Shakshuka

Shakshuka (spreek uit: sjaksjoeka) is van origine een ontbijtgerecht uit de midden-oosterse keuken. Maar schrik niet, ook als brunch, lunch, diner of zelfs nachtelijke snack doet ie het goed. Maar net waar je zin in hebt uiteraard. Ik zie shakshuka steeds meer voorbij komen op social media zoals instagram. Het werd dus mooi eens tijd dat ik er zelf eens eentje ging maken. Als basis nam ik het recept uit TLV, het nieuwste kookboek van Jigal Krant, dat boordevol met heerlijke recepten uit Tel Aviv staat. Ik zou natuurlijk geen foodie zijn als ik er niet even mijn eigen draai aan moest geven. Al is het alleen maar omdat ik simpelweg enkele kruiden niet in huis had. Ik voegde ook extra kastanjechampignons toe, want die vinden wij lekker en dan heb je net wat extra groentes nog. Ook voegde in een klein beetje salami toe, vooral omdat Pim graag wat vlees eet. Eigenlijk het enige wat echt nog overeind is gebleven van het originele recept, is de methode met de eieren. De grootste irritatie voor kookboekenauteur Jigal Krant is dat eieren vaak compleet gestolt worden geserveerd bij een shakshuka. Lekkerder is natuurlijk als het eigeel nog rauw is, zodat hij lekker als extra saus kan dienen. Dit is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd (tot voor kort moest ik ook niks hebben van rauwe eieren) dus ik bied je beide opties aan in het recept. Heerlijk met turks brood, of libanese wraps bijvoorbeeld. Wij aten het zelf als avondeten, maar zoals al gezegd kan dit elk moment van de dag. Niet moeilijk om te maken, en gewoon weer eens wat anders! Ik hou ervan. Gebruik 4-8 eieren, afhankelijk van of je dit als ontbijt of lunch en voor 2 of 4 personen maakt. De worst is optioneel, wil je het een healthier maaltje maken, kun je de worst beter weglaten.

Bereidingstijd: ~ 40 min     Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor 2-4 personen:

  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 2 kleine salamiworstjes (bifi worstjes, optioneel)
  • 5 tomaten
  • 2 uien
  • 1 puntpaprika’s
  • 3 tenen knoflook
  • 4-8 eieren
  • 2 tl harissa
  • 2 laurierblaadjes
  • 1/2 tl komijnpoeder
  • 1/2 tl korianderpoeder
  • 1 tl ras el hanout
  • 1 tl sumac kruiden
  • verse munt en/of peterselie
  • olie
  • peper en zout
  • brood

Stappenplan:

Snij de puntpaprika en ui in fijne blokjes. Haal het vochtige middenstuk uit de tomaat en snij de rest ook in fijne blokjes.

Pers of rasp de knoflook.

Was en snij de champignons en snij ook de salami in fijne stukjes.

Verhit een scheutje olie in een hapjespan.

Bak de salami kort aan totdat hij licht knapperig wordt.

Voeg dan de ui, paprika en champignons toe en fruit dit nog enkele minuten mee.

Voeg de knoflook toe en bak ook deze kort mee, ongeveer 1 minuutje, evenals de ras el hanout, komijn, koriander en harissa.

Daarna voeg je de tomaten en laurierblaadjes toe en breng het geheel aan de kook.

Laat op laag vuur in ongeveer 15 minuten pruttelen tot een ingedikte saus. Breng de saus op smaak met peper en zout.

Verwarm intussen de oven op 180°C.

Scheid telkens elk ei in eiwit en eigeel.

Verdeel de eiwitten grof over de saus en meng lichtjes met een lepel.

Zet dit geheel nog zo’n 5 minuten in de oven zodat het eiwit stolt. Indien je geen ovenvaste pan hebt gebruikt, doe dan het geheel in een ovenschaal.

Leg dan het eigeel erbovenop en bestrooi met sumak en de verse kruiden. Let op, hou je niet van rauw eigeel, voeg hem dan al toe voordat je pan in de oven gaat. Zoals je ziet heb ik beiden gedaan.

Serveer met brood.

Smakelijk!

