Gado Gado met bloemkoolrijst

Gado Gado (spreek uit: ‘Kaddo Kaddo’) is een typisch Indonesisch gerecht en ik heb er dan ook absoluut van gesmuld toen ik 2 jaar geleden op reis was in Indonesië. Ik hou sowieso heel erg van pindasaus. Gek eigenlijk, toen ik jonger was moest ik er niets van weten en tegenwoordig kun je me dat wekelijks serveren. Nu is Pim helaas minder pindasaus-fan. Hij eet het wel, maar niet met het meeste plezier dus zo vaak maak ik het thuis niet. Toen Pim dus in het buitenland zat voor zijn werk was het voor mij een uitgelezen kans om dit gerecht een keer op tafel te toveren. Zo klaar en ook nog eens laag in calorieën.

Net als veel ‘typische gerechten’, wordt ook gado gado in elk dorpje en gezin anders gemaakt. Het principe blijft echter gelijk. Het is eigenlijk een soort salade met kort gekookte groentes en een pindasaus/dressing. Welke groentes je hiervoor gebruikt, dat kun je helemaal zelf weten. Net wat je lekker vindt of wat je nog in de koelkast hebt liggen. Hieronder heb ik beschreven hoe ik het gedaan heb maar feel free om hier van af te wijken. Het is bijvoorbeeld ook lekker met spitskool of paksoi en je kunt er zelfs gekookte aardappeltjes bij serveren. Mocht je nou toch graag iets van vlees of vleesvervangers willen eten in plaats van full vegetarian, dan kun je eventueel wat kip of tofu erbij serveren. Ik vond dat niet nodig want er zit ook al een eitje bij, en bovendien krijg je de gado gado in Indonesië ook niet met vlees. Uiteraard kun je ook gewone rijst erbij serveren in plaats van de bloemkoolrijst. Stiekem vind ik bloemkoolrijst lekkerder, en het is nog eens gezonder ook. Ook kun je er eventueel wat kroepoek bij serveren. Dat deed ik niet om het gerecht gezond te houden. Omdat je de pindasaus met water maakt in plaats van melk of kokosmelk is het gezonder en zijn de gebakken uitjes eigenlijk echt het enige ongezonde eraan. Wil je de pindasaus nou NOG gezonder maken, maak hem dan helemaal zelf van ongezouten en ongebrande pinda’s in plaats van kant en klare pindakaas.

Bereidingstijd: ~15 min       Moeilijkheid (1 t/m 5): *

Ingrediënten voor 2 personen:

  • 1 kleine bloemkool
  • 100-150 gram sperziebonen
  • 1 wortel
  • 1 kleine broccoli
  • 1 klein bakje tauge
  • 4 stengels bosui
  • 1 rode peper (optioneel)
  • 2 eieren
  • 3 el pindakaas
  • 300 ml water
  • 2 tl sambal
  • 3 el ketjap manis
  • gebakken uitjes

Stappenplan:

Zet een pan met water op en breng aan de kook.

Snij de kontjes van de sperziebonen en snij de broccoli in kleine roosjes.

Blancheer de sperziebonen en broccoli voor ongeveer 3min in kokend water.

Doe ook de eieren erbij en kook deze ongeveer 8-10min (of minder lang als je van zachtgekookt houdt).

Haal de broccoli en sperziebonen uit het kokend water en giet er koud water over (dit stopt het kookproces).

Zet intussen ook een pan met het water, de pindakaas, sambal en ketjap op en breng onder af en toe roeren langzaam aan de kook.

Na een tijdje zal de gado gado saus ietsje indikken, maar hij moet niet net zo dik zijn als ‘normale’ satésaus. Is hij nog te dun, voeg dan meer pindakaas toe. Is hij te dik, voeg dan wat extra water toe.

Rasp de bloemkool grof zodat je ‘bloemkoolrijst’ krijgt.

Snij ook de wortel in dunne reepjes, en de rode peper en bosui in kleine stukjes.

Doe alle groentes mooi verdelen over de borden, met op elk bord ook een ei. Eventueel kun je wat peper en zout over het geheel strooien.

Schenk de gado gado saus erover of ernaast en besprenkel met gebakken uitjes.

Smakelijk!