Pompoenstamppot met camembert

Het is weer het einde van de maand wat betekent dat het weer tijd is voor de maandelijkse foodblogswap. Deze pompoenstamppot met camembert is geïnspireerd door een gerecht van de blog ‘Gewoon lekker gewoon’. Op deze blog neemt Gerry je al sinds 2010 mee in haar kookavonturen. Er staan tal van gerechten op, dus het was weer lastig kiezen. Ik heb dan al gauw keuzestress (as usual), zeker als de receptenindex zo mooi geordend is. Want heb ik zin in vis? Vegetarisch? Rijst? Soep? Er staat ook tal bakrecepten op, wilde ik voor iets zoets gaan deze maand? Toen viel mijn oog op de pompoen-paprika schotel. Ja natuurlijk! Het is weer herfst dus de pompoenen kunnen weer massaal ingeslagen worden! En dat kleurtje, dat vind ik zo fijn. Het originele recept gebruikt een blauwe kaas, daar ben ik persoonlijk minder fan van. Ik verving deze dus door de camembert, en ik voegde ook onder andere de walnoten toe. Manman wat was dat weer smullen. Okee, eerlijk is eerlijk, Pim had liever wat meer vlees gewild. Ik had persoonlijk nog wat meer kookvocht toegevoegd om hem wat smeuïger te maken. Maar dat is het leuke aan recepten, het zijn guidelines en geen harde waarheden. Ben je dus een echte vleeseter, voeg dan extra spekjes toe, of serveer er een lekkere braadworst bij. Liever vega, laat dan de spekjes lekker weg. Het extra kookvocht zou ik wel toevoegen, dat heb ik ook zo in het recept opgenomen. Hier zie je welke recepten ik eerder al voor de foodblogswap maakte.

Bereidingstijd: ~ 45 min Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • 1/2 kg kruimige aardappelen
  • 1/2 pompoen
  • 3/4e rode paprika
  • 125 gram creme fraiche
  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • 125 gram spekjes
  • 1 camembert
  • 2 el walnoten
  • 2 bosui
  • 1 el honing
  • 1 bouillonblokje
  • peper & zout
  • nootmuskaat

Stappenplan:

Schil de aardappelen en snij in grove blokjes.

Snij de boven- en onderkant van de pompoen. Snij hem dan door midden en haal de pitten en draden uit het middelste gedeelte.

Snij de pompoen in blokjes.

Doe de aardappelen in een pan met ruim water en het bouillonblokje. Breng aan de kook en laat zo’n 20 minuten koken (afhankelijk van de grootte van je blokjes). Voeg de laatste 10 minuten de blokjes pompoen toe.

Maak intussen de paprika, ui en knoflook schoon en snij in blokjes. Verwarm ook de oven voor op 200°C.

Bak in een koekenpan de spekjes krokant. Laat uitlekken op keukenpapier, probeer zoveel mogelijk bakvet in de pan te houden.

Bak in het overgebleven vet de paprika, ui en knoflook aan.

Giet de aardappelen en pompoen af, maar hou een beetje kookvocht achter.

Stamp met de creme fraiche door elkaar. Dit mag grof gestampt. Voeg eventueel nog wat van het kookvocht toe om het geheel wat smeuïger te maken.

Roer de paprika mix en uitgebakken spekjes erdoorheen en breng op smaak met nootmuskaat, peper en eventueel zout (niet teveel; de camembert is ook al zout).

Lepel de pompoenstamppot in een ovenschaal.

Snij de camembert in plakken en leg deze op de stamppot. Bak zo’n 10 minuten in de oven.

Snij intussen ringetjes van de bosui en hak de walnoten grof.

Haal de ovenschaal uit de oven en schenk de honing er overheen.

Bestrooi de pompoenstamppot met de bosui en walnoten.

Smakelijk!

Paddenstoelensoep

Joehoeee, het is herfst. En dat betekent dat de paddenstoelen weer volop gaan groeien. Dus je zult vast nog wel meer paddenstoelenreceptjes voorbij zien komen de komende maanden. Wat dacht je bijvoorbeeld van deze heerlijke herfstige risotto. Ik liep op de markt en zag daar een paddenstoelenkraampje staan, ik kon het dus niet laten om een zakje van die beauties mee te nemen en ik had nou echt eens zin om er paddenstoelensoep van te maken. Ik kocht een mix van champignons, kastanje champignons, cantharellen en shiitake. Maar je kunt natuurlijk elk soort paddenstoel in deze soep doen die jij lekker vindt. Het was bij ons trouwens ook restjesdag, dus in plaats van room gebruikte ik een restje creme fraiche door de soep. Dat kan namelijk hartstikke goed als vervanger van room! Je zou bijvoorbeeld ook eens mascarpone door de soep kunnen doen, net wat je in huis hebt, als het maar romig is. Qua bouillon gebruikte ik groentenbouillon maar je kunt ook heel goed paddenstoelenbouillon of zelfs kippenbouillon nemen. Ik pureerde de soep alleen en liet het daarbij. Daardoor was de soep ietsje grover dan hoe je hem uit de winkel gewend bent. Ik hou daar wel van zelf. Wil je echt een supersmooth, gladde soep, dan kun je hem beter even zeven. Bedenk wel dat je door het zeven kostbare stukjes voedingswaarde achterlaat in de vorm van inieminie stukjes paddenstoel. Serveer met wat lekker brood als voorgerecht of zelfs als hoofdgerecht met een lekker kaasplankje erbij. Nom!

Bereidingstijd: ~ 25 min Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 350 gram gemengde paddenstoelen
  • 1 witte ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 bouillonblokje (paddenstoel/groenten/kip)
  • 1 el tijm
  • 600 ml water
  • 100 ml room
  • peper
  • olie

Stappenplan:

Pel en snipper de ui en knoflook.

Maak de paddenstoelen schoon en snij of scheur in grove stukken.

Verhit een steelpan met een scheutje olie en fruit hierin de ui en knoflook kort aan.

Voeg de paddenstoelen toe en bak de paddenstoelen mee.

Haal enkele paddenstoelen eruit en leg weg als garnering voor later.

Voeg de tijm toe, als ook het water en bouillonblokje.

Breng het geheel aan de kook en laat zo’n 10 minuten pruttelen.

Pureer de soep met een staafmixer.

Indien gewenst, kun je de soep nu zeven. Ik deed dit zelf niet want dan gaan er voedingstoffen verloren.

Voeg de room toe, naar wens kun je meer of minder gebruiken.

Breng de soep op smaak met peper.

Schenk de paddenstoelensoep in soepkommen en garneer met de overgehouden paddenstoelen.

Smakelijk!

Akki Roti met kokos en mango chutneys

Een van de redenen waarom ik een blog ben begonnen is omdat ik het heerlijk vind om mezelf uit te dagen en nieuwe dingen uit te proberen. Ik probeer zo weinig mogelijk hetzelfde te koken thuis. Uiteraard zijn er een aantal vaste winnaars in het kookrepertoire, maar ik probeer minstens een paar dagen ook iets nieuws uit. Zo probeer ik dus ook onbekende gerechten uit keukens uit. Een van die gerechten is deze; akki roti. Toen ik vorig jaar voor werk naar India moest afreizen at ik akki roti voor het eerst in de plaatselijke lunchplaats. En bij plaatselijke lunchplaats moet je je bedenken dat het oud, aftands, enigszins onproper en buitenshuis is, echt op z’n indiaas dus. Maar boh wat heb ik daar heerlijk gegeten. Geen wonder dat de lokale bevolking daar dus ook elke dag te vinden is. En je hebt een complete lunch voor 50 cent. Ik was er drie weken en stond al na week 1 bekend als ‘het Europese meisje dat altijd akki roti komt halen’. Nou, dat moest ik dus eens zelf proberen natuurlijk, want ik heb geen idee wanneer ik weer naar India mag voor werk. Het bleek niet eens zo heel moeilijk te zijn. Misschien ook omdat ik de techniek heb mogen afkijken van de experts. Maar superlekker vond ik het weer. Ok, de chutneys zijn niet exact hetzelfde als de chutneys die ik daar erbij kreeg. Maar dat ligt er meer aan dat ik geen idee heb welke smaak chutney ik daar erbij kreeg. Ik koos dus voor twee smaken die me zelf lekker leek erbij en ook nog eens gezond zijn. Een enigszins zwaar ontbijt, door het gebruik van olie. Maar wel een ontzettend lekker ontbijt. En je hebt gelijk al een deel van je groentes binnen. Ik gebruikte groene chilis in dit recept, die ik kocht bij de AH. Deze chilis zijn heel mild dus je kunt er makkelijk enkele van gebruiken. De hoeveelheden die ik hier gebruikt heb zorgden er in elk geval niet voor dat mijn mond in de fik stond, dus ik als je van pittig houdt kun je er nog wat extra bij doen.

Bereidingstijd: ~35 min Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingredienten voor 2 personen:

Ingrediënten akki roti (5 stuks):

  • 1 cup rijstmeel
  • 1 wortel
  • 2 groene chili
  • 1 witte ui
  • 1/4e cup dille
  • water

Ingrediënten kokos chutney:

  • 1 pakje verse kokosblokjes
  • 2 groene chili
  • 2 cm gember
  • zout
  • 1-2 el water
  • 1 el olie

Ingrediënten mango chutney:

  • 1 bakje verse mangoblokjes
  • 2 handjes ongezouten cashewnoten
  • 2 groene chili
  • 1 sjalot
  • 1/2 tl chilipoeder
  • zout

Stappenplan:

Snij de ui, wortel en groene chilis zo fijn mogelijk. Idealiter doe je dit in een keukenmachine fijnmalen.

Hak ook de dille fijn.

Voeg de groentes en dille bij het rijstmeel en voeg ook wat zout toe. Roer door elkaar.

Voeg lepel voor lepel het water toe. Ik had ongeveer 1/2e cup water nodig. Dit komt overeen met 120ml.

Meng het geheel tot een samenhangend deeg. Het deeg is relatief nat.

Neem een vel bakpapier en knip er een rondje uit ter grootte van een bord.

Neem dan een beetje van het deeg (ongeveer zo groot als een golfbal) en leg dit in het midden op het uitgeknipte bakpapier.

Druk het deeg met je handen langzaam naar buiten totdat je een platte pannenkoek hebt. Maak in het midden een gaatje.

Verhit een koekenpan met een scheut olie.

Leg de akki roti in de pan door het bakpapier op de kop in de pan te leggen, zodat het deeg de pan raakt.

Druk het geheel beetje bij beetje aan voor zo’n 10 seconden.

Haal dan voorzichtig het bakpapier van het deeg af.

Na ongeveer 1 minuut draai je de akki roti om en bak je hem aan de andere kant ook goudbruin.

Herhaal dit met de rest van het deeg.

Voor de twee chutneys maal je alle ingrediënten in een keukenmachine tot een chutney. Voeg indien nodig meer of minder water toe, totdat je de juiste consistentie hebt bereikt.

Serveer de akki roti met de twee chutneys.

Smakelijk!

Shakshuka

Shakshuka (spreek uit: sjaksjoeka) is van origine een ontbijtgerecht uit de midden-oosterse keuken. Maar schrik niet, ook als brunch, lunch, diner of zelfs nachtelijke snack doet ie het goed. Maar net waar je zin in hebt uiteraard. Ik zie shakshuka steeds meer voorbij komen op social media zoals instagram. Het werd dus mooi eens tijd dat ik er zelf eens eentje ging maken. Als basis nam ik het recept uit TLV, het nieuwste kookboek van Jigal Krant, dat boordevol met heerlijke recepten uit Tel Aviv staat. Ik zou natuurlijk geen foodie zijn als ik er niet even mijn eigen draai aan moest geven. Al is het alleen maar omdat ik simpelweg enkele kruiden niet in huis had. Ik voegde ook extra kastanjechampignons toe, want die vinden wij lekker en dan heb je net wat extra groentes nog. Ook voegde in een klein beetje salami toe, vooral omdat Pim graag wat vlees eet. Eigenlijk het enige wat echt nog overeind is gebleven van het originele recept, is de methode met de eieren. De grootste irritatie voor kookboekenauteur Jigal Krant is dat eieren vaak compleet gestolt worden geserveerd bij een shakshuka. Lekkerder is natuurlijk als het eigeel nog rauw is, zodat hij lekker als extra saus kan dienen. Dit is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd (tot voor kort moest ik ook niks hebben van rauwe eieren) dus ik bied je beide opties aan in het recept. Heerlijk met turks brood, of libanese wraps bijvoorbeeld. Wij aten het zelf als avondeten, maar zoals al gezegd kan dit elk moment van de dag. Niet moeilijk om te maken, en gewoon weer eens wat anders! Ik hou ervan. Gebruik 4-8 eieren, afhankelijk van of je dit als ontbijt of lunch en voor 2 of 4 personen maakt. De worst is optioneel, wil je het een healthier maaltje maken, kun je de worst beter weglaten.

Bereidingstijd: ~ 40 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-4 personen:

  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 2 kleine salamiworstjes (bifi worstjes, optioneel)
  • 5 tomaten
  • 2 uien
  • 1 puntpaprika’s
  • 3 tenen knoflook
  • 4-8 eieren
  • 2 tl harissa
  • 2 laurierblaadjes
  • 1/2 tl komijnpoeder
  • 1/2 tl korianderpoeder
  • 1 tl ras el hanout
  • 1 tl sumac kruiden
  • verse munt en/of peterselie
  • olie
  • peper en zout
  • brood

Stappenplan:

Snij de puntpaprika en ui in fijne blokjes. Haal het vochtige middenstuk uit de tomaat en snij de rest ook in fijne blokjes.

Pers of rasp de knoflook.

Was en snij de champignons en snij ook de salami in fijne stukjes.

Verhit een scheutje olie in een hapjespan.

Bak de salami kort aan totdat hij licht knapperig wordt.

Voeg dan de ui, paprika en champignons toe en fruit dit nog enkele minuten mee.

Voeg de knoflook toe en bak ook deze kort mee, ongeveer 1 minuutje, evenals de ras el hanout, komijn, koriander en harissa.

Daarna voeg je de tomaten en laurierblaadjes toe en breng het geheel aan de kook.

Laat op laag vuur in ongeveer 15 minuten pruttelen tot een ingedikte saus. Breng de saus op smaak met peper en zout.

Verwarm intussen de oven op 180°C.

Scheid telkens elk ei in eiwit en eigeel.

Verdeel de eiwitten grof over de saus en meng lichtjes met een lepel.

Zet dit geheel nog zo’n 5 minuten in de oven zodat het eiwit stolt. Indien je geen ovenvaste pan hebt gebruikt, doe dan het geheel in een ovenschaal.

Leg dan het eigeel erbovenop en bestrooi met sumak en de verse kruiden. Let op, hou je niet van rauw eigeel, voeg hem dan al toe voordat je pan in de oven gaat. Zoals je ziet heb ik beiden gedaan.

Serveer met brood.

Smakelijk!

Tabouleh

Gezien deze zomer echt niet normaal heet is, gooien wij regelmatig de barbecue aan. En met regelmatig bedoel ik dan minstens 1x per week, soms wel vaker. Om niet elke keer de standaard sla met komkommer en tomaat als bijgerecht te serveren, wilde ik eens variëren. Toen mijn broer een feestje organiseerde aan de Maas, waarbij we zelf ons eten moesten verzorgen, besloot ik dus eens deze tabouleh te maken en mee te nemen naar het feestje. Nou, hij viel verdomde goed in de smaak. En terecht ook, al zeg ik het zelf. Ik heb eigenlijk nooit eerder peterselie als hoofdingrediënt gebruikt. En nu vraag ik me dus af waarom niet. Vooral door het gebruik van de citroen zat er zoveel smaak aan deze salade, dat ik persoonlijk de salade lekkerder vond dan de worst van de barbecue.

Traditioneel wordt tabouleh niet met granaatappel geserveerd. Ik voegde dat zelf toe om hem iets specialer te maken, en wat mij betreft nog net ietsje geschikter als bbq-bijgerecht. Tabouleh is traditioneel gezien echt een peterselie-salade, die meestal als voorgerecht van een Libanese mezze geserveerd wordt. Je ziet veel recepten waarbij couscous gebruikt wordt, maar ook dit is niet volgens traditie. Origineel hoort er bulgur in (of bulghur). Je hebt grove en fijne bulgur, ik gebruikte fijne bulgur. Dit heeft wel veel weg van couscous hoor, dus ik begrijp de verwarring ook wel. Ik denk stiekem ook dat mijn verhouding bulgur tot peterselie ook niet geheel traditioneel was. Ik zei al, het is echt een peterseliesalade, dus van origine hoort er echt maar heel weinig bulgur in. Maar dat maakt me niks uit, het gaat erom wat ik zelf het lekkerst vindt. En dat was zeker exact zoals ie nu is!

Ohja, de salade is het lekkerst als ie op z’n verst is. Maak hem dus niet te lang van tevoren. Je kunt hem wel een dag bewaren hoor, maar je merkt dan wel dat hij ietsje in kwaliteit is afgenomen. Net als elke andere salade eigenlijk, die is altijd het lekkerst als je hem net gemaakt hebt.

Bereidingstijd: ~ 20 min Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • flinke bos platte peterselie (~150 gram)
  • half bosje munt (6 takjes)
  • 75 gram fijne bulgur
  • 2 citroenen
  • 3 trostomaten
  • 3 bosui
  • halve komkommer
  • halve granaatappel (optioneel)
  • 2 el granaatappelmelasse (evt weg te laten)
  • 3 el olijfolie
  • peper en zout

Stappenplan:

Kook de bulgur zoals aangegeven op de verpakking. Laat afkoelen.

Snij de tomaten doormidden en haal het natte vruchtvlees binnenin weg. Snij de tomaat vervolgens in kleine blokjes.

Snij de komkommer in repen en snij de zaadlijsten weg. Snij ook de komkommer in kleine blokjes.

Was de bosui, en snij ook deze in hele fijne ringetjes.

Rasp de schil van de citroenen en doe dit bij de tomaat, komkommer en bosui. Snij vervolgens de citroenen door en pers ook het sap uit voor erbij.

Voeg de olie en peper en zout toe, als ook de granaatappelmelasse. Heb je geen granaatappelmelasse, dan laat je het weg.

Haal de granaatappelpitjes uit de granaatappel door met een lepel op de harde schil van de granaatappel te slaan. Zo zul je merken dat de pitjes er vanzelf langzaam beetje bij beetje uit vallen.

Voeg de afgekoelde bulgur toe.

Snij als laatste de peterselie grof. Snij ook de munt in reepjes.

Voeg beide kruiden bij de salade en hussel alles goed door elkaar.

Proef nog een keer om te zien of je meer peper en zout moet toevoegen.

Lekker als bijgerecht bij een barbecue. Of zoals de Libanezen doen, als voorgerecht van een mezze.

