Citytrip naar Rome

Omdat Pim en ik de laatste weken allebei vrij veel gewerkt hebben, en daarnaast ook druk zijn geweest met de laatste zaken regelen voor onze verhuizing komende maand (lees: verzekeringen, verhuisbusje, internet afsluiten etc) stelde Pim voor om een last minute citytripje te boeken. Stiekem had ik allang dat idee in mijn hoofd want ik wilde Pim eigenlijk verrassen voor zijn 30e verjaardag binnenkort. Maar vooruit, ik verzin wel iets anders, want ik kon natuurlijk geen ‘nee’ zeggen toen Pim vond dat we even wat quality-time in het buitenland nodig hadden. Dus, laptop op schoot en googlen maar. Ik had natuurlijk al een aantal steden in gedachten dus gelijk gezocht naar deze steden en al snel werd duidelijk dat de trip naar Rome ging. Ticketprijzen waren erg voordelig en ook de vliegtijden kwamen ons goed uit; vrijdagmiddag heen en maandagochtend terug. Zo konden we vrijdagochtend en maandagmiddag wel nog gewoon werken, en waren we dus geen 2 volle verlofdagen kwijt. Achteraf gezien toch een stomme keuze, want wie verzint er nou dat je vlucht om 7:20u s’ochtends vertrekt in een stad waar het openbaar vervoer pas rond 6:30u op gang komt? 7:20u is natuurlijk sowieso al geen tijd voor iedereen behalve ochtendmensen, maar ach, voor deze keer hadden we het er voor over.

Op mijn 16e ben ik al eens met school naar Rome geweest, en ik wist nog heel goed dat ik daar destijds helemaal geen zin in had. Ik ging puur mee omdat pap en mam betaalden, maar ik zag er zwaar tegenop om een midweek lang alleen maar kerken en ruines te bekijken. Ik bleek het toen mis te hebben, achteraf gezien had Rome echt een ontzettende indruk op me achter gelaten. Wat een prachtige stad! Ik kon dus niet wachten om me wederom te laten betoveren door de schoonheid van Rome.

Via booking.com vonden we een leuk hotelletje op steenworpafstand van het Vaticaan. Het zag er fris en schoon uit, was prima geprijsd en kreeg goede ratings. Eenmaal in Rome aangekomen waren we op zoek naar een hotel genaamd ‘Blu Room in Vatican‘. Een paar keer op en neer gelopen door de straat bleek toch echt dat we aan het juiste adres waren, maar het leek gewoon een appartementen complex te zijn. Eenmaal ingezoomd op de naambordjes naast de deur stond daar inderdaad ‘Blu Room’, dus belden we aan. We werden enthousiast begroet door een ietwat grijs wordende man en mochten doorlopen naar de 3e verdieping. Het bleek een gezin te zijn dat hun voorkamer verhuurd, werd ons in gebrekkig Italiaans-Engels met handgebaren duidelijk gemaakt. We kregen een sleutel van de voordeuren en onze kamer en als we verder nog vragen hadden konden we ‘knock-knocki on ze door’.

Eenmaal de kamerdeur opengedaan kwamen we in een piepklein kamertje met aansluitend piepklein badkamertje, wat van alle gemakken voorzien was. Een prima bed, heerlijk schone lakens, een warme, schone douche en zelfs een koffiezetapparaat & versnaperingen. Helemaal perfect voor 3 nachtjes.

Inbegrepen in de prijs zat ook het ontbijt, niet in hun appartement, maar bij de ‘bar’ een paar meter verderop in de straat. In Italie is een ‘bar’ niet hetzelfde als in Nederland. Ik denk dat je een vergelijking kan maken met de Nederlandse & buitenlandse coffeeshops, dat zijn ook 2 verschillende dingen. In Italiaanse ‘barretjes’ krijg je namelijk alleen maar koffie, sap, gebak en wat andere versnaperingen. Merk je dat er alleen maar ‘gebak & versnaperingen’ in de zin staat terwijl dit stukje over het ontbijt ging? Juist, een typisch Italiaans ontbijt is zoet. Wij kregen de keuze uit ‘croissant chocolat, croissant jam & croissant cream’, oftewel zoet, zoet en nog eens zoet. Voor iemand die nooit ontbijt of luncht met hagelslag, jam of chocopasta was dit dus een moeilijke keuze. Oke, ik ben sowieso niet goed in keuzes maken, laat staan als alle drie de opties me eigenlijk niet aanspreken. Maar vooruit, ik koos voor croissant chocolat op dag 1 en croissant jam op dag 2. Samen met een heerlijke kop cappuccino, want daar blinken de Italianen dan weer wel in uit, was dit toch wel een prima ontbijtje om de dag mee te starten, dus konden we met onze buikjes rond op pad.

