt je pide beleggen met wat je maar wilt, eigenlijk net zoals een pizza.

Bestrijk dan de randen met een mengsel van het eigeel en melk. Strooi de sesamzaadjes op de randen.

Bak de pides 10-15 minuten of totdat ze goudbruin zijn. Strooi nog eventueel extra verse kruiden erover.

Smakelijk!

Drip cake

Deze taart maakte ik als mijn ‘eerste cateringklus’. Ayden, het lieve zoontje van vriendin Kelly, werd 1 jaar oud en Kelly vroeg mij al ruim 3 maanden van tevoren of ik het leuk zou vinden de verjaardagstaart te maken. Ik kreeg allerlei foto’s doorgestuurd ter inspiratie en werd blij verrast dat ik een dripcake mocht maken. Die stond namelijk nog op mijn Todo-lijstje dus ik had er ontzettend veel zin in om mee aan de slag te gaan! Als basis gebruikte ik een laagjestaart van biscuitdeeg en botercreme. Voor de botercreme gebruikte ik deze keer een mix van FunCakes in plaats van hem helemaal zelf te maken. Deze is ontzettend lekker en makkelijk om te maken. Zeker omdat ik het risico niet wilde lopen dat mijn botercreme mislukte koos ik voor deze veilige weg maar dit is me ontzettend goed bevallen. Zoals ik al zeg op mijn homepage, niet alle pakjes zijn slecht 🙂

Als vulling koos ik botercreme en verse aardbeien, maar je kunt ook andere vullingen gebruiken. Ook qua toppings kun je het zo gek maken als je zelf wilt! Omdat ik wel een kleurenthema gekregen had probeerde ik als topping vooral groene dingen te gebruiken. Omdat groen snoepgoed niet heel veel gemaakt wordt, zeker van die grote lollypops niet, besloot ik de lollypops bovenop zelf te maken van gedraaid fondant op een rietje. De chocoladeschotsen maakte ik door 2 kleuren candymelts te smelten en door elkaar te smeren op een laag bakpapier. Zodra dat uithard kun je ze breken zodat je chocoladeschotsen krijgt.

Wil je nou ook zo’n taart maar ben je niet zo’n bakheld? Neem contact met me op voor de mogelijkheden!

Bereidingstijd: ~140 min (incl. 1,5u oventijd tussendoor)        Moeilijkheid (1 t/m 5): ****

Ingrediënten voor een taart van 22cm:

Biscuitdeeg (3 lagen):

  • 525 gram ei (ongeveer 10-12 eieren)
  • 300 gram suiker
  • 3 zakjes vanillesuiker
  • 225 gram bloem
  • 75 gram maizena

Botercreme:

  • 2 porties FunCakes botercreme (o.a. hier te koop)
  • Kleurstof naar keuze (optioneel)

Chocoladedrip:

  • 100 ml slagroom
  • 100 gram pure chocolade of 150 gram melkchocolade

Extra:

  • toppings & vulling naar keuze

Extra benodigdheden:

  • springvorm van 22cm
  • bakpapier
  • boter om in te vetten
  • mixer of keukenmachine
  • paletmes of iets anders om mee glad te strijken

Stappenplan:

Meng de mix voor de botercreme en laat 1u rusten (zie aanwijzing op de verpakking).

Ervan uitgaande dat je niet, net als ik, in het bezit bent van 3 springvormen van 22cm, zul je de 3 lagen biscuitdeeg dus in 3x moeten bakken. Het is in dat geval ook beter om het deeg in 3x te maken, in plaats van alles in 1x.

Meng in een kom 175 gram eieren (3-4 eieren ongeveer) met 100 gram suiker en 1 zakje vanillesuiker. Mix dit op middelhoge stand voor ongeveer 10 minuten tot een luchtig en licht schuimig geheel.

Verwarm intussen de oven voor op 180°C.

Zeef in een andere kom 75 gram bloem met 25 gram maizena. Spatel dit voorzichtig door het ei-mengsel totdat het volledig is opgenomen.

Vet de springvorm in, doe een laagje bakpapier op de bodem van de springvorm.

Giet het ei-bloem mengsel in de bakvorm en bak dit af voor ongeveer 25-30 min. Je kunt testen of hij klaar is door een prikker in de taart te steken, deze moet er schoon uitkomen.

Als je biscuitdeeg klaar is haal je hem uit de oven en laat je hem enkele minuten in de vorm afkoelen. Haal hem daarna uit de springvorm en laat hem verder afkoelen (liefst op een rooster).

Herhaal dit alles nog 2x zodat je 3 lagen biscuitdeeg krijgt. Je kunt hier natuurlijk alvast mee aan de slag gaan terwijl je vorige biscuitlaag nog in de oven staat.

Maak de botercreme verder af naar instructies op de verpakking. Voeg eventueel op het laatst wat kleurstof toe. Wil je, net als ik deed, een overgang van licht naar donker creëren, verdeel dan je mix in 2 delen en maak de ene helft licht van kleur en de andere helft wat donkerder. Je kunt hier 2 verschillende kleurstoffen voor gebruiken, maar ook dezelfde kleurstof in andere hoeveelheden.

Indien je, net als ik, verse aardbeien in de taart doet, snij dan de aardbeien in plakjes.

Doe een klein toefje botercreme op een biscuitlaag en leg deze met de botercreme naar beneden op een serveerplateau of bord.

Smeer de eerste laag in met een laagje botercreme en beleg met aardbeienplakjes. Smeer nog een klein beetje extra bovenop de aardbeien en leg dan de 2e biscuitlaag erop.

Smeer ook hierop een laag botercreme en beleg weer met aardbei. Smeer weer af met wat extra botercreme en leg de 3e biscuitlaag erop. Zorg ervoor dat de laatste laag als het ware ‘op de kop’ zit, want de onderkant van de biscuitlagen is egaler dan de bovenkant en dus makkelijker & mooier af te smeren naderhand.

Nu komt het lastige klusje, het afsmeren van de taart. Breng met het paletmes beetje bij beetje de botercreme aan in alle kiertjes zodat je de basis legt voor een strakke cake. Indien je van licht naar donker werkt, zorg dan dat je de lichte kleur gebruikt waar je hem licht wilt hebben en de donkere waar je hem donker wilt hebben.

Smeer dan nog een laag botercreme rondom, wederom de kleuren in acht genomen of course. Hou een deel over voor de bovenkant van de taart. Dit hoeft niet al te netjes want we strijken het nog verder glad. Eventueel kun je ook gebruik maken van een spuitzak hiervoor, ik doe dat zelf nooit. Ook de overgang tussen de 2 kleuren hoeft niet heel erg netjes, bij het gladstrijken zal dat uiteindelijk veel vloeiender en natuurlijker in elkaar over gaan lopen. Probeer in elk geval te zorgen dat er overal ongeveer evenveel creme zit.

Ga met het paletmes of een schraper (schraper werkt wel beter en stabieler dan een paletmes) langs de cake om hem glad te strijken. Gebruik niet teveel kracht, want anders schraap je de botercreme er zo weer af. De bedoeling is enkel om de creme glad te strijken.

Smeer dan de bovenkant af. Begin vanaf de randen naar binnen te werken. Herhaal dit om de rand zo strak mogelijk te krijgen. Lukt dit niet helemaal goed, helemaal geen probleem want de drip komt er nog overheen dus enige oneffenheden kun je daarmee verdoezelen.

Zet de cake in de koelkast of op een koele plek zodat de botercreme iets kan opstijven, dit zal later helpen bij het aanbrengen van de drip.

Nu kun je de chocoladedrip gaan maken, gemaakt van een ganache. Verwarm de slagroom in een pannetje totdat hij tegen de kook aan zit. Hak intussen ook de chocolade in fijne brokken. Haal de slagroom van het vuur en doe de chocolade erbij. Roer met een garde totdat alle chocolade gesmolten is en er een glanzende, gladde saus ontstaat. Indien dit niet helemaal lukt, dan is je mix waarschijnlijk al teveel afgekoeld. Zet hem dan nog even kort terug op een laag vuurtje terwijl je blijft roeren.

Laat de ganache 5 min afkoelen.

Haal de cake uit de koeling en breng de drip aan met een lepel. Ik gebruik hier zelf een klein lepeltje voor. Laat voorzichtig een lepel met de ganache langs de rand afdruppelen, hoe meer ganache je gebruikt, hoe verder de drip naar beneden zal rollen. Het is dus leuk om een beetje te variëren met de hoeveelheid ganache die je van je lepel af laat lopen. Breng rondom de cake zoveel of zo weinig drips aan als je wilt. Zodra je tevreden bent met de drips kun je de rest van de bovenkant afsmeren, ik heb dit ook gewoon met de lepel gedaan. Indien je nog met allerlei toppings gaat werken, is het ook hier niet superbelangrijk dat dit strak gebeurd, want door de toppings bovenop zul je dat waarschijnlijk niet zien.

Doe nu alle toppings bovenop de cake, hier kun je zo gek gaan als je wilt. Eventueel kun je nog iets langer wachten totdat de ganache verder afgekoeld is, want dan wordt hij stugger en zullen de toppings dus makkelijker rechtop blijven steken. Wacht ook niet te lang want als de ganache helemaal afgekoeld is wordt het ook weer lastiger om er iets mooi in te zetten.

Laat je me weten hoe jou taart gelukt is? Post een foto op mijn facebook of via instagram met #knoeienmetinge of @knoeienmetinge.nl

Smakelijk!

 

3 x homemade BBQ-sausjes: Aioli, tzatziki & whisky-cocktail

Onlangs werd ik 30 (oud he?!) en dat vierde ik met een groot tuinfeest. Ik zou geen foodie zijn als ik niet ook voor voldoende eten zou zorgen op dit feest. Gezien de weergoden mij goed gezind waren werd het een barbecue. Okee, ik heb niet alles zelf gemaakt, want hamburgers helemaal zelf maken voor 50 personen vond ik wel erg ver gaan. Maar alles eromheen heb ik dan wel weer zelf gemaakt. Zo maakte ik onder andere mijn befaamde kruidenboter en satésaus. Daarnaast maakte ik deze 3 sausjes zelf. En als de saus eerder op is dan het vlees, de gasten de saus ‘tippen’ richting andere gasten en er meerdere personen je na afloop van het feest vragen hoe ze zelf ook die lekkere sauzen kunnen maken, kan ik natuurlijk niet anders dan de recepten hier met jullie te delen. De basis van de aioli heb ik stiekem ook weer afgekeken van vriendin Floortje Peperkamp, maar ik zou natuurlijk ook geen foodie zijn als ik er niet mijn eigen spin aan zou geven. Op de foto staan relatief kleine bakjes saus, maar de recepten zijn elk voor ongeveer 500ml saus. Ter vergelijking, voor een barbecue met 50 personen had ik het dubbele gemaakt van elke saus. Ik had dus ruim 3 liter saus voor 50 personen. Van de tzatziki & whisky cocktail was er nog over na de barbecue, de aioli was op. Je kunt de sauzen elk afgedekt enkele dagen in de koelkast bewaren, de aioli en de cocktailsaus gaan langer mee dan de tzatziki. De sauzen zijn het lekkerst wanneer ze een dagje gestaan hebben, dus maak ze idealiter een dag van tevoren.

Bereidingstijd: ~10 min per sausje       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

Aioli – knoflookmayonaise:

  • 400 ml mayonaise
  • 6 teentjes knoflook
  • 2 tl mosterd
  • 2-3 el honing
  • 1-2 el citroensap
  • 1 el olijfolie
  • zout

Tzatziki:

  • 500 ml griekse yoghurt
  • 2 komkommers
  • 3-4 teentjes knoflook
  • 1 el citroensap
  • 2 el olijfolie
  • peper en zout
  • verse kruiden (optioneel)

Whisky-cocktailsaus:

  • 200 ml mayonaise
  • 100 ml ketchup
  • 75 ml whisky
  • 2 el citroensap
  • 1 el Worcestershire saus
  • 3 el sweet chili saus
  • rode peper (optioneel)

Stappenplan:

Aioli:

Meng de mayonaise met de mosterd, citroensap, honing en olie. Pers de knoflook uit en doe dit ook erbij. Voeg zout naar smaak toe en roer alles goed door elkaar. De precieze verhoudingen zijn naar smaak, wil je hem ietsje zoeter voeg dan meer honing toe. Hou je van wat meer zuur, voeg dan meer citroensap toe. Hou je van pittig, voeg dan meer knoflook or mosterd toe. De smaak van de knoflook zal sterker worden naarmate de saus langer staat, hou daar dus enigszins rekening mee.

Tzatziki:

Rasp de komkommer en doe in een vergiet of zeef. Strooi er wat zout overheen en zet er wat zwaars bovenop. Laat dit enkele minuten staan zodat het vocht loskomt. Doe de griekse yoghurt in een kom en pers de knoflook erboven uit. Doe ook de citroensap en olie erbij en breng op smaak met peper en zout. Pers zoveel mogelijk vocht uit de komkommer en voeg dan de komkommer bij de yoghurt. Roer goed door elkaar. Optioneel kun je nog verse kruiden door de tzatziki doen, zoals munt, peterselie of bieslook.

Whisky-cocktail:

Snipper de rode peper, indien je de saus wat extra pit wilt geven. Je kunt hem ook weglaten of vervangen door de poedervariant. Voeg alle ingrediënten bij elkaar en roer door elkaar. Whisky-cocktailsaus is heel erg smaakafhankelijk, dus proef de saus en bepaal voor jezelf of je wellicht wat meer toevoegt van het een of het andere ingrediënt.

 

Smakelijk!

Witte chocolademousse

Stiekem maakte ik deze chocolademousse als onderdeel van een taart (stay tuned!), maar ik maakte ietsje meer van de mousse zodat ik ook nog deze schattige glaasjes kon vullen en als toetje kon serveren. Eerder al maakte ik deze chocolademousse van pure chocolade, die ook echt verrukkelijk is. Maar deze witte chocolademousse mag er ook absoluut wezen! Door het gebruik van de griekse yoghurt is hij niet heel zwaar en heeft hij zelfs een frisse ondertoon. Ik eet chocolademousse altijd het liefste met rood fruit, maar je kunt het zo gek niet bedenken of het is lekker erbij. Misschien iets om morgen je vader mee te verrassen? Je kunt de mousse natuurlijk ook heel ‘mannelijk’ maken door bijvoorbeeld te toppen met stukjes banaan, crispy bacon en chocoladesaus.

Bereidingstijd: ~20 min  (+120min koeltijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 porties:

  • 200 gram witte chocolade
  • 150 ml slagroom
  • 150 gram griekse yoghurt
  • 1 blaadje gelatine

Extra benodigdheden:

  • (hand) mixer

Stappenplan:

Hak de chocolade in kleine stukjes.

Week de gelatine in koud water.

Smelt de witte chocolade au bain-marie. Haal dan de kom van de hittebron af.

Knijp het water uit de gelatine en voeg dit toe. Roer goed door totdat de gelatine gesmolten is.

Voeg de yoghurt toe en roer ook dit goed door.

Klop de slagroom lobbig tot stijf. Voeg de chocolade-yoghurt toe en roer rustig door elkaar met een spatel.

Verdeel dit over je bakjes en laat minstens 2u in de koeling staan om stijf te worden.

Serveer bijvoorbeeld met rood fruit en gemalen koekjes of noten. Wil je een echte calorie-bom serveren, dan issie absoluut ook lekker met karamel, nootjes en donkere chocoladevlokken.

Smakelijk!

Wortel-courgettekoekjes

Tussen de dripcake die ik deze week maakte (zie instagram/facebook) en de bruiloft waar ik gister was in, heb ik toch nog even tijd gevonden om een simpel gerechtje voor jullie te maken. Deze groentekoekjes maakte ik met wortel en courgette, maar je kunt zulke koekjes met allerlei groentes maken. Ik maakte ze eerder bijvoorbeeld ook al eens van zoete aardappel. Het is een lekker bijgerecht en een simpele manier om vooral kids meer groentes te laten eten. Lekker voor de lunch, of als bijgerecht bij het avondeten. Serveer het bijvoorbeeld bij een witvisje of falafel. Maak er een sausje bij, dit kan bijvoorbeeld simpele zure room zijn, maar een sriracha mayonaise, aioli of limoenmayonaise kan ook lekker zijn!

Bereidingstijd: ~25min          Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 courgette
  • 1 winterpeen
  • 2 bosui
  • 1 ei
  • 2 el bloem
  • 2 el parmezaanse kaas (of gewone strooikaas)
  • knoflookpoeder
  • paprikapoeder
  • peper en zout
  • olie
  • Optioneel: zure room
  • Optioneel: bieslook

Stappenplan:

Snij de boven en onderkant van de courgette en rasp hem grof. Doe in een kom en strooi er een snuf zout overheen. Zet ~10min aan de kant zodat het vocht eruit kan trekken.

Knijp het losgekomen vocht uit de courgette. Dit kan beetje bij beetje met de hand, of door de courgette in een dunne, schone theedoek uit te knijpen.

Rasp ook de wortel grof en snipper de bosui fijn. Meng bij de courgette

Doe ook het ei, de bloem en kaas bij de groentemix en breng op smaak met de knoflookpoeder, paprikapoeder, peper en zout.

Het mengsel moet net aan elkaar plakken, maar ook weer niet TE nat zijn. Indien het te nat is kun je wat extra bloem toevoegen en indien te droog dan wat extra ei.

Verhit een koekenpan met een scheut olie op middelmatig vuur.

Schep met een lepel kleine hoopjes van de mix in de pan en druk ze plat met de achterkant van de lepel.

Gaar de koekjes op middellaag vuur zo’n 3-4min aan elke kant, of totdat ze goudbruin zijn.

Laat uitlekken op keukenpapier terwijl je eventueel de 2e batch koekjes maakt. Zowel warm als koud lekker.

Serveer met de zure room en bieslook. Maar het is bijvoorbeeld ook lekker met sriracha-mayonaise of kruidenyoghurt.

Smakelijk!

 

Mijn Eindhoven: 9 favoriete hotspots

Zoals sommigen van jullie wellicht al weten ben ik onlangs terug naar mijn Limburgse roots verhuist. Na bijna 12 jaar in Eindhoven te hebben gewoond laat ik deze mooie plek achter met alleen maar mooie herinneringen. Eindhoven, s’Nederlands lichtstad, ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Want nee, echt mooi is de stad niet. Dat heeft hij te danken aan de oorlog, waar alle mooie oude gebouwen platgebombardeerd zijn. Na de oorlog is de stad weer opnieuw gebouwd, maar helaas was de smaak in architectuur van die tijd niet echt je-van-het. Toch heb ik er bijna 1/3e van mijn leven met ontzettend veel plezier gewoond. Want een stad gaat niet alleen om het plaatje, maar vooral om het gevoel. En dat gevoel, dat zit wel goed. Overal wordt je met de Brabantse gezelligheid onthaald en wordt er tot in de late uurtjes, arm-in-arm, Guus Meeuwis gezongen. Natuurlijk woon ik niet aan de andere kant van de wereld en zal ik nog regelmatig terugkeren. Maar toch vond ik dat ik Eindhoven niet kon verlaten zonder mijn versie van ‘een ode aan Eindhoven’ aan jullie te presenteren. Hierbij deel ik dan ook graag mijn favoriete plekken in Eindhoven. Wat is jou fijnste plek in Eindhoven?

 

The Trafalgar pub

De Trafalgar pub is denk ik de eerste foodie hotspot die ik ontdekte toen ik 12 jaar geleden in Eindhoven kwam te wonen. Dit Britse restaurant is gelegen aan de Dommelstraat en is 7 dagen per week geopend. Ik denk dat ik er alle dagen van de week, op allerlei tijdstippen wel eens ben geweest, en alle keren was het hele restaurant zo goed als vol. Perfect voor een fijn avondje eten met vrienden, maar zeker ook voor een borrel want op vrijdag na werktijd staat de halve zaak vol met ‘vrijmibo-ers’. In de zomer hebben ze een kleine achtertuin waar je prima van vertoeven, maar ook binnen waan je je in gezellige sferen doordat het restaurant qua inrichting meer richting het bruin cafe gaat. Hun menukaart heeft in die 12 jaar tijd maar kleine veranderingen ondergaan, wat wat mij betreft betekent dat het menu gewoon goed is. De grootste winnaar van hun menu zijn de boontjes die ze bij vrijwel alle hoofdgerechten serveren. Ik heb het geheim nog niet kunnen ontdekken, maar nergens anders eet ik zulke lekkere boontjes. Qua hoofdgerechten is mijn favoriet absoluut de fish & chips, simpel maar doeltreffend. Verder vind je enkele britse ‘pies’ op hun menu, maar ook o.a. een prima beenhammetje & burger. Superculinair zijn de gerechten zeker niet, maar prijs/sfeer/kwaliteit verhouding is absoluut een van de betere want prijzen van de hoofdgerechten varieren van €8,75 tot €14,50

Foto van www.thetrafalgarpub.nl

De Burger

Een restaurantje in dezelfde prijsklasse als zijn voorganger is De Burger. Dit kleine, in de Kerkstraat gelegen, enigszins hipster plekje serveert… tatata.. burgers. Reserveren doen ze niet aan dus het is altijd maar de vraag of je plek hebt. Ik ben helaas al een aantal keren teleurstellend weer naar buiten gelopen omdat er nog 4 wachtenden voor me waren. Afhalen kan dan weer wel, dus als je geen zin hebt om te vechten voor een plekje, dan neem je je burgertje gewoon lekker mee naar huis. Ze hebben burgers in alle soorten en maten, van 60 gram tot 280 gram (echte dude-food) en ze hebben allerlei soorten burgers gemaakt van zalm, portobello, kip, beef, lam of kalf met allerlei mogelijke toppings die je maar kan verzinnen. Zo kan vrijwel ieders burgerwens vervult worden en voor mensen die op dieet zijn serveren ze zelfs je burger op een salade in plaats van een broodje. Als je echte honger hebt, kun je er nog frietjes bij bestellen. De prijzen van de burgers variëren van €7,50 tot €14,50 (excl. frietjes).

