Bloedsinaasappel-lemoncurd

We kennen allemaal lemon curd natuurlijk! Het zoetzure goedje wat je tegenwoordig gewoon in potjes in de winkel kan kopen. Nog lekkerder is om het zelf te maken, want zo heel lastig is het helemaal niet. En wist je dat je ook prima kan variëren met de smaken van curd? Zo maakte ik dus onlangs deze curd van een combi tussen bloedsinaasappel en citroen. Bij een ‘gewone’ lemoncurd gebruik je 2 citroenen, ik verving er eentje door een bloedsinaasappel. Dan krijg je weer net een andere smaakdimensie. Nog ietsje minder zuur dan ‘gewone’ lemoncurd.

Curd kun je bijvoorbeeld op heerlijke scones doen, het recept van scones komt binnenkort online. Maar je kunt het ook bijvoorbeeld in dit taartje verwerken, of gewoon lekker op je beschuitje smeren. Ik liet zelf de curd wat vloeibaarder, dat vind ik lekkerder bij scones. Wil je het dikker hebben, verwarm het dan nog wat langer door. Hoe dan ook, lekker zoet en fris en perfect voor dit lente-weer.

Bereidingstijd: ~ 30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • rasp & sap van 1 flinke citroen
  • rasp & sap van 1 bloedsinaasappel
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 2 eieren (geklutst)

Stappenplan:

Rasp de citroen en bloedsinaasappel. Pers ook het sap uit en vang dit op. Zorg ervoor dat er geen pitjes in het sap zitten.

Doe de rasp met de suiker en boter in een hittebestendige kom. Dit ga je au bain-marie smelten, dus op een pan met een laagje kokend water. Zorg dat de onderkant van je kom het water niet raakt.

Zodra alles gesmolten is, voeg je het sap toe van de citroen en bloedsinaasappel. Vervolgens voeg je de geklutste eieren toe.

Roer door elkaar. Nu is het een kwestie van veel geduld hebben (ahh das moeilijk!).

Laat de kom au bain-marie staan, en roer af en toe nog door, totdat de curd ongeveer de dikte van yoghurt heeft. Dit is een langzaam process en kan zeker wel 20 minuutjes duren.

Giet de curd in een bak en dek af met plastic folie zodat er geen lucht bij de curd komt. Laat dit afkoelen, de curd zal dan nog iets indikken.

Klaar is kees, nu kun je de curd in een schone pot doen en zo zeker 2 tot 3 weken bewaren in de koelkast.

Smakelijk!

Blini’s van spelt met zalm en avocado

Blini’s kunnen altijd. Of het nou ontbijt, brunch of als hapje is, ze zijn hoe dan ook een hit. Heerlijk licht en fris van smaak door de zalm en zure room. En omdat blini’s maar klein zijn, kun je er zo veel of zo weinig van eten als je zelf wilt. Ook een fijn maaltje natuurlijk voor tijdens een feestelijke maaltijd, zo maakte ik ze dus voor de paasbrunch die we onlangs hadden.

Ik maakte de blini’s met een mix van speltbloem en kikkererwtenmeel, maar je kunt dit natuurlijk vervangen door andere soorten bloem of meel als je dit fijner vindt. Voor mij was het eigenlijk maar net wat ik nog in huis had.

Uiteraard kun je ook met de toppings eindeloos variëren (google maar voor inspiratie), maar ik blijf toch zelf de combi met zalm en zure room het lekkerst vinden. Om toch nog een kleine extra toevoeging te doen, en omdat avocado gewoon lekker is, deed ik dit er ook nog bij. Ziet het er niet feestelijk uit allemaal?

Het originele recept voor blini’s, wat eigenlijk een soort grote poffertjes van Russische afkomst zijn, laat het beslag eerst rijzen alvorens te bakken. Natuurlijk heb ik daar het geduld niet voor, dus koos ik voor een snelle variant. Je kunt ze koud eten, of lauwwarm eten. Eet je ze het liefst warm, dan kun je ze alsnog van tevoren maken en dan even in de magnetron opwarmen.

Bereidingstijd: ~25min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ongeveer 30 stuks:

  • 100 gram speltbloem
  • 75 gram kikkererwtenmeel
  • 2 eieren
  • 1 tl bakpoeder
  • 200 ml melk
  • 200 gram gerookte zalm
  • 125 gram zure room
  • 1 of 2 avocado
  • verse bieslook
  • zout en peper
  • olie

Stappenplan:

Meng het meel met de eieren, bakpoeder en melk tot een beslag. Voeg een snufje zout toe.