Uiteraard bleken wij weer het perfecte weekend gekozen te hebben. Op zaterdag bleek namelijk een belangrijke dag voor de EU. Alle Europese leiders kwamen in Rome bij elkaar om het verdrag van Rome te herdenken. Het is namelijk 60 jaar geleden dat de betrokken landen dit verdrag ondertekenden. Gevolg; de helft van de toeristische attracties waren gesloten door dit event. Gelukkig blijft er dan nog een helft Rome over, dus we konden gelukkig wel genoeg doen.. samen met alle andere toeristen die hetzelfde probleem hadden. Gevolg; een rij van heb-ik-jou-daar bij de St. Pietersbasiliek en flink koppen lopen in de smalle straatjes in het centrum. Al slalommend wisten we ons toch een weg te banen tussen alle slenterende Oostblokkers en alles-fotograferende Japanners. Gelukkig scheen het zonnetje heerlijk, waardoor je alle toeristische ellende al snel vergeet. Tussen de Spaanse trappen & de Trevi Fontein in vonden we een perfect plekje om te lunchen; Trattoria Tritone, een pitoresk gebouwtje vol met klimop en houten klapraampjes, net van de drukke weg af, met een klein terrasje dat helemaal afgeschermd was door plantenbakken. Hierdoor waande we ons in even in een afgelegen dorpje. De kaart; typisch Italiaans. Antipasti, first course (pasta) & second course (vleesgerechten). Elke kaart van een Italiaans restaurant heeft deze samenstelling, af en toe met pizza’s en/of salade’s erbij, maar dit staat er minstens op.

Een uitgebreid driegangen-diner wilden we nog even uitstellen tot de avonduurtjes dus we besloten het alleen bij een pastagerecht te houden. Ik koos voor lasagne, want dat is echt mijn favoriete pastagerecht dus ik moest even goed proeven of mijn lasagne ook maar een klein beetje in de buurt kwam van de Italiaanse lasagne. Oordeel: niet echt. Om eerlijk te zijn vond ik de lasagne meer in de buurt komen van de kant-en-klare magnetronlasagne uit de supermarkt. En die vind ik stiekem ook lekker, dus ik vond deze lasagne ook lekker! Maar hij is wel heel anders dan mijn eigen homemade lasagne; veel meer room, minder groentes en dus sowieso minder gezond. Ook zijn uiterlijk laat wel ietwat te wensen over. Maar hij was toch lekker, en daar gaat het om! Zeker lekker in het zonnetje onder het genot van een glaasje wijn, kan het nog beter?

Later op de middag, toen we onze weg verder gingen richting het Pantheon, moest er natuurlijk ook een ijsje gegeten worden. Want dat kan in Rome, en dat moet in Rome, want bijna op elke hoek van elke straat vind je wel een ‘Gelateria’. Ik kon me nog heel goed herinneren dat ik tijdens mijn schooltrip naar Rome, zo’n 13 jaar geleden, bij een ijssalon vlakbij het Pantheon ben geweest waar ze minstens 100 smaken ijs verkochten. Helaas wist ik de naam niet meer en ook niet meer precies hoe je er terecht kwam. Achteraf bleek dat dit Gelateria Della Palma heet, voor degene die binnenkort wel in Rome komt en wel op zoek wilt naar deze uitbundige ijssalon. We kozen vandaag dus toch voor een andere gelateria. Deze ijssalon zag er luxe uit, hoorntjes van chocolade met nootjes, maar ook allerlei soorten chocolade en taartjes die ze verkochten. Door het luxueuze, goud-bruin interieur en de prijs kon dit dus niet anders dan topijs zijn. Helaas pindakaas. Slecht was het zeker niet, maar mijn karamelijs smaakte helaas ietwat vlak. Morgen nieuwe ronde, nieuwe kansen.