Foto van www.eindhoven-now.nl

Cooks

Schuin tegenover de Burger vind je eetcafe Cooks. Naast diverse tapas serveren ze ook a la carte gerechten en wisselende specials. Voor ieder wat wils, want ook bij de verschillende a la carte gerechten kun je kiezen uit 3 bijgerechten. Ik heb hier nu een aantal keer gegeten en telkens zeer verrast door smaakvolle gerechten. En dan bedoel ik niet, gewoon lekker, maar echt bomvol flavour. Voor de prijs die je ervoor betaald vind ik het dan ook zeker een favoriet die terecht in mijn lijstje hoort. Enige puntje van kritiek is dat ze relatief weinig personeel hebben, waardoor het soms wat langer kan duren eer je wijntje wordt bijgevuld als het druk is. Maar dat is natuurlijk te verhelpen door gewoon eerder je nieuwe drankje te bestellen. Nee, maar serieus, fijne sfeer, goed eten, prima prijsje. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €14,50 tot €19,50.

Foto van www.eetcafecooks.nl

Ons

Een paar deuren verder dan Eetcafé Cooks ligt Ons. Geen culinair hoogstandje, maar zeker wel smakelijk eten. Hier serveren ze het type eten dat ik zelf ook graag kook; gevarieerd maar normaal eten met een vleugje hipster. Oftewel; kipsaté met pruim-chilisaus in plaats van satesaus, een quinoa-burger met mint yoghurt en sjalot-truffelconfituur en kabeljauw met groene curry. Ook de vegeratiër komt hier ruim aan bod. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €10 tot €18 en wat mij betreft dus prima prijzen voor wat je ervoor krijgt.

Foto van www.ons.nu

Valenzia

Valenzia is het nieuwste eetplekje in dit rijtje. Dit ‘MediterrAsian’ restaurant heeft Spaanse & Aziatische invloeden en is het jongere zusje van Michelinster-houdend restaurant Zarzo. Het menu bestaat uit voor-, tussen-, hoofd- en nagerechten die zo bereid zijn dat je ze ook als tapas kunt eten. Oftewel; delen met je mede-eters. De tapasgerechten verschillen ontzettend van elk ander tapasrestaurant die ik tot nu toe geproefd heb in Eindhoven, waardoor dit restaurant zich zeker onderscheid. Zo krijg je bijvoorbeeld dim sums van rendang, krokant Indiaas brood met chorizo & gerookte aubergine, Iberico spareribs en flensjes met peking eend. De prijs is helaas aan de mindere kant, voor een fles wijn betaal je al gauw €30 en de hoofdgerechten kosten gemiddeld €20 terwijl de porties niet te absurd groot waren. Daarentegen was al ons eten wel echt ontzettend smaakvol bereid en ook zeker een unieke beleving in dit altijd volle restaurantje. De sfeer is prima en de ober benadrukte herhaaldelijk dat we vooral ‘tranquillo’ moesten doen. Wij gingen in elk geval voldaan naar huis. Het is dus zeker een aanrader, maar gezien de prijs beter geen wekelijks terugkerend event van maken. En mocht je nou zo rustig hebben gegeten dat je pas tegen een uur of 23 het restaurant uitrolt, kun je zo doorrollen de kroeg in want Valenzia bevind zich aan het einde van Stratumseind.

Foto van www.tripadvisor.nl

Gusto 040

Een stuk verderop richting het zuiden, net op de ring, ligt Gusto040. Per toeval kwam ik er een keer terecht, want ik kom ten eerste niet zo vaak aan die kant van Eindhoven, en zou ten tweede al niet zo snel op zoek gaan naar een restaurantje buiten de ring. Maar ik werd aangenaam verrast door de fijne, ietwat hipster sfeer dat de tent uitstraalt. Het plafond zit volgespijkerd met perzische tapijtjes en enkele tafels en stoelen komen zeker weten van de rommelmarkt. De fijne sfeer en de smaakvolle, niet alledaagse gerechten zorgen ervoor dat dit plekje dan ook een van mijn favorieten is. Op het menu vind je tapas gerechten, die tevens ook als voorgerecht gekozen kunnen worden, als ook 9 hoofdgerechten. Een lekker kleine kaart, daar hou ik van. Ik heb namelijk nogal eens last van keuzestress, dus hoe minder keuze, hoe beter. Bovendien kun je beter in enkele dingen uitblinken, dan overal maar een beetje goed in zijn. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €16 tot €22.

Foto van www.tripadvisor.nl

Afghani & Zo

Direct langs de dommel, precies op de rand van Eindhovens echte centrum, ligt Afghani & Zo. Eenmaal binnen begeef je je al snel in Oosterse sferen met fijn ingerichte ruimtes en enorm vriendelijk personeel. Deze gemoedelijke plek serveert Perzische fusion gerechten door middel van een duurzaam concept. Iedere week is er een nieuw weekmenu dat bereidt wordt met verse producten waarvan zo min mogelijk verspild wordt. Als gast krijg je de keuze tussen dit weekmenu of een ‘tafeltje vol’, waarbij ook altijd een vegetarisch gerecht mogelijk is. Tafeltje vol is simpelweg een schaal vol lekkers op tafel om te delen met iedereen, zoals heerlijk bereide pompoen, spinazie, en 2 vleesgerechten, begeleid door rijst, tzatziki en natuurlijk heerlijke naan. Uiteraard is er bij Tafeltje vol ook de mogelijkheid om het voor- en nagerecht van het weekmenu toe te voegen. De gerechten zijn absoluut smaakvol en vult meer dan voldoende, en is weer eens iets anders dan kipsaté met friet. Het leukste voor mij is dat dit restaurant is opgericht door een thuiskok/foodblogger, dus ik heb nog wat te dromen voor de toekomst. De prijzen variëren van €22,50 voor het weekmenu tot €25,00 voor een tafeltje vol.

Foto van www.afghani.nl

Van Moll

Niet om te dineren, maar wel om uitgebreid te borrelen. Van Moll ligt aan de Keizersgracht en was de eerste Eindhovense brouwerij dat in 2013 hun deuren opende. Ze noemen het zelf de ‘brewpub’; of ook wel brouwerij met proeflokaal. Beneden in de kelder, die je vanuit het voorste deel van de pub kunt aanschouwen door de schuine glazen wanden, wordt het bier gebrouwen. Boven wordt het rijkelijk geschonken. De menukaart is uitgebreid, voor elke smaak een biertje. Zelfs de niet-bierdrinkende mens zal hier zeker weten een biertje tussen vinden die hem toch wel kan bevallen. De pub oogt knus en modern, met een vleugje hipster door de oude schoolstoeltjes en de retro bank bij de ingang. Als het lekker weer is staan er voor de pub enkele bierbanken, waardoor je ook in het zonnetje kan genieten van een echt Eindhovens witbiertje. Wat mij betreft in Eindhoven de leukste plek voor een vrijmibo, een afzakkertje of gewoon een goede avond ‘ouwehoeren’ met je maten.

Foto van www.vanmolleindhoven.nl

Intelligentia ICE

In het steeds hipper wordende Strijp-S ligt Intelligentia ICE. Hier krijg je de allergekste maar zeker ook allerlekkerste smaken ijs. En ze zijn ook nog eens heel genereus met hun bollen. Ik kan het zelf nooit laten om maar 1 bolletje te nemen, dus ik kies er altijd twee maar mijn ogen zijn tot nu toe altijd groter gebleken want ik heb de ijsjes nog nooit opgekregen, zo groot zijn de bolletjes. De smaken lopen uiteen, zo heb je het nog nooit gezien. Van framboos-rozemarijn tot saffraan-pijnboompitijs, en van citroen-thaise basilicum tot ook ‘gewoon’ salty karamel. Ik hou ervan! En als je dan toch in Strijp-S bent, loop dan ook even rond op de leidingstraat en de straten eromheen. Daar liggen nog meer leuke kleine winkeltjes en hippe eettentjes die ik nu niet genoemd heb maar zeker een bezoekje waard zijn! Bezoek dan het liefst op een 3e zondag van de maand, want dan is er ook Feel Good festival op Strijp-S dus nog meer food en shopplezier.

Foto van www.culy.nl

 

Tomatenrisotto met kabeljauw

Het voordeel van in Geleen wonen is dat er in het centrum op zaterdag altijd markt is. Rijen vol verse groentes en fruit en een aantal kaas-, vlees- en visboeren. Ik kon het dus niet laten een lekker visje te kopen toen ik er afgelopen weekend was. Maar ik moest natuurlijk nog wel iets lekkers bedenken rondom dat visje. Dat is dus dit gerecht geworden. Heerlijke romige risotto met een lekker mals visje, een heerlijke combinatie. Ik denk dat ik daar maar eens een gewoonte van ga maken, om s’zaterdags naar de markt te gaan. Want als daar dit soort gerechten uit voortvloeien, dan ben ik (en Pim) heel gelukkig!

Bereidingstijd: ~35min          Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 150-200 gram risottorijst (200 voor grotere eters)
  • 1 witte ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 100 ml witte wijn (optioneel)
  • 3 tomaten (optioneel)
  • 1 blikje tomatenpuree
  • half pakje tomatenfrito
  • 1 bouillonblokje met groentesmaak
  • 75 gram mascarpone of kookroom
  • handjevol verse basilicum
  • handje parmezaanse kaas
  • 2 stukjes kabeljauw
  • viskruiden naar keuze
  • 1 el bloem
  • peper en zout
  • olie

Stappenplan:

Breng 1 liter water aan de kook met het bouillonblokje

Snipper de ui en de knoflook. Verwarm een scheutje olie in een hapjespan en fruit de ui met de knoflook op laag vuur 5-10min glazig.

Snij intussen ook de tomaten in blokjes en doe ze erbij in de pan. Je kunt deze ook weglaten en alleen met de frito en tomatenpuree werken.

Doe de rijst in de pan en roer dit kort door.

Doe de tomatenpuree erbij in de pan en roer dit 2min goed door.

Doe de tomatenfrito in de pan en ook een scheut bouillon, zodat alle rijst net onder staat. Breng dit aan de kook en roer af en toe.

Zodra de rijst om nieuw vocht schreeuwt, doe je nieuw bouillonwater erbij, net weer totdat de rijst net onder staat. Roer af en toe door. Dit herhaal je totdat de rijst gaar is. De rijst is gaar als de korrel zacht is, maar van binnen nog net een bite heeft, dit duurt ongeveer 20min.

Dep intussen de kabeljauw droog met keukenpapier. Breng op smaak met peper en zout en viskruiden naar keuze en strooi er de bloem overheen.

Verhit wat olie in een koekenpan en bak de kabeljauw op medium vuur gaar. Draai hem na 2-3min om, draai dan ook het vuur laag. De vis is gaar als hij net niet meer doorzichtig is. Bak hem zeker niet te lang, want dan wordt hij droog en valt hij helemaal uit elkaar waarschijnlijk. Hij zal sowieso op je bord nog ietsje nagaren.

Zodra de risottorijst gaar is, doe je de marcarpone of room erbij en breng je het verder op smaak met peper en eventueel zout.

Verdeel de risotto over de borden, strooi er verse basilicum & parmezaanse kaas overheen en leg de vis over de risotto. Op de foto’s zie je maar 1 blaadje basilicum, maar naderhand heb ik er nog veel meer bij gedaan en dat bleek zeker onmisbaar, dus ben niet te zuinig met de basilicum!

Smakelijk!

Chocolade tulband cake met ganache

Al enige tijd stond een tulband-cakevorm op mijn verlanglijstje want de cakes die je ermee kan maken zien er altijd zo mooi uit! Ik gaf mezelf daarom onlangs deze tulbandvorm cadeau en moest natuurlijk gelijk de keuken in duiken! Een chocolade cake met ganache stond ook al een tijd om mijn to-do lijstje, dus toen mijn collega vond dat ik hem maar eens moest trakteren op lekkers van ‘Knoeien met Inge’ (nadat hij al weken moest aanhoren hoe erg ik graag wilde dat de verhuizing voorbij was zodat ik weer de keuken in kon duiken) was er al snel een match made in heaven. En jawel, een match was het zeker! De cake op zichzelf is smeuiig door de yoghurt en zeker niet al te zoet (dus voor de zoetekauwen onder jullie kun je wellicht wat extra suiker toevoegen), maar de heerlijke ganache bovenop de cake brengt de cake wat mij betreft perfect in balans. En is hij niet prachtig?

Bereidingstijd: ~20 min (+50min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 250 gram roomboter op kamertemperatuur (en extra om in te vetten)
  • 175 gram kristalsuiker
  • 4 eieren
  • 150 ml volle melk
  • 150 ml griekse yoghurt
  • 225 gram zelfrijzend bakmeel
  • 2 flinke el cacaopoeder (ongeveer 40 gram)
  • snufje zout
  • 100 ml slagroom
  • 100 gram pure chocolade of 150 gram melkchocolade
  • Optioneel: toppings naar keuze

Andere benodigdheden:

  • bakvorm (je kunt ook andere vormen gebruiken dan een tulbandvorm)
  • keukenmachine of mixer
  • aluminiumfolie

Stappenplan:

Verwarm de oven op 160°C.

Mix de boter met de suiker luchtig totdat de suiker goed is opgenomen.

Doe een voor een de eieren bij de boter en klop telkens tussendoor goed door, wacht met het volgende ei totdat dit ei helemaal is opgenomen.

Meng het meel met de cacao en een snuf zout. Voeg de helft hiervan bij de cakemix.

Meng de melk met de griekse yoghurt en voeg ook hier de helft van bij de cakemix.

Voeg nu de tweede helft cacao-meel bij de cakemix en meng weer goed door en voeg dan ook het laatste deel yoghurtmix erbij en meng weer goed door.

Vet de bakvorm goed in en doe de cakemix in de vorm.

Bak de cake ongeveer 50-60min af in de oven. Halverwege, na ongeveer 30min, kun je de cake afdekken met aluminiumfolie zodat hij niet te bruin wordt aan de bovenkant. De cake is gaar als je er met een prikker in prikt en hij komt er vrijwel schoon uit.

Voor de chocolade ganache verwarm je de slagroom in een steelpannetje. Hak de chocolade fijn of breek in stukjes en doe deze bij de slagroom zodra deze tegen kookpunt aan zit. Draai het vuur uit en roer goed door elkaar met een garde totdat alle chocolade gesmolten is. Als de cake helemaal is afgekoeld kun je de ganache eroverheen gieten. Ik gebruikte hier een lepel voor zodat ik ook het ‘drip-effect’ kon creëren maar je kunt het natuurlijk zo doen als jij zelf wilt.

Ik topte de cake af met witte chocolade balletjes met crunch in, want die heb ik toevallig in huis en die zijn yummy! De crunch gaf net weer een extra textuur tijdens het eten. Maar je kunt de cake bijvoorbeeld ook aftoppen met verse aardbeien of chocoladevlokken. Echter, ik kan je garanderen dat hij ook zonder topping al superlekker is!

Smakelijk!

TexMex Gazpacho met gemarineerde garnalen & guacamole eieren

Als je me volgt op facebook of instagram wist je al dat ik weer uitgedaagd was voor een nieuwe bloginsiders challenge. De challenge werd deze keer gezet door Francesca Kookt en Santa Maria. Ik kreeg een hele doos vol producten van Santa Maria en kreeg de opdrachten hier verrassende TexMex gerechten mee te bedenken. TexMex is de Texaans-Mexicaanse keuken, welke veel overeenkomsten heeft met de Mexicaanse keuken, maar er zitten toch een paar nuance verschillen in. Mijn creatief brein heeft overuren gedraaid de afgelopen dagen, zoveel ideetjes had ik voor deze challenge. Ik wilde namelijk ECHT verrassen en laten zien hoe creatief je kan zijn met kant- en klare producten zoals deze.

Eerder al maakte ik deze crispy uienringen, ranch kipspiesjes & loaded potatoes met de producten van Santa Maria. Het recept op deze pagina serveerde ik als compleet voorgerecht, waarin ik 4 verschillende producten van Santa Maria wist te verwerken. Het is natuurlijk voor de hand liggend om tacokruiden te gebruiken om gehakt te kruiden en een wrap mee te vullen, maar je kunt het ook op hele andere manieren gebruiken. Dat heb ik proberen te laten zien in mijn verschillende gerechten voor deze challenge, je kunt namelijk echt veel meer en veel creatiever omgaan met kant en klare producten, waardoor je zelfs met zulke pakjes heel erg culinair kunt verrassen.

Over de foto’s ben ik niet 100% tevreden, ik was zo druk met mijn 3-gangen diner dat ik nog helemaal niet over styling had nagedacht en ik wilde mijn gasten nou ook weer geen koude aardappels voorzetten. Maar de smaak is goed, en verrassend, en dat is het allerbelangrijkste! Geeft mij des te meer reden om dit feestje nog eens over te doen zodat ik betere foto’s kan maken

Bereidingstijd: ~45min         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

Soep:

  • 1 kg tomaten
  • 1 teen knoflook
  • 1 komkommer
  • 1 rode paprika
  • 1 witte ui
  • 1 potje Santa Maria Tacosaus
  • 1 bosje koriander
  • peper en zout
  • 1 wrap

Garnalen:

  • 1 bakje garnalen
  • 1 zakje Santa Maria taco kruidenmix
  • 2 el olie

Guacamole eieren:

  • 2-4 eieren
  • 1 avocado
  • 1 zakje Santa Maria guacamole mix
  • 1 potje sour cream
  • tacokruiden of gerookte paprikapoeder (optioneel)
  • bosui (optioneel)

Andere benodigdheden:

  • keukenmachine of staafmixer

Stappenplan:

Verwarm de oven op 180°C.

Mix de olie met de tacokruiden en doe de garnalen erbij, maar hou 1 eetlepel tacokruiden apart voor de eieren en de wrap. Laat dit minstens 30min marineren.

Kook de eieren in ongeveer 10 min gaar en giet er koud water overheen om het kookproces te stoppen.

Steek rondjes uit de wrap, of snij hem in stukken. Besprenkel de stukken met een beetje tacokruiden (hou nog steeds een beetje over voor de eieren) en spray er eventueel wat olie over. Bak ze krokant in de oven, dit duurt ongeveer 10min.

Snij de groentes voor de gazpacho grof en doe ze met de koriander in de keukenmachine of pureer ze met de staafmixer tot een soep. Ik koos er zelf voor om de helft door de zeef te halen en de achtergebleven stukjes weg te doen zodat de soep iets dunner zou worden.

Doe ook de tacosaus bij de soep en breng op smaak met peper en zout. Optioneel kun je er een scheutje olie bij doen en klaar is je gazpacho.

Snij de eieren door midden en haal de gele binnenkant eruit. Meng deze met de avocado, guacamole kruidenmix en een flinke lepel zure room tot een smeuïge massa. Eventueel kun je hier ook de keukenmachine voor gebruiken.

Doe de guacamolemix in een spuitzak. Heb je die niet, doe de mix dan in een zipperbag of boterhamzakje, waarvan je een puntje afknipt. Spuit toefjes op de eiwit-helften. Garneer met tacokruiden en eventueel wat bosui.

Tex Mex loaded potatoes met guacamole dressing

Als je me volgt op facebook of instagram wist je al dat ik weer uitgedaagd was voor een nieuwe bloginsiders challenge. De challenge werd deze keer gezet door Francesca Kookt en Santa Maria. Ik kreeg een hele doos vol producten van Santa Maria en kreeg de opdrachten hier verrassende TexMex gerechten mee te bedenken. TexMex is de Texaans-Mexicaanse keuken, welke veel overeenkomsten heeft met de Mexicaanse keuken, maar er zitten toch een paar nuance verschillen in. Mijn creatief brein heeft overuren gedraaid de afgelopen dagen, zoveel ideetjes had ik voor deze challenge. Ik wilde namelijk ECHT verrassen en laten zien hoe creatief je kan zijn met kant- en klare producten zoals deze.

Eerder al maakte ik deze crispy uienringen, waarbij ik een mix voor crispy chicken gebruikte als paneermeel voor de uienringen. Bij dit recept bijvoorbeeld is het natuurlijk voor de hand liggend om guacamole dip van de guacamole kruiden te maken en de taco’s te vullen met vlees of vis, maar je kunt het ook op hele andere manieren gebruiken. Zo maakte ik een guacamole dressing in plaats van dip en gebruikte ik de taco’s als crunchy topping in plaats van als hoofd-koolhydraat. Samen met een altijd heerlijke gepofte zoete aardappel en de tex/mex-inspired salsa is dit een match made in heaven! Ik serveerde deze loaded potatoes met deze ranch chickenspiesjes & maispuree.

Over de foto’s ben ik niet 100% tevreden, ik was zo druk met mijn 3-gangen diner dat ik nog helemaal niet over styling had nagedacht en ik wilde mijn gasten nou ook weer geen koude aardappels voorzetten. Maar de smaak is goed, en verrassend, en dat is het allerbelangrijkste! Geeft mij des te meer reden om dit feestje nog eens over te doen zodat ik betere foto’s kan maken!

Bereidingstijd: ~20min (exclusief tot 60min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 4 grote zoete aardappels (of 8 kleine)
  • 2 tomaten
  • 1 rode of witte ui
  • 1 bosje koriander
  • 2 bosui
  • 1 jalapeno of rode peper
  • 2 el strooikaas
  • 1 avocado
  • 1 zakje guacamole mix van Santa Maria
  • half potje sour cream
  • taco’s of tortillachips
  • olie
  • peper en zout

Andere benodigdheden:

  • aluminiumfolie
  • keukenmachine (optioneel)

Stappenplan:

Verwarm de oven op 180°C.

Was de zoete aardappels. Prik er met een vork gaatjes in en wrijf ze in met een dun laagje olie. Verpak ze losjes in aluminiumfolie, allemaal apart verpakt. Zorg wel dat het aluminiumpakketje goed dicht zit, maar doe het dus niet te strak om de aardappel heen.

Doe de pakketjes in de oven om de aardappelen te poffen. Dit duurt ongeveer 40-60 min, afhankelijk van de grootte van de aardappels.

Snij de tomaten in 4 stukken en haal het binnenste, sappige eruit. Snij wat overblijft daarna in kleine blokjes. Snipper de ui en doe dit bij de tomaat.

Snij ook de jalapeno of rode peper fijn en doe dit erbij. Hoeveel je er precies bij doet is naar smaak, houdt je niet van pittig, doe dan een halve peper of laat het helemaal weg.

Doe ook de koriander grofgehakt erbij, als ook de strooikaas. Breng op smaak met peper en zout.

Snij de bosui in dunne ringetjes.

Haal het vlees uit de avocado en doe in een kom of keukenmachine. Prak of maal fijn, doe er de guacamole mix doorheen en ook wat van de zure room (hoeveelheid naar smaak). Leng verder aan met water zodat er meer een dressing ontstaat in plaats van een dip. Qua dikte moet het ongeveer zoals yoghurt zijn of dunner. Breng op smaak met peper en zout. Doe dit in een spuitzak, of als je die niet hebt kun je ook een zipperbag gebruiken waar je alleen het puntje vanaf knipt.

