Inge op bezoek bij: de Crole Hoeve

Naast mijn blog werk ik gewoon fulltime. Bloggen doe ik dus echt in mijn vrije tijd. Zo heel af en toe komen er eens events voorbij die ik echt niet aan mijn neus voorbij wil laten gaan en ik dus een vrije dag voor opneem. Dit was er ene van. Op uitnodiging van Francine van Heerlijke Happen mocht ik op bezoek bij de Crole Hoeve in Sint Oedenrode. Bij de Crole Hoeve duurt de voorliefde voor runderen al vier generaties lang. De huidige generatie, met aan het hoofd boer Leon, werkt vol passie aan het houden van robuuste runderrassen in natuurgebieden. Dus geen hokjes waar alle koeien zij aan zij staan te grazen, maar een heel natuurgebied waar de runderen kunnen gaan en staan waar ze willen.

We werden ontvangen in het smaaklokaal van de Crole Hoeve. Een klein keukentje/barretje aan de boerderij vast waar we de dag begonnen met een lekkere kop thee (want het was echt superkoud!) en een zelfgemaakte kroket, echte filet americain en heerlijke worstenbroodjes. Deze ruimte wordt vaak gebruikt voor workshops, zoals een workshop ‘van kop tot staart’, waarbij je leert een rund uit te beenderen. Of een barbecue workshop, waarbij je leert een goed stuk vlees met respect te bereiden op de barbecue. Door de ramen van het smaaklokaal kijk je een binnenstal in, waar de Limousin koeien al vrolijk lopen te grazen (tijdelijk) en hun rug masseren aan de borstel. ‘Wat voor koeien?’, hoor ik je denken. Dit runderras komt van oorsprong uit Limousin, een provincie in midden-Frankrijk. Het is een groot ras koeien wat blondrood tot roodbruin van kleur is. De koeien die ons aanstaarden waren mooi roodbruin. Limousin is een echt vleesras en levert daarom goed en mals kwaliteitsvlees.

Na een introductiepraatje, waarbij we uiteraard ook even aan alle andere bloggers werden voorgesteld, konden we onze jassen weer aantrekken. Buiten stond namelijk een echte huifkar met traktor te wachten op ons. Boer Leon wil ons laten zien waarom zijn runderen speciaal zijn. Ze lopen namelijk los rond in prachtige natuurgebieden van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en andere terreinbeheerders. Dit heeft driedubbel voordeel. Allereerst lopen de runderen dus vrij rond in een groot gebied, wat natuurlijk blije koetjes levert. Blije koeien levert beter vlees, voordeel nummer twee. Als laatst zorgt de begrazing van de koeien voor het verarmen van de grond wat op den duur weer voor meer biodiversiteit zal zorgen. Niks geen kunstmest, geen antibiotica, maar puur natuur.

We vertrekken met z’n allen in de huifkar, voortgetrokken door de prachtige rode traktor van boer Leon. Oh, wat was het koud, maar gelukkig hadden we een fles rode en witte wijn op zak. Na een prachtige rit door de herfstige bossen komen we aan bij een hekwerk. Achter het hekje staan zo’n zes paar mooie bruin glanzende ogen ons al op te wachten. Met een weelderige bos bruine lokken komen ze op ons afstormen zodra we het hekwerk binnen wandelen. Ik heb het over Schotse Hooglanders. En nee, waarschijnlijk niet omdat ze mensen zo ontzettend leuk vinden, maar omdat boer Leon heuse koeienkoekjes bij zich had. Ook is het niet zo dat Leon precies wist waar deze koeien te vinden waren. Dat is vrijwel onmogelijk gezien ze vrij rondlopen op een gebied van zo’n 30 hectare groot. De schoonouders van Leon waren al vooruit gereden, op zoek naar de wollebolletjes.

Wat een prachtige beesten zijn dit, en ook echt wel schuw. Ze laten zich goed aaien en zijn heel nieuwsgierig. Het is wel oppassen geblazen want ze hebben uiteraard wel hoorns en snappen natuurlijk niet dat ze daar mensen mee pijn kunnen doen. Leon vertelt vol passie over zijn runderen. Verrast was ik om te horen dat het hem echt wel pijn doet als hij na zoveel jaren een koe moet afgeven voor de slacht. Natuurlijk begrijpt hij dat dit nou eenmaal ‘part of the job’ is, maar ik had verwacht dat hij dan ook enigszins ‘harteloos’ zou zijn over het slachten van koeien. Niets is minder waar dus, en dat laat maar weer zien dat je geen vegetariër hoeft te zijn om van dieren te houden.

We maken ons ritje weer terug naar de Crole Hoeve, waar inmiddels de barbecue al is aangeslingerd. Binnen treffen we slager Johan en chef Ralf. Allereerst laat slager Johan ons zien hoe je een rund uitbeent. Meer specifiek, ontleed hij een rugstuk in onder andere de ossenhaas. Die gebruikt chef Ralf vervolgens weer om een perfecte carpaccio en tartaar van te maken. Super interessant om een slager aan het werk te zien en hoe hij met alle precisie alle stukken vlees weet te vinden. Naast de op-je-tong-smeltende carpaccio en tartaar, die werd geserveerd met een eigengemaakt ‘eigeel’ van onder andere uitjes en augurk, wist chef Ralf ook een ontzettend smaakvolle pompoensoep te maken.

Als laatste kregen we twee stukken steak voorgeschoteld. Het ene stuk steak was vers van de pers, zojuist afgesneden door slager Johan en rechtstreeks op de barbecue gegaard. Het tweede stuk heeft eerst zo’n 12-14 weken in een rijpkast gehangen, alvorens het te grillen op de barbecue. Nou ben ik oprecht normaliter niet zo van steak, maar man, wat heb ik gesmuld. Mijn favoriet was de gerijpte steak. Die was qua smaak stukken heftiger, maar ik vond hem juist heel erg zoet en proefde tonen van vanille door het vlees. Heel cool dat dit door het natuurlijke rijping process ontstaat.

Om de dag af te sluiten laat boer Leon zijn Limousin koeien weer terug naar hun weiland vanuit de stal. Zodra het hek open gaat stormen de beestjes terug naar hun vertrouwde stekkie, letterlijk. Dat laat maar weer zien hoe ook deze schatjes, net als mensen, aan hun vrijheid en ruimte hechten, en benadrukt het belang van biologisch vlees

Wat een fantastische dag heb ik gehad hier op de Crole Hoeve. Onverwachts ben ik toch wel fan geworden van rundvlees. Ik eet eigenlijk niet vaak rundvlees, behalve in stoofpotjes of als gehakt. Rood vlees spreekt mij niet zo aan, waarschijnlijk omdat het nog teveel op een echt dier lijkt. Toch heb ik echt genoten van de rundgerechten die ik vandaag geproefd heb. En van het gezelschap, zowel van de bloggers als ook van de beestjes.

Uiteten met Inge: Café Louis in Maastricht

Afgelopen week mocht ik genieten van een 3-gangen diner bij Café Louis, de nieuwe Franse hotspot in Maastricht. Gelegen in een prachtig monumentaal pand aan de Boschstraat, het voormalige Refugié van Hocht, bevind zich sinds Juni deze gezellige Franse Bistro. En dat niet alleen, het gaat gepaard met een hotel, Hotel Monestère.

Het begint al met het terras voor aan de straat. Als wij aankomen is het nog redelijk leeg bij Café Louis, maar de typische gewoven stoeltjes met ronde tafeltjes wanen me gelijk in een Frans dorpje. We lopen verder naar binnen en ontdekken tal van verschillende ruimtes, elk met een eigen thema of aankleding. Ik hou ervan, in plaats van een grote ruimte, zijn er allemaal kleinere kamers. Omdat elke kamer anders is ingericht is er telkens iets opnieuws te ontdekken en dat houdt het spannend. Een hoge lange gang verbindt alle ruimtes met elkaar, als ook het hotel. Het kleurgebruik en de kunst aan de muur zorgt voor allure, maar niet over de top. Het is er sfeervol en biedt voor elk type bezoek een ander hoekje. Het meubilair vind ik fantastisch. Heel veel verschillende soorten stoelen en tafels zorgen voor een speels effect. Maar door gebruik van onder andere fluweel en intense kleuren zoals donkergroen en goud past het heel erg bij de uitstraling van het gebouw.

Wij zoeken ons een plekje uit bij het raam in het grootste restaurantgedeelte. Het is leeg en dat geeft mij lekker de ruimte ongegeneerd foto’s te gaan maken. Of we vooraf een cocktail lusten? Nou, zeg dat niet nog eens. Natuurlijk lust ik die, graag zelfs. We laten ons 2 cocktails aanraden, Pim nam een French75 en ik een cosmopolitan met champagne. Wauw, wat een heerlijke cocktails. Nu hou ik nou eenmaal van cocktails dus kun je niet heel snel iets fout doen, maar echt waar, deze waren heerlijk en ook nog eens prachtig geserveerd.

Of we ook oesters wilden proberen? Pim en ik keken elkaar in de ogen aan. Durven we dit aan? Jah joh, laten we eens gek doen. Ik heb wel eerder oesters gehad, maar ben geen grote fan ervan. Dat komt voornamelijk omdat ik echt met mijn ogen eet, en laten we eerlijk zijn, oesters zijn niet de meest pretty dingen. We kregen twee joekels van oesters voorgeschoteld, puur, met een schaaltje saus. Zo kon je zelf bepalen of je de oesters puur of met saus at. Ik koos voor een beetje saus, namelijk rode wijnazijn met een sjalotje. Zo heb ik eerder oesters gehad en dat vond ik destijds ook wel het lekkerst. Goede keuze. Doordat ik maar een beetje saus nam overheerste het niet maar werd wel de zilte smaak van de oesters ietsje teruggedrongen. Mwoah, mijn oordeel blijft hetzelfde. Niet vies, maar echt een groot fan ben ik toch ook nog niet.

We kregen een bescheiden menukaart voor onze neus. Ik hou ervan, hoe minder keuze, hoe minder ruimte voor keuzestress. En zelfs met een kleine kaart blijf ik altijd nog keuzestress houden. Ander voordeel van een kleine kaart is vaak dat een restaurant tenminste uitblinkt in die paar gerechten op de kaart, in plaats van heel veel gerechten maar half goed serveren. Je hoort het, ik hou niet van restaurants met een grote kaart.

Café Louis werkt met een kaart die de hele dag gebruikt wordt, je kunt dus prima lunch als avondeten kiezen, of avondeten als ontbijt. Er staan enkele typische Franse gerechten op, maar ook enkele niet perse typische Franse gerechten. Vooraf kozen we de vissoep en de gamba’s. Vooral ook op aanraden van de ober, die overigens de hele tijd beleefd ‘u’ tegen ons zei. Joh, ik ben maar een gewoon mens, ‘je’ is helemaal prima hoor. Ik zag dat de ober in de war raakte van die opmerking, zijn repertoire leek te bestaan uit ‘u’ zinnen en de vertaling naar ‘je’ had ie volgens mij even niet zien aankomen. Van binnen moest ik gniffelen.

Er kwam brood op tafel. Met boter en een heerlijke olijfolie van Beluga. Eerst dacht ik ‘Hè, wat jammer dat ze er nu zo’n simpel wit stokbrood bij serveren’, maar al snel bedacht ik me dat dit juist brilliant was. We zitten namelijk in een Franse bistro, en wat is er nou Franser dan een heerlijk verse baguette?

Binnen no-time stond ons voorgerecht op tafel. Ik zelf at de vissoep. Het was eigenlijk meer een zalmsoep, want dat was de enige vissoort die ik zag zwemmen. Maar dat geeft niks, want de soep was wel bijzonder smaakvol. De zalmsmaak overheerste inderdaad, maar je proefde ook goed de tomaten die erin zaten, en de room maakte de soep helemaal rijk. Hij werd geserveerd met een rouille en homemade croutons, die overigens to-die-for waren. Heerlijk krokant en niet te vettig. De gamba’s van Pim waren ook lekker, als ik hem mag geloven. Ze waren namelijk op voordat ik met mijn ogen kon knipperen.

Als hoofdgerecht koos ik voor zeebrasem, een vissig dagje voor mij dus. Ook deze keer was de vis heerlijk gebakken. Goed op smaak en niet te ver doorgegaard. Hij werd vergezeld door een sauce vierge, een frisse saus op basis van tomaat en kruiden, als ook meerdere groentes zoals groene asperges. Pim koos voor steak tartare. Oh zo blij was ie, steak tartare zie je niet vaak op een menukaart staan. Het bord was superclean, in het midden de steak tartare met het eigeel bovenop en enkel een kleine salade aan de zijkant. Ik hou zelf niet van steak, dus dit gerecht heb ik niet kunnen oordelen. Maar Pim was minutenlang stil aan het genieten, en gezien hij nogal een praatgraag is zegt dat voldoende. Ons hoofdgerecht werd geserveerd met twisterfrietjes. Superlekker, don’t get me wrong. Hoewel ik het wel leuker had gevonden als je bijvoorbeeld pommes duchesse, pommes dauphine of aardappelgratin erbij zou krijgen. Iets wat echt frans is. Wellicht variëren ze met de bijgerechten en staat dit een andere dag wel op tafel. Daar kan ik niet over oordelen. En nogmaals, niks mis met twisterfrietjes hoor, alleen niet persé erg Frans. Hoe dan ook hebben we ook beiden van ons hoofdgerecht genoten.

Tijd voor het nagerecht dus. Ik zat inmiddels al goed vol (ik had zelfs een deel van de soep al aan Pim gegeven) dus ik moest even slim kiezen. Pim had zijn keuze al snel gemaakt en ik wist precies wat het ging worden. Als meneer crème brûlée op de kaart ziet staan, zal hij 9 van de 10 keer daarvoor gaan. Ik koos voor aardbeien met vanille-ijs en basilicum, voornamelijk omdat dit lekker licht is, maar ook omdat ik hou van hartige smaken in desserts. Ik was dus erg benieuwd op welke manier de basilicum in het dessert verwerkt zou zijn.

De crème brûlée was een flinke portie met een perfect krokant randje. Precies zoals ie hoort te zijn. Mijn aardbeien waren heerlijk gemarineerd maar de basilicum was helaas niet veel meer mee gedaan dan enkel wat kleine blaadjes erbij. Die had van mij nog wat beter gekund. Juist die drie happen dessert waar een blaadje basilicum bij zat, die happen waren het allerlekkerst. Hij had dus wat mij betreft iets prominenter aanwezig mogen zijn, maar dat is wellicht een kwestie van smaak.

Ondanks het gebrek aan basilicum heb ik flink genoten deze avond bij Café Louis. Wat een fijn plekje zo midden in Maastricht. Echt een verborgen parel als je het mij vraagt. Met smaakvolle, niet alledaagse gerechten op de kaart, prettige bediening en een heerlijk sfeervol plekje. Ik ben heel nieuwsgierig geworden naar het hotel, hoe gaaf zou het zijn als diezelfde sfeer is doorgetrokken in de hotelkamers? Mocht je dus een weekendje Maastricht op de planning hebben staan, overweeg dan zeker dit plekje. Centraal, hip en sjiek. Of moet ik ‘chique’ zeggen, op z’n Frans?

Culinair reisverslag: Argentinië & een stukje van Chili

Argentinië, wat een land! Het stond al een hele tijd op mijn wishlist om ernaartoe te gaan. Eigenlijk al sinds mijn broer er jaren geleden op reis ging en terugkwam met de meest spectaculaire foto’s. Je kent dat vast wel, je ziet meermaals per jaar foto’s van vakanties. Maar er zijn er maar enkelen die je echt bijblijven, dat was voor mij dus de foto’s van mijn broer. Eigenlijk zouden we afgelopen december/januari al deze reis maken, vooral ook omdat het in die maanden juist zomer is in Argentinië. Dit kon helaas door werkomstandigheden niet doorgaan dus we besloten de reis alsnog enkele maanden later te maken. Het was dus tegen die tijd wel einde herfst. Eerst zal ik kort de reis beschrijven, om je vervolgens mee te nemen in de culinaire wereld van dit land en andere opvallende aspecten.

Normaliter bereid ik mijn reizen best wel redelijk voor. Ik hou er niet zo van om tijdens de reis me nog druk te moeten maken met de vraag ‘Waar slaap ik morgen eigenlijk?’. Als zo goed als alles van tevoren is uitgestippeld en geboekt, dan hoef ik me alleen nog maar druk te maken over de belangrijke zaken op vakantie: ‘Waar eten we vandaag?’ en ‘Wat voor tofs gaan we vandaag weer doen en/of zien?’. Wegens tijdgebrek hebben we deze Argentinië reis eigenlijk amper voorbereid. We zochten 3 plekken uit die we wilden bezoeken, boekten de vlucht, inclusief ook de binnenlandse vluchten. En na elke vlucht boekten we minstens de eerste overnachting, en verder was er nog helemaal niets geregeld.

De reis begon in Buenos Aires. Niet mijn favoriete stad als ik eerlijk ben. Nu speelt het weer altijd wel een grote rol bij het bezoeken van een stad, en wij hadden in de 2,5 dag dat we daar waren zo ongeveer alle seizoenen wel gehad; zon, regen en wind. Buenos Aires heeft enkele leuke wijken, zoals Palermo Soho en San Termo. Maar dan houdt het daar ook wel een beetje mee op. Buenos Aires bezit niet zoveel ‘landmarks’ als andere grote steden dat doen. Er is geen Eifeltoren, geen vrijheidsbeeld, geen Colloseum of Sagrada Familia. Dat maakt dus dat je eigenlijk alleen wat door de straten kan slenteren en de wijkjes kan bekijken, maar veel meer dan dat kun je er ook niet doen. Er zijn wel enkele musea, maar die zijn zeker niet van niveau ‘Guggenheim’ of ‘Louvre’. Als de zon dan schijnt, dan kun je wel prima toeven in de botanische tuinen bijvoorbeeld. Maar zoals ik al zei, wij hadden de pech dat eigenlijk maar een halve dag de zon scheen, dus lekker picknicken onder het genot van een Malbec zat er niet in. Wat ons wel opviel is dat het een relatief rustige stad is. Althans, in sommige delen van de stad heb je 5-baans straten, waar dan maar 3 auto’s over rijden. Ook hoef je niet telkens slalommend over de stoep te lopen, want zoveel mensen lopen er niet. Ook hebben we heerlijk gegeten, daarover later meer.

De prachtige Perito Moreno gletsjer vanaf het uitkijkpunt

We vervolgden onze reis richting Patagonië. Patagonië is een immens groot gebied in het zuiden van het land, wat ook nog doorloopt tot in Chili. Door de ligging van het gebied en de aanwezigheid van het Andesgebergte, is het grootste deel van het gebied gevuld met prachtige, besneeuwde bergen, waarvan de voet en het platteland juist steppe-landschap bevat. Er zijn enkele fantastisch grote meren en gletsjers, waaronder de Perito Moreno gletsjer. Die moest en zou ik zien, want die had ik bij mijn broer ook op foto’s gezien. De Petiro Moreno gletsjer bevind zich op enkele uurtjes rijden van het stadje El Calafate, dus dit werd onze basis voor de tweede plek die we bezochten.