We vervolgden onze weg richting het water en staken de rivier over richting de wijk Travestere. Ik had al gehoord dat dit voor foodies een leuk wijkje zou zijn en dit was ook zo. Een klein gezellig wijkje, met smalle straatjes waar geen auto’s komen en heel veel restaurantjes. De een wat toeristischer dan de ander. Na wat rondgelopen te hebben door het wijkje konden we maar niet besluiten waar we wilden eten, dus we besloten onze vriend ‘Google’ om hulp te vragen.

Via Google Maps kun je heel makkelijk restaurant-tips in de buurt vinden en zo kwamen we uit bij ‘La Proscuitteria‘ uit. De naam zei mij voldoende om erheen te willen, het kon toch niet anders dan dat ze hier lekkere Italiaanse vleeswaren zouden serveren. En jawel, we kwamen in een kleine ruimte waar het plafond volhing met ham. Het was er druk, maar gezellig en we vonden achterin nog een leeg tafeltje gelukkig. Al snel bleek dat het niet een alledaags restaurant was; drinken was self-service & bestellen kon alleen aan de bar. We bestelden een anti-pasti plank en kregen een heerlijk plankje gevuld met vleeswaren, kaas en belegde broodjes. Los brood werd er bij geserveerd in een emaille steelpannetje en extra olijfolie & zout kon je zelf halen aan de bar. Met een zelf-geserveerd biertje erbij was dit het perfecte voorgerecht van deze avond. Er hing een ontzettend relaxte sfeer die al snel zorgde voor interactie met andere bezoekers. We vonden het zelfs zo fijn dat we voor een 2e ronde gingen; nog een biertje en deze keer bruschetta (lees: bruusketta) met tomaat & mozzarella erbij.

Omdat we toch ook een echte hoofdmaaltijd wilden eten gingen we na de 2e ronde verder op zoek naar een pizza-tentje. Of in ieder geval een plek waar ook pizza op de kaart staat. Ook die vonden we in Trastevere, en we genoten dus nog een heerlijke pizza na. Buikje rond liepen we langzaam weer terug naar ons hotelletje om weer energie op te doen voor de volgende dag.

De zondag begon hetzelfde als een dag tevoren, cappuccino met een zoete croissant. Omdat vandaag de andere helft van Rome gelukkig weer open voor toerisme was besloten we af te dalen naar het Colosseum & Forum Romanum. We hadden verwacht dat het hier ook extreem druk zou zijn, gezien deze attracties beiden een dag eerder nog gesloten waren, maar uiteindelijk viel de wachtrij nog mee en konden we vrij snel naar binnen.

Tussen het Coloseum & Forum Romanum in was het tijd voor lunchpauze, dus we zochten wederom met behulp van Google Maps naar een fijn lunchplekje enigszins in de buurt. Zo kwamen we uit bij Pane&Vino, in een van de straatjes achter het Colosseum. Het tentje kreeg goede beoordelingen, ook al ziet het er aan de buitenkant niet zo uit. Het is een kleine ruimte, met mega foute rode en groene letters op de gevel, de muren bekladderd door gasten en van die foute menukaarten zoals je in de nachtelijke donertent in Nederland ook wel eens vindt. Maar, zoals dat snachts ook blijkt bij de ‘dronken kapsalon’, bleken ook deze broodjes perfect te zijn voor de gelegenheid. Zeer smakelijke broodjes varkensvlees, dus voor een snelle doch smakelijke hap absoluut een prima plek.

Natuurlijk moesten we ook na het ellenlange slenteren door Forum Romanum in de lentezon even afkoelen door een ijsje en we gingen dus weer op zoek naar een Gelateria. Ik koos nu voor de smaken chocolade & meloen en werd deze keer alles behalve teleurgesteld.