Gezonde kip-avocado salade op bietenbrood

Onlangs bezocht ik de 3e editie van het Foodies Breakfast. Het foodies breakfast wordt georganiseerd door Miranda van ‘Health Happy Food‘ en vond deze keer plaats bij Suuskes Lunchroom in Breda. Er komen zo’n 25 foodbloggers uit het hele land bij elkaar om als een kippenhok alleen maar over eten te kakelen. Uiteraard wordt er ook gegeten en de bedoeling is dat iedereen iets meeneemt. Voor ontbijt dus. Oef, dat vond ik nog lastig. Ik heb geloof ik amper ontbijtrecepten op de blog staan en om heel eerlijk te zijn ben ik qua ontbijt altijd weinig origineel. Ik ontbijt doordeweeks steevast met 2 crackers en in het weekend met een afbakbroodje, geroosterde boterham of een eitje. En dan heb je ook nog eens de moeilijkheidsgraad dat het makkelijk mee te nemen moest zijn en koud gegeten kan worden, want als 25 foodies ook nog eens ter plekke het eten moeten opwarmen dan ben je tegen het avondeten misschien een keertje klaar. Ook zijn de veelal ‘standaard’ toevluchtsoorden meestal niet aan mij besteed. Gerechten als yoghurt met fruit of muesli of een bananenbrood past nou eenmaal niet zo bij mij, dus waarom zou ik dat dan aan mensen voorzetten? Bovendien wilde ik ook iets maken waardoor ik niet compleet in het niet zou vallen tussen al dat andere lekkers van collegabloggers.

Na wat googlen op ontbijtrecepten kwam ik ineens de rainbow sandwiches tegen van Allerhande. JAAAAA, dat moest ik maken! Hoe ontzettend vrolijk zien die roze sneetjes eruit? Dat kan toch alleen maar opvallen tussen de grauw gekleurde kwarkbollen en wortelcakes (No offense overigens, niks mis met deze gerechten!). Ik had nog niet eerder zelf brood gebakken, dus ook dat was voor mij een leuke nieuwe uitdaging. Spannend wel, want wat als het zou mislukken? Het ontbijt start om 10u op een zondag dus ik kon niet snel nog iets anders verzinnen als ik gefaald had. Idealiter had ik het bietenbrood met speltbloem of een ander ‘gezondere’ bloem gemaakt, maar ik durfde deze keer niet van het origineel af te wijken gezien de ‘pressure’ die ik mezelf oplegde. Voor het brood heb ik dus helemaal het recept van AH gevolgd, kudos naar hun dus! En wat een lekker brood! De smaak van biet is extreem subtiel, waardoor je de toppings gewoon lekker proeft. Maar dat kleurtje! Dat is toch te gek… Maar hij staat dus wel nog op de TO-DO lijst om een nog gezondere variant ervan te maken.

Qua beleg wist ik al vrij snel wat ik wilde maken. Ik wist welke foodies er zouden komen en ook dat er daar een groot deel van ‘healthy foodies’ zijn. Ik wilde dus ook iets gezonds maken voor erop, uiteraard ook uit eigenbelang. En natuurlijk wilde ik qua topping niet het recept van AH aanhouden zodat ik tenminste nog wel echt iets zelfverzonnen heb. Ik hou altijd erg van salades op brood; eiersalade, tonijnsalade, kip-kerrie. Noem maar op, maar helaas niet de slankste toppings. Dus ging ik voor een gezonde variant van een salade. Maar dan met avocado en pulled chicken. Door de mayonaise te vervangen door griekse yoghurt krijg je een dieet-vriendelijke variant die wat mij betreft niet onder doet aan de supermarkt salades. Man man man, wat ben ik fan van mijn eigen recept haha.

Maak het af met wat verse groentes, zoals sla, rode kool en wortel en je hebt met deze bietenbroodjes met kip-avocado salade een perfect ontbijt of lunch als je het mij vraagt. Gezond, lekker en ook nog eens een tof plaatje.

Bereidingstijd: ~ 20 min (+30min koken/koelen)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 1 (redelijk grote) kom:

  • 350 gram kipdijfilets
  • 1 avocado
  • 200 gram griekse yoghurt
  • 1 rode ui
  • 1 halve zoete puntpaprika
  • 2 tl limoensap
  • 1/2 tl paprikapoeder
  • 1/2 tl chilipoeder
  • peper en zout
  • bouillonblokje (smaak naar keuze)
  • 1x bietenbrood recept

Stappenplan:

Doe het bouillonblokje in een steelpan met ongeveer 1 liter water. Breng tegen de kook zodat het bouillonblokje oplost.