Hiken op de gletsjer was het gaafste wat we gedaan hebben

We boekten een minitrekking naar de gletsjer toe. Dit is echt het allergaafste wat we deze reis gedaan hebben. Met van die metalen spikes onder de schoenen gingen we zo’n 1,5u op de gletsjer wandelen. Ja, OP de gletsjer. Alsof ik me op een totaal andere planeet bevond, zo voelde dat. Een heuvellandschap van ijs, met hier en daar een sinkhole waar je duizelig van wordt, zo diep. En we hadden nog extra geluk, er was op het moment dat wij er waren een grot onder de gletsjer ontstaan waar we ook in mochten. Die grot was wel zo’n 50 meter diep en er stroomde zelfs een rivier in, allemaal gesmolten gletsjerwater. De gemiddelde gletsjer neemt in de loop der jaren af met de opwarming van de aarde. Deze gletsjer laat zich echter niet uit het veld slaan en is al jaren stabiel. Ik kan alleen maar WAUW zeggen.

Torres del Paine: Chili

Vanuit El Calafate gingen we met de bus naar Torres del Paine, een nationaal park dat net over de grens in Chili ligt. Op zo’n 2u rijden van het park ligt Puerto Natales, een klein stadje wat al jaren als gateway naar het park dient. Je kunt overigens ook in het park zelf slapen, in een hutje of op een camping. Dit lukte ons niet meer, omdat we het dus niet allemaal van tevoren geregeld hadden. Achteraf vond ik het niet erg, want gezien het seizoen was het s’nachts best wel fris. Dit had ons echter wel 4u rijden op een dag gescheeld. We besloten een auto te huren voor 2 dagen en op die manier het park te verkennen. Er zijn veel verschillende hiking routes, sommigen lang, sommigen kort en sommigen enkel te lopen met een gids. Van de ene kant van het park naar de andere kant rijden, daar doe je ook al wel zo’n 2u over. Zeker als je onderweg nog hier en daar wilt stoppen om van het uitzicht te genieten. We besloten dus beide dagen een relatief korte hike uit te zoeken, ongeveer 2u per dag. Zo waren we zo’n 8u per dag van huis. Dat was wel fijn zeker ook gezien het jaargetijde de avondschemer alweer vroeg viel. Op de derde dag dat we in Chili waren regende het en wisten we niet zo goed wat we nog wilden doen. De eigenaren van de bungalow waar we verbleven hoorden dat en nodigden ons uit om een echte Chileense lunch te komen eten bij hun. Nou, als foodie laat ik me dat geen twee keer zeggen natuurlijk! Het werd een Chileense kippensoep genaamd ‘cazuela de ave’. Heel traditioneel voor Chili, terwijl het eigenlijk een vrij simpele kippensoep was. Hij was uiteraard wel echt heerlijk en ik vond het fantastisch dat ik bij de mensen thuis mocht komen. Mocht je een slaapplek zoeken in Puerto Natales, dan is ‘Toore Patagonia’ je place to be!

De lieve Chilenen die onze lunch verzorgden
Cazuela de ave: Chileense kippensoep

Na de beauty van Torres del Paine dacht ik echt dat dit niet meer overtroffen kon worden. Ik had het bij het foute eind. We vertrokken naar El Chalten (weer in Argentinië) waar we de Fitz Roy hike gingen doen. Ok, het was zwaar pittig en ik heb meermaals bijna opgegeven en ook geroepen ‘dit doe ik nooit meer’. Maar wat een prachtige hike met een fantastisch mooi uitzicht. De hike duurde in totaal zo’n 9 a 10 uur, waarbij je een berg oploopt en weer terug. De eerste 3km van de hike zijn redelijk omhoog lopen dus die waren al wel pittig met mijn enigszins zwakke conditie (over met je neus op de feiten drukt worden gesproken..) maar de laatste kilometer omhoog van deze hike sloeg werkelijk alles. De laatste kilometer omhoog had een stijging van 400meter dus je kunt je voorstellen hoe stijl dit omhoog ging. Bovendien was er geen gebaand wandelpad maar waren het meer rotsen waar je tegenop klom/wandelde (afhankelijk van hoe lang je benen zijn ;)). Die laatste km heb ik meermaals willen opgeven (vooral omdat ik wist dat we dat hele end ook nog terug moesten) maar uiteindelijk, met behulp van Pim, toch doorgezet. Huilend kwam ik bovenop de top van de berg, emoties van uitputting en wanhoop, maar zeker ook van blijheid. We hebben over die laatste km zo’n 1,5u gedaan, kun je nagaan hoe heftig stijl het was. Maar wat een prachtig uitzicht hadden we daar, zowel op de Fitz Roy berg met een mooi meer eronder, als ook op het dal dat we inmiddels achter ons gelaten hadden. Het vervelende was alleen, toen moesten we nog dezelfde weg terug. Nu is omlaag gaan wel beter voor je adem, maar je spieren krijgen het toch wel zwaar te verduren. Het heeft ons daarna 3 dagen rust gekost doordat ons lichaam zo extreem op was en Pim zelfs een overbelaste enkel eraan over gehouden had. Toch ben ik achteraf blij dat ik het gedaan heb en vooral overwonnen heb. Maar het zou idealer zijn als de hike net 3 of 4 kilometer korter zou zijn.

Op de top van Fitz Roy, na 5u hiken

Na al dat natuurgeweld dat Patagonië ons bood vervolgden we onze weg naar Salta. Salta is een koloniale stad in het noorden van het land. Het stadje zelf is wel schattig om een dagje te bezoeken maar verder zeker niet net zo spannend als wat er verder te zien is in de provincie. We huurden een auto en reden naar het noorden. Met Tilcara als basis, wat overigens ook echt een mooi en schattig dorpje is, reden we 3 dagen lang door prachtige berggebieden die afwisselend droog met cactussen of vol met groene bebossing pronkten. Want ook dit gebied ligt in het Andesgebergte, met vooral het klimaat als grote verschil. Het tofste vond ik dat we zo’n 2u in bewolkt gebied reden, en vervolgens aan de andere kant van een berg uitkwamen waar de lucht ineens stralend blauw was. De bergtoppen zijn daar zo hoog dat de meeste bewolking er niet overheen kan klimmen. In dit gebied bezochten we de 14-kleurige berg, die zijn naam dankt aan de prachtige kleuren die vooral aan het einde van de middag goed zichtbaar zijn. Ook bezochten we de 7-kleurige berg, die stiekem een beetje zielig leek nadat we de 14-kleurige berg al gezien hadden. Onderweg stopten we in dorpjes als Humahuaca en Purmamarca, wat allemaal leuke kleine dorpjes zijn om even lekker te lunchen en wat souvenirs te scoren. In deze dorpjes vind je ook een aantal leuke kleine lokale marktjes, waar de locals hun eten shoppen. Op weg terug naar Salta besloten we een detour te nemen en langs de zoutvlakte te rijden die tegen de Chileense grens ligt. Heel gaaf om eens een zoutvlakte te bezoeken en dus een groot uitgestrekt wit gebied om je heen te zien. Het geluid van krakend zout onder je voeten is tegelijk gaaf maar ook wel spannend, want wat zit er onder het zout? Klein minpuntje van deze detour was dat we later op een zandweg vast kwamen te zitten, letterlijk terwijl we in the middle of nowhere stonden. Gelukkig kwam er binnen niet al te lange tijd toevallig een auto aan die ons heeft kunnen helpen. Dit was een geluk want we hadden al 2u lang geen auto’s gezien op deze weg.

De 14-kleurige berg

In vogelvlucht was dit onze reis. Maar hoe heb ik deze reis nou ervaren op culinair vlak? Een ding mag duidelijk zijn en ik denk dat iedereen dat wel weet: Argentinië is een vleesland, en dan vooral een rundvleesland. Ik denk dat we in die 3 weken geen enkel restaurant hebben bezocht waar er niet minstens 1 steak op het menu stond. De meeste restaurants hebben echter een hele menusectie vol steak. Allemaal verschillende soorten cuts vlees, die natuurlijk elk hun eigen smaak hebben. Zo heb je de Bife de lomo (tenderloin) en Bife de Chorizo (sirloin). Deze worden veelal bereid op de zogeheten parilla, wat de Argentijnse variant van de barbecue is. Ze noemen het ook wel asado. Het verschil is dat de asado het hele gebeuren is, dus echt de complete ‘barbecue’ (ik zet het even tussen quotes want veel Argentijnen zijn beledigd als je het een barbecue noemt). De parilla is enkel het gedeelte waar specifiek het vlees op gebakken wordt (tenminste, als ik het goed begrepen heb). Nu zou je denken dat er in principe weinig bijzonders is aan steak. Maar allereerst is hij daar ALTIJD perfect gebakken. Maar vooral, het zijn echt knoeperds die op je bord liggen. 600 gram biefstuk is daar heel normaal om door 1 persoon te verorberen. Niks geen sla of frietjes of iets anders erbij, gewoon een bord vol vlees. Uiteraard is het vrijwel overal wel mogelijk om een bijgerecht te bestellen, maar dan eet je dus eigenlijk nooit je bord leeg zoveel krijg je.

Uitstekende maaltijd bij restaurant Don Julio in Buenos Aires
Kijk meneer eens blij zijn met zijn steak van 600 gram
Straatkraampje met empanadas

Gelukkig wordt er ook gedacht aan de niet-bief-eter, zoals ik. Je kunt ook een prima kippetje van de parilla krijgen, maar ook kipschnitzels zijn erg populair. Ook daar moet je echter niet schrikken van de grootte. Ik heb me wel eens afgevraagd of ze een ander soort kip kennen in Argentinië, zo groot en dik was mijn schnitzel. Pasta is ook veelvuldig verkrijgbaar in Argentinië, omdat het land een Italiaanse achtergrond heeft. Verder krijg je op elke hoek van de straat uiteraard empanada’s met vullingen uiteenlopend van mais, vlees en caprese. Op elke andere hoek van de straat kun je dan choripan krijgen, een broodje met gebraden chorizoworst, wat ik persoonlijk zwaar lekker vond. Verder verbaasde ik me er toch wel over hoeveel bakkertjes je kunt vinden, vooral in Buenos Aires. Maar eigenlijk als je je bedenkt dat Dulce de Leche ook uit Argentinië komt is dat weer niet zo gek. Argentijnen houden zelfs zo erg van zoet dat ze ook, net als menig Italiaan, ontbijten met een zoet gebakje of stuk taart. In veel hotels bestond het ontbijtbuffet dus uit meer zoetigheden dan hartige hapjes. Uiteraard moest ik zelf ook zo af en toe, weer of geen weer, een heerlijk dulce de leche ijsje nuttigen of ontbijten met een plakje cake.

Kipschnitzel, van een of andere reuzekip gemaakt. Hij was ook echt 3cm dik ongeveer
Choripan, met heel veel koolhydraten erbij
Dulce de leche ijsje

Uiteraard moest ik als echte chipsliefhebber ook alle lokale smaakjes even proeven. Je vind er uiteraard de normale smaken als naturel chips of cheese tortilla chips. Maar ook een aantal specials. De jalapenos kaas smaak vond ik erg pittig, maar opzicht wel lekker. De choripan ‘chips’ vond ik vreselijk. Ik zet het even tussen haakjes want of het officieel chips was weet ik niet zeker, maar het zat in een klein plastic zakje en het was knapperig dus ik vind van wel. Mijn absolute favoriet was de gegratineerde aardappel met pancetta smaak. Juist, je leest het goed.

Lokale chipssmaken. Veelal in kleine zakjes te koop.

Verder vind je in elke streek ook regionale gerechten. Zo aten we in het noorden veel quinoa en stond er ook lamavlees op het menu. Lama is overigens bijzonder smaakvol. Het is licht zoet vlees en zit wat mij betreft een beetje tussen rund en varken in. Locro is ook zo’n regionaal gerecht wat op veel plekken op de kaart staat. Dit is een stoofpotje van o.a. mais en bonen. In Chili aten we guanaco vlees, dit is familie van de lama maar verrassend genoeg smaakte het heel anders. Ik vond de guanaco weer meer weg hebben van rund met een vleugje wild eroverheen. Ietsje minder mijn ding dan de lama als ik eerlijk ben.

Guanaco in Chili
Guanaco op mijn bord

In de omgeving van Salta zijn we trouwens ook op een heuse ranch gaan logeren tussen de gauchos. Hier reden we paard (ja, ik heb Pim zo gek gekregen om op een paard te klimmen) en hadden we een heuse asado, real Argentinian style. Dat vond ik gaaf zeg! Een lange tafel vol eten, allerlei salades en vers gebakken brood, maar ook aardappeltjes gegaard in een pizza-oven en veel, maar dan ook echt veel vlees. Ik denk dat ze wel 12 keer gevraagd hebben of we echt niet nog een stukje vlees wilden, terwijl we al ontploften van hetgeen we al naar binnen geschoven hadden. De rode wijn vloeide uiteraard ook rijkelijk tijdens de asado. Het leuke vond ik misschien nog wel dat de eigenaar van de ranch zelf echt alleen maar vlees at en wijn dronk. Geen salades, geen watertje voor ernaast. Dat is voor pussy’s, vond ie. Deze meneer, inmiddels gepensioneerd, leeft al jarenlang op enkel vlees en wijn en heeft tot nu toe nog niks geleden. Is dat niet verrassend? We logeerden in een best wel prima lodge, naast de paardenstal. Het zou uiteraard geen ranch zijn als er niet ook wat dieren in onze kamer kwamen kijken of we wel goed aan het slapen waren. Zo kropen er meerdere kikkers door de kamer (iehh!), of het was telkens dezelfde die van plek naar plek hopte, dat kan natuurlijk ook. s’Avonds aten we tamales, een lokaal gerecht van maïsmeel balletjes, gevuld met gehakt en ui, in een maïsblad gaar gesudderd. Erg smakelijk ziet dit er niet uit, maar ik vond het best wel lekker.

De asado tijdens onze lunch bij de gauchos
Met heel veel lekkere bijgerechten bij de asado
Tamales: de foto van de binnenkant was te onsmakelijk om te delen

Dat ze niet overal even goed kunnen koken in Argentinië hebben we ook aan de levende lijve ondervonden. We zochten vaak restaurants uit aan de hand van Google reviews. Nou, of wij hebben gewoon een hele andere smaak, of de smaak van een gemiddelde Argentijn is niet altijd om over naar huis te schrijven. Zo kreeg ik in Salta bijvoorbeeld onderstaand gerecht, wat een kip stroganoff moest zijn. Ik heb nog nooit zoiets gehad. Smakeloos, kip die te gaar was en rijst was ook niet lekker was. En het leek ook niet op stroganoff zoals ik hem ken. Zonde! Waar ze ook nog niet zo bijzonder goed in zijn is het maken van salades. Heel gek is dat wellicht niet, in een land dat vooral om vlees draait. In veel restaurants heb je een ‘doe het zelf’ salade. Je krijgt een lijst met ingrediënten en mag er zelf 2, 3, 4 of 5 uitkiezen die samen jou salade vormen. Nu zou je denken dat daar niks mis mee is. Nou, kijk dan maar eens naar de salade hieronder op de foto en oordeel zelf. Uiteraard valt dit allemaal in het niet bij al het prachtigs wat we gezien en gedaan hebben en gemiddeld genomen hebben we echt wel heerlijk gegeten in dit land.

Dit zou kip stroganoff moeten zijn
‘Salade’, met tonijn, tomaat, ui en kaas

Wat ons verder heel erg opviel in de provincie Salta en Juyuy waren de vele politiecontroles. Ik durf niet te zeggen of het werkverschaffing is of omdat er veel ‘wegcriminaliteit’ is in deze provincies, maar je moet je in elk geval voorstellen dat er ongeveer na elke 5-10 km een stuk of 4 politiemannen op de weg staan. Deze houden steekproefsgewijs mensen aan. Wij zijn een keer aangehouden maar toen ze in de gaten hadden dat we geen Spaans spraken mochten we snel doorrijden. Ook dat is iets wat ons echt heel erg opviel. Wat spreken er weinig mensen Engels in Argentinië! Zelfs in de grote stad, in Buenos Aires, was het hard zoeken naar Engels sprekenden op straat, toen we bijvoorbeeld op zoek waren naar de juiste bushalte. Je zou verwachten dat zeker de jongere mensen in Buenos Aires wel gewend zijn Engels te spreken, maar het tegendeel is waar. Uiteindelijk hebben we de bushalte wel op eigen houtje gevonden hoor, maar het was wel even zoeken. Op het gebrek aan Engels-sprekenden na is het verschil tussen platteland en de stad wel echt dag en nacht hoor. Waar de steden zoals Salta en Buenos Aires net zo goed elke andere grote stad zou kunnen zijn, want alle huizen zijn gewoon modern en je kunt er alles wat je in Europa ook kan. Daarentegen loopt het platteland echt ver achter, en doen de huizen op het platteland zeker niet onder voor de huizen die je in menig land in Azië ook vindt. Golfplaten daken, rieten daken, auto’s die je in Nederland niet eens meer op de schroothoop kunt vinden zo oud, en huisjes die amper een fatsoenlijke stoel bezitten. Alsof je 100 jaar terug in de tijd bent gegaan, want zo kom je ook regelmatig mannen te paard of zelfs met een bepakte ezel tegen. Ik vind dat persoonlijk prachtig om te zien, en dit is juist de reden dat ik van een land kan houden. Heerlijk om te zien hoe ze zich niet druk kunnen maken om de laatste mode en hipste mobieltjes, maar juist waar het allemaal echt om draait. Een fijn leven met familie en vrienden.

Een heel normaal zicht op het platteland van Salta

Naast de paarden en ezels kom je ook veel straathonden tegen. Vooral in Patagonië ontkom je er bijna niet aan. Nu zou je denken dat dit wellicht een beetje eng en gevaarlijk is, maar niets is (of leek) minder waar. De honden zijn allemaal heel erg lief. Ze lopen met je mee (uiteraard hopend op wat te eten) maar bedelen doen ze niet. Ga je ergens op een terras zitten, dan komen ze naast je liggen, maar bedelen doen ze niet, zelfs niet als je dus met een joekel van een biefstuk voor hun neus staat. Wij kregen het gevoel dat, ondanks dat het straathonden zijn, ze wel goed verzorgd worden door de bewoners van de dorpjes, want ze zagen er niet smerig uit en ook niet mager.

Zoals je hebt kunnen lezen hebben we een prachtige reis gemaakt, met heel veel verschillende gebieden. Als je van natuur houdt, is Argentinië absoluut een must-see. Of je nou voor het ‘wilde’, culturele en enigszins goedkopere noorden gaat, of het ruige, koude zuiden, er is echt voor ieder wat wils. Zowel op gebied van natuur, maar ook zeker eten. Maar wel allemaal ‘tranquillo tranquillo’ natuurlijk, alles op het dooie gemakkie. Haastige spoed is zelden goed. Als je dat motto kan omarmen, dan pas je perfect in de cultuur.

Ohja, nog een kleine tip van flip. Probeer zoveel mogelijk Argentijns geld al mee te nemen. Pinnen is overal echt belachelijk duur. Je kunt maar maximaal ongeveer 100 euro per keer pinnen, waar je vervolgens zo’n 10 euro transactiekosten over betaald. En je kunt (nog) niet overal met pin of creditcard betalen, dus cashgeld is zeker een must. Op plekken waar je wel met creditcard kunt betalen, aanvaarden ze niet altijd Mastercard. Visa en Amex dan weer wel.