Zodra de zoete aardappels klaar zijn haal je ze uit de aluminiumfolie en snij je ze doormidden zodat ze aan de onderkant wel nog aan elkaar zitten.

Doe er een flinke lepel tomatensalsa overheen. Spuit de guacamoledressing eroverheen. Strooi de bosui erover en verkruimel de taco’s over de aardappels voor een crunch-effect.

Smakelijk!

Ranch chicken spiesjes met chimichurri & maispuree

Als je me volgt op facebook of instagram wist je al dat ik weer uitgedaagd was voor een nieuwe bloginsiders challenge. De challenge werd deze keer gezet door Francesca Kookt en Santa Maria. Ik kreeg een hele doos vol producten van Santa Maria en kreeg de opdrachten hier verrassende TexMex gerechten mee te bedenken. TexMex is de Texaans-Mexicaanse keuken, welke veel overeenkomsten heeft met de Mexicaanse keuken, maar er zitten toch een paar nuance verschillen in. Mijn creatief brein heeft overuren gedraaid de afgelopen dagen, zoveel ideetjes had ik voor deze challenge. Ik wilde namelijk ECHT verrassen en laten zien hoe creatief je kan zijn met kant- en klare producten zoals deze.

Eerder al maakte ik deze crispy uienringen, waarbij ik een mix voor crispy chicken gebruikte als paneermeel voor de uienringen. Bij dit recept bijvoorbeeld is het natuurlijk voor de hand liggend om ranch kruiden te gebruiken voor een ranchdipsaus en de enchilada kruiden voor het maken van enchiladas, maar je kunt het ook op hele andere manieren gebruiken. Zo maakte ik een kipmarinade van de ranchkruiden en gebruikte ik de enchilada kruiden om mijn maispuree extra flavour te geven. Door de ranchmarinade bleef de kip echt ontzettend mals en fris. De chimichurri saus alleenstaand is vrij funky van smaak, maar samen met de frisse kip geeft het een perfecte combi en valt ineens alles op z’n plek! Ik serveerde deze kipspiesjes met deze loaded potatoes met guacamole dressing.

Over de foto’s ben ik niet 100% tevreden, ik was zo druk met mijn 3-gangen diner dat ik nog helemaal niet over styling had nagedacht en ik wilde mijn gasten nou ook weer geen koude kip voorzetten. Maar de smaak is goed, en verrassend, en dat is het allerbelangrijkste! Geeft mij des te meer reden om dit feestje nog eens over te doen zodat ik betere foto’s kan maken!

Bereidingstijd: ~45min (exclusief marinadetijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 4 personen:

Ranch kip:

  • ±600 gram kippendijen
  • 1 zakje ranch mix van Santa Maria
  • 500 ml (griekse) yoghurt of creme fraiche

Chimichurri:

  • 1 bosje koriander
  • 1 bosje peterselie
  • 3 teentjes knoflook
  • 2 bosuien
  • 1 handje strooikaas naar keuze
  • 3 el rodewijn azijn
  • 6 el olijfolie
  • peper en zout

Maispuree:

  • 2-3 maiskolven
  • 100 ml room
  • 25 gram roomboter
  • 1 bouillonblokje
  • specerijen naar keuze

Andere benodigdheden:

  • keukenmachine of blender
  • grilpan
  • sateprikkers

Stappenplan:

Snij de kip in stukjes. Meng in een kom de yoghurt of creme fraiche met de ranch kruiden en doe de kip erbij. Laat dit minstens 1u marineren maar liefst een hele nacht.

Voor de maispuree, breng een pan met water aan de kook en doe het bouillon blokje erbij. Kook de maiskolven gaar in ongeveer 12min. Bewaar wat van het bouillonwater.

Snij de maiskorrels van de kolven af en doe ze in de keukenmachine (of een pan met blender). Doe er de room, specerijen naar keuze (ik gebruikte een half zakje enchilada kruiden van Santa Maria) en een scheut van de bouillon bij (koffiemelkscheutje) en blend zeker 2 min tot een puree. Hoe langer je het in de blender doet, hoe fijner de puree zal worden.

Doe de puree terug in een pan en doe de roomboter erbij. Voeg eventueel nog wat extra room of bouillon erbij als de puree nog te dik is. Wil je echt ‘smooth’ puree, dan kun je hem nog door een zeef halen om alle oneffenheden eruit te halen. Ik heb dat zelf niet gedaan zodat de puree toch ook nog wat structuur heeft. Laat op zacht vuurtje staan totdat je gaat serveren. Blijf wel af en toe roeren zodat hij niet aankoekt aan de bodem.

Meng voor de chimichurri saus alle ingredienten in een keukenmachine en blender tot een pesto-achtige saus.

Rijg de kip aan de prikkers, laat hierbij de ranchmarinade gewoon zoveel mogelijk aan de kip zitten.

Verhit een grilpan en bak de kip in ongeveer 3-4min per kant gaar. Na enkele minuten zul je zien dat de ranch-marinade lichtjes gaat karameliseren en een bruin, krokant laagje begint te vormen.

Serveer de kip met de chimichurri saus en maispuree ernaast.

Smakelijk!

 

Crispy uienringen uit de oven met chipotle-mayonaise

Als je me volgt op facebook of instagram wist je al dat ik weer uitgedaagd was voor een nieuwe bloginsiders challenge. De challenge werd deze keer gezet door Francesca Kookt en Santa Maria. Ik kreeg een hele doos vol producten van Santa Maria en kreeg de opdrachten hier verrassende TexMex gerechten mee te bedenken. TexMex is de Texaans-Mexicaanse keuken, welke veel overeenkomsten heeft met de Mexicaanse keuken, maar er zitten toch een paar nuance verschillen in. Mijn creatief brein heeft overuren gedraaid de afgelopen dagen, zoveel ideetjes had ik voor deze challenge. Ik wilde namelijk ECHT verrassen en laten zien hoe creatief je kan zijn met kant- en klare producten zoals deze. Bij dit recept bijvoorbeeld is het natuurlijk voor de hand liggend om de crispy chicken mix van Santa Maria te gebruiken om krokante kip te maken en in een wrap te serveren, maar je kunt het ook op hele andere manieren gebruiken. Zoals voor het maken van deze supercrispy uienringen. Geserveerd met de chipotlemayonaise is het een heerlijke snack, voor- of tussengerecht en een goed begin van mijn challenge. Wil je weten wat ik nog meer maakte voor deze challenge? Stay tuned, want de komende dagen post ik nog meer online!

Bereidingstijd: ~15min (exclusief ~20min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 1 portie:

  • 1 grote witte ui
  • 1 ei, losgeklopt
  • 1 zakje Santa Maria Crispy Chicken (dit kun je evt ook vervangen door paneermeel of panko kruimels)
  • bakspray
  • 1 el mayonaise
  • 2 el griekse yoghurt
  • 1 el limoensap
  • 1 tl chipotlepoeder

Stappenplan:

Verwarm de oven op 180°C.

Meng de mayonaise met de griekse yoghurt, limoensap en chipotlepoeder en laat dit 10 min staan zodat de smaak er wat meer intrekt. Proef of de mayo lekker is en voeg eventueel wat meer van het een of ander erbij.

Schil de ui en snij in ringen van ongeveer 1cm dikte. Haal de ringen uit elkaar zodat je losse ringen krijgt.

Doe de ringen één voor één door het ei en vervolgens de kruimels.

Leg op een met bakpapier beklede bakplaat. Spray er heel lichtjes de bakspray overheen en bak in ongeveer 15-20min gaar en krokant.

Serveer de uienringen met de chipotlemayo.

Smakelijk!

Witte aspergesoep

Afhankelijk van het weer start het aspergeseizoen elk jaar zo ongeveer midden april tot eind juni. Een echte lentegroente dus! En ook nog eens echt heel erg lekker, ze worden ook wel het ‘witte goud’ genoemd. Asperges zijn ook nog eens veelzijdig, je kunt er echt vanalles mee maken; een aspergesalade, asperges met ham/zalm en ei, asperges door de pasta. Omdat de lente tot nu toe nog weinig goeds brengt qua weer vond ik het deze keer een beter idee om er een lekker soepje van te maken, zodat we onszelf toch nog even goed konden opwarmen in deze regenachtige dagen. Aspergesoep maken is helemaal niet moeilijk! Het duurt alleen wel wat langer dan een simpel courgettesoepje ofzo. Maar voor dat witte goud heb ik dat ruimschoots over, want wat is aspergesoep toch lekker! Wat is jou favoriete aspergegerecht?

Bereidingstijd: ~75min (exclusief ~30min afkoeltijd tussendoor)         Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 4 personen:

  • 500 gram ongeschilde witte asperges (of enkel de schillen van 500 gram asperges)
  • 1 bouillonblokje groenten
  • 150ml kookroom
  • 50 gram roomboter
  • 50 gram bloem
  • peper en zout
  • 1,5 ltr water
  • toppings naar keuze (e.g. peterselie, zalmsnippers, garnaaltjes, hamblokjes)

Stappenplan:

Schil de asperges. Dit doe je door ongeveer 1,5cm van de onderkant af te snijden en dan 2x rondom te schillen met een dunschiller tot net onder het kopje van de asperge. Bewaar de onderkanten en schillen en doe deze in een pan met 1,5 liter water. Nu heb je een keuze te maken; je kunt de overgebleven asperges ook in de soep verwerken (dit heb ik gedaan en zo zal ik het recept ook verder uitschrijven), of je kunt de asperges bewaren voor een ander gerecht.

Doe ook de asperges bij de schillen in de pan en kook het geheel, met een snuf zout erbij, zo’n 10min of totdat de asperges zacht en gaar zijn. Haal dan de asperges uit de pan en laat de schillen wel nog in de pan. Kook het geheel nog minstens 30min door met de deksel op de pan op laag vuur (hoe langer je het laat koken, hoe intenser de smaak).

Haal de deksel van de pan, zet het vuur wat hoger, voeg het bouillonblokje toe en laat het geheel zo’n twee-derde inkoken (dus totdat je ongeveer 1 liter vocht overhoudt). Proef de bouillon en breng eventueel verder op smaak met peper en zout.

Laat de bouillon helemaal afkoelen met de schillen nog in de pan.

Zodra de bouillon helemaal is afgekoeld zeef je de schillen eruit. De schillen kun je nu weggooien.

Smelt de boter in een pannetje, let op dat hij niet bruin kleurt. Zodra de boter helemaal gesmolten is doe je de bloem erbij en roer je het geheel door met een houten pollepel. Je krijgt een enigszins zanderig geheel, dit heet een ‘Roux’. Laat dit enkele minuten op het vuur staan onder af en toe roeren, zodat de bloem gaart. Doe je dit niet, dan zal je soep een melige smaak behouden. Je roux is klaar zodra het geheel nog korreliger van structuur wordt en echt op zand gaat lijken, dit duurt ongeveer 3-4min.

Doe de koude bouillon bij de roux en roer door met een garde totdat je een gladde soep hebt. Voeg de kookroom toe en breng eventueel verder op smaak met peper en zout. Wil je de gekookte asperges in je soep, doe ze dan nu weer erbij en verwarm ze enkele minuten mee met de soep.

Verdeel de soep over 4 kommen en strooi de gekozen toppings erover.

Smakelijk!

Simpele quiche met zalm & groene groentes

Yes, het is weer lente! En bij lenteweer krijg ik altijd zin in eten met veel groene groentjes, gerookte zalm & eieren. Om een of andere reden associeer ik dat echt met de lente. Wellicht komt dat ook omdat pasen in de lente valt, en ik dit ook wel echte ‘paasingrediënten’ vind. Dus, perfect voor pasen volgend weekend. Als lunch, brunch of avondeten.

Natuurlijk kun je ook variëren met andere ingrediënten. Vervang bijvoorbeeld de zalm door kip of chorizo. Of vervang de groentes door prei, venkel, paprika of spinazie bijvoorbeeld. Je kunt ook eventueel de kaas weglaten om de taart gezonder te maken, of als je dat lekker vindt een hele andere kaas gebruiken. Alles kan, alles mag, als het maar lekker is!

Bereidingstijd: ~15min (+30min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor een taart voor 2-3 personen:

  • 4 eieren
  • 100 gram creme fraiche
  • handvol geraspte kaas of parmezaanse kaas
  • kleine broccoli
  • 100 gram erwten
  • 1 rode ui
  • 150-200 gram gerookte zalm (in stukjes gesneden)
  • peper
  • 1 tl dille
  • 1 el sambal
  • 5 plakjes hartig taartdeeg
  • olie of boter om in te vetten

Extra benodigdheden:

  • bakvorm

Stappenplan:

Laat de 5 plakken taartdeeg ontdooien. Verwarm de oven voor op 200°C.

Breng een pan met water en een snuf zout aan de kook.

Snij de broccoli in roosjes en blancheer deze ongeveer 3-4min in de pan met kokend water. Schep de broccoli uit het water en doe direct in een kom met koud water. (Dit heet blancheren; kort koken en dan in koud water afkoelen. Hierdoor blijft de kleur behouden en stopt het garingsproces)

In hetzelfde kookwater blancheer je ook de erwten kort (ongeveer 2min) en doe je ook deze in koud water.

Vet de bakvorm goed in en beleg met de deegvellen zodat er een taartbodem ontstaat. Dit is even een gepuzzel, omdat je met losse vellen deeg werkt. Zorg dat de randjes net ietsje overlappen en druk dit goed aan.

Verdeel de broccoli & erwten over de taartbodem, als ook de zalm.

Schil de rode ui en snij deze in ringen. Doe ook deze bij de taart.

Klop de eieren met de creme fraiche los. Doe sambal, dille, peper en strooikaas naar smaak erbij en verspreid dit ook over de taartbodem.

Bak de quiche in ongeveer 30 min gaar of totdat het ei gestold en goudgeel is.

Smakelijk!

Pulled pork nacho’s met guacamole & tomatensalsa

Nacho’s & pulled pork, need I say more? Nacho’s worden traditioneel natuurlijk met gekruid gehakt gemaakt, of zelfs zonder vlees, en dat is ook heel lekker. Maar ik koos er vandaag toch voor om deze lekkernij eens te combineren met het goddelijkste vlees sinds het populair worden van de foodtrucks: pulled pork. Pulled pork is natuurlijk het allerlekkerst als je het zelf maakt, maar helaas hebben we daar niet altijd tijd voor, zeker niet op een dag als vandaag (woensdag). Ik koos zelf dus stiekem voor kant en klare pulled pork uit de supermarkt. Deze hoeft nog maar 25min in de oven en klaar is kees. Vrijwel net zo mals, maar absoluut niet net zo lekker van smaak. Maar met genoeg saus en ander lekkers valt dat nog te overzien. Heb je dus tijd, maak dat de pulled pork zeker zelf!

Nacho’s zijn natuurlijk niet het allergezondste avondeten, maar je kunt er net zo veel groentes indoen als je zelf lekker vindt. En natuurlijk ook net zoveel tortillachips als je zelf wilt. Neem dus een klein zakje als je iets wilt minderen met de koolhydraten, want ook zonder tortillachips is de rest van de schotel echt heerlijk. Zeker geserveerd met verse, zelfgemaakte guacamole & tomatensalsa, het water begint me weer in de mond te lopen nu ik erover schrijf. Deze schotel kan natuurlijk ook geserveerd worden als voorgerecht in een kleinere portie of als snack bij de filmavond of game-night.

Bereidingstijd: ~40min (+15min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten:

  • 1 zak tortillachips naturel
  • pulled pork (home made of kant en klaar)
  • barbecuesaus naar keuze (ik koos voor Remia Black Jack smokey bbq)
  • 1 of 2 rode paprika’s
  • 1 blikje mais
  • 1 witte ui
  • 2 tomaten
  • 1 rode ui
  • 1 avocado
  • 1 tl sambal
  • 1 el limoensap
  • klein bakje creme fraiche
  • peper en zout
  • strooikaas
  • bosui
  • verse bieslook
  • 1 el olie

Stappenplan:

Bereid de pulled pork zoals in het recept of op de verpakking. Trek de pulled pork met een vork uit elkaar en roer er 4 el barbecuesaus doorheen (iets meer of minder kan ook, dat is natuurlijk afhankelijk van hoeveel pulled pork je hebt).

Verwarm de oven voor op 175°C.

Snij de ui en paprika in blokjes. Verhit een scheutje olie in een koekenpan en bak de ui en paprika aan. Doe ook de mais erbij. Voeg 3 el barbecuesaus toe en roer door elkaar.

Doe de tortillachips onderin een ovenschaal. Verdeel de pulled pork en de groentemix eroverheen en bestrooi met strooikaas.

Doe dit ongeveer 10-15min in de oven of totdat de kaas mooi goudbruin & gesmolten is.

Snij de tomaten in 4 stukken en snij het middelste, sappigste gedeelte weg. Snij wat overblijft in kleine blokjes.

Snij de rode ui in fijne blokjes en doe de helft hiervan bij de tomatenblokjes. Snipper verse bieslook en doe dit ook bij de tomatenblokjes. Breng op smaak met peper & zout en je hebt je snelle tomatensalsa gemaakt.

Halveer de avocado en haal de pit eruit. Haal ook de schil eraf en pureer het vruchtvlees met een vork tot een prakje. Tip: mocht jou avocado nou nog net niet rijp genoeg zijn, kun je de avocado losjes in aluminiumfolie inpakken en 10min op 100°C in de oven doen.

Doe de rest van de rode ui bij de avocado, als ook de limoensap & sambal en breng op smaak met peper en zout. Optioneel kun je ook een geperst teentje knoflook bij de avocadomix doen.

De creme fraiche houdt je lekker simpel zoals ie is en kun je gewoon rechtstreeks in een mooi kommetje doen.

Serveer de nacho’s met de tomatensalsa, guacamole & creme fraiche.

Smakelijk!

Culinair reisverslag: Citytrip naar Rome

Omdat Pim en ik de laatste weken allebei vrij veel gewerkt hebben, en daarnaast ook druk zijn geweest met de laatste zaken regelen voor onze verhuizing komende maand (lees: verzekeringen, verhuisbusje, internet afsluiten etc) stelde Pim voor om een last minute citytripje te boeken. Stiekem had ik allang dat idee in mijn hoofd want ik wilde Pim eigenlijk verrassen voor zijn 30e verjaardag binnenkort. Maar vooruit, ik verzin wel iets anders, want ik kon natuurlijk geen ‘nee’ zeggen toen Pim vond dat we even wat quality-time in het buitenland nodig hadden. Dus, laptop op schoot en googlen maar. Ik had natuurlijk al een aantal steden in gedachten dus gelijk gezocht naar deze steden en al snel werd duidelijk dat de trip naar Rome ging. Ticketprijzen waren erg voordelig en ook de vliegtijden kwamen ons goed uit; vrijdagmiddag heen en maandagochtend terug. Zo konden we vrijdagochtend en maandagmiddag wel nog gewoon werken, en waren we dus geen 2 volle verlofdagen kwijt. Achteraf gezien toch een stomme keuze, want wie verzint er nou dat je vlucht om 7:20u s’ochtends vertrekt in een stad waar het openbaar vervoer pas rond 6:30u op gang komt? 7:20u is natuurlijk sowieso al geen tijd voor iedereen behalve ochtendmensen, maar ach, voor deze keer hadden we het er voor over.

Op mijn 16e ben ik al eens met school naar Rome geweest, en ik wist nog heel goed dat ik daar destijds helemaal geen zin in had. Ik ging puur mee omdat pap en mam betaalden, maar ik zag er zwaar tegenop om een midweek lang alleen maar kerken en ruines te bekijken. Ik bleek het toen mis te hebben, achteraf gezien had Rome echt een ontzettende indruk op me achter gelaten. Wat een prachtige stad! Ik kon dus niet wachten om me wederom te laten betoveren door de schoonheid van Rome.

Via booking.com vonden we een leuk hotelletje op steenworpafstand van het Vaticaan. Het zag er fris en schoon uit, was prima geprijsd en kreeg goede ratings. Eenmaal in Rome aangekomen waren we op zoek naar een hotel genaamd ‘Blu Room in Vatican‘. Een paar keer op en neer gelopen door de straat bleek toch echt dat we aan het juiste adres waren, maar het leek gewoon een appartementen complex te zijn. Eenmaal ingezoomd op de naambordjes naast de deur stond daar inderdaad ‘Blu Room’, dus belden we aan. We werden enthousiast begroet door een ietwat grijs wordende man en mochten doorlopen naar de 3e verdieping. Het bleek een gezin te zijn dat hun voorkamer verhuurd, werd ons in gebrekkig Italiaans-Engels met handgebaren duidelijk gemaakt. We kregen een sleutel van de voordeuren en onze kamer en als we verder nog vragen hadden konden we ‘knock-knocki on ze door’.

Eenmaal de kamerdeur opengedaan kwamen we in een piepklein kamertje met aansluitend piepklein badkamertje, wat van alle gemakken voorzien was. Een prima bed, heerlijk schone lakens, een warme, schone douche en zelfs een koffiezetapparaat & versnaperingen. Helemaal perfect voor 3 nachtjes.

Inbegrepen in de prijs zat ook het ontbijt, niet in hun appartement, maar bij de ‘bar’ een paar meter verderop in de straat. In Italie is een ‘bar’ niet hetzelfde als in Nederland. Ik denk dat je een vergelijking kan maken met de Nederlandse & buitenlandse coffeeshops, dat zijn ook 2 verschillende dingen. In Italiaanse ‘barretjes’ krijg je namelijk alleen maar koffie, sap, gebak en wat andere versnaperingen. Merk je dat er alleen maar ‘gebak & versnaperingen’ in de zin staat terwijl dit stukje over het ontbijt ging? Juist, een typisch Italiaans ontbijt is zoet. Wij kregen de keuze uit ‘croissant chocolat, croissant jam & croissant cream’, oftewel zoet, zoet en nog eens zoet. Voor iemand die nooit ontbijt of luncht met hagelslag, jam of chocopasta was dit dus een moeilijke keuze. Oke, ik ben sowieso niet goed in keuzes maken, laat staan als alle drie de opties me eigenlijk niet aanspreken. Maar vooruit, ik koos voor croissant chocolat op dag 1 en croissant jam op dag 2. Samen met een heerlijke kop cappuccino, want daar blinken de Italianen dan weer wel in uit, was dit toch wel een prima ontbijtje om de dag mee te starten, dus konden we met onze buikjes rond op pad.