Zodra het water tegen de kook zit (en dus net niet kookt), zet je het vuur laag en doe je de kippendijfilets erbij. Pocheer de kip zo’n 15 minuten en draai dan het vuur uit. Laat nog 15 minuten in het water afkoelen en haal de kip dan eruit. Vind je het moeilijk om te bepalen wanneer het water bijna kookt, dan kun je het ook eerst laten koken en dan iets laten afkoelen.

Pluk de kip met 2 vorken uit elkaar tot ‘pulled chicken’.

Snij de avocado, ui en paprika in kleine blokjes.

Meng de gesneden groentes met de kip en griekse yoghurt. Voeg de kruiden en het limoensap toe en breng op smaak met peper en zout.

Serveer het bietenbrood met de kip-avocado salade en eventueel verse groentes zoals sla, wortel en rode kool

Smakelijk!

Scones

Onlangs maakte ik voor het eerst scones. Ik heb ze uiteraard al heel vaak gegeten als onderdeel van een high tea, want een high tea zonder scones is geen high tea! Ik heb me echter nooit bedacht dat het eigenlijk heel simpel is om zelf scones te maken. Dit kan haast niet fout gaan als je het mij vraagt.

Je kunt de scones met jam serveren, of met een heerlijke lemoncurd. Zo maakte ik deze bloedsinaasappel-lemoncurd voor erbij, wat ik zelf echt verrukkelijk vond. Door het extra zuurtje erheen is het wat mij betreft net wat frisser dan gewone jam. Ook serveert men er graag clotted cream erbij. Dat is helaas in Nederland nog steeds niet overal te koop. Sommige grotere supermarkten hebben het wel. Scones zijn namelijk echt typisch Engels en clotted cream is daar wel al jaren te koop. Je kunt het echter wel prima enigszins simuleren door mascarpone te mengen met slagroom of creme fraiche. Dit doe je ongeveer 1 op 1. Dus 100 gram mascarpone op 100 gram slagroom.

Ik ging voor de eerste keer gewoon voor simpele naturel scones, maar je kunt ook hier zelfs mee varieren. Je kunt er bijvoorbeeld rozijnen doorheen doen. Maar ik heb ook al wel recepten voorbij zien komen waarbij ze een hartige variant van de scone maken, met kaas en spekjes bijvoorbeeld. Lijkt me heerlijk dus die gaan zeker op mijn to-cook lijstje!

Bereidingstijd: ~ 15min (+15min oventijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ~15 scones:

  • 175 ml karnemelk
  • 500 gram patentbloem + extra voor het uitrollen
  • 90 gram fijne kristalsuiker
  • 75 gram ongezouten roomboter (koud)
  • 2 zakjes bakpoeder (32 gram)
  • 3 eieren
  • snuf zout

Stappenplan:

Verwarm de oven voor op 200°C.

Meng de bloem met de suiker, bakpoeder en een snuf zout door elkaar in een ruime kom.

Snij de koude roomboter in blokjes en doe deze bij de bloem.

Gebruik je handen om de boter door de bloem te mengen/wrijven, totdat je een grof kruimelig geheel hebt.

Voeg dan de karnemelk en 2 eieren toe en kneed tot een deegje. Zodra het een samenhangend deeg is, is het goed. Je hoeft niet te lang door te kneden.

Bestuif je schoon aanrecht met wat bloem en leg het deeg hierop.

Rol het deeg uit tot ongeveer 2 cm dikte.

Steek hier ringen uit, dit kan met een koekjescutter, of als je die niet hebt met een dun glas. Ik gebruikte hiervoor een doorsnee van 5 cm.

Uiteraard kun je het overgebleven deeg weer opnieuw bij elkaar voegen en uitrollen zodat je nog meer scones kunt uitprikken. Zo haal je het maximale uit je deegje.

Leg de scones op een met bakpapier beklede bakplaat.

Klop het 3e ei los en bestrijk de bovenkant van de scones met een dun laagje ei.

Bak de scones in ongeveer 15 minuten goudbruin in de oven.

Smakelijk!

Bloedsinaasappel-lemoncurd

We kennen allemaal lemon curd natuurlijk! Het zoetzure goedje wat je tegenwoordig gewoon in potjes in de winkel kan kopen. Nog lekkerder is om het zelf te maken, want zo heel lastig is het helemaal niet. En wist je dat je ook prima kan variëren met de smaken van curd? Zo maakte ik dus onlangs deze bloedsinaasappel-lemoncurd van een combi tussen.. tumtumtummmm, bloedsinaasappel en citroen. Bij een ‘gewone’ lemoncurd gebruik je 2 citroenen, ik verving er eentje door een bloedsinaasappel. Dan krijg je weer net een andere smaakdimensie. Nog ietsje minder zuur dan ‘gewone’ lemoncurd.