De zoutvlakte van Salta

Uiteten met Inge: Brasserie Eigenwijs in Sittard

Hoe leuk ik koken ook vind, af en toe heb ik gewoon zin om lekker achterover te leunen, van het weer te genieten, en voor me te laten zorgen. Ik eet dus ook wel vaker buiten de deur. Meestal voor het avondeten, maar Pim en ik eten ook wel graag eens een uitgebreide brunch buitenshuis. Ik noem het brunch, want het weekend is voor uitslapen en dus ontbijten we meestal pas tijdens de lunch. Deze keer mocht ik voor Social Deal gaan brunchen bij Brasserie Eigenwijs in Sittard. Een twee-gangen lunch, wat eigenlijk wat mij betreft zelfs drie gangen was, gezien de eerste gang zowel soep als een broodje was. En dat voor maar €9! Je krijgt dan gewoon 42% korting op je lunch met deze deal. Lees snel mee met mijn review over deze lokale hotspot.

Brasserie Eigenwijs ligt aan de Molenbeekstraat, midden in het centrum van Sittard. Parkeergelegenheid is er voldoende op loopafstand, ik woon zelf op nog geen 10 minuten rijden hier vandaan dus een ideale plek om even je gedachtes te laten dwalen en te genieten van de mensen die allemaal voorbij lopen (zeg nou zelf, daar geniet elk mens van, toch?). Ik ben hier al vaker langs gekomen op een donderdag, wanneer de wekelijkse markt hier een straat verderop staat. Toch was dit voor mij de eerste keer dat ik er zelf at. Er is voldoende plek om te zitten, zowel binnen als buiten, dus op zonnige dagen zit het terras dan ook steevast gezellig vol. Het is een ruim en modern ingericht plekje, vooral de eenvoudige, doch doeltreffende muurversieringen vind ik heel erg gaaf. Door het hele pand vind je woorden als ‘Smakelijk’ en ‘Eet & Drink’. En die kleurtjes op de muur! Marineblauw met lichtgrijs in combinatie met verschillende donkergekleurde meubels. Ik hou ervan, lekker fris en hip. Gezien de weergoden ons ook deze dag goed gezind waren besloten we lekker buiten in het zonnetje te zitten. Al heel snel kwam de serveerster naar ons toe en legde ze met een brede glimlach uit wat de bedoeling was bij deze social deal.

We kregen de keuze uit drie verschillende soepen, zes verschillende broodjes en twee nagerechten. Uit elke categorie mochten we er eentje kiezen. De keuzes vind ik heel erg leuk. Er staan enkele klassiekers op de kaart, zoals een uiensoepje en een broodje brie, maar ook enkele verrassende, minder-voorkomende opties zoals courgettesoep en broodje tacogehakt met kaas. Welke gerechten Pim zou kiezen, daar hoefde ik geen seconde over na te denken. Meneer ging voor tomatensoep, broodje carpaccio en crème brûlée. Ik koos zelf voor gerechten waarvan ik dacht dat ik het beste de kwaliteiten van de brasserie kon beoordelen: courgettesoep, broodje huisgemaakte tonijnsalade en chocolademousse na.

Gang één

Binnen twee minuten stond ons drinken op tafel. Ik ging voor een cappuccino, want die drink ik eigenlijk alleen nog maar in het weekend tegenwoordig. En dan is het altijd ‘fingers crossed’ dat de cappuccino lekker is. En jawel, ik kreeg zowaar een heel treetje met de cappuccino op, vergezeld met een nougatine en een toef slagroom met chocoladeboontje. Zelfs het mini-glaasje water erbij brengt me direct aan het glimlachen. Heerlijk, ik hou van een goed-aangeklede koffie. Gek toch, wat een lekker simpel koekje doet met je beleving. We hoefden ook niet lang te wachten op onze eerste gang. De soep met het broodje. Het werd geserveerd op een prachtige houten plank, dat zag er echt heerlijk uit. En wat een rijke porties! De soepkommen zaten goed vol, en mijn tonijnsalade was rijkelijk aanwezig.

De courgettesoep was lekker romig, en vooral ook heel goed gemixt want hij was goed glad. Zonder stukjes dus. Eerlijk gezegd ben ik meestal niet zo’n soep-eter, zeker niet als het buiten 30 graden is. Toch heb ik deze soep met liefde verorberd, al zou ik persoonlijk net ietsje meer peper en zout gebruiken, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Ook Pim was tevreden met zijn tomatensoepje want hij had hem echt binnen no-time op. Door naar het broodje dus. Ook die had Pim vliegensvlug weggewerkt, ben ik dan zo’n langzame eter? Ik moest wel multitasken trouwens, want zodra de broodjes op tafel stonden kwamen er ineens bergen met vliegen op ons af. Dat krijg je natuurlijk als je buiten zit en kan Brasserie Eigenwijs uiteraard helemaal niets aan doen. De serveerster was zich er maar al te bewust van, merkte ik toen ze met een soort zielig pruillipje mijn kant op keek terwijl ik met een wapperend hand mijn broodje probeerde te verorberen. Maar gelukkig was mijn hand-oogcoordinatie goed genoeg dat ik alsnog heb kunnen genieten van een vliegvrij broodje tonijn. Zoals ik al zei, rijkelijk belegd met een smaakvolle tonijnsalade. Ik at er liever nog wat extra ui op, maar ook dat is een kwestie van smaak. Ui en ik zijn nou eenmaal beste vrienden.

Gang twee

Al bijna uit mijn voegen ploffend kwam onze tweede gang op tafel; crème brûlée en chocolademousse. Normaliter ben ik geen zoetekauw, en zou ik niet snel een dessert kiezen. Toch heb ik deze chocomousse helemaal opgegeten, ik likte nog net niet het potje uit. De mousse was stevig maar toch smeuïg, en werd vergezeld met een flinke toef slagroom en extra witte chocoladechips. Uiteraard had Pim het zijne alweer op voordat ik met mijn ogen knipperde, maar dat kan bij hem ook niet anders met een flinke portie crème brûlée. Dat de suikerlaag wat mij betreft net ietsje dikker en krokanter had mogen zijn, leek hem helemaal niet te storen.

Al met al hebben we prima genoten bij Brasserie Eigenwijs. Het is lekker buiten zitten, de bediening is reuze aardig en ook erg vlot en het eten is weinig op aan te merken. Simpel, maar goed. Je krijgt eigenlijk precies wat je van een brasserie verwacht, maar dan met een modern vleugje eroverheen. Wat ik ook erg leuk vond om te zien is dat je bij Brasserie Eigenwijs ook een tapas-lunch kan eten. Je krijgt dan, net als bij tapas-diner, keuze uit meerdere kleinere porties. Ook serveren ze genoeg gerechten waar elk kind blij van wordt, zoals pannenkoeken en kipnuggets. En toen ik heel even naar binnen wipte, liep ik zo langs een vitrine vol met Limburgse vlaaien en chocolade-muffins. Voor ieder wat wils dus op elk moment van de dag! Wil jij nou ook zo lekker uitgebreid lunchen in hartje Sittard? Via deze link vind je de Social Deal waar wij van genoten.

 

Uiteten met Inge: De Restauratie in Eindhoven

Vorige week is DE nieuwe ontmoetingsplek van Eindhoven geopend. Of, eigenlijk moet ik heropend zeggen. De stationshal van Eindhoven heeft de deuren tot de Restauratie opnieuw geopend. Het restaurant op de eerste verdieping aan de centrumzijde van het station. ‘Meet me under the clock’ is opnieuw van toepassing, gezien het restaurant zich precies onder de welbekende stationsklok van Eindhoven bevind. Vroeger werd dit al gebruikt als centrale ontmoetingsplek, toen we elkaar nog brieven schreven of met de vaste telefoon opbelden. Het restaurant is nieuw leven ingeblazen met een spectaculair interieur, dat luxe en klasse uitstraalt met mooie zwarte, gouden en marmeren accenten. Wat mij betreft perfect past bij de forensen onder ons. Heb je je trein gemist, of heb je om andere reden even wat tijd over? Dan kun je prima vertoeven in de restauratie en er zelf werk verrichten, er zitten door het hele pand stopcontacten. Het is van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat open.

Gezien ik zelf natuurlijk zo’n 12 jaar in Eindhoven gewoond heb, vond ik het dus fantastisch dat ik bij de opening aanwezig mocht zijn. Ofja, het was niet de officiële opening. Maar een lunch speciaal voor bloggers, een dag voor de officiële opening. Stiekem kwam ik veel te laat aan. Sinds ik niet meer in Eindhoven woon moet ik natuurlijk even rijden om er te komen. En laat nou net die dag de A2 afgesloten zijn. Uiteraard kwam ik daar pas in de auto achter en moest ik helemaal via Venlo omrijden. Gelukkig werd het eerste gerecht pas geserveerd toen ik aankwam. We kregen een 6 gangen lunch geserveerd met allerlei gerechten die op de kaart staan. Hun hele kaart maakt gebruik van ‘lokale helden’, zo noemen ze het zelf. Ze proberen lokale ondernemers een podium te geven om te shinen met hun producten. Zo vind je er de Brabantse worstenbroodjes van Houben en de biertjes van Stadsbrouwerij Eindhoven.

Ik moet eerlijk bekennen. Ik heb prima gegeten, de gerechten waren stuk voor stuk lekker, dus daar is niks op aan te merken. Maar stiekem vond ik de gerechten niet helemaal passen bij de klasse en luxe van de inrichting. Nu weet ik ook wel dat het geen sterrenrestaurant is en dat ik dus geen over de top gerechten moest verwachten. Maar het voelde toch een beetje vreemd om een tosti te gaan eten in zo’n mooi restaurant met marmeren tafels met gouden randjes. Maar aan de andere kant, zal dit precies zijn waar de ‘gewone’ mens en de forens op zit te wachten. Geen moeilijk eten, gewoon lekker en goed. Met een fijn zitplekje, met een leuk uitzicht. Zoek je dat? Dan zit je helemaal op je plekje bij de Restauratie.

Kijk vooral ook bij dit verslag van Adventurous Childs voor een nog betere indruk van de inrichting van restaurant (doordat ik wat laat was heb ik niet voldoende de tijd genomen om echt mooie foto’s te maken van het interieur helaas).

De website van De Restauratie, inclusief complete menukaart en openingstijden, vind je hier.

Liebster award: 17 vragen aan mij

Onlangs werd ik door wel 2 (!) collegabloggers genomineerd voor de Liebster Award. En nee, ik had er zelf ook nog nooit van gehoord. De Liebster Award is een virtuele award voor en door bloggers. Hij gaat al jaren rond in pixels, en het is bedoeld om de persoon achter de blog beter te leren kennen. Je kunt genomineerd worden als je voorganger jouw blog waardeert, inspirerend vindt of jouw blog om welke reden dan ook in het zonnetje wilt zetten. Diegene bedenkt 11 vragen die ik dan weer moet beantwoorden. Vervolgens aan mij de eer om ook enkele bloggers te nomineren. Dit hoeven natuurlijk geen foodbloggers te zijn, andere blogs doen net zo goed mee. 

Wat ontzettend lief dus dat zowel Liesbeth (van liesbethbooij.com) & Anouk (van Anouk’s kookboek) mij binnen 2 weken tijd nomineerden. Anouk heb ik inmiddels enkele keren in reallife ontmoet, en wat is het toch een fijne en gezellige meid! Liesbeth volg ik al een tijdje op social media maar heb ik nog niet in levende lijve ontmoet. Het verbaasde me wel dat zij me nomineerde, gezien haar blog over sportvasten & gezonde voeding gaat. Dat is voor mij een semi-ver van mn bed-show natuurlijk. Nu ben ik wel sinds een half jaar weer goed aan het sporten en gezondere voeding aan het eten, maar dat is niet het hoofddoel van mijn blog natuurlijk. Maar goed, hoe dan ook, echt ontzettend bedankt voor jullie nominatie, meiden!

De vragen:

Gezien ik dus 2 x 11 vragen kreeg, is mijn lijstje ietsje langer. Enkele vragen kwamen overeen dus die heb ik samengepakt. Zie mijn antwoorden hier beneden:

  1. Wie ben jij? Hoe zou je jezelf omschrijven? Ik ben Inge, 30 jaar en woonachtig in Geleen samen met Pim en mijn 2 britse kortharen Louis & George. Ik zou mezelf willen omschrijven als vrolijk, nuchter, zorgzaam, sociaal, redelijk creatief, meestal slim, pragmatisch & chipsverslaafd. Er zijn vast nog meer kenmerken, maar die zijn minder positief dus die laat ik voor het gemak maar even achterwege 😉
  2. Waarom dacht jij ik begin een blog? Wat wil je met je blog bereiken? Inmiddels zo’n 1,5 jaar geleden zat ik qua werk even in een dip. Ik zat niet op de juiste plek en had daar niet genoeg te doen om de tijd voorbij te krijgen. Na meermaals vragen kreeg ik ook niet meer te doen. Ik was ongelukkig en ging met tegenzin naar mijn werk. Zo ging ik op werk steeds vaker recepten uitzoeken en op tijd naar huis zodat ik een vervelende dag kon afsluiten met lekker eten. Omdat ik ook thuis merkte dat ik even niets meer had om te doen in mijn vrije tijd dacht ik, waarom ga ik die recepten die ik uitzoek (en vervolgens mijn eigen draai aan gaf) niet digitaal uitwerken? Het probleem dat ik namelijk heb dat ik recepten niet kan onthouden. Vervolgens was de stap naar een online blog natuurlijk snel gemaakt, want waarom zou ik mijn recepten niet delen en potentieel ook andere mensen blij maken? Echt een specifiek doel met mijn blog heb ik niet. Ik vind het leuk om te doen maar het kost ook veel tijd naast mijn toch al 40u durende werkweek (die inmiddels wel weer leuk is trouwens) en andere hobby’s die ik inmiddels heb opgepakt (waaronder zingen bijvoorbeeld). Uiteraard vind ik het tof om te groeien met mijn blog, maar om echt groot te worden zul je er meer tijd in moeten steken dan ik nu heb. Bovendien is er natuurlijk veel ‘concurrentie’ waardoor het sowieso niet makkelijk is om echt je werk van bloggen te maken. Toch zou ik het wel tof vinden om over enkele jaren mijn werk van koken te maken. Of dat perse via een blog is, dat weet ik niet zeker. Wellicht begin ik wel een kleine lunchzaak of iets dergelijks. Zolang ik maar met eten blijf werken, ben ik blij. 
  3. Welk recept komt maar steeds niet op je blog omdat er een ander recept steeds voor in de plaats komt? Ik heb een ‘backlog’ van bijna 100 gerechten die ik heb gemaakt of nog wil maken, en deze wordt nog met de week langer. Het gerecht wat als langste in de backlog staat zijn chocolade tartlets met gezouten karamel. Deze heb ik eerder gemaakt (voordat ik een blog had) en waren zo ontzettend lekker dat ik ze graag nog eens maak. Ik kom er maar niet aan toe.
  4. Waar mogen ze jou s’nachts voor wakker maken? Wat is jouw guilty pleasure? Nou, ik denk dat vraag 1 dat al wel enigszins verklapt had. Ik hou echt zo ontzettend van chips. De combinatie van het zout met een knapperige, dat doet iets met me. Een van de redenen dat ik ook enkele kilo’s te zwaar ben. Liefst eet ik elke dag een bakje chips, maar ik heb met mezelf de afspraak om het bij 1 bakje per week te houden. Pim helpt me hier gelukkig enorm bij want moeilijk is dat wel! Maar s’nachts wakker maken voor chips? Dat zou ik niet proberen.. ik hou van slapen!
  5. Ben je team Koffie of team Thee? Das een lastige, want ik ben het eigenlijk allebei niet. Ik drink op het werk 1 kopje cappuccino elke ochtend, en thee eigenlijk alleen als ik met een bepaald groepje vriendinnen afspreek. Dus of ik dan echt in een team val, dat zou ik niet durven zeggen. Dan ben ik eerder team Spa-Touch of Perzik, die is zo lekker!
  6. Welke gadget die jij hebt moeten wij ook absoluut hebben? Toen ik net mijn blog begon kreeg ik van vriendlief het ultieme foodie-kado: een keukenmachine van KitchenAid. Ik was helemaal in shock want die dingen zijn absoluut niet goedkoop. Maar ik ben er tot op de dag van vandaag nog steeds extreem blij mee. Zoek je een goedkoper gadget, dan zou ik voor de mandoline gaan. Zo fijn als je hele dunne plakjes nodig hebt, dat krijg ik met de hand echt niet gesneden hoor. 
  7. Wat vind je het leukste aan bloggen en wat het minst leuke? Het minst leuke heb ik snel beantwoord: de tijd en moeite die het kost om je blog bij te houden op social media. Ik hou van social media maar ik hou ook van een offline leven. Wat mij betreft mogen die twee heel goed in balans zijn. Het gebeurd dan ook regelmatig dat ik urenlang niet op mijn telefoon kijk, simpelweg omdat ik offline iets leuks aan het doen ben. Helaas kost het bijhouden van je social contacten veel tijd. Als je bijvoorbeeld op Instagram niet actief genoeg post en ook niet actief genoeg zelf andere mensen terugliked, dan gaan mensen je ontvolgen en zul je nooit groeien. Gelukkig zal je trouwe achterban en close foodie-friends je niet snel ontvolgen. Ik denk trouwens ook dat ik dat het leukste vindt, het contact hebben met andere foodies, elkaar inspireren, van elkaar leren, maar zeker ook het contact met de trouwe achterban. Ik word zo ontzettend blij als iemand foto’s stuurt van mijn recepten die hij/zij nagemaakt heeft. Dat geeft me een ontzettende boost.
  8. Wie is jouw proefpannel bij het bakken of koken? Dat is meestal Pim, de lucky bastard. Heel soms neem ik ook wel eens iets mee naar het werk als ik taart heb gebakken en soms kook ik wel eens voor vrienden of familie. Maar meestal voel ik me te erg opgelaten om foto’s te maken als ik vrienden of familie over de vloer heb, dus echt nieuwe recepten gaan meestal eerst langs Pim.
  9. Welke website check jij ’s ochtends als je wakker wordt als eerste? Waar haal jij je inspiratie voor je blogs vandaan? Ik wordwakker en ga naar bed met Instagram. Ik vind het heerlijk om urenlang te scrollen op zoek naar inspiratie. Op Instagram volg ik namelijk voornamelijk andere foodies. De inspiratie die ik daar opdoe is zowel voor nieuwe recepten, maar ook voor opmaak en styling van de foto. Nou hou ik het hier het liefst echt bij scrollen, elke (goede) foto liken doe ik niet (zie vraag 7). Ook kijk ik graag kook-programma’s waarvan Masterchef Australia mijn favoriet is. Of ik hier echt inspiratie vandaan haal, dat weet ik niet zo goed. Het gebeurd vaak heel spontaan dat ik iets bedenk, als ik bijvoorbeeld in de auto zit of onder de douche sta. Dan sla ik gelijk een concept bericht op zodat ik het niet vergeet (vandaar die backlog van 100 items).
  10. Ben jij de enige in de familie met het kook en bakvirus? Zover ik weet wel. De meesten vinden af en toe koken of bakken wel leuk, maar niet te vaak, niet te moeilijk en zeker niet te lang. 
  11. Welk gerecht op jouw website zou je graag in het zonnetje willen zetten? Oef, das een lastige. Ik heb veel recepten waar ik stiekem best trots op ben, die ik helemaal zelf verzonnen heb (dus geen ander basisrecept gebruikt) of die gewoon verdomd lekker zijn. Het gerecht dat mij misschien wel het meest dierbaar is, is deze advocaattaart, omdat ik het echt fantastisch vond dat ik dit samen met oma kon doen.
  12. Waar komt je passie voor het onderwerp van je blog vandaan? Ook dat vind ik een lastige vraag. Dat is er eigenlijk een beetje bij ingeslopen door de jaren heen. Ik was vroeger een lastige eter, in de trant van ‘wat de boer niet kent, dat vreet ie niet’. Toen ik op studentenkamers ging wonen, moest ik natuurlijk eten wat de pot schafte. Zodoende ging er een wereld voor me open en leerde ik steeds meer gerechten kennen die ik notabene lekker vond. Ik ging dus ook steeds vaker zelf experimenteren met nieuwe gerechten. Dat is gedurende de jaren alleen maar meer en meer geworden.
  13. Is bloggen je werk of doe je nog iets naast je blog? Ik werk dus fulltime in de ICT, als teamlead van een groep software testers. Daarnaast zing ik elke dinsdagavond in een popkoor en sport ik (sinds kort weer) regelmatig. Omdat ik jaren in Eindhoven heb gewoond heb ik daar nog vrienden wonen die ik regelmatig bezoek, naast natuurlijk familie en vrienden in het zuiden. Bloggen is dus voor mij echt iets wat ik in mijn vrije tijd doe, meestal plan ik 1 dag in het weekend voor mijn blog. Pim heeft dan een dagje voor zichzelf en ik ga lekker koken of bakken. Dat lukt niet elk weekend natuurlijk, afhankelijk van andere activiteiten.
  14. Hoe ziet de perfecte dag er voor jou uit? Haha nu ga ik door de mand vallen. Stiekem ben ik namelijk liever lui dan moe. Op mijn ideale dag slaap ik dus liefst urenlang uit. Ofja, meestal word ik wel vroeg wakker maar dan vind ik het heerlijk om nog lekker na te doezelen in bed. Dan vind ik het daarna leuk om even erop uit te gaan, even ergens de stad in ofzo. Dan ga ik een hapje eten met Pim en eindigen we lekker tegen elkaar op de bank onze favoriete series kijkend (met bakje chips of course).
  15. Wat is je levensmotto (als je er een hebt natuurlijk) Ik heb niet perse een levensmotto maar als ik dan toch iets moest noemen denk ik dat ‘doe geen dingen die je ongelukkig maken’ wellicht het belangrijkste is wat ik de afgelopen jaren geleerd heb.
  16. Waar wordt je echt blij van? Er is veel dat mij blij maakt, van hele kleine dingen tot grote dingen. Van een kusje en knuffel van Pim tot een mooie reis. 
  17. Wat is je grootste droom? Een culinaire (wereld)reis maken, waarin je dus in elk land echt op zoek gaat naar de culinaire gewoontes van dat land. Nu zit een wereldreis er niet in, dus ik maak er intussen maar losse tripjes van. Ik heb al redelijk wat landen afgestreept maar er zijn er nog zo veel te gaan! Dus die droom is voor een klein percentage al werkelijkheid geworden, en wordt met het jaar meer werkelijkheid. Next stop: Argentinië!