Uiteraard bleken wij weer het perfecte weekend gekozen te hebben. Op zaterdag bleek namelijk een belangrijke dag voor de EU. Alle Europese leiders kwamen in Rome bij elkaar om het verdrag van Rome te herdenken. Het is namelijk 60 jaar geleden dat de betrokken landen dit verdrag ondertekenden. Gevolg; de helft van de toeristische attracties waren gesloten door dit event. Gelukkig blijft er dan nog een helft Rome over, dus we konden gelukkig wel genoeg doen.. samen met alle andere toeristen die hetzelfde probleem hadden. Gevolg; een rij van heb-ik-jou-daar bij de St. Pietersbasiliek en flink koppen lopen in de smalle straatjes in het centrum. Al slalommend wisten we ons toch een weg te banen tussen alle slenterende Oostblokkers en alles-fotograferende Japanners. Gelukkig scheen het zonnetje heerlijk, waardoor je alle toeristische ellende al snel vergeet. Tussen de Spaanse trappen & de Trevi Fontein in vonden we een perfect plekje om te lunchen; Trattoria Tritone, een pitoresk gebouwtje vol met klimop en houten klapraampjes, net van de drukke weg af, met een klein terrasje dat helemaal afgeschermd was door plantenbakken. Hierdoor waande we ons in even in een afgelegen dorpje. De kaart; typisch Italiaans. Antipasti, first course (pasta) & second course (vleesgerechten). Elke kaart van een Italiaans restaurant heeft deze samenstelling, af en toe met pizza’s en/of salade’s erbij, maar dit staat er minstens op.

Een uitgebreid driegangen-diner wilden we nog even uitstellen tot de avonduurtjes dus we besloten het alleen bij een pastagerecht te houden. Ik koos voor lasagne, want dat is echt mijn favoriete pastagerecht dus ik moest even goed proeven of mijn lasagne ook maar een klein beetje in de buurt kwam van de Italiaanse lasagne. Oordeel: niet echt. Om eerlijk te zijn vond ik de lasagne meer in de buurt komen van de kant-en-klare magnetronlasagne uit de supermarkt. En die vind ik stiekem ook lekker, dus ik vond deze lasagne ook lekker! Maar hij is wel heel anders dan mijn eigen homemade lasagne; veel meer room, minder groentes en dus sowieso minder gezond. Ook zijn uiterlijk laat wel ietwat te wensen over. Maar hij was toch lekker, en daar gaat het om! Zeker lekker in het zonnetje onder het genot van een glaasje wijn, kan het nog beter?

Later op de middag, toen we onze weg verder gingen richting het Pantheon, moest er natuurlijk ook een ijsje gegeten worden. Want dat kan in Rome, en dat moet in Rome, want bijna op elke hoek van elke straat vind je wel een ‘Gelateria’. Ik kon me nog heel goed herinneren dat ik tijdens mijn schooltrip naar Rome, zo’n 13 jaar geleden, bij een ijssalon vlakbij het Pantheon ben geweest waar ze minstens 100 smaken ijs verkochten. Helaas wist ik de naam niet meer en ook niet meer precies hoe je er terecht kwam. Achteraf bleek dat dit Gelateria Della Palma heet, voor degene die binnenkort wel in Rome komt en wel op zoek wilt naar deze uitbundige ijssalon. We kozen vandaag dus toch voor een andere gelateria. Deze ijssalon zag er luxe uit, hoorntjes van chocolade met nootjes, maar ook allerlei soorten chocolade en taartjes die ze verkochten. Door het luxueuze, goud-bruin interieur en de prijs kon dit dus niet anders dan topijs zijn. Helaas pindakaas. Slecht was het zeker niet, maar mijn karamelijs smaakte helaas ietwat vlak. Morgen nieuwe ronde, nieuwe kansen.

We vervolgden onze weg richting het water en staken de rivier over richting de wijk Travestere. Ik had al gehoord dat dit voor foodies een leuk wijkje zou zijn en dit was ook zo. Een klein gezellig wijkje, met smalle straatjes waar geen auto’s komen en heel veel restaurantjes. De een wat toeristischer dan de ander. Na wat rondgelopen te hebben door het wijkje konden we maar niet besluiten waar we wilden eten, dus we besloten onze vriend ‘Google’ om hulp te vragen.

Via Google Maps kun je heel makkelijk restaurant-tips in de buurt vinden en zo kwamen we uit bij ‘La Proscuitteria‘ uit. De naam zei mij voldoende om erheen te willen, het kon toch niet anders dan dat ze hier lekkere Italiaanse vleeswaren zouden serveren. En jawel, we kwamen in een kleine ruimte waar het plafond volhing met ham. Het was er druk, maar gezellig en we vonden achterin nog een leeg tafeltje gelukkig. Al snel bleek dat het niet een alledaags restaurant was; drinken was self-service & bestellen kon alleen aan de bar. We bestelden een anti-pasti plank en kregen een heerlijk plankje gevuld met vleeswaren, kaas en belegde broodjes. Los brood werd er bij geserveerd in een emaille steelpannetje en extra olijfolie & zout kon je zelf halen aan de bar. Met een zelf-geserveerd biertje erbij was dit het perfecte voorgerecht van deze avond. Er hing een ontzettend relaxte sfeer die al snel zorgde voor interactie met andere bezoekers. We vonden het zelfs zo fijn dat we voor een 2e ronde gingen; nog een biertje en deze keer bruschetta (lees: bruusketta) met tomaat & mozzarella erbij.

Omdat we toch ook een echte hoofdmaaltijd wilden eten gingen we na de 2e ronde verder op zoek naar een pizza-tentje. Of in ieder geval een plek waar ook pizza op de kaart staat. Ook die vonden we in Trastevere, en we genoten dus nog een heerlijke pizza na. Buikje rond liepen we langzaam weer terug naar ons hotelletje om weer energie op te doen voor de volgende dag.

De zondag begon hetzelfde als een dag tevoren, cappuccino met een zoete croissant. Omdat vandaag de andere helft van Rome gelukkig weer open voor toerisme was besloten we af te dalen naar het Colosseum & Forum Romanum. We hadden verwacht dat het hier ook extreem druk zou zijn, gezien deze attracties beiden een dag eerder nog gesloten waren, maar uiteindelijk viel de wachtrij nog mee en konden we vrij snel naar binnen.

Tussen het Coloseum & Forum Romanum in was het tijd voor lunchpauze, dus we zochten wederom met behulp van Google Maps naar een fijn lunchplekje enigszins in de buurt. Zo kwamen we uit bij Pane&Vino, in een van de straatjes achter het Colosseum. Het tentje kreeg goede beoordelingen, ook al ziet het er aan de buitenkant niet zo uit. Het is een kleine ruimte, met mega foute rode en groene letters op de gevel, de muren bekladderd door gasten en van die foute menukaarten zoals je in de nachtelijke donertent in Nederland ook wel eens vindt. Maar, zoals dat snachts ook blijkt bij de ‘dronken kapsalon’, bleken ook deze broodjes perfect te zijn voor de gelegenheid. Zeer smakelijke broodjes varkensvlees, dus voor een snelle doch smakelijke hap absoluut een prima plek.

Natuurlijk moesten we ook na het ellenlange slenteren door Forum Romanum in de lentezon even afkoelen door een ijsje en we gingen dus weer op zoek naar een Gelateria. Ik koos nu voor de smaken chocolade & meloen en werd deze keer alles behalve teleurgesteld.

Nadat we de rest van de middag in het zonnetje hadden vertoefd onder het genot van een koud biertje werd het tijd weer een plekje te zoeken voor ons avondeten. We liepen op dat moment toevallig op Piazza Campo de’ Fiori en ineens zag ik in mijn ooghoek de perfecte plek: Hosteria Romanesca. Een klein gezellig terrasje, waar het zo goed als vol zat, met van dat heerlijk ouderwets servies en geruite tafellakens. Als je langs het terras naar binnen keek zag je een oudere vrouw en een jonge meid verse pasta uitrollen. Dit bleek oma & kleindochter te zijn, want het restaurant was een echt familiebedrijf waarbij moeder en opa in de bediening werkten. We bestelden allebei dus heerlijke verse pasta en ook namen we een salade van ansjovis & ‘chicory’, een plant die qua uiterlijk wat wegheeft van hele jonge witlof. Uiteraard konden we Rome niet verlaten zonder ook een echt Italiaans dessert te proeven. Dus namen we Panna Cotta met karamelsaus na. Ook Panna Cotta heb ik al eens vaker zelfgemaakt. Helaas moest ik tot de conclusie komen dat ik mijn eigen Panna Cotta toch echt beter vindt dan die ik in Rome at (ofja, helaas voor de Italianen, hoera voor mijzelf!). Maar het is het restaurant vergeven, want ik heb echt ontzettend genoten van de verse pasta, de bediening en de sfeer op het terras en zou deze plek dus ook zeker aanraden.

Toen kwam ons tripje alweer ten einde en kon ik gaan beginnen conclusies te trekken. Allereerst viel het me echt op dat ik in het centrum van Rome geen enkel niet-Italiaans restaurant of snackbar heb gespot. Dus geen doner, geen mexicaans, geen tapas, alleen maar plekjes voor pasta en pizza. Dit kan natuurlijk komen doordat ik voornamelijk in de toeristische gedeeltes van de stad ben gebleven, maar ook in Trastevere bijvoorbeeld liepen voldoende Italianen rond. Ik vraag me dus af of Italianen daadwerkelijk elke dag pizza & pasta eten, of dat ze stiekem in de achterstraatjes en via geheime gangen toch nog andere eettentjes verstopt hebben.

Wat mij verder nog meer op viel is dat de Italiaanse restaurants die we gezien hebben allemaal heel vergelijkbaar zijn, en vrij standaard Italiaanse gerechten serveren. Pizza Margherita, Gnocchi met gorgonzola, Pasta l’Arrabiata & Ravioli spinazie & ricotta. Niets mis mee natuurlijk, maar een echt onderscheidende Romaanse keuken heb ik niet kunnen ontdekken. Food-wise had je mij ook wijs kunnen maken dat ik in een willekeurig andere Italiaanse stad was. Het enige zogenaamd Romaanse gerecht dat ik op kaarten gespot heb was Pasta Romanesca, maar geen enkele ober raadde ons die aan toen we ernaar vroegen. Of je daar als Italiaan dus trots op moet zijn, ik betwijfel het. Desalniettemin, ik heb ontzettend genoten van die 2,5 daagjes Rome, zowel als toerist als ook als foodie. Mocht je er nog niet geweest zijn, dan zou ik je zeker aanraden om snel de Ryanair tickets in de gaten te houden! Ik zou er in ieder geval zo weer terug gaan! Heb jij nog leuke foodie-tips voor als ik er weer naartoe mag?

 

Mango-rozemarijn cheesecake

Wie mij op facebook of instagram volgt had al eerder kunnen zien dat ik als bloginsider van RutgerBakt uitgedaagd was door Philadelphia om een heerlijke cheesecake te maken. Nou, dit is hem dan, een no-bake mango-rozemarijn cheesecake. Ik koos voor mango omdat de mango momenteel in het seizoen is en het mij een heerlijk lentegevoel geeft, waar ik wel aan toe ben na al die regen van de afgelopen maand.

Omdat ik toch ook graag iets bijzonders van de cheesecake wilde maken, en ik wel fan ben van het gebruik van kruiden in zoete gerechten koos ik ervoor om de cheesecake bijzonder te maken door rozemarijn te verwerken. Eerder al maakte ik blauwe bessen-basilicum-ijs en een dessert met homemade rozemarijnijs, chocoladeganache & frambozen en dat was echt verrukkelijk! (Dit stamt uit de tijd dat ik nog geen blog had, dus het recept hiervan is nog niet online te vinden. Maar ik wil hem zeker nog eens opnieuw voor jullie maken!) Wat blijkt, de combinatie mango, roomkaas & rozemarijn gaat ook bijzonder goed samen wat mij betreft. De eerste hap is even wat vreemd, omdat je iets proeft wat je niet verwachtte. Maar je went er direct aan en dan ben je niet meer weg te slaan van deze cheesecake! Laat die lente maar komen, ik ben er klaar voor!

Bereidingstijd: ~70 min  (+120min koeltijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten:

  • 400 gram philadelphia roomkaas
  • 200 gram slagroom (gekoeld)
  • 1 diepvriesbakje mangostukjes
  • 4 takjes rozemarijn
  • 5 el suiker
  • 1 pak theebiscuits
  • 150 gram boter
  • 3 blaadjes gelatine
  • 2 verse mango’s
  • 1 zakje taartina taartgelei

Andere benodigdheden:

  • keukenmachine (optioneel)
  • springvorm (22-26cm)
  • bakpapier

Stappenplan:

Bekleed de bodem van de springvorm met het bakpapier.

Maal de biscuits fijn in de keukenmachine. Als je geen keukenmachine hebt kun je de biscuits ook in een zipperbag doen en met bijvoorbeeld de deegroller stukslaan. Dit kost alleen net iets meer werk dan met de keukenmachine maar het resultaat is hetzelfde. Hak de blaadjes van 2 takjes rozemarijn ragfijn en meng dit door het biscuitkruim.

Smelt boter in een steelpannetje, let op dat hij alleen smelt en niet bruin wordt. Doe de boter door het broodkruim en meng goed door elkaar. Doe het biscuitkruim in de springvorm en druk goed en gelijkmatig aan op de bodem. Ik gebruikte zelf een springvorm van 22cm en vond daardoor dat het net teveel biscuitkruim was voor die maat. Daarom heb ik ongeveer 1/4e deel apart gehouden en heb ik gekozen nog 2 mini-cheesecakes te maken.

Zet de koekbodem in de koelkast om op te stijven.

Doe de bevroren mangostukjes in pannetje en verwarm ze op laag vuur. Zodra ze ontdooid zijn pureer je ze in de keukenmachine of met een staafmixer. Als dit niet mogelijk is kun je eventueel de mango pureren met een stamper, het wordt dan minder ‘smooth’ maar het gaat erom dat je de smaak door de hele cheesecake kan verkrijgen.

Doe de puree terug in het pannetje en doe er 1 el suiker bij en 1 tak rozemarijn (in zijn geheel). Verwarm verder op laag vuur. Hak intussen de blaadjes van het laatste takje rozemarijn ragfijn en doe ook dit bij de puree. Laat de puree 20min trekken op laag vuur. Rozemarijn geeft zijn smaak het beste af als hij verwarmt wordt, dus daarom laat je de puree even boven een vuurtje trekken.

Week intussen de blaadjes gelatine in koud water.

Klop de slagroom met 2 el suiker lobbig tot stijf en zet apart. Doe de philadelphia in de keukenmachine en klop dit kort op.

Knijp het water uit de gelatineblaadjes en doe ze 1 voor 1 bij de mangopuree. Roer door totdat ze oplossen voordat je de volgende erbij doet.

Draai het vuur uit en laat 5min afkoelen. Haal de hele tak rozemarijn uit de puree en giet de puree bij de philadelphia.

Meng dit goed door elkaar. Voeg dan de geklopte slagroom toe en vouw dit voorzichtig door elkaar met een spatel.

Giet het mengsel op de koekbodem en strijk glad. Zet minstens 2u in de koelkast om op te stijven, maar liefst een hele nacht.

Schil de verse mangos. Snij van elke mango de 2 lange zijkanten af vlak langs de pit van de mango. Je krijgt zo 4 ‘schijven’ mango.

Snij deze in hele fijne schijfjes maar laat de schijfjes ‘aan elkaar zitten’ alsof de plakken nog heel zijn. Zodra je alle schijfjes gesneden hebt kun je ze langzaam verder uit elkaar kneden door voorzichtig met je handen langs de zijkanten te drukken zodat de schijfjes ‘scheef’ aan elkaar gaan zitten. Als je niet goed begrijpt wat ik bedoel kun je dit filmpje bekijken, daar laten ze goed zien wat ik bedoel.

Leg de roos voorzichtig op de cheesecake, laat de cheesecake hierbij nog in de springvorm zitten. Je kunt dit ook beetje bij beetje doen, beginnend met de binnenkant en dan telkens buitenom een extra ‘reep’ mangoschijfjes plaatsen totdat de bovenkant vol zit.

Bereid de taartina zoals op de verpakking staat aangegeven. Je hoeft dit niet te gebruiken maar het zorgt er wel voor dat de mangoschijfjes beter blijven zitten en je de cheesecake dus beter in stukken kunt snijden. Indien je het met water bereidt is het smaakloos, maar je kunt het ook met mangosap bereiden. Ik gebruikte gewoon water.

Beleg de mangoschijfjes met een dun laagje taartgelei en laat kort opstijven. Haal dan de cheesecake uit de springvorm en versier nog met enkele takjes rozemarijn. Helaas was ik net ietsje te onvoorzichtig bij het uit de springvorm halen waardoor mijn zijkanten niet helemaal mooi glad zijn. Maar het is nog steeds een plaatje, vind je ook niet? Eventueel zou je ook de randen van de springvorm met bakpapier kunnen bekleden om hem makkelijker eruit te kunnen halen.

Smakelijk!

 

Supersnelle nutella-banaan-kokos swirls

Een allersimpelst en snelst receptje voor als je snel even iets lekkers op tafel wilt toveren. Absoluut kids-proof en ook leuk om samen met je kids te maken. Kant en klaar croissant deeg, nutella, banaan en kokos.. that’s all. Natuurlijk kun je ook andere vullingen gebruiken. Bijvoorbeeld witte chocolade met frambozen, of fijngehakte nootjes in plaats van kokos. Ze zijn het beste gelijk te eten, dus ik zou ze niet al een dag vantevoren maken.

Bereidingstijd: ~10min (+12min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 9 swirls:

  • 1 blikje croissant-deeg (250 gram; in het koelvak)
  • 1 banaan
  • 100 gram nutella
  • 15 gram kokosrasp

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Open het blik croissantdeeg en rol het uit. Waarschijnlijk heeft het deeg al stippenlijntjes om hem in schuine stukken te snijden, deze kun je negeren. Snij het deeg wel in 3 rechthoekige stukken, ook daar zijn waarschijnlijk al stippenlijntjes voor aangegeven.

Smeer elk stuk ruim in met nutella. Dit hoeft niet heel netjes en mag best wat over de randjes zitten.

Snij de banaan in dunne schijfjes en leg op elk stuk deeg 3 rijen bananenschijfjes. Bestrooi met kokosrasp.

Rol elk stuk deeg op en druk lichtjes aan. Snij het deeg in 3 stukken, zodat in elk stuk een rij banaan zit. Zo krijg je in totaal 9 rolletjes.

Leg elk rolletje op de kopse kant op een met bakpapier beklede bakplaat. Strooi eventueel nog wat extra kokos bovenop de rolletjes.

Bak dit af in de oven voor ongeveer 12min, of totdat de rolletjes goudbruin zijn.

Haal ze uit de oven en bestrooi eventueel nog met extra kokos. Laat ze iets afkoelen voor je ze serveert.

Smakelijk!

Zoete aardappel met paprika, chorizo & creme fraiche

Een variant van dit gerecht kwam ik onlangs tegen via Delicious Magazine en ik ging gelijk watertanden. Reden genoeg dus om zelf ook dit gerecht op tafel te toveren. Maar ik zou geen foodie zijn als ik het niet allemaal net eventjes iets anders zou willen doen. Dus bij deze presenteer ik jullie mijn versie. Ik ben ontzettend fan van gepofte zoete aardappel. Zoete aardappel in het algemeen is echt fantastisch, en bijkomend voordeel is ook nog eens dat het een groente is, terwijl ik het meestal als ‘aardappelgerecht’ gebruik (zoete aardappelfrietjes, gepofte zoete aardappel etc). Dus in plaats van aardappel, groente & vlees eet je dan groente, groente & vlees. Perfect toch?

Bereidingstijd: ~15 min  (+60min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 2 personen:

  • 4 kleinere zoete aardappels of 2 grote
  • 1 paprika, zaadlijsten verwijderd
  • 125 gram chorizo
  • 1 kleine rode ui
  • 2 bosui
  • 3 tenen knoflook
  • 100 gram creme fraiche
  • 1 el citroensap
  • verse kruiden (bv. peterselie, bieslook)
  • (gerookte) paprikapoeder
  • 2 el olie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Was de zoete aardappels goed. Prik er met een vork gaatjes in en wrijf ze lichtjes in met olie. Pak ze apart in in aluminiumfolie maar zorg dat de folie niet heel strak eromheen zit. De aardappels moeten kunnen ademen. Pak ook de knoflookteentjes in in aluminiumfolie.

Doe de aardappels en de knoflookteentjes in de oven om te poffen. Afhankelijk van de grootte van je aardappels duurt dit 45-60min.

Snij intussen de paprika & chorizo in reepjes. Hak ook de ui & bosui fijn.

Doe de citroensap en verse kruiden (fijngehakt) bij de creme fraiche en meng door elkaar.

Zodra de knoflook gepoft is (na 30min in de oven), haal je deze uit de oven en laat je hem 3min afkoelen. Druk dan de pulp uit de vliesjes en doe dit ook bij de creme fraiche. Top de creme fraiche af met wat paprikapoeder.

Bak de chorizo & paprika in een pan totdat de chorizo lichtkrokant is.

Of de aardappels gaar zijn kun je checken door met een vork erin te prikken. De vork moet er zo doorheen glijden. Zodra ze dit stadium hebben bereikt haal je ze uit de oven en pak je ze uit de folie.

Snij ze net niet helemaal doormidden en bestrooi met de paprika, chorizo, rode ui & bosui. Serveer met de creme fraiche erbij.

Smakelijk!

Varkenshaas met champignonsaus

Toen ik nog bij mijn ouders woonde was zondagmiddag altijd uitgebreid warm lunchen. Vaak werd er dan een varkenshaasje geserveerd met champignonsaus. Het is voor mij dus echt een zondags gerecht. Pim en ik zijn dol op champignons, toch maak ik niet zo heel vaak champignonsaus. Stom eigenlijk, want het is best simpel, zo klaar en echt zooooooo lekker! Zeker met een perfect gegaard varkenshaasje is het echt smullen geblazen. En omdat het zo klaar is, is het niet eens perse een zondags gerecht, maar kan het elke dag feest zijn.

Met wat eet jij je varkenshaasje het liefst?