Curd kun je bijvoorbeeld op heerlijke scones doen, het recept van scones vind je hier. Maar je kunt deze bloedsinaasappel-lemon ook bijvoorbeeld in dit taartje verwerken, of gewoon lekker op je beschuitje smeren. Ik liet zelf de curd wat vloeibaarder, dat vind ik lekkerder bij scones. Wil je het dikker hebben, verwarm het dan nog wat langer door. Hoe dan ook, lekker zoet en fris en perfect voor dit lente-weer.

Bereidingstijd: ~ 30 min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten:

  • rasp & sap van 1 flinke citroen
  • rasp & sap van 1 bloedsinaasappel
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 125 gram ongezouten roomboter
  • 2 eieren (geklutst)

Stappenplan:

Rasp de citroen en bloedsinaasappel. Pers ook het sap uit en vang dit op. Zorg ervoor dat er geen pitjes in het sap zitten.

Doe de rasp met de suiker en boter in een hittebestendige kom. Dit ga je au bain-marie smelten, dus op een pan met een laagje kokend water. Zorg dat de onderkant van je kom het water niet raakt.

Zodra alles gesmolten is, voeg je het sap toe van de citroen en bloedsinaasappel. Vervolgens voeg je de geklutste eieren toe.

Roer door elkaar. Nu is het een kwestie van veel geduld hebben (ahh das moeilijk!).

Laat de kom au bain-marie staan, en roer af en toe nog door, totdat de curd ongeveer de dikte van yoghurt heeft. Dit is een langzaam process en kan zeker wel 20 minuutjes duren.

Giet de curd in een bak en dek af met plastic folie zodat er geen lucht bij de curd komt. Laat dit afkoelen, de curd zal dan nog iets indikken.

Klaar is kees, nu kun je de bloedsinaasappel-lemoncurd in een schone pot doen en zo zeker 2 tot 3 weken bewaren in de koelkast.

Smakelijk!

Blini’s van spelt met zalm en avocado

Blini’s kunnen altijd. Of het nou ontbijt, brunch of als hapje is, ze zijn hoe dan ook een hit. Heerlijk licht en fris van smaak door de zalm en zure room. En omdat blini’s maar klein zijn, kun je er zo veel of zo weinig van eten als je zelf wilt. Ook een fijn maaltje natuurlijk voor tijdens een feestelijke maaltijd, zo maakte ik ze dus voor de paasbrunch die we onlangs hadden.

Ik maakte de blini’s met een mix van speltbloem en kikkererwtenmeel, maar je kunt dit natuurlijk vervangen door andere soorten bloem of meel als je dit fijner vindt. Voor mij was het eigenlijk maar net wat ik nog in huis had.

Uiteraard kun je ook met de toppings eindeloos variëren (google maar voor inspiratie), maar ik blijf toch zelf de combi met zalm en zure room het lekkerst vinden. Om toch nog een kleine extra toevoeging te doen, en omdat avocado gewoon lekker is, deed ik dit er ook nog bij. Ziet het er niet feestelijk uit allemaal?

Het originele recept voor blini’s, wat eigenlijk een soort grote poffertjes van Russische afkomst zijn, laat het beslag eerst rijzen alvorens te bakken. Natuurlijk heb ik daar het geduld niet voor, dus koos ik voor een snelle variant. Je kunt ze koud eten, of lauwwarm eten. Eet je ze het liefst warm, dan kun je ze alsnog van tevoren maken en dan even in de magnetron opwarmen.

Bereidingstijd: ~25min      Moeilijkheid (1 t/m 5): **

Ingrediënten voor ongeveer 30 stuks:

  • 100 gram speltbloem
  • 75 gram kikkererwtenmeel
  • 2 eieren
  • 1 tl bakpoeder
  • 200 ml melk
  • 200 gram gerookte zalm
  • 125 gram zure room
  • 1 of 2 avocado
  • verse bieslook
  • zout en peper
  • olie

Stappenplan:

Meng het meel met de eieren, bakpoeder en melk tot een beslag. Voeg een snufje zout toe.

Zet een grote pan op het vuur met een heel klein beetje olie (of boter) en maak met een lepel voorzichtig hoopjes beslag in de pan, ongeveer ter grootte van een groot poffertje. Dit zal nog ietsje gaan uitlopen, dus laat genoeg ruimte ertussen. Natuurlijk kun je ook 2 pannen gebruiken om het sneller te laten gaan.