And the nominees are:

Ik mag dus nu ook enkele bloggers nomineren, die mij om welke reden dan ook inspireren. Hieronder mijn nominaties:

Andrea van AnniePannie: omdat ze als persoon net zo vrolijk en kleurrijk is als haar blog.

Wendy van W3ndelicious: omdat ze de prachtigste foodfoto’s maakt (en ook uit Geleen komt).

Danique van EliteLife: omdat ik het ontzettend stoer vind wat ze bereikt heeft op haar jonge leeftijd.

Luuk van Luukskitchen: omdat ik het gaaf vind hoe hij zich als foodblogger heeft weten te ontwikkelen in een korte tijd.

Rosemarijn van uit de keuken van Roos: omdat ze de prachtigste zoete creaties maakt.

Mijn vragen aan jullie:

  1. Wat ligt er standaard in je koelkast?
  2. Wat is je favoriete kookboek?
  3. Uit welke keuken kook je het liefst?
  4. Wat is je favoriete vakantiebestemming?
  5. Met welk gerecht win jij iemand’s hart?
  6. Wat is je favoriete seizoen qua eten/ingrediënten en waarom?
  7. Waar ben je het meest dankbaar voor?
  8. Van welke foodie zou jij graag eens een kookworkshop volgen?
  9. Als je een toverdrankje kon krijgen, die jou een nieuwe eigenschap/vaardigheid zou geven, wat zou je dan kiezen?
  10. Hoeveel tijd spendeer je in jou blog en wat doe je er nog naast?
  11. Welk eten zouden ze uit de supermarktschappen mogen halen volgens jou en waarom?

De spelregels:

  1. Bedank de persoon die jou heeft genomineerd
  2. Post een link naar zijn of haar blog
  3. Zet een foto van de award op je blog
  4. Beantwoord de vragen van de persoon die jou heeft genomineerd
  5. Nomineer 5 tot 11 blogs 
  6. Bedenk 11 nieuwe vragen voor de bloggers die je zelf nomineert
  7. Informeer de bloggers die je zelf hebt genomineerd en bezorg hen de link van je eigen blogpost
  8. Kopieer deze regels in je eigen blogpost

Norman Musa perslunch

Vorige maand werd ik door Kroon op het Werk & Marketing for Foodies uitgenodigd op de perslunch die Norman Musa gaf in de Markthal in Rotterdam. Voor mij was dit de eerste keer dat ik voor zo’n event werd uitgenodigd sinds ik blog dus ik heb deze kans met beiden handen gegrepen en vrij gevraagd van mijn werk. Norman Musa is een Brits Maleisische chefkok die al meerdere kookboeken op zijn naam heeft staan en ook al meermaals in TV programma’s verschenen is. Ik zeg ‘Brits Maleisisch’ maar eigenlijk is het gewoon een volbloed Maleisische man hoor. Hij woont en werkt echter al enkele jaren in de UK.

Als groentje had ik natuurlijk geen flauw idee wat ik me moest voorstellen bij een perslunch en ik was dus erg blij toen ik erachter kwam dat een aantal medefoodies, die ik laatst al ontmoette tijdens de foodieslunch georganiseerd door Debs Bakery & Kitchen, ook erheen gingen. Omdat ik natuurlijk niet wekelijks in Rotterdam kom, besloot ik ietsje eerder te gaan zodat ik nog even door de markthal kon slenteren, opzoek naar allerlei lekkers voor het avondeten. Rond 12u begon de perslunch in restaurant Wah Nam Hong, dat zich op de eerste verdieping van de aziatische supermarkt bevindt in de Markthal.

Bij aankomst bleek Norman al te zijn begonnen met zijn kookdemo, dus we sloten snel aan bij de rest van de aanwezigen om te zien hoe hij roti canai maakte. Roti canai is een Maleisisch platbrood dat vaak wordt geserveerd bij curries. Helaas was het deeg al klaar dus ik heb niet gezien hoe dit gemaakt werd (hoewel ik wel het recept gekregen heb, dus hij staat op mijn todo-lijstje). Maar het deeg uitrollen is al een ware kunst, zo blijkt uit de handelingen van Norman. Natuurlijk mochten we de roti proeven en jawel hoor, heerlijk ‘flaky’ brood zoals je verwacht van een roti. Ik hou ervan! Nadat Norman liet zien hoe je de roti canai maakt, ging hij verder met andere gerechtjes. Zo maakte hij ook o.a. chicken wings, broodje kip, noodles en spring rolls. Hoewel ik de Maleisische keuken niet goed genoeg ken om te oordelen of dit ook echt authentieke gerechten waren, moet ik zeggen dat ze me stuk voor stuk goed gesmaakt hebben.

Helaas was de middag lichtelijk chaotisch. Er was niet echt een vast programma, Norman ging van hot naar her (logisch ook, want iedereen wilde aandacht van hem), de hapjes kwamen van her en der (en je moest soms even sprinten om er een te bemachtigen) en er was ook niet echt een duidelijk einde aan de middag. Desalniettemin heb ik genoten die dag. Heerlijke hapjes gegeten, bijgekletst met de andere bloggers (Debbie, Andrea, Tessa & Hilde) en fijne nieuwe mensen ontmoet. Zo ontmoette ik ook de 2 heren van De Barossa, die ons enkele heerlijke wijnen lieten proeven (okee, ik dronk maar 1 glaasje want ik was met de auto). De wijnen die de heren schonken zijn speciaal uitgezocht voor het diner dat Norman Musa serveert in zijn Supper Club. De Supper Club is een pop-up restaurant dat een 5-gangen Maleisisch diner serveert (met winepairing dus!). De volgende Supper Club vindt op 2 & 3 maart aanstaande plaats in datzelfde restaurant in de Markthal. Wil je erbij zijn? Aanmelden kan via deze link. Geen zin of tijd voor een 5-gangen diner? Van 1-4 maart is er ook een pop-up tapas restaurant, waar Norman Maleisische tapas serveert. Meer informatie hierover vind je via dezelfde link. Kun je dat weekend niet? Niet getreurd, zoals je ziet via de link komen de nog meer weekenden waarin Norman Musa Nederland probeert te veroveren met zijn Maleisische gerechten.

Al met al dus toch een leuke middag gehad. Ben ik echt veel wijzer geworden van de Maleisische keuken? Mwoah, niet echt. Ben ik enthousiast geworden over de Maleisische keuken? Dat was ik al, en ben ik nog steeds. Ik wil absoluut graag meer leren van deze keuken. Is Norman Musa een fijne vent? Jazeker, de hele middag heeft hij met een glimlach staan koken en alle vragen lopen beantwoorden. Is zijn eten lekker? Jazeker, alle gerechten die ik geproefd heb smaakten me stuk voor stuk. Of het echt zoveel beter was dan dat ik zelf zou kunnen, dat weet ik nog niet helemaal. Maar misschien zegt dat dan weer iets over mijn kunnen natuurlijk (knipoog ;)).

 

Culinair reisverslag: Citytrip naar Lissabon

Pim en ik wilden heel graag ontsnappen tijdens oud en nieuw. Ons initiele plan was om een reis naar Argentinië te boeken en daar in Buenos Aires oud en nieuw te vieren. Doordat we beiden vlak van tevoren voor ons werk ook al naar India moesten (Pim 2 weken, ik 3 weken) hebben we onze Argentinië reis vooruit geschoven naar 2018. We vonden het zo zielig voor onze katten George & Louis als we 2x zo lang van huis waren in korte tijd. Omdat we toch graag iets wilden doen dat het vooruitschuiven van de Argentinië reis ietwat ‘verzacht’, besloten we alsnog een tripje te boeken rondom oud en nieuw. Vooral vanwege het weer, en omdat we er beiden nog niet eerder geweest waren, werd dit een 6 dagen durende citytrip naar Lissabon. 6 dagen is vrij veel voor een citytrip, maar we wilden vooral echt op ons gemak doen. Lekker uitslapen, niet teveel moeten, en alles op ons eigen tempo. Met een kortere citytrip ben je toch al snel geneigd vroeg op te staan en lange dagen te maken zodat je tenminste de stad fatsoenlijk gezien hebt. We hebben de stad meer dan fatsoenlijk gezien in die 6 dagen, en ook nog eens heerlijk uitgerust. Als klap op de vuurpijl vierden we oud en nieuw op een groot plein in het centrum van Lissabon (Praça do Comércio) met een aantal bands en een geweldige vuurwerkshow. Uiteraard hebben we culinair gezien waarschijnlijk nog heel wat hotspots gemist in Lissabon, maar toch wilde ik je mijn ervaringen niet achterhouden. Hieronder lees je dus een culinair verslag van wat wij allemaal deden en aten in Lissabon. Één ding wat ik je even moet vertellen als je een tripje naar Lissabon plant; neem een stel goede sneakers mee! Lissabon ligt namelijk tussen de heuvels en het is dus flink klimmen en afdalen geblazen om op de leukste plekjes te komen.

Pastéis de nata

Één ding kun je niet omheen als je in Lissabon bent; Pastéis de nata. Je vind ze bij elk restaurant, koffietentje en elke pastelaria (Portugees voor bakkerij). Deze taartjes zijn gemaakt van megakrokant bladerdeeg met een vulling van custard en ze zijn echt to-die-for. We hebben elke dag minstens 1 zo’n taartje naar binnen gewerkt, op sommige dagen zelfs meerderen. Deze taartjes worden ook wel Pastéis de Belém genoemd, omdat daar klaarblijkelijk de oorsprong ligt. Belém is een wijkje in het westen van Lissabon en daar ligt ook de bekendste bakkerij van Lissabon die deze taartjes verkoopt en beroemd maakte. Er staat rijendik voor deze bakkerij om de taartjes te kopen. Wij sloten ook aan in de zwerm van toeristen, want we moesten natuurlijk wel even testen of de taartjes van deze bakkerij nou ook echt 10x lekkerder waren dan elk ander taartje. Gelukkig leek de rij langer dan hij voelde, en waren we toch redelijk snel aan de beurt. Testresultaat: wat mij betreft heeft deze bakkerij het allerbeste bladerdeeg, maar de custard van Manteigaria (gelegen in Time-Out Market, daarover later meer) vond ik dan weer lekkerder. Inmiddels heb ik ze zelf ook nagemaakt, althans, poging tot. 100% hetzelfde zijn ze natuurlijk niet maar ik vond dat ze aardig in de buurt kwamen. Het recept vind je hier.

Tapas bij Sr. Lisboa

Onze eerste avond in Lissabon zochten we een restaurantje. We waren even in het hotel om ons op te frissen toen Facebook mij een berichtje stuurde. ‘Je bent in de buurt van 3 restaurants die goed beoordeeld worden’. Nou, laat mij die restaurantjes maar eens zien dan. Één van die restaurantjes was Sr. Lisboa, een piepklein restaurantje met een overwegend Portugese menukaart. Daar wilden we wel eten! We liepen ernaartoe, berg op en berg af. Helaas pindakaas, helemaal volgeboekt. We reserveerden dus voor 2 dagen later en daar waren we blij om. Allereerst hing er een fijne sfeer en is het restaurant ook nog eens fantastisch leuk ingericht, maar vooral: wat hebben we daar heerlijk gegeten! Je kunt er tapas-style eten, maar ook voor- en hoofd-gerecht. De kaart is niet al te groot, wat ik altijd fijn vind. Wij kozen voor tapasstyle; heerlijke krokante garnalen, stukjes zeekat (cuttlefish) en heerlijke kroketjes van Portugese worst. Ik geef Facebook niet vaak gelijk, maar in deze wel, het was absoluut de moeite waard!

Time-Out Market

Voor een foodlover kan een bezoekje aan Lissabon niet zonder een bezoekje aan de Time-Out Market, ook wel Mercado da Ribeira Nova geheten. Deze market bestaat uit 2 delen; een marktgedeelte met vooral groentes, fruit, bloemen en vleeskraampjes, en een eetgedeelte, met restaurantjes, bars & shops. Het marktgedeelte was helaas dicht toen wij er kwamen (ergens na lunchtijd), dus ik gok dat deze enkel s’ochtends geopend is. Het eetgedeelte daarentegen was superlevendig. Het was zo druk dat we haast geen zitplekje konden vinden tussen de lange hoge tafels met barkrukken. Qua opzet lijkt deze markthal op andere foodhallen, zoals de Foodhal in Amsterdam of de Gourmet Market in Eindhoven. Rondom zitten allerlei eettentjes met elk hun eigen menukaart, in het midden zijn alle zitplekken. Het leuke aan zo’n hal is dat eenieder zelf kan kiezen waar hij zijn eten vandaan haalt, en je het toch gezamenlijk kunt opeten. Heb jij dus zin in Chinese noodles en je partner zin in steak frites? Dat kan prima hier! Het verschil met de foodhallen in Nederland is dat hier het drinken ook voornamelijk bij de stands zelf wordt geschonken, en er dus geen generieke drinkstand is (op enkele specifieke stands na in het midden van de hal, zoals de smoothie of cocktailstand). Pim at hier een beef tartaar en ik at kroketjes van zeekat met inkt en kabeljauw met chorizo. Ook aten we hier die andere lekkere Pastel de Nata bij Manteigaria. Er zijn ook buiten enkele zitplekken, dus met elk weertype is het hier prima vertoeven.

Infame

Het restaurant Infame lag vlakbij ons hotel in een prachtig gebouw, en we liepen er elke dag langs. Het zag er binnen gezellig uit dus we besloten op een avond daar te gaan eten. De inrichting is heel modern, ik vond het fantastisch. De kaart was al even zo fantastisch, allerlei Portugese fusion gerechten met veelal invloeden uit de Oriëntaalse keuken. Zo eet je er o.a. steak tartaar met Tobiko (viseitjes) en wasabi mayo, maar ook gevulde konijn met Shimeji paddenstoelen en erwten-muntpuree. Okee, het is niet perse het goedkoopste restaurant (duur ook niet echt hoor) maar ik vond heb er heerlijk genoten en wilde hem dus niet uit deze lijst weglaten.

Vis en schelpdieren

Lissabon ligt zo goed als aan de zee. Okee, het ligt aan de rivier de Taag, maar die mond echt enkele km verder uit in de zee. Dus het ligt praktisch aan de zee. Genoeg verse vis te krijgen dus in Lissabon! Ik heb op meerder plekken de heerlijkste vis gegeten, dus ik ga dit even generiek benoemen. Het zou ook heel slecht zijn als je zowat aan zee ligt en dan slecht bereide vis serveert. Ik denk dus dat wanneer je een druk bezocht restaurantje bezoekt je altijd wel safe zal zitten wat betreft vis. Hou er wel rekening mee dat de vis en schelpdieren hier veelal ‘heel’ geserveerd wordt. Schrik dus niet als er ineens een vissenkop op je bord ligt. Op oudjaarsavond aten we op een terras waar we een visschotel bestelden. Voordat het eten kwam, kregen we al allerlei tools aangereikt. Een hamer, een tang en een soort pincet. Die hadden we dus allemaal nodig om de hele schaal met vis en schelpdieren op te eten. Ik had wel eens eerder kreeft en krab gegeten, maar nog nooit eentje die nog helemaal opengemaakt moest worden. Wat was dat leuk om te doen zeg! Hoe dan ook, moraal van dit verhaal; verlaat Lissabon niet zonder een lekker visje gegeten te hebben! En probeer dan eens een ander visje te kiezen dan die wat je standaard in de supermarkt ook vindt.

LX Factory

In het westen van Lissabon, ongeveer tussen het centrum en Belém in ligt LX Factory. Dit creatieve hart van Lissabon is een voormalig stukje industrieterrein dat omgetoverd is tot artistieke broedplaats. Naast de vele cafeetjes en restaurantjes liggen er ook meerdere concept-stores, tweedehandswinkels en zelfs een barbershop. Voor degenen die bekend zijn in Eindhoven; het is de Portugese wederhelft van Strijp S. De hipsters onder ons kunnen hier dus prima vertoeven, maar ook voor de ‘gewone mens’ absoluut het bezoeken waard op een fijne zonnige dag.

Cocktails bij Topo

Je loopt er zo voorbij als je niet oplet. Topo ligt op de 6e etage van het commercial centre aan Praça Martim Moniz. Het bestaat uit 3 gedeeltes. Een gedeelte is een oriental restaurant, waar je dus vooral orientaals eet (duh!). Een deel is vrij hip ingericht binnenrestaurant annex barretje, waar we een prima hapje gegeten hebben. De kaart is klein maar toch uitgebreid, voor ieder wat wils dus. Het laatste deel is een dakterras met cocktailbar, waar je een fantastisch leuk uitzicht hebt over Castelo de São Jorge. Okee, net als de veel cocktailbarretjes is ook dit niet de goedkoopste, je betaald zo’n 8-9 euro voor een cocktail. Maar ze zijn wel echt lekker, worden met liefde gemaakt en voor zo’n uitzicht is het ook echt niet erg om net iets meer te betalen.