Bereidingstijd: ~30 min    Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 2-3 personen:

  • varkenshaasje van 300-400 gram
  • 1 sjalot
  • 1 teen knoflook
  • 1 bakje champignons
  • 2 el Worcestershire saus
  • 150ml bouillon
  • 150ml kookroom
  • peper & zout
  • 1 el bloem
  • 50 gram boter
  • scheutje olie
  • verse peterselie (optioneel)

Verdere benodigdheden:

  • vleesthermometer (optioneel, maar wel erg handig!)
  • ovenschaal

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 170°C.

Schil de sjalot & knoflook en snipper fijn. Maak de champignons schoon en snij in schijfjes.

Verhit wat olie in een pan. Dep intussen de varkenshaas droog met wat keukenpapier en strooi er peper & zout op. Zodra de olie heet is bak je de varkenshaas kort aan aan elke kant zodat hij dichtgeschroeid is en een lichtbruin korstje heeft.

Doe de varkenshaas in een ovenschaal en in de oven.

Doe de boter in de pan waar de varkenshaas in gebakken is. Zodra de boter gesmolten is doe je de sjalot & knoflook erbij en fruit je deze een aantal minuten. Doe dit op middellaag vuur zodat het niet te bruin wordt.

Doe de champignons erbij en bak deze 3min mee.

Doe 1 el bloem in de pan erbij en bak dit 2min mee. Voeg de worchestershire saus erbij als ook de kookroom en bouillon. Roer dit goed door elkaar en breng langzaam aan de kook. Zorg dat je vuur lager staat zodra het kookt, anders kan het te ver inkoken. Laat de saus inkoken tot de gewenste dikte, dit duurt enkele minuutjes. Breng op smaak met zwarte peper. Optioneel kun je er verse kruiden zoals peterselie doorheen doen, doe dit wel pas echt vlak voor het serveren.

De varkenshaas moet een kerntemperatuur van 62°C hebben, dan is hij perfect gaar. Hij is dan nog heel lichtjes rose van binnen. Dit duurt ongeveer 15min in de oven, maar is natuurlijk per oven verschillend. Daarom raadt ik een vleesthermometer aan, deze zijn niet heel duur. Digitale meters zijn het nauwkeurigst en zijn al verkrijgbaar vanaf een paar euro.

Zodra de varkenshaas gaar is haal je hem uit de oven en laat je hem een paar minuten rusten. Snij in de gewenste stukken en overgiet met de champignonsaus.

Lekker met boontjes en een aardappelgerecht.

Smakelijk!

Kiprollade met bloemkoolpuree & jus

Wie af en toe eens zonder al te veel koolhydraten wil koken, zou dit gerecht eens moeten proberen. In plaats van aardappelpuree maakte ik bloemkoolpuree, die door de structuur van de bloemkool veel luchtiger en lichter is dan aardappelpuree. De kip heb ik opgepimpt door er een rollade van te maken en te vullen met een pesto van walnoten, spinazie & parmezaanse kaas. Weer eens wat anders dan een saai stukje kip in een wokgerecht. Door toevoeging van de champignons en jus wordt het een lekker ‘aards’ gerecht, wat perfect is voor deze regenachtige dagen.

Bereidingstijd: ~30 min  (+18min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 2 personen:

  • 1 kleine bloemkool
  • 1 bakje champignons
  • klein bakje creme fraiche of kookroom
  • 2 kipfilets
  • 25 gram walnoten
  • 25 gram parmezaanse kaas
  • 50 gram spinazie (diepvries of vers, kan allebei)
  • 1 sjalot
  • 1 teen knoflook
  • snuf nootmuskaat
  • klontje boter
  • 1 el bloem
  • 1 blokje kippenbouillon
  • peper & zout
  • olie

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine
  • huishoudfolie
  • deegroller of vleeshamer
  • bindtouw of prikkers
  • kernthermometer (optioneel)

Stappenplan:

Snipper de sjallot & knoflook grof. Fruit dit kort aan in een scheutje olie. Bak ook de spinazie mee zodat hij slinkt (of ontdooid, in geval van diepvriesspinazie).

Doe de spinazie in de keukenmachine met de parmezaanse kaas, de walnoten en peper & zout en maal fijn tot een pesto-achtige structuur.

Doe de kipfilet tussen 2 vellen huishoudfolie en sla dit zo fijn mogelijk met de vleeshamer of deegroller, tot ongeveer 4mm dikte.

Strijk wat van de pesto op de kipfilet, maar niet te dicht bij de randjes. Rol de kipfilet op en bind vast met bindtouw of gebruik prikkers om de kip op z’n plaats te houden. Bindtouw werkt beter dan prikkers, dus dat heeft zeker de voorkeur. Indien je bindtouw gebruikt, rol dan de kip nog even strak op in huishoudfolie en leg terug in de koelkast om op te stijven (of kort in de vriezer).

Breng water aan de kook in een grote pan en doe er wat zout bij. Snij de bloemkool in grove roosjes, de stronk kun je ook gewoon gebruiken. Kook de bloemkool in het water totdat hij gaar is. Giet dan het water af en laat 3min in de pan staan met de deksel erop.

Maak de champignons schoon en snij in schijfjes. Verwarm ook de oven voor op 180°C.

Verhit een koekenpan met een scheut olie. Breng de kiprollades op smaak met peper en zout. Als de pan goed heet is bak je de kipfilet ongeveer 30-60 seconden per kant aan totdat hij helemaal rondom een lekker goudbruin kleurtje gekregen heeft. Leg de kip dan in een ovenschaaltje en doe dit nog ongeveer 18min in de oven. Let op: de exacte tijd is afhankelijk van je oven en van de dikte van je kip. Het kan dus zijn dat jou kip langer of korter nodig heeft. Om zeker te weten dat de kip gaar is kun je een kernthermometer gebruiken. De kip moet ongeveer 70-72°C zijn binnenin, dan is hij mooi gaar. Heb je geen kernthermometer, dan zul je hem toch moeten doorsnijden om zeker te weten dat ie gaar is.

Doe het klontje boter in de koekenpan waar de kip in gebakken is. Haal met een pollepel de aangekoekte kiprestjes weg, dit geeft extra smaak aan je jus. Zodra de boter gesmolten is doe je er 1 el bloem bij. Roer door elkaar. Voeg dan het blokje kippenbouillon toe en ongeveer 200ml water. Roer nogmaals goed door elkaar en laat iets inkoken. Mocht je saus te dun zijn, laat hem dan langer inkoken. Mocht hij te dik worden, kun je altijd wat extra water toevoegen. Breng op smaak met peper.

Doe de bloemkool in de keukenmachine met de creme fraiche of room en breng op smaak met peper & zout en een snuf nootmuskaat. Ik gebruikte zelf creme fraiche omdat ik die nog in huis had maar het kan ook prima met kookroom of zelfs roomkaas of mascarpone bijvoorbeeld. Maal de bloemkool fijn totdat er een puree ontstaat. Mogelijk moet je dit in 2x doen, als je net als ik maar een klein keukenmachientje hebt. Doe de puree weer terug in de pan voor later gebruik en houdt het op laag vuurtje warm. Proef even of de smaak goed is.

Verhit een koekenpan met een heel klein scheutje olie. Zodra de pan loeiendheet is doe je de champignons erbij en sauteer je deze ongeveer 3min. Sauteren is het op hete temperatuur bakken zonder al te veel olie. De champignons zullen dan een lekker gouden randje krijgen. Schep ze af en toe om. Breng op smaak met peper & zout.

Als de kip gaar is haal je hem uit de oven en laat je hem kort rusten, ongeveer 5min. Eventueel kun je hem in zilverfolie inpakken om warm te houden. Je kunt deze tijd ook gebruiken om het bindtouw weg te snijden, indien je dit gebruikt hebt.

Serveer dit gerecht door een goede lepel bloemkoolpuree in het midden van het bord te leggen. Strooi hier de champignons rondom. Snij de kiprollade in schuine stukken en leg dit op de puree. Serveer de jus los in een kannetje als je die hebt.

Smakelijk!

Fruittaartjes met banketbakkersroom

Pim is er dol op; banketbakkersroom. Tijd om zelf dus eens aan de slag te gaan met deze lekkernij. En wat blijkt, het is nog niet eens zo moeilijk om te maken! Ik verwerkte de room in taartjes met fruit. Je kunt hier allerlei soorten fruit voor gebruiken, wat je maar lekker vindt. Het beste kun je ze gelijk diezelfde dag eten. Een dag later kan ook nog wel maar dan wordt de bodem langzaam steeds zachter door de room. Wil je dit voorkomen, doe dan bijvoorbeeld een dun laagje gesmolten chocolade op de bodem voordat je de banketbakkersroom in de taartjes doet. Uiteraard eerst laten hard worden voordat je dan de banketbakkersroom erbij doet. Maar zachtere bodem of niet, de taartjes blijven om te smullen!

Bereidingstijd: ~50 min  (+60min rusttijd + 15min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 8 taartjes:

Bodem:

  • 90 gram boter
  • 150 gram witte basterdsuiker
  • eiwit van 1 ei (het eigeel kun je gebruiken voor de banketbakkersroom)
  • snuf zout
  • rasp van een halve citroen
  • 140 gram bloem
  • 1,5 tl bakpoeder

Banketbakkersroom:

  • 500 ml volle melk
  • 1 vanille stokje
  • 150 gram kristalsuiker
  • 4 eidooiers
  • 2 el bloem

Topping:

  • vers fruit naar keuze

Andere benodigdheden:

  • keukenmachine of mixer en kom.
  • Taartvormpjes (8-10cm)
  • bakpapier
  • boter om in te vetten
  • huishoudfolie
  • deegroller
  • bakbonen (optioneel)

Stappenplan:

Smelt de boter, let hierbij op dat de boter niet bruin kleurt.

Doe de suiker, het eiwit, citroenrasp en een snuf zout in de keukenmachine en roer kort door elkaar. Doe de gesmolten boter er beetje bij beetje bij.

Meng de bloem met het bakpoeder in een kom. Voeg daarna ook beetje bij beetje de bloem en bakpoeder toe bij het botermengsel. Meng totdat het deeg 1 geheel vormt. Het laatste deel kun je met je handen doen. Omdat je met gesmolten boter werkt zal het deeg in dit stadium vrij slap blijven.

Vouw het deeg tot een lap en pak in in huishoudfolie. Leg het minstens 1u in de koelkast om te rusten. Daardoor zal het deeg ook steviger worden. Nu kunnen we de banketbakkersroom gaan maken.

Doe de melk in een steelpannetje met de helft van de suiker. Halveer het vanillestokje en schraap het merg eruit. Doe het merg en de stokjes bij de melk en breng dit langzaam aan de kook onder af en toe roeren.

Meng in een kom de eierdooiers met de andere helft van de suiker door elkaar. Doe dan de bloem erbij en roer ook dit door elkaar totdat je een egaal geheel krijgt.

Zodra de melk kookt doe je een klein beetje melk bij het ei-bloem mengsel. Roer direct door, anders kan je ei gaan stollen door de hitte. Dit heet ‘familie maken’ en zorgt ervoor dat de temperaturen gelijker worden en het ei dus niet zal stollen. Doe net zoveel melk bij het ei-bloem mengsel totdat het een mooi los geheel is. Giet dan dit mengsel bij de rest van de melk. Haal de lege vanillestokjes uit de pan en breng het mengsel nu terug aan de kook. Blijf wel roeren. Je zult langzaam merken dat het mengsel dikker wordt. Zodra het kookt laat je het nog 3min op laag vuur doorgaren. Blijf af en toe roeren.

Giet het mengsel in een kom en dek deze kom volledig af met huishoudfolie. Zo voorkom je dat er zich een velletje vormt op de room. Laat dit eerst 30 min buiten de koelkast afkoelen en zet het daarna in de koeling totdat je het nodig hebt.

Vet de taartvormpjes in met boter of olie. Indien je vormpjes hebt zonder losse bodem, is het verstandig om wat bakpapier op de bodem te leggen. Knip hiervoor rondjes bakpapier uit die precies op de bodem passen.

Verwarm de oven voor op 180°C.

Bestrooi het aanrecht met een beetje bloem. Haal het deeg uit de koelkast en snij in 8 stukken.

Rol elk stukje deeg uit met de roller tot een vel van ongeveer 3-4mm dikte. Leg het vel deeg voorzichtig over een taartvormpje en druk de randjes voorzichtig aan. Hierbij is wat voorzichtigheid geboden want het deeg is vrij poreus. Echter, het is geen probleem als het deeg toch wat afbreekt hier en daar. Dit kun je verhelpen door wat extra deeg eroverheen te plakken. Ziet er vrij stuntelig uit, maar na het bakken zie je hier niets meer van. Herhaal dit voor alle taartvormpjes.

Indien je er, net als ik, maar 4 hebt zul je dus in 2x moeten bakken. Leg dan het resterende deeg tussendoor terug in de koelkas zodat het zijn stevigheid behoudt.

Prik met een vork enkele gaatjes in de bodem.

Indien je bakbonen bezit, doe dan een vel bakpapier over de vormpjes en leg hier bakbonen in. Indien je geen bakbonen hebt kun je ook zonder bakken, de taartbodems zullen dan echter iets dikker worden. Bakbonen zorgen ervoor dat de bodem niet teveel rijst tijdens het bakken.

Bak de taartjes 12 min blind. Haal ze daarna uit de oven en haal de bonen uit de taartjes. Zet ze dan nog 3min terug of totdat ook de binnenkant goudbruin gekleurd is.

Haal de taartjes uit de oven en laat ze nog 5 min in hun vorm afkoelen. Haal ze dan uit hun vorm en laat ze verder afkoelen (liefst op een rooster).

Mocht je net als ik in 2x moeten bakken, herhaal dan de vorige stappen om ook de rest van de taartjes te bakken.

Doe op elk taartje wat van de banketbakkersroom. Dit kan met een lepel maar ik heb een spuitzak gebruikt hiervoor om het iets egaler te krijgen.

Beleg de taartjes met je gekozen toppings.

Eventueel kun je nog wat extra poedersuiker eroverheen strooien. Ik koos er zelf voor dit niet te doen omdat het voor mij dan te zoet zou worden.

Smakelijk!

Courgette salade met burrata

Na al die vette hap tijdens de carnaval is het weer tijd om even wat gezonders op tafel te zetten. Ik neig dan altijd snel naar een salade, maar een simpele salade is ook niet perse spannend, zeker nu de zon nog verstoppertje speelt. Ik koos er daarom voor om de standaard salade even aan de kant te zetten en deze courgette-salade op tafel te toveren. Met burrata, want dat is echt verrukkelijk! Burrata is een verse kaas gemaakt van mozzarella & room. Het lijkt heel erg op mozzarella, maar is van binnen nog romiger, en daarom nog net iets lekkerder. Je kunt hem tegenwoordig ook gewoon in de supermarkt kopen, maar vers van de kaasboer is hij toch het allerlekkerst.

In plaats van sla koos ik voor courgette, die ik in dunne slierten sneed en lichtjes grilde. Je kunt courgette ook prima rauw eten, dus het grillen is een kwestie van smaak. Ik vind zelf grillen lekkerder, maar dat is ieder voor zich. Als je de courgette grilt, dan kost dit gerecht al amper tijd om te maken. Als je de courgette rauw laat, ben je nog sneller klaar. En supersimpel, kind kan de was doen. Uiteraard kun je zelf variëren met wat je allemaal nog meer in de salade doet, je kunt bijvoorbeeld ook de pijnboompitten vervangen door andere pitten of noten. En mocht je nou geen burrata kunnen vinden in jou lokale supermarkt, dan kun je ook gewone mozzarella gebruiken. Kies dan wel voor de echte buffelmozzarella van de versafdeling want die is toch echt net wat lekkerder dan de niet-verse kaasjes. Dit gerechtje was voor ons voldoende voor 4 personen, mocht je nou grote eters hebben, serveer dan een soepje vooraf; deze pompoensoep bijvoorbeeld, om nog wat extra vitamientjes binnen te krijgen.

Bereidingstijd: ~20 min  (+10min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 4 personen:

  • 2 courgettes
  • 1 (of 2) bol burrata
  • 1 rode ui
  • 3 el pijnboompitten
  • 1 ciabatta afbakbrood
  • 1 bakje romaatjes
  • basilicumolie
  • peper & zout
  • (olijf)olie (ik gebruikte zelf Bertolli spray)
  • (rodekool-) kiemgroenten

Andere benodigdheden:

  • grilpan
  • mandoline (optioneel)

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200 °C.

Scheur de ciabatta in stukken en doe op een bakplaat. Besprenkel of bespray met olie en hussel door elkaar zodat er overal wat olie zit. Je kunt ook een olie met een smaakje gebruiken hiervoor, ik gebruikte een neutralere olie.

Bak in de oven af voor 10 min of totdat de stukken goudbruin en krokant zijn. Haal dan uit de oven en laat afkoelen.

Snij de kop en kontje van de courgettes en schaaf ze in flinterdunne repen met de mandaline. Indien je geen mandaline hebt kun je ook een kaasschaaf gebruiken of gewoon voorzichtig met een mes.

Verhit een grilpan & een koekenpan.

Snij ook de rode ui fijn met de mandaline en snij de romaatjes in kwartjes.

Doe de pijnboompitjes in de koekenpan en bak ze in enkele minuten goudbruin. Schud tussendoor met de pan. Laat afkoelen op een keukenpapiertje.

Doe de courgette in de hete grilpan. Het zal een grote berg courgette zijn voor 1 grilpan maar dat is niet erg. Het is niet nodig dat elk reepje apart helemaal gegrild wordt. Laat 1min grillen en gebruik dan een tang om het geheel om te draaien zodat andere stukken de grilpan raken. Gril enkele minuten aan enkele zijdes. Zoals ik al zei, het is niet nodig dat elk reepje helemaal gegrild wordt. Courgette kun je prima rauw eten, op deze manier gril je een gedeelte en laat je een ander gedeelte relatief rauw.

Verspreid de courgette op een groot bord of kom. Strooi de romaatjes en rode ui eroverheen en leg de burrata in het midden. Besprenkel het geheel met basilicumolie en peper & zout.

Strooi ook de pijnboompitten over de salade en verspreid de ciabatta-croutons eroverheen. Doe als laatste wat kiemgroenten over de salade.

Smakelijk!

Mini-pizza’s in 3 smaken

Dit is perfect voor wie net als ik altijd keuzestress heeft! In plaats van 1 grote pizza; 3 kleine pizzaatjes. Dan kun je 3x een andere smaak kiezen! Je kunt eindeloos varieren met je pizza-toppings; ik koos vandaag voor mozzarella-proscuitto, ham-ananas & kip-guacamole. Alledrie heerlijk, maar ik was vooral erg onder de indruk van de kip-guacamole pizza! Heerlijk malse kip met smeuiige guacamole, nom! En natuurlijk de zelfgemaakte bodem; flinterdun en lekker krokant! En dat voor iemand die eigenlijk niet eens zoveel van pizza houdt.. Welke toppings vind jij het lekkerst?

Bereidingstijd: ~35 min  (+1u rijstijd + 20min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 6 pizzabodems & tomatensaus:

  • 250 gram bloem + extra
  • 1 zakje gist
  • 150 gram lauw water (ongeveer lichaamstemperatuur)
  • snuf zout
  • 2 el olie
  • 1 blik tomatenblokjes
  • 1 blikje tomatenpuree
  • 1 teen knoflook
  • 1 tl tijm
  • 1 tl oregano

Ingrediënten mozzarella-proscuitto pizza:

  • half pakje proscuitto ham
  • 1 bol mozzarella
  • roma-tomaatjes
  • rucola

Ingrediënten kip-guacamole pizza:

  • avocado
  • halve rode peper
  • kleine rode ui
  • scheutje limoensap
  • peper en zout
  • 1 kipfilet, in blokjes gesneden
  • kipkruiden naar keuze
  • 1 rode paprika
  • geraspte kaas

Ingrediënten ham-ananas pizza:

  • ananas blokjes
  • half pakje proscuitto
  • geraspte kaas

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine met deeghaken (optioneel)
  • deegroller

Stappenplan:

Meng de bloem met een snuf zout in de kom van je keukenmachine. Meng in een glaasje het water met de gist en roer dit kort door elkaar. Maak een kuiltje in de bloem en giet het gistwater hierin. Zet de keukenmachine op lage stand aan en wacht totdat het meeste bloem is opgenomen. Giet dan de olijfolie erbij en zet hem op middelmatige stand en laat nog kort doorkneden totdat er een mooi, niet plakkerig deeg ontstaat. Indien je deeg wel plakkerig is, dan voeg je beetje bij beetje extra bloem toe totdat het goed is. Indien je deeg niet soepel is, dan kun je wat extra water of olie toevoegen zodat hij wat soepeler wordt.

Vouw het deeg netjes tot een bol en leg in een schone kom. Bedek de kom met een vochtige theedoek en zet hem op een warme plek in je huis (bij de verwarming bijvoorbeeld, zolang hij maar niet op de tocht staat). Laat het deeg minstens 1u rijzen.

Intussen kun je al de tomatensaus maken. Bak 1 teentje knoflook en de tomatenpuree in een beetje olie in een pannetje. Doe de tomatenblokjes erbij en ook de tijm en oregano. Breng aan de kook en draai dan het vuur zachtjes. Laat 5min doorkoken onder af en toe roeren. Optioneel kun je de saus nog pureren om hem gladder te maken, maar ik had hem lekker grof gehouden.

Verwarm de oven voor op 200°C.

Verdeel het deeg in 6 stukken. Strooi een beetje bloem op je aanrecht en rol 1 bolletje deeg uit tot ongeveer 3mm dikte. Verdeel 1/6e van de tomatensaus over de pizzabodem. Herhaal dit voor de andere 5 deegbolletjes.

Mozzarella-proscuitto pizza: Verdeel romaatjes over de pizza en doe hem in de oven. De mozzarella, proscuitto & rucola doe je pas op de pizza als hij uit de oven komt.

Kip-guacamole pizza: Bestrooi de kipblokjes met kipkruiden naar keuze en bak ze heel kort aan in een pan met een scheutje olie. Ze hoeven niet door en door gaar te zijn want ze garen nog na in de oven. Verdeel de kip, paprika, overgebleven rode ui & wat strooikaas over de pizza. Doe hem in de oven. Maak intussen ook de guacamole voor de kip-guacamole pizza. Schil hiervoor de avocado en haal de pit eruit. Prak de avocado met een vork. Snipper een halve rode ui en halve rode peper en doe dit met de limoensap en peper en zout bij de avocado. Meng door elkaar en klaar is je guacamole.