Nadat we de rest van de middag in het zonnetje hadden vertoefd onder het genot van een koud biertje werd het tijd weer een plekje te zoeken voor ons avondeten. We liepen op dat moment toevallig op Piazza Campo de’ Fiori en ineens zag ik in mijn ooghoek de perfecte plek: Hosteria Romanesca. Een klein gezellig terrasje, waar het zo goed als vol zat, met van dat heerlijk ouderwets servies en geruite tafellakens. Als je langs het terras naar binnen keek zag je een oudere vrouw en een jonge meid verse pasta uitrollen. Dit bleek oma & kleindochter te zijn, want het restaurant was een echt familiebedrijf waarbij moeder en opa in de bediening werkten. We bestelden allebei dus heerlijke verse pasta en ook namen we een salade van ansjovis & ‘chicory’, een plant die qua uiterlijk wat wegheeft van hele jonge witlof. Uiteraard konden we Rome niet verlaten zonder ook een echt Italiaans dessert te proeven. Dus namen we Panna Cotta met karamelsaus na. Ook Panna Cotta heb ik al eens vaker zelfgemaakt. Helaas moest ik tot de conclusie komen dat ik mijn eigen Panna Cotta toch echt beter vindt dan die ik in Rome at (ofja, helaas voor de Italianen, hoera voor mijzelf!). Maar het is het restaurant vergeven, want ik heb echt ontzettend genoten van de verse pasta, de bediening en de sfeer op het terras en zou deze plek dus ook zeker aanraden.

Toen kwam ons tripje alweer ten einde en kon ik gaan beginnen conclusies te trekken. Allereerst viel het me echt op dat ik in het centrum van Rome geen enkel niet-Italiaans restaurant of snackbar heb gespot. Dus geen doner, geen mexicaans, geen tapas, alleen maar plekjes voor pasta en pizza. Dit kan natuurlijk komen doordat ik voornamelijk in de toeristische gedeeltes van de stad ben gebleven, maar ook in Trastevere bijvoorbeeld liepen voldoende Italianen rond. Ik vraag me dus af of Italianen daadwerkelijk elke dag pizza & pasta eten, of dat ze stiekem in de achterstraatjes en via geheime gangen toch nog andere eettentjes verstopt hebben.

Wat mij verder nog meer op viel is dat de Italiaanse restaurants die we gezien hebben allemaal heel vergelijkbaar zijn, en vrij standaard Italiaanse gerechten serveren. Pizza Margherita, Gnocchi met gorgonzola, Pasta l’Arrabiata & Ravioli spinazie & ricotta. Niets mis mee natuurlijk, maar een echt onderscheidende Romaanse keuken heb ik niet kunnen ontdekken. Food-wise had je mij ook wijs kunnen maken dat ik in een willekeurig andere Italiaanse stad was. Het enige zogenaamd Romaanse gerecht dat ik op kaarten gespot heb was Pasta Romanesca, maar geen enkele ober raadde ons die aan toen we ernaar vroegen. Of je daar als Italiaan dus trots op moet zijn, ik betwijfel het. Desalniettemin, ik heb ontzettend genoten van die 2,5 daagjes Rome, zowel als toerist als ook als foodie. Mocht je er nog niet geweest zijn, dan zou ik je zeker aanraden om snel de Ryanair tickets in de gaten te houden! Ik zou er in ieder geval zo weer terug gaan! Heb jij nog leuke foodie-tips voor als ik er weer naartoe mag?

 

Culinair reisverslag: Curaçao

Als reisgek reis ik minstens 1x per jaar naar een (liefst buiten-Europees) land. Allereerst om natuurlijk te genieten en cultuur te snuiven, maar zeker ook om de culinaire gewoontes van dat land te ontdekken. De reis van afgelopen maand ging naar Curaçao, 12 dagen in totaal. Via deze blogpost deel ik mijn culinair bevindingen van deze reis.

Dit reisverslag moet ik beginnen met de dag voor vertrek. De dagen ervoor hadden we onze koelkast al zoveel mogelijk leeggegeten en Pim en ik zaten dus te bedenken wat we die laatste dag voor het avondeten zouden doen. Pim zei ‘Laten we frietjes met frikandel halen, die zullen we de komende 12 dagen sowieso niet krijgen op Curaçao.’. Nou… he couldn’t be more wrong.