Andere dingen die opvielen

Blijkt dat Lissabon qua food echt he-le-maal mijn ding is. Bij elk gerecht krijg je namelijk chips geserveerd. En als ik een guilty pleasure heb, dan is dat wel chips! Normaal heb ik met mezelf de afspraak dat ik maar 1 bakje chips per week eet, omdat het anders de spuigaten uit zou lopen. Een paar daagjes Lissabon was voor mij dus een waar feest.

Wat me ook opviel is dat er in Lissabon vrij veel ‘vandalisme’ is. Veel oudere huizen zijn volgekalkt met graffiti, wat natuurlijk ontzettend zonde is. Ik hou van graffiti, maar alleen als het ook echt als kunst gebruikt wordt, zoals in LX Factory. Helaas is het buiten LX Factory vaak een lelijk woord of naam. Toch is Lissabon echt een prachtige stad, gelegen tussen en op de bergen. De kleine huisjes met vrolijke tegelgevels maken me blij en door hier en daar een palmboom kreeg ik echt een ontzettend vakantiegevoel. Ook kreeg ik veel respect voor de mensen die er wonen, want jeetje, wat een bergen moet je oplopen zeg! Geen wonder dat ze voor kleine stukjes berg een tram hebben ingericht. Dat geeft overigens ook gelijk een leuk straatbeeld, al die schattige gele trams. Het grootste respect heb ik denk ik nog wel voor de postbode, die kan denk ik niet altijd maar de tram pakken dus die zal flinke kuitspieren hebben gekweekt over de jaren heen.

13x Kerstdiner inspiratie

Zoals mijn trouwe volgers inmiddels weten zit ik voor mijn werk 3 weken in India. Dat is natuurlijk helemaal niet erg, want in plaats van dat ik bibberend onder een dekentje moet kruipen, druipt hier het zweet van mijn voorhoofd en kan ik dus nog lekker even mijn voorraad vitamine D bijwerken. Dat betekent helaas wel dat ik dit jaar geen tijd had om lekkere kerstrecepten uit te werken voor jullie.

Natuurlijk staan er al enkele recepten op de blog die wat mij betreft perfect in elk kerstmenu passen, zoals deze beef wellington, deze pompoen-ravioli of deze coquilles met pastinaak. Of in de zoete categorie deze panna cotta of dit chocolade nagerecht met rozemarijn-ijs wat ik 2 jaar geleden voor mijn kerstmenu maakte. Maar toch wilde ik dit jaar wat extra aandacht schenken aan heerlijke kerstrecepten. Kerst is voor mij namelijk het familiefeest van het jaar. Dit heeft meerdere redenen. Ik ben niet gelovig, dus kerst is voor mij niets religieus. Voor mij is kerst echter wel het moment van het jaar om even goed stil te staan bij al het goede in mijn leven en dit geluk samen met mijn familie te vieren. Tweede reden dat ik kerst zo belangrijk vind is omdat dit een van de zeldzame momenten in het jaar is dat mijn familie compleet is. Mijn broer woont niet helemaal in de buurt en die zie ik dus niet zo heel erg vaak. Die enkele momenten per jaar dat we dus allemaal samen zijn, zijn voor mij extra speciaal.

Om deze redenen, maar ook omdat ik koken nou eenmaal echt heel erg leuk vind, pak ik dus altijd flink uit met het kerstdiner. Al enkele jaren verzorg ik, met een beetje hulp van moeders, een 4-gangen diner, dat natuurlijk rijkelijk aangevuld wordt met goeie flessen wijn (waar papa al weken voor kerst mee bezig is) en een kerstboom vol kadootjes. Zodra de eerste pepernoten in de supermarkt liggen, wat natuurlijk stiekem belachelijk vroeg is, beginnen mijn hersenen overuren te draaien. Wat zal ik dit jaar eens met kerst maken? Elk vrij uurtje dat ik heb droom ik over het menu. Okee, het is echt niet zo dat het mijn leven beheerst, maar ik ben er wel echt veel mee bezig. In gedachten dan, want ik wil niet dat mensen me voor gek verklaren als ik in september al begin over het kerstdiner. Zo krijgt langzaam week na week een nieuw stukje diner vorm en uiteindelijk ongeveer een week voor kerst weet ik helemaal tot in de puntjes wat ik wil gaan maken. Wat het kerstmenu voor dit jaar wordt, dat hou ik nog heel even voor me.

Om jullie toch wat kerstdiner inspiratie te geven dit jaar, heb ik mijn medefoodbloggers gevraagd om input. Via een facebookgroep speciaal voor foodbloggers vroeg ik ze om hun beste kerstcreaties. Ze deelden massaal recepten met me, die ik dan weer met jullie mag delen. Ik kreeg zelfs zo ontzettend veel reacties van medebloggers dat ik ze moeilijk allemaal kon delen. Ik koos er dus voor om van elke blogger het lekkerste of leukste recept op te sommen in deze roundup. Van voor- tot nagerechten, van simpel tot uitdagend en zelfs enkele vega(n) recepten. Een voor een liep het water in mijn mond bij het lezen van de recepten en zien van hun foto’s. Als jullie daar geen inspiratie van krijgen???


Voorgerechten:

Avocado-komkommer soep:

Hoewel bij ons thuis kerst zeker niet in het teken staat van gezond doen en we dus absoluut geen calorieën tellen, zal dat niet in elk huishouden gelden. Reden genoeg dus om ook enkele gezonde recepten te highlighten. Cora bedacht deze avocado-komkommer soep, een perfect licht en vooral gezond voorgerecht voor een (gezond) kerstdiner. Cora, eigenaar van Cultfood, kookt op haar blog veel met eigengeteelde producten en probeert de lezer mee te nemen naar de oorsprong van haar gerechten. Erg leuk om te lezen allemaal.

Vega ravioli van rode biet:

Wauw, wat een prachtig gerecht. Dit blijkbaar simpele gerecht zal zeker weten elke gast laten verbazen. Want het ziet er verbazingwekkend sjiek uit, wat dus perfect is voor als je indruk wilt maken op je schoonouders of wie dan ook. Deze ravioli gemaakt van rode biet en gevuld met geitenkaas kan iedereen maken. Het is een vegetarisch gerecht, maar volgens mij zou elke vleeseter dit met alle liefde voorgeschoteld krijgen. Bedankt voor dit recept, Andrea van Anniepannie.

Vega christmascracker:

Je kent vast wel de ‘christmascracker’, een knalbonbon waar meestal een speeltje of spreuk in zit. Vriendinnen Vivian en Marjolein van de blog ‘Foodies have arrived‘ bedachten een kerstgerecht rondom deze christmascracker. Deze champignoncracker is gemaakt van een mix van paddenstoelen en bladerdeeg en daarom een goed vegetarisch alternatief voor een voor- of hoofdgerecht tijdens het kerstdiner. Heb je een mix van vega en non-vega gasten, dan kun je natuurlijk variëren met de vulling door er bijvoorbeeld kip aan toe te voegen. Ik vind hem leuk bedacht!

Pasteitjes met brie, honing & tijm:

Een gerecht wat bij ons thuis vrijwel elke kerstavond op tafel verschijnt is het pasteitje. Meestal met een ragout van champignon of kip. Omdat de dag van kerstavond meestal nog gewoon gewerkt moet worden hebben we dan namelijk nog geen tijd om uitgebreid te koken. Een pasteitje is dan lekker simpel, maar wel heel lekker. Nou gaf Maris van de ‘Flying Foodie‘ mij dit recept voor pasteibakjes met brie, honing & tijm. Daar had ik zelf nou nog nooit over nagedacht, om eens wat anders te serveren dan ragout bij je pasteitje. Ziet dit er niet overheerlijk uit? Nu deelde Maris nog een ander gerecht met me, wat ik jullie eigenlijk niet wilde onthouden. Deze pannenkoekjes met zeekraal en rivierkreeftjes zien er ook TE kerstig uit, niet?

Wildbouillon met gerookte eend:

Een licht, feestelijk en smaakvol voorgerecht. Wie wil dat nou niet aan zijn gasten voorschotelen? Het recept voor deze wildbouillon met gerookte eend komt van ‘de kokende zussen‘. Omdat ze kant- en klare gerookte eend gebruikten, heb je niet de ellende van het zelf roken en kan deze soep dus eigenlijk niet misgaan. Wederom een prima voorgerecht voor elk kerstmenu.

 

Hoofdgerechten:

Konijn met bier en chorizo:

Konijn kan altijd, toch eten wij het zelden. Zonde eigenlijk, want het is zo lekker. Elsa van ‘ElsaRblog‘ bedacht dit recept met konijn, chorizo en bruinbier. Volgens haar is het een perfect recept voor kerst. Dat geloof ik wel, want wie wil er nou niet alcohol verwerkt in zijn eten met kerst, en knapperige chorizo lust ik ook altijd wel. Ziet het er niet lekker uit? Volgens Elsa is het ook nog eens niet moeilijk om te maken, dus zeker het proberen waard voor de ietwat onervaren hobbykoks onder ons.

Pasta met saus van eend:

Bij een goed kerstdiner hoort een stuk wild. Dat is althans het motto wat bij ons thuis al jaren geld. Mijn vader is een echte wildliefhebber en normaal eten we niet zo vaak wild dus dat maakt het extra speciaal met kerst. Normaliter is dat echt een homp vlees, zoals een hertenbiefstuk. Nooit over nagedacht om wild eens te verwerken in saus, zoals in dit recept van pasta met een saus van eend. Wat ziet dat er lekker uit, en ik hou niet eens zo heel erg van eend. Op ‘Eerst Koken‘ vind je zelfs nog meer interessante recepten die wat mij betreft ook prima thuishoren in een goed kerstmenu, zoals deze witte chocolademousse met karamelpopcorn.

Pulled everzwijn:

Vergeet pulled pork & pulled chicken. Met kerst ga je voor speciaal. Staat kerst bij jullie niet in het teken van sjiek dineren, maar gewoon lekker eten of wellicht zelfs een winterbbq, ga dan deze uitdaging aan en probeer eens pulled everzwijn te maken. Volgens ‘de BBQ Bastard‘ brengt dit gerecht een ‘erg feestelijke warm gevoel’ met zich mee en leent het zich dus bij uitstek voor een kerstdiner. Of het nou voor kerst is of niet, dit gerecht staat bij deze op mijn to-do lijstje.

Kalkoenfilet met paddenstoelensaus en cranberries:

In USA wordt de kalkoen volop geserveerd tijdens thanksgiving, dat elk jaar in November plaatsvindt. Maar ook met kerst misstaat deze rakker niet op tafel. Je kunt je natuurlijk wagen aan een gevulde kalkoen, zoals ze dat in USA doen. Maar je kunt het ook iets simpeler houden, en deze kalkoenfilet met een paddenstoelensaus en cranberries op tafel toveren. Door de toevoeging van de cranberries krijgt dit gerecht een ontzettend feestelijke uitstraling en omdat het simpel en snel te bereiden is, is het een prima recept voor een zorgeloze kerst. Bak de filetjes niet te lang, want kalkoen droogt iets sneller uit dan kip. Wil je het gerecht extra kerstig maken? Serveer er dan deze kerstkranssalade bij. Wat een plaatje, dankjewel Hanneke van Culinea.nl!

Kerst in Indiase sferen:

Hoe toevallig dat Johanneke van ‘Bijna net zo lekker als thuis‘ een Indiaas kerstmenu op de blog heeft staan. Zo kan ik jullie toch nog een beetje inspireren vanuit het land waar ik mij momenteel bevind. Want ik ben in deze 3 weken echt van de Indiase keuken gaan houden. Of ik het zelf als kerstdiner zou voorschotelen, dat weet ik niet. Maar voor elk ander diner, absoluut! Het leuke aan Indiaas eten is dat je aller lekker deelt in plaats van elk je eigen bord hebt. Dat past dan natuurlijk wel weer in de kerstgedachten. Deze lamscurry met amandelen zou in dat geval dus prima op zijn plaats zijn.

Desserts:

Veenbessentaart met oreo’s:

Wat een plaatje, deze veenbessentaart met oreo’s. Het water loopt mij echt in de mond bij het zien van deze foto. Niet alleen omdat het lekker uitziet, maar het klinkt ook nog eens heerlijk. Een echt feestelijk recept wat perfect bij de kerstdagen past. Door gebruik van de veenbessen (cranberries) zal deze taart niet al te zoet zijn, maar juist in balans met ook een licht zuurtje erin. En je kan hem ook nog eens 2 dagen van tevoren maken, waardoor je stressvrij met kerst zelf bent. Op de blog eenlepeltjelekkers.be toont Annelies dat ze in België ook een fijn gevoel voor lekker eten hebben. Wat een ontzettend fijne recepten heeft ze op haar blog staan. Zo nu en dan komt er een ingrediënt naar boven waar ik nog nooit van heb gehoord, maar met een beetje gegoogle leer je al snel wat de Nederlandse variant ervan is. Zo vind je er ook een heerlijke ceviche van zeebaars en een zeebaars met pompoenpuree welke ook zeker niet zouden misstaan in een kerstdiner.

Ijstaart met chocolade en mokka:

Vergeet de ouderwetse Viennetta ijstaart. Ondanks dat die stiekem echt wel heel lekker is komt hij stiekem elk gezinslid inmiddels de strot uit. Het is toch veel leuker om een zelfgemaakte ijstaart voor te schotelen? Lianne van de blog ‘De Zoetekauw‘ bedacht deze ijstaart met chocolade en mokka. Wat een plaatje. En je kan hem al een dag of 2 van tevoren maken, zodat je op kerstavond zelf geen keukenstress hebt. Perfect toch?

Kwarktaart met stoofpeertjes:

Stoofpeertjes laten mij echt gelijk aan kerstmis denken. Ik eet ze namelijk alleen met kerst, en verder eigenlijk nooit. Terwijl ze stiekem wel heel lekker zijn. Deze kwarktaart met stoofpeertjes is dus wederom een prima dessert dat al een dag voor kerst gemaakt kan worden om keukenstress te voorkomen. Vyella van ‘Vyella.nl‘ gebruikt zelfs kant- en klare producten om je kerststress nog minder te maken. Een kind kan de was doen, en toch zul je je gasten verrassen met dit heerlijk winters gerecht.

Persoonlijk: 15 x Gezonde recepten

Deze opsomming van gezonde recepten is een voor mij heel persoonlijke blog. Het is voor het eerst dat ik zo extreem openlijk praat over de jarenlange strijd die ik voer en waar ik weer een nieuwe stap ik ga zetten.

Wie mij in levende lijve kent weet hoogstwaarschijnlijk dat ik, net als zoveel mensen, al jarenlang met mijn gewicht worstel. Sinds mijn pubertijd ben ik gaandeweg de jaren steeds verder uitgedijd. Toen ik eenmaal ging studeren kwam er een nog grotere stijgende lijn in, want ik hing zo ongeveer 4 avonden per week in de kroeg, hield van lekker eten en sportte amper. Bier en wijntjes vloeiden dus rijkelijk maar op de fiets naar de universiteit gaan vond ik al zwaar vervelend. Ook na mijn studietijd is het me tot dusver niet gelukt om ook maar enigszins op een ‘normaal’ gewicht te komen. Telkens had ik weer nieuwe smoesjes waardoor het niet ging, sporten zit helaas niet echt in mijn genen. ‘Ik had veel reistijd en was vaak laat thuis dus ik had geen tijd om te sporten’ was de meest gehoorde smoes en sinds mijn verhuizing gaat die smoes niet meer op. Tot op heden heb ik geen nieuwe smoes kunnen verzinnen dus ik kan niet anders dan weer een nieuwe stap te gaan zetten richting mijn streven. Om mezelf ‘obese’ te noemen gaat net wat te ver, maar er mag echt wel wat aan gedaan worden. Doutzen Kroes-slank zal ik never nooit niet worden, dat hoeft ook helemaal niet. Wat ik wel belangrijk vindt is dat ik gezond blijf en gezonder leef, en dat gaat natuurlijk wel tot op zekere hoogte hand in hand met een gezonder gewicht.

Bij een gezondere leefstijl horen wat mij betreft 4 dingen; voldoende beweging, een gebalanceerde maaltijd, voldoende tijd om in een normaal tempo resultaat te boeken en misschien het allerbelangrijkste; de ruimte om heel af en toe toch te zondigen. Deze vier dingen ga ik (wederom) proberen in balans met elkaar te brengen, op een dusdanige manier dat het ook op de lange termijn resultaat blijft houden. En dat kan alleen als er ook ruimte is voor een frietje met, bakje chips of glaasje wijn, alles met mate natuurlijk. Ik heb me erbij neergelegd dat dit mij niet alleen zal lukken, dat heeft het verleden wel uitgewezen. Ik heb dus externe hulp gezocht die mij hier hopelijk goed bij gaat ondersteunen, zowel op het gebied van sport als ook voeding. Natuurlijk weet ik ook dat Pim, mijn familie en vrienden mij hierin ook ondersteunen. Het wordt geen crashdieet en dus geen complete 180 draai naar ‘fitgirl’ zijn, want daar geloof ik niet helemaal in en dat past ook helemaal niet bij me. Kleine aanpassingen in mijn leef- en voedingspatroon brengen hopelijk al voldoende resultaat op termijn en kan ik hopelijk ook makkelijk blijven volhouden. Want dat is eigenlijk waar tot nu toe altijd mijn probleem heeft gezeten, het volhouden op langere termijn..

Jullie kunnen me hier ook bij helpen. Door me te supporten, en vooral door te accepteren dat er dus in de nabije toekomst iets minder zoetigheden en ongezondere recepten op de blog zullen verschijnen (zullen de meesten vast niet erg vinden, toch?!). Ik wil me iets meer gaan focussen op gezonde recepten. Natuurlijk komt er af en toe nog steeds een cheat-meal op de blog, maar ik ga proberen de verhouding ‘kan elke dag’ vs. ‘liever niet te vaak’-maaltijden iets meer richting de ‘kan elke dag’ kant van de schaal te laten vallen.

Om mezelf hier alvast een handje bij te helpen heb ik een aantal medebloggers gevraagd om hun lekkerste, gezonde recepten en daar koos ik er 15 van uit. En deze mag ik ook met jullie delen! Hierbij dus een lijst met 15 watertandende gezonde recepten die gemaakt zijn door bloggers uit de Benelux.


 

Bloemkoolcouscous met kipgehaktballetjes
Poke bowl met zwarte rijst

Flying Foodie

Maris van ‘Flying Foodie’ heeft meerdere gezonde recepten met me gedeeld die me allemaal aanspreken. Ze maakte een gele courgettesoep die er heerlijk romig uitziet, wist je dat gele courgettes nu in het seizoen zijn? Ook staat er een bloemkoolcouscous gerecht op haar blog met gehaktballetjes van kip. Ik hou zelf ontzettend van couscous dus deze ga ik zeker zelf maken! Pim is helaas minder fan maar misschien dat de gehaktballetjes hem overstag doen gaan. Als laatste deelde Maris haar versie van de Poké Bowl met me, waarin ze de witte rijst verving met gezondere zwarte rijst. Voor wie de ‘hype’ tot nu toe gemist heeft, een Poké Bowl komt oorspronkelijk uit Hawaii en Poké is Hawaiiaans voor ‘in stukken gesneden’. Het is vergelijkbaar met een sushibowl, want je combineert rijst met rauwe groentes en rauwe vis. Echter is de vis bij een poké bowl altijd gemarineerd. Gezien Pim ontzettend van sushi houdt kan ik dus garanderen dat deze bij ons op het menu komt binnenkort.

