Knapkook (knapkoek)

Menig Limburger onder ons zal deze koek goed kennen. Knapkook is een lekkernij dat vanuit de oudheid gemaakt werd van restjes vlaaideeg. Menig Limburgse en Belgische bakkers maakten dit dus, de bekendste plek waar ze nog steeds ambachtelijke knapkook maken is denk ik wel in Maaseik. De knapkook dankt zijn naam aan, tumtumtum, het geluid dat het koekje maakt bij het breken. Knapkook bestaat in allerlei vormen en maten, ik koos voor een ruitjesvorm, vooral omdat dit ook het makkelijkste is met dit deeg. Ik maakte deze koek als traktatie bij een winactie. Ik had beloofd een homemade lekkernij mee te geven in het winpakketje. De winnares van dit pakket, Nandita van the Spiced Chickpea, woont in het noorden van ons land en heeft een Indiase achtergrond. Ik ging er dus stiekem even van uit dat ze nog niet zo bekend is met de Limburgse keuken dus ik wilde graag iets geven wat ze nog niet kende. Tadaa, daar was dus deze knapkook. Voordeel van dit koekje is ook dat hij vrij lang goed blijft, mits juist verpakt natuurlijk. En het is echt helemaal niet moeilijk om dit koekje te maken.

Van origine wordt dit koekje met van die dikke suikerparels bedekt (greinsuiker), maar die is natuurlijk eigenlijk nergens te krijgen tegenwoordig. Ik verving deze suikerparels dus door gewoon grof kristalsuiker, want ook die smelt niet in de oven. Ik bakte een flinke portie, zodat ik ook wat collega’s blij kon maken met de koekjes. Ik vind dat zo heerlijk als ik anderen kan laten genieten van iets zelfgemaakts.

Bereidingstijd: ~ 20 min (+1u rusttijd)     Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor ~30 stuks:

  • 125 gram boter
  • 125 gram witte basterdsuiker
  • 1 ei
  • snufje zout
  • snufje kaneel
  • 2 zakjes vanillesuiker
  • 250 gram zelfrijzend bakmeel
  • grof kristalsuiker om de bovenkant mee te bestrooien

Stappenplan:

Snij de boter in blokjes en voeg de witte basterdsuiker en vanillesuiker toe. Kneed door elkaar met je handen.

Voeg het ei, de snuf zout en kaneelpoeder toe en meng weer door met je handen. Pas op dat je niet teveel kaneel toevoegt. Een snufje is voldoende om hem goed te proeven. Optioneel kun je nog wat citroenrasp toevoegen, ik heb dat niet gedaan want die had ik niet in huis.

Zeef het meel boven de mix en mix ook dit met je handen erdoor. Kneed tot een egaal, soepel deeg. Let op, het is een redelijk nat/zacht deegje, dat is niet erg en komt later helemaal goed. Vouw huishoudfolie om het deeg en zet dit minstens 1u in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 180°C.

Haal het deeg uit de koelkast en leg het op een met bakpapier beklede bakplaat.

Strooi wat bloem bovenop en rol het deeg uit tot een grote lap van zo’n 3mm dikte. Het beste is dus om dit direct op het bakpapier te doen, omdat dit deeg lastig te verplaatsen is. Zorg dat de lap deeg overal even dik is.

Druk met de achterkant van een mes lichtjes een ruitjespatroon in het deeg, maar snij het deeg niet helemaal door. Dit worden straks je snijranden.

Bestrooi het deeg ruim met de grove kristalsuiker zodat overal bovenop suiker zit.

Bak de koekjes in zo’n 18min goudbruin. Hou de oven goed in de gaten want de exacte tijd is erg afhankelijk van de dikte van je deeg.

Haal de bakplaat uit de oven en snij direct met een mes weer over je snijranden. Laat de knapkook afkoelen. Je zult merken dat de koek opstijft zodra hij afkoelt. Eventueel kun je hem dan nog verder breken of snijden waar het nodig is.

Smakelijk!