Ham-ananas pizza: Verdeel de ananas blokjes en hamplakjes over de pizza en bestrooi met wat kaas.

Bak de pizza’s af in de oven voor 20 minuten of totdat de randjes goudbruin zijn.

Beleg de mozzarella-proscuitto pizza met mozzarella, proscuitto & rucola. Beleg de kip-guacamole pizza met wat guacamole.

Smakelijk!

Nonnevotten

De meeste Limburgers en Brabanders onder ons zijn er al weken mee bezig; Carnaval! Of; Vasteloavend, voor de Limburgers onder ons. Volgend weekend is het dan zover en kunnen alle gekke pakjes, schmink & dansjes weer uit de kast getrokken worden voor het spektakel van het jaar. 3 dagen lang mag je zo gek doen als je wilt zonder dat iemand vreemd opkijkt, ik hou ervan!

Net zoals oliebollen bij oud & nieuw horen, gaat carnaval gepaard met nonnevotten; knopen gefrituurd deeg door kaneelsuiker gerold. Het perfecte ontbijt voor de carnavalskater, maar ook zonder kater niet te weerstaan! Zeker in de aanloop naar de vastenperiode, die traditioneel volgt de 40 dagen na carnaval, mag je nog even een paar dagen helemaal losgaan op deze lekkernij. Ik maakte ze voor het eerst zelf, omdat ik momenteel niet meer in Limburg woon en ze niet in Eindhoven te krijgen zijn (of ik heb ze nog niet ontdekt, dat kan ook!). En dat ging verrassend goed! Niet een exacte kopie van wat je bij de Limburgse bakker geserveerd krijgt, maar wel net zo lekker wat mij betreft.

Mocht je je nou afvragen waarom ze nonnevotten heten; dat is helaas niet geheel duidelijk. Er zijn verscheidene verklaringen in de omloop. Nonnevot is in elk geval Limburgs voor ‘kont van een non’. Waar de naam verder exact vandaan komt, doet er wat mij betreft niet toe. Want ze zijn hoe dan ook verrukkelijk en ik kan niet wachten om ze volgend weekend weer te eten!

Ingredienten voor ~15 nonnevotten:

  • 500 gr patentbloem
  • 2 zakjes droge gist
  • 7,5 gr zout
  • 50 gr witte basterdsuiker
  • 125 gr boter
  • 1 dl eieren
  • 2 dl melk
  • Kaneelpoeder en fijne kristalsuiker om te bestrooien

Andere benodigdheden:

  • frietpan of pan met frituurolie (in dat geval is een temperatuurmeter ook handig)
  • optioneel: keukenmachine met deeghaken

Stappenplan:

Verwarm de melk heel kort zodat hij lauwwarm is, ongeveer net zo warm als je hand. Doe de gist erbij en roer kort door elkaar. Als het goed is zal de gist na een minuut of 8-10 actief worden, dit zie je doordat er langzaam bubbels ontstaan.

Doe het meel in een kom en maak in het midden een kuiltje. Giet hier de melk bij en roer dit kort door elkaar.

Smelt de boter en giet ook dit bij het meel, evenals de suiker, eieren, zout en de melk. Meng dit tot een glad deeg met de keukenmachine. Met de hand kan natuurlijk ook, kost alleen wat meer moeite. Mocht je deeg te nat zijn, kun je er wat extra bloem aan toevoegen. Is het te stug, voeg dan nog een scheutje melk of water bij.

Doe het deeg in een schone kom en dek af met een doek. Laat dit minstens 1u rijzen op een warme plek in huis (niet op de tocht), zodat het deeg kan verdubbelen in volume.

Bestrooi je aanrecht met een beetje bloem. Snij het deeg in 4 stukken en rol deze stukken 1 voor 1 uit tot een rol van ongeveer 1-1,5 cm dikte. Snij in stukken van ongeveer 30cm en leg voorzichtig een knoop in de repen. Druk de knoop lichtjes aan en laat ze nog 15min rusten op een bord.

Verhit intussen een frietpan of pan met frituurvet tot 175°C. Zet ook een bord klaar met daarin kristalsuiker gemengd met kaneelpoeder. Hoeveel kaneel je erbij doet, dat is naar smaak. Ik gebruikte ongeveer 2 tl kaneelpoeder op 4 el suiker.

Doe de nonnevotten voorzichtig in het vet, niet teveel tegelijk. Bak ze aan beide kanten goudbruin, dit duurt ongeveer 2-3min per kant.

Haal ze uit het vet en rol ze door de kaneelsuiker. Leg dan op een bord om verder af te koelen.

Je kunt ze het beste vers eten, of in een afgesloten doos 1 dag bewaren. Daarna zijn ze wat mij betreft niet zo lekker meer omdat ze dan langzaam harder worden.

Smakelijk!

Spicy gehaktballen, pompoen & couscous met kruidenyoghurt

Wat mij betreft een perfecte maaltijd voor een simpele doordeweekse avond. Een beetje spicy door het gebruik van de harissa; een condiment uit Noord-Afrika dat onder meer gemaakt is van pepers, knoflook en komijn. Het heeft een beetje weg van sambal en kan dus perfect als smaakversterker gebruikt worden in allerlei gerechten zoals soepen, sauzen en dipjes. Ik heb hem in dit gerecht zelfs op 3 plekken gebruikt; de pompoen, gehaktballen en couscous kregen allemaal een vleugje harissa, waardoor het een samenhangend geheel werd. De kruidenyoghurt dient in dit geval als tegenhanger van het pittige. Mocht je nou eters hebben die niet van spicy houden of als bijvoorbeeld de kids mee-eten, gebruik dan iets minder harissa.

Bereidingstijd: ~45 min         Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 500gr rundergehakt
  • 1 ei
  • 1 potje harissa (gewoon verkrijgbaar in de supermarkt, merk Al’Fez)
  • 1 witte ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 rode peper (optioneel)
  • 1 pompoen
  • olie
  • 1 rode ui
  • 300 gram couscous
  • 1 bouillonblokje (smaak naar keuze)
  • 1 klein pak magere yoghurt of griekse yoghurt
  • verse munt
  • verse peterselie
  • peper en zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 185°C.

Snij de pompoen door de helft en verwijder de zaden. Snij hem dan in partjes of blokjes en verspreid over een ovenschaal. Snij ook de rode ui in partjes en doe dit erbij. Meng in een kommetje 1 el harissa met 2 el olijfolie en roer kort door elkaar. Giet dit over de pompoen en hussel door elkaar zodat overal wat harissa-olie zit. Strooi wat zout erover en doe in de oven voor ongeveer 30-40 min of totdat de pompoen zacht is. Je kunt ervoor kiezen de pompoen te schillen als je dat fijner vindt, maar pompoenschil is gewoon prima eetbaar en daar zitten de meeste vitamientjes dus ik raad vooral aan om hem te laten zitten.

Meng in een kom het gehakt met de witte ui (gesnipperd), 1 el harissa pasta, 1 rode peper (fijngesneden), een handvol verse peterselie (fijngesneden) en een ei. Kneed dit goed door elkaar zodat alles goed gemengd is. Doe er eventueel ook wat zout door. Rol gehaktballetjes van het gehakt, ongeveer zo groot als een golfballetje. Zo zul je er 3-4 per persoon kunnen rollen. Je kunt ervoor kiezen ze op een spies te rijgen zoals ik deed, maar dit is niet perse nodig.

Hak 1 flinke hand peterselie en 1 flinke hand verse munt fijn en voeg dit bij de yoghurt. Naar smaak kun je natuurlijk meer of minder doen. Pers 2 teentjes knoflook uit en doe ook dit door de yoghurt. Breng op smaak met peper en zout en doe er als laatste een scheutje olijfolie overheen. Je kunt natuurlijk ook andere kruiden gebruiken als je dat lekker vindt.

Zet intussen een (gril)pan op het vuur om heet te worden.

Kook ook de juiste hoeveelheid water voor de couscous (lees even op de verpakking hoeveel dit precies is, bij mij was dit 1 op 1 met de couscous). Doe het bouillonblokje en een eetlepel harissa bij het hete water en roer door elkaar. Voeg de couscous toe en bedek met een bord of deksel. Laat dit 10 minuten wellen.

Bak intussen ook de gehaktballen gaar, eerst op hoog vuur zodat je een mooi bruine korstje krijgt, daarna wat lager zodat de ballen nog verder kunnen garen.

Als de couscous klaar is haal je hem los met een vork, zodat hij mooi ‘fluffy’ wordt.

Serveer de couscous met de gehaktballen & geroosterde pompoen en gebruikt de kruiden-yoghurt als saus om de hitte een beetje te dempen.

Smakelijk!

Homemade gnocchi met spekjes & groentes

De basis voor dit recept kreeg ik onlangs toegestuurd door Floortje Peperkamp. Uiteraard zou ik geen eigenwijze foodblogger zijn als ik het recept niet naar eigen hand zou draaien (sorry Floortje). Gnocchi (spreek uit: ‘njokkie’) is een Italiaanse pastasoort die (meestal) gemaakt wordt van aardappel. Ik ben niet opgegroeid met gnocchi, en wist tot een paar jaar geleden ook niet van het bestaan af. Onlangs kwam ik erachter dat dit komt doordat mijn moeder niet zo’n fan is van de aardappelkussentjes. Ieder zijn ding natuurlijk, maar ik (en Pim ook) was verkocht bij het proeven van dit fluffy goedje.

Ook zou ik geen foodblogger zijn als ik niet eerst zelf zou proberen de gnocchi te maken. Zo moeilijk bleek dit niet te zijn namelijk! Maar mocht je nou niet zo’n experimentele koker zijn, of simpelweg geen zin of tijd hebben, dan kun je natuurlijk stiekem ook kant en klare gnocchi gebruiken. Dit recept serveert de gnocchi met groentes, spekjes en een roomsausje maar je kunt elk type pastasaus, groente en vlees/vis erbij serveren wat jij maar lekker vindt.

Bereidingstijd: ~30 min (+20min kooktijd)        Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • 500 gram kruimige aardappel
  • 200 gram bloem
  • 1 ei
  • 2 witte uien
  • 1 courgette
  • bakje kastanjechampignons
  • bakje spekreepjes
  • bakje Boursin Cuisine
  • italiaanse kruiden
  • verse basilicum
  • peper en zout

Stappenplan:

Schil de aardappels en kook ze in ongeveer 20min gaar in voldoende water met een snuf zout. Ze zijn gaar als je er makkelijk met een vork doorheen prikt.

Giet de aardappels af en prak ze fijn. Idealiter doe je dit met een pureeknijper, voor de luchtigste gnocchi. Maar als je die niet hebt kun je het ook met een stamper doen. Laat dit ietsje afkoelen.

Klop het ei los in een kommetje en giet dit bij de aardappel. Roer direct door indien je aardappels nog wat warm zijn zodat het ei niet gaat stollen. Meng ook beetje bij beetje 150 gram van het bloem erbij en meng door elkaar. Er zal langzaam een deeg ontstaan.

Strooi wat bloem op je aanrecht en doe hier het aardappelmengsel op. Kneed met je handen kort door zodat er een soepel deeg ontstaat. Mocht het deeg nog te plakkerig zijn, voeg dan wat extra bloem toe. Het deeg moet net niet meer plakkerig zijn. Ik had zelf net iets meer dan 500 gram aardappel dus ik heb nog extra bloem toegevoegd.

Snij het deeg in 4 stukken en rol elk stuk uit tot een ‘worst’ van ongeveer 1cm dikte. Snij de worst in stukjes van 2cm zodat je kleine kussentjes van ongeveer 1 bij 2 cm krijgt. Zodra je de gnocchi gaat koken zullen ze nog wat uitzetten, dus ik zou ze zeker niet groter maken dan de aangegeven maten.

Druk met een vork lichtjes op de gnocchi zodat er een kartelrandje ontstaat aan 1 kant. Leg ze op een bord waar een beetje bloem op zit zodat ze niet gaan plakken. Herhaal dit totdat al het deeg in stukjes is.

Intussen kun je vast de spekjes uitbakken in een koekenpan. Hoe krokant je ze bakt, is maar net wat je lekker vindt. Ik heb ze zelf het liefst lekker krokant. Laat ze uitlekken op een vel keukenpapier. Laat het losgekomen vet zoveel mogelijk in de pan zitten, dit kun je later gebruiken om je groentes in te bakken.

Zet ook alvast een pan op het vuur met water en een snuf zout, waar je later de gnocchi in kan koken.

Snij intussen ook alvast de courgette in blokjes/reepjes en snipper de ui. Maak de kastanjechampignons schoon en snij ze in partjes.

Verhit het overgebleven spekjesvet opnieuw en fruit hierin de ui. Voeg oom de courgette en champignons toe en bak enkele minuten aan onder af en toe roeren.

Voeg de boursin cuisine toe en roer dit door. Voeg ook, naar smaak, italiaanse kruiden & peper en zout toe. Laat dit op laag vuur verder verwarmen.

Kook intussen de gnocchi. Doe de gnocci voorzichtig beetje bij beetje in de pan met water zodat ze niet aan elkaar gaan plakken. De gnocchi zijn goed als ze boven komen drijven, dit duurt ongeveer 2-3 minuten.

Schep de gnocchi op de borden, schep er wat van de saus overheen en strooi er verse basilicum op.

Smakelijk!

DIY: Muhammara

Voor wie, net als ik, de hele hype rondom hummus niet helemaal begrijpt (want stiekem vind ik hummus helemaal niet zo bijzonder lekker), heb ik hier het recept voor de perfecte alternatief. Muhammara is een Arabische dip die qua looks een beetje uitziet als rode pesto. De (hoofd-)ingredienten zijn echter vele malen gezonder dan pesto; paprika en walnoten. Hij wordt vaak geserveerd als onderdeel van een ‘mezze’ en is perfect als dip maar ook zeker op je broodje voor de lunch. Ook kun je hem serveren bij een witvisje. Het originele recept van dit gerechtje komt van Yotam Ottolenghi.

Bereidingstijd: ~30 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 2 bakjes:

  • 3 rode paprikas
  • 50 gram ongezouten walnoten
  • 50 gram paneermeel of broodkruim
  • 1 el granaatappel melasse (verkrijgbaar bij de toko)
  • 1 teen knoflook
  • 1,5 tl komijn
  • 1 el citroensap
  • 1tl chiliflakes, chilipoeder of een halve verse rode peper
  • Olijfolie
  • Zout

Extra benodigdheden:

  • vijzel of keukenmachine
  • huishoudfolie

Stappenplan:

Rooster de paprika’s totdat ze zwartgeblakerd zijn. Als je een fornuis op gas hebt kun je dit boven het vuur van een pit doen (zie foto). Het duurt ongeveer 10 minuten totdat de buitenkant goed zwartgeblakerd is. Heb je geen gasfornuis? Rooster de paprika’s dan in de oven voor ongeveer 30-35min op 200°C. Zoals je ziet op de foto heb ik 1 gewone paprika vervangen door een puntpaprika, dit was puur omdat ik de puntpaprika nog had liggen en niet wilde weggooien. Het is aan jou of jij 3 gewone of 3 puntpaprika’s neemt, het kan in principe allemaal.

Doe de paprika’s in een kom en dek deze af met huishoudfolie. Laat de paprika’s afkoelen. Hierdoor komt het zwartgeblakerde vel goed los van het vruchtvlees en kun je hem dus zometeen goed pellen.

Zodra de paprika’s zijn afgekoeld kun je ze gaan pellen. Haal het zwartgeblakerde vel van de paprika’s af. Gebruik hierbij eventueel een mesje en keukenpapier als hulp. Een klein beetje vel mag heus wel blijven zitten, als het overgrote deel maar eraf is. Als je de paprika’s goed geroosterd hebt, zou dit makkelijk moeten gaan.

Snij het binnenste van de paprika weg en snij de rest in grove stukken. Doe in de keukenmachine (of vijzel). Maal fijn. Je kunt het ook grof houden, dat is net wat je lekker vindt.

Doe ook de walnoten erbij en maal deze ook mee fijn. Mocht je een vijzel gebruiken, hak dan de walnoten van tevoren al fijn.

Meng nu ook de rest van de ingrediënten (behalve de olie) erdoor totdat je een structuur krijgt die je fijn vindt. Proef de mix, eventueel kun je wat meer granaatappelmelasse, chili of wat meer zout toevoegen.

Voeg als laatste 1 of 2 el olie toe om hem wat smeuiiger te maken.

Serveer bij een broodplankje of met toastjes of bijvoorbeeld voor de lunch op een broodje met wat frisse komkommer, tomaat en eventueel wat kaas erbij.

Smakelijk!

Laagjestaart met botercreme & aardbeien

Ik zie al tijden de prachtigste laagjestaarten voorbij komen op instagram. Tijd om er zelf ook eens een te gaan maken! En wat is nou een betere gelegenheid dan de babyshower van een van mijn beste vriendinnetjes?! De geel-roze taart op de foto’s heb ik gemaakt om te oefenen, want ik kon het risico niet lopen om hem te laten mislukken. De zoetkleurige babyroze taart is de uiteindelijke taart die ik maakte voor de babyshower. En met succes! Niet alleen ziet het er, wat mij betreft, spectaculair uit, maar hij is ook nog eens lekker!

Bereidingstijd: ~120 min (+1,5u oventijd tussendoor)        Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingredienten:

Biscuitdeeg (3 lagen):

  • 525 gram ei (ongeveer 10-12 eieren)
  • 300 gram suiker
  • 3 zakjes vanillesuiker
  • 225 gram bloem
  • 75 gram maizena

Botercreme:

  • 90 gram bloem
  • 480 ml melk
  • 400 gram ongezouten roomboter (op kamertemperatuur)
  • 400 gram poedersuiker
  • 10 ml vanille extract

Extra:

  • bakje aardbeien
  • toppings naar keuze

Extra benodigdheden:

  • springvorm van 22cm
  • bakpapier
  • boter om in te vetten
  • mixer of keukenmachine
  • paletmes of iets anders om mee glad te strijken

IMG_5300-8

Stappenplan:

Ervan uitgaande dat je niet, net als ik, in het bezit bent van 3 springvormen van 22cm, zul je de 3 lagen biscuitdeeg dus in 3x moeten bakken. Het is in dat geval ook beter om het deeg in 3x te maken, in plaats van alles in 1x.

Meng in een kom 175 gram eieren (3-4 eieren ongeveer) met 100 gram suiker en 1 zakje vanillesuiker. Mix dit op middelhoge stand voor ongeveer 10 minuten tot een luchtig en licht schuimig geheel.

Verwarm intussen de oven voor op 180°C.

Zeef in een andere kom 75 gram bloem met 25 gram maizena. Spatel dit voorzichtig door het ei-mengsel totdat het volledig is opgenomen.img_5133-1

Vet de springvorm in, doe een laagje bakpapier op de bodem van de springvorm.

Giet het ei-bloem mengsel in de bakvorm en bak dit af voor ongeveer 30 min. Je kunt testen of hij klaar is door een prikker in de taart te steken, deze moet er schoon uitkomen.

Als je biscuitdeeg klaar is haal je hem uit de oven en laat je hem enkele minuten in de vorm afkoelen. Haal hem daarna uit de springvorm en laat hem verder afkoelen (liefst op een rooster).

Herhaal dit alles nog 2x zodat je 3 lagen biscuitdeeg krijgt. Je kunt hier natuurlijk alvast mee aan de slag gaan terwijl je vorige biscuitlaag nog in de oven staat.

Voor de botercreme verwarm je de (liefst gezeefde) bloem met de melk in een steelpannetje op het vuur, onder constant roeren met een garde. Zodra het gaat koken draai je het vuur laag en blijf je door roeren.

Na een tijdje zul je merken dat het mengsel vanzelf dikker wordt. Zodra een houten prikker rechtop blijft staan is je mix klaar.

img_5134-2

Doe het mengsel in een kom en dek helemaal af met folie. Laat volledig afkoelen.

Klop in de keukenmachine of met een mixer de boter luchtig. Dit duurt ongeveer 15-20 minuten, je zult vanzelf merken wanneer het echt lekker luchtig is. Voeg dan beetje bij beetje ook de poedersuiker toe en klop het verder luchtig. Pas op: want het poedersuiker zal een beetje gaan stuiven.

Voeg ook het vanille extract toe en blijf mixen totdat alles goed opgenomen is.

Zodra het bloem-melkmengsel helemaal is afgekoeld doe je ook dit bij de boter. Klop dit nog minstens 5 min goed door. Wil je je botercreme een kleurtje geven, dan kun je deze nu toevoegen. Indien je met 2 kleuren wilt werken moet je de botercreme eerst verdelen over 2 kommetjes.

Snij de aarbeien in schijfjes. Nu kun je je taart gaan samenvoegen.

Leg 1 laag biscuittaart op een taartschaal en smeer hier een laagje botercreme op. Beleg dit met schijfjes aardbei.

img_5160-7

Neem een tweede laag biscuittaart en besmeer deze aan de onderkant nog met een klein laagje botercreme en leg deze (met de botercreme naar beneden) op de eerste laag.

Smeer nu weer een laag botercreme bovenop en beleg wederom met schijfjes aardbei. Herhaal nu ook de vorige stap met de 3e laag biscuittaart.

img_5162-8

Smeer nu de botercreme ook aan de buitenkant en bovenkant van de taart, om hem op die manier ‘dicht’ te strijken. Dit mag best een iets dikkere laag zijn, zodat de biscuittaart vrijwel niet meer zichtbaar is. Strijk dit glad.

Eventueel kun je hem nu even in de koeling zetten om op te stijven en kun je hem dan nog eens met een extra laag besmeren. Ik heb dat bij mijn taart niet gedaan.

img_5200-17 img_5171-11

Versier de taart vervolgens zoals je zelf wilt. Ik versier hem met aardbeien, snoepgoed, strooisels, merengue kisses (die was ik vergeten op onderstaande foto’s) en witte chocolade bark. De bark maakte ik door witte chocolade te smelten, dun uit te strijken over bakpapier, te beschilderen met cacao-verf (met behulp van een houten prikker) en te laten opdrogen. Vervolgens kun je de bark in stukken snijden of breken. De schoentjes bovenop de babyshower taart heb ik stiekem online gekocht, maar ook deze zijn denk ik wel zelf te maken met fondant bijvoorbeeld.

Smakelijk!