Eenmaal aangekomen…

Na een reis, die dan toch altijd langer duurt dan je rekening mee houdt (want oh ja, je moet ook nog naar de luchthaven rijden etc), kwamen we doodmoe rond 15u lokale tijd aan in ons resort. Een prachtig groot gebied met een eigen golfbaan, mooie luxe huisjes die veel privacy boden door de idyllische beplanting eromheen, en een privéstrand (privé voor het resort, niet voor ons alleen helaas) met barretje en 3 restaurantjes erbij. Omdat de gigantische hitte (lees: 33 graden maar voelt als 40 graden) je direct doet verlangen naar water, dropten we onze koffers in ons huisje en draafden we snel richting strand. Inmiddels bleek ook onze magen bij te komen van de lange reis en kregen we trek. Bij het barretje op het strand vroegen we de menukaart en guess what… broodje kroket of frikandel, portie bitterballen of bittergarnituur, frietje mayo of pindasaus, het stond er allemaal op. Even nog dacht ik dat het misschien toevallig op het resort verkrijgbaar was puur voor de oer-Hollandse strandtoeristen die lokale versnaperingen niet aan zouden durven, maar ook dat bleek niet het geval. Op meerdere plekken op Curaçao zijn snackbars te vinden, soms op toeristische locaties, soms ook niet. Het land heeft dus toch nog meer Nederlandse invloeden dan ik initieel had verwacht.

img_4535-1

De supermarkt

Ook in de supermarkt bleek dat Nederland dichterbij is dan de afstand doet vermoeden. Naast dat je een Albert Hein op het eiland kan vinden (geen aanrader, want alle prijzen zijn maal 3), barst ook de lokale supermarkt van de Nederlandse producten. Slankie smeerkaas, stroopwafels, worstenbroodjes, Venco drop, Calve Pindakaas.. noem maar op, het is er bijna allemaal te krijgen. Ook supermarktketen Jumbo heeft zich een plekje weten te veroveren, want de helft van het chipsrek lag vol met jumbo huismerk chips, om maar een voorbeeld te noemen. Behalve dit was er een keur aan vers groente en fruit te verkrijgen, en niet zoals in Nederland, per pond verpakt of iets dergelijks. Nee, gewoon een los schap met aardappels en een los schap met uien, waar je zelf kon afwegen hoeveel je precies nodig had. Heb je dus maar 1 pieper nodig? Dan kan dat gewoon daar in de supermarkt! On top of that werd ik ook duizelig van het aanbod vlees en vis. Van hele ‘red snappers’ en tonijnmoten tot 10 verschillende soorten braadworst, allerlei verschillend gemarineerd vlees, maar ook varkenspoten en kwartels. Dat is wat mij betreft hele andere koek dan de standaard boomstammetjes en zigeunerschnitzels die bij ons te krijgen zijn. Als laatste moet ik ook een melding maken van de hoeveelheid Amerikaanse artikelen die er verkrijgbaar zijn (en waar menig Nederlander nog nooit van gehoord zal hebben): ‘Reese peanutbuttercups’, ‘Goldfish crackers’ en ga zo maar door. Je kunt je voorstellen hoe groot deze supermarkt dan ook was. Wat producten betreft ben ik bij deze jaloers, daar kan menig Nederlands supermarkt een lesje uit trekken. Helaas is er een kanttekening die ik moet maken en dat is de prijs. Ook de producten uit de lokale supermarkt zijn niet goedkoop, in ieder geval niet goedkoper dan hier in Nederland. Vaak zijn de prijzen vergelijkbaar en soms zelfs iets hoger. Als je je bedenkt dat alles geïmporteerd moet worden, dan is dat ook niet zo heel gek.