Smakelijk!

Paneer kebab: Indiase vega spiesjes

YES, wat was ik blij toen ik de foodybox zomer opende en daar paneer in aantrof. Paneer is typische Indiase kaas die je tot voor kort alleen in de toko kon krijgen. En nu heeft apetina dus hun eigen paneer op de markt gebracht die je dus in de gewone supermarkt kan kopen. Ik stond dus te popelen om ermee aan de slag te gaan. Eerder al maakte ik deze paneer butter masala curry, wat echt mijn favoriete curry ever is. Nu wilde ik het over een non-curry boeg gooien, gezien het zonnetje zich flink laat zien deze zomer. Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar bij ons staat de barbecue vrijwel wekelijks aan. Om eens te variëren met de standaard worstjes en burgers besloot ik dus om paneer kebab te maken. Paneer kebab zijn Indiase spiesjes van de barbecue, wat dus een mengsel van paneer en groentjes is. De spiesjes worden gemarineerd met yoghurt en kruiden, waardoor ze licht spicy worden.

Uiteraard schoot ik zelf uit met de chilipoeder toen ik dit gerecht thuis maakte. Onze spiesjes waren dus op het randje van te pittig. Don’t worry, ik heb dit recept aangepast en er zit dus minder chili in. Als je dit gaat maken is het handig om de yoghurtmarinade tussendoor te proeven. Zo pittig als de marinade is, zo worden de spiesjes ook ongeveer. Ben je nou net als ik uitgeschoten met de chili? Dan is deze muntchutney erg lekker erbij. Ook als je niet bent uitgeschoten trouwens. En om de maaltijd compleet te maken, maakte ik voor het eerst zelf chapati’s, Indiaas brood.

Omdat er ook een oranje paprika in de foodybox zat, besloot ik deze ook aan de spies te rijgen. En omdat ik eens iets anders van de barbecue wilde dan de standaard groentjes die we altijd eten, zoals paprika, champignons en courgette, besloot ik om er eens bloemkool aan te spiesen. Bloemkool doet het heel goed met een yoghurtmarinade op de barbecue. Het wordt niet snotgaar en behoudt dus zijn crispy bite. Voor menig Nederlander wellicht een beetje spannend, want die zijn wellicht de overgekookte pap van hun moeder gewend. Maar rauwe bloemkool is echt heerlijk, dus half-rauwe (zo noem ik het maar even voor het gemak, gezien hij dus niet snotgaar is) bloemkool doet het ook goed. Maar je bent natuurlijk vrij om zelf te kiezen welke groentes je lekker vindt aan je spies. Over het algemeen zijn paprika’s en ui sowieso wel te vinden in een paneer kebab, maar met andere ingrediënten kun je variëren.

Bereidingstijd: ~ 20 min (+30m marinadetijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 spiesjes:

  • 1 pakje apetina paneer
  • halve bloemkool
  • 1 rode en 1 oranje paprika
  • 1 grote witte ui
  • 1 bakje griekse yoghurt of kwark
  • 2 cm verse gember
  • 0,5 tl chilipoeder
  • 1 tl korianderzaadpoeder
  • 0,5 tl kurkuma
  • 1 tl garam masala
  • 0,5 tl komijnpoeder
  • 1 tl kasuri methi (gedroogde fenegriekbladen, laat ze weg als je dit niet in huis hebt)
  • 2 el limoensap
  • peper en zout

Stappenplan:

Snij de paneer in grote blokjes (ik sneed er 10 uit het pak).

Snij ook de paprika’s en ui in grove stukken.

Snij de roosjes van de bloemkool af, zorg dat je redelijk grote hele roosjes overhoudt, ongeveer net zo groot als de blokjes paneer.

Meng de yoghurt met de specerijen, gember (geraspt) en het limoensap en breng op smaak met peper en zout.

Doe de groentes en paneer bij de yoghurt en meng door elkaar zodat de groentes helemaal bedekt zijn.

Laat dit een half uurtje intrekken.

Rijg de groentes en paneer aan spiesjes.

Verhit de barbecue of een grilpan en gril de spiesjes hierin in zo’n 10 minuten mooi goudbruin.

Smakelijk!

Indiase muntchutney

Deze muntchutney maakte ik als bijgerecht, of sausje, bij deze paneer kebab spiesjes en deze chapati’s. De functie van zo’n muntchutney is om de spices een beetje te temperen en je tong dus niet giga in de fik komt te staan. Zeker voor ons Hollanders kan dat nogal eens van pas komen, gezien menig kaaskop niet bestand is tegen een vleugje chili. De muntchutney is supersimpel om te maken en ik vind hem persoonlijk erg lekker. Er zijn uiteraard honderden recepten voor muntchutney te vinden. Ik heb deze gemaakt puur op basis van welke ingrediënten ik op dat moment in huis had. Natuurlijk kun je de yoghurt weglaten, en enkel water toevoegen. Of als je niet van koriander houdt, laat je deze weg. Of als je extra van pittig houdt, en dit sausje dus niet wilt gebruiken als blusmiddel, dan voeg je groene pepers toe. De groene pepers zitten in veel authentieke recepten erbij, maar dat vond ik een beetje too much. En zonder is hij net zo lekker. Het heeft ook echt gewerkt trouwens. Ik maakte de paneer spiesjes net ietsje te pittig, maar dit hielp echt de pittigheid draagbaar te maken.

Bereidingstijd: ~ 10 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

  • 1 bos verse munt
  • halve bos koriander
  • 2 cm verse gember
  • 2 tenen knoflook
  • 3-4 el griekse yoghurt of kwark
  • 2 el plantaardige olie
  • 2 el water
  • peper en zout

Stappenplan:

Haal de muntblaadjes van de takjes. Doe ze in een keukenmachine. Doe hetzelfde met de koriander. Je kunt de bovenkant van de koriandertakjes gewoon gebruiken, dus je hoeft alleen de onderkant af te snijden.

Pel en snij de knoflook grof, en doe hetzelfde met de gember.

Voeg ook de knoflook en gember toe aan de keukenmachine, als ook de olie en het water.

Mix de ingrediënten in de keukenmachine tot een gladde mix.

Haal het door een zeef zodat de blaadjes munt en koriander achterblijven en je alleen het vocht overhoudt.

Meng de yoghurt erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Smakelijk!

Indiase chapati’s

Inmiddels is het alweer 8 jaar geleden dat ik voor het eerst in India was en dus voor het eerst kennismaakte met chapati’s. Ik was destijds in het noorden van India en in mijn herinnering werden chapati’s voornamelijk gegeten door de armere bevolking. De rijkere bevolking kon zich naanbrood veroorloven. Dat nam ik sowieso voor lief, want naanbrood was veel lekkerder en stukken vetter. Inmiddels ben ik dus weer een tweede keer in India geweest en heb ik geleerd dat chapati’s door iedereen gegeten worden, arm of rijk. Ook Indiase mensen willen wel eens afwisseling natuurlijk. Hun afwisseling zit hem in rijst, chapati of naan. Uiteraard zijn ook hun curries heel gevarieerd.

Ik kreeg onlangs de foodybox zomer opgestuurd, met daarin allemaal nieuwe producten om uit te proberen. In deze box zat ook apetina paneer. YES, paneer is echt een van mijn favoriete ‘exotische’ producten. Dat je hiervoor dus nu niet meer perse naar de toko moest vond ik fantastisch. Eerder maakte ik al deze curry met paneer, wat echt mijn favo curry ever is. Deze keer besloot ik kebab-spiesjes te maken van de paneer, gezien deze zomer zo fantastisch warm is dat we minstens wekelijks de barbecue aansteken. Natuurlijk hoort er iets bij de kebab-spiesjes, en om niet weer naanbrood te maken, wilde ik dus deze keer chapati’s proberen. Ook maakte ik deze muntchutney voor erbij.

Mijn Indiase collega’s hadden me al gewaarschuwd dat het lastig is om chapati’s zelf te maken. Nou, die uitdaging wilde ik wel aan gaan. De moeilijkheid zit hem blijkbaar in het laten ‘poffen’ van het deeg. Door de manier waarop je ze gaart, eerst in de pan en daarna direct op open vuur, zorgt ervoor dat de lucht in het deeg zich uitzet waardoor je chapati helemaal opblaast als een ballon. Dat is inderdaad nogal lastig voor elkaar te krijgen zoals de echte Indiase huisvrouwen dat doen, en vergt dus nog wat extra oefening. Mijn chapati’s bliezen zichzelf wel goed op, maar niet voor 100%. Toch maakt dit het zeker niet minder lekker, en het is gewoon leuk om te doen. Zoals ik net al aangaf heb je dus wel eigenlijk een gasfornuis hiervoor nodig, omdat je de chapati’s dus heel kort boven het open vuur houdt.

Bereidingstijd: ~ 30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor ongeveer 6 chapati’s:

  • 250 gram tarwebloem
  • 150 ml water
  • 1 el plantaardige olie
  • snuf zout

Stappenplan:

Doe de bloem in een kom en meng er de snuf zout doorheen.

Voeg de olie toe als ook een scheut water.

Begin met een hand langzaam door de bloem te gaan om het water in de bloem te verwerken. Geef hiervoor niet teveel kracht, laat de ingrediënten hun werk doen. Voeg beetje bij beetje meer water toe, waarnaar je telkens verder mixt met je hand. Nogmaals, gebruik je vingers puur als mixer en ga niet lopen duwen op je deegje.

Zodra het deeg mooi samenhangend is leg je een vochtige theedoek over je deeg en zet je het 5 minuten apart. Nu gaan de gluten werken. Merk je nou dat je deeg niet mooi samenhangend wordt voeg dan wat extra water toe. Is je deeg te nat? Voeg dan wat extra bloem toe.

Na 5 minuten bestrooi je een schoon aanrecht met wat bloem en nu gaan we het deeg wel goed kneden. In zo’n 4 a 5 minuten zul je merken dat het deeg lekker elastisch wordt. Verdeel dan het deeg in 6 stukken.

Strooi opnieuw wat bloem op je aanrecht en rol elk stuk uit tot een lap van ongeveer 2 a 3mm dikte. Probeer de chapati’s zo rond mogelijk uit te rollen door het deeg telkens een kwartslag te draaien.

Verhit een koekenpan.

Leg een chapati in de koekenpan en bak ze aan elke kant ongeveer 45 seconden totdat er goudbruine vlekjes ontstaan.

Je zult merken dat er bubbels ontstaan in het deeg. Haal de chapati uit de koekenpan en leg hem op de open vlam. De luchtbellen in je chapati zullen daardoor groter worden en als het goed is zou je hele chapati als een ballon moeten opblazen. Draai nog 1x snel om boven het open vuur en klaar is kees.

Herhaal dit met alle 6 de chapati’s.

Smakelijk!

Patatas Bravas

Iedereen in Nederland heeft deze licht spicy potatoes, oftewel patatas bravas, vast wel eens gegeten in een tapas restaurant. Crispy aardappeltjes, overgoten met een licht spicy tomatensaus en een smeuïge aioli. Als je het mij vraagt is er weinig lekkerder dan dat. Supersimpel om te maken ook nog eens! Wij hielden een min-tapas avondje thuis en dus wilde ik ze eindelijk eens zelf maken. Uiteraard zijn er vele manieren waarop je dit kon doen, maar dit is de manier waarop ik het deed en ik kan je vertellen dat het goed in de smaak viel. Ohja, de hoeveelheid rode saus die je met dit recept maakt is wel teveel voor 2 personen, maar die kun je natuurlijk een volgende dag door de pasta gooien of iets dergelijks. Of als je dus meer dan 2 personen hebt, verdubbel dan alles behalve de rode saus.

Om mezelf eens uit te dagen wilde ik de aioli eens helemaal from scratch maken. Ik zie heel vaak het cheat-recept voor mayonaise voorbijkomen, vooral bij Masterchef Australia. Met die methode ben je jezelf geen afgepeigerde arm aan het roeren, maar ben je binnen 2 minuten klaar en heb je eigenlijk hetzelfde resultaat. Dit doe je door een staafmixer te gebruiken. Nou, ik dus ergens een receptje opgezocht, en jawel, er kwam iets uit dat op mayonaise leek. Maar daar bleef het ook bij wat mij betreft. Ik denk dat ik deze mayo niet lekker vond omdat er olijfolie gebruikt werd in het recept, dus ik proefde meer olijfolie dan daadwerkelijk mayonaise. Ik koos er dus uiteindelijk voor om even de makkelijke weg in te slaan, en de aioli gewoon van kant en klare mayo te maken. Want dat recept had ik wel al en is vet lekker! Maar ik ga het zeker nog een keer proberen om op die manier mayo te maken, alleen dan laat ik de olijfolie achterwege. Anyways, deze patatas bravas zullen zeker weten een hit zijn op elk tapasfeestje!

Bereidingstijd: ~ 25 min (+30min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

Aardappeltjes:

  • 400 gram vastkokende aardappeltjes
  • olie
  • 1,5 tl gerookte paprikapoeder
  • peper en zout

Rode saus:

  • 1 blik tomatenblokjes
  • 1 ui, grofgesnipperd
  • 2 tenen knoflook, grofgehakt
  • 1,5 tl gerookte paprikapoeder
  • 0,5 tl cayennepeper
  • 1 tl oregano
  • olie
  • peper en zout naar smaak

Aioli:

  • 3 el mayonaise
  • 3 tenen knoflook, uitgeperst
  • 1 el citroensap
  • 1 tl honing of agavesiroop
  • peper naar smaak

Stappenplan:

Was de aardappeltjes grondig, schillen is niet nodig. Snij ze in partjes, iets groter dan een dobbelsteen.

Breng een pan met wat water aan de kook en kook de aardappeltjes hierin zo’n 8 minuten.

Verwarm intussen de oven voor op 200°C.

Giet de aardappels af en laat ze even uitstomen in het vergiet.

Verdeel de aardappeltjes over een ovenschaal of plaat en bestrooi met wat olie en peper en zout. Hussel door elkaar zodat de hele aardappel bedekt is met een dun laagje olie.

Bak de aardappels in zo’n 30-35 minuten goudbruin, hussel ze af en toe om.

Voeg de laatste 10 minuten de paprikapoeder toe en bak deze nog 10 minuten mee.

Voor de rode saus mix je alle ingrediënten behalve de olie in een keukenmachine of blender. Mix tot een relatief gladde mix.

Verwarm een koekenpan met een klein scheutje olie en doe de tomatenmix hierin.

Breng aan de kook en laat zo’n 5-10 minuten sudderen totdat de saus ietsje inkookt.

Meng voor de aioli alle ingrediënten.

Zodra de aardappeltjes goudbruin zijn, lepel je wat van de rode saus over de aardappels. Schenk ook wat aioli op de patatas bravas en garneer eventueel met verse peterselie.

Smakelijk!

 

Mais-kaas dampers met chipotle-knoflookdip

Jonges, ik zeg het niet gauw, maar ondanks dat dit misschien niet het meest fotogenieke eten is, is dit wel echt een toppertje! Door de Keuken Kampioen werd ik uitgedaagd om een barbecue-bijgerecht met mais te verzinnen. Er doen een stuk of 10 andere bloggers mee aan de uitdaging en ik kan er een heuse Kamado barbecue mee winnen! Nou, daar wil ik natuurlijk wel mijn best voor doen! Maar een origineel barbecue-gerecht met mais, dat is nog wel pittig. Je kunt natuurlijk gewoon maiskolven grillen en daar iets leuks mee doen. Don’t get me wrong want dat is echt meeeeeegalekker! Maar origineel, mwoah. Toen ging ik nadenken over barbecuen en waande ik mij ineens zo’n 10 jaar terug in de tijd, toen ik voor studie een half jaar in Australie zat. Melbourne om precies te zijn. Wie het over Australie heeft, heeft het over barbecuen. Ofwel, ‘barbie’ zoals ze een barbecue daar noemen.

Wist je dat je daar publieke barbecues hebt? Langs de rivier, in het park, of het bos, je vindt overal wel publieke grillplaten (nee, geen kolenbarbecues helaas) die iedereen te pas en te onpas kan gebruiken. En denk je dat ik ooit ook maar één vieze publieke barbie ben tegengekomen? Nee hoor, iedereen maakt achteraf alles netjes schoon. Als student zijnde, met een heleboel andere (internationale) studenten om me heen, hebben we dus veelvuldig gebruik gemaakt van deze gratis opportunity om buiten te koken. Uiteraard vaak lekker studentikoos, met wit, voorgesneden stokbrood en kant en klare worstjes. Maar heel heel soms pakten we lekker uit. Zo maakten we ook soms ‘dampers’. Damper is echt een typisch Australisch brood dat al jaren op het open vuur, temidden de gloedhete kolen, bereid wordt. Vooral reizigers maakten het veel, omdat het simpel om te maken is en, van oudsher, maar 2 of 3 ingrediënten bevat.

Het maken van dampers is een leuke afwisseling voor het eeuwige stokbroodje kruidenboter, dat wij Nederlanders het liefst eten bij een barbecue. En het toffe is, je kunt dampers ook heel leuk samen met de kids maken. Laat de kids de bossen in gaan, op zoek naar stokken (die je natuurlijk eerst even schoonmaakt). Dan kun je daarna samen met de kids de slierten om de stokken wikkelen en op de barbecue gooien. Heb je zelfs een kampvuur, dan kun je dit brood ook als een marshmallow boven het kampvuur grillen.

Ik heb zelf geen kinderen, dus ik koos ervoor om de stokken uit het bos te vervangen door takjes rozemarijn, om net iets extra smaak te geven aan het brood. Dit is echter zo’n licht vleugje dat het echt niet erg is als je dit niet doet. Ohja, en stiekem heb ik voor de foto de rozemarijn vervangen voor verse hoor, want de rozemarijn wordt wel mee gegrild uiteraard. Dat zag er op de foto net wat minder fijn uit, dus ik heb het stiekem veranderd. Je kunt de damper ook als heel brood of kleine broodjes af te bakken, door ze in een hittebestendige schaal met deksel (bijvoorbeeld gietijzeren pan, of van die kleine ovenschaaltjes met deksel) te doen en dan temidden van de kolen te bakken. Je krijgt dan meer een echt brood, wat je vervolgens lekker in stukken kan breken. Beide manieren hebben hun voordelen, afhankelijk of je juist van de crunchy buitenkant of de zachte binnenkant houdt kun je beter voor de een of de ander kiezen.

Veelal worden dampers ‘au naturel’ gegeten, net als ons wit stokbroodje. Maar je kunt heel makkelijk smaakmakers toevoegen. Zo voegde ik dus parmezaanse kaas en mais toe. Echt een hele prettige toevoeging, al zeg ik het zelf. Zeker samen met de smeuïge, licht pittige knoflookdip erbij. Wij hebben zitten smullen hoor!