Bak de pannenkoekjes aan weerszijden goudbruin, dus draai ze na ongeveer 1-2 minuutjes. Dit is uiteraard afhankelijk van hoe hoog je vuur staat. Ik gebruikte middelmatig vuur.

Voordat je een nieuwe portie blini’s bakt, bekijk je even of er nog nieuwe olie in de pan moet of dat er nog voldoende in zit. Je hebt echt maar een beetje nodig.

Beleg de blini’s met een plakje avocado (of prak de avocado), wat zalm en een klein lepeltje zure room.

Bestrooi de blini’s met peper en verse bieslook.

Smakelijk!

Hartige brunchwafels met avocado & chorizo

We kennen natuurlijk allemaal de heerlijke zelfgemaakte zoete wafels. Ik ken ze in elk geval maar al te goed, want die bakte ik vroeger samen met oma in de kerstvakantie. Natuurlijk moest oma mij af en toe op de vingers tikken omdat ik teveel van het rauwe deeg snoepte, maar dat deeg was nou eenmaal zo lekker! En ik kon niet wachten totdat de wafels gaar waren natuurlijk. Eigenlijk heb ik nooit meer wafels gebakken sinds mijn oma jaren geleden slechter werd en inmiddels ook een sterretje aan de hemel is. Niet omdat ik het niet wilde, maar ik heb geen wafelijzer. Dus toen ik onlangs een nieuw tosti-ijzer kocht, en naast de tosti-ijzers in de winkel ook prima goedkope wafelijzers zag, moest ik er nou eindelijk eens eentje kopen.

Natuurlijk heb ik inmiddels nog steeds geen zoete wafels gebakken, zoals ik dat vroeger met oma deed. Maar wel deze hartige brunchwafels. En die zijn ook lekker! En hiervan is het rauwe deeg stukken minder lekker, dus daar hoef je je geen zorgen om te maken. Hartige brunchwafels zijn hip! Je ziet steeds vaker kleine brunchplekjes waar ze hartige wafels serveren met allerlei toppings. Ik koos voor een hartige wafel met parmezaanse kaas erin, getopt met een heerlijk rijpe avocado, crunchy chorizo en frisse tomaatjes.

Oke, dit moet je niet te vaak doen, want het is stukken meer werk dan een simpel boterhammetje eten natuurlijk en niet perse gezonder. Maar voor een speciale brunch is het weer eens wat anders dan de standaard afbakbroodjes, gekookt eitje en jus d’orange.

Bereidingstijd: ~25 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 4 kleine wafels (2 personen):

  • 125 gram zelfrijzend bakmeel
  • 1 ei
  • 4 el melk
  • 50 gram roomboter (kamertemperatuur)
  • 50 gram parmezaanse kaas
  • 1 tl italiaanse kruiden
  • peper en zout
  • 50 gram chorizo
  • 1 avocado
  • 2-3 (kleine) tomaatjes

Extra benodigdheden:

  • wafelijzer

Stappenplan:

Doe een snuf zout bij de boter en mix dit kort luchtig. Voeg de melk en het ei toe en mix door elkaar.

Voeg lepel voor lepel het meel toe en roer door elkaar. Het deeg wordt nu langzaam steeds stugger.

Rasp de parmezaanse kaas en meng ook dit door het deeg. Doe er ook een snuf peper en de italiaanse kruiden doorheen. Verdeel in 4 delen.

Snij de chorizo in kleine reepjes. Verhit een koekenpan en bak de chorizo in 2-3min krokant.

Spatel de chorizo uit de pan en laat uitlekken op keukenpapier. Bewaar het chorizovet.

Verwarm het wafelijzer en vet in met het overgebleven chorizovet.

Doe de deegbolletjes in het wafelijzer en doe het ijzer dicht. Mijn wafelijzer heeft plek voor 2 wafels dus ik heb dit in 2x gedaan.

Bak de wafels in 4-5min goudbruin.

Haal intussen het vlees uit de avocado door hem door midden te snijden en de pit eruit te halen. Met een lepel of vork kun je het vlees zo uit de schil scheppen.

Prak vervolgens het avocadovlees met een vork en breng op smaak met wat peper en zout.

Was de tomaatjes en snij in kwartjes.

Serveer de brunchwafels met de geprakte avocado, krokante chorizo en tomaatjes.

Smakelijk!