img_4536-1 img_4537-1

Octopus carpaccio en kroonslak

Genoeg over Nederland in Curaçao, want gelukkig heeft het land toch ook nog voldoende eigen culinaire lekkernijen. Zo at ik in een restaurant in Willemstad aan het Waterfort ‘octopus carpaccio’, geserveerd met kappertjes, venkel, rucola en balsamicodressing. Niet wetende wat ik kon verwachten was mijn eerste reactie vooral verbazing toen het bord met de kleine schijfjes voor mijn neus verscheen. Toen ik nog eens ging nadenken bleek het ook wel logisch, want de tentakels van een octopus zijn natuurlijk zo groot niet. De smaak van de carpaccio was apart, maar niet funky. Eigenlijk was het gerecht best wel lekker, maar tippen aan de ouderwetse vleescarpaccio deed het zeker niet. Ook at ik daar Karko, ook wel conch genoemd, of in Nederlandse term ‘kroonslak’. Het is maar goed dat ik me pas naderhand ging afvragen wat Karko zou zijn, want toen ik plaatjes zag van het beestje kreeg ik toch stiekem wel de kriebels. Desondanks heb ik toch wel genoten van de met-knoflook op-smaak-gebrachte slak. Het vlees van het beestje was ik kleine stukjes gehakt, een beetje zoals shoarma of gehakt dat rul gebakken is. Er zat een licht laagje bloem of paneermeel overheen, waardoor het enigszins een krokante buitenkant had. Of het gebakken of gefrituurd werd, dat kon ik helaas niet helemaal eruit opmaken. Zou ik het nog eens eten? Ik denk het wel, ondanks dat ik nu weet wat ik aan het eten was, was het toch best lekker.

img_20160920_180732.jpg img_20160920_185431.jpg

Plaza Bieu

Een andere must-visit plek in Willemstad is Plaza Bieu. Deze grote loods in de wijk Punda, die zowel van buiten en van binnen niet heel erg uitnodigend uitziet, serveert dagelijks lunch tussen 11 en 15u. De lokale bevolking eet er hun lunch, maar ook als toerist ben je meer dan welkom. Zodra je de loods binnenloopt zie je rechts allemaal picknicktafels staan, waar iedereen door elkaar zit een hapje te eten. Links zie je een lange rij met fornuizen, waar immens grote potten en pannen opstaan. We werden gelijk begroet door een klein Spaans sprekend vrouwtje, die ons uitnodigde plek te nemen naast een oude man die zat te smikkelen van een hele vis. We kregen een menukaart in onze handen gedrukt ‘menu of friday’ stond erop. Het leek er dus op dat ze elke dag andere gerechten serveerden, dat is natuurlijk ook wel nodig om te zorgen dat de locals elke dag terugkomen. Omdat ik zelf geen fan ben van ogen op mijn bord, koos ik heel safe voor een stoofpotje van kip. Pim koos voor kabeljauw, maar deze bleek ook zonder ogen en staart geserveerd te worden gelukkig. Als bijgerecht kon je kiezen tussen aardappelpuree, rijst of polenta. Voor de afwisseling koos ik deze keer voor polenta. Zoals je kunt zien op de foto hierbeneden was het stoofpotje een heerlijke, felgekleurde mix van tomaat met andere specerijen, en werd de polenta geserveerd als rol. Omdat het vrouwtje dat ons hielp enkel Spaans sprak, en mijn Spaans een beetje ophoudt met ‘No hablo Espanol’, kon ik helaas niet achterhalen wat de exacte ingredienten waren. Hoe dan ook, ben je in Curaçao en heb je trek in het minder toeristische? Dan is Plaza Bieu een absolute must om te gaan lunchen!

img_4431-1 img_4416-1img_4419-1 img_4421-1

Jaanchie’s

Dat stoofpotjes veel gegeten worden in Curaçao bleek ook toen we gingen eten bij Jaanchie’s in Westpunt. Dit wegrestaurantje met ontzettend veel tierlantijntjes aan de muur staat bekend om het serveren van Leguaan. Eenmaal aan tafel word je vriendelijk begroet door de eigenaar Jaanchie, een man op leeftijd waar de passie vanaf spat. Elke tafel gaat hij persoonlijk langs om het menu van de dag te vertellen, gevolgd door een verhaal over hoe Leguanenvlees lustopwekkend is en daarom enkel geserveerd kan worden aan mensen met een sterk hart. Als laatste laat Jaanchie weten dat al zijn gerechten geserveerd worden met een flinke dosis vitamine L; ‘liefde’. Ik kon het niet laten om de leguaan te bestellen, maar bestelde daarnaast ook een stoofpotje met draadjesvlees. Pim bestelde vis, maar andere mogelijkheden waren bijvoorbeeld een stoofpotje van geit. De Leguaan was verrassend genoeg bereid met dezelfde specerijen als het draadjesvlees; paprika, curry etc.. De smaak van het vlees deed, net als bijvoorbeeld krokodil, denken aan kip. Echter doordat de botjes van een leguaan zo klein zijn, leek het ook wel alsof ik kwartel zat te eten. Het vlees was heerlijk mals en viel zo van het bot af. Ook het draadjesvlees was lekker, hoewel mijn voorkeur wat betreft draadjesvlees toch nog steeds ligt bij Limburgs zuurvlees. Als verrassingstoetje kregen we zelfgemaakt pinda-ijs. Ik wist tijdens het eten niet wat de smaak was en ik dacht zelf gelijk aan sesam-ijs. Ik zat er dus niet heel ver naast, maar hij was wel lekker!

