Culinair reisverslag: Curaçao

Als reisgek reis ik minstens 1x per jaar naar een (liefst buiten-Europees) land. Allereerst om natuurlijk te genieten en cultuur te snuiven, maar zeker ook om de culinaire gewoontes van dat land te ontdekken. De reis van afgelopen maand ging naar Curaçao, 12 dagen in totaal. Via deze blogpost deel ik mijn culinair bevindingen van deze reis.

Dit reisverslag moet ik beginnen met de dag voor vertrek. De dagen ervoor hadden we onze koelkast al zoveel mogelijk leeggegeten en Pim en ik zaten dus te bedenken wat we die laatste dag voor het avondeten zouden doen. Pim zei ‘Laten we frietjes met frikandel halen, die zullen we de komende 12 dagen sowieso niet krijgen op Curaçao.’. Nou… he couldn’t be more wrong.

Eenmaal aangekomen…

Na een reis, die dan toch altijd langer duurt dan je rekening mee houdt (want oh ja, je moet ook nog naar de luchthaven rijden etc), kwamen we doodmoe rond 15u lokale tijd aan in ons resort. Een prachtig groot gebied met een eigen golfbaan, mooie luxe huisjes die veel privacy boden door de idyllische beplanting eromheen, en een privéstrand (privé voor het resort, niet voor ons alleen helaas) met barretje en 3 restaurantjes erbij. Omdat de gigantische hitte (lees: 33 graden maar voelt als 40 graden) je direct doet verlangen naar water, dropten we onze koffers in ons huisje en draafden we snel richting strand. Inmiddels bleek ook onze magen bij te komen van de lange reis en kregen we trek. Bij het barretje op het strand vroegen we de menukaart en guess what… broodje kroket of frikandel, portie bitterballen of bittergarnituur, frietje mayo of pindasaus, het stond er allemaal op. Even nog dacht ik dat het misschien toevallig op het resort verkrijgbaar was puur voor de oer-Hollandse strandtoeristen die lokale versnaperingen niet aan zouden durven, maar ook dat bleek niet het geval. Op meerdere plekken op Curaçao zijn snackbars te vinden, soms op toeristische locaties, soms ook niet. Het land heeft dus toch nog meer Nederlandse invloeden dan ik initieel had verwacht.

img_4535-1

De supermarkt

Ook in de supermarkt bleek dat Nederland dichterbij is dan de afstand doet vermoeden. Naast dat je een Albert Hein op het eiland kan vinden (geen aanrader, want alle prijzen zijn maal 3), barst ook de lokale supermarkt van de Nederlandse producten. Slankie smeerkaas, stroopwafels, worstenbroodjes, Venco drop, Calve Pindakaas.. noem maar op, het is er bijna allemaal te krijgen. Ook supermarktketen Jumbo heeft zich een plekje weten te veroveren, want de helft van het chipsrek lag vol met jumbo huismerk chips, om maar een voorbeeld te noemen. Behalve dit was er een keur aan vers groente en fruit te verkrijgen, en niet zoals in Nederland, per pond verpakt of iets dergelijks. Nee, gewoon een los schap met aardappels en een los schap met uien, waar je zelf kon afwegen hoeveel je precies nodig had. Heb je dus maar 1 pieper nodig? Dan kan dat gewoon daar in de supermarkt! On top of that werd ik ook duizelig van het aanbod vlees en vis. Van hele ‘red snappers’ en tonijnmoten tot 10 verschillende soorten braadworst, allerlei verschillend gemarineerd vlees, maar ook varkenspoten en kwartels. Dat is wat mij betreft hele andere koek dan de standaard boomstammetjes en zigeunerschnitzels die bij ons te krijgen zijn. Als laatste moet ik ook een melding maken van de hoeveelheid Amerikaanse artikelen die er verkrijgbaar zijn (en waar menig Nederlander nog nooit van gehoord zal hebben): ‘Reese peanutbuttercups’, ‘Goldfish crackers’ en ga zo maar door. Je kunt je voorstellen hoe groot deze supermarkt dan ook was. Wat producten betreft ben ik bij deze jaloers, daar kan menig Nederlands supermarkt een lesje uit trekken. Helaas is er een kanttekening die ik moet maken en dat is de prijs. Ook de producten uit de lokale supermarkt zijn niet goedkoop, in ieder geval niet goedkoper dan hier in Nederland. Vaak zijn de prijzen vergelijkbaar en soms zelfs iets hoger. Als je je bedenkt dat alles geïmporteerd moet worden, dan is dat ook niet zo heel gek.