Gele courgettesoep

De Bakparade

Eerder al deelde ik mijn versie van ‘courgetti’, een koolhydraatarme spaghetti. Naam- en provinciegenootje Inge van www.debakparade.nl deelde haar courgetti recept met me, waarbij ze een heerlijk romige saus van avocado maakte. Snel, simpel en gezond. En het lijkt me ontzettend lekker door de avocadosaus, want ook de avocado staat niet voor niets op menig ‘superfood-lijst’, want het zit boordevol gezonde vetten.

Courgetti met avocadosaus
Kipsate met Griekse salade

Een lepeltje lekkers

Dat ze ook in België heerlijk en gezond kunnen koken bewijst Annelies van de blog ‘Een lepeltje lekkers’. Ook zij deelde meerdere gezonde recepten met me die me het water in de mond lieten lopen. Deze kipsaté met griekse salade bijvoorbeeld, ik ben echt ontzettende kipsaté fan, maar mijn versie is veelal iets ongezonder door toevoeging van pindasaus. En heb je wel eens halloumi geprobeerd? Halloumi is een kaas gemaakt van schapen- en geitenmelk die perfect is om te grillen en die overheerlijk is in deze salade met nectarine. Als laatste deelde Annelies haar courgetti, die zij juist verwerkte in een Aziatische maaltijd als vervanging van noodles. Deze Pad Thai met scampi kon ik dus absoluut niet weglaten uit dit lijstje.

Pad Thai met Scampi
Halloumi salade met nectarines

Samen Bourgondisch

Barbecue & gezond, die 2 woorden gaan in de meeste huishoudens niet helemaal hand in hand. Toch kun je best makkelijk op een verantwoorde manier barbecuen. En ook de bijgerechten die vaak geserveerd worden kunnen op een gezondere manier klaargemaakt worden. Maak bijvoorbeeld eens deze aardappelsalade gemaakt van zoete aardappels, die Deborah van ‘Samen Bourgondisch’ mooi bedacht heeft. Door de gewone piepers te vervangen door zijn zoete ‘brother from another mother’, vervang je de koolhydraten door vitamientjes, want zoete aardappels behoren tot de groentes. Volgende bbq staat deze zeker op tafel.

Zoete aardappelsalade

FoodFoozle

Falafel is stiekem niet zo mijn ding, ik hou namelijk niet zo van kikkererwten. Toch kan ik me niet voorstellen dat ik deze krokant gebakken jongens van Maaike’s blog ‘Foodfoozle’ niet lekker ga vinden. Heerlijk geserveerd in een pitabroodje met een tahinidressing. Ik ben benieuwd of ik Pim zo ver krijg om dit een keer te eten, maar anders ga ik het zeker proberen als Pim een keer niet thuis eet. Ook maakte Maaike een prachtige en gezondere variant van de Kolokithopita, een griekse hartige taart, in dit geval gevuld met shredded chicken.

Kolokithopita
Falafel met tahini

Deb’s Bakery and Kitchen

Debbie, van Deb’s Bakery and Kitchen, heeft zich slim bedacht dat je met de restjes van een gebraden kip mooi deze pilav met kip kan maken. Ik ben over het algemeen geen rijstliefhebber, maar deze kruidige rijst doet mij toch wel watertanden. Ook haar portobello’s met linzen maken mij heel nieuwsgierig. Ik kook zelf eigenlijk nooit met linzen maar ook hier zorgt de foto toch dat ik dit gerecht wil gaan proeven.

Pilav met kip
Portobello’s met linzen

Lekker Happen

Het laatste hartige gerecht in mijn gezonde recepten rijtje is wederom een poké bowl. De poké bowl van Daisy van de blog ‘Lekker Happen’ heeft weer hele andere ingrediënten dan de poké bowl die eerder in dit lijstje voorkwam. Zo zie je maar hoe ontzettend variërend je kunt zijn met hetzelfde gerecht. Waar het andere gerecht mij vooral aansprak vanwege de zwarte rijst, ga ik van deze bowl watertanden doordat je getrakteerd wordt op zowel zalm als ook garnalen. Win-win dus voor de visliefhebbers onder ons. Ook vindt men op Daisy’s blog de simpele, maar heerlijke watermeloen pizza. Perfect als zomers nagerecht, zeker voor de kids. Zo krijg je ook gelijk je dagelijkse vitamientjes binnen. Het recept voor deze pizza vind je hier.

Pokebowl met zalm en garnalen
Meloenpizza

Essie Healthylife

Het rijtje sluit ik af met een gezondere variant van de good ol’ cheesecake. Deze cheesecake met frambozen van de blog ‘Essie Healthylife’ van Ester ziet er echt prachtig uit! Zo lekker zelfs, dat ik amper kan geloven dat hij gezond is. En je kunt hem zelfs in de Airfryer maken. Nou zal hij nog steeds niet zo gezond zijn dat je hem dagelijks als ontbijt kan eten, maar hij is wel zo gezond dat je hem zonder schuldgevoel kan eten als je dan toch eens een keer iets lekkers wilt.

Cheesecake met frambozen

 

Nostalgie en eten: Knoeien met Inge

Anne-Marie van de blog ‘My Happy Kitchen’ vroeg me onlangs een paar vragen te beantwoorden over ‘nostalgie en eten’. Wat vond ik dat ontzettend leuk om te doen. Iedereen heeft veel leuke herinneringen van vroeger, maar toch stond ik niet altijd stil bij hoeveel van die herinnering verbonden waren met eten. Van mijn lievelingseten van vroeger, tot de traktaties op school, er kwam vanalles bij me naar boven toen ik over nostalgie en eten ging nadenken. Interesse om mijn nostalgische food-memories te lezen? Het artikel van Anne-Marie vind je hier.

Mijn Eindhoven: 9 favoriete hotspots

Zoals sommigen van jullie wellicht al weten ben ik onlangs terug naar mijn Limburgse roots verhuist. Na bijna 12 jaar in Eindhoven te hebben gewoond laat ik deze mooie plek achter met alleen maar mooie herinneringen. Eindhoven, s’Nederlands lichtstad, ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Want nee, echt mooi is de stad niet. Dat heeft hij te danken aan de oorlog, waar alle mooie oude gebouwen platgebombardeerd zijn. Na de oorlog is de stad weer opnieuw gebouwd, maar helaas was de smaak in architectuur van die tijd niet echt je-van-het. Toch heb ik er bijna 1/3e van mijn leven met ontzettend veel plezier gewoond. Want een stad gaat niet alleen om het plaatje, maar vooral om het gevoel. En dat gevoel, dat zit wel goed. Overal wordt je met de Brabantse gezelligheid onthaald en wordt er tot in de late uurtjes, arm-in-arm, Guus Meeuwis gezongen. Natuurlijk woon ik niet aan de andere kant van de wereld en zal ik nog regelmatig terugkeren. Maar toch vond ik dat ik Eindhoven niet kon verlaten zonder mijn versie van ‘een ode aan Eindhoven’ aan jullie te presenteren. Hierbij deel ik dan ook graag mijn favoriete plekken in Eindhoven. Wat is jou fijnste plek in Eindhoven?

 

The Trafalgar pub

De Trafalgar pub is denk ik de eerste foodie hotspot die ik ontdekte toen ik 12 jaar geleden in Eindhoven kwam te wonen. Dit Britse restaurant is gelegen aan de Dommelstraat en is 7 dagen per week geopend. Ik denk dat ik er alle dagen van de week, op allerlei tijdstippen wel eens ben geweest, en alle keren was het hele restaurant zo goed als vol. Perfect voor een fijn avondje eten met vrienden, maar zeker ook voor een borrel want op vrijdag na werktijd staat de halve zaak vol met ‘vrijmibo-ers’. In de zomer hebben ze een kleine achtertuin waar je prima van vertoeven, maar ook binnen waan je je in gezellige sferen doordat het restaurant qua inrichting meer richting het bruin cafe gaat. Hun menukaart heeft in die 12 jaar tijd maar kleine veranderingen ondergaan, wat wat mij betreft betekent dat het menu gewoon goed is. De grootste winnaar van hun menu zijn de boontjes die ze bij vrijwel alle hoofdgerechten serveren. Ik heb het geheim nog niet kunnen ontdekken, maar nergens anders eet ik zulke lekkere boontjes. Qua hoofdgerechten is mijn favoriet absoluut de fish & chips, simpel maar doeltreffend. Verder vind je enkele britse ‘pies’ op hun menu, maar ook o.a. een prima beenhammetje & burger. Superculinair zijn de gerechten zeker niet, maar prijs/sfeer/kwaliteit verhouding is absoluut een van de betere want prijzen van de hoofdgerechten varieren van €8,75 tot €14,50

Foto van www.thetrafalgarpub.nl

De Burger

Een restaurantje in dezelfde prijsklasse als zijn voorganger is De Burger. Dit kleine, in de Kerkstraat gelegen, enigszins hipster plekje serveert… tatata.. burgers. Reserveren doen ze niet aan dus het is altijd maar de vraag of je plek hebt. Ik ben helaas al een aantal keren teleurstellend weer naar buiten gelopen omdat er nog 4 wachtenden voor me waren. Afhalen kan dan weer wel, dus als je geen zin hebt om te vechten voor een plekje, dan neem je je burgertje gewoon lekker mee naar huis. Ze hebben burgers in alle soorten en maten, van 60 gram tot 280 gram (echte dude-food) en ze hebben allerlei soorten burgers gemaakt van zalm, portobello, kip, beef, lam of kalf met allerlei mogelijke toppings die je maar kan verzinnen. Zo kan vrijwel ieders burgerwens vervult worden en voor mensen die op dieet zijn serveren ze zelfs je burger op een salade in plaats van een broodje. Als je echte honger hebt, kun je er nog frietjes bij bestellen. De prijzen van de burgers variëren van €7,50 tot €14,50 (excl. frietjes).

Foto van www.eindhoven-now.nl

Cooks

Schuin tegenover de Burger vind je eetcafe Cooks. Naast diverse tapas serveren ze ook a la carte gerechten en wisselende specials. Voor ieder wat wils, want ook bij de verschillende a la carte gerechten kun je kiezen uit 3 bijgerechten. Ik heb hier nu een aantal keer gegeten en telkens zeer verrast door smaakvolle gerechten. En dan bedoel ik niet, gewoon lekker, maar echt bomvol flavour. Voor de prijs die je ervoor betaald vind ik het dan ook zeker een favoriet die terecht in mijn lijstje hoort. Enige puntje van kritiek is dat ze relatief weinig personeel hebben, waardoor het soms wat langer kan duren eer je wijntje wordt bijgevuld als het druk is. Maar dat is natuurlijk te verhelpen door gewoon eerder je nieuwe drankje te bestellen. Nee, maar serieus, fijne sfeer, goed eten, prima prijsje. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €14,50 tot €19,50.

Foto van www.eetcafecooks.nl

Ons

Een paar deuren verder dan Eetcafé Cooks ligt Ons. Geen culinair hoogstandje, maar zeker wel smakelijk eten. Hier serveren ze het type eten dat ik zelf ook graag kook; gevarieerd maar normaal eten met een vleugje hipster. Oftewel; kipsaté met pruim-chilisaus in plaats van satesaus, een quinoa-burger met mint yoghurt en sjalot-truffelconfituur en kabeljauw met groene curry. Ook de vegeratiër komt hier ruim aan bod. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €10 tot €18 en wat mij betreft dus prima prijzen voor wat je ervoor krijgt.

Foto van www.ons.nu

Valenzia

Valenzia is het nieuwste eetplekje in dit rijtje. Dit ‘MediterrAsian’ restaurant heeft Spaanse & Aziatische invloeden en is het jongere zusje van Michelinster-houdend restaurant Zarzo. Het menu bestaat uit voor-, tussen-, hoofd- en nagerechten die zo bereid zijn dat je ze ook als tapas kunt eten. Oftewel; delen met je mede-eters. De tapasgerechten verschillen ontzettend van elk ander tapasrestaurant die ik tot nu toe geproefd heb in Eindhoven, waardoor dit restaurant zich zeker onderscheid. Zo krijg je bijvoorbeeld dim sums van rendang, krokant Indiaas brood met chorizo & gerookte aubergine, Iberico spareribs en flensjes met peking eend. De prijs is helaas aan de mindere kant, voor een fles wijn betaal je al gauw €30 en de hoofdgerechten kosten gemiddeld €20 terwijl de porties niet te absurd groot waren. Daarentegen was al ons eten wel echt ontzettend smaakvol bereid en ook zeker een unieke beleving in dit altijd volle restaurantje. De sfeer is prima en de ober benadrukte herhaaldelijk dat we vooral ‘tranquillo’ moesten doen. Wij gingen in elk geval voldaan naar huis. Het is dus zeker een aanrader, maar gezien de prijs beter geen wekelijks terugkerend event van maken. En mocht je nou zo rustig hebben gegeten dat je pas tegen een uur of 23 het restaurant uitrolt, kun je zo doorrollen de kroeg in want Valenzia bevind zich aan het einde van Stratumseind.

Foto van www.tripadvisor.nl

Gusto 040

Een stuk verderop richting het zuiden, net op de ring, ligt Gusto040. Per toeval kwam ik er een keer terecht, want ik kom ten eerste niet zo vaak aan die kant van Eindhoven, en zou ten tweede al niet zo snel op zoek gaan naar een restaurantje buiten de ring. Maar ik werd aangenaam verrast door de fijne, ietwat hipster sfeer dat de tent uitstraalt. Het plafond zit volgespijkerd met perzische tapijtjes en enkele tafels en stoelen komen zeker weten van de rommelmarkt. De fijne sfeer en de smaakvolle, niet alledaagse gerechten zorgen ervoor dat dit plekje dan ook een van mijn favorieten is. Op het menu vind je tapas gerechten, die tevens ook als voorgerecht gekozen kunnen worden, als ook 9 hoofdgerechten. Een lekker kleine kaart, daar hou ik van. Ik heb namelijk nogal eens last van keuzestress, dus hoe minder keuze, hoe beter. Bovendien kun je beter in enkele dingen uitblinken, dan overal maar een beetje goed in zijn. De prijzen van de hoofdgerechten variëren van €16 tot €22.

Foto van www.tripadvisor.nl

Afghani & Zo

Direct langs de dommel, precies op de rand van Eindhovens echte centrum, ligt Afghani & Zo. Eenmaal binnen begeef je je al snel in Oosterse sferen met fijn ingerichte ruimtes en enorm vriendelijk personeel. Deze gemoedelijke plek serveert Perzische fusion gerechten door middel van een duurzaam concept. Iedere week is er een nieuw weekmenu dat bereidt wordt met verse producten waarvan zo min mogelijk verspild wordt. Als gast krijg je de keuze tussen dit weekmenu of een ‘tafeltje vol’, waarbij ook altijd een vegetarisch gerecht mogelijk is. Tafeltje vol is simpelweg een schaal vol lekkers op tafel om te delen met iedereen, zoals heerlijk bereide pompoen, spinazie, en 2 vleesgerechten, begeleid door rijst, tzatziki en natuurlijk heerlijke naan. Uiteraard is er bij Tafeltje vol ook de mogelijkheid om het voor- en nagerecht van het weekmenu toe te voegen. De gerechten zijn absoluut smaakvol en vult meer dan voldoende, en is weer eens iets anders dan kipsaté met friet. Het leukste voor mij is dat dit restaurant is opgericht door een thuiskok/foodblogger, dus ik heb nog wat te dromen voor de toekomst. De prijzen variëren van €22,50 voor het weekmenu tot €25,00 voor een tafeltje vol.

Foto van www.afghani.nl

Van Moll

Niet om te dineren, maar wel om uitgebreid te borrelen. Van Moll ligt aan de Keizersgracht en was de eerste Eindhovense brouwerij dat in 2013 hun deuren opende. Ze noemen het zelf de ‘brewpub’; of ook wel brouwerij met proeflokaal. Beneden in de kelder, die je vanuit het voorste deel van de pub kunt aanschouwen door de schuine glazen wanden, wordt het bier gebrouwen. Boven wordt het rijkelijk geschonken. De menukaart is uitgebreid, voor elke smaak een biertje. Zelfs de niet-bierdrinkende mens zal hier zeker weten een biertje tussen vinden die hem toch wel kan bevallen. De pub oogt knus en modern, met een vleugje hipster door de oude schoolstoeltjes en de retro bank bij de ingang. Als het lekker weer is staan er voor de pub enkele bierbanken, waardoor je ook in het zonnetje kan genieten van een echt Eindhovens witbiertje. Wat mij betreft in Eindhoven de leukste plek voor een vrijmibo, een afzakkertje of gewoon een goede avond ‘ouwehoeren’ met je maten.

Foto van www.vanmolleindhoven.nl

Intelligentia ICE

In het steeds hipper wordende Strijp-S ligt Intelligentia ICE. Hier krijg je de allergekste maar zeker ook allerlekkerste smaken ijs. En ze zijn ook nog eens heel genereus met hun bollen. Ik kan het zelf nooit laten om maar 1 bolletje te nemen, dus ik kies er altijd twee maar mijn ogen zijn tot nu toe altijd groter gebleken want ik heb de ijsjes nog nooit opgekregen, zo groot zijn de bolletjes. De smaken lopen uiteen, zo heb je het nog nooit gezien. Van framboos-rozemarijn tot saffraan-pijnboompitijs, en van citroen-thaise basilicum tot ook ‘gewoon’ salty karamel. Ik hou ervan! En als je dan toch in Strijp-S bent, loop dan ook even rond op de leidingstraat en de straten eromheen. Daar liggen nog meer leuke kleine winkeltjes en hippe eettentjes die ik nu niet genoemd heb maar zeker een bezoekje waard zijn! Bezoek dan het liefst op een 3e zondag van de maand, want dan is er ook Feel Good festival op Strijp-S dus nog meer food en shopplezier.

Foto van www.culy.nl

 

Culinair reisverslag: Citytrip naar Rome

Omdat Pim en ik de laatste weken allebei vrij veel gewerkt hebben, en daarnaast ook druk zijn geweest met de laatste zaken regelen voor onze verhuizing komende maand (lees: verzekeringen, verhuisbusje, internet afsluiten etc) stelde Pim voor om een last minute citytripje te boeken. Stiekem had ik allang dat idee in mijn hoofd want ik wilde Pim eigenlijk verrassen voor zijn 30e verjaardag binnenkort. Maar vooruit, ik verzin wel iets anders, want ik kon natuurlijk geen ‘nee’ zeggen toen Pim vond dat we even wat quality-time in het buitenland nodig hadden. Dus, laptop op schoot en googlen maar. Ik had natuurlijk al een aantal steden in gedachten dus gelijk gezocht naar deze steden en al snel werd duidelijk dat de trip naar Rome ging. Ticketprijzen waren erg voordelig en ook de vliegtijden kwamen ons goed uit; vrijdagmiddag heen en maandagochtend terug. Zo konden we vrijdagochtend en maandagmiddag wel nog gewoon werken, en waren we dus geen 2 volle verlofdagen kwijt. Achteraf gezien toch een stomme keuze, want wie verzint er nou dat je vlucht om 7:20u s’ochtends vertrekt in een stad waar het openbaar vervoer pas rond 6:30u op gang komt? 7:20u is natuurlijk sowieso al geen tijd voor iedereen behalve ochtendmensen, maar ach, voor deze keer hadden we het er voor over.