img_4293-1img_20160921_134946.jpg img_20160921_134927.jpg

Pastechi

Wat je overal op het eiland kunt terugvinden, zijn ‘pastechi’, oftewel pasteitjes. Wij aten ze bij ‘Willywood’, vlakbij Sint Willibrordus. Het deeg was zelfgemaakt van bloem, boter, zout, water en suiker en ze waren heerlijk krokant. De vulling bestond uit bief, kip of kaas. Heerlijk als tussendoortje, binnenkort wil ik eens een poging wagen of ik ze zelf kan maken. Uiteraard zal ik dan het recept met jullie delen.

img_4201-1

Struisvogelfarm

Als je richting het oosten van het eiland rijdt, moet je zeker een bezoekje brengen aan de Ostrich Farm; de struisvogelboerderij. Naast heel veel struisvogels zijn er ook onder andere papegaaien, varkens en krokodillen te vinden. Je kunt een rondleiding krijgen over de farm en de struisvogels voeren. Niet goedkoop, wel leuk en informatief. In hun restaurant kun je struisvogel eten, in allerlei vormen en maten; carpaccio en biefstuk, maar ook struisvogelkroketjes bijvoorbeeld. Uiteraard serveren ze ook andere gerechten voor de niet-struisvogelliefhebbers. Wij hebben er zelf niet gegeten maar vonden het wel veelbelovend uitzien.

De Buurvrouw

Wil je toch ook eens een ‘normaal’ hapje eten, dan kan ik restaurant ‘De Buurvrouw’, vlakbij de Grote Berg, aanraden. Dit restaurant wordt gerund door een Nederlandse en ligt direct naar de grote weg. Als je echter binnenloopt, waan je je compleet in andere sferen. Het restaurant is een prachtig houten gebouwtje, dat met passende verlichting ontzettend veel sfeer uitstraalt. Ze serveren hier allerlei uiteenlopende gerechten, voor ieder wat wils, en bomvol smaak! Vooral de pepersaus en de champignons (voorgerecht) waren echte feestjes in je mond. Het is niet het goedkoopste restaurant, maar daarentegen moet ik eerlijk bekennen dat de prijzen op Curaçao me sowieso ontzettend tegenvielen. Voor een simpel hoofdgerecht betaal je al gauw 20-35 USDollar, veel goedkoper zul je niet vinden (bij de meer Europese restaurants dan).

Toch liever bij je buren op het bord kijken?

Hou je van wat meer drukkere, toeristische plekken, breng dan een bezoekje aan Mambo Beach of Jan Thiel. Deze strandjes zijn echt ingericht op toerisme, de strandbedjes liggen dan ook zij aan zij in mooie rijen. Voor privacy hoef je hier dus niet te komen. Daarentegen is er wel vanalles te doen; beachvolley, flyboarden en niet-te-vergeten Happy Hour. En ook op deze plekken zijn enkele prima restaurantjes te vinden (uiteraard ook tegen toeristische prijs).

Al met al heb ik echt ontzettend genoten van het land. Ondanks dat het echt veel te heet was om niet aan het strand te liggen, hebben we toch wel genoeg van het eiland kunnen ontdekken. Nu is het eiland ook maar klein, dus echt veel tijd heb je daar niet voor nodig. De bevolking heeft in ieder geval blijkbaar geen last van de hitte, want iedereen was overal even aardig en altijd met een lach.