img_4536-1 img_4537-1

Octopus carpaccio en kroonslak

Genoeg over Nederland in Curaçao, want gelukkig heeft het land toch ook nog voldoende eigen culinaire lekkernijen. Zo at ik in een restaurant in Willemstad aan het Waterfort ‘octopus carpaccio’, geserveerd met kappertjes, venkel, rucola en balsamicodressing. Niet wetende wat ik kon verwachten was mijn eerste reactie vooral verbazing toen het bord met de kleine schijfjes voor mijn neus verscheen. Toen ik nog eens ging nadenken bleek het ook wel logisch, want de tentakels van een octopus zijn natuurlijk zo groot niet. De smaak van de carpaccio was apart, maar niet funky. Eigenlijk was het gerecht best wel lekker, maar tippen aan de ouderwetse vleescarpaccio deed het zeker niet. Ook at ik daar Karko, ook wel conch genoemd, of in Nederlandse term ‘kroonslak’. Het is maar goed dat ik me pas naderhand ging afvragen wat Karko zou zijn, want toen ik plaatjes zag van het beestje kreeg ik toch stiekem wel de kriebels. Desondanks heb ik toch wel genoten van de met-knoflook op-smaak-gebrachte slak. Het vlees van het beestje was ik kleine stukjes gehakt, een beetje zoals shoarma of gehakt dat rul gebakken is. Er zat een licht laagje bloem of paneermeel overheen, waardoor het enigszins een krokante buitenkant had. Of het gebakken of gefrituurd werd, dat kon ik helaas niet helemaal eruit opmaken. Zou ik het nog eens eten? Ik denk het wel, ondanks dat ik nu weet wat ik aan het eten was, was het toch best lekker.

img_20160920_180732.jpg img_20160920_185431.jpg

Plaza Bieu

Een andere must-visit plek in Willemstad is Plaza Bieu. Deze grote loods in de wijk Punda, die zowel van buiten en van binnen niet heel erg uitnodigend uitziet, serveert dagelijks lunch tussen 11 en 15u. De lokale bevolking eet er hun lunch, maar ook als toerist ben je meer dan welkom. Zodra je de loods binnenloopt zie je rechts allemaal picknicktafels staan, waar iedereen door elkaar zit een hapje te eten. Links zie je een lange rij met fornuizen, waar immens grote potten en pannen opstaan. We werden gelijk begroet door een klein Spaans sprekend vrouwtje, die ons uitnodigde plek te nemen naast een oude man die zat te smikkelen van een hele vis. We kregen een menukaart in onze handen gedrukt ‘menu of friday’ stond erop. Het leek er dus op dat ze elke dag andere gerechten serveerden, dat is natuurlijk ook wel nodig om te zorgen dat de locals elke dag terugkomen. Omdat ik zelf geen fan ben van ogen op mijn bord, koos ik heel safe voor een stoofpotje van kip. Pim koos voor kabeljauw, maar deze bleek ook zonder ogen en staart geserveerd te worden gelukkig. Als bijgerecht kon je kiezen tussen aardappelpuree, rijst of polenta. Voor de afwisseling koos ik deze keer voor polenta. Zoals je kunt zien op de foto hierbeneden was het stoofpotje een heerlijke, felgekleurde mix van tomaat met andere specerijen, en werd de polenta geserveerd als rol. Omdat het vrouwtje dat ons hielp enkel Spaans sprak, en mijn Spaans een beetje ophoudt met ‘No hablo Espanol’, kon ik helaas niet achterhalen wat de exacte ingredienten waren. Hoe dan ook, ben je in Curaçao en heb je trek in het minder toeristische? Dan is Plaza Bieu een absolute must om te gaan lunchen!