Oh, en wil je me nu echt een plezier doen? Stem dan op mij voor deze wedstrijd, want dan win ik misschien die Kamado!

Bereidingstijd: ~ 30 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

Mais-kaas dampers:

  • 4 cups zelfrijzend bakmeel
  • 30 gram roomboter (op kamertemperatuur)
  • 1 cup melk
  • 1/2 cup water
  • 1 tl zout
  • 2 tl suiker
  • 1 blikje mais (150 gram)
  • 50-100 gram parmezaanse kaas
  • optioneel: stengels rozemarijn

Chipotle-knoflookdip:

  • 2 bollen knoflook
  • 2 el mayonaise
  • 2 el griekse yoghurt
  • 1 tl chipotle kruiden
  • bieslook (naar smaak)
  • peper en zout
  • olie

Stappenplan:

Snij de bovenkant van de bollen knoflook, laat de knoflook verder ongeschild.

Scheur 2 stukken aluminiumfolie af en leg de bollen knoflook hierin.

Schenk er een beetje olie op en bestrooi met wat peper en zout en vouw de aluminium dicht als pakketjes.

Leg de bollen knoflook zo’n 45min op de barbecue (indirecte hitte). Je kunt dit eventueel ook in de oven doen op ongeveer 175°C.

Laat de bollen knoflook iets afkoelen. Pers dan de knoflook uit de schillen. Je kunt dit het makkelijkste gewoon met de hand doen door vanuit de onderkant naar de open bovenkant te drukken.

Doe de knoflook bij de mayonaise en griekse yoghurt en roer door elkaar. Indien nodig, vijzel de chipotle kruiden fijn en meng deze door de dip. Begin met een beetje chipotle kruiden en proef telkens tussendoor. Chipotle is best heftig qua smaak dus het is echt naar smaak hoeveel je nodig hebt. Knip wat verse bieslook boven de dip en roer ook dit erdoor.

Breng op smaak met peper en zout. Top af met nog wat olie, bieslook en chipotle kruiden. Zet apart tot serveren.

Voor de dampers meng je het meel met de suiker en zout in een grote kom.

Snij de boter in blokjes en wrijf deze door het meel met je handen, totdat je lichte kruimels krijgt en de boter dus enigszins verdeeld is.

Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet hier het water en de melk in.

Begin dan langzaam, net als bij pasta, het meel en het vocht te mengen, van binnen naar buiten met een vork of mes.

Langzaam zul je merken dat er echt een deegje ontstaat.

Mix dit niet de lang door, zodra het allemaal samenhangend wordt voeg je de mais (afgegoten uiteraard) en de parmezaanse kaas (geraspt uiteraard) toe. Meng dit nog een keer goed allemaal door elkaar. Mocht het deeg te nat zijn, kun je wat extra meel toevoegen. Dit kan gebeuren door het vocht in de mais, maar is echt afhankelijk van de meelsoort ook.

Nu komt het leuke gedeelte.

Wil je ‘dampers on a stick’ maken, neem dan een klein beetje deeg in je hand (iets groter dan een pingpongbal) en rol uit tot een lange sliert van ongeveer 1cm dikte.

Neem een stok, of een takje rozemarijn, en wikkel de sliert hierom heen als een wokkel.

Leg de sticks op de barbecue (direct vuur) en draai geregeld totdat de buitenkant goudbruin is. Gebeurd dat best wel snel, leg dan de sticks nog even op indirect vuur om ook de binnenkant goed te garen. In totaal ongeveer 8-10 minuten per stick om ook de binnenkant te garen.

Ga je liever voor hele broodjes, vet dan je ovenbestendige schaaltjes (van die minischaaltjes met dekseltje) in met wat olie en besprenkel met bloem. Doe een bol van het deeg in elk kommetje. Let hierbij op dat ze nog flink in volume toenemen tijdens het bakken dus doe ze niet meer dan halfvol.

Zet je schaaltjes (met deksel) op de barbecue en bak deze in zo’n 15-18 minuten gaar. De bovenkant zal omhoog komen en wat ‘bleek’ blijven, maar de onderkant zal lekker goudbruin en crispy worden. Je weet zeker of ie gaar is door er even met je knokkels op te kloppen. Klinkt ie hol, dan is het goed.

Serveer de dampers met de chipotle-knoflookdip.

Smakelijk!

Quinoa salade met pompoen, mango, falafel en harissa-yoghurt

Yes, na een maandje niet mee te hebben gedaan in verband met vakantie was het eindelijk weer tijd voor een nieuwe foodblogswap. Ik vind dat zo leuk, andere blogs afstruinen en eigenlijk altijd eindigen met keuzestress. Voor wie niet weet wat de foodblogswap inhoudt: ik krijg een ander blog toegewezen waar ik een recept van uitzoek. De bedoeling is dat ik het recept nakook maar wel een eigen draai aan geef. Uiteraard doet een ander blog exact hetzelfde met een recept van mij. Ik maakte dus deze keer deze quinoa salade voor de swap.

Ik mocht deze keer iets uitzoeken van de blog ‘De menukaart van Maart‘. Jippie, dat vind ik zo leuk! Ik heb Maartje onlangs in levende lijve ontmoet en wat is dat toch een leuke meid zeg! Toch was het ook wel een uitdaging. Maartje is veel bezig met sport en gezonde voeding, iets waar ik wel naar streef maar wat nog steeds soms heel lastig is. Bovendien is Maartje vegetarisch en zelfs grotendeels veganistisch. Zou er wel iets tussen zitten wat ik ook Pim kan voorschotelen? Ondanks dat wij zelf namelijk flexitariërs zijn (dat wil zeggen: we eten zeker een dag per week geen vlees), eet Pim toch echt nog steeds wel het allerliefste een lekker stuk vlees.

Maar goed, stiekem is dat natuurlijk ook wel wat kortzichtig, want er is zoveel lekkers te eten waar geen vlees in zit. Dus NATUURLIJK stond er iets lekkers op de blog van Maartje. Genoeg zelfs! Dus ik had nog eventjes keuzestress ook (what else?). Ik koos uiteindelijk voor haar couscoussalade met pompoen en mango. Deze keuze had meerdere redenen. Allereerst was het weer perfect voor een lekkere frisse salade, en een quinoa salade met mango schreeuwt om gegeten worden in het zonnetje. Bovendien was ik erg benieuwd naar de pompoen in de salade. Ik associeer pompoen met herfst, maar eigenlijk slaat dat nergens op. Een flespompoen groeit namelijk alleen in warme oorden en worden ze dus eigenlijk altijd geimporteerd en zijn ze dus vrijwel jaarrond verkrijgbaar. Prima, laat maar eens zien hoe lekker en fris een zomerse salade met pompoen kan zijn.

Om mijn eigen draai te geven paste ik enkele dingen aan. Wel maar kleine aanpassingen, want ik wilde wel bij het originele recept blijven. Ik verving de couscous door quinoa, omdat we dat iets liever eten (vooral Pim). De tomaatjes liet ik weg omdat ik dat eigenlijk net wat veel vond. Ik serveerde er wel een harissa-yoghurt bij, waardoor het geheel net wat smeuïger is. Hoe dan ook, wat een topper van een gerecht. Dit is echt een blijvertje, zowel Pim als ik hebben er echt van genoten. Oke, van Pim mag ik volgende keer weer vlees erin doen in plaats van falafel, maar dat is een keuze natuurlijk. Voel je vrij om de falafel te vervangen door gehaktballetjes of stukjes gekruide kip. Maar een ding is duidelijk, pompoen is ook in Juni superlekker in een zomerse salade met mango!

Bereidingstijd: ~ 30 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 100 gram quinoa
  • 1 bakje falafel
  • halve flespompoen
  • 1 rode (punt)paprika
  • 1 rode ui
  • halve mango
  • 1 klein zakje gemengde rucola sla
  • 1 zakje gemengde geroosterde pittenmix (zonnebloempitten, pompoenpitten, pijnboompitten etc.)
  • 150 gram griekse yoghurt
  • 1 tl harissa
  • 1/2 tl chilipoeder
  • olie
  • peper en zout
  • citroensap
  • optioneel: verse peterselie

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Ontdoe de pompoen van zijn schil en eventueel draderige binnenkant met pitten en snij in blokjes.

Bestrooi de blokjes met de chilipoeder, peper, zout en wat olie en hussel door elkaar.

Verdeel de blokjes over een bakplaat en bak zo’n 20-30 min. af in de oven (of airfryer).

Kook intussen de quinoa zoals aangegeven op de verpakking.

Haal de zaadlijsten uit de paprika en snij in grove stukken.

Schep de pompoenblokjes om en doe de paprika erbij voor de resterende baktijd.

Snij de ui in ringen en schil de mango. Snij de mango in plakken.

Meng intussen de griekse yoghurt met de harissa en wat peper en zout. Eventueel kun je wat verse peterselie toevoegen aan de yoghurt.

Verhit een koekenpan met wat olie en bak hierin de falafel zoals aangegeven op de verpakking.

Verdeel de sla over de borden.

Verdeel de quinoa, falafel en alle groentes over de borden en besprenkel met de pittenmix.

Schenk een klein beetje olie en citroensap over de salade en eventueel nog wat extra peper en/of zout.

Serveer de quinoa salade met de harissa-yoghurt.

Smakelijk!

Groente omelet met cottage cheese & paddenstoelen

Onlangs ontving ik van Kroon op het werk weer een foodybox. Deze keer zat hij weer bomvol met heerlijke producten. Er zat onder andere de cottage cheese van de Albert Heijn in, die bomvol eiwit zit en laag in vet en koolhydraten is. Ook zaten er twee, voor mij, hele bijzondere producten in: Eikhaas en Koraalzwam. Ik had er nog nooit van gehoord als ik eerlijk ben. De twee paddenstoelensoorten komen af van Fungi fungi en zijn o.a. verkrijgbaar bij de Hanos en op diverse markten (o.a. Noordermarkt Amsterdam). Pim en ik houden ontzettend veel van paddenstoelen dus we stonden te popelen om hier iets mee te maken. Ik ging googlen en kwam er al snel achter dat de eikhaas, ook wel maitake genoemd, in Japan veel gegeten wordt omdat het ons immuunsysteem zou verbeteren en dus helpt bij allerlei ziektes zoals diabetes en kanker. Je kunt het op veel manieren bereiden maar in Japan wordt de eikhaas blijkbaar veel gefrituurd. Dat wilde ik dus ook wel eens proberen, want paddenstoelen frituren had ik eerder bij Masterchef gezien, maar nog nooit zelf gedaan of geproefd. Uiteraard kun je hier allerlei paddenstoelen voor gebruiken, mocht je niet aan eikhaas of koraalzwam kunnen komen.

Ik had allerlei wilde plannen wat ik wilde maken met deze paddenstoelen, maar uiteindelijk is het een simpele, doch zeer smaakvolle omelet geworden. Voornamelijk omdat ik een drukke week had en dus weinig tijd om uitgebreid in de keuken te staan. Maar daar ben ik natuurlijk niet alleen in, we hebben allemaal een druk leven en dus niet altijd zin of tijd om lang in de keuken te staan. Daarom dus nu even een makkelijk gerechtje op de blog.

Ohja, ik durf het haast niet te vertellen maar als er iets is wat ik niet zo goed kan in de keuken is het een ei/omelet bakken. Ik weet niet wat dat is maar ik ben er nooit tevreden over. De groente omelet op deze foto vind ik zelf te licht van kleur. Hij had wel ietsje een goudbruiner kleurtje mogen hebben. Ook scheurde hij een klein beetje bij het dichtvouwen (oops!). Gelukkig mocht dat de smaakpret verder niet drukken, want het was hartstikke lekker. De eikhaas vond ik bijzonder lekker, de smaak is niet sterk of overheersend en wat mij zou hij prima thuispassen tussen de supermarktpaddenstoelen. De koraalzwam vond ik persoonlijk een minder groot success. Een enigszins bittere smaak, wat natuurlijk ook aan de manier van bereiden kan liggen. De cottage cheese die in de box zat is helemaal perfect. Ik hou sowieso van cottage cheese en als er dan een variant is waar meer eiwit in zit, helemaal top.

Maar toch, ondanks de bittere koraalzwam, heb ik genoten van deze maaltijd. Het vulde echt wel goed wat mij betreft en is echt een eiwitbommetje. Het zal dus in menig dieet goed thuishoren. De cottage cheese in de groente omelet maakt het lekker fris en is vele malen beter dan gewone kaas. Ook lekker als lunch natuurlijk! Ohja, en als je echt graag vlees wilt eten, dan kun je natuurlijk altijd nog wat uitgebakken spekjes toevoegen.

Bereidingstijd: ~ 20 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 4-6 eieren
  • 1 paprika (kleur naar keuze)
  • 3 bosui
  • 1 bakje groene aspergetoppen
  • 1 bakje cottage cheese
  • 1 bakje paddenstoelen naar keuze
  • peper en zout
  • olie

Stappenplan:

Besprenkel de aspergetoppen lichtjes wat olie.

Verhit een grilpan en gril hierin de aspergetoppen gaar op middelhoog vuur voor ongeveer 10 minuten. Optioneel kun je wat citroensap over de asperges doen. Breng ze op smaak met peper en zout.

Verhit een laagje olie in een klein steelpannetje en ‘frituur’ hierin de paddenstoelen licht krokant. Laat uitlekken op keukenpapier.

Snij de paprika en bosui in kleine stukjes.

Verhit een scheutje olie in een koekenpan en bak hierin de paprika en bosui enkele minuten.

Doe de eieren in een kom en kluts ze met een vork.

Giet het ei bij de paprika en bosui. Je kunt één grote omelet maken voor 2 personen, of 2 koekenpannen gebruiken, of ze één voor één bakken, wat je zelf wilt.

Bak de omelet gaar op middelmatig vuur. Hij hoeft maar net gestold te zijn. Als je dat lekkerder vindt, kun je hem nog proberen om te draaien. Ik ben geen ster in omeletjes bakken dus ik heb hem maar aan één kant gebakken.

Leg de groente omelet op een bord en bedek met een laagje cottage cheese.

Verdeel de aspergetoppen en paddenstoelen erover en breng op smaak met peper en zout.

Smakelijk!

Indische sajoer boontjes

Onlangs kreeg ik mijn ouders en schoonmoeder op bezoek en wilde ik hun trakteren op een lekker maaltje. Het maken van een Indische rijsttafel stond al heel lang op mijn to-cook-lijstje dus dit was de perfecte aangelegenheid om eens flink los te gaan in de keuken. Een van de gerechten die ik maakte waren deze sajoer boontjes. Wat mij betreft is een rijsttafel geen rijsttafel zonder deze heerlijk kruidige boontjes. Uiteraard zijn er veel verschillende recepten te vinden, net zoals bij andere authentieke gerechten. Soms gebruiken ze lastige ingrediënten die je niet zomaar in je supermarkt kan vinden. Dat wilde ik niet want ik had geen tijd meer om naar de toko te gaan. Zo kwam dit recept tot stand, ik verving producten of liet ze weg zodat ik geen ritje naar de toko hoefde te maken. Alles in dit lijstje heb ik kunnen kopen bij mijn lokale Albert Heijn. Alleen de kaffir limoenblaadjes had ik al, dus ik ben niet zeker of de supermarkt deze ook verkoopt. Eventueel kun je deze vervangen door een mix van laurierblaadjes en limoensap. Dat is zeker niet hetzelfde, maar zal wel dezelfde body aan smaak meegeven.

Hoe dan ook, deze boontjes zijn echt heerlijk van smaak. Als je geen hele rijsttafel gaat koken, zijn ze nog steeds lekker bij ‘gewoon’ rijst met kipsateetjes of rendang. Ga je toch een rijsttafel maken? Dan is deze sticky tempeh er ook mega lekker bij.

Bereidingstijd: ~25 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 3-4 personen:

  • 500 gram verse sperziebonen
  • 1 grote ui
  • 3 tenen knoflook
  • 2-3 cm verse gember
  • 1 tl laos poeder
  • 2 maggiblokjes (1 verpakking)
  • 1 el sambal
  • 1 tl trassi (garnalenpasta)
  • 1 el bruine basterdsuiker
  • 2 blaadjes kaffir limoen (djeroek poeroet)
  • 3 el kokoscreme of kokosmelk
  • peper
  • 1 el olie

Stappenplan:

Snij de topjes van de sperzieboontjes. Was ze onder de kraan.

Snipper de ui en de knoflook en rasp de gember.

Verhit een koekenpan met de olie en fruit hierin de ui, knoflook en gember in 5 minuten glazig op middelmatig vuur.

Voeg de laos, trassi en sambal toe en roer kort door.

Voeg de boontjes toe aan de koekenpan, evenals de maggiblokjes en ongeveer 250 ml heet water. Doe ook de suiker erbij.

Roer kort door elkaar zodat de maggiblokjes en suiker opgenomen worden door het vocht. Voeg de kaffir limoenblaadjes toe.

Breng aan de kook en laat dan op middellaag vuur ongeveer 10-12 minuten sudderen.

Zodra de boontjes gaar zijn, voeg je de kokoscreme of melk toe en laat je dit nog 2 minuten mee sudderen. Breng op smaak met peper en voeg eventueel nog wat extra sambal toe voor extra pit. Haal de kaffir limoenblaadjes eruit vlak voor serveren.

Smakelijk!

Sticky sambal goreng tempeh

Tot voor kort had ik nog nooit tempeh op. En afgelopen weken al 2 keer! Eerst maakte ik er fajita-chips van in dit texmex recept, hier kun je ook lezen wat tempeh is. Hier at ik het als onderdeel van een Indische rijsttafel (waarvan binnenkort meer te zien is) die ik voor mijn ouders en schoonmams maakte. Ik vind deze variant denk ik nog lekkerder dan de chips variant, omdat ik echt een sucker ben voor sticky saus gemaakt met ketjap. En het was een succes! Uiteraard had ik een rijsttafel gemaakt waar 12 man van konden eten terwijl we maar met z’n vijven waren, maar deze sambal goreng tempeh was toch zo goed als op! Ik maakte er ook deze rendang bij.

Uiteraard kun je dit ook maken als je geen rijsttafel maakt, maar gewoon als vleesvervanger met lekkere sajoer boontjes en wat rijst bijvoorbeeld. En het is niet moeilijk of veel werk!

Bereidingstijd: ~20 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • 250 gram tempeh
  • 1 grote ui
  • 2 tenen knoflook
  • 3 el ketjap manis
  • 1 el sambal
  • 1 tl laos poeder
  • 1/2 tl trassi (garnalenpasta)
  • 1 el bruine basterdsuiker
  • olie om te frituren

Stappenplan:

Snij de tempeh in kleine reepjes van ongeveer 5mm dikte.

Neem een koekenpan en bedek deze met een laag olie, ongeveer zo dik als een vingerkootje.