IMG_5299-7 IMG_5302-9

Macarons met karamel en zeezout

Macarons bestaan al veel langer dan je zou denken, want eigenlijk zijn ze pas sinds enkele jaren echt populair, maar ze bestaan al sinds de 16e eeuw! En lekker dat ze zijn! Twee krokante amandelschuimpjes die van binnen een beetje smeuiig zijn, samengevoegd met een laagje ertussen. Dat laagje ertussen kan vanalles zijn, ganache bijvoorbeeld, of botercreme. Ik koos ervoor om dat laagje te vullen met karamel en zeezout, waardoor het zoete een licht zoute tegenhanger krijgt.

Macarons zijn niet makkelijk om te maken. Als je niet heel nauwkeurig het recept volgt zullen ze gegarandeerd falen. Dit was mijn eerste poging tot macarons maken, en ik moet bekennen dat ik niet ontevreden ben over het resultaat. Enkele schoonheidsfoutjes hier en daar, maar het eindresultaat kwam wat mij betreft erg dicht in de buurt van de echte macaron die je overal op internet ziet. Door de schoonheidsfoutjes wil ik binnenkort nog een tweede poging wagen, maar ik ben wel tevreden genoeg om dit recept al met jullie te delen.

Bereidingstijd: ~40min (+30min rusttijd, 20min baktijd + 3,5u kooktijd)          Moeilijkheid (1 t/m 5): *****

Ingredienten voor ongeveer 30 macarons:

  • 300 gram amandelmeel
  • 200 gram poedersuiker
  • 2x 110 gram eiwit
  • 300 gram kristalsuiker
  • 75 gram water
  • 1 blik gecondenseerde melk
  • zeezout
  • optioneel: poederkleurstof

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine of mixer
  • spuitzak
  • suikerthermometer
  • huishoudfolie
  • bakpapier

IMG_5258 (2)

Stappenplan:

Vul een pan met water en breng dit aan de kook. Zet het blik gecondenseerde melk erin en zorg dat hij geheel onder water staat. Laat dit geheel 3,5u koken. Zorg dat het blik ten alle tijden onder water staat.

Zeef het amandelmeel en de poedersuiker samen in een kom. Voeg hier 1x 110 gram eiwit bij en roer door elkaar tot een egaal geheel (het zal een licht korrelige textuur houden, dit is niet erg). Mocht je kleurstof willen gebruiken, voeg je dit nu toe aan dit mengsel. Ik heb een heel klein beetje lavendelkleurige poeder toegevoegd.

IMG_5219 (2)

Doe in een vetvrije kom de rest van de eiwitten voor later gebruik.

Meng de suiker en water in een steelpannetje en zet dit op middelhoog vuur. Verhit dit mengsel tot een temperatuur van ongeveer 120°C. Houdt het pannetje af en toe in beweging maar roer niet met een lepel erdoor. Zodra de temperatuur van ongeveer 100°C is bereikt kun je ook al de keukenmachine aanzetten om de eiwitten op te kloppen.

Zodra het suikerwater de juiste temperatuur heeft giet je dit in een heel langzaam en dun straaltje bij de eiwitten in de keukenmachine, terwijl de keukenmachine verder klopt. Indien je geen keukenmachine hebt maar een handmixer is wellicht een tweede paar handen makkelijker om dit voor elkaar te krijgen.

Klop de eiwitten door totdat ze stijf zijn en een stuk afgekoeld zijn. Je kunt dit testen door de kom op de kop te houden. Als het eiwit in de kom blijft zitten dan is het stijf, als het eruit dreigt te vallen moet je nog even doorkloppen.

Voeg 1/3e van het eiwit aan het amandelmengsel toe en roer door elkaar met een spatel totdat er een egaal geheel ontstaat.

Schep dan de rest van het eiwit erbij en spatel dit langzaam door elkaar. Doe dit voorzichtig, totdat het een egaal en lobbig geheel is. Dek dit mengsel luchtdicht af met wat huishoudfolie en laat het 15min rusten. Ik merkte bij mezelf dat het mengsel daar net wat gladder door werd waardoor het beter te spuiten was.

Doe het mengsel in een spuitzak met grote ronde opening. Leg een bakplaat met bakpapier klaar. Optioneel kun je een beetje van het mengsel tussen de bakplaat en de hoekjes van het bakpapier doen zodat het aan elkaar plakt en het bakpapier niet meer schuift. Spuit rondjes op het bakpapier, probeer zo min mogelijk ‘piekjes’ te vormen bij het weghalen van je spuitzak. Indien dit wel te erg is, kun je dit later voorzichtig met een lepel nog gladstrijken. Zorg dat de rondjes een paar mm van elkaar verwijderd zijn, want ze zullen nog ietsje uitlopen. Ik had ze stiekem op enkele plekken iets te dicht op elkaar gedaan.

IMG_5221 (2)

Laat dit geheel minstens 30min rusten. Dat zorgt ervoor dat er een dun laagje over de macarons vormt waardoor je later het voetje zal krijgen.

Verwarm intussen de oven voor op 125°C.

Bak de macarons in het midden van de oven 10 min. Doe de deur van de oven dan 5 seconden open en bak ze weer 5 min. Doe de deur van de oven weer 5 sec open en bak ze nogmaals 5 min. Je hebt ze dan in totaal 20min gebakken.

Haal ze uit de oven en laat ze goed afkoelen.

Verdeel een lepel van de caramel over een macaron-helft, doe er een klein beetje zeezout op en druk er een andere macaron tegenaan. Herhaal dit totdat al je macaron-helften op zijn.

Smakelijk!

IMG_5245 (2)

Pulled cola chicken op turks brood

Een tijd geleden maakte ik al pulled pork, die overigens ook echt om te smullen is. Maar wist je al dat je ook pulled chicken kan maken? En wist je ook dat pulled chicken zo klaar is, en niet net als pulled pork uren moet garen?

Ik maakte de pulled chicken met cola. Ik heb voor het eerst van cola kip gehoord toen ik inmiddels 8 jaar geleden in Australie was voor een stage. Mijn Chinese huisgenootje vertelde mij erover en ik verklaarde haar voor gek, want wie gebruikt er nou cola bij het koken?

Inmiddels had ik er al vaker van gehoord en al meerdere watertandende foto’s gezien, maar ik had het nog nooit zelf gemaakt. Dus toen ik besloot pulled chicken te maken besloot ik dan ook gelijk maar een keer een cola kip uit te proberen. Je kunt colakip op meerdere manieren maken, je kunt ook bijvoorbeeld drumsticks in een heerlijk sticky cola-sausje steken, maar de bereiding die ik hier heb gebruikt is ook zeker een aanrader! De kip is heerlijk mals en intens van smaak.

Ik serveerde hem op turks brood voor de afwisseling, maar je kunt de kip ook in een wrap serveren, of in een salade of bijvoorbeeld een nachoschotel. Alles kan..

Bereidingstijd: ~30min          Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 4 personen:

  • 600-800 gram kippendijen
  • blikje tomatenpuree
  • 300 ml cola (+ voor de zekerheid nog iets extra’s)
  • 1 teen knoflook
  • 1 ui
  • 4 el ketjap manis
  • 2 tl speculaaskruiden
  • 3 tl paprikapoeder
  • 1 rode peper
  • klontje boter
  • turks brood (vers of afbak)
  • coleslaw
  • rucola
  • optioneel: tomaat/komkommer/ui

Extra benodigdheden:

  • pan met deksel (soort pan maakt niet zoveel uit)

Stappenplan:

Indien je afbakbrood hebt, bak het af zoals aangegeven op de verpakking.

Snipper de ui, knoflook en rode peper.

Verhit een klontje boter in een pan of ketel en fruit de ui en knoflook licht aan.

Doe de speculaaskruiden en paprikapoeder erbij en fruit ook dit even aan.

Doe de tomatenpuree en rode peper erbij en fruit ook dit even aan.

Haal de kip uit de verpakking en leg dit in de pan en bak heel kort aan.

Doe de cola en ketjap in de pan erbij en breng aan de kook. Zorg wel dat de kip helemaal onder staat en dus niet boven het vocht uit komt. Mocht dit niet het geval zijn, gebruik dan een andere pan of voeg wat extra cola toe. Draai dan het vuur laag en doe de deksel op de pan.

Laat dit ongeveer 15min pruttelen.

Haal de deksel van de pan en haal de kip eruit. Kijk voor de zekerheid of hij gaar is.

Indien gaar, kun je hem nu met 2 vorken uit elkaar ‘pullen’.

Laat intussen de saus doorkoken zodat hij inkookt en dikker wordt.

Indien de saus dik genoeg is, doe je de kip terug in de pan en roer je deze door de saus. Roer 2 minuutjes door zodat de kip ook weer helemaal warm wordt.

Heb je de saus te dik laten worden, doe er dan nog wat extra cola bij.

Serveer dit op het turks brood met een laagje coleslaw, rucola en optioneel nog extra garnituur zoals een rode ui, komkommer of tomaat.

Smakelijk!

IMG_5265 (2)

Beef Wellington

Samen met vriendinnetje en mede-kookliefhebber Manon ging ik de uitdaging aan om Beef Wellington te maken. Ik had hem zelf al een paar keer eerder gemaakt maar dat was al jaren geleden dus het is altijd even spannend om te zien of hij nog steeds goed lukt. Maar gelukt was het zeker! Ik ben zelf normaliter geen fan van rood vlees, ik weet niet precies waarom, maar ik vind het nou eenmaal niet prettig om vlees te eten dat echt nog als een dier uitziet. En voor mij ziet een biefstuk er van binnen nog teveel uit als een dier en daarom eet ik het niet graag. Maar voor deze beef wellington maak ik graag een uitzondering (Ok, ik zorg wel dat ik het kontje eet, want dat is het minste rood). Doordat je natuurlijk al begint met een stuk bief van goede kwaliteit, is het vlees natuurlijk goed van smaak en lekker mals. Maar uiteraard heeft de manier van bereiden daar ook grote invloed op. En juist deze manier van bereiden zorgt voor een heerlijk mals stukje vlees, dat door de extra ingrediënten een heerlijke & intense smaak krijgt. Lekker zo an sich, maar ook heerlijk met een rode wijnsaus bijvoorbeeld. Uiteraard staat ook deze jongen mooi op tafel tijdens een diner. Serveer bijvoorbeeld met pommes duchesse, of aardappelgratin en boontjes of een salade.

Bereidingstijd: ~ 45min (+1u15 koeltijd + 40min oventijd)        Moeilijkheid (1 t/m 5): ****

Ingredienten voor 4 personen:

  • ~600 gram Ossenhaas (of een ander goed stuk bief)
  • 400 gram kastanjepaddenstoelen
  • 1 zakje gedroogde porcini
  • 1 sjalot
  • 2 teentjes knoflook
  • peterselie
  • 2 el mosterd
  • 2 pakjes parma- of serranoham
  • 1 pakje bladerdeeg (liefst koelvers)
  • peper en zout
  • 1 el olie
  • 1 ei

Extra benodigdheden:

  • vleesthermometer
  • staafmixer met hakmolen
  • huishoudfolie

Stappenplan:

Dep het vlees droog en breng op smaak met peper en zout aan alle kanten.

Verhit een pan met de olie en schroei het vlees aan alle kanten kort dicht zodat er een bruin korstje ontstaat. Haal uit de pan en laat afkoelen. (Gooi de pan niet weg, de vleesrestjes uit de pan zijn goud waard en gebruiken we later weer!)

Was de kastanjechampignons en pel de ui en knoflook. Snij alles grof. Wel intussen ook de porcini in een bakje warm water voor enkele minuten, met zoveel water dat de porcini net onder water staat.

Doe de champignons, ui, knoflook, peterselie en porcini in de hakmolen van de staafmixer en maal fijn. Bewaar het water waar de porcini in geweld heeft.

Neem de pan waar het vlees in gebakken is en doe hier het paddenstoelen mengsel in. Verhit dit op middelhoog vuur voor een minuut of 10-15 onder regelmatig roeren, zodat het grootste deel van het vocht verdampt. Breng op smaak met peper en zout en zet daarna apart tot later.

img_5153-4

Spreid 2 vellen met huishoudfolie op de tafel, zorg dat de iets over elkaar heen liggen.

Leg hier de ham dakpansgewijs op, zodat er een groot vierkant ontstaat (zie foto).

Doe hier de mix met de paddenstoelen op en spreid uit. Smeer intussen het vlees in met de mosterd en leg op de paddenstoelenmix. Rol de ham om het vlees heen tot een pakketje. Doe dit met beleid, het moet zo strak mogelijk eromheen zitten. Gebruik de huishoudfolie om hem zo strak mogelijk te maken door de uiteindes ook zo strak mogelijk dicht te draaien. Zorg dat zoveel mogelijk lucht eruit is uiteraard. Leg dit het liefst minstens 1u in de koeling om op te stijven.

img_5163-9

Spreid het bladerdeeg uit over huishoudfolie of bakpapier. Ik gebruikte koelvers bladerdeeg, dat is 1 groot vel deeg en zit al op bakpapier. Indien je bladerdeegvellen uit de diepvries gebruikt laat je ze eerst ontdooien, je zult er ongeveer 6 nodig hebben. Leg ze daarna dakpansgewijs over elkaar heen en druk de randjes goed aan zodat je 1 grote lap krijgt (haal uiteraard eerst de folie ervanaf).

Verwarm intussen de oven voor op 180°C.

Haal de in-ham-gerolde-beef uit de koelkast en haal de folie ervanaf. Leg dit op het bladerdeeg en vouw er een pakketje van. Doe ook dit weer zo strak mogelijk, maar zorg dat je deeg niet breekt. Druk de randjes goed dicht, er mag geen lucht bij komen.

Mijn vel bladerdeeg was iets te groot dus ik heb er een beetje vanaf gesneden. Hier heb ik een soort vlecht van gedraaid en als extra versiering bovenop het bladerdeegpakketje gedaan. Je kunt natuurlijk elke versiering aanbrengen die je leuk vindt.

img_5165-10

Breek het ei in een schaaltje en klop het los met een vork. Bestrijk het bladerdeeg lichtjes met ei. Leg het pakketje nog 15min in de koeling om het deeg te rusten en bestrijk daarna nogmaals met ei.

Steek de vleesthermometer aan de zijkant in het pakketje, zorg dat de punt van de thermometer ongeveer in het midden van het vlees uitkomt.

Doe de beef wellington in de oven voor ongeveer 40 minuten. Het exacte aantal minuten is afhankelijk van je oven en de grootte van je vlees uiteraard. Indien je de thermometer gebruikt; de kerntemperatuur van je vlees moet ongeveer 52°C zijn. Als je geen thermometer hebt kun je ook zonder doen, maar dan is het wat moeilijker om het exacte resultaat te krijgen, dus dan kan het zijn dat je eindigt met een beef die net iets te rauw of te gaar is. Dat kun je helaas niet aan de buitenkant van het pakketje zien. Daarom adviseer ik toch altijd om een thermometer te gebruiken.

Laat de beef wellington een paar minuten rusten voordat je hem aansnijdt. Hoe langer je hem rust, hoe malser hij zal zijn en hoe minder bloedvocht eruit zal lopen. Max 15min rusten is voldoende. Zoals je ziet op mijn foto ben ik net ietsje te snel geweest met aansnijden waardoor er wat bloed uitliep.

img_5197-16

Serveer met rode wijnsaus en bijvoorbeeld boontjes en pommes duchesse, maar ander garnituur kan uiteraard ook.

Smakelijk!

img_5194-15

Courgettesoep met chipotle & knoflookgarnalen

Chipotle, ik ben er al een tijdje erg fan van! Het is een rode jalapeñopeper die gerookt is en komt oorspronkelijk uit Mexico. De rooksmaak geeft, naast het pittige, nog een extra smaakdimensie aan je gerecht. Hij kan snel overheersen maar als je hem met beleid gebruikt is het echt overheerlijk! De peper maakt langzaam zijn opkomst want hij is inmiddels opgenomen als poeder in het assortiment van Verstegen en dus verkrijgbaar bij de grotere supermarkten. Ik heb hem zelf gekocht bij de Sligro (in vlokken-vorm) maar ook online is hij zeker te krijgen.

Onlangs gebruikte ik de peper door hem te verwerken in deze courgettesoep, toen ik samen met vriendinnetje & mede-kookliefhebber Manon een dagje aan het koken was. In plaats van de simpele courgettesoep die we normaliter wel eens serveren, voegden we deze peper toe en wat parmezaanse kaas, waardoor de soep ineens veel intenser werd. Dat, samen met de garnaaltjes op een stokje, zorgt ervoor dat je simpele soepje ineens heel culinair lijkt. En dat terwijl de bereiding nog steeds net zo simpel is! Nou begrijp ik dat niet iedereen deze chipotle in huis heeft, dus als je toch graag deze soep wilt maken maar geen chipotle hebt, kun je ook bijvoorbeeld sambal door je soep heen doen om hem wat pit te geven.

Bereidingstijd: ~ 20min        Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 4 personen:

  • 2 courgettes
  • 1 bakje grote garnalen
  • 1 blokje bouillon naar keuze
  • 2 sjalots
  • 4 tenen knoflook
  • peper en zout
  • olie
  • parmezaanse kaas
  • Optioneel: chipotlepeper (sambal zou ook kunnen ter vervanging)

Extra benodigdheden:

  • staafmixer
  • 4 satestokjes

Stappenplan:

Pel de sjalots en knoflook en snij ze fijn. Doe de helft van de knoflook in een kommetje met een eetlepel olie. Doe de garnalen hierbij en meng even goed door elkaar. Zet apart tot later gebruik.

Snij de courgette in stukken.

Verhit een eetlepel olie in een soepketel en bak de ui, rest van de knoflook en courgette kort aan. Schenk heet of kokend water erbij totdat de courgette net onder staat. Doe ook de bouillon erbij. Laat dit geheel ongeveer 10-15min koken.

Pureer de courgette met een staafmixer, zodat je soep krijgt. Mocht je de soep te dik vinden, kun je er wat extra water bij doen.

Breng de soep op smaak met peper en zout. Optioneel kun je de soep lekker pittig maken door er chipotle pepers in te doen of wat sambal. Doe hiermee voorzichtig, het duurt even voordat de soep de pittigheid heeft opgenomen, dus proef af en toe tussendoor voordat je meer pepers toevoegt. Ik kan je dus niet een kant en klare hoeveelheid geven die je erin moet doen, dit is echt afhankelijk van je smaak.

Spies de garnalen op de sateprikkers, zodat je 4 spiesjes krijgt. Bak deze kort in een (gril)pan.

Indien je een stuk parmezaan gekocht hebt, snij dan de parmezaanse kaas in grove snippers. Ook hier is de hoeveelheid naar smaak, ik gebruikte ongeveer 5 grote snippers per kom soep.

Verdeel de soep over 4 kommen en strooi overal wat parmezaanse kaas op. Leg de spies over de rand van het kommetje.

Smakelijk!

Vis tacos met rode kool & avocado-creme

Oke, op de foto staan dan wel geen tacos, maar wraps, maar de titel vis tacos vind ik beter klinken dan vis wraps. Hoe dan ook kun je mij zowat wakker maken voor wraps of tacos, en in plaats van het ‘standaard’ gehakt of kippetje wat we er normaal in stoppen ging ik deze keer voor wraps met vis (Oke, ik loog, je kunt mij niet wakker maken voor dit eten… ik herhaal, je kunt mij NIET wakker maken.. Maar verrekde lekker is het wel!). Wie zei dat rode kool alleen in de stamppot kan? Ook rauw is rode kool heerlijk en zorgt het voor een extra crunchy element, de avocado-creme zorgt weer voor de frisheid. Deze verrukkelijke jongens zijn supersimpel om te maken en ook nog eens zo klaar. Perfect dus ook voor een doordeweekse avond na een dag zwoegen op kantoor.

Wil je liever niet frituren en een variant die wat verantwoorder is waardoor je niet morgen met een schuldgevoel weer in de sportschool staat? Je kunt natuurlijk ook een lekker visje grillen in plaats van kibbeling te frituren en je kunt ook de creme fraiche vervangen door een magere kwark of griekse yoghurt. Wil je helemaal all-out gaan, dan zijn er tegenwoordig ook wraps verkrijgbaar die gemaakt zijn van wortel of rode bietjes.

Bereidingstijd: ~ 20min        Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 4 vis tacos:

  • ca. 300 gram kibbeling of een andere vis naar keuze
  • 4 (meergranen) wraps (je kunt ook harde taco-schelpen nemen als je die liever hebt)
  • halve komkommer
  • 1 kleine witte ui
  • 1 avocado
  • 1 klein bakje creme fraiche
  • 1 limoen
  • halve rode kool of een zakje gesneden rode kool
  • 100 gram roma-tomaatjes
  • peper en zout
  • Optioneel: saus naar keuze, bijvoorbeeld knoflooksaus of sweet chili
  • Optioneel: rode peper

Extra benodigdheden:

  • frituurpan of iets om in te frituren in geval dat je voor kibbeling koos
  • grilpan

img_5129-1

Stappenplan:

In geval van kibbeling: verhit de frituurpan tot 180°C of tot de temperatuur die aangegeven staat op je pakje kibbeling. Optioneel kun je de kibbeling ook in de oven afbakken.

Ontvel en ontpit de avocado en prak hem fijn met een vork en meng met de creme fraiche tot een avocado-creme. Mijn avocado helaas nog niet helemaal rijp, waardoor ik hem niet helemaal goed geprakt kreeg. Ik heb daarom stiekem even de hulp ingeschakeld van mijn keukenmachine, met als gevolg dat de creme een beetje vreemd van structuur werd, maar daardoor zeker niet minder lekker!

Breng de avocado-creme op smaak met peper en zout en wat limoensap (hoeveelheid naar smaak). Indien je van iets pittig houdt kun je ook een rode peper fijn snijden en erdoorheen mengen, of als je geen pepertje hebt kun je ook sambal, chilipoeder of chipotle gebruiken.

Snij de komkommer, ui en de tomaat fijn, en indien je een hele rode kool hebt, snij deze dan ook in dunne repen.

Verhit intussen ook de grilpan.

Gril de wraps om de beurt lichtjes aan elke kant zodat er lichte grilstrepen zichtbaar worden. Dit duurt ongeveer 10 seconden per kant als je grilpan goed warm is.

Frituur de kibbeling zoals op de verpakking staat of totdat ze goud van kleur en krokant van textuur zijn. Laat kort uitlekken op keukenpapier. Heb je voor een andere vis gekozen, bereid deze dan bijvoorbeeld in de grilpan of in een gewone koekenpan en snij hem daarna in stukjes.