img_4431-1 img_4416-1img_4419-1 img_4421-1

Jaanchie’s

Dat stoofpotjes veel gegeten worden in Curaçao bleek ook toen we gingen eten bij Jaanchie’s in Westpunt. Dit wegrestaurantje met ontzettend veel tierlantijntjes aan de muur staat bekend om het serveren van Leguaan. Eenmaal aan tafel word je vriendelijk begroet door de eigenaar Jaanchie, een man op leeftijd waar de passie vanaf spat. Elke tafel gaat hij persoonlijk langs om het menu van de dag te vertellen, gevolgd door een verhaal over hoe Leguanenvlees lustopwekkend is en daarom enkel geserveerd kan worden aan mensen met een sterk hart. Als laatste laat Jaanchie weten dat al zijn gerechten geserveerd worden met een flinke dosis vitamine L; ‘liefde’. Ik kon het niet laten om de leguaan te bestellen, maar bestelde daarnaast ook een stoofpotje met draadjesvlees. Pim bestelde vis, maar andere mogelijkheden waren bijvoorbeeld een stoofpotje van geit. De Leguaan was verrassend genoeg bereid met dezelfde specerijen als het draadjesvlees; paprika, curry etc.. De smaak van het vlees deed, net als bijvoorbeeld krokodil, denken aan kip. Echter doordat de botjes van een leguaan zo klein zijn, leek het ook wel alsof ik kwartel zat te eten. Het vlees was heerlijk mals en viel zo van het bot af. Ook het draadjesvlees was lekker, hoewel mijn voorkeur wat betreft draadjesvlees toch nog steeds ligt bij Limburgs zuurvlees. Als verrassingstoetje kregen we zelfgemaakt pinda-ijs. Ik wist tijdens het eten niet wat de smaak was en ik dacht zelf gelijk aan sesam-ijs. Ik zat er dus niet heel ver naast, maar hij was wel lekker!

img_4293-1img_20160921_134946.jpg img_20160921_134927.jpg

Pastechi

Wat je overal op het eiland kunt terugvinden, zijn ‘pastechi’, oftewel pasteitjes. Wij aten ze bij ‘Willywood’, vlakbij Sint Willibrordus. Het deeg was zelfgemaakt van bloem, boter, zout, water en suiker en ze waren heerlijk krokant. De vulling bestond uit bief, kip of kaas. Heerlijk als tussendoortje, binnenkort wil ik eens een poging wagen of ik ze zelf kan maken. Uiteraard zal ik dan het recept met jullie delen.

img_4201-1

Struisvogelfarm

Als je richting het oosten van het eiland rijdt, moet je zeker een bezoekje brengen aan de Ostrich Farm; de struisvogelboerderij. Naast heel veel struisvogels zijn er ook onder andere papegaaien, varkens en krokodillen te vinden. Je kunt een rondleiding krijgen over de farm en de struisvogels voeren. Niet goedkoop, wel leuk en informatief. In hun restaurant kun je struisvogel eten, in allerlei vormen en maten; carpaccio en biefstuk, maar ook struisvogelkroketjes bijvoorbeeld. Uiteraard serveren ze ook andere gerechten voor de niet-struisvogelliefhebbers. Wij hebben er zelf niet gegeten maar vonden het wel veelbelovend uitzien.

De Buurvrouw

Wil je toch ook eens een ‘normaal’ hapje eten, dan kan ik restaurant ‘De Buurvrouw’, vlakbij de Grote Berg, aanraden. Dit restaurant wordt gerund door een Nederlandse en ligt direct naar de grote weg. Als je echter binnenloopt, waan je je compleet in andere sferen. Het restaurant is een prachtig houten gebouwtje, dat met passende verlichting ontzettend veel sfeer uitstraalt. Ze serveren hier allerlei uiteenlopende gerechten, voor ieder wat wils, en bomvol smaak! Vooral de pepersaus en de champignons (voorgerecht) waren echte feestjes in je mond. Het is niet het goedkoopste restaurant, maar daarentegen moet ik eerlijk bekennen dat de prijzen op Curaçao me sowieso ontzettend tegenvielen. Voor een simpel hoofdgerecht betaal je al gauw 20-35 USDollar, veel goedkoper zul je niet vinden (bij de meer Europese restaurants dan).

Toch liever bij je buren op het bord kijken?

Hou je van wat meer drukkere, toeristische plekken, breng dan een bezoekje aan Mambo Beach of Jan Thiel. Deze strandjes zijn echt ingericht op toerisme, de strandbedjes liggen dan ook zij aan zij in mooie rijen. Voor privacy hoef je hier dus niet te komen. Daarentegen is er wel vanalles te doen; beachvolley, flyboarden en niet-te-vergeten Happy Hour. En ook op deze plekken zijn enkele prima restaurantjes te vinden (uiteraard ook tegen toeristische prijs).

Al met al heb ik echt ontzettend genoten van het land. Ondanks dat het echt veel te heet was om niet aan het strand te liggen, hebben we toch wel genoeg van het eiland kunnen ontdekken. Nu is het eiland ook maar klein, dus echt veel tijd heb je daar niet voor nodig. De bevolking heeft in ieder geval blijkbaar geen last van de hitte, want iedereen was overal even aardig en altijd met een lach.