Verhit deze olie tot ongeveer 175°C. Frituur de tempeh in enkele minuten goudbruin. Afhankelijk van de grootte van je pan kun je dit beter in delen doen, zodat de tempeh voldoende ruimte heeft om in de olie te zwemmen.

Laat de gefrituurde tempeh op keukenpapier uitlekken.

Snipper de ui en knoflook.

Haal de meeste olie uit de pan, laat ongeveer 1 el achter.

Fruit hierin de ui en knoflook in enkele minuten glazig.

Voeg de laos en trassi toe, als ook de sambal en de suiker.

Roer kort door elkaar en voeg dan de ketjap toe. Breng dit geheel aan de kook en laat 1 minuutje koken.

Voeg dan de tempeh toe en roer door elkaar zodat de tempeh bedekt is met de saus.

Doe de sambal goreng tempeh in een schaaltje en bestrooi eventueel met verse koriander of bosui.

Smakelijk!

Boterzachte sous-vide asperges met tijm

YES, ik hou van aspergeseizoen! Je kunt nog enkele weken genieten van ‘het witte goud’ en als je ze net zo lekker vindt als ik dan moet je deze bereiding zeker een keer proberen. Deze bereiding heet ook wel ‘sous-vide’, wat in het Frans ‘onder vaccuum’ betekent. Het doel van deze manier van garen is dat je je producten vaccuum verpakt en vervolgens in een waterbad op relatief lage en constante temperatuur gelijkmatig gaart. Zo voorkom je dat je producten te gaar worden en daardoor droog. Het wordt ook veel toegepast op vlees, maar eigenlijk kun je het op elk product toepassen, zelfs in desserts. Nu gebruikt men in de professionele keuken hier ook professionele apparatuur voor; een vacumeermachine en een waterbad. Die apparaten heb ik niet, dus ik zocht een huis-, tuin-, en keukenoplossing. Dit komt natuurlijk niet helemaal in de buurt van ‘the real deal’, maar ik kan je vertellen dat het wel erg lekker is! En deze sous-vide asperges met tijm zijn weer eens wat anders dan simpel gekookte asperges.

Het idee van dit recept komt trouwens niet van mezelf. Het was nooit in me opgekomen om een sous-vide garing thuis te proberen. Onlangs was ik op bezoek bij Orcacool waar een kookdemonstratie gegeven werd door de chef van ‘Biej de tant‘, een restaurant hier in de buurt. De jonge chef, waar ik diep respect voor heb gezien hij nooit een koksopleiding gedaan heeft, demonstreerde vier prachtgerechtjes. Een van de gerechten bevatte ook deze asperges, dus de kudos gaan naar hem. Wauw wat waren die lekker zeg. Ik heb gelukkig het recept weten te ontfrutselen. Ofja, in elk geval de ingrediëntenlijst, want de hoeveelheden of verhoudingen was ik bij thuiskomst alweer glansrijk vergeten (oepsie). De chef gebruikte de combinatie asperges met tijm en rozemarijn. Dat was ook heerlijk natuurlijk maar ik koos deze keer alleen voor tijm. Natuurlijk ben je vrij om ook een mix te maken of de tijm te vervangen door rozemarijn. Koop je je asperges ongeschild, gooi dan je schillen niet weg. Dat is echt zonde! Maak er bijvoorbeeld dit lekkere soepje van.

Bereidingstijd: ~30 min (+1,5u marinade tijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingrediënten voor 2 personen:

  • ~8 witte asperges
  • 125 gram roomboter
  • 1 el balsamicoazijn
  • 1 el suiker
  • 1 el tijm (liefst verse)
  • 1 tl zout

Andere benodigdheden:

  • hersluitbare, hittebestendige plastic zak (ziplock-bag)
  • thermometer

Stappenplan:

Schil de asperges als dat nog niet gebeurd is.

Smelt de boter in een pannetje, laat hem niet bruin worden.

Voeg de suiker, balsamico, zout en tijm toe en roer door elkaar.

Doe de asperges in de hersluitbare zak en giet het botermengsel eroverheen.

Neem een grote soeppan en vul deze voor 3/4e met water.

Leg de zak met asperges voorzichtig in het water met de sluiting naar boven. Hou de sluiting boven water maar doe hem nog niet dicht.

Als je dit langzaam genoeg doet, en zelf een beetje erbij helpt, zul je merken dat de lucht uit de zak verdwijnt en je een bijna-vaccuum zak krijgt. Zodra de lucht eruit is, sluit je de zak goed.

Breng het water naar een temperatuur van 88°C.

Draai het vuur laag en laat de asperges in dit warme badje liggen voor ongeveer 1uur. Controleer af en toe of het water nog op temperatuur is. Bij mij bleef hij op laag vuur op het kleine pitje perfect op temperatuur.

Indien nodig, kun je een mok of iets dergelijks gebruiken om ervoor te zorgen dat de asperges onder water blijven.

Idealiter laat je de asperges nu een dagje (in de koeling) staan, nog steeds in de zak in het botermengsel. Dan trekken de smaken extra goed in de asperges.

Heb je dit gedaan, dan kun je vlak voor het serveren het water nogmaals naar 88ºC verwarmen en de asperges hierin in 10-15minuten opnieuw verwarmen.

Optioneel kun je ze nog kort nagrillen in een grilpan, waardoor ze een extra smaakje krijgen nog. Ik deed dit niet, omdat we honger hadden en de rest van het eten al klaar was haha.

 

Puntzak met frietjes – TexMex style

Ok, dit recept is er niet een voor elke dag. Maar het is wel een feestje op je bord en dus leuk om te maken in het weekend, zeker als je kids te eten hebt. Hoe leuk is het om een eetbaar frietzakje op je bord te hebben liggen? Ik maakte een TexMex friet variant op de friet speciaal, met een gezonde touch door frietjes van zoete aardappel te serveren met tempehchipjes, op smaak gebracht met fajita-kruiden van Santa Maria, die ik als ambassadeur ontving. Tempeh is gemaakt van gefermenteerde sojabonen. Laat dit je niet afschrikken. Dat fermenteren resulteert dus juist in een grote gezondheidsbom. Tempeh zit vol eiwitten, maar bevat ook nog een schatkist vol met vitamientjes. Een beetje googlen zal je snel op allerlei andere voordelen van tempeh wijzen, niet voor niets dus DE vleesvervangers onder de vega(n)s onder ons. En het is nog lekker en veelzijdig ook! Door de tempeh, zoals ik dat hier doe, dun te snijden en met een klein beetje olie in de oven te bakken ontstaan er een soort tempeh-chips: knapperige stukjes tempeh. Wie houdt er nu niet van knapperig eten?

Wie de voordelen van avocado (met mate) inmiddels nog niet kent, heeft denk ik onlangs onder een steen geleefd. Dus de toevoeging van de guacamole maakt ook nog eens een extra gezondheidsvoordeel. Het enige wat enigszins een vreemde eend in de bijt is, is de queso. Maar het stond al zo lang op mijn lijstje om zelf queso te maken (kaassaus) en ik vond het hier juist wel een leuke vervanging voor de mayo die je normaal bij een frietje speciaal eet. Wil je dus echt helemaal gezond gaan, dan kun je de queso beter weglaten. Want behalve dat, is dit allemaal hartstikke killerbody-proof. Geef je niks om killerbody-proof eten, dan kun je uiteraard ook de tempehchips vervangen door vlees of vis wat je wel lekker vindt, pulled pork bijvoorbeeld. Pulled chicken of gewoon gekruide kipreepjes doen het vast ook goed hierbij! Maar ik zit nog steeds in de ‘vega-texmex’ challenge, dus ik ging voor vega texmex friet deze keer.

Let wel op, ik heb voor dit recept veel de oven gebruikt. Ik heb thuis namelijk een grote oven en bovendien maakte ik dit recept niet voor 4, maar voor 2 personen en dus een kleinere portie. Heb je een kleine oven of geen oven, dan kun je de tempehchips ook in de pan bakken en de zoete aardappelfrietjes ook in de frituurpan bakken. Wel minder gezond op die manier.

Bereidingstijd: ~60 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 3-4 personen:

  • 4 volkoren tortillawraps
  • 300 gram tempeh
  • 3-4 grote zoete aardappels
  • 1 zakje fajita kruiden
  • 1 zakje guacamole kruiden
  • 2 tomaten
  • 1 rode ui
  • 2 avocado’s
  • 30 gram boter
  • 40 gram bloem
  • 300 ml melk
  • 125 gram cheddar kaas (geraspt)
  • 100 gram belegen kaas (geraspt)
  • 1 el maizena
  • 6 el plantaardige olie
  • peper en zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 220°C.

Eerst maken we de puntzakjes, want die kun je prima koud serveren.

Om de ‘puntzak’ te maken vouw je een groot stuk aluminiumfolie in een punt. Vouw de tortillawrap eromheen zodat je de vorm van een puntzak krijgt.

Meng de fajita-kruiden met 6 el olie en smeer de tortillas lichtjes in met de helft van de olie.

Leg de puntzak, met de ‘naad’ naar beneden, op een bakplaat of ovenschaal. Laat de aluminiumpunt erin zitten zodat de puntzak zijn vorm behoudt in de oven. Herhaal dit met alle tortilla’s.

Bak de puntzakjes in ongeveer 10 minuten krokant. Keer halverwege. Laat ze afkoelen buiten de oven zodat ze nog iets verder krokant worden.

Was de zoete aardappel, of schil hem (wat je lekkerder vindt, met of zonder schil kan allebei). Snij in dunne frietjes.

Meng de frietjes met 2 el olie en 1 el maizena en hussel door elkaar.

Verspreid ze over een bakplaat en bak in de oven voor ongeveer 30-40min. totdat ze goudbruin zijn. Keer halverwege om.

Snij de tempeh in hele runne repen van 1-3mm en leg ze ook op een bakplaat.

Smeer de tempehreepjes in met de rest van de fajita-olie. Bak deze in 20 minuten knapperig in de oven. Keer halverwege om.

Mocht je een te kleine oven hebben kun je de tempeh ook in de pan bakken. Gebruik dan ietsje meer olie.

Prak de avocado en doe de guacamolekruiden erbij.

Snipper de rode ui en doe ongeveer 1/3e ervan bij de guacamole.

Snij de tomaat in blokjes en voeg dit bij de overgebleven 2/3e van de rode ui. Doe er eventueel wat verse kruiden bij (bieslook/peterselie/koriander/..) en breng op smaak met peper en zout.

Nu gaan we de queso maken. Smelt de boter in een pan maar laat hem niet bruin worden.

Voeg de bloem toe en roer enkele minuten op middelmatig vuur zodat de bloem gaart.

Voeg nu beetje bij beetje de melk toe en roer telkens goed tussendoor zodat ze melk opgenomen wordt door de roux.

Voeg dan de kaas beetje bij beetje bij het melkmengsel en blijf roeren, totdat de kaas gesmolten is. Breng de queso op smaak met peper en zout.

Mocht de queso nou te dik zijn, dan kun je nog extra melk toevoegen.

Leg de puntzakjes schuin op je bord, vul ze met de texmex friet van zoete aardappel en tempeh. Doe er een lepel guacamole en queso op en bestrooi met de tomaat-ui salsa.

Serveer eventueel nog met een salade ernaast.

Smakelijk!

Gobi manchurian (Indiase bloemkool)

Enkele maanden geleden moest ik (he, wat vervelend) voor werk 3 weken naar India. Bangalore om precies te zijn. Nu was ik in 2011 al eens in India gaan reizen en dat vond ik werkelijk fantastisch, dus ik stond te springen om dat vliegtuig in te stappen. Natuurlijk ook om mijn lieve collega’s in India te zien, maar ook om weer een nieuw stukje cultuur te proeven. Want dat de cultuur anders is in Bangalore ten opzichte van waar ik in 2011 was, dat wist ik wel. Maar het was meer dan de cultuur. De architectuur is anders, de mensen zijn anders, het eten is anders. Natuurlijk ben ik zelf ook veranderd dus dat zal daar ook wel bij helpen. Hoe dan ook, ik vond het fantastisch om tijdens de lunchpauze met mijn Indiase collega’s mee te gaan naar hun lokale eettent waar een gemiddelde Nederlander niet graag dood gevonden zou willen worden. Maar ik vind dat juist heerlijk, lekker doen wat de locals ook doen. Zo gingen we in het weekend dus ook met de locals (mijn collega’s) op stap. We belanden in een kroegje, dat eigenlijk heel erg westers aanvoelde qua interieur en sfeer. Je kon dus toch heel even het getoeter van de auto’s en de mierenzwerm aan mensen vergeten als je daar binnen zat. Toch was dat de plek waar ik deze gobi manchurian voor het eerst at en wow, wat was dat lekker zeg! Heerlijk knapperige groentes met een smaakvol en pittig sausje.

Gobi manchurian kan eigenlijk op meerdere manieren geserveerd worden. Als snack, zo aten wij het dus, net zoals je in Nederland bitterballen bij je biertje drinkt. Maar je kunt het ook bij je avondmaaltijd serveren, als bijgerecht maar ook als hoofdgerecht met wat rijst of brood erbij. Ook kun je de bloemkool vervangen door bijvoorbeeld kip of mini-maiskolfjes, alles kan. Gobi is Indiaas voor bloemkool, manchurian is de naam van de saus. Dus die kun je natuurlijk prima op een ander product doen.

Ok, gobi manchurian is niet authentiek Indiaas eten. Het is eigenlijk een fusion dish van de Chinese en Indiase keuken. En dat vind ik juist NOG leuker. Waar ik altijd dacht dat vooral westerse landen aan fusion cooking deed, want wij missen toch soms een echt authentieke keuken (Nederland, Belgie, Duitsland etc), blijkt dus ook dat een land wat al zo een immens authentieke keuken heeft, toch ook aal fusion cooking doet. Ik vind het leuk.

Toen ik onlangs door Riksja Travel gevraagd werd om een vlog te maken waarin ik een werelds gerecht kook, hoefde ik niet lang na te denken natuurlijk. Dit gerecht stond al die maanden al op mijn ‘to-cook-lijstje’ (heb jij ook zo’n lijstje?) en dit was dus wat mij betreft de uitgelezen kans om het eens te maken. Het filmpje maken vond ik superleuk om te doen, hoewel het natuurlijk wel altijd raar blijft om jezelf op camera te zien (hallo, onderkin!) en jezelf te horen praten (hallo, zachte g!). Maar ik ben er stiekem toch wel een beetje trots op, mijn eerste vlog. Hopelijk vinden jullie het ook leuk! De vlog vind je hier op youtube.

Ohja, even nog wat praktische informatie. Ik frituurde de bloemkool twee keer. Net als bij frietjes bakken wordt het dan allemaal net iets knapperiger dan wanneer je het 1x langer frituurt. Natuurlijk ben je vrij om hier van af te wijken en wel 1x te frituren. Voor de mensen die niet zo van pittig houden, die kunnen natuurlijk de hoeveelheid chilipoeder en sriracha verminderen.

Bereidingstijd: ~25 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 3-4 personen:

  • 1 bloemkool
  • 80 gram patentbloem
  • 6 el maizena
  • 2 tl chilipoeder
  • 3 tenen knoflook
  • 2 cm verse gember
  • 1 groene paprika
  • 1 ui
  • 3 el sojasaus
  • 2 el appelazijn
  • 3 el sriracha
  • 3 el ketchup
  • 1 el suiker
  • olie om te frituren (e.g. zonnebloemolie)
  • peper en zout
  • koriander (ter garnering)
  • bosui (ter garnering)

Stappenplan:

Snij de bloemkool in kleine roosjes. Hoe kleiner je ze maakt, hoe knapperiger ze worden (want meer oppervlak om te frituren). Maak ze ook weer niet TE klein want dan krijg je een prutje denk ik.

Kook de bloemkool zo’n 5 minuten in water met een snuf zout. Zodra je makkelijk met een vork door de bloemkool prikt zijn ze gaar. Giet ze dan af en laat ze nog even uitstomen.

Meng intussen de bloem met maizena en de helft van het chilipoeder. Breng op smaak met peper en zout. Doe beetje bij beetje wat water bij de mix zodat je een beslag krijgt. Maak het beslag niet te dun, een beetje zoals een pannenkoekenbeslag.

Verhit de olie om te frituren (ongeveer 175°C). Ik deed zelf een laagje van 3 cm olie in een wok en frituurde de bloemkool in meerdere batches.

Doe de uitgedampte bloemkool in het beslag en meng door elkaar zodat elk stukje bloemkool wat beslag heeft.

Doe de bloemkool voorzichtig in de hete olie. Afhankelijk van de grootte van je pan moet je dit dus in delen doen.

Frituur de bloemkool zo’n 2 minuten totdat ze nog net niet bruin beginnen te worden.

Haal uit de olie en laat uitlekken op keukenpapier. Laat de olie op het vuur staan want we gaan de bloemkool zo nog een keer frituren. Wil je liever maar 1x frituren? Doe ze dan de eerste keer iets langer erin zodat ze mooi goudbruin zijn.

Snipper intussen de knoflook, gember, ui en paprika.

Verhit een scheut olie in een pan en bak hierin de knoflook, gember, ui en paprika.

Voeg de rest van de chilipoeder toe (optioneel) en bak kort mee.

Voeg dan de sojasaus, appelazijn, ketchup en sriracha toe, als ook de suiker.

Roer door elkaar en leng iets aan met water, ongeveer 3 el.

Breng de saus op smaak met peper en zout.

Proef de saus nu, is hij te pittig? Voeg dan nog wat ketchup en soja toe. Vind je hem te slap? Dan kun je nog wat sriracha toevoegen. Dit is echt smaakafhankelijk natuurlijk en mijn hoeveelheden zijn dan ook richtlijnen.

Frituur nu de bloemkool nogmaals tot goudbruin. Voeg daarna bij de saus en roer door elkaar zodat er overal wat saus zit. Je zult wellicht denken dat het te weinig saus is maar het moet niet net als pastasaus zijn. Echt maar een dun laagje overal.

Snij de bosui in dunne schijfjes.

Bestrooi de gobi manchurian met de bosui en koriander.

Smakelijk!

Nacho-style kikkererwten

Als kersverse ambassadeur van de TexMex keuken kreeg ik enkele producten van Santa Maria thuisgestuurd evenals een thema om mee te werken. Dit thema was ‘Vega Tex Mex’, gelijk een redelijk pittige opdracht natuurlijk gezien ik geen vegetariër ben. Natuurlijk eten we thuis wel vaker vegetarisch, maar vallen dan toch ook wel gauw terug op onze favorieten, zoals deze risotto. Toch kreeg ik gelijk superveel inspiratie en dus ook gelijk zin om aan de slag te gaan.