Op mijn 16e ben ik al eens met school naar Rome geweest, en ik wist nog heel goed dat ik daar destijds helemaal geen zin in had. Ik ging puur mee omdat pap en mam betaalden, maar ik zag er zwaar tegenop om een midweek lang alleen maar kerken en ruines te bekijken. Ik bleek het toen mis te hebben, achteraf gezien had Rome echt een ontzettende indruk op me achter gelaten. Wat een prachtige stad! Ik kon dus niet wachten om me wederom te laten betoveren door de schoonheid van Rome.

Via booking.com vonden we een leuk hotelletje op steenworpafstand van het Vaticaan. Het zag er fris en schoon uit, was prima geprijsd en kreeg goede ratings. Eenmaal in Rome aangekomen waren we op zoek naar een hotel genaamd ‘Blu Room in Vatican‘. Een paar keer op en neer gelopen door de straat bleek toch echt dat we aan het juiste adres waren, maar het leek gewoon een appartementen complex te zijn. Eenmaal ingezoomd op de naambordjes naast de deur stond daar inderdaad ‘Blu Room’, dus belden we aan. We werden enthousiast begroet door een ietwat grijs wordende man en mochten doorlopen naar de 3e verdieping. Het bleek een gezin te zijn dat hun voorkamer verhuurd, werd ons in gebrekkig Italiaans-Engels met handgebaren duidelijk gemaakt. We kregen een sleutel van de voordeuren en onze kamer en als we verder nog vragen hadden konden we ‘knock-knocki on ze door’.

Eenmaal de kamerdeur opengedaan kwamen we in een piepklein kamertje met aansluitend piepklein badkamertje, wat van alle gemakken voorzien was. Een prima bed, heerlijk schone lakens, een warme, schone douche en zelfs een koffiezetapparaat & versnaperingen. Helemaal perfect voor 3 nachtjes.

Inbegrepen in de prijs zat ook het ontbijt, niet in hun appartement, maar bij de ‘bar’ een paar meter verderop in de straat. In Italie is een ‘bar’ niet hetzelfde als in Nederland. Ik denk dat je een vergelijking kan maken met de Nederlandse & buitenlandse coffeeshops, dat zijn ook 2 verschillende dingen. In Italiaanse ‘barretjes’ krijg je namelijk alleen maar koffie, sap, gebak en wat andere versnaperingen. Merk je dat er alleen maar ‘gebak & versnaperingen’ in de zin staat terwijl dit stukje over het ontbijt ging? Juist, een typisch Italiaans ontbijt is zoet. Wij kregen de keuze uit ‘croissant chocolat, croissant jam & croissant cream’, oftewel zoet, zoet en nog eens zoet. Voor iemand die nooit ontbijt of luncht met hagelslag, jam of chocopasta was dit dus een moeilijke keuze. Oke, ik ben sowieso niet goed in keuzes maken, laat staan als alle drie de opties me eigenlijk niet aanspreken. Maar vooruit, ik koos voor croissant chocolat op dag 1 en croissant jam op dag 2. Samen met een heerlijke kop cappuccino, want daar blinken de Italianen dan weer wel in uit, was dit toch wel een prima ontbijtje om de dag mee te starten, dus konden we met onze buikjes rond op pad.

Uiteraard bleken wij weer het perfecte weekend gekozen te hebben. Op zaterdag bleek namelijk een belangrijke dag voor de EU. Alle Europese leiders kwamen in Rome bij elkaar om het verdrag van Rome te herdenken. Het is namelijk 60 jaar geleden dat de betrokken landen dit verdrag ondertekenden. Gevolg; de helft van de toeristische attracties waren gesloten door dit event. Gelukkig blijft er dan nog een helft Rome over, dus we konden gelukkig wel genoeg doen.. samen met alle andere toeristen die hetzelfde probleem hadden. Gevolg; een rij van heb-ik-jou-daar bij de St. Pietersbasiliek en flink koppen lopen in de smalle straatjes in het centrum. Al slalommend wisten we ons toch een weg te banen tussen alle slenterende Oostblokkers en alles-fotograferende Japanners. Gelukkig scheen het zonnetje heerlijk, waardoor je alle toeristische ellende al snel vergeet. Tussen de Spaanse trappen & de Trevi Fontein in vonden we een perfect plekje om te lunchen; Trattoria Tritone, een pitoresk gebouwtje vol met klimop en houten klapraampjes, net van de drukke weg af, met een klein terrasje dat helemaal afgeschermd was door plantenbakken. Hierdoor waande we ons in even in een afgelegen dorpje. De kaart; typisch Italiaans. Antipasti, first course (pasta) & second course (vleesgerechten). Elke kaart van een Italiaans restaurant heeft deze samenstelling, af en toe met pizza’s en/of salade’s erbij, maar dit staat er minstens op.

Een uitgebreid driegangen-diner wilden we nog even uitstellen tot de avonduurtjes dus we besloten het alleen bij een pastagerecht te houden. Ik koos voor lasagne, want dat is echt mijn favoriete pastagerecht dus ik moest even goed proeven of mijn lasagne ook maar een klein beetje in de buurt kwam van de Italiaanse lasagne. Oordeel: niet echt. Om eerlijk te zijn vond ik de lasagne meer in de buurt komen van de kant-en-klare magnetronlasagne uit de supermarkt. En die vind ik stiekem ook lekker, dus ik vond deze lasagne ook lekker! Maar hij is wel heel anders dan mijn eigen homemade lasagne; veel meer room, minder groentes en dus sowieso minder gezond. Ook zijn uiterlijk laat wel ietwat te wensen over. Maar hij was toch lekker, en daar gaat het om! Zeker lekker in het zonnetje onder het genot van een glaasje wijn, kan het nog beter?

Later op de middag, toen we onze weg verder gingen richting het Pantheon, moest er natuurlijk ook een ijsje gegeten worden. Want dat kan in Rome, en dat moet in Rome, want bijna op elke hoek van elke straat vind je wel een ‘Gelateria’. Ik kon me nog heel goed herinneren dat ik tijdens mijn schooltrip naar Rome, zo’n 13 jaar geleden, bij een ijssalon vlakbij het Pantheon ben geweest waar ze minstens 100 smaken ijs verkochten. Helaas wist ik de naam niet meer en ook niet meer precies hoe je er terecht kwam. Achteraf bleek dat dit Gelateria Della Palma heet, voor degene die binnenkort wel in Rome komt en wel op zoek wilt naar deze uitbundige ijssalon. We kozen vandaag dus toch voor een andere gelateria. Deze ijssalon zag er luxe uit, hoorntjes van chocolade met nootjes, maar ook allerlei soorten chocolade en taartjes die ze verkochten. Door het luxueuze, goud-bruin interieur en de prijs kon dit dus niet anders dan topijs zijn. Helaas pindakaas. Slecht was het zeker niet, maar mijn karamelijs smaakte helaas ietwat vlak. Morgen nieuwe ronde, nieuwe kansen.

We vervolgden onze weg richting het water en staken de rivier over richting de wijk Travestere. Ik had al gehoord dat dit voor foodies een leuk wijkje zou zijn en dit was ook zo. Een klein gezellig wijkje, met smalle straatjes waar geen auto’s komen en heel veel restaurantjes. De een wat toeristischer dan de ander. Na wat rondgelopen te hebben door het wijkje konden we maar niet besluiten waar we wilden eten, dus we besloten onze vriend ‘Google’ om hulp te vragen.

Via Google Maps kun je heel makkelijk restaurant-tips in de buurt vinden en zo kwamen we uit bij ‘La Proscuitteria‘ uit. De naam zei mij voldoende om erheen te willen, het kon toch niet anders dan dat ze hier lekkere Italiaanse vleeswaren zouden serveren. En jawel, we kwamen in een kleine ruimte waar het plafond volhing met ham. Het was er druk, maar gezellig en we vonden achterin nog een leeg tafeltje gelukkig. Al snel bleek dat het niet een alledaags restaurant was; drinken was self-service & bestellen kon alleen aan de bar. We bestelden een anti-pasti plank en kregen een heerlijk plankje gevuld met vleeswaren, kaas en belegde broodjes. Los brood werd er bij geserveerd in een emaille steelpannetje en extra olijfolie & zout kon je zelf halen aan de bar. Met een zelf-geserveerd biertje erbij was dit het perfecte voorgerecht van deze avond. Er hing een ontzettend relaxte sfeer die al snel zorgde voor interactie met andere bezoekers. We vonden het zelfs zo fijn dat we voor een 2e ronde gingen; nog een biertje en deze keer bruschetta (lees: bruusketta) met tomaat & mozzarella erbij.

Omdat we toch ook een echte hoofdmaaltijd wilden eten gingen we na de 2e ronde verder op zoek naar een pizza-tentje. Of in ieder geval een plek waar ook pizza op de kaart staat. Ook die vonden we in Trastevere, en we genoten dus nog een heerlijke pizza na. Buikje rond liepen we langzaam weer terug naar ons hotelletje om weer energie op te doen voor de volgende dag.

De zondag begon hetzelfde als een dag tevoren, cappuccino met een zoete croissant. Omdat vandaag de andere helft van Rome gelukkig weer open voor toerisme was besloten we af te dalen naar het Colosseum & Forum Romanum. We hadden verwacht dat het hier ook extreem druk zou zijn, gezien deze attracties beiden een dag eerder nog gesloten waren, maar uiteindelijk viel de wachtrij nog mee en konden we vrij snel naar binnen.

Tussen het Coloseum & Forum Romanum in was het tijd voor lunchpauze, dus we zochten wederom met behulp van Google Maps naar een fijn lunchplekje enigszins in de buurt. Zo kwamen we uit bij Pane&Vino, in een van de straatjes achter het Colosseum. Het tentje kreeg goede beoordelingen, ook al ziet het er aan de buitenkant niet zo uit. Het is een kleine ruimte, met mega foute rode en groene letters op de gevel, de muren bekladderd door gasten en van die foute menukaarten zoals je in de nachtelijke donertent in Nederland ook wel eens vindt. Maar, zoals dat snachts ook blijkt bij de ‘dronken kapsalon’, bleken ook deze broodjes perfect te zijn voor de gelegenheid. Zeer smakelijke broodjes varkensvlees, dus voor een snelle doch smakelijke hap absoluut een prima plek.

Natuurlijk moesten we ook na het ellenlange slenteren door Forum Romanum in de lentezon even afkoelen door een ijsje en we gingen dus weer op zoek naar een Gelateria. Ik koos nu voor de smaken chocolade & meloen en werd deze keer alles behalve teleurgesteld.

Nadat we de rest van de middag in het zonnetje hadden vertoefd onder het genot van een koud biertje werd het tijd weer een plekje te zoeken voor ons avondeten. We liepen op dat moment toevallig op Piazza Campo de’ Fiori en ineens zag ik in mijn ooghoek de perfecte plek: Hosteria Romanesca. Een klein gezellig terrasje, waar het zo goed als vol zat, met van dat heerlijk ouderwets servies en geruite tafellakens. Als je langs het terras naar binnen keek zag je een oudere vrouw en een jonge meid verse pasta uitrollen. Dit bleek oma & kleindochter te zijn, want het restaurant was een echt familiebedrijf waarbij moeder en opa in de bediening werkten. We bestelden allebei dus heerlijke verse pasta en ook namen we een salade van ansjovis & ‘chicory’, een plant die qua uiterlijk wat wegheeft van hele jonge witlof. Uiteraard konden we Rome niet verlaten zonder ook een echt Italiaans dessert te proeven. Dus namen we Panna Cotta met karamelsaus na. Ook Panna Cotta heb ik al eens vaker zelfgemaakt. Helaas moest ik tot de conclusie komen dat ik mijn eigen Panna Cotta toch echt beter vindt dan die ik in Rome at (ofja, helaas voor de Italianen, hoera voor mijzelf!). Maar het is het restaurant vergeven, want ik heb echt ontzettend genoten van de verse pasta, de bediening en de sfeer op het terras en zou deze plek dus ook zeker aanraden.

Toen kwam ons tripje alweer ten einde en kon ik gaan beginnen conclusies te trekken. Allereerst viel het me echt op dat ik in het centrum van Rome geen enkel niet-Italiaans restaurant of snackbar heb gespot. Dus geen doner, geen mexicaans, geen tapas, alleen maar plekjes voor pasta en pizza. Dit kan natuurlijk komen doordat ik voornamelijk in de toeristische gedeeltes van de stad ben gebleven, maar ook in Trastevere bijvoorbeeld liepen voldoende Italianen rond. Ik vraag me dus af of Italianen daadwerkelijk elke dag pizza & pasta eten, of dat ze stiekem in de achterstraatjes en via geheime gangen toch nog andere eettentjes verstopt hebben.

Wat mij verder nog meer op viel is dat de Italiaanse restaurants die we gezien hebben allemaal heel vergelijkbaar zijn, en vrij standaard Italiaanse gerechten serveren. Pizza Margherita, Gnocchi met gorgonzola, Pasta l’Arrabiata & Ravioli spinazie & ricotta. Niets mis mee natuurlijk, maar een echt onderscheidende Romaanse keuken heb ik niet kunnen ontdekken. Food-wise had je mij ook wijs kunnen maken dat ik in een willekeurig andere Italiaanse stad was. Het enige zogenaamd Romaanse gerecht dat ik op kaarten gespot heb was Pasta Romanesca, maar geen enkele ober raadde ons die aan toen we ernaar vroegen. Of je daar als Italiaan dus trots op moet zijn, ik betwijfel het. Desalniettemin, ik heb ontzettend genoten van die 2,5 daagjes Rome, zowel als toerist als ook als foodie. Mocht je er nog niet geweest zijn, dan zou ik je zeker aanraden om snel de Ryanair tickets in de gaten te houden! Ik zou er in ieder geval zo weer terug gaan! Heb jij nog leuke foodie-tips voor als ik er weer naartoe mag?

 

DDW2016: Earth to table

Onlangs was de Dutch Design Week 2016; een jaarlijks evenement in Eindhoven over alles wat met design te maken heeft. Uiteraard is design niet alleen dure kunst of onbetaalbare meubels, maar ook baanbrekend materiaalgebruik en origineel en goed doordachte concepten. Zo kwam ik ook terecht bij Earth to Table; een food concept waar ik zo van onder de indruk was dat ik dit graag met jullie wilde delen.

Earth to Table is een samenwerking tussen AtelierNL en DutchCuisine; welke een ode aan de Nederlandse grond en cultuur weten te brengen door de bezoeker mee te nemen op een culinaire reis door ons land. Letterlijk, want verscheidene lagen van onze Nederlandse bodem zijn voorbij gekomen.

Zo maakt AtelierNL serviesgoed van klei van Nederlandse bodem. Afhankelijk van de afkomst van de klei heeft elk serviesgoed zo zijn eigen kleur, varierend van lichtbruin tot donkerbruin. Ook wordt er glaswerk van zand gemaakt en zijn ze momenteel flink aan het experimenteren met zout van Nederlandse bodem. Uiteraard met als gevolg dat al het eten van deze avond geserveerd werd op prachtig serviesgoed van Nederlandse bodem.

De vaasjes gemaakt van zout door AtelierNL
De vaasjes gemaakt van zout door AtelierNL

De chef-koks van DutchCuisine, of hoe ze zichzelf noemen ‘Ambassadeurs van de pure Hollandse smaak’, hebben als doel om oerhollandse gerechten weer hip & happening te maken, door gebruik van seizoensproducten van eigen bodem. Deze editie was de eer aan chef-kok Bas Cloo die mij wist te verrassen met bijzondere smaakcombinaties en technieken waar ik nog niet eerder van gehoord had. Daarover later meer.

Het meest verrassend van de avond was het duo ‘de Onkruidenier’. De naam zegt in principe voldoende. Dit tikkeltje foute mannenduo duikt samen de bosjes in om de gekste plantjes onkruid om te toveren tot bijvoorbeeld likeur, olie of pesto. Waar iedereen onkruid als vervelend ervaart, weten deze heren juist de pracht en waarde ervan te belichten.

Likeur gemaakt door de Onkruidenier
Likeur gemaakt door de Onkruidenier

De ruimte waar het diner plaatsvond werd gevuld met lange, mooi gedekte tafels waar iedereen aan plaats nam. Dat zorgde voor veel interactie tussen vreemdelingen, iets wat je normaliter niet snel in restaurants ziet. Waar iedereen in het begin van de avond nog een beetje onwennig naast de vreemde mensen zat, want ja.. het is toch ietwat abnormaal om te eten naast mensen die je totaal niet kent. Dit maakte naarmate de avond vorderde echter plek voor leuke gesprekken over eten en veel geschater over het verloop van de avond (daarover later meer). Ik ben hierdoor best wel fan geworden van het concept ‘eten aan lange tafels’ omdat het je uitdaagt verder te kijken dan je safe-zone, namelijk je vrienden of familie. Wie weet, kom je op deze manier nog eens de liefde van je leven tegen of je beste mattie for life. En dat onder het genot van lekker eten.

Sfeerimpressie
Sfeerimpressie

Zo begon de avond met een aantal amuses, waaronder een krokant stukje brood met een pesto van onkruid en een limonade gemaakt van onkruidensiroop, onder het genot van een enthousiast verhaal van het onkruideniers-duo over hoe oma’s onkruidenboek hen tot dit idee heeft gebracht.

De amuse
De amuse

De avond vervolgde zich daarna met een 4-gangen diner, verzorgd door Bas Cloo, die bij elk gerecht in geuren en kleuren de afkomst kwam vertellen. Wisten jullie bijvoorbeeld dat overlastganzen niet enkel op Schiphol voorkomen, maar dat dit een Nederland-wijd probleem is?

Chefkok Bas Cloo
Chefkok Bas Cloo

Het voorgerecht ontstond uit een flensje gemaakt van boekweit en karnemelk, geserveerd met winterpostelein, schorseneren en gebakken linzen. Het flensje zelf vond ik ietwat flauw, maar het geheel samen was zeker verrukkelijk en ook verrassend. Bovendien zorgde de gebakken linzen voor een spannend krokantje in dit fris voorgerecht. Wel was dit gerechtje zeer confronterend, gezien ik vrijwel alle ingredienten nog niet eerder gebruikt had in de keuken. Sommigen zelfs nog nooit eerder gegeten. En ik maar denken dat ik veel lust en een brede food-horizon heb. Oops, dat valt toch ineens een beetje tegen.

Het voorgerecht; boekweitflensje met postelein en linzen
Het voorgerecht; boekweitflensje met postelein en linzen

Hierna volgde het tussengerecht, welke bestond uit de al-eerder-genoemde overlastgans (maar dan dus geen gans van Schiphol blijkbaar). Deze is gepekeld en lichtgerookt en werd geserveerd met Brabants roggebrood, appel en een jus van knolselderij. Ik verbaasde me er zeer over hoe smakelijk ik een gans vond, ik kan me niet herinneren ooit eerder gans gegeten te hebben, en over het algemeen ben ik niet echt een vleeseter (behalve de ouderwetse gehaktbal of worst natuurlijk). Zeker in combinatie met de frisse appel en het roggebrood (ik ben en blijf een fan van elk soort brood) was dit gerechtje zeer smakelijk.