Beleg de gegrilde wraps met een laagje avocado-creme, strooi daarop de gesneden groentes en als laatste de kibbeling. Optioneel kun je nog extra saus toevoegen zoals knoflooksaus, maar ik vond dit zelf overbodig (Pim daarentegen deed er nog wat extra saus bij dus dit is echt een kwestie van smaak).

Knijp als laatste nog wat van de overgebleven limoen over de vis. Uiteraard ben je vrij om er ook nog wat lekkere verse kruiden overheen te strooien, zoals peterselie, bieslook of koriander.

Smakelijk!

img_5116-1

Curry van bloemkool en zoete aardappel

Een curry is ontzettend veelzijdig en vaak ook nog eens gezond. Vandaag ging ik voor een vegetarische curry van zoete aardappel en bloemkool, want ik ben van mening dat het niet perse nodig is om 7 dagen per week vlees te eten. Wil je toch liever vlees in je curry, dan is dit recept ook lekker door stukjes kip toe te voegen na het fruiten van de ui.

Ik ging voor gemakkelijk vandaag en koos een kant en klare boemboe (rode curry pasta). Je kunt natuurlijk ook zelf je boemboe maken, op deze website bijvoorbeeld vind je een lekker recept. Serveer je de curry alleen met rijst, ga er dan van uit dat dit recept voor 3 personen is. Serveer je er ook een salade, naanbrood of chapati bij en deze raita, dan kun je uitgaan van 4 personen.

Uiteraard kun je ook een nog slankere variant maken door de rijst te vervangen door bloemkoolrijst, dat is ‘rijst’ gemaakt door bloemkool. Je maakt dit door de bloemkool fijn te malen in een keukenmachine of te raspen. Je kunt de bloemkoolrijst vervolgens rauw eten (wel even op smaak brengen) of een paar minuten te wokken met wat olie.

Bereidingstijd: ~35 min         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 3-4 personen:

  • 2 grote zoete aardappels
  • 1 kleine bloemkool
  • 1 witte ui
  • 1 pakje boemboe rode curry
  • 4 cm gember
  • 1 citroengras
  • 1 blik kokosmelk
  • 1-2 el vissaus
  • 1 el olie
  • Optioneel: bosui
  • Optioneel: verse koriander of peterselie

Stappenplan:

Schil de ui en snipper hem. Schil ook de zoete aardappel en snij hem in blokjes van ongeveer 1-2cm.

Snij ook de bloemkool in kleine roosjes, ongeveer even groot als de zoete aardappel.

Rasp de gember fijn en hak de citroengras grof in stukken. Hak ook een paar keer op de stukken citroengras zodat hij gekneusd wordt, dan komen de smaken beter vrij.

Verhit een scheutje olie in een pan en fruit de ui en de gember. Voeg dan de boemboe toe en fruit deze ongeveer 1min mee. Doe de zoete aardappel en bloemkool erbij en bak deze ook kort mee.

Schenk dan de kokosmelk en de citroengras in de pan en roer goed door zodat de boemboe wordt opgenomen door de kokosmelk.

Doe ook de vissaus bij de curry. Doe het deksel op de pan en laat dit ongeveer 20-30 min op laag vuur pruttelen, of totdat de zoete aardappel zacht en gaar is.

Haal de deksel van de pan en laat nog 2min doorkoken zodat de saus ietsje dikker wordt. Proef de curry ook even, indien je hem liever nog pittiger wil kun je wat extra pepers of sambal toevoegen.

Serveer met gesneden bosui en koriander of peterselie en rijst.

Ook is het lekker om er een salade bij te serveren, of deze raita en naanbrood.

Smakelijk!

img_5073-1

Indiase raita

Raita is een frisse en milde yoghurtsaus uit de Indiase keuken. De frisse saus geldt als tegenhanger van de pittige curries, de ultieme afkoeling voor de hete pepers waardoor je je curry dus ook pittiger kan maken. Elk dorp, nee, elke familie zal zo zijn eigen recept hebben voor de traditionele raita, maar van origine wordt hij gemaakt met komkommer en munt. Natuurlijk kun je daarop variëren, en kun je de munt bijvoorbeeld vervangen door peterselie, dragon of dille. Maar je kunt bijvoorbeeld ook een fijngesneden tomaatje of rode ui toevoegen.

Eet hem bijvoorbeeld bij deze curry met rijst en naanbrood, maar ook als dip bij stokbrood of turks brood of tussen een wrap.

Bereidingstijd: ~ 10min        Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 1 kommetje:

  • klein potje Griekse yoghurt
  • 1/3e komkommer
  • snuf komijn
  • snuf korianderpoeder
  • snuf gemberpoeder
  • snuf chilipoeder
  • 2 el verse peterselie of munt

Stappenplan:

Schep de yoghurt in een kom en leng aan met 1 el water.

Snij de komkommer door midden en haal de zaadlijsten eruit. Eet deze op (want; extra groentjes ;))

Snij de rest van de komkommer in kleine reepjes of stukjes en doe dit bij de yoghurt.

Breng flink op smaak met peper en zout en doe er ook komijn-, gember- en korianderpoeder bij naar smaak.

Hak de verse peterselie of munt fijn en meng ook deze door de yoghurt.

Strooi als laatste chilipoeder over de raita, deze kun je er uiteraard ook doorheen roeren.

Smakelijk!

img_5081-1

Oliebollen met appel, rozijnen en venkelzaad

Het is alweer bijna 2017 en uiteraard kon ik de jaarwisseling niet voorbij laten gaan zonder de oer-Hollandse traditie die daarbij hoort; oliebollen. Je kunt ze natuurlijk op dit moment van het jaar op zowat elke markt krijgen, maar het is net zo leuk en lekker om ze zelf te maken. En ook qua moeilijkheid valt dat reuze mee. Gek genoeg kan ik me niet herinneren echt te zijn opgegroeid met oliebollen, maar gelukkig ben ik inmiddels oud en verstandig genoeg om deze traditie niet aan mijn neus voorbij te laten gaan.

Ik koos voor een variant met rozijnen, appel en venkelzaad. Ik ben vrij voorzichtig geweest met de venkelzaad omdat ik bang was dat hij zou overheersen en dat deed ie in deze hoeveelheid gelukkig niet wat mij betreft. Toch proefde je hem wel degelijk, want ik had er ook eentje gemaakt zonder en die vond ik echt wel anders smaken. Natuurlijk kun je al die gekkigheid ook weglaten en voor puur natuur gaan, of je kunt andere ingredienten gebruiken zoals banaan, cranberries of dadels. Hoe vind jij ze het lekkerst?

Bereidingstijd: ~ 40min (+60min rijstijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ongeveer 20 stuks:

  • 500 ml lauwe melk
  • 10 gram droge gist
  • 2 el suiker
  • 500 gr bloem
  • 1 ei
  • Snuf zout
  • 2 appels
  • 100 gram rozijnen
  • 1 tl kaneel
  • 2 tl venkelzaadpoeder
  • zonnebloemolie om in te bakken
  • poedersuiker

Extra benodigdheden:

  • mixer
  • frituurpan of pan met dikke bodem
  • keukenpapier
  • schone theedoek

Stappenplan:

Doe de rozijnen in een kommetje en bedek met lauwwarm water, laat ze minstens 10min wellen of totdat je ze nodig hebt later in het proces.

Zeef de bloem boven een grote kom zodat er geen klodders meer in zitten. Doe ook een snuf zout erbij.

Verwarm de melk met de suiker kort zodat hij lauwwarm is. Let op: de melk moet niet te warm zijn want dan werkt de gist weer niet, dus lauwwarm is echt noodzakelijk! Je moet er makkelijk je vinger in kunnen stoppen zonder dat je jezelf verbrand.

Doe de gist bij de melk en roer even door. Laat dit een paar minuten staan totdat er langzaam bubbels beginnen te vormen. Dat betekent dat de gist zijn werk aan het doen is.

Doe het ei en de melk bij de bloem en mix door elkaar tot een geheel.

Schil de appels en verwijder het klokhuis. Snij in kleine blokjes en doe bij de mix.

Haal de rozijnen uit het water, laat kort uitlekken en doe ook dit bij de mix, samen met de kaneel en venkelzaadpoeder. Roer goed door elkaar.

Maak de theedoek vochtig en bedek de kom hiermee. Laat dit nu ongeveer 1 uur rijzen op een warme plek (gewoon in de keuken is voldoende, maar niet in de koelkast of buiten).

Na een uur zul je zien dat het volume van de mix bijna verdubbeld is. Verhit nu de olie tot 180°C, dit kan in de frituur of in een pan met dikke bodem. In het laatste geval heb je wel een temperatuurmeter nodig.

Schep met 2 lepels of een ijsschep een bolletje van de mix en laat dit voorzichtig in de hete olie vallen. Dit gaat het makkelijkst als de lepels nat zijn. Maak ze telkens opnieuw nat bij een nieuwe bol. Eenmaal in de olie zullen ze nog iets groter worden dus neem niet teveel mix, anders krijg je oliebollen nog groter dan tennisballen.

Bak de oliebollen ongeveer 5 minuten, draai ze halverwege een keer om. Ze zijn klaar als ze goudbruin zijn van buiten, maar ze moeten van binnen natuurlijk ook gaar zijn. Dat is nog een reden om ze niet al te groot te maken, anders is wellicht je buitenkant gaar maar je binnenkant nog niet.

Laat ze uitlekken op keukenpapier en serveer met poedersuiker.

Smakelijk!

img_5093-1

Pompoen ravioli met spekjes en boter-salie saus

Zelf pasta maken is superleuk! En zo veel lekkerder dan de kant en klare pasta die je in de winkel koopt. Oke, ook ik kies heus wel eens voor de makkelijke variant maar zo af en toe in het weekend als ik de tijd heb vind ik het heerlijk om de pasta zelf te maken. Zelf gevulde pasta maken stond al een tijdje op mijn todo-lijstje. Zeker toen ik een tijdje geleden een heuse ravioli mal kado kreeg van mijn tante. Helaas bleek het gebruik van de mal wat moeilijker dan gedacht dus daar moet ik toch eens een tutorial filmpje van bekijken voordat ik het nog een keer probeer. Uiteindelijk heb ik toch nog heerlijke ravioli weten te maken door ze zelf te maken met behulp van een koekjessteker.

Uiteraard kun je ein-de-loos varieren met je raviolivulling en saus. Ik koos voor een pompoenvulling en boter-salie saus met krokante spekjes. Een vergelijkbaar gerecht heb ik een hele tijd geleden voorbij zien komen in een aflevering van Masterchef Australia en sindsdien stond het op mijn lijstje om een keer te proeven. Gezien ik het nog nergens in een restaurant was tegengekomen maakte ik daarom zelf deze ravioli-variant. En met succes! Het gerecht op de foto was het probeersel, maar die was zo goed gelukt dat ik besloot dit gerecht te serveren als tussengerecht voor ons kerstdiner. Dat was smullen! Het is even wat werk, maar dan heb je ook echt een heerlijk en uniek gerechtje! Uiteraard is dit gerechtje niet perse alleen geschikt voor het kerstdiner, maar kan dit elke dag op tafel. Uiteraard kost het wel wat tijd en moeite om de ravioli te maken, maar wat mij betreft dik waard!

Bereidingstijd: ~ 50min (+30min rusttijd + 60min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingredienten voor 4 personen:

  • 1 flespompoen
  • 4 tenen knoflook
  • 4 takjes verse salie
  • 150 gram roomboter
  • halve citroen
  • geraspte parmezaanse kaas
  • 250 gram spekreepjes
  • 400 gram bloem type 00
  • 4 eieren
  • 0,5 tl zout
  • 0,5 el olijfolie
  • 0.5 el water
  • peper en zout

Extra benodigdheden:

  • pastamachine
  • ronde steker (of een glas en scherp mesje)
  • ovenschaal

Stappenplan:

Zeef de bloem in een kom of een schoon aanrecht. Maak in het midden een kuiltje en breek daar de eieren in. Doe ook de snuf zout, 0,5 el olijfolie en 0,5 el water erbij.

Neem een vork en maak daarmee de eieren langzaam los. Neem steeds een beetje van de bloem mee met roeren. Pas op dat je de ‘bloemrand’ niet te vroeg helemaal stuk maakt, want dan loopt je ei overal heen. Pas als het geheel vaster en stroperiger wordt kun je ook je handen gaan gebruiken. Kneed alles tot een glad deeg. Kneed het deeg zo’n 10min totdat het glad en soepel is. Als je er met je duim in drukt moet het deeg langzaam weer terugveren. Is je deeg te nat (dit kan gebeuren als je eieren net wat te groot waren), doe er dan nog wat extra bloem bij. Is je deeg te droog (je eieren waren net te klein), doe er dan nog wat water bij.

Zodra het deeg een mooi, glad en soepel deeg gevormd heeft dan pak je het deeg in met huishoudfolie en leg je dit te rusten in de koelkast voor 30 minuten.

Verwarm intussen de oven voor op 180°C.

Snij de schil van de pompoen, snij ook de boven en onderkant eraf en haal de pitten eruit. Snij de pompoen dan in kleine stukjes en verspreid ze in een ovenschaal. Snij de tenen knoflook in grove stukken en doe dit bij de pompoen. Bedek de schaal met aluminiumfolie en zet dit ongeveer 1u in de oven of totdat de pompoen helemaal zacht is.

Als het pastadeeg goed gerust heeft haal je het uit de koelkast en snij je het in 4 stukken. Doe 3 stukken terug in de folie en leg even apart tot later. Zet de pastamachine klaar op de grootste stand, bij mij was dat stand 7. Haal het deeg door de machine heen en vouw 2x dubbel. Herhaal deze stap 6x.

Zet nu de pastamachine een stand kleiner en haal het deeg weer door de machine. Herhaal deze stap tot de kleinste stand. Je hebt nu als het goed is een flinke lap pastadeeg die heel dun is. Leg het deeg even apart en herhaal dit geheel ook met de andere 3 stukken deeg totdat je 4 lappen pastadeeg hebt.

Haal de pompoen uit de oven en pureer de pompoen en knoflook met een vork of staafmixer tot een papje. Breng flink op smaak met peper en zout.

Spreid 1 plak pastadeeg op het aanrecht en leg regelmatig een hoopje puree erop. Afhankelijk van de steker die je gebruikt moet je de hoeveelheid puree hierop aanpassen. Hoe groter de steker qua doorsnee, hoe meer puree je nodig hebt. De bedoeling is dat er naast de puree net een randje deeg overblijft zodat het deeg aan elkaar plakt. Zorg dus ook dat je voldoende ruimte tussen de puree-hoopjes hebt om de pasta uit te steken. Leg daarna een plak pastadeeg eroverheen en druk goed aan rondom de hoopjes puree. Steek de puree uit zodat je kleine gevulde beetjes pasta hebt. Zorg uiteraard voor dat je overal een klein randje hebt zodat de puree niet eruit komt. Druk de randjes nog eens extra goed aan voor de zekerheid.  Als je geen steker hebt kun je ook een glas gebruiken en het pastadeeg rondom het glas met een mesje uitsnijden. Eventueel kun je het resterende deel pasta opnieuw samenvoegen en door de pastamachine halen voor nog meer ravioli. Herhaal totdat je pasta of puree op is of totdat je genoeg ravioli hebt.

Verhit een koekenpan en bak hierin de spekjes krokant. Schep de spekjes uit de pan en laat ze uitlekken op een stukje keukenpapier. Probeer het vrijgekomen vet zoveel mogelijk in de pan te laten zitten.

Haal de blaadjes salie van de takjes af en snij in grove stukken.

Doe de boter bij het overgebleven vet in de koekenpan en zet het vuur laag. Zodra de boter lichtbruin kleurt doe je de salie erbij en knijp je ook wat sap van de citroen hierbij uit. Roer door elkaar. Hoeveel citroensap je toevoegt is aan jou, dat is een kwestie van smaak. Begin met een beetje want het kan al snel overheersen. Proef tussendoor of je nog meer wilt toevoegen. Breng de saus verder op smaak met wat peper en zout.

Breng intussen ook een grote pan met water aan de kook met een snufje zout erin. Kook hierin de pasta totdat ze gaar zijn, dit duurt ongeveer 4min.

Serveer de ravioli met de boter-salie saus en besprenkel met de spekjes en parmezaanse kaas, hoeveelheid naar smaak.

Smakelijk!

img_5041-3

Witte chocolade pannacotta met citroencrumble & frambozen

Sinds ik de pannacotta ontdekte een tijd geleden is het een van mijn favoriete desserts om te eten en om te maken. Ontzettend veelzijdig en absoluut niet moeilijk om te maken! Daarnaast vind ik een pannacotta altijd een plaatje op je bord!

Ik probeerde deze keer een pannacotta van witte chocolade. Qua smaak en structuur moet ik eerlijk bekennen dat ik de variant zonder chocolade wel lekkerder vind, maar voor de afwisseling is dit zeker geen verkeerde! Zeker met de fruitige coulis, frisse frambozen en krokante crumble erbij is dit weer eentje om je vingers bij af te likken.

Bereidingstijd: ~ 20min (+3u koeltijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 2 personen:

  • 250 ml slagroom
  • 1 blaadjes gelatine
  • vanille stokje
  • 80 gr witte chocolade
  • 1 groot bakje frambozen (minstens 125 gram)
  • 25 gram roomboter (kamertemperatuur)
  • 30 gram suiker
  • 40 gram bloem
  • sap en schil van halve citroen

Extra benodigdheden:

  • timbaaltjes of andere bakjes/glaasjes

Stappenplan:

Verhit de slagroom in een steelpannetje tot aan het kookpunt. Zet het vuur laag en zorg dat de slagroom niet gaat koken. Snij het vanillestokje door midden en schraap het merg eruit met een mesje. Doe dit bij de slagroom, en ook de lege stokjes. Laat dit geheel ongeveer 10min staan op laag vuur zonder te koken.

Week intussen het blaadje gelatine in een kommetje met koud water en hak de witte chocolade in kleine stukjes.

Haal de lege stokjes vanille uit de room en draai het vuur uit. Knijp het water uit de gelatine en doe het bij de room. Roer door totdat de gelatine opgenomen is. Doe ook de chocolade erbij en roer totdat de chocolade gesmolten is.

Verdeel dit over 2 bakjes/timbaaltjes en zet in de koelkast om op te stijven. Dit duurt ongeveer 2-3u.

Verhit de oven voor op 180°C.

Meng in een kom de roomboter met de suiker, bloem en sap en rasp van de citroen door elkaar. Spreid dit mengsel gelijkmatig over een met bakpapier beklede bakplaat. Bak dit in de oven voor ongeveer 8min of totdat hij lichtbruin is. Haal de bakplaat uit de oven en verkruimel het geheel boven de bakplaat. Bak dit nog eens 5-10 minuten af totdat je een krokante kruimel hebt zoals op de foto.

Verhit de helft van de frambozen in een steelpannetje met 1 eetlepel suiker en 4 el water. Zodra de frambozen kapot beginnen te gaan (na 1 min ongeveer) prik je ze kapot met een vork om ze te pureren. Zodra de frambozen goed opgenomen zijn door het water haal je het geheel door een zeef. Laat het daarna verder inkoken tot de gewenste dikte.

Haal vlak voor het serveren de pannacotta voorzichtig los door het timbaaltje kort in heet water te zetten. Stort de pannacotta op een bord en serveer met de crumble, frambozencoulis en de rest van de frambozen.

Smakelijk!

img_5044-1

Polenta frietjes met rozemarijn en parmezaan

Pure gezichtsbedrog, deze frietjes zijn geen gewone frietjes bij je bij de snackbar afhaalt. Ze zijn gemaakt van polenta, een traditioneel Noord-Italiaans bijgerecht gemaakt van het griesmeel van mais. Van oorsprong was het voedsel voor armelui, maar met dit recept staat het chique op tafel bij elk gerecht.

Is het lekker? Absoluut! Smaakt het net als gewone friet? Nee zeker niet. Het kan dus zijn dat je hersenen even wat training nodig hebben om aan dit fenomeen gewend te raken, want een echte mindfuck is het wel. Je kijkt naar frietjes maar je proeft iets heel anders, dat is erg bijzonder om te verwerken. Toch is het zeker lekker en een leuke afwisseling als bijgerecht. Uiteraard kun je ook spelen met de smaken, gebruik eens tijm in plaats van rozemarijn of serveer ze eens met een truffelmayonaise.

Bereidingstijd: ~ 20min (+30min koeltijd + 30min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 2-3 personen:

  • 250 gr polenta (oftewel: maisgriesmeel)
  • 1 flinke tak verse rozemarijn (heel fijn gehakt)
  • 1 liter kokend water
  • 50 gram parmezaanse kaas, geraspt
  • snuf knoflookpoeder
  • snuf nootmuskaat
  • snuf zout
  • Olie (sprayolie werkt het handigst)

Extra benodigdheden:

  • bakplaat (of grote ovenschaal)
  • bakpapier

Stappenplan:

Breng een steelpan met 1 liter water aan de kook. Doe de polenta erbij en kook voor 15min onder voortdurend roeren (of hoelang er op de verpakking staat). Je zult merken dat het een dikke pap wordt, dit is de bedoeling. Blijf wel af en toe roeren zodat de pap niet aan de bodem aankoekt.

Haal de pan van het vuur en voeg de rozemarijn en parmezaanse kaas erbij en roer goed door elkaar totdat de kaas gesmolten is. Breng flink op smaak met zout, een snuf knoflookpoeder en nootmuskaat.

Doe het bakpapier op de bakplaat en kiep de polenta hierin. Verdeel gelijkmatig over de bakplaat tot een laag van ongeveer 1 cm dikte. Laat helemaal afkoelen zodat het opstijft (ongeveer 30min).

Verwarm de oven voor op 200°C.

Haal het bakpapier met de polenta van de bakplaat af en let op een snijplank. Leg een nieuw schoon vel bakpapier op de bakplaat.

Snij de polenta in lange frietjes van 1×1 cm dikte. Leg de frietjes verspreid over de bakplaat, zorg dat ze elkaar zo weinig mogelijk raken en overlappen.

Spray een dun laagje olie over de frietjes (of indien je geen sprayolie gebruikt, sprenkel voorzichtig ongeveer 2 el olie zo gelijkmatig mogelijk over de frietjes heen).

Bak de frietjes ongeveer 30 min in de oven, of totdat ze krokant en goudbruin van kleur zijn. Draai ze halverwege een keer om.

Bestrooi nogmaals met zout en serveer ze met (rozemarijn)mayo.

Smakelijk!

img_5021-1