Het eerste gerecht is deze nachoschotel van kikkererwten. Ik verving de nachochips en het gehakt door kikkererwten. Ja, ik serveerde er toch een klein beetje nachochips bij voor de lekker, maar natuurlijk niet zoveel als je normaal bij een nachoschotel eet. Je kunt ook zelf tortillachips erbij maken door wraps te kruiden en in de oven krokant te bakken. Uiteraard kun je ook zelf gehakt toevoegen, of zelfs vegetarisch gehakt, zoals dat in veel nachoschotels geserveerd wordt. Maar als je het mij vraagt is dat compleet overbodig door de toevoeging van de kikkererwten. Kikkererwten zitten boordevol vezels en proteïnen en zijn dus een prima vervanging voor vlees.

De toppings die ik erbij deed, guacamole en zure room, kun je natuurlijk weglaten of vervangen als je dat lekkerder vindt. Je kunt natuurlijk ook een tomatensalsa erbij serveren of een nacho-kaassaus. Ik vond persoonlijk deze combinatie van ingrediënten echt perfect. Zelfs vriendlief vond dit een geslaagd gerecht, terwijl hij normaliter niet zo veel van kikkererwten en avocado moet hebben. Dus als dat niet de graadmeter is van de lekkerheid van dit gerecht, dan weet ik het ook niet meer.

Bereidingstijd: ~15min (+40m oventijd)    Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 2 blikken kikkererwten a 410 gram
  • 1 blikje mais a 150 gram
  • 1 zakje Santa Maria Chili con carne seasoning mix
  • 1 rode ui
  • 3 bosui
  • 2 zoete puntpaprika
  • 200 gram cherrytomaatjes
  • 100 gram geraspte kaas
  • 4 el verse koriander
  • 1 el olie
  • 2 rijpe avocado’s
  • 1 zakje Santa Maria guacamole dipmix
  • 1 bakje zure room

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Spoel de kikkererwten af onder de kraan en laat uitlekken.

Snij de tomaatjes door midden en de paprika in reepjes.

Snipper de rode ui.

Doe de kikkererwten met de tomaten in een kom en bestrooi met de chili con carne seasoning mix en de olie.

Verspreid de kikkererwten en tomaten op een bakplaat en bak af in de oven voor ongeveer 40 minuten.

Voeg na 15 minuten de paprika en rode ui toe op de bakplaat en hussel de kikkererwten door elkaar.

Maak intussen de guacamole door de avocado’s te prakken en te mixen met de guacamole seasoning mix. Voeg de resterende ui toe en roer door elkaar.

Snij intussen de bosui in reepjes en laat de mais uitlekken.

Snij ook de koriander grof.

Voeg de laatste 5 minuten de mais, bosui, koriander en kaas toe aan de kikkererwtenmix zodat de kaas lekker kan smelten over het geheel.

Haal de kikkererwtenmix uit de oven en verdeel over borden.

Serveer met de guacamole en zure room.

Smakelijk!

 

Paneer butter masala

Ongeveer 2 maanden geleden zat ik voor werk 3 weken in India, Bangalore om precies te zijn. Doordeweeks werd er hard gewerkt maar in het weekend was er natuurlijk tijd om iets leuks te doen. Wat doe je dan als foodie zijnde? Juist, een kookworkshop volgen. Via google vond ik een vrouw die al 15 jaar kookworkshops geeft in Bangalore en meldde me aan voor de workshop Noord-Indiase curries en broden. Ik kwam aan bij een vrouwtje thuis en in een piepklein keukentje gaf zij haar workshops aan kleine groepjes mensen. We leerden 3 verschillende broden te maken, waaronder dit naanbrood. We leerden ook 3 curries te maken, waaronder deze paneer butter masala. En blij dat ik was! Paneer butter masala is namelijk echt mijn lievelingscurry uit India! En nu kan ik hem zelf maken! En dat naanbrood is ook echt goddelijk lekker. Ik heb dus inmiddels al 2x deze gerechten gekookt sinds ik terug ben en de 3e keer staat alweer gepland. Zo ontzettend lekker.

Paneer is een Indiase kaas. De meeste toko’s zullen hem wel verkopen, maar je kunt hem ook vrij makkelijk zelf maken. Dit heb ik echter zelf ook nog niet gedaan, maar als je googled kom je snel tot het recept. Ook zie je in dit recept het gebruik van kashmiri chili en kasuri methi. Kashmiri chili is een hele milde chilipoeder, welke meer zoet is dan pittig als je het mij vraagt. Hij is goed te vervangen door paprikapoeder ook, maar mocht je toch naar de toko gaan voor paneer, zou ik zeker een bakje hiervan meenemen. Kasuri methi zijn gedroogde fenegriekbladen. Ik ben al heel lang fan van fenegriek en fenegriekkaas ligt dan ook regelmatig in onze koelkast. Echter, kende ik enkel de fenegriekzaden en had ik nog niet eerder gehoord dat ook de bladeren gebruikt worden. Ze zijn licht bitter en lekker kruidig en dus een fijne toevoeging van elke curry. Voeg het wel pas op het allerlaatste toe om de beste smaak te behouden. Heb je geen kasuri methi, dan kun je het beter weglaten dan proberen te vervangen denk ik. Je kunt de curry natuurlijk ook serveren met rijst in plaats van naan, of kant en klaar naan. Toch zal ik zelf altijd de voorkeur geven aan homemade naanbrood, want dat is zooooo lekker. Maak je nou verder nog meer (bij)gerechten, dan is deze curry wel voldoende voor 4 of meer personen. Is dit echt je hoofdgerecht, dan zou ik uitgaan van 2-3 personen.

Wil je nou geen vegetarische curry voorschotelen, dan kun je hem ook met kip maken in plaats van paneer. Je krijgt dan butter chicken curry. Dit gaat echter net iets anders. De kip marineer je in griekse yoghurt met chilipoeder, garam masala, gember, knoflook en limoensap voordat je hem bakt. De kip gril je vervolgens in een pan en voeg je toe aan de saus net voordat je ook de room toevoegt. Verder is het recept dus helemaal hetzelfde. Dit is de iets lichtere curry die je op de foto ziet, maar ik heb deze verder niet uitgewerkt op de blog. Niet getreurd, ik krijg zeer snel nog een recept toegestuurd van een overheerlijke chicken curry die hier ook op lijkt. Deze curry maakte een Indiase collega voor me toen hij in Nederland op bezoek was. Deze zal ik dan uitwerken en ook op de blog zetten.

Terug naar deze curry, want waar ik misschien nog wel het meest trots op ben is dat ik onlangs mijn Indiase manager en nog 4 andere Indiase collega’s thuis uitnodigde, toen zij tijdelijk in Nederland waren. Eerst wilde ik risotto maken, omdat ik daar goed in ben en dit voor hen natuurlijk geen alledaagse kost is. Maar ze drongen er zo op aan dat ik curry maakte dat ik toch een poging ging wagen om aan hun verwachtingen te voldoen. En jawel hoor, blown away waren ze. Helemaal perplex dat iemand die net 2x in India is geweest en 1x een workshop heeft gedaan, nog beter curry kan maken dan zijzelf. Okee, fair enough, ze zijn allemaal getrouwd en hoeven dus thuis nooit zelf te koken. Maar dan nog, dat vond ik wel echt een bijzonder compliment!

Bereidingstijd: ~40 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-3 personen:

  • 250 gram paneer (te koop bij de meeste toko’s)
  • 2 grote uien of 3 kleine
  • 140 gram tomatenpuree
  • 2 tl suiker
  • 3 el boter
  • 1 el olie
  • 2 cm verse gember
  • 3 tenen knoflook
  • 3 el ongezouten cashewnoten
  • 1,5 tl kashmiri chili poeder of paprikapoeder (kashmiri chili is zoet en is te koop bij de toko, maar prima vervangbaar door paprika)
  • 1 el kasuri methi (gedroogd fenegriekblad, te koop bij de toko of online)
  • 3 el kookroom of creme fraiche
  • zout
  • optioneel: verse koriander

Extra benodigdheden:

  • keukenmachine

Stappenplan:

Pel de ui, snij grof en maal daarna fijn in de keukenmachine.

Pers of rasp de knoflook en gember samen en meng door elkaar. Snij de paneer in blokjes.

Hak de cashewnoten grof en doe in een keukenmachine. Bedek met een laagje water, totdat de cashews net niet helemaal onder staan. Meng met de keukenmachine tot een pasta.

Verhit de olie en boter in een koekenpan.

Voeg de ui met een snufje zout toe. Zout bij de ui zorgt ervoor dat de uien sneller gaar en bruin worden. Bak de uien op middelmatig vuur totdat ze lichtbruin worden, dit kan best even duren, zeker 10-20minuten.

Voeg het gember-knoflookmengsel toe en bak ook dit voor 2 minuten mee.

Voeg de kashmiri chili of paprikapoeder toe en bak 1 minuut mee.

Nu ga je de tomatenpuree en suiker toevoegen en dit doorkoken totdat de olie weer opnieuw vrij komt. Dit duurt zo’n 5 minuten.

Voeg de cashewnoot-pasta toe en ook 250 ml water. Roer door elkaar en kook kort door totdat de saus ietsje dikker geworden is, ongeveer 2 minuten.

Voeg de kasuri methi en blokjes paneer toe en roer door elkaar.

Draai het vuur laag of uit en voeg nu de room toe. Naar smaak kun je meer of minder room gebruiken.

Garneer met verse koriander en serveer met rijst of naanbrood.

Smakelijk!

Healthy banana pancakes van kikkererwtenmeel

Healthy banana pancakes. Je ziet ze heel veel wanneer je actief bent op instagram bijvoorbeeld. Maar ze zijn dan ook ontzettend yummy! En je kunt er eindeloos mee variëren. Ik wilde ze nog gezonder maken, en verving daarvoor normaal bloem of speltbloem door kikkererwtenmeel. Dit meel is gemaakt van kikkererwten (duh!) en zit maar 44 gram koolhydraten in, ten opzichte van 72 gram in patentbloem. Dat is nogal een significant verschil, niet waar? En voor wie niet van kikkererwten houdt, niet getreurd. Je proeft het helemaal niet! Pim zegt ook altijd dat hij niet van kikkererwten houdt, maar hij at dit toch zo snel op alsof zijn leven ervan af hing (niet wetende dat dit met kikkererwtenmeel gemaakt was).

Qua toppings kun je natuurlijk ook vanalles kiezen. Ik koos zelf voor vers fruit en maple syrup. Maar je kunt ook noten gebruiken, of chocolate chips of kokossnippers. Vooruit, het is me teveel gedoe om dit elke ochtend te gaan maken, want een simpele cracker is natuurlijk ook lekker en veel sneller. Maar zo af en toe, op een luie zondag, is dit heerlijk om de dag mee te beginnen! Hoe eet jij je pancakes het liefst?

Ohja, ik heb wederom een recept met cupmaten neergezet. Eerder gaf ik al aan dat het wel erg handig is om maatschepjes te hebben als je veel bakt. Dan hoef je namelijk niet lastig te gaan doen met de weegschaal. Je ziet dat ik de maten ook in ml/gram erbij gezet heb, en dat 1 cup water een andere omrekening heeft dan 1 cup meel. Dit komt doordat het gewicht verschilt tussen de 2. Je kunt dus niet altijd alles zomaar 1 op 1 omrekenen, vooral bij vaste stoffen. Er zijn echter veel sites waar je een goede omrekentabel vindt voor de meest voorkomende ingrediënten, zoals hier bij Uit Pauline’s keuken.

Bereidingstijd: ~10 min (+exclusief baktijk)      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ∼10 stuks (2-3 personen):

  • 1 cup water (240ml)
  • 1 ei
  • 1 rijpe banaan
  • 1 cup kikkererwtenmeel (130 gram)
  • 1 el bakpoeder
  • 1 el maizena
  • 1 tl kaneel
  • olie
  • toppings: maple syrup, vers fruit, noten, chocolate chips

Stappenplan:

Meng alle ingrediënten, behalve de olie en toppings, in een keukenmachine en maal fijn tot een mooie egale mix.

Heb je nou, net als ik, maar een klein keukenmachientje, dan kun je ook alleen de banaan met wat van de ingrediënten mixen en de rest met de hand erdoor mengen. Heb je nou helemaal geen keukenmachine (of blender), dan kun de banaan ook met een vork prakken en de rest erdoor mengen met de hand. Zorg er dan wel voor dat de banaan echt goed geprakt is zodat ie goed gemengt wordt met de rest.

Verhit een koekenpan met een scheutje olie op middelhoog vuur en doe ongeveer 1/4e cup van de mix in de pan (ongeveer 50-60ml == 3 el).

Bak dit totdat er flink wat bubbels zijn ontstaan in de mix en flip de pannenkoek dan om. Bak aan de andere kant nog 1-2min op middellaag vuur.

Herhaal dit totdat alle mix op is, dat zijn zo’n 8-10 pannenkoekjes in totaal. Wil je nou sneller klaar zijn, dan kun je natuurlijk meerdere of grotere pannen gebruiken zodat je meerdere pannenkoekjes tegelijk bakt.

Serveer de pannenkoekjes met een topping naar keuze.

Ik gebruikte zelf verse bessen en banaan, met maple syrup. Een deel van de verse bessen had ik heel kort aangebakken in de pan met een eetlepel water, zodat het meer ‘sauzig’ werd. Je kunt eindeloos variëren met de toppings, dus ga vooral voor wat je zelf lekker vindt.

Smakelijk!

Snelle spinaziefalafel met kruidenyoghurt

Ik hou erg van falafel. Ik eet het niet vaak want Pim is er niet zo’n fan van. Als Pim dus een keer niet thuis eten is dat voor mij de perfecte kans om zulke gerechten te maken die hij niet graag eet (althans, hij denkt dat hij het niet graag eet). Falafel is er in vele maten en soorten. Je kunt ze frituren of bakken in de pan en je kunt er ook voor kiezen om de falafel te serveren met hummus of een tahinsaus. Ik vind falafel met een smaakje het allerlekkerst, daarom koos ik ervoor mijn falafel op smaak te brengen met spinazie. Daardoor kreeg ik ook nog eens een berg extra vitamientjes binnen. Idealiter maak je ze van gedroogde kikkererwten, die je een nachtje in water laat weken. Gezien dit bij mij een last-minute beslissing was had ik daar geen tijd voor en nam ik dus blikerwten. Het gevolg hiervan is dat de falafel iets ‘pappiger’ en minder stevig zijn. Maar alsnog prima te eten en hartstikke lekker! Maar heb je wel tijd, dan zou ik zeker voor gedroogde kikkererwten gaan. En ook nog eens gezond! Want in kikkerertwen zitten bomvol vezels, proteïnen en mineralen.

Bereidingstijd: ~15 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ∼12 stuks (2 personen):

  • 1 blik kikkererwten (uitlekgewicht 265 gr)
  • 100 gram spinazie
  • 1 teen knoflook
  • 1 ui
  • komijn
  • korianderzaad
  • chilipoeder
  • 1 ei
  • 1 el bloem
  • olie
  • peper en zout
  • klein potje griekse yoghurt
  • 1 extra teen knoflook
  • verse kruiden, bijvoorbeeld peterselie en/of bieslook
  • Extra’s: wrap/pita’s, verse groentes zoals komkommer, tomaat, ui

Extra benodigd:

  • keukenmachine of blender

Stappenplan:

Spoel de kikkererwten af en laat goed uitlekken.

Pel de ui en knoflook en snij in grove stukken.

Doe de kikkererwten met de spinazie, ui, knoflook en de kruiden in de keukenmachine en maal fijn.

Meng het ei en de bloem erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Verhit een koekenpan met een flinke scheut olie.

Neem een eetlepel van het falafelmengsel en leg dit voorzichtig in de olie. Je kunt de falafelballetjes ook nog licht ‘shapen’ met je handen zodat ze mooier rond worden, maar ik vind het rustieke juist wel leuk.

Bak de spinaziefalafel ongeveer 1-2minuten of tot goudbruin en draai ze dan voorzichtig om. Bak ze net zo lang aan de andere kant.

Maak intussen de kruidenyoghurt door de griekse yoghurt te mengen met een teentje knoflook (uitgeperst natuurlijk), de verse kruiden (fijngehakt), peper en zout. Eventueel kun je er een scheutje water bij doen zodat hij wat dunner wordt.

Serveer de spinaziefalafel met een pita of wrap, frisse groentes en de kruidenyoghurt.

Smakelijk!

 

Gegrilde bloemkool met kikkererwten en kruidige yoghurt

Als foodie vind ik het heerlijk om instagram af te struinen, op zoek naar inspiratie. Zo kwam ik een hele tijd geleden de inspiratie van deze gegrilde bloemkool tegen op Instagram. Helaas weet ik niet meer wie mijn inspiratiebron was, maar ik weet nog heel goed dat ik meteen weg was toen ik de titel van het gerecht hoorde. Al die maanden is dit gerecht in mijn achterhoofd blijven spoken en nu eindelijk heb ik zelf eens een poging gedaan. Omdat ik dus niet meer wist van wie het originele gerecht was en dus ook niet meer even kon opzoeken hoe die persoon dit gerecht had gemaakt, heb ik er dus echt helemaal mijn eigen draai aan gegeven. Ik wist nog dat in het originele recept gebruik werd gemaakt van bloemkool, kikkererwten, yoghurt en chapati, maar daar houdt het dan wel een beetje op. Maar dat is helemaal niet erg, want ik heb er een heerlijk en gezond gerecht van weten te fabriceren, al zeg ik het zelf. En dat terwijl ik kikkererwten normaliter niet eens zo lekker vindt. Maar door ze te roosteren worden ze krokant en is de structuur dus heel anders dan wanneer je ze gewoon kookt. En doordat kikkererwten bomvol vezels, proteïnen en mineralen zitten is het een goede aanvulling op een gezond dieet.

Ik serveerde er zelf kant en klaar naanbrood bij, dat je gewoon in de supermarkt vindt. Je kunt natuurlijk ook zelf chapati’s maken van volkoren meel of speltmeel, dan wordt het geheel net iets gezonder nog. Volkoren wraps zou ook kunnen. Ik serveerde maar 1 mini-naan per persoon, meer voor de lekker, maar meer kan natuurlijk gewoon. Wil je helemaal koolhydraatarm, laat dan het brood helemaal weg. Ook dan is het gerecht nog steeds goed vullend en overheerlijk.

Ben je nou een echte vleeseter, dan zou je eventueel bijvoorbeeld runderchipolata in stukjes kunnen meegrillen, of kip in dezelfde marinade als de bloemkool bakken.

Bereidingstijd: ~20 min (+30-40min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 bloemkool
  • 300 ml griekse yoghurt
  • 250 gram sperziebonen
  • 1 blik kikkererwten (±300 gram)
  • 1 el sambal of verse rode peper
  • 1 tl kurkumapoeder
  • 1 tl venkelzaadpoeder
  • 1 tl paprikapoeder
  • 1 tl knoflookpoeder
  • 1 tl gemberpoeder of 2 cm verse gember
  • 1 el citroensap
  • 1 el olie
  • peper en zout
  • optioneel: chapati of naanbrood

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Snij de bloemkool in roosjes.