Het tussengerecht; Overlastgans met roggebrood en appel
Het tussengerecht; Overlastgans met roggebrood en appel

Het hoofdgerecht bestond verrassend genoeg uit vis, dit had ik eerlijk gezegd niet verwacht na een gans gegeten te hebben. Meestal vind men toch dat vis voor vlees komt in plaats van andersom. Deze verrassing mocht de pret echter zeker niet drukken want het gerecht was zeer smaakvol. De vis was een lekkerbekje, die ik eigenlijk alleen ken als ie een krokant laagje heeft en uit de frituur komt. Deze was echter heel puur, zoals een mooi visje hoort te zijn en werd geserveerd met een remoulade van spliterwt, een puree van aardappel en aardpeer, warmoes (waar ik niet eerder van gehoord had) en zeewier. Wederom werd ik dus geconfronteerd met mijn bekrompen smaakpallet. Aardpeer en warmoes had ik niet eerder gegeten maar waren beiden bijzonder smaakvol.

Het hoofdgerecht; lekkerbekje met aardpeerpuree en zeewier
Het hoofdgerecht; lekkerbekje met aardpeerpuree en zeewier

Als nagerecht stond een wel heel bijzondere vlaflip op het menu. De klassieker van yoghurt, vanillevla en limonadesiroop werd verruild door een custard van bergamot met daarbij een ‘siroop’ van rode biet met laos. Hierbij werd een gepocheerd peertje geserveerd en ook een kletskop gemaakt van noten-olie perskoek. Say what? Noten-olie perskoek.. Met andere woorden is dit het restant van noten waarvan olie geperst is, hiervan was een kletskoek gemaakt. Dat dit bestond wist ik ook niet, maar ook hier werd ik wederom verrast. Zelf vond ik de vlaflip 2.0 ietwat funky, vooral de rode biet-siroop. Het deed me denken aan het type eten wat geitenwollensokken-types eten. Maar het koekje, crunchy nootjes en gepocheerd peertje gaan er altijd goed in!

Het dessert; bietjes vlaflip met gestoofd peertje
Het dessert; bietjes vlaflip met gestoofd peertje

Na het 4-gangen diner kregen we nog de mogelijkheid om na te tafelen met koffie en thee, en een zelfgemaakte likeur van de bereklauw. Jawel, die grote plant die nog erger is dan brandnetels en zelfs brandwonden kan veroorzaken. Kudos voor de heren van de Onkruidenier dat ze hun leven op het spel zetten om ons van een lekker likeurtje te voorzien. Want dat was het… lekker! Licht siroperig deed het me ook wel denken aan Licor 43, qua structuur dan, niet qua smaak. De smaak van de bereklauw heb ik tot op heden nog niet kunnen thuisbrengen, maar zolang het smaakt vind ik dat verder ook zeker niet belangrijk.

Toch moet ik ook kritisch zijn, en ondanks dat ik echt ontzettend genoten heb van de avond zijn me twee dingen opgevallen die ik wel moet benoemen hier. Een daarvan is nog best wel lachwekkend, de ander vind ik helaas toch echt de grootste kritische noot en daar zal ik dan ook mee beginnen.

De avond draaide op alle fronten om ons kikkerlandje; het eten, de likeur, het serviesgoed, overal herkende je ons mooie land in terug. Toen ik echter het label van de fles wijn aan het lezen was, zag ik tot mijn verbazing dat deze uit Hongarije kwam. Verbazing nummer 1 was dat ik niet eens wist dat Hongarije lekkere wijn maakte, maar verbazing 2 was vooral dat alles om Nederland draait en je dan niet voor een Nederlandse wijn kiest. Want die bestaan wel… Nederlandse wijnen. Ik heb ze eerder geproefd en vond ze aangenaam lekker. Kleine moeite dus denk ik om dan ook de hele avond naar ons land de stylen. Bij het bier deden ze dat dan wel weer beter, daar werd gekozen voor een lekker biertje uit ons mooie Limburgse land.

Kritische noot 2, ik noemde het al, was een lachwekkende kritische noot. En deze heeft gelijk voor veel van het eerder benoemde geschater aan tafel gezorgd. Het concept ‘earth to table’ werd namelijk bij 2 van de 4 gerechtjes wel erg letterlijk genomen. Het eerste gerechtje was de gans. Denk eens na, hoe wordt een overlastgans doodgemaakt? Juist ja, door hem uit de lucht te schieten met een heel klein kogeltje. 3x raden wat een van mijn tafelgasten in de eerste hap van haar gans had zitten. Het is maar goed dat ze sterke tanden heeft en niet gelijk heeft geprobeerd toch door te bijten toen ze iets hards voelde. Het tweede gerechtje was het hoofdgerecht, en deze keer was ik zelf de sjaak. Ook ik had ineens een wel heel hard stukje op mn vork zitten bij de 3e hap. Na wat heen en weer gevroet in mijn mond viste ik er een… schelpje uit! Die zat schijnbaar helemaal verstopt tussen het zeewier op mijn bord. Gelukkig had ook ik snel genoeg in de gaten dat het niet simpelweg een iets te hard gebakken stukje vis was waar ik op kauwde en haalde ik hem ook uit mijn mond voordat er enige schade was gericht aan mijn gebit. Al met al konden we dus erg lachen om deze 2 gebeurtenissen, zeker gezien het thema van de avond. Ik denk echter dat het anders was gelopen indien wel een van ons schade had opgelopen aan het gebid, vandaar dat ik hem ook onder de kritische noot moet plaatsen.

Earth to Table; letterlijk...
Earth to Table; letterlijk…

Hoe dan ook hebben ik en mijn tafelgenoten ontzettend genoten van deze avond. Het heeft mijn kijk op de Nederlandse keuken wel veranderd, want Bas Cloo heeft laten zien dat deze uit veel meer bestaat dan enkel hutspot, bitterballen en erwtensoep. Dit inspireert natuurlijk om mijn eigen food-horizon ook eens te gaan verbreden en te gaan experimenteren met andere ingrediënten dan de standaard supermarkt-spullen.

Jammer dat het enkel een pop-up restaurantje was tijdens de Dutch Design Week, want ik ben van mening dat dit concept zeker all-year-long zou scoren bij het steeds hipster-wordende Nederland. Hoe gaaf is het dat je zo smakelijk kan eten vanuit de grond onder je voeten? Daar hoef je gewoon niet voor naar Italië of Frankrijk! En het oppassen voor rondslingerende kogels en schelpjes zal overal van toepassing zijn, ook aan de Spaanse Costa’s.

Meer weten? Zie de links hierbeneden voor meer informatie:

Earth to Table

Dutch Cuisine

AtelierNL

de Onkruidenier

 

 

 

Culinair reisverslag: Curaçao

Als reisgek reis ik minstens 1x per jaar naar een (liefst buiten-Europees) land. Allereerst om natuurlijk te genieten en cultuur te snuiven, maar zeker ook om de culinaire gewoontes van dat land te ontdekken. De reis van afgelopen maand ging naar Curaçao, 12 dagen in totaal. Via deze blogpost deel ik mijn culinair bevindingen van deze reis.

Dit reisverslag moet ik beginnen met de dag voor vertrek. De dagen ervoor hadden we onze koelkast al zoveel mogelijk leeggegeten en Pim en ik zaten dus te bedenken wat we die laatste dag voor het avondeten zouden doen. Pim zei ‘Laten we frietjes met frikandel halen, die zullen we de komende 12 dagen sowieso niet krijgen op Curaçao.’. Nou… he couldn’t be more wrong.

Eenmaal aangekomen…

Na een reis, die dan toch altijd langer duurt dan je rekening mee houdt (want oh ja, je moet ook nog naar de luchthaven rijden etc), kwamen we doodmoe rond 15u lokale tijd aan in ons resort. Een prachtig groot gebied met een eigen golfbaan, mooie luxe huisjes die veel privacy boden door de idyllische beplanting eromheen, en een privéstrand (privé voor het resort, niet voor ons alleen helaas) met barretje en 3 restaurantjes erbij. Omdat de gigantische hitte (lees: 33 graden maar voelt als 40 graden) je direct doet verlangen naar water, dropten we onze koffers in ons huisje en draafden we snel richting strand. Inmiddels bleek ook onze magen bij te komen van de lange reis en kregen we trek. Bij het barretje op het strand vroegen we de menukaart en guess what… broodje kroket of frikandel, portie bitterballen of bittergarnituur, frietje mayo of pindasaus, het stond er allemaal op. Even nog dacht ik dat het misschien toevallig op het resort verkrijgbaar was puur voor de oer-Hollandse strandtoeristen die lokale versnaperingen niet aan zouden durven, maar ook dat bleek niet het geval. Op meerdere plekken op Curaçao zijn snackbars te vinden, soms op toeristische locaties, soms ook niet. Het land heeft dus toch nog meer Nederlandse invloeden dan ik initieel had verwacht.

img_4535-1

De supermarkt

Ook in de supermarkt bleek dat Nederland dichterbij is dan de afstand doet vermoeden. Naast dat je een Albert Hein op het eiland kan vinden (geen aanrader, want alle prijzen zijn maal 3), barst ook de lokale supermarkt van de Nederlandse producten. Slankie smeerkaas, stroopwafels, worstenbroodjes, Venco drop, Calve Pindakaas.. noem maar op, het is er bijna allemaal te krijgen. Ook supermarktketen Jumbo heeft zich een plekje weten te veroveren, want de helft van het chipsrek lag vol met jumbo huismerk chips, om maar een voorbeeld te noemen. Behalve dit was er een keur aan vers groente en fruit te verkrijgen, en niet zoals in Nederland, per pond verpakt of iets dergelijks. Nee, gewoon een los schap met aardappels en een los schap met uien, waar je zelf kon afwegen hoeveel je precies nodig had. Heb je dus maar 1 pieper nodig? Dan kan dat gewoon daar in de supermarkt! On top of that werd ik ook duizelig van het aanbod vlees en vis. Van hele ‘red snappers’ en tonijnmoten tot 10 verschillende soorten braadworst, allerlei verschillend gemarineerd vlees, maar ook varkenspoten en kwartels. Dat is wat mij betreft hele andere koek dan de standaard boomstammetjes en zigeunerschnitzels die bij ons te krijgen zijn. Als laatste moet ik ook een melding maken van de hoeveelheid Amerikaanse artikelen die er verkrijgbaar zijn (en waar menig Nederlander nog nooit van gehoord zal hebben): ‘Reese peanutbuttercups’, ‘Goldfish crackers’ en ga zo maar door. Je kunt je voorstellen hoe groot deze supermarkt dan ook was. Wat producten betreft ben ik bij deze jaloers, daar kan menig Nederlands supermarkt een lesje uit trekken. Helaas is er een kanttekening die ik moet maken en dat is de prijs. Ook de producten uit de lokale supermarkt zijn niet goedkoop, in ieder geval niet goedkoper dan hier in Nederland. Vaak zijn de prijzen vergelijkbaar en soms zelfs iets hoger. Als je je bedenkt dat alles geïmporteerd moet worden, dan is dat ook niet zo heel gek.

img_4536-1 img_4537-1

Octopus carpaccio en kroonslak

Genoeg over Nederland in Curaçao, want gelukkig heeft het land toch ook nog voldoende eigen culinaire lekkernijen. Zo at ik in een restaurant in Willemstad aan het Waterfort ‘octopus carpaccio’, geserveerd met kappertjes, venkel, rucola en balsamicodressing. Niet wetende wat ik kon verwachten was mijn eerste reactie vooral verbazing toen het bord met de kleine schijfjes voor mijn neus verscheen. Toen ik nog eens ging nadenken bleek het ook wel logisch, want de tentakels van een octopus zijn natuurlijk zo groot niet. De smaak van de carpaccio was apart, maar niet funky. Eigenlijk was het gerecht best wel lekker, maar tippen aan de ouderwetse vleescarpaccio deed het zeker niet. Ook at ik daar Karko, ook wel conch genoemd, of in Nederlandse term ‘kroonslak’. Het is maar goed dat ik me pas naderhand ging afvragen wat Karko zou zijn, want toen ik plaatjes zag van het beestje kreeg ik toch stiekem wel de kriebels. Desondanks heb ik toch wel genoten van de met-knoflook op-smaak-gebrachte slak. Het vlees van het beestje was ik kleine stukjes gehakt, een beetje zoals shoarma of gehakt dat rul gebakken is. Er zat een licht laagje bloem of paneermeel overheen, waardoor het enigszins een krokante buitenkant had. Of het gebakken of gefrituurd werd, dat kon ik helaas niet helemaal eruit opmaken. Zou ik het nog eens eten? Ik denk het wel, ondanks dat ik nu weet wat ik aan het eten was, was het toch best lekker.

img_20160920_180732.jpg img_20160920_185431.jpg

Plaza Bieu

Een andere must-visit plek in Willemstad is Plaza Bieu. Deze grote loods in de wijk Punda, die zowel van buiten en van binnen niet heel erg uitnodigend uitziet, serveert dagelijks lunch tussen 11 en 15u. De lokale bevolking eet er hun lunch, maar ook als toerist ben je meer dan welkom. Zodra je de loods binnenloopt zie je rechts allemaal picknicktafels staan, waar iedereen door elkaar zit een hapje te eten. Links zie je een lange rij met fornuizen, waar immens grote potten en pannen opstaan. We werden gelijk begroet door een klein Spaans sprekend vrouwtje, die ons uitnodigde plek te nemen naast een oude man die zat te smikkelen van een hele vis. We kregen een menukaart in onze handen gedrukt ‘menu of friday’ stond erop. Het leek er dus op dat ze elke dag andere gerechten serveerden, dat is natuurlijk ook wel nodig om te zorgen dat de locals elke dag terugkomen. Omdat ik zelf geen fan ben van ogen op mijn bord, koos ik heel safe voor een stoofpotje van kip. Pim koos voor kabeljauw, maar deze bleek ook zonder ogen en staart geserveerd te worden gelukkig. Als bijgerecht kon je kiezen tussen aardappelpuree, rijst of polenta. Voor de afwisseling koos ik deze keer voor polenta. Zoals je kunt zien op de foto hierbeneden was het stoofpotje een heerlijke, felgekleurde mix van tomaat met andere specerijen, en werd de polenta geserveerd als rol. Omdat het vrouwtje dat ons hielp enkel Spaans sprak, en mijn Spaans een beetje ophoudt met ‘No hablo Espanol’, kon ik helaas niet achterhalen wat de exacte ingredienten waren. Hoe dan ook, ben je in Curaçao en heb je trek in het minder toeristische? Dan is Plaza Bieu een absolute must om te gaan lunchen!

img_4431-1 img_4416-1img_4419-1 img_4421-1

Jaanchie’s

Dat stoofpotjes veel gegeten worden in Curaçao bleek ook toen we gingen eten bij Jaanchie’s in Westpunt. Dit wegrestaurantje met ontzettend veel tierlantijntjes aan de muur staat bekend om het serveren van Leguaan. Eenmaal aan tafel word je vriendelijk begroet door de eigenaar Jaanchie, een man op leeftijd waar de passie vanaf spat. Elke tafel gaat hij persoonlijk langs om het menu van de dag te vertellen, gevolgd door een verhaal over hoe Leguanenvlees lustopwekkend is en daarom enkel geserveerd kan worden aan mensen met een sterk hart. Als laatste laat Jaanchie weten dat al zijn gerechten geserveerd worden met een flinke dosis vitamine L; ‘liefde’. Ik kon het niet laten om de leguaan te bestellen, maar bestelde daarnaast ook een stoofpotje met draadjesvlees. Pim bestelde vis, maar andere mogelijkheden waren bijvoorbeeld een stoofpotje van geit. De Leguaan was verrassend genoeg bereid met dezelfde specerijen als het draadjesvlees; paprika, curry etc.. De smaak van het vlees deed, net als bijvoorbeeld krokodil, denken aan kip. Echter doordat de botjes van een leguaan zo klein zijn, leek het ook wel alsof ik kwartel zat te eten. Het vlees was heerlijk mals en viel zo van het bot af. Ook het draadjesvlees was lekker, hoewel mijn voorkeur wat betreft draadjesvlees toch nog steeds ligt bij Limburgs zuurvlees. Als verrassingstoetje kregen we zelfgemaakt pinda-ijs. Ik wist tijdens het eten niet wat de smaak was en ik dacht zelf gelijk aan sesam-ijs. Ik zat er dus niet heel ver naast, maar hij was wel lekker!

img_4293-1img_20160921_134946.jpg img_20160921_134927.jpg

Pastechi

Wat je overal op het eiland kunt terugvinden, zijn ‘pastechi’, oftewel pasteitjes. Wij aten ze bij ‘Willywood’, vlakbij Sint Willibrordus. Het deeg was zelfgemaakt van bloem, boter, zout, water en suiker en ze waren heerlijk krokant. De vulling bestond uit bief, kip of kaas. Heerlijk als tussendoortje, binnenkort wil ik eens een poging wagen of ik ze zelf kan maken. Uiteraard zal ik dan het recept met jullie delen.

img_4201-1

Struisvogelfarm

Als je richting het oosten van het eiland rijdt, moet je zeker een bezoekje brengen aan de Ostrich Farm; de struisvogelboerderij. Naast heel veel struisvogels zijn er ook onder andere papegaaien, varkens en krokodillen te vinden. Je kunt een rondleiding krijgen over de farm en de struisvogels voeren. Niet goedkoop, wel leuk en informatief. In hun restaurant kun je struisvogel eten, in allerlei vormen en maten; carpaccio en biefstuk, maar ook struisvogelkroketjes bijvoorbeeld. Uiteraard serveren ze ook andere gerechten voor de niet-struisvogelliefhebbers. Wij hebben er zelf niet gegeten maar vonden het wel veelbelovend uitzien.

De Buurvrouw

Wil je toch ook eens een ‘normaal’ hapje eten, dan kan ik restaurant ‘De Buurvrouw’, vlakbij de Grote Berg, aanraden. Dit restaurant wordt gerund door een Nederlandse en ligt direct naar de grote weg. Als je echter binnenloopt, waan je je compleet in andere sferen. Het restaurant is een prachtig houten gebouwtje, dat met passende verlichting ontzettend veel sfeer uitstraalt. Ze serveren hier allerlei uiteenlopende gerechten, voor ieder wat wils, en bomvol smaak! Vooral de pepersaus en de champignons (voorgerecht) waren echte feestjes in je mond. Het is niet het goedkoopste restaurant, maar daarentegen moet ik eerlijk bekennen dat de prijzen op Curaçao me sowieso ontzettend tegenvielen. Voor een simpel hoofdgerecht betaal je al gauw 20-35 USDollar, veel goedkoper zul je niet vinden (bij de meer Europese restaurants dan).

Toch liever bij je buren op het bord kijken?

Hou je van wat meer drukkere, toeristische plekken, breng dan een bezoekje aan Mambo Beach of Jan Thiel. Deze strandjes zijn echt ingericht op toerisme, de strandbedjes liggen dan ook zij aan zij in mooie rijen. Voor privacy hoef je hier dus niet te komen. Daarentegen is er wel vanalles te doen; beachvolley, flyboarden en niet-te-vergeten Happy Hour. En ook op deze plekken zijn enkele prima restaurantjes te vinden (uiteraard ook tegen toeristische prijs).

Al met al heb ik echt ontzettend genoten van het land. Ondanks dat het echt veel te heet was om niet aan het strand te liggen, hebben we toch wel genoeg van het eiland kunnen ontdekken. Nu is het eiland ook maar klein, dus echt veel tijd heb je daar niet voor nodig. De bevolking heeft in ieder geval blijkbaar geen last van de hitte, want iedereen was overal even aardig en altijd met een lach.