Zet een grote pan op het vuur met een heel klein beetje olie (of boter) en maak met een lepel voorzichtig hoopjes beslag in de pan, ongeveer ter grootte van een groot poffertje. Dit zal nog ietsje gaan uitlopen, dus laat genoeg ruimte ertussen. Natuurlijk kun je ook 2 pannen gebruiken om het sneller te laten gaan.

Bak de pannenkoekjes aan weerszijden goudbruin, dus draai ze na ongeveer 1-2 minuutjes. Dit is uiteraard afhankelijk van hoe hoog je vuur staat. Ik gebruikte middelmatig vuur.

Voordat je een nieuwe portie blini’s bakt, bekijk je even of er nog nieuwe olie in de pan moet of dat er nog voldoende in zit. Je hebt echt maar een beetje nodig.

Beleg de blini’s met een plakje avocado (of prak de avocado), wat zalm en een klein lepeltje zure room.

Bestrooi de blini’s met peper en verse bieslook.

Smakelijk!

Hartige brunchwafels met avocado & chorizo

We kennen natuurlijk allemaal de heerlijke zelfgemaakte zoete wafels. Ik ken ze in elk geval maar al te goed, want die bakte ik vroeger samen met oma in de kerstvakantie. Natuurlijk moest oma mij af en toe op de vingers tikken omdat ik teveel van het rauwe deeg snoepte, maar dat deeg was nou eenmaal zo lekker! En ik kon niet wachten totdat de wafels gaar waren natuurlijk.

Eigenlijk heb ik nooit meer wafels gebakken sinds mijn oma jaren geleden slechter werd en inmiddels ook een sterretje aan de hemel is. Niet omdat ik het niet wilde, maar ik heb geen wafelijzer. Dus toen ik onlangs een nieuw tosti-ijzer kocht, en naast de tosti-ijzers in de winkel ook prima goedkope wafelijzers zag, moest ik er nou eindelijk eens eentje kopen.

Natuurlijk heb ik inmiddels nog steeds geen zoete wafels gebakken, zoals ik dat vroeger met oma deed. Maar wel deze hartige wafels. En die zijn ook lekker! En hiervan is het rauwe deeg stukken minder lekker, dus daar hoef je je geen zorgen om te maken. Hartige wafels zijn hip! Je ziet steeds vaker kleine brunchplekjes waar ze hartige wafels serveren met allerlei toppings. Ik koos voor een hartige wafel met parmezaanse kaas erin, getopt met een heerlijk rijpe avocado, crunchy chorizo en frisse tomaatjes.

Oke, dit moet je niet te vaak doen, want het is stukken meer werk dan een simpel boterhammetje eten natuurlijk en niet perse gezonder. Maar voor een speciale brunch is het weer eens wat anders dan de standaard afbakbroodjes, gekookt eitje en jus d’orange.

Bereidingstijd: ~25 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 kleine wafels (2 personen):

  • 125 gram zelfrijzend bakmeel
  • 1 ei
  • 4 el melk
  • 50 gram roomboter (kamertemperatuur)
  • 50 gram parmezaanse kaas
  • 1 tl italiaanse kruiden
  • peper en zout
  • 50 gram chorizo
  • 1 avocado
  • 2-3 (kleine) tomaatjes

Extra benodigdheden:

  • wafelijzer

Stappenplan:

Doe een snuf zout bij de boter en mix dit kort luchtig. Voeg de melk en het ei toe en mix door elkaar.

Voeg lepel voor lepel het meel toe en roer door elkaar. Het deeg wordt nu langzaam steeds stugger.

Rasp de parmezaanse kaas en meng ook dit door het deeg. Doe er ook een snuf peper en de italiaanse kruiden doorheen. Verdeel in 4 delen.

Snij de chorizo in kleine reepjes. Verhit een koekenpan en bak de chorizo in 2-3min krokant.

Spatel de chorizo uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier. Bewaar het chorizovet.

Verwarm het wafelijzer en vet in met het overgebleven chorizovet.

Doe de deegbolletjes in het wafelijzer en doe het ijzer dicht. Mijn wafelijzer heeft plek voor 2 wafels dus ik heb dit in 2x gedaan.

Bak de wafels in 4-5min goudbruin.

Haal intussen het vlees uit de avocado door hem door midden te snijden en de pit eruit te halen. Met een lepel of vork kun je het vlees zo uit de schil scheppen.

Prak het avocadovlees met een vork en breng op smaak met wat peper en zout.

Was de tomaatjes en snij in kwartjes.

Serveer de wafels met de geprakte avocado, krokante chorizo en tomaatjes.

Smakelijk!