Laat de kikkererwten uitlekken.

Meng de griekse yoghurt met de sambal, de helft van de paprika- en knoflookpoeder en het venkelzaad, gember en kurkuma. Breng op smaak met peper en zout. Gebruik je verse peper, snij deze dan in ringetjes en strooi later over de bloemkool voordat hij de oven in gaat in plaats van door de saus heen.

Doe de bloemkoolroosjes in een ovenschaal en doe er ongeveer 1/3e van het yoghurtmengsel bij.

Meng de yoghurt goed door de bloemkool, zodat er overal een dun laagje zit.

Doe de kikkererwten in een andere ovenschaal en doe de olie en de rest van de knoflookpoeder en paprikapoeder erbij. Breng op smaak met zout en meng goed door elkaar.

Zet de kikkererwten en de bloemkool in de oven en rooster ze voor zo’n 30-40min, totdat de kikkererwten mooi bruin en krokant zijn en de bloemkool fijn geroosterd.

Hussel elke 10 minuten de kikkererwten door elkaar zodat ze aan alle kanten goed roosteren.

Snij intussen de topjes van de boontjes en was ze.

Doe in een pan met wat zout en water en breng aan de kook. Kook de boontjes in 5-8min gaar. Giet af en breng op smaak met peper en zout.

Verwarm de chapati of naanbrood zoals aangegeven op de verpakking.

Doe ongeveer 100ml water bij de yoghurtsaus en meng goed door elkaar zodat hij wat dunner wordt.

Doe de yoghurtdressing op de bodem van een mooie schaal. Verspreid de gegrilde bloemkool, boontjes en kikkererwten erover.

Strooi er optioneel wat peterselie, bieslook of koriander over en serveer met de chapati of naanbrood.

Smakelijk!

Gado Gado met bloemkoolrijst

Gado Gado (spreek uit: ‘Kaddo Kaddo’) is een typisch Indonesisch gerecht en ik heb er dan ook absoluut van gesmuld toen ik 2 jaar geleden op reis was in Indonesië. Ik hou sowieso heel erg van pindasaus. Gek eigenlijk, toen ik jonger was moest ik er niets van weten en tegenwoordig kun je me dat wekelijks serveren. Nu is Pim helaas minder pindasaus-fan. Hij eet het wel, maar niet met het meeste plezier dus zo vaak maak ik het thuis niet. Toen Pim dus in het buitenland zat voor zijn werk was het voor mij een uitgelezen kans om dit gerecht een keer op tafel te toveren. Zo klaar en ook nog eens laag in calorieën.

Net als veel ‘typische gerechten’, wordt ook gado gado in elk dorpje en gezin anders gemaakt. Het principe blijft echter gelijk. Het is eigenlijk een soort salade met kort gekookte groentes en een pindasaus/dressing. Welke groentes je hiervoor gebruikt, dat kun je helemaal zelf weten. Net wat je lekker vindt of wat je nog in de koelkast hebt liggen. Hieronder heb ik beschreven hoe ik het gedaan heb maar feel free om hier van af te wijken. Het is bijvoorbeeld ook lekker met spitskool of paksoi en je kunt er zelfs gekookte aardappeltjes bij serveren. Mocht je nou toch graag iets van vlees of vleesvervangers willen eten in plaats van full vegetarian, dan kun je eventueel wat kip of tofu erbij serveren. Ik vond dat niet nodig want er zit ook al een eitje bij, en bovendien krijg je de gado gado in Indonesië ook niet met vlees. Uiteraard kun je ook gewone rijst erbij serveren in plaats van de bloemkoolrijst. Stiekem vind ik bloemkoolrijst lekkerder, en het is nog eens gezonder ook. Ook kun je er eventueel wat kroepoek bij serveren. Dat deed ik niet om het gerecht gezond te houden. Omdat je de pindasaus met water maakt in plaats van melk of kokosmelk is het gezonder en zijn de gebakken uitjes eigenlijk echt het enige ongezonde eraan. Wil je de pindasaus nou NOG gezonder maken, maak hem dan helemaal zelf van ongezouten en ongebrande pinda’s in plaats van kant en klare pindakaas.

Bereidingstijd: ~15 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 kleine bloemkool
  • 100-150 gram sperziebonen
  • 1 wortel
  • 1 kleine broccoli
  • 1 klein bakje tauge
  • 4 stengels bosui
  • 1 rode peper (optioneel)
  • 2 eieren
  • 3 el pindakaas
  • 300 ml water
  • 2 tl sambal
  • 3 el ketjap manis
  • gebakken uitjes

Stappenplan:

Zet een pan met water op en breng aan de kook.

Snij de kontjes van de sperziebonen en snij de broccoli in kleine roosjes.

Blancheer de sperziebonen en broccoli voor ongeveer 3min in kokend water.

Doe ook de eieren erbij en kook deze ongeveer 8-10min (of minder lang als je van zachtgekookt houdt).

Haal de broccoli en sperziebonen uit het kokend water en giet er koud water over (dit stopt het kookproces).

Zet intussen ook een pan met het water, de pindakaas, sambal en ketjap op en breng onder af en toe roeren langzaam aan de kook.

Na een tijdje zal de gado gado saus ietsje indikken, maar hij moet niet net zo dik zijn als ‘normale’ satésaus. Is hij nog te dun, voeg dan meer pindakaas toe. Is hij te dik, voeg dan wat extra water toe.

Rasp de bloemkool grof zodat je ‘bloemkoolrijst’ krijgt.

Snij ook de wortel in dunne reepjes, en de rode peper en bosui in kleine stukjes.

Doe alle groentes mooi verdelen over de borden, met op elk bord ook een ei. Eventueel kun je wat peper en zout over het geheel strooien.

Schenk de gado gado saus erover of ernaast en besprenkel met gebakken uitjes.

Smakelijk!

 

Pasta Caprese 2.0

We kennen allemaal de Caprese salade, die vooral bestaat uit frisse tomaat, basilicum en heerlijke mozzarella. Waarschijnlijk kennen jullie ook de pasta caprese, waarbij je deze ingrediënten over de pasta doet met wat (pesto)olie of balsamico. Dat heb ik hier ook gedaan, maar dan net even wat spannender. Door de tomaten te roosteren en een crunch toe te voegen van zongedroogde tomaten, knoflook en brood krijgt deze caprese pasta een heel andere smaakbeleving. Ik serveerde hem op een grote schaal, als een soort lauwwarme pastasalade, daarom deed ik er ook nog wat rucola en rode ui bij. Pim en ik zijn fan, perfect voor ons tweetjes, maar ook heerlijk bij een etentje met familie of vrienden. Simpel, maar doeltreffend. Hoe serveer jij je caprese pasta het liefst?

Bereidingstijd: ~25 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 150-200 gram tagliatelle of spaghetti
  • 2 teentjes knoflook
  • 6-8 zongedroogde tomaten
  • 2 sneetjes brood naar keuze
  • 2 el pesto
  • 1 bol burrata of mozzarella
  • verse basilicum
  • 1 bakje romaatjes
  • optioneel: rucola
  • optioneel: 1 rode ui
  • olijfolie
  • peper en zout

Andere benodigdheden:

  • keukenmachine (zonder kan ook eventueel)

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C

Kook de tagliatelle of spaghetti volgens de verpakking.

Doe de romaatjes in een ovenschaaltje en sprenkel er wat olie over. Doe er ook wat zout en peper overheen en zet in de oven voor ongeveer 15-20min, totdat de tomaatjes mooi geroosterd zijn.

Indien je een keukenmachine hebt, doe daar dan de knoflook, zongedroogde tomaten en het brood in en maal het fijn. Heb je geen keukenmachine, hak dan deze ingrediënten zo fijn mogelijk met de hand.

Verwarm een koekenpan met een goede scheut olie en bak hierin de broodmix in ongeveer 3 minuten krokant.

Doe in een kom (zodat het niet verder bakt in een nog hete pan) en breng op smaak met peper en zout.

Meng de pesto met 2-3 el olie, zodat je een dressing krijgt.

Indien je er een rode ui bij wilt serveren, pel deze dan nu en snij hem in dunne ringetjes.

Pluk enkele blaadjes basilicum.

Zodra je de tagliatella of spaghetti afgegoten hebt doe je ongeveer de helft van het broodkruim, verse basilicum en pestodressing erbij en roer je door elkaar.

Draai nu mooie torentjes van de pasta en serveer ze op een bord of schaal. Haal de burrata of mozzarella uit de verpakking en leg erbij.

Bestrooi de kaas en pasta met extra basilicum, pestodressing en top als laatste af met extra broodkruim. Doe er ook wat extra peper en zout op naar smaak (vooral op de kaas).

Serveer met de geroosterde tomaatjes en eventueel extra rucola en rode ui.

Smakelijk!

3 x homemade BBQ-sausjes: Aioli, tzatziki & whisky-cocktail

Onlangs werd ik 30 (oud he?!) en dat vierde ik met een groot tuinfeest. Ik zou geen foodie zijn als ik niet ook voor voldoende eten zou zorgen op dit feest. Gezien de weergoden mij goed gezind waren werd het een barbecue. Okee, ik heb niet alles zelf gemaakt, want hamburgers helemaal zelf maken voor 50 personen vond ik wel erg ver gaan. Maar alles eromheen heb ik dan wel weer zelf gemaakt. Zo maakte ik onder andere mijn befaamde kruidenboter en satésaus. Daarnaast maakte ik deze 3 BBQ-sausjes zelf. En als de saus eerder op is dan het vlees, de gasten de saus ‘tippen’ richting andere gasten en er meerdere personen je na afloop van het feest vragen hoe ze zelf ook die lekkere sauzen kunnen maken, kan ik natuurlijk niet anders dan de recepten hier met jullie te delen. De basis van de aioli heb ik stiekem ook weer afgekeken van vriendin Floortje Peperkamp, maar ik zou natuurlijk ook geen foodie zijn als ik er niet mijn eigen spin aan zou geven. Op de foto staan relatief kleine bakjes saus, maar de recepten zijn elk voor ongeveer 500ml saus. Ter vergelijking, voor een barbecue met 50 personen had ik het dubbele gemaakt van elke saus. Ik had dus ruim 3 liter saus voor 50 personen. Van de tzatziki & whisky cocktail was er nog over na de barbecue, de aioli was op. Je kunt de sauzen elk afgedekt enkele dagen in de koelkast bewaren, de aioli en de cocktailsaus gaan langer mee dan de tzatziki. De sauzen zijn het lekkerst wanneer ze een dagje gestaan hebben, dus maak ze idealiter een dag van tevoren.

Bereidingstijd: ~10 min per sausje       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten:

Aioli – knoflookmayonaise:

  • 400 ml mayonaise
  • 6 teentjes knoflook
  • 2 tl mosterd
  • 2-3 el honing
  • 1-2 el citroensap
  • 1 el olijfolie
  • zout

Tzatziki:

  • 500 ml griekse yoghurt
  • 2 komkommers
  • 3-4 teentjes knoflook
  • 1 el citroensap
  • 2 el olijfolie
  • peper en zout
  • verse kruiden (optioneel)

Whisky-cocktailsaus:

  • 200 ml mayonaise
  • 100 ml ketchup
  • 75 ml whisky
  • 2 el citroensap
  • 1 el Worcestershire saus
  • 3 el sweet chili saus
  • rode peper (optioneel)

Stappenplan:

Aioli:

Meng de mayonaise met de mosterd, citroensap, honing en olie. Pers de knoflook uit en doe dit ook erbij. Voeg zout naar smaak toe en roer alles goed door elkaar. De precieze verhoudingen zijn naar smaak, wil je hem ietsje zoeter voeg dan meer honing toe. Hou je van wat meer zuur, voeg dan meer citroensap toe. Hou je van pittig, voeg dan meer knoflook or mosterd toe. De smaak van de knoflook zal sterker worden naarmate de saus langer staat, hou daar dus enigszins rekening mee.

Tzatziki:

Rasp de komkommer en doe in een vergiet of zeef. Strooi er wat zout overheen en zet er wat zwaars bovenop. Laat dit enkele minuten staan zodat het vocht loskomt. Doe de griekse yoghurt in een kom en pers de knoflook erboven uit. Doe ook de citroensap en olie erbij en breng op smaak met peper en zout. Pers zoveel mogelijk vocht uit de komkommer en voeg dan de komkommer bij de yoghurt. Roer goed door elkaar. Optioneel kun je nog verse kruiden door de tzatziki doen, zoals munt, peterselie of bieslook.

Whisky-cocktail:

Snipper de rode peper, indien je de saus wat extra pit wilt geven. Je kunt hem ook weglaten of vervangen door de poedervariant. Voeg alle ingrediënten bij elkaar en roer door elkaar. Whisky-cocktailsaus is heel erg smaakafhankelijk, dus proef de saus en bepaal voor jezelf of je wellicht wat meer toevoegt van het een of het andere ingrediënt.

 

Smakelijk!

Wortel-courgettekoekjes

Tussen de dripcake die ik deze week maakte en de bruiloft waar ik gister was in, heb ik toch nog even tijd gevonden om een simpel gerechtje voor jullie te maken. Deze groentekoekjes maakte ik met wortel en courgette, maar je kunt zulke koekjes met allerlei groentes maken. Ik maakte ze eerder bijvoorbeeld ook al eens van zoete aardappel. Het is een lekker bijgerecht en een simpele manier om vooral kids meer groentes te laten eten. Lekker voor de lunch, of als bijgerecht bij het avondeten. Serveer het bijvoorbeeld bij een witvisje of falafel. Maak er een sausje bij, dit kan bijvoorbeeld simpele zure room zijn, maar een sriracha mayonaise, aioli of limoenmayonaise kan ook lekker zijn!

Bereidingstijd: ~25min          Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 courgette
  • 1 winterpeen
  • 2 bosui
  • 1 ei
  • 2 el bloem
  • 2 el parmezaanse kaas (of gewone strooikaas)
  • knoflookpoeder
  • paprikapoeder
  • peper en zout
  • olie
  • Optioneel: zure room
  • Optioneel: bieslook

Stappenplan:

Snij de boven en onderkant van de courgette en rasp hem grof. Doe in een kom en strooi er een snuf zout overheen. Zet ~10min aan de kant zodat het vocht eruit kan trekken.

Knijp het losgekomen vocht uit de courgette. Dit kan beetje bij beetje met de hand, of door de courgette in een dunne, schone theedoek uit te knijpen.

Rasp ook de wortel grof en snipper de bosui fijn. Meng bij de courgette

Doe ook het ei, de bloem en kaas bij de groentemix en breng op smaak met de knoflookpoeder, paprikapoeder, peper en zout.

Het mengsel moet net aan elkaar plakken, maar ook weer niet TE nat zijn. Indien het te nat is kun je wat extra bloem toevoegen en indien te droog dan wat extra ei.

Verhit een koekenpan met een scheut olie op middelmatig vuur.

Schep met een lepel kleine hoopjes van de mix in de pan en druk ze plat met de achterkant van de lepel.

Gaar de koekjes op middellaag vuur zo’n 3-4min aan elke kant, of totdat ze goudbruin zijn.

Laat uitlekken op keukenpapier terwijl je eventueel de 2e batch koekjes maakt. Zowel warm als koud lekker.

Serveer met de zure room en bieslook. Maar het is bijvoorbeeld ook lekker met sriracha-mayonaise of kruidenyoghurt.

Smakelijk!

 

Tex Mex loaded potatoes met guacamole dressing

Als je me volgt op facebook of instagram wist je al dat ik weer uitgedaagd was voor een nieuwe bloginsiders challenge. De challenge werd deze keer gezet door Francesca Kookt en Santa Maria. Ik kreeg een hele doos vol producten van Santa Maria en kreeg de opdrachten hier verrassende TexMex gerechten mee te bedenken. TexMex is de Texaans-Mexicaanse keuken, welke veel overeenkomsten heeft met de Mexicaanse keuken, maar er zitten toch een paar nuance verschillen in. Mijn creatief brein heeft overuren gedraaid de afgelopen dagen, zoveel ideetjes had ik voor deze challenge. Ik wilde namelijk ECHT verrassen en laten zien hoe creatief je kan zijn met kant- en klare producten zoals deze.

Eerder al maakte ik deze crispy uienringen, waarbij ik een mix voor crispy chicken gebruikte als paneermeel voor de uienringen. Bij dit recept bijvoorbeeld is het natuurlijk voor de hand liggend om guacamole dip van de guacamole kruiden te maken en de taco’s te vullen met vlees of vis, maar je kunt het ook op hele andere manieren gebruiken. Zo maakte ik een guacamole dressing in plaats van dip en gebruikte ik de taco’s als crunchy topping in plaats van als hoofd-koolhydraat. Samen met een altijd heerlijke gepofte zoete aardappel en de tex/mex-inspired salsa is dit een match made in heaven! Ik serveerde deze loaded potatoes met deze ranch chickenspiesjes & maispuree.

Over de foto’s ben ik niet 100% tevreden, ik was zo druk met mijn 3-gangen diner dat ik nog helemaal niet over styling had nagedacht en ik wilde mijn gasten nou ook weer geen koude aardappels voorzetten. Maar de smaak is goed, en verrassend, en dat is het allerbelangrijkste! Geeft mij des te meer reden om dit feestje nog eens over te doen zodat ik betere foto’s kan maken!

Bereidingstijd: ~20min (exclusief tot 60min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 4 grote zoete aardappels (of 8 kleine)
  • 2 tomaten
  • 1 rode of witte ui
  • 1 bosje koriander
  • 2 bosui
  • 1 jalapeno of rode peper
  • 2 el strooikaas
  • 1 avocado
  • 1 zakje guacamole mix van Santa Maria
  • half potje sour cream
  • taco’s of tortillachips
  • olie
  • peper en zout

Andere benodigdheden:

  • aluminiumfolie
  • keukenmachine (optioneel)

Stappenplan:

Verwarm de oven op 180°C.

Was de zoete aardappels. Prik er met een vork gaatjes in en wrijf ze in met een dun laagje olie. Verpak ze losjes in aluminiumfolie, allemaal apart verpakt. Zorg wel dat het aluminiumpakketje goed dicht zit, maar doe het dus niet te strak om de aardappel heen.

Doe de pakketjes in de oven om de aardappelen te poffen. Dit duurt ongeveer 40-60 min, afhankelijk van de grootte van de aardappels.

Snij de tomaten in 4 stukken en haal het binnenste, sappige eruit. Snij wat overblijft daarna in kleine blokjes. Snipper de ui en doe dit bij de tomaat.

Snij ook de jalapeno of rode peper fijn en doe dit erbij. Hoeveel je er precies bij doet is naar smaak, houdt je niet van pittig, doe dan een halve peper of laat het helemaal weg.

Doe ook de koriander grofgehakt erbij, als ook de strooikaas. Breng op smaak met peper en zout.

Snij de bosui in dunne ringetjes.

Haal het vlees uit de avocado en doe in een kom of keukenmachine. Prak of maal fijn, doe er de guacamole mix doorheen en ook wat van de zure room (hoeveelheid naar smaak). Leng verder aan met water zodat er meer een dressing ontstaat in plaats van een dip. Qua dikte moet het ongeveer zoals yoghurt zijn of dunner. Breng op smaak met peper en zout. Doe dit in een spuitzak, of als je die niet hebt kun je ook een zipperbag gebruiken waar je alleen het puntje vanaf knipt.

Zodra de zoete aardappels klaar zijn haal je ze uit de aluminiumfolie en snij je ze doormidden zodat ze aan de onderkant wel nog aan elkaar zitten.

Doe er een flinke lepel tomatensalsa overheen. Spuit de guacamoledressing eroverheen. Strooi de bosui erover en verkruimel de taco’s over de aardappels voor een crunch-effect.

Smakelijk!

Crispy uienringen uit de oven met chipotle-mayonaise

Als je me volgt op facebook of instagram wist je al dat ik weer uitgedaagd was voor een nieuwe bloginsiders challenge. De challenge werd deze keer gezet door Francesca Kookt en Santa Maria. Ik kreeg een hele doos vol producten van Santa Maria en kreeg de opdrachten hier verrassende TexMex gerechten mee te bedenken. TexMex is de Texaans-Mexicaanse keuken, welke veel overeenkomsten heeft met de Mexicaanse keuken, maar er zitten toch een paar nuance verschillen in. Mijn creatief brein heeft overuren gedraaid de afgelopen dagen, zoveel ideetjes had ik voor deze challenge. Ik wilde namelijk ECHT verrassen en laten zien hoe creatief je kan zijn met kant- en klare producten zoals deze. Bij dit recept bijvoorbeeld is het natuurlijk voor de hand liggend om de crispy chicken mix van Santa Maria te gebruiken om krokante kip te maken en in een wrap te serveren, maar je kunt het ook op hele andere manieren gebruiken. Zoals voor het maken van deze supercrispy uienringen. Geserveerd met de chipotlemayonaise is het een heerlijke snack, voor- of tussengerecht en een goed begin van mijn challenge. Wil je weten wat ik nog meer maakte voor deze challenge? Stay tuned, want de komende dagen post ik nog meer online!

Bereidingstijd: ~15min (exclusief ~20min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 1 portie:

  • 1 grote witte ui
  • 1 ei, losgeklopt
  • 1 zakje Santa Maria Crispy Chicken (dit kun je evt ook vervangen door paneermeel of panko kruimels)
  • bakspray
  • 1 el mayonaise
  • 2 el griekse yoghurt
  • 1 el limoensap
  • 1 tl chipotlepoeder

Stappenplan:

Verwarm de oven op 180°C.

Meng de mayonaise met de griekse yoghurt, limoensap en chipotlepoeder en laat dit 10 min staan zodat de smaak er wat meer intrekt. Proef of de mayo lekker is en voeg eventueel wat meer van het een of ander erbij.

Schil de ui en snij in ringen van ongeveer 1cm dikte. Haal de ringen uit elkaar zodat je losse ringen krijgt.

Doe de ringen één voor één door het ei en vervolgens de kruimels.

Leg op een met bakpapier beklede bakplaat. Spray er heel lichtjes de bakspray overheen en bak in ongeveer 15-20min gaar en krokant.

Serveer de uienringen met de chipotlemayo.

Smakelijk!

Witte aspergesoep

Afhankelijk van het weer start het aspergeseizoen elk jaar zo ongeveer midden april tot eind juni. Een echte lentegroente dus! En ook nog eens echt heel erg lekker, ze worden ook wel het ‘witte goud’ genoemd. Asperges zijn ook nog eens veelzijdig, je kunt er echt vanalles mee maken; een aspergesalade, asperges met ham/zalm en ei, asperges door de pasta. Omdat de lente tot nu toe nog weinig goeds brengt qua weer vond ik het deze keer een beter idee om er een lekker soepje van te maken, zodat we onszelf toch nog even goed konden opwarmen in deze regenachtige dagen. Aspergesoep maken is helemaal niet moeilijk! Het duurt alleen wel wat langer dan een simpel courgettesoepje ofzo. Maar voor dat witte goud heb ik dat ruimschoots over, want wat is aspergesoep toch lekker! Wat is jou favoriete aspergegerecht?

Bereidingstijd: ~75min (exclusief ~30min afkoeltijd tussendoor)         Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 4 personen:

  • 500 gram ongeschilde witte asperges (of enkel de schillen van 500 gram asperges)
  • 1 bouillonblokje groenten
  • 150ml kookroom
  • 50 gram roomboter
  • 50 gram bloem
  • peper en zout
  • 1,5 ltr water
  • toppings naar keuze (e.g. peterselie, zalmsnippers, garnaaltjes, hamblokjes)

Stappenplan:

Schil de asperges. Dit doe je door ongeveer 1,5cm van de onderkant af te snijden en dan 2x rondom te schillen met een dunschiller tot net onder het kopje van de asperge. Bewaar de onderkanten en schillen en doe deze in een pan met 1,5 liter water. Nu heb je een keuze te maken; je kunt de overgebleven asperges ook in de soep verwerken (dit heb ik gedaan en zo zal ik het recept ook verder uitschrijven), of je kunt de asperges bewaren voor een ander gerecht.

Doe ook de asperges bij de schillen in de pan en kook het geheel, met een snuf zout erbij, zo’n 10min of totdat de asperges zacht en gaar zijn. Haal dan de asperges uit de pan en laat de schillen wel nog in de pan. Kook het geheel nog minstens 30min door met de deksel op de pan op laag vuur (hoe langer je het laat koken, hoe intenser de smaak).

Haal de deksel van de pan, zet het vuur wat hoger, voeg het bouillonblokje toe en laat het geheel zo’n twee-derde inkoken (dus totdat je ongeveer 1 liter vocht overhoudt). Proef de bouillon en breng eventueel verder op smaak met peper en zout.

Laat de bouillon helemaal afkoelen met de schillen nog in de pan.

Zodra de bouillon helemaal is afgekoeld zeef je de schillen eruit. De schillen kun je nu weggooien.

Smelt de boter in een pannetje, let op dat hij niet bruin kleurt. Zodra de boter helemaal gesmolten is doe je de bloem erbij en roer je het geheel door met een houten pollepel. Je krijgt een enigszins zanderig geheel, dit heet een ‘Roux’. Laat dit enkele minuten op het vuur staan onder af en toe roeren, zodat de bloem gaart. Doe je dit niet, dan zal je soep een melige smaak behouden. Je roux is klaar zodra het geheel nog korreliger van structuur wordt en echt op zand gaat lijken, dit duurt ongeveer 3-4min.

Doe de koude bouillon bij de roux en roer door met een garde totdat je een gladde soep hebt. Voeg de kookroom toe en breng eventueel verder op smaak met peper en zout. Wil je de gekookte asperges in je soep, doe ze dan nu weer erbij en verwarm ze enkele minuten mee met de soep.

Verdeel de soep over 4 kommen en strooi de gekozen toppings erover.

Smakelijk!

Curry van bloemkool en zoete aardappel

Een curry is ontzettend veelzijdig en vaak ook nog eens gezond. Vandaag ging ik voor een vegetarische curry van zoete aardappel en bloemkool, want ik ben van mening dat het niet perse nodig is om 7 dagen per week vlees te eten. Wil je toch liever vlees in je curry, dan is dit recept ook lekker door stukjes kip toe te voegen na het fruiten van de ui.

Ik ging voor gemakkelijk vandaag en koos een kant en klare boemboe (rode curry pasta). Je kunt natuurlijk ook zelf je boemboe maken, op deze website bijvoorbeeld vind je een lekker recept. Serveer je de curry alleen met rijst, ga er dan van uit dat dit recept voor 3 personen is. Serveer je er ook een salade, naanbrood of chapati bij en deze raita, dan kun je uitgaan van 4 personen.

Uiteraard kun je ook een nog slankere variant maken door de rijst te vervangen door bloemkoolrijst, dat is ‘rijst’ gemaakt door bloemkool. Je maakt dit door de bloemkool fijn te malen in een keukenmachine of te raspen. Je kunt de bloemkoolrijst vervolgens rauw eten (wel even op smaak brengen) of een paar minuten te wokken met wat olie.

Bereidingstijd: ~35 min         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 3-4 personen:

  • 2 grote zoete aardappels
  • 1 kleine bloemkool
  • 1 witte ui
  • 1 pakje boemboe rode curry
  • 4 cm gember
  • 1 citroengras
  • 1 blik kokosmelk
  • 1-2 el vissaus
  • 1 el olie
  • Optioneel: bosui
  • Optioneel: verse koriander of peterselie

Stappenplan:

Schil de ui en snipper hem. Schil ook de zoete aardappel en snij hem in blokjes van ongeveer 1-2cm.

Snij ook de bloemkool in kleine roosjes, ongeveer even groot als de zoete aardappel.

Rasp de gember fijn en hak de citroengras grof in stukken. Hak ook een paar keer op de stukken citroengras zodat hij gekneusd wordt, dan komen de smaken beter vrij.

Verhit een scheutje olie in een pan en fruit de ui en de gember. Voeg dan de boemboe toe en fruit deze ongeveer 1min mee. Doe de zoete aardappel en bloemkool erbij en bak deze ook kort mee.

Schenk dan de kokosmelk en de citroengras in de pan en roer goed door zodat de boemboe wordt opgenomen door de kokosmelk.

Doe ook de vissaus bij de curry. Doe het deksel op de pan en laat dit ongeveer 20-30 min op laag vuur pruttelen, of totdat de zoete aardappel zacht en gaar is.

Haal de deksel van de pan en laat nog 2min doorkoken zodat de saus ietsje dikker wordt. Proef de curry ook even, indien je hem liever nog pittiger wil kun je wat extra pepers of sambal toevoegen.

Serveer met gesneden bosui en koriander of peterselie en rijst.

Ook is het lekker om er een salade bij te serveren, of deze raita en naanbrood.

Smakelijk!

img_5073-1

Pompoenrisotto met Port Salut

Risotto is zo’n typisch gerecht waar je alle kanten mee op kan, elk seizoen van het jaar. Veel mensen schrikken misschien af bij de gedachte zelf risotto te moeten maken, het wordt toch altijd ‘the death-dish’ genoemd in kookshows. Ik denk echter dat, als je eenmaal een keertje probeert met behulp van onderstaande stappenplan, dat je zult zien dat het reuze meevalt. Het is alleen constant opletten dat je rijst niet aankoekt, en dat terwijl je nog 100 andere dingen moet doen. Heb je dus zeeën van tijd? Zorg dan dat je eerst al het snijwerk doet voordat je de rijst gaat koken, dan hoef je je aandacht niet te verdelen. Ik ben zelf eigenwijs en doe alles tegelijk en tot nu toe gelukkig wel met succes.

Okee, het smaakt dan misschien niet 100% zoals de scheppers hem bedoeld hadden, maar ik kan je verzekeren dat het hoe dan ook lekker is, en die woorden komen uit de mond van iemand die niet graag rijst heeft. Nou moet ik toegeven dat ik van mening ben dat risotto in de verste verte niet lijkt op elke andere soort van rijst. Net als dat gekookte piepers niet te vergelijken zijn met lekker krokante frietjes.

Risotto staat hier regelmatig op het menu. Vandaag serveer ik jullie een vegetarische herfstige risotto, met geroosterde pompoen, kastanjechampignons, pompoenpitten en Port Salut kaas. Ik ben zelf echt een enorme fan van de zachtheid van Port Salut, zeker als hij zo lekker begint te smelten door de hitte van de rijst. Hou je meer van een wat pittigere smaak, dan kun je ook parmezaan of een andere pittige kaas gebruiken.

Please forgive me voor de foto’s… Het wordt helaas alweer steeds vroeger donker dus ik zal steeds meer moeten gaan haasten met koken, wil ik nog foto’s bij daglicht kunnen maken. Hoewel de foto’s door de avondschemer wel een extra herfstig tintje hebben gekregen, dat dan weer wel.

Bereidingstijd: ~45 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingredienten voor ongeveer 4 personen:

  • 350 gram risottorijst
  • 1 liter groente- of paddenstoelenbouillon (van tablet)
  • 1 witte ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 flespompoen
  • 1 bakje kastanjechampignons
  • paar blaadjes salie of andere kruiden die je lekker vindt
  • een goeie scheut witte wijn
  • flinke scheut olie
  • bakje pompoenpitten
  • Port Salut kaas

Andere benodigdheden:

  • ovenschaal of bakplaat
  • koekenpan of hapjespan

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 220°C.

Snij intussen de pompoen in stukjes, uiteraard zonder de pitten in het midden. Wist je dat je deze wel heel goed kan roosteren in de oven? Ik heb het mezelf deze keer makkelijk gemaakt en kocht kant en klare pompoenpitten. De schil kun je om de pompoen laten, die is gewoon eetbaar (en bevat zelfs de meeste vitamientjes), maar als je die niet lekker vind kun je hem eraf halen.

Doe de stukjes pompoen met een teentje knoflook en wat olie in een ovenschaal en hussel dit door elkaar. Zet dit in de oven en rooster voor 25-30min of totdat de pompoen zacht en gaar is.

Rooster de pompoenpitten lichtjes in een droge pan en zet apart voor later.

Snipper het uitje en het tweede teentje knoflook en verhit een hapjespan met een flinke scheut olie. Snij ook de blaadjes salie fijn. Fruit de ui en knoflook aan totdat ze zacht en glazig zijn.

Zet intussen ook de hete bouillon klaar.

Voeg de rijst toe aan de ui en knoflook en schud dit af en toe door (niet roeren!) totdat de rijstkorrels een beetje glazig beginnen te worden. Doe de goeie scheut witte wijn erbij en laat het vocht verdampen. Blijf intussen de rijst in de pan opschudden, zodat het niet aankoekt aan de bodem.

Zodra het vocht van de wijn is verdampt en de rijst schreeuwt om meer vocht doe je er een scheut bouillon bij; ongeveer 1 soeplepel. Wacht met de volgende scheut bouillon totdat de eerste volledig is opgenomen door de rijst. Nogmaals, blijf de rijst in beweging houden door zo nu en dan met de pan te schudden. Probeer echt niet, of zo weinig mogelijk, met een lepel door de rijst te roeren. Zorg er ook voor dat er geen rijstkorrels aan de zijkant van de pan blijven plakken. Zodra ook de tweede scheut bouillon volledig opgenomen is en de rijst weer schreeuwt om meer vocht, giet je er weer een nieuwe lepel bij. Ga zo door totdat de bouillon op is of de rijst gaar is. Dit duurt ongeveer 20min. De rijst is gaar als hij nog een lichte bite heeft en licht plakkerig is, er mag nog iets van vocht overblijven op het laatst. Halverwege kun je de salie toevoegen, zodat deze zijn smaak kan afgeven maar niet helemaal kapot kookt. Breng ook op smaak met versgemalen peper. Je kunt de salie eventueel ook vervangen door tijm of rozemarijn.

Maak intussen ook de kastanjechampignons schoon en snij in stukjes, snij ook de Port Salut in stukjes. Verhit een pan op hoog vuur en doe er een heel klein scheutje olie in. Zodra dit echt heet is (en niet eerder) doe je de champignons in de pan en bak je deze in 5min gaar (sauteren heet dit), ze zullen een licht bruin gekarameliseerd laagje krijgen door de hitte van de pan. Doe ze op het laatst bij de rijst, als ook de geroosterde pompoen uit de oven en roer dit allemaal door elkaar.

Verdeel de rijst over 4 borden en bestrooi met pompoenpitten en stukjes Port Salut.

Smakelijk!

img_4602-1

Roomkaastruffels

Heb je een feestje, tapasetentje of brunch? Deze roomkaastruffels staan prachtig op tafel en ze zijn om te smullen! Je kunt natuurlijk variëren met smaken en ingrediënten.

Bereidingstijd: ~30 min         Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ~30 stuks:

  • 250 gram mascarpone
  • 250 gram roomkaas naturel
  • 1 plantje bieslook
  • 1 bakje ongezouten walnoten
  • 1 pakje parmaham
  • zongedroogde tomaat
  • peper

Stappenplan:

Meng de mascarpone en roomkaas door elkaar en breng op smaak met peper.

Knip met een schaar de bieslook in kleine stukjes en doe in een kom.

Hak of maal de walnoten fijn en doe in een tweede kom.

Pak met twee theelepels wat kaasmengsel en maak er zoveel mogelijk alvast een bolletje van met behulp van de lepels.

Doe dit vervolgens in de bieslook of walnotenkruimel en rol rond zodat de kaas overal bedekt is. Leg op een schaal.

Herhaal dit totdat je kaasmix op is. Maak de helft met bieslook en de andere helft met walnoten. Zet in de koeling om iets op te stijven.

Snij intussen de zongedroogde tomaatjes in stukjes en scheur de parmaham in reepjes.

Haal de balletjes uit de koeling en doe op elk balletje een stukje parmaham en zongedroogde tomaat met een prikker. Serveer direct.

Je kunt uiteraard ook eindeloos variëren met andere smaken; bacon, chorizo, pistachenoten of sesamzaadjes bijvoorbeeld. Je kunt bijvoorbeeld de bacon krokant bakken en dan verkruimelen zodat je een bacon buitenkant krijgt; heerlijk!

Let op: dit kun je niet heel lang van tevoren al maken en ook zeker niet te lang buiten de koeling bewaren. De roomkaas zal slap worden en vocht gaan lekken, waardoor de balletjes uit elkaar gaan vallen. Dan zijn ze nog steeds lekker, alleen niet zo handig eetbaar.

Hartige caprese cakepops (a.k.a. Poképops)

Iets lekkers hoeft niet altijd moeilijk te zijn, de caprese salade is daar een goed voorbeeld van. Heb je een feestje, picknick of tapas etentje? In een handomdraai heb je deze hartige caprese ‘cakepops’ op tafel; simpel maar doeltreffend. Omdat het nu een wereldwijde hype is en ze mij ook aan Pokéballs laten denken noem ik ze ook wel Poképops. Om die reden zouden ze het wellicht ook goed doen op kinderfeestjes! (voor de niet-kenners; Pokéballs dit zijn die rood-witte ballen van Pokémon). Vind je het snijwerk nog teveel gedoe? Je kunt uiteraard ook een heel bolletje mozzarella en tomaat op een prikker doen met wat basilicum, dan zien ze er alleen niet meer uit als cakepops.

Bereidingstijd: ~10 min          Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten:

  • 1 bakje kleine tomaatjes
  • 1 zakje kleine mozzarella bolletjes
  • verse basilicum
  • peper en (zee)zout
  • italiaanse kruiden

Andere benodigheden:

  • sateprikkers
  • glas om te presenteren
  • knikkers of bakbonen voor in het glas

Stappenplan:

Halveer de mozzarellabolletjes en tomaatjes. Prik op elke sateprikker eerst een stukje tomaat, doe er dan een blaadje basilicum op en eindig met een half bolletje mozzarella. Zorg dat het topje van de sateprikker niet zichtbaar is.

Doe bovenop de mozzarella een beetje peper en zout naar smaak en strooi er een klein beetje italiaanse kruiden op.

IMG_3727

Herhaal dit totdat alles op is.

Om te presenteren kun je een glas nemen waar je bijvoorbeeld knikkers of bakbonen in doet. Steek de prikkers tussen de knikkers zodat ze mooi rechtop blijven staan.

IMG_3708

IMG_3722

Oops, katje Louis vond ze nogal lekker ruiken en kwam ook even snuffelen!

Smakelijk!

Aranchini met arrabiata saus

Vriendin en mede-kookliefhebber Manon tipte mij op dit Jamie Oliver recept, dus ik nodigde haar en vriendin Sophie uit om dit gerecht samen te maken. Onder het genot van een glaasje prosecco gingen we aan de slag, en met succes! Het is even wat werk, maar het ziet er prachtig uit en is ook nog eens lekker ook! En omdat de smaken niet tezeer uitgesproken zijn, zal dit gerecht zeker een allemans vriend zijn. Wie houdt er nou niet van romige risotto, en dan ook nog eens in bitterbal vorm?! Dat kan alleen maar een topper zijn..

Bereidingstijd: ~2u  (+30min koeltijd)        Moeilijkheid (1 t/m 5): ****

Ingredienten voor ongeveer 16 stuks:

  • 30 gram boter
  • olijfolie
  • 2 uien
  • 500 gram risotto rijst
  • 0,05 gram saffraan draden
  • 175 ml witte wijn
  • 1,5 liter groentebouillon (van tablet)
  • 170 gram geraspte parmezaanse kaas
  • sap en rasp van een halve citroen
  • 100 gram ongezouten pistachenoten
  • 1 bol mozzarella
  • 100 gram zongedroogde tomaten
  • oregano
  • bloem
  • 3 eieren
  • paneermeel
  • 3 tenen knoflook
  • 1 blik tomatenblokjes (400 gram)
  • 1 handje verse basilicum
  • chilipoeder
  • peper en zout

Extra benodigdheden:

  • frietpan of olie om in te frituren
  • koekenpan
  • rasp
  • steelpannetje

Stappenplan:

Snipper de ui en 1 teen knoflook. Verhit wat olijfolie en boter in een koekenpan en fruit de knoflook en ui hierin. Zet hierbij het vuur redelijk laag, anders wordt de ui bruin. Doe de saffraan erbij. Doe ook de risotto rijst erbij en schud de pan een beetje om zodat elke korrel een dun laagje olie bevat.

Schenk dan de witte wijn erbij, zet het vuur iets hoger en laat de wijn verdampen. Blijf de rijst wel enigszins in beweging houden.

Zodra de rijst schreeuwt om meer vocht doe je de (hete) groentebouillon lepel voor lepel erbij. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een opscheplepel voor soep. Doe 1 lepel bij de rijst en laat deze helemaal opnemen door de rijst voordat je een nieuwe lepel erbij doet. Ga zo door totdat de rijst gaar is of de bouillon op is. Dit zal ongeveer 15-20 minuten duren. Houdt de rijst wel in beweging door met de pan te schudden. Probeer zo weinig mogelijk in de pan te roeren. Dan roer je de rijstkorrel kapot waardoor hij een andere structuur kan krijgen. De rijst is gaar als hij net niet meer hard is van binnen, maar wel nog een bite heeft. Breng op smaak met peper.

Zet het vuur uit en roer 70 gram van de parmezaanse kaas en het citroensap door de risotto. Laat dit afkoelen.

IMG_3535

Wel de pistachenoten in een kom met heet water zodat de velletjes loskomen. Ontvel de pistache noten en hak ze fijn. Hak ook de mozzarella en zongedroogde tomaten klein en meng dit met de pistachenoten. Doe de rest van de parmezaanse kaas erbij en ook de citroenrasp en oregano. Dit is de vulling van je aranchiniballen.

IMG_3525

IMG_3538

Zet nu 3 kommen klaar; 1 met bloem, 1 met de eieren (losgeroerd) en 1 met paneermeel. Zet ook een schaal of kom klaar om je aranchiniballen in te bewaren.

IMG_3567

Nu komt het ‘knoeigedeelte’; het maken van de ballen.

Neem wat risottorijst in je hand en druk dit plat. Zorg dat er in het midden een soort holletje is. Doe een lepel van de vulling in dit holletje. Neem vervolgens nog wat risotto en bedek de vulling hiermee. Kneed dit tot een mooie ronde bal.

IMG_3568 IMG_3570 IMG_3571

Doe de bal in de bloem, daarna door het ei en daarna in het paneermeel. Zorg dat hij helemaal bedekt is. Leg het in de schaal voor later.

IMG_3574 IMG_3602

Herhaal dit totdat alle risotto op is. Wij kregen er ongeveer 16 ballen uit, maar dit is natuurlijk afhankelijk van hoe groot je ballen zijn. Die van ons waren groter dan een golfbal, maar kleiner dan een tennisbal. Zet ze in de koelkast totdat je ze gaat frituren.

Zet je frietpan alvast aan (175-180°C) of verhit olie in een pan tot die temperatuur.

Maak nu je arrabiatasaus. Fruit de knoflook en chilipoeder kort in wat olie in een steelpannetje, doe het blik tomatenstukjes erbij en laat dit even koken. Breng op smaak met peper en zout. Na een minuut of 10 doe je ook de basilicum (in stukjes gehakt) erbij en laat je het nog even kort staan op laag vuur totdat alles klaar is.

Nu kun je je ballen frituren. Doe ze voorzichtig in de olie. Na een minuut of 3-4 zijn ze klaar, ze zijn dan goudbruin aan de buitenkant. Laat ze kort uitlekken op wat keukenpapier.

Serveer de ballen met de arrabiatasaus en eventueel met een lekkere salade erbij.

Risotto is vrij machtig dus ik denk dat je met 3 ballen per persoon wel een goede maaltijd hebt, zeker als er ook een salade bij geserveerd wordt. Dit is natuurlijk per persoon verschillend en ook afhankelijk van de grootte van de ballen.

Wil je liever een vleesvariant? Je kunt bijvoorbeeld de zongedroogde tomaat vervangen door stukjes chorizo.

IMG_3683

 

Kleurrijke groentetaart

Wat een plaatje, deze taart! Bijna te mooi om aan te snijden. Boordevol kleurrijke groentes is deze taart net een bloem in de bloei. Zeker weten een hit voor elk etentje. De inspiratie voor deze taart kreeg ik al lange tijd geleden via de website van Culy.nl, en staat hij op mijn to-do lijstje ever since. Vandaag was het eindelijk zo ver… uiteraard met een geheel eigen draai.

Bereidingstijd: ~45 min  (+1u koeltijd + 1u oventijd)        Moeilijkheid (1 t/m 5): ***

Ingredienten voor de taartbodem:

  • 285 gram bloem
  • 125 gram roomkaas
  • 135 gram roomboter
  • 1,5 el azijn
  • 5 tl koud water
  • 1 el bakpoeder
  • snufje (zee)zout

Mocht je weinig tijd hebben, of gewoon geen zin, kun je ook kant en klare hartige taartbodem nemen uit het diepvriesvak van de supermarkt.

Ingredienten voor de inhoud:

  • 200 gram ricotta
  • 2 eieren
  • 1 teen knoflook
  • 0,5 el tijm
  • 0,5 el dragon
  • olijfolie of kruidenolie
  • peper en zout
  • 1 groene courgette
  • 1 gele courgette
  • 1 wortel
  • halve rode ui
  • 5 plakjes worst (ik gebruikte salame napoli)

Andere benodigdheden:

  • bakpapier
  • mandoline of iets anders om dunne plakken te snijden
  • springvorm (ongeveer 20 cm)
  • deegroller
  • plastic folie

Stappenplan:

Meng voor het deeg alle ingredienten in een kom en kneed tot een glad deeg. Pak dit in in plastic folie en leg ongeveer 1u in de koelkast om op te stijven en te rusten.

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Haal na 1u het deeg uit de koelkast en leg het tussen 2 vellen bakpapier (of op een bebloemd aanrecht als je liever een kliederboel wilt veroorzaken). Rol het deeg tussen het papier uit met de deegroller tot een dikte van 3mm. Maak je de bodem dikker, dan zal hij langer gaartijd nodig hebben.

Haal het bovenste bakpapier eraf en doe dit in de springvorm. Ik heb het bakpapier enkel op de onderkant gedaan en de zijkanten met boter besmeerd, zodat de zijkanten glad blijven. Doe daarna het deeg in de springvorm en druk het zachtjes aan. Waar het deeg dubbel komt te zitten aan de randjes kun je met je vingers wat meer drukken, zodat het deeg daar weer wat dunner wordt. Prik met een vork enkele gaatjes in de bodem en zet dit nog heel even terug in de koelkast.

IMG_2368

Meng intussen in een kom de ricotta met de eieren. Doe er de tijm en dragon bij en breng op smaak met peper en zout. Pers de knoflook en doe dit er ook in. Meng tot een gladde mix.

Snij de courgettes en wortel in dunne repen met de mandoline. (op standje fijn, die van mij vond ik achteraf net wat te dik). Snij ook de ui in dunne ringetjes en halveer deze. Snij ook 4 plakken worst door midden, de 5e plak is voor het middenstuk.

Haal de taartbodem uit de koelkast en doe het ricottamengsel erin, verdeel dit over de bodem.

Leg nu 1 voor 1 de verschillende repen groentes in de taart, beginnend bij de buitenkant. Doe het allemaal om en om, zodat je een mooi kleurenpallet krijgt. Zet de repen goed rechtop en zoveel mogelijk tegen elkaar aan, laat zo weinig mogelijk ruimte over. Zorg ook dat er af en toe een plakje worst en wat ui tussen zit. Als laatste vouw je het laatste plakje worst in een roosje en zet je dit in het midden.

Haal nu de overtollige randjes deeg weg, druk eventueel de randjes ietsje naar binnen zoals ik op de foto hierbeneden heb gedaan.

IMG_2372

Strijk met een kwastje wat olijfolie over de groentes. Ik heb hiervoor een knoflook-rode peper olie gebruikt, maar je kunt alles gebruiken wat je lekker vindt.

Zet de taart in de oven voor ongeveer 1u of tot hij gaar is en het ricotta mengsel gestold is. (let op, er zal altijd wat vocht op de taart liggen dat niet stolt, dit is niet erg maar daardoor kan het lijken alsof je taart nog niet gestold is).

IMG_2383

Serveer hem eventueel met een frisse komkommer-tomaat salade.

Je kunt natuurlijk varieren met de groentes; gebruik ook een keer aubergine of tomaat bijvoorbeeld. Wil je liever een vegetarische variant, laat dan de worst weg.

Smakelijk!

Rice paper rolls met hoisin-sweetchili saus

Fris, knapperig en lekker gezond! Dit gerecht tover je zo op tafel en het ziet er ook nog eens prachtig en fris uit. Ook kun je eindeloos varieren met de ingredienten, ik koos ditskeer voor een vegetarische variant.

Bereidingstijd: ~25 min        Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten voor 6 stuks:

  • 6 rice paper vellen
  • 1 bundeltje glasvermicelli
  • 1 handjevol ongezouten pinda’s
  • 1 halve komkommer
  • 1 halve wortel
  • 1 halve mango
  • 1 halve paprika
  • 1 bosui
  • verse kruiden naar wens; ik gebruikte peterselie en basilicum, maar je kunt ook koriander gebruiken bijvoorbeeld
  • 2 el hoisinsaus
  • 2 el sweet chili
  • 1 el rijstwijnazijn
  • een paar druppels sesamolie

Stappenplan:

Snij de groentes en de mango fijn. Het beste kun je ze julienne snijden, dat wil zeggen in hele fijne reepjes.

Doe de glasvermicelli in kokend water en laat dit een minuutje staan. Haal het er dan uit.

Hak de pinda’s fijn.

Doe warm water in een platte schaal en week hier 1 voor 1 de rijstvellen in totdat ze zacht zijn. Leg ze dan op een bord of plank en leg enkele reepjes van de verschillende groentes in het midden van het vel. Het maakt niet uit wat er boven of onder ligt. Strooi ook de pinda’s en verse kruiden erover.

Leg er dan wat glasvermicelli op en vouw de rolls dicht. Doe dit door eerst de boven en onderkant naar binnen te vouwen. Vouw daarna de linkerkant dicht en rol hem zo door naar de rechterkant. Herhaal dit voor alle loempia’s.

Doe in een kommetje de hoisinsaus, sweet chili, rijstwijnazijn en sesamolie en meng dit door elkaar. Strooi hier ook wat pinda’s overheen. Dit is je dipsaus.

Je zult merken dat de rijstvellen wat plakkerig gaan worden en misschien lichte scheurtjes krijgen. Dit is niet erg, ik heb althans toch nog geen manier ontdekt om ze om een charmante manier te eten. Lekker met je handen, even dippen in de saus en smullen maar.

Zoals ik al zei kun je eindeloos varieren met de inhoud van de loempia’s. Je kunt er bijvoorbeeld ook sla, rode kool, garnalen, koriander of munt in doen.

IMG_2299

Tarte flambée, oftewel Flammkuchen

Pizza, maar dan anders. Ik ben zelf niet zo’n fervent pizza liefhebber, maar deze pizza-twin gaat er bij mij wel in. Heerlijk knapperige dunne bodem en een lichte topping maken dit tot een smulgerecht.

Bereidingstijd: ~30 min  (+1u rijstijd+ 20min oventijd)       Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingredienten voor 2 flammkuchen:

  • 200 gram bloem
  • 2 gram zout
  • 7 gram droge gist
  • 2 el olijfolie
  • 125 gram creme fraiche
  • 125 gram sour cream
  • 75 gram geraspte oude kaas
  • peper en (zee)zout
  • 1 tl nootmuskaat
  • 1 courgette
  • een paar kastanjechampignons
  • 1 sjalot-ui

Extra benodigdheden:

  • Keukenmachine of mixer met deeghaken (geen must, wel handig)
  • Mandoline (geen must, wel handig)
  • Deegroller
  • 1 vel bakpapier

Stappenplan:

Meng in de keukenmachine (met deeghaken) het meel met het zout door elkaar en maak daarna een kuiltje in het midden.

Meng in een ander kommetje het gist met ongeveer 150 gram water en giet dit in het kuiltje. Laat de keukenmachine even op een rustig standje draaien totdat het meel langzaam wordt opgenomen door het water. Giet daarna de olijfolie erbij en laat doordraaien totdat er een mooi deeg is gevormd. Als het deeg te nat is kun je wat extra bloem toevoegen, lepel voor lepel, totdat het mengsel droog genoeg is. Het deeg is goed als het bijna niet meer aan je vingers blijft plakken. Doe daarna het deeg in een kom en dek deze af met een vochtige theedoek. Laat dit minimaal 1u staan zodat het deeg kan rijzen. Het deeg zal dan minimaal 2x zo groot worden, dus zorg ervoor dat de kom groot genoeg is hiervoor.

Verwarm de oven voor op 180°C.

Bestrooi een schoon aanrecht met bloem en neem de helft van je deeg. Bestrijk je deegroller ook met bloem en rol het deeg uit tot een dunne plak. Doe intussen ook bakpapier op je bakrooster en  leg daar het uitgerolde deeg op. Je kunt dit doen door het deeg om je deegroller heen te rollen, en dan weer uit te rollen op het bakrooster.

Meng in een kommetje de sour cream, creme fraiche, de helft van de oude kaas, peper, zout en nootmuskaat door elkaar. Smeer hiervan een dun laagje over het deeg heen.

Snij met een mandoline de courgette, champignons en sjalot in dunne reepjes. Strooi dit over de flammkuchen heen en bestrooi dan met de rest van de kaas.

IMG_2028

Bak de flammkuchen af voor ongeveer 20 minuten, totdat de randjes goudknapperig zijn.

Je kunt natuurlijk ook varieren met andere toppings. De traditionele flammkuchen wordt gemaakt met ui en spek, maar je kunt alle kanten op met allerlei soorten vis, vlees of groenten.

Bruschetta met tomaat & basilicum

Als voorgerechtje of als hapje tijdens een feestje; dit klassieke gerechtje doet het altijd goed en is lekker fris, zeker voor de zomerdagen.

Bereidingstijd: ~20 min (+10min oventijd)         Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingredienten:

  • Afbakstokbrood (bijv. ciabattabrood)
  • 4 tomaten
  • 1 rode ui
  • Verse basilicum
  • Teentje knoflook
  • Olijfolie
  • Peper en (zee)zout

Extra benodigdheden:

  • Kwastje

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200 °C.

Snij het afbakstokbrood (ongebakken) in schijfjes en leg ze op het ovenrooster. Doe wat olie in een bakje en bestrijk de schijfjes aan beide kanten met wat olie, gebruik hiervoor het kwastje. Bak de schijfjes in ongeveer 10min krokant.

IMG_2014

Zodra de schijfjes brood krokant zijn haal je ze uit de oven en wrijf erover met een teentje knoflook als ze nog warm zijn. Zo neemt het brood de smaak van knoflook over en krijg je dus heerlijk knoflookbrood.

Snij intussen de tomaten in kleine blokjes. Knijp zoveel mogelijk vocht uit de blokjes zodat het brood straks niet zompig wordt door al dat vocht en doe ze in een bakje.  Snij intussen ook de rode ui in fijne blokjes en doe dat er ook bij.

Pluk blaadjes basilicum en hak of scheur deze ook fijn. Hoeveel je nodig hebt is afhankelijk van wat je lekker vind. Ik heb zelf ongeveer 30 blaadjes gebruikt, maar meer of minder kan ook. Doe dit bij de tomaat en ui.

Doe vervolgens een scheutje olijfolie en peper en zout (naar smaak) bij het tomatenmengsel en meng dit door elkaar. Eventueel kun je ook nog een extra teentje knoflook fijnsnijden en erbij doen. Ik heb dit niet gedaan omdat het knoflookbrood voor mij genoeg knoflooksmaak heeft.

Schep een lepeltje tomatenmengsel op elk stukje brood en voila; klaar is de bruschetta.

Smakelijk!